Bakkersbedrijf 2021/2025

Verbindendverklaring cao-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 april 2021 tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bakkersbedrijf

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partijen ter ener zijde: Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemers Vereniging en Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij;

Partijen ter andere zijde: FNV en CNV Vakmensen.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV, V, VI en VII is bepaald:

HOOFDSTUK 1 FUNCTIE EN BELONING

Artikel 1 Functiegroepenloonschaal

De functie van de medewerker is ingedeeld in een van de functiegroepen met de bijbehorende loonschaal. Het functiewaarderingssysteem is ORBA.

De functiegroepen en loonschalen staan in dit hoofdstuk. De lijst met referentiefuncties, de omschrijvingen en de bezwaarprocedure staan in Bijlage A en B.

In de tabellen hieronder staan de functie-uurlonen. Welk functie-uurloon op de medewerker van toepassing is, hangt af van:

  • het type onderneming

  • de functie

  • de loonschaal waarin de functie is ingedeeld

  • de leeftijd

  • het aantal functiejaren of periodieken.

Het type onderneming is ambachtelijke bakkerij of industriële bakkerij. Ondernemingen die uitsluitend bakkersartikelen in- en verkopen vallen voor de toepassing van de functie-uurloontabel onder ambachtelijke bakkerijen.

De medewerker ontvangt schriftelijk de indeling van zijn functie, het aantal functiejaren of periodieken en het functie-uurloon. Als de medewerker in dienst komt ontvangt hij minimaal het loon dat hoort bij 0 functiejaren. De werkgever en medewerker kunnen samen een hoger aantal functiejaren of periodieken afspreken. De medewerker die jonger is dan 21 jaar ontvangt het loon dat bij zijn leeftijd en functie hoort.

Artikel 2 Loonbetaling

De werkgever betaalt het functieloon en de vaste toeslagen uiterlijk voor het einde van de loonbetalingstermijn. De werkgever betaalt de variabele toeslagen uiterlijk voor het einde van de volgende loonbetalingstermijn.

Een loonbetalingstermijn is maximaal een maand. De medewerker ontvangt een loonstrook bij iedere loonbetaling. Na instemming van de medewerker mag de loonstrook digitaal worden verstrekt.

Artikel 3 Loonsverhoging

  • 1. Het functie-uurloon van de medewerker wordt jaarlijks per 1 januari verhoogd met 1 periodiek of functiejaar, totdat het maximum van de schaal is bereikt.

    Als de medewerker op of na 1 oktober

    • in dienst komt of

    • 21 jaar wordt en daarmee het loon ontvangt dat hoort bij minimaal 0 functiejaren of

    • promotie maakt,

    slaat hij de eerste periodieke verhoging per 1 januari over.

    De gearceerde periodieken aan het einde van de loonschaal kunnen afhankelijk zijn van een beoordelingsgesprek. Het beoordelingsgesprek vindt plaats vóór 1 januari. De werkgever kan op basis van de beoordeling deze periodieken toekennen of onthouden. Als er geen beoordelingsgesprek is, kent de werkgever deze periodiek toe.

    Bij het beoordelingsgesprek gebruikt de werkgever het beoordelingsformulier en de richtlijnen uit de Bijlage E. Hij kan ook een ander gelijkwaardig systeem gebruiken.

  • 2. Aanpassing lonen ambachtelijke bakkerij

    Het functie-uurloon van de medewerker wordt verhoogd met de afgesproken collectieve loonsverhoging.

    De collectieve verhogingen van de loonschalen en de functie-uurlonen voor ambachtelijke bakkerijen zijn:

    (afhankelijk van de loonbetaling per maand of per 4 weken)

    0,5%

    De BHV-toeslag, bedrijfskledingtoeslag, de koel- en vriescellentoeslag en de ORBA-toeslag worden ook met deze percentages verhoogd.

  • 3. Aanpassing lonen industriële bakkerij

    Het functie-uurloon van de medewerker wordt verhoogd met de afgesproken collectieve loonsverhoging.

    De collectieve verhogingen van de loonschalen en de functie-uurlonen voor industriële bakkerijen zijn:

    (afhankelijk van de loonbetaling per maand of per 4 weken)

    0,5%

    De BHV-toeslag, bedrijfskledingtoeslag, de koel- en vriescellentoeslag en de ORBA-toeslag worden ook met deze percentages verhoogd.

Artikel 4 Participatiewet

De Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden zal op verzoek van de werkgever dispensatie van de loonbepalingen in de cao verlenen voor medewerkers die niet in staat zijn met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen en waarvoor het UWV of gemeentelijke sociale dienst een loonwaarde heeft vastgesteld. Doel is het voor de werkgever mogelijk te maken de participatie van deze medewerkers te bevorderen. Voorwaarde is dat de medewerker in totaal ten minste 100% van het wettelijk minimumloon ontvangt.

Artikel 5 Vervanging van functie / combinatiefunctie

Een combinatiefunctie is de samenvoeging van meerdere functies, die ook apart beschreven en ingedeeld kunnen worden.

De indeling van combinatiefuncties staat in het functiehandboek, bijlage B. De medewerker die tijdelijk een functie waarneemt die in een hogere functiegroep zit, houdt zijn eigen functiegroep en loonschaal. Na de eerste volle week ontvangt de medewerker het functie-uurloon dat bij die hogere functie hoort. Als de waarneming eindigt, eindigt de hogere beloning.

Artikel 6 Functiewijziging

  • 1. Bij functiewijziging geldt de loonschaal en het functie-uurloon die bij de nieuwe functie horen. Dit gaat in vanaf het moment van wijzigen van functie.

    Bij plaatsing in een functie in een lagere loonschaal kent de werkgever door inschaling een loon toe dat zo min mogelijk onder het oorspronkelijke functie-uurloon en de toeslagen van de medewerker ligt. Als het toekennen van periodieken niet voldoende is, wordt het verschil omgezet in een persoonlijke toeslag.

  • 2. Reorganisatie van bedrijven

    De medewerker die als gevolg van reorganisatie of fusie in een lager ingedeelde functie gaat werken, houdt zijn oorspronkelijke functie-uurloon en arbeidsvoorwaarden.

  • 3. Functiewijziging oudere medewerker

    De medewerker van 55 jaar tot de AOW-leeftijd, die – op verzoek van werkgever – in een lager ingedeelde functie gaat werken, houdt zijn oorspronkelijke functie-uurloon.

    De medewerker van 60 jaar of ouder kan vragen om op een wachtlijst te worden geplaatst voor functies in de dagdienst. Voorwaarde is dat hij de afgelopen 5 jaar regelmatig in de bedrijfstak in ploegendienst heeft gewerkt. Bij plaatsing in de functie in dagdienst houdt hij zijn oorspronkelijke loon.

Artikel 7 Persoonlijketoeslag

Werkgever kan de medewerker een aanvulling geven op het functieloon en de toeslagen. De aanvulling is in de vorm van een persoonlijke toeslag.

De persoonlijke toeslag wordt niet verhoogd met de collectieve loonsverhoging. De persoonlijke toeslag blijft onveranderd. Werkgever en de medewerker kunnen overeenkomen dat de persoonlijke toeslag verhoogd wordt met de collectieve loonsverhoging.

De persoonlijke toeslag die voortvloeit uit artikel 2.35.i of artikel 4.25.i van de cao Bakkerbedrijf 2012-2013 (Besluit d.d. 22 augustus 2012, Staatscourant 2012, nr. 15764). (ORBA-pt) wordt verhoogd met de collectieve loonsverhoging.

Artikel 8 Functiegroepen

Functiegroep algemeen

A.06

Medewerker facilitaire dienst

loonschaal 2

A.04

Telefonist(e)/receptionist(e)

loonschaal 3

A.01

Medewerker HRM

loonschaal 6

A.05

Secretaresse I

loonschaal 6

A.05

Secretaresse II

loonschaal 7

A.05

Secretaresse III

loonschaal 8

A.02

Personeelsfunctionaris

loonschaal 9

A.03

Manager HR

boven-CAO

Functiegroep financieel administratief

F.02

Administratief medewerker I

loonschaal 4

F.02

Administratief medewerker II

loonschaal 5

F.03

Medewerker crediteurenadministratie I

loonschaal 5

F.03

Medewerker crediteurenadministratie II

loonschaal 6

F.03

Medewerker crediteurenadministratie III

loonschaal 7

F.04

Medewerker debiteurenadministratie I

loonschaal 5

F.04

Medewerker debiteurenadministratie II

loonschaal 6

F.04

Medewerker debiteurenadministratie III

loonschaal 7

F.05

Medewerker financiële administratie I

loonschaal 6

F.05

Medewerker financiële administratie II

loonschaal 7

F.05

Medewerker financiële administratie III

loonschaal 8

F.07

Medewerker salarisadministratie

loonschaal 7

F.06

Administrateur I

loonschaal 8

F.06

Administrateur II

loonschaal 9

F.06

Administrateur III

loonschaal 10

F.01

Manager Financiën I

loonschaal 10

F.01

Manager Financiën II

loonschaal 11

F.01

Manager Financiën III

boven-CAO

Functiegroep ict

I.04

Helpdeskmedewerker

loonschaal 6

I.03

Systeembeheerder I

loonschaal 8

I.03

Systeembeheerder II

loonschaal 9

I.03

Systeembeheerder III

loonschaal 10

I.02

Applicatiebeheerder/analist

loonschaal 9

I.01

Manager ICT

boven-CAO

Functiegroep kwaliteit & productontwikkeling

K.03

Kwaliteitsanalist

loonschaal 7

K.02

Productontwikkelaar

loonschaal 10

K.04

KAM specialist

loonschaal 10

K.01

Hoofd kwaliteit en productontwikkeling

boven-CAO

Functiegroep logistiek

L.06

Verdeler I

loonschaal 2

L.06

Verdeler II

loonschaal 3

L.02

Magazijnmedewerker I

loonschaal 2

L.02

Magazijnmedewerker II

loonschaal 3

L.02

Magazijnmedewerker III

loonschaal 4

L.01

Chauffeur I

loonschaal 3

L.01

Chauffeur II

loonschaal 4

L.03

Chef magazijn I

loonschaal 4

L.03

Chef magazijn II

loonschaal 5

L.03

Chef magazijn III

loonschaal 6

L.05

Medewerker bedrijfsbureau I

loonschaal 6

L.05

Medewerker bedrijfsbureau II

loonschaal 7

L.05

Medewerker bedrijfsbureau III

loonschaal 8

L.04

Inkoper

loonschaal 10

Functiegroep productie

P.09

Algemeen medewerker productie/inpak

Loonschaal 1A1

P.02

Assistent ambachtelijke bakkerij I

loonschaal 1

P.02

Assistent ambachtelijke bakkerij II

loonschaal 2

P.07

Productiemedewerker I

loonschaal 1

P.07

Productiemedewerker II

loonschaal 2

P.05

Operator inpak I

loonschaal 2

P.05

Operator inpak II

loonschaal 3

P.05

Operator inpak III

loonschaal 4

P.01

Broodbakker I

loonschaal 3

P.01

Broodbakker II

loonschaal 4

P.01

Broodbakker III

loonschaal 5

P.03

Banketbakker I

loonschaal 3

P.03

Banketbakker II

loonschaal 4

P.03

Banketbakker III

loonschaal 5

P.06

Operator productie I

loonschaal 3

P.06

Operator productie II

loonschaal 4

P.06

Operator productie III

loonschaal 5

P.04

Teamleider productie/inpak I

loonschaal 6

P.04

Teamleider productie/inpak II

loonschaal 7

P.04

Teamleider productie/inpak III

loonschaal 8

P.08

Manager productie I

loonschaal 9

P.08

Manager productie II

loonschaal 10

P.08

Manager productie III

loonschaal 11

X Noot
1

Voor toepassing van loonschaal 1A vraagt werkgever vooraf toestemming (dispensatie) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden.

Het Aanvraagformulier dispensatieloonschaal 1A en de referentiefunctie Algemeen medewerker productie/inpak (P.09) staat in Bijlage F. U kunt uw dispensatieverzoek (aanvraagformulier) richten aan:

Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden

E-mail: info@adviescommissiearbeidsvoorwaarden.nl

Functiegroep technische dienst

T.02

Medewerker TD I

loonschaal 6

T.02

Medewerker TD II

loonschaal 7

T.02

Medewerker TD III

loonschaal 8

T.01

Hoofd TD I

loonschaal 8

T.01

Hoofd TD II

loonschaal 9

T.01

Hoofd TD III

loonschaal 10

Functiegroep commercie

C.01

Verkoopmedewerker I

loonschaal 2

C.01

Verkoopmedewerker II

loonschaal 3

C.01

Verkoopmedewerker III

loonschaal 4

C.08

Bezorger

loonschaal 3

C.07

Medewerker verkoop binnendienst

loonschaal 4

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider I

loonschaal 5

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider II

loonschaal 6

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider III

loonschaal 7

C.04

Winkel accountmanager

loonschaal 8

C.03

Regiomanager

loonschaal 10

C.05

Key accountmanager

loonschaal 10

C.06

Formule specialist

loonschaal 10

Artikel 9 Loonschalen/functieloon

Er zijn verschillende loontabellen voor medewerkers in de ambachtelijke bakkerijen en medewerkers in de industriële bakkerijen.

Binnen deze twee groepen zijn er verschillende functie-uurloontabellen voor de groepen:

  • Algemeen, financieel administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst en

  • commercie.

Voor de toeslagen gelden ook verschillende regelingen. Boven iedere functie-uurloontabel of toeslagregeling staat voor welke groepen medewerkers deze geldt.

De werkgever geeft aan welke van de onderstaande type bakkerij/type oven van toepassing is:

  • ambachtelijke bakkerij met charge-ovens;

  • ambachtelijke bakkerij met (een) continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van maximaal 400 KW;

  • industriële bakkerij met (een) continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van meer dan 400 KW.

1 Loonschalen

De functie-uurloontabel die geldt voor de functiegroepen:

Algemeen, financieel, administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst

Loonschalen Industriële bakkerij – inclusief 0,5%

leeftijd

schaal

                   
 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

16

4,63

5,07

                 

17

5,29

5,84

5,94

6,07

6,21

           

18

6,10

6,70

6,81

6,95

7,15

           

19

7,04

7,77

7,90

8,03

8,26

           

20

8,24

9,10

9,24

9,43

9,63

           

Functiejaren

                     

0

10,95

12,58

12,81

13,01

13,31

13,58

13,79

14,14

14,53

15,02

15,64

1

11,71

12,84

13,09

13,33

13,65

14,01

14,27

14,67

15,17

15,76

16,48

2

12,06

13,09

13,37

13,64

14,01

14,44

14,75

15,24

15,79

16,53

17,35

3

12,42

13,34

13,65

13,97

14,38

14,89

15,25

15,78

16,41

17,30

18,19

4

12,78

13,58

13,95

14,29

14,72

15,28

15,74

16,33

17,07

18,02

19,02

5

13,13

13,85

14,23

14,60

15,09

15,70

16,23

16,89

17,69

18,79

19,89

6

13,46

14,08

14,51

14,95

15,45

16,14

16,72

17,44

18,32

19,55

20,72

7

13,84

14,36

14,83

15,25

15,78

16,56

17,23

17,98

18,95

20,31

21,59

8

14,18

14,58

15,10

15,57

16,15

16,97

17,72

18,54

19,58

21,06

22,41

9

14,53

14,88

15,39

15,87

16,51

17,41

18,21

19,08

20,20

21,80

23,27

10

     

16,21

16,86

17,83

18,69

19,63

20,84

22,56

24,12

11

       

17,22

18,25

19,21

20,17

21,49

23,33

24,97

12

           

19,68

20,73

22,11

24,09

25,81

13

             

21,27

22,73

24,82

26,64

14

               

23,36

25,58

27,50

15

                   

28,36

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing. Het wettelijk minimumloon is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon/bedragen-minimumloon

De functie-uurloontabel die geldt voor de functiegroep: Commercie

Loonschalen Industriële bakkerij – inclusief 0,5%

leeftijd

schaal

                 
 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

16

3,91

4,16

               

17

4,46

4,76

5,00

5,45

6,09

         

18

5,15

5,46

5,78

6,27

6,99

         

19

6,14*

6,30

6,65

7,25

8,07

         

20

8,19*

8,19*

8,19*

8,49

9,48

         

Functiejaren

                   

0

 

10,241

10,77

11,74

13,09

13,36

13,65

13,87

14,20

14,67

1

 

10,48

11,10

12,00

13,37

13,62

14,01

14,32

14,73

15,29

2

 

10,76

11,40

12,26

13,63

13,91

14,37

14,75

15,27

15,90

3

 

11,03

11,74

12,53

13,92

14,18

14,69

15,22

15,80

16,52

4

 

11,31

12,07

12,81

14,19

14,46

15,06

15,66

16,33

17,15

5

 

11,58

12,38

13,07

14,47

14,73

15,41

16,12

16,87

17,74

6

 

11,87

12,73

13,34

14,74

15,03

15,75

16,57

17,41

18,35

7

         

15,29

16,10

17,03

17,93

18,96

8

           

16,42

17,47

18,46

19,58

9

             

17,92

18,98

20,17

10

               

19,53

20,81

11

                 

21,42

X Noot
1

Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2021.

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing. Het wettelijk minimumloon is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon/bedragen-minimumloon

De functie-uurloontabel die geldt voor de functiegroepen:

Algemeen, financieel, administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst

Loonschalen Ambachtelijke bakkerij – inclusief 0,5%

leeftijd

schaal

                   
 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

16

4,55

5,01

                 

17

5,21

5,76

5,87

5,99

6,13

           

18

6,02

6,62

6,73

6,87

7,06

           

19

6,94

7,68

7,80

7,93

8,16

           

20

8,191

8,98

9,14

9,31

9,51

           

Functiejaren

                     

0

10,241

10,60

10,78

10,95

11,21

           

1

10,82

12,43

12,64

12,85

13,14

13,42

13,60

13,98

14,35

14,84

15,44

2

11,56

12,67

12,92

13,18

13,48

13,83

14,11

14,49

14,98

15,57

16,27

3

11,92

12,92

13,22

13,47

13,83

14,26

14,58

15,05

15,60

16,32

17,13

4

12,27

13,19

13,48

13,79

14,20

14,69

15,06

15,59

16,22

17,07

17,96

5

12,61

13,42

13,77

14,13

14,54

15,10

15,54

16,14

16,87

17,81

18,79

6

12,95

13,67

14,06

14,42

14,90

15,51

16,04

16,67

17,48

18,55

19,64

7

13,31

13,92

14,33

14,77

15,25

15,94

16,52

17,22

18,10

19,32

20,47

8

13,66

14,18

14,64

15,06

15,59

16,35

17,02

17,75

18,71

20,05

21,32

9

14,02

14,40

14,91

15,38

15,95

16,77

17,51

18,32

19,35

20,79

22,13

10

14,35

14,68

15,20

15,68

16,30

17,19

17,98

18,85

19,96

21,55

22,98

11

     

16,02

16,64

17,61

18,46

19,40

20,58

22,29

23,81

12

       

17,01

18,02

18,97

19,94

21,22

23,03

24,66

13

           

19,44

20,48

21,84

23,78

25,49

14

             

21,02

22,46

24,51

26,32

15

               

23,06

25,29

27,17

16

                   

28,01

X Noot
1

Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2021.

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing. Het wettelijk minimumloon is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon/bedragen-minimumloon

De functie-uurloontabel die geldt voor de functiegroep: Commercie

Loonschalen Ambachtelijke bakkerij – inclusief 0,5%

leeftijd

schaal

                 
 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

16

3,87

4,11

               

17

4,41

4,71

4,95

5,39

6,01

         

18

5,121

5,40

5,70

6,19

6,90

         

19

6,141

6,23

6,56

7,18

7,97

         

20

8,191

8,191

8,191

8,39

9,35

         

Functiejaren

                   

0

 

10,241

10,241

10,241

11,01

         

1

 

10,241

10,63

11,59

12,92

13,21

13,48

13,69

14,04

14,49

2

 

10,36

10,95

11,86

13,22

13,45

13,83

14,15

14,55

15,11

3

 

10,62

11,26

12,11

13,46

13,74

14,19

14,58

15,09

15,71

4

 

10,90

11,59

12,38

13,75

14,02

14,51

15,03

15,61

16,31

5

 

11,17

11,93

12,64

14,03

14,28

14,88

15,47

16,14

16,94

6

 

11,45

12,24

12,90

14,29

14,55

15,22

15,91

16,65

17,53

7

 

11,71

12,56

13,19

14,56

14,85

15,56

16,36

17,19

18,14

8

         

15,11

15,89

16,82

17,70

18,72

9

           

16,23

17,26

18,25

19,35

10

             

17,69

18,74

19,94

11

               

19,30

20,55

12

                 

21,17

X Noot
1

Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2021.

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing. Het wettelijk minimumloon is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon/bedragen-minimumloon

Artikel 10 Bedrijfskledingvergoeding

Personeel logistiek, productie, technische dienst

Als de werkgever aan de medewerker in de logistiek, productie en technische dienst geen bedrijfskleding verstrekt, dan ontvangt deze medewerker een netto vergoeding. De vergoeding is afhankelijk van het aantal uren dat hij werkzaam is. De vergoeding is:

bedrijfskledingvergoeding

per week

per 4 weken

per maand

Industriële bakkerijen:

€ 6,23

€ 24,92

€ 27,00

Ambachtelijke bakkerijen:

€ 6,15

€ 24,60

€ 26,65

Werkweek

% bedrijfskledingvergoeding

Tot 10 uur

geen

10 tot 20 uur

50% vd vergoeding

20 uur of meer

100% vd vergoeding

Artikel 11 Toeslag arbeid in koel- en vriescellen

Personeel logistiek, productie, technische dienst

De medewerker ontvangt een toeslag voor het werken in koel- en vriescellen waarin de temperatuur maximaal 7 graden Celsius is. De toeslag is afhankelijk van het aantal uren dat hij dat doet.

Koel- en vriescellentoeslag in Industriële bakkerijen

Periode →

Werkweek ↓

Toeslag

per week

Toeslag

per 4 weken

Toeslag

per maand

tot 10 uren

geen toeslag

geen toeslag

geen toeslag

10 tot 20 uren

€ 7,17

€ 28,66

€ 31,05

20 uur of meer

€ 14,47

€ 57,89

€ 62,71

Koel- en vriescellentoeslag in Ambachtelijke bakkerijen

Periode →

Werkweek ↓

Toeslag

per week

Toeslag

per 4 weken

Toeslag

per maand

tot 10 uren

geen toeslag

geen toeslag

geen toeslag

10 tot 20 uren

€ 7,08

€ 28,32

€ 30,68

20 uur of meer

€ 14,29

€ 57,16

€ 61,92

Artikel 12 Toeslag voor het werken op bepaalde uren

Personeel logistiek, productie, technische dienst

De medewerker ontvangt een toeslag voor het werken op bepaalde uren. Dit zijn de uren op:

maandag t/m vrijdag

van 00.00 tot 6.00 uur en van 18.00 tot 24.00 uur

zaterdag

van 00.00 tot 6.00 uur en van 12.00 tot 24.00 uur

zon- en feestdagen

 

In de tabellen hieronder staat welke toeslag hoort bij welk tijdstip. De toeslag is een percentage van het functie-uurloon.

De werkgever kan de toeslag voor de uren op zondag vervangen door het geven van een aan de toeslag gelijke hoeveelheid vrije uren. Hij kan dit ook voor een deel van de toeslag doen.

Als er voor een gewerkt uur meerdere toeslagen gelden, dan ontvangt de medewerker de toeslag met het hoogste percentage. De enige uitzondering hierop is de toeslag voor avonduren voorafgaand aan feestdagen. Bakkersbedrijven, waarin slechts een of meerdere handelingen worden verricht die een deel van het productieproces van brood uitmaken, vallen onder de industriële bakkerijen. Industriële bakkerijen hanteren van maandag tot en met zaterdag tussen 00.00 uur en 04.00 uur een toeslag van 37%.

Artikel 13 Zondagstoeslag Ambachtelijke bakkerijen

Personeel logistiek, productie, technische dienst

De medewerker die werkt bij een ambachtelijke bakkerij, ontvangt een toeslag die afwijkt van de tabel.

De medewerker ontvangt als hij werkt op zondag voor:

  • de eerste 4 gewerkte uren een toeslag van 50% van zijn functie-uurloon en

  • voor de overige uren op zondag een toeslag van 100% van zijn functie-uurloon.

Als de medewerker vóór 1 april 2014 op zondagen werkte, is hij niet verplicht op zondag te werken als op die uren een lagere toeslag dan 100% wordt toegepast.

Als de medewerker na 1 april 2014 op zondag blijft werken, dan ontvangt hij de eerste 4 uren op zondag een toeslag van 50% van zijn functie-uurloon. De werkgever kan met deze medewerker een hogere toeslag afspreken.

Als de medewerker

  • vóór 1 april 2014 op zondagen werkte

  • na 1 april 2014 onafgebroken op zondag is blijven werken

  • én daarvoor een 100% toeslag heeft ontvangen

dan geldt dit als een afspraak een hogere toeslag te betalen.

Artikel 14 Speciale toeslag voor avonduren voorafgaand aan feestdagen

Personeel logistiek, productie, technische dienst

De medewerker ontvangt als hij werkt

  • op de dag voor de volgende feestdagen: eerste kerstdag, tweede kerstdag, nieuwjaarsdag en eerste paasdag en

  • na 18.00 uur

een extra toeslag van 50% van zijn functie-uurloon. Deze toeslag komt bovenop de toeslag voor het werken op bepaalde uren.

Artikel 15 Toeslagtabel voor het werken op bepaalde uren voor ambachtelijke bakkerijen met charge-ovens

Personeel logistiek, productie, technische dienst
 

feestdagen

zondag – art. 13*

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

24-1 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

1-2 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

2-3 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

3-4 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

4-5 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

5-6 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

6-7 uur

100%

50%*

           

7-8 uur

100%

50%*

           

8-9 uur

100%

50%*

           

9-10 uur

100%

50%*

           

10-11 uur

100%

50%*

           

11-12 uur

100%

50%*

           

12-13 uur

100%

50%*

         

34%

13-14 uur

100%

50%*

         

34%

14-15 uur

100%

50%*

         

34%

15-16 uur

100%

50%*

         

34%

16-17 uur

100%

50%*

         

34%

17-18 uur

100%

50%*

         

34%

18-19 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

19-20 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

20-21 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

21-22 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

22-23 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

23-24 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

Koningsdag: 50%

5 mei lustrumviering: 50%

Toeslagtabel voor het werken op bepaalde uren voor ambachtelijke bakkerijen met continue-ovens (max. 400 KW)

Personeel logistiek, productie, technische dienst
 

feestdagen

zondag* art. 13

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

24-1 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

1-2 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

2-3 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

3-4 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

4-5 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

5-6 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

6-7 uur

100%

50%*

         

34%

7-8 uur

100%

50%*

         

34%

8-9 uur

100%

50%*

         

34%

9-10 uur

100%

50%*

         

34%

10-11 uur

100%

50%*

         

34%

11-12 uur

100%

50%*

         

34%

12-13 uur

100%

50%*

         

34%

13-14 uur

100%

50%*

         

34%

14-15 uur

100%

50%*

         

34%

15-16 uur

100%

50%*

         

34%

16-17 uur

100%

50%*

         

34%

17-18 uur

100%

50%*

         

34%

18-19 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

19-20 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

20-21 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

21-22 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

22-23 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

23-24 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

Koningsdag: 50%

5 mei lustrumviering: 50%

Toeslagtabel voor het werken op bepaalde uren industriële bakkerijen

Personeel logistiek, productie en technische dienst
 

zondag +

feestdagen

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

24-1 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

1-2 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

2-3 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

3-4 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

4-5 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

34%

5-6 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

34%

6-7 uur

100%

         

34%

7-8 uur

100%

         

34%

8-9 uur

100%

         

34%

9-10 uur

100%

         

34%

10-11 uur

100%

         

34%

11-12 uur

100%

         

34%

12-13 uur

100%

         

34%

13-14 uur

100%

         

34%

14-15 uur

100%

         

34%

15-16 uur

100%

         

34%

16-17 uur

100%

         

34%

17-18 uur

100%

         

34%

18-19 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

19-20 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

20-21 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

21-22 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

22-23 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

23-24 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

Koningsdag: 50%

5 mei lustrumviering: 50%

Artikel 16 Toeslag voor het werken op bepaalde uren

De medewerker ontvangt een toeslag voor het werken op bepaalde uren. Dit zijn de uren op:

  • maandag t/m zaterdag na 19.00 uur

  • zon- en feestdagen.

In de tabellen hieronder staat welke toeslag hoort bij welk tijdstip en welke functiegroepen. De toeslag is een percentage van het functie-uurloon.

 

Ambachtelijk en industriële bakkerijen

Industriële bakkerijen

Ambachtelijk bakkerijen

 
 

Verkoop-medewerker en bedrijfs-filiaalleider

Personeel logistiek, productie, technische dienst

Personeel logistiek, productie, technische dienst

 

uren

toeslag in percentage van functie-uurloon

   

voorwaarde

Maandag t/m zaterdag

na 19.00 uur

35%

de medewerker heeft een arbeidsduur van 10 uur of meer per week

Zondag*

50%

100%

eerste 4 uur 50% en daarna 100%

 

Feestdagen:

Nieuwjaarsdag

1e en 2e paasdag

Hemelvaartsdag

1e en 2e pinksterdag en

1e en 2e kerstdag

100%

100%

100%

 

Koningsdag** en 5 mei in lustrumjaren

50%

50%

50%

 
  • * Zondag

    Als de medewerker vóór 1 april 2014 op zondagen werkzaam was, is hij niet verplicht op zondag te werken als op die uren een lagere toeslag dan 100% wordt toegepast.

    Als de medewerker

    • vóór 1 april 2014 op zondagen werkte

    • na 1 april 2014 onafgebroken op zondag is blijven werken

    • én daarvoor een 100% toeslag heeft ontvangen

    dan geldt dit als een afspraak een hogere toeslag te betalen.

  • ** Koningsdag

    Als de verkoopmedewerker en bedrijfsfiliaalleider vóór 1 januari 2018 op koningsdagen werkte, is hij niet verplicht op Koningsdag te werken als op die uren een lagere toeslag dan 50% wordt toegepast.

    Als de verkoopmedewerker en bedrijfsfiliaalleider na 1 januari 2018 op Koningsdag blijft werken, dan ontvangt hij geen toeslag. De werkgever kan met deze medewerker een toeslag afspreken.

    Als de medewerker:

    • vóór 1 januari 2018 op koningsdagen werkte

    • na 1 januari 2018 onafgebroken op Koningsdag is blijven werken

    • én daarvoor een 50% toeslag heeft ontvangen

    dan geldt dit als een afspraak een hogere toeslag te betalen.

    Als er voor een gewerkt uur meerdere toeslagen gelden, dan ontvangt de medewerker de toeslag met het hoogste percentage.

    De werkgever kan de toeslag voor de uren op zondag vervangen door het geven van een aan de toeslag gelijke hoeveelheid vrije uren. Hij kan dit ook voor een deel van de toeslag doen.

Artikel 17 Toeslag bezorger

De medewerker met de functie ‘Bezorger’ ontvangt voor uren die hij op zaterdag werkt een toeslag van 15% van zijn functie-uurloon.

Artikel 18 Beloning consignatiediensten

Personeel logistiek, productie, technische dienst

Consignatiedienst is als de medewerker in opdracht van de werkgever buiten zijn normale arbeidsrooster ieder moment bereikbaar moet zijn voor onmiddellijk vertrek naar het bedrijf.

Bij consignatiedienst ontvangt de medewerker een consignatievergoeding van 15% van het functie-uurloon per uur.

De medewerker ontvangt voor de gewerkte tijd zijn functieloon met toeslagen. Als de medewerker tijdens consignatiedienst minder dan één uur arbeid verricht zal minimaal één uur worden uitbetaald.

Artikel 19 Overwerk

Personeel logistiek, productie, technische dienst, verkoopmedewerker en bedrijfs-/filiaalleider

Overwerk is als de medewerker in een periode van 4 weken in opdracht van de werkgever meer dan 152 uren werkt.

Werkt de medewerker in een rooster met wisselende diensten en een gemiddelde arbeidstijd van 38 uur of minder per week, dan is voor hem overwerk als de medewerker:

  • in opdracht van de werkgever meer uren werkt dan volgens zijn rooster en

  • de medewerker meer dan gemiddeld 38 uur per week werkt.

Werkt de medewerker in een rooster met wisselende diensten van meer dan 38 uur per week gemiddeld, dan is voor hem overwerk als de medewerker:

  • in een periode van 4 weken in opdracht van de werkgever

  • meer dan 152 uren werkt.

Uren waarop de medewerker niet werkt, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de medewerker ziek was, worden als gewerkte uren meegeteld.

De medewerker ontvangt voor overwerk:

Uren overwerk per 4 weken

% van functie-uurloon

Eerste 8 uur

125%

Uren boven de 8 uur

150%

De werkgever kan (een deel van) deze vergoeding (functie-uurloon + toeslag) uitkeren in de vorm van vrije tijd. Dit gebeurt na overleg met de medewerker. De werkgever verleent deze vrije tijd uiterlijk in de 4 weken volgend op de periode van 4 weken waarin de overuren ontstaan zijn.

Artikel 20 Loon bij wijziging arbeidstijdpatroon

  • 1. Loon bij eenmalige wijziging rooster

    In geval van wijziging van het rooster op initiatief van de werkgever nadat het bekend was gemaakt, ontvangt de medewerker minimaal het loon dat hij zou ontvangen op basis van het eerder bekend gemaakte rooster.

  • 2. Loon bij wijziging rooster door reorganisatie

    Als de werkgever door een reorganisatie de medewerker in een ander rooster plaatst, ontvangt de medewerker een toeslag.

    Voorwaarden zijn:

    • de medewerker werkte ten minste 3 jaar in het rooster en

    • de medewerker verliest recht op een toeslag voor het werken op bepaalde uren.

    De toeslag is 50% van het verlies. De medewerker ontvangt deze toeslag 6 maanden lang.

Artikel 21 BHV-toeslag

De medewerker die door de werkgever als bedrijfshulpverlener (BHV-er) is aangesteld ontvangt een BHV-toeslag:

Industriële bakkerijen

per week

per 4 weken

per maand

 

€ 4,45

€ 17,81

€ 19,30

Ambachtelijke bakkerijen

per week

per 4 weken

per maand

 

€ 4,40

€ 17,60

€ 19,07

Artikel 22 Jubileumgratificatie

De medewerker ontvangt bij een jubileum een uitkering van:

Lengte dienstverband in jaren

Uitkering

25

100% van het maandloon

40

100% van het maandloon

De werkgever keert de gratificatie bij 25 jaar en 40 jaar dienstverband netto uit als dit door de Belastingdienst is toegestaan.

Bij een loonbetalingstijdvak van een week of van 4-weken wordt het bruto loon omgerekend naar een bruto (maand)loon.

Artikel 23 Vakantietoeslag

De medewerker ontvangt vakantietoeslag van 8% over het loon dat hij in een periode van een jaar bij werkgever heeft verdiend, exclusief vakantietoeslag.

De werkgever kan als periode nemen:

  • het aan de uitbetaling voorafgaande kalenderjaar of

  • de periode van een jaar direct voor de uitbetaling.

Artikel 24 Studievergoeding

De medewerker die aan de vakopleiding Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) deelneemt ontvangt een studievergoeding.

De studievergoeding is: 12,5% over het verdiende functieloon in de weken waarin hij de lessen heeft gevolgd of niet-verwijtbaar heeft verzuimd.

Voorwaarde is dat de medewerker jonger dan 21 jaar is.

De medewerker ontvangt de studievergoeding en uitbetaling telkens gelijktijdig met de eerste loonbetaling na afloop van een studiejaar.

Wanneer de medewerker:

  • stopt met de vakopleiding of

  • 21 jaar wordt of

  • de arbeidsovereenkomst eindigt

ontvangt hij de studievergoeding op dat moment.

Artikel 25 Opleiding / leerlingbepalingen

  • 1. De medewerker kan deelnemen aan de vakopleiding volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs.

    De medewerker wordt ingedeeld in de loonschaal die past bij:

    • de functie waarvoor hij wordt opgeleid,

    • de te verrichten werkzaamheden en

    • de beschikbare kennis en ervaring.

    Dit betekent dat de gekozen referentiefunctie en de daarbij behorende loonschaal moet aansluiten bij wat de werkgever redelijkerwijs van de medewerker kan verwachten. Gebruikelijk is als de medewerker bijvoorbeeld een vierjarige opleiding volgt, hij per jaar doorstroomt van bijvoorbeeld schaal 1 naar de schaal van de functie waarvoor hij wordt opgeleid.

    Als de medewerker de vakopleiding volgt, heeft hij een overeengekomen arbeidsduur van maximaal 32 en minimaal 15 uur per week.

    Als de medewerker aan de vakopleiding deelneemt, geldt er een afwijking van artikel 7:668a lid 1 BW. De laatste arbeidsovereenkomst is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als:

    • de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden hebben opgevolgd en een totale periode van 72 maanden (deze tussenpozen inbegrepen) hebben overschreden of

    • meer dan 6 voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden.

    Als verwacht mag worden dat de medewerker de vakopleiding binnen een jaar kan afronden, mag de duur van de arbeidsovereenkomst maximaal één jaar zijn.

  • 2. De Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf kent een regeling voor een bijdrage in de kosten van de opleidingen, bijscholingscursussen en van het geven van beroepspraktijkvorming. Deze regeling staat in Bijlage D van deze cao.

  • 3. De werkgever heeft een scholingsplan op ondernemingsniveau. Het uitgangspunt is dat de medewerkers erkende diploma’s behalen. De werkgever kan hierbij gebruik maken van een voorbeeld dat te vinden is op www.sociaalfondsbakkersbedrijf.nl.

  • 4. Persoonlijk opleidingsvoucher

    Het bestuur van de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf heeft een tijdelijke regeling in het leven geroepen waarin medewerkers van bakkersbedrijven, uitzendbureaus en payrolbedrijven, die de bijdrage bedoeld in artikel 56 CAO Bakkersbedrijf afdragen, een persoonlijk opleidingsvoucher van € 200,– per jaar (deeltijd medewerker naar rato) kunnen inzetten voor arbeidsmarktrelevante opleidingen en trainingen. Stapelen van meerdere subsidies van het Sociaal Fonds Bakkersbedrijf per opleiding/training is niet mogelijk. Deze regeling heeft een looptijd tot en met 31 mei 2021. Aanvraagformulier met administratieve uitvoeringsvoorwaarden kunnen worden gedownload van de website van het Sociaal Fonds Bakkersbedrijf. .

HOOFDSTUK 2 ARBEIDSOVEREENKOMST

Artikel 26 De werkgever en de medewerker zijn verplicht om een arbeidsovereenkomst schriftelijk aan te gaan.

De medewerker ontvangt schriftelijk bij indiensttreding en bij functiewijziging de

  • de loonschaal waarin hij is ingedeeld en

  • het functie-uurloon en

  • het aantal functiejaren of periodieken.

Daarna ontvangt hij jaarlijks schriftelijk de indeling. Dit gebeurt bij voorkeur bij de jaaropgave.

Artikel 27 Aanpassing arbeidsduur

Als de medewerker een verzoek tot vermeerdering van de arbeidsduur indient, hoeft de werkgever dit niet in behandeling te nemen. De werkgever kan het verzoek ook afwijzen.

Artikel 29 Veiligheidsschoenen en bedrijfskleding

Als de medewerker in koel- of vriescellen werkt, ontvangt hij daarvoor goed beschermende kleding in bruikleen.

Als de medewerker in de verkoop werkt, krijgt hij jaarlijks 2 schorten of 2 jasschorten in bruikleen.

Als de medewerker in de bezorging werkt, krijgt hij bedrijfskleding en kleding ter bescherming bij barre weersomstandigheden in bruikleen.

Als de arbeidsomstandigheden daar aanleiding toe geven, ontvangt hij ook veiligheidsschoenen in bruikleen.

Het ter beschikking stellen, onderhouden/wassen van veiligheidsschoenen en bedrijfskleding kan worden geregeld in een bedrijfsreglement.

De medewerker is verplicht de uitgereikte veiligheidsschoenen en bedrijfskleding tijdens het werk te dragen. De medewerker mag ze niet buiten het werk dragen. De medewerker is verplicht tijdens het werk doelmatig en behoorlijk gekleed te gaan.

Artikel 30 Woon-werkverkeer

Per bedrijf worden afspraken gemaakt over de vergoeding van kosten van medewerkers voor het woon-werkverkeer.

Artikel 32 Einde dienstverband

  • 1. In het burgerlijk wetboek boek 7 titel 10 staan bepalingen die het einde van de arbeidsovereenkomst regelen. De arbeidsovereenkomst kan niet in december eindigen tenzij dit schriftelijk is overeengekomen.

  • 2. AOW

    De arbeidsovereenkomst eindigt in ieder geval op de dag voorafgaand aan de dag waarop de medewerker de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. De arbeidsovereenkomst eindigt dan van rechtswege zonder dat opzegging nodig is.

  • 3. Opzegging

    Bij opzegging van de arbeidsovereenkomst geldt de wettelijke opzegtermijn. In de arbeidsovereenkomst kunnen werkgever en medewerker een andere opzegtermijn afspreken. Het einde van de opzegtermijn valt samen met de laatste dag van de loonbetalingstermijn (4 weken of maand).

    Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan alleen tussentijds worden opgezegd als dit in de arbeidsovereenkomst staat.

Artikel 36 Tijd-voor-tijd-regeling

Na voorafgaande toestemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging mag de werkgever (t/m 31 mei 2021) op bedrijfs- of locatieniveau een tijd-voor-tijd-regeling invoeren. De randvoorwaarden zijn:

  • de werkgever stuurt een kopie van overeengekomen tijd-voor-tijd-regeling naar de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden.

  • de uitvoering mag niet in strijd zijn met de Arbeidstijdenwet/Arbeidstijdenbesluit of artikel 19 cao.

  • Mededelingen arbeids- en rusttijdenpatroon is van toepassing.

  • Toeslagen in artikel 15, 16 en 19 (15%/34%/37%/50%/100%) zijn van toepassing en worden, indien deze bepaalde uren zijn gewerkt, in elk loonbetalingstijdvak uitbetaald.

  • Overuren(toeslag) in artikel 19 (25%/50%) is van toepassing.

  • Uren (100%) die méér worden gewerkt dan gemiddeld 38 uur per week, gerekend over een periode van 4 weken respectievelijk de met de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad overeengekomen roostercyclus, komen in de tijd-voor-tijd-regeling. Uitbetaling gebeurt in overleg.

  • Overurentoeslag (25%/50%) wordt in de eerstvolgende loonbetalingstijdvak uitbetaald.

  • Per bedrijf/locatie worden de afrekenmomenten bepaald met een minimum van 2 keer per jaar.

Op het afrekenmoment wordt:

  • een negatief saldo aan uren kwijtgescholden;

  • een positief saldo aan uren uitbetaald.

  • Onbetaald verlof, zoals mantelzorg, valt niet onder de tijd-voor-tijd-regeling.

  • Uren waarop de medewerker niet werkt, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de medewerker ziek was, worden als gewerkte uren meegeteld.

  • Loonbetaling vindt elk loonbetalingstijdvak plaats conform de overeengekomen contracturen. Voor medewerkers die een contract hebben van minder dan gemiddeld 38 uur per week (gerekend over een periode van 4 weken of de met de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad overeengekomen roostercyclus) worden alle gewerkte uren tot gemiddeld 38 uur per week (gerekend over een periode van 4 weken/roostercyclus) in het betreffende loonbetalingstijdvak uitbetaald. Dit gebeurt niet als de medewerker aangeeft dat hij deze uren in de tijd-voor-tijd-regeling wil opnemen.

  • De werkgever zal niet meer uren door uitzendkrachten laten werken dan gemiddeld 25% van het aantal uren per loonbetalingstijdvak, dat door medewerkers die een arbeidsovereenkomst hebben, wordt gewerkt.

Schema Tijd-voor-tijd-regeling

Invoering

De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft vooraf

instemming verleend aan de invoering van een tijd-voor-tijd-regeling op

bedrijfs- c.q. locatieniveau.

Voorwaarden

– De uitvoering van de tijd-voor-tijd-regeling is niet in strijd met de Arbeidstijdenwet/Arbeidstijdenbesluit.

– Mededelingen arbeids- en rusttijdenpatroon is van toepassing.

– Uren waarop de medewerker niet werkt, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de werknemer ziek was, worden als gewerkte uren meegeteld.

– Onbetaald verlof, zoals mantelzorg, valt niet onder de tijd-voor-tijd-regeling.

Opbouw

– Uren (100%) die méér worden gewerkt dan gemiddeld 38 uur per week, gerekend over een periode van 4 weken respectievelijk de met de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad overeengekomen roostercyclus

– Parttime werknemers kunnen ervoor kiezen om alle uren die meer worden gewerkt dan hun contracturen in de tijd-voor-tijd-regeling op te nemen.

Plusuren

Uren (100%) die méér worden gewerkt dan de contracturen.

Minuren

Uren (100%) die minder worden gewerkt dan de contracturen.

Uitbetalen

– Overwerktoeslag (25%/50%)

– Toeslagen voor bepaalde uren (15%/34%/37%/50%/100%)

– BHV-/Bedrijfskleding-/Koel en vriesceltoeslag

– Persoonlijke toeslag

– Functieloon conform contracturen (arbeidsovereenkomst)

– Functieloon van parttimers tot gemiddeld 38 uur per week, tenzij de parttime werknemer de uren die meer worden gewerkt dan de contacturen wil opnemen in de tijd-voor-tijd-regeling.

– Positief saldo aan uren op afrekenmoment.

Opnemen

– In overleg.

– Eventueel binnen een afgesproken mandaat.

– Er wordt gestuurd op een zo klein mogelijk positief/negatief saldo (max. 35 uur) respectievelijk roosterafwijking voor wat betreft de onregelmatige uren (34%/37%/100%).

Afrekenmoment

– Minimaal 2 keer per jaar.

– Negatief saldo wordt kwijtgescholden.

– Positief saldo wordt uitbetaald

HOOFDSTUK 4 VAKANTIE EN VERLOF

Artikel 37 Opbouw vakantie-uren

De medewerker heeft per kalenderjaar recht op doorbetaalde vakantie:

  • 4 x het gemiddeld aantal uren per week waarvoor recht op loon bestaat aan wettelijke vakantie en

  • 1 x het gemiddeld aantal uren per week waarvoor recht op loon bestaat aan bovenwettelijke vakantie.

“Doorbetaalde vakantie” betekent: met betaling van loon.

Als de medewerker een jaar onafgebroken in ploegendienst werkzaam is geweest, heeft hij recht op extra vakantie-uren. Dit zijn 2/5 x de overeengekomen arbeidsduur per week extra vakantie-uren op jaarbasis.

Artikel 38 Opnemen vakantie-uren

De medewerker vraagt de tijdstippen van de vakantie schriftelijk bij de werkgever aan. De werkgever stelt de aangevraagde vakantie vast, tenzij er gewichtige redenen zijn om het af te wijzen. De werkgever meldt deze redenen schriftelijk binnen 2 weken na de aanvraag. Als hij dat niet doet, is de vakantie volgens de wensen van medewerker vastgesteld. Als de medewerker langer dan drie weken aaneengesloten afwezig wil zijn, vraagt hij dit minimaal drie maanden van tevoren bij de werkgever aan.

Als de vakantie is vastgesteld kan de werkgever dit daarna alleen nog wijzigen als er onvoorziene omstandigheden zijn, die deze wijziging noodzakelijk maken met het oog op de bedrijfsvoering.

De werkgever kan bepalen dat de vakantie met de bedrijfssluiting samenvalt. Dit gebeurt na overleg met de medewerkers. Er wordt hierbij rekening gehouden met de schoolvakanties.

Een feestdag is geen vakantiedag.

De werkgever houdt bij hoeveel vakantie-uren de medewerker opneemt. Twee keer per jaar geeft de werkgever aan de medewerker een overzicht van de opgenomen vakantie-uren. De medewerker ondertekent dit overzicht.

Artikel 39 Feestdagen

  • 1. Feestdagen zijn: nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, eerste en tweede kerstdag, Koningsdag en in lustrumjaren op 5 mei.

    Als de medewerker volgens rooster moet werken op:

    • een feestdag,

    • de avond (vanaf 18.00 uur) voorafgaande aan feestdagen,

    dan geldt als uitgangspunt dat hij op (dat gedeelte van) die dag vrij is met behoud van loon. Moet hij toch werken, dan heeft hij recht op vervangende vrije tijd.

    Als hij volgens rooster op deze dagen niet hoeft te werken, heeft hij geen recht op vervangend vrijaf of andere compensatie.

  • 2. Bij het bepalen van overwerk tellen de uren mee waarvoor de medewerker aanspraak heeft op vrijaf met behoud van loon.

  • 3. Speciale regeling voor het werken op uren voorafgaand aan feestdagen

    Als de medewerker op een dag voorafgaand aan een feestdag minder werkt dan normaal omdat er op die feestdag geen of minder afzet van bakkersartikelen is, mogen de minder gewerkte uren worden ingehaald op de betreffende feestdag.

Artikel 40 Verlofregelingen

  • 2. Kort verzuimverlof

    De medewerker heeft recht op verlof met behoud van loon bij als hij niet kan werken bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. De volgende gebeurtenissen zijn in ieder geval bijzondere persoonlijke omstandigheden.

    Gebeurtenis

    Duur

    Voorwaarden

    het eigen huwelijk/geregistreerd partnerschap/ samenlevingscontract

    2 dagen

    1 dag op de viering en 1 dag op te nemen binnen 1 jaar daarna.

    Bevalling van de partner

    2 dagen

    1 dag bij de bevalling en 1 dag op te nemen binnen 1 jaar daarna.

    Adoptie

    2 dagen

    1 dag bij de adoptie en 1 dag op te nemen binnen 1 jaar daarna.

    Melding voorgenomen huwelijk of partnerregistratie

    1 dag

    1 week van tevoren aan de werkgever melden

    het huwelijk/geregistreerd partnerschap/ samenlevingscontract van:

    een kind, pleegkind, kleinkind, ouder, broer, zus, of zwager of schoonzus

    1 dag

    1 week van tevoren aan de werkgever melden

    overlijden van de partner, een inwonend kind of pleegkind

    Van de dag van overlijden t/m de dag van begrafenis/crematie

     

    overlijden van:

    ouder, schoonouder, niet inwonend kind of pleegkind, kleinkind

    1 dag bij overlijden en

    1 dag bij begrafenis/crematie

     

    overlijden van:

    broer of zus, zwager, schoonzus, grootouder of grootouder van de partner.

    1 dag bij begrafenis /crematie

     

    Regelen van de begrafenis/crematie van de ouder of schoonouder

    Noodzakelijke uren tot maximaal 10 uur

     

    Medisch noodzakelijke behandeling. Bijvoorbeeld bezoek aan de huisarts, specialist, fysiotherapeut en tandarts

    De daarvoor benodigde tijd

    indien dit aantoonbaar niet buiten werktijd kan

    25- of 40-jarig dienstjubileum

    1 dag

     

    Feest ter viering van het 25- en 40-jarig huwelijk/geregistreerd partnerschap/samenlevingscontract of het feest ter viering van het 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk geregistreerd partnerschap/samenlevingscontract van de grootouders, de ouders of de ouders van de partner.

    1 dag

    1 week van tevoren aan de werkgever melden

    afleggen van een examen voor een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend diploma/certificaat

    de werkelijk benodigde tijd, inclusief reistijd, met een maximum van 2 dagen

    het examen is relevant voor de bedrijfstak van het bakkersbedrijf

    verhuizing

    1 dag

    Maximaal 1 x per 12 maanden

    Vervulling van een bij wettelijk voorschrift of door de overheid opgelegde verplichting,

    De benodigde tijd

    Kan niet in de vrije tijd

    Er is geen vergoeding

    verlenging van de verblijfsvergunning

    de benodigde tijd om regelingen te treffen

     

    Vakbondsactiviteiten

    maximaal zes dagen per jaar

    of

    als de medewerker een vakbondskaderlid is die in een bondsorgaan is afgevaardigd,

    maximaal twaalf dagen per jaar

    Medewerker is lid van de werknemersorganisatie

    De werkzaamheden kunnen in overleg met de betrokken medewerkers geregeld worden

    Medewerker is officieel afgevaardigde bij een congres van de bond, een vergadering van de bondsraad of het daarmee gelijk te stellen orgaan, een vakgroepsvergadering, een vergadering van het vakgroepsbestuur of een vakbondscursus die van relevante betekenis is voor het bakkersbedrijf. Dit is niet een cursus in het kader van de WOR.

    – de werkgever is niet verplicht dit verlof tegelijkertijd te verlenen aan meer dan:

    – in de onderneming zijn 1 t/m 40 medewerkers in dienst: 2 medewerkers;

    – in de onderneming zijn 41 t/m 80 medewerkers in dienst: 3 medewerkers;

    – in de onderneming zijn 81 t/m 120 medewerkers in dienst: 4 medewerkers;

    – in de onderneming zijn 121 t/m 160 medewerkers in dienst: 5 medewerkers;

    en zo verder.

    De werkgever, het uitzendbureau of payrollbedrijf ontvangt verletkosten als de medewerker vakbondsverlof heeft. Dit is geregeld in bijlage D van de cao

  • 3. Onbetaald verlof

    De medewerker heeft recht op drie dagen onbetaald verlof per jaar. Voorwaarde is dat de werkgever vindt dat de bedrijfsomstandigheden dit toelaten.

    Als de medewerker onbetaald verlof vraagt, zal de werkgever een afwijzing van het verzoek schriftelijk moeten motiveren.

  • 4. Mantelzorg

    De werkgever heeft een inspanningsverplichting om onbetaald verlof voor mantelzorg mogelijk te maken als een medewerker daar om vraagt. De medewerker en de werkgever gaan samen het gesprek aan als het bieden van mantelzorg in de situatie van de medewerker wenselijk en noodzakelijk is. Het gaat daarbij om intensieve zorg en hulp aan dierbaren die voor een bepaalde periode structureel is en langer duurt dan de drie dagen onbetaald verlof per jaar.

    Mantelzorg is een vorm van zorgverlof. Het gesprek tussen de medewerker en de werkgever dient om afspraken te maken om de arbeidsduur zo nodig aan te passen, de werktijden flexibeler in te delen of, indien mogelijk, thuiswerk te verrichten, zodat een betere afstemming tussen arbeid en zorgtaken mogelijk is. Als een medewerker mantelzorg gaat verlenen, overlegt hij tijdig met de werkgever om afspraken te maken.

    Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd en er staat in ieder geval in:

    • de duur van de mantelzorgtaken (naar verwachting)

    • de omvang van de mantelzorgtaken in uren per dag / week

    • flexibele indeling van arbeidstijden en werkzaamheden, eventueel met (gedeeltelijk) thuiswerken

    • de combinatie van zorg met de arbeidstijden.

    Als de medewerker en de werkgever er samen niet uit komen, kan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden om advies gevraagd worden.

    Als de medewerker onbetaald verlof heeft dan wordt het dienstverband voortgezet alsof het niet was onderbroken, als hij de werkzaamheden op het afgesproken moment hervat. Hij bouwt geen vakantie-uren en vakantietoeslag op over de periode van onbetaald verlof.

HOOFDSTUK 5 GEZONDHEID EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel 41 Gezondheid

  • 2. Gezondheidsbewakingssysteem

    Cao-partijen hebben met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheideen gezondheidsbewakingssysteem ontwikkeld voor de bestrijding van de gevolgen van blootstelling aan grondstoffen in het productieproces.

    Het gezondheidsbewakingssysteem richt zich op:

    • het vaststellen en beheren van maatregelen die werkgevers moeten treffen en

    • structureel monitoren en bewaken van de gezondheid van medewerkers die worden blootgesteld aan grondstoffen.

  • 3. Maatregelen en instructies

    Werkgever voert de (zorg)maatregelen uit die voortkomen uit het gezondheidsbewakingssysteem.

    Werkgever instrueert de medewerker om volgens de voorschriften van het gezondheidsbewakingssysteem te werken. Hij neemt deze verplichting op in de arbeidsovereenkomst en/of het huishoudelijk reglement.

    Medewerker is verplicht de aan hem gerichte instructies en voorschriften na te leven.

Artikel 42 WIA-verzekering

De werkgever sluit op verzoek van de medewerker een verzekering af voor het werknemersrisico van het verlies aan inkomen bij arbeidsongeschiktheid. De premie komt voor rekening van de medewerker. De werkgever mag de premie inhouden op het loon van de medewerker. De inhouding op het loon kan alleen na schriftelijke instemming van de medewerker en geldt alleen voor dat deel van het loon dat boven het wettelijke minimumloonniveau uitkomt.

Artikel 43 Verrekening WGA-premie

De werkgever mag de helft van de gedifferentieerde WGA-premie op het nettoloon van de medewerker inhouden met inachtneming van de wettelijke regels. Bij eigenrisicodragers is dit de helft van de WGA-lasten.

Artikel 44 Arbeidsongeschiktheid

  • 1. Uitkering bij arbeidsongeschiktheid in 1e en 2e ziektejaar

    De medewerker ontvangt van de werkgever voor dat deel van zijn werk dat hij arbeidsongeschiktheid is:

    Periode arbeidsongeschiktheid

    Loondoorbetaling in % loon

    De 1e maand

    90%, maar minimaal 100% van het wettelijk minimum (jeugd)loon*

    De 2e t/m de 6e maand

    100%

    Het 2e half jaar

    95% maar minimaal 100% van het wettelijk minimum (jeugd)loon

    Het 2e jaar

    85%

    • * De medewerker ontvangt de 1e maand 100% loondoorbetaling als:

      • de ziekte is ontstaan als gevolg van een door Inspectie SZW vastgesteld bedrijfsongeval of

      • ziekte tijdens de zwangerschap / bevalling of

      • ziekte ontstaan door de zwangerschap of

      • de maand 90% loondoorbetaling al is doorlopen en er sprake is van een doorlopend ziektegeval (weer ziek worden binnen vier weken), artikel 7:629 lid 10 Burgerlijk Wetboek of in geval van hoge frequentie van gerelateerde ziekmeldingen.

    Deze regeling is in afwijking van artikel 7:629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.Als de werkgever van het UWV na het 2e ziektejaar nog loon door moet betalen, betaalt de werkgever aan de medewerker gedurende maximaal een jaar 85% van het loon.

    De loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid wordt verminderd met het bedrag dat de medewerker als gevolg van de arbeidsongeschiktheid ontvangt vanuit een wettelijke uitkering. Korting op die uitkering, veroorzaakt door toedoen van de medewerker, blijft ten laste van de medewerker.

  • 2. Uitkering bij arbeidsongeschiktheid in 3e en 4e ziektejaar

    Als de medewerker na de eerste twee jaar nog steeds arbeidsongeschikt is, ontvangt de medewerker in het 3e en 4e ziektejaar een uitkering van 5% van het loon. Deze uitkering is onafhankelijk van een WIA-uitkering (IVA of WGA).

    Als op initiatief van werkgever de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, zal de werkgever deze uitkering over de overgebleven periode ineens uitbetalen. Als de werkgever de transitievergoeding aan de medewerker uitkeert en de transitievergoeding is meer dan de 5%-uitkering, dan hoeft hij deze 5%-uitkering niet te betalen.

    Als de transitievergoeding lager is dan de 5%-uitkering, betaalt de werkgever naast de transitievergoeding het verschil tussen de 5%-uitkering en de transitievergoeding aan de medewerker.

  • 3. Arbeidsongeschiktheid en AOW-leeftijd

    In afwijking van dit artikel ontvangt de medewerker die de AOW-leeftijd heeft bereikt en arbeidsongeschikt wordt maximaal 3 maanden 100% van het loon. Daarna ontvangt hij de wettelijke loondoorbetaling.

  • 4. De werkgever stelt zijn gedeeltelijk arbeidsongeschikte medewerkers in de gelegenheid hun restcapaciteit te benutten, voor zover dat binnen het bedrijf mogelijk is.

  • 5. Vakantie-aanspraak bij arbeidsongeschiktheid

    Wettelijke vakantiedagen

    De medewerker die niet werkt door arbeidsongeschiktheid bouwt wettelijke vakantie-uren op van 4 maal de gemiddelde arbeidsduur per week. Als de arbeidsduur in uren per jaar is uitgedrukt, bouwt hij vakantie-uren op van een overeenkomstige tijd. De wettelijke vakantie-urenopbouw is niet afhankelijk van de aanspraak op loon.

    Bovenwettelijke vakantiedagen

    De medewerker die niet werkt door arbeidsongeschiktheid, bouwt bovenwettelijke vakantie-uren op van 1 maal de gemiddelde arbeidsduur per week. Deze opbouw vindt alleen plaats over het tijdvak van de laatste 6 maanden waarin hij niet werkte. Als er een onderbreking zit in een tijdvak van minder dan een maand, dan telt dat als 1 tijdvak. De medewerker die door arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk werkt, bouwt bovenwettelijke vakantie-uren op over een evenredig gedeelte van datgene waarop hij recht zou hebben als hij de volledige arbeidsduur zou werken.

    De vakantie-uren vervallen volgens deze tabel:

    Vakantie-uren

    vervaltermijn

    wettelijke

    ½ jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd

    bovenwettelijke

    5 jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd

    Als de medewerker door arbeidsongeschiktheid niet in staat is geheel of gedeeltelijk vakantiedagen op te nemen, kan de medewerker deze na overleg met de werkgever later opnemen.

HOOFDSTUK 6 DUURZAME INZETBAARHEID / VITALITEITSREGELING

Artikel 45

Cao-partijen hebben in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid een vitaliteitsregeling ontwikkeld. Het doel van de regeling is:

  • het voorkomen van uitval van de medewerker die ontstaat door het verhogen van de AOW-leeftijd (afnemende belastbaarheid en het langer doorwerken)

  • door een financieel verantwoorde regeling de duurzame inzetbaarheid van medewerkers van 60 jaar en ouder realiseren.

1. Voorwaarde voor deelname

De medewerker van 60 jaar of ouder kan gebruik te maken van de vitaliteitsregeling.

Werkgever stuurt op verzoek van medewerker een Melding Deelname Vitaliteitsregeling (Bijlage G1) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden (info@adviescommissiearbeidsvoorwaarden.nl) binnen 14 dagen na de dag waarop de medewerker van 60 jaar of ouder schriftelijk aan werkgever heeft medegedeeld te willen deelnemen aan de regeling.

De vitaliteitsregeling start op de ingangsdatum van deelname zoals staat op de Melding Deelname Vitaliteitsregeling (Bijlage G1). De Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden kan in bijzondere omstandigheden een andere (latere) datum aanwijzen.

2. Inhoud van de regeling

  • a. De vitaliteitsregeling staat voor: 80% arbeid, 90% loon en 100% pensioenopbouw.

  • b. De gemiddelde arbeidsduur van de medewerker wordt aangepast tot 80% van zijn oorspronkelijke arbeidsduur. De oorspronkelijke arbeidsduur wordt berekend met een referteperiode van 3 volledige maanden voorafgaande aan de ingangsdatum van deelname. In bijzondere omstandigheden kan een andere referteperiode genomen worden. De arbeidsduur wordt in beginsel aangepast in de vorm van een dag of een dienst tenzij partijen anders overeenkomen.

  • c. Het loon (functieloon en de bruto toeslagen, 100%) wordt in beginsel aangepast tot 80%. De nieuwe arbeidsduur en het nieuwe arbeidsrooster kunnen leiden tot een hoger of lager percentage aan bruto toeslagen. Het nieuwe bedrag aan functieloon en bruto toeslagen (80%) na de ingangsdatum wordt vermenigvuldigd met factor 9/8 (1,125). Dit geeft een nieuw functieloon met bruto toeslagen (90%) dat op de loonstrook staat als: vitaliteitsloon.

3. Vitaliteitsloon

Het loon bestaat uit functieloon en bruto toeslagen. Het vitaliteitsloon wordt verkregen door het als gevolg van de regeling aangepaste loon te vermenigvuldigen met factor 1,125.

Vitaliteitsloon = gewijzigd(e) functieloon/bruto toeslagen x 1,125

Bruto toeslagen

Als gevolg van de aanpassing van de arbeidsduur en het arbeidsrooster wijzigen sommige bruto toeslagen wel en sommige bruto toeslagen niet.

Voor het vaststellen van het vitaliteitsloon tellen de volgende bruto toeslagen mee:

  • onregelmatige-urentoeslag

  • overurentoeslag

  • koel/vriesceltoeslag

  • BHV-toeslag

  • persoonlijke toeslag

  • vakantietoeslag

De medewerker ontvangt in beginsel 1 x per jaar vakantietoeslag.

De volgende bruto toeslagen worden

aangepast aan nieuwe arbeidsduur/arbeidsrooster:

  • onregelmatige-urentoeslag

  • koel/vriescel-toeslag

  • vakantietoeslag

aangepast aan nieuwe arbeidsduur:

  • overurentoeslag

aangepast aan nieuwe arbeidsduur tenzij partijen anders overeenkomen:

  • persoonlijke toeslag

niet aangepast aan nieuwe arbeidsduur/arbeidsrooster:

  • BHV-toeslag.

De ORBA-toeslag of een toeslag door een individuele afspraak tussen werkgever en medewerker wordt in beginsel aangepast tot 80% tenzij werkgever en medewerker hebben afgesproken dat hij de persoonlijke toeslag ontvangt ongeacht de omvang van de arbeidsduur.

4. Ziekte

Artikel 44 van deze cao is van toepassing waarbij voor loon moet worden gelezen: vitaliteitsloon.

5. Vakantierechten

Artikel 37 van deze cao is van toepassing. De uitzondering hierop is dat de medewerker die aan de vitaliteitsregeling deelneemt, wel de wettelijke, maar niet de bovenwettelijke vakantie-uren opbouwt (bovenwettelijke vakantie is 1 keer het gemiddeld aantal uren per week). Voor het woord loon in artikel 23, 37 en 38 van deze cao moet worden gelezen: vitaliteitsloon.

Bij opname van vakantie-uren worden de vakantie-uren geregistreerd op basis van de nieuwe arbeidsduur (80%).

6. Afwijking van de regeling / Beëindiging deelname aan de regeling

Afwijking van de regeling is niet toegestaan tenzij schriftelijk toestemming (dispensatie) is verleend door de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Deze toestemming kan worden aangevraagd met een Melding Inhoud Afwijkende Vitaliteitsregeling (Bijlage G3),

Deelname aan de regeling kan niet worden beëindigd tenzij schriftelijk toestemming (dispensatie) is verleend door de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Deze toestemming kan worden aangevraagd met een Melding Beëindiging Vitaliteitsregeling (Bijlage G4).

De Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden zal met het oog op de bescherming van cao-rechten in beginsel financieel compenserende voorwaarden stellen aan dispensatie op grond van dit artikel.

7. Formaliteiten voor de werkgever

Werkgever stuurt een Melding Geen Deelname Vitaliteitsregeling (Bijlage G2) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden (info@adviescommissiearbeidsvoorwaarden.nl):

  • binnen 14 dagen na indiensttreding van de medewerker van 60 jaar of ouder die heeft aangegeven (nog) niet deel te willen nemen aan de regeling;

  • binnen 14 dagen na de dag waarop de medewerker 60 jaar is geworden en deze medewerker heeft aangegeven (nog) niet deel te willen nemen aan de regeling;

Werkgever stuurt een Melding Inhoud Afwijkende Vitaliteitsregeling (Bijlage G3) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden (info@adviescommissiearbeidsvoorwaarden.nl):

  • binnen 14 dagen nadat de werkgever en de medewerker een afwijkende regeling zijn overeengekomen. De afwijkende regeling wordt schriftelijk overeengekomen en door beide partijen ondertekend. De afwijkende regeling kan niet eerder worden overeengekomen dan 1 maand voorafgaand aan de vitaliteitsregeling.

De afwijkende regeling moet op het formulier van de Melding Inhoud Afwijkende Regeling (Bijlage G3) ingevuld worden.

8. Formaliteiten voor de medewerker

De medewerker van 60 jaar of ouder die deel wil nemen aan de regeling levert een schriftelijke mededeling bij zijn werkgever in. Deze mededeling is gedateerd en ondertekend. Er geldt een aanzegtermijn van ten minste 1 maand voorafgaande aan de gewenste ingangsdatum.

HOOFDSTUK 8 SOCIAAL BELEID

Artikel 47 Werkgelegenheid

Cao-partijen vinden de inzichtelijkheid van de arbeidsmarkt en de instroom van nieuwe medewerkers in het bakkersbedrijf van belang. Om die reden maakt de werkgever de relevante vacatures bekend bij het UWV. Als de vacature is ingevuld, meldt de werkgever deze af bij het UWV.

Cao-partijen zorgen voor publicitaire activiteiten over het bakkersbedrijf om een positief imago van de sector te houden of verbeteren.

Voor ondernemingen met meer dan 10 medewerkers gelden de volgende bepalingen.

Werkgever overlegt met de vakorganisaties over algemene voor de bedrijfstak van belang zijnde vraagstukken. Hieronder vallen plannen en investeringsbeslissingen met belangrijke gevolgen voor de werkgelegenheid. De werkgever overlegt met de vakverenigingen als hij door de bedrijfseconomische omstandigheden in belangrijke mate tot inkrimping van het aantal medewerkers in vaste dienst moet overgaan. Afstoting van activiteiten van het bedrijf en liquidatie van het bedrijf vallen hieronder. Hij doet dit op een zodanig tijdstip dat de gevolgen voor de medewerkers nog beïnvloedbaar zijn.

De werkgever zal de ondernemingsraad informeren over omvangrijke investeringen die van ingrijpend belang zijn voor de werkgelegenheid. Hij doet dit vooraf en tijdig. De werkgever informeert de ondernemingsraad als hij gebruik maakt van overheidssubsidies die bedoeld zijn om de werkgelegenheid in de onderneming veilig te stellen.

Overwerk moet zo veel mogelijk worden voorkomen, vooral daar waar gepland overwerk en lange arbeidstijden voorkomen.

Artikel 48 Uitzendkrachten

Als de werkgever een uitzendbureau gebruikt, informeert en raadpleegt hij de ondernemingsraad. De vakbonden hebben de bevoegdheid over dit onderwerp inlichtingen te vragen.

De werkgever zal niet meer uren door uitzendkrachten laten werken dan gemiddeld 25% van het aantal uren per loonbetalingstijdvak, dat door medewerkers, die een arbeidsovereenkomst met de werkgever hebben, wordt gewerkt.

De werkgever (inlener) controleert of aan uitzendkrachten loon en overige vergoedingen worden betaald volgens deze cao. De werkgever (inlener) controleert of het uitzendbureau waarvan hij uitzendkrachten inleent de bijdrage betaalt aan de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf over de aan de werkgever (inlener) ter beschikking gestelde arbeidskrachten. Dit geldt niet voor zover het uitzendbureau voor deze arbeidskrachten al aan de Stichting Fonds Uitzendbranche (SFU) afdraagt (of andere vergelijkbare fondsen die in de uitzendbranche van toepassing zijn). De werkgever neemt in de overeenkomst van opdracht op dat het uitzendbureau de cao-bepalingen die gelden voor de ter beschikking gestelde medewerkers (uitzendkrachten) zal naleven. Het gaat om bepalingen over lonen en vergoedingen en andere bepalingen die individuele arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten betreffen. De werkgever neemt in de overeenkomst van opdracht op dat het uitzendbureau de cao-bepalingen zal naleven waarin verplichtingen voor uitzendondernemingen ten opzichte van cao-partijen staan. Het kan ook gaan om verplichtingen ten opzichte van door cao-partijen aangewezen rechtspersonen (stichtingen/fondsen).

Als de werkgever gebruik maakt van een uitzendbureau dat aan een andere cao gebonden is en in die cao de doorwerking van de beloning van de uitzendkrachten en de betalingen aan een Sociaal Fonds geregeld is, dan heeft de werkgever geen controleverplichting en geen verplichting om in de overeenkomst van opdracht de naleving op te nemen.

Als de werkgever niet controleert of het uitzendbureau het loon, de vergoedingen en de bijdrage aan het Sociaal Fonds volgens deze cao betaalt, is de werkgever hiervoor zelf aansprakelijk.

Artikel 49 Payrollmedewerkers

De werkgever (inlener) controleert of aan payrollmedewerkers loon en toeslagen worden betaald volgens deze cao. De werkgever controleert of het payrollbedrijf waarvan hij payrollmedewerkers inleent de bijdrage betaalt aan de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf over de aan de werkgever ter beschikking gestelde payrollmedewerkers. Dit geldt niet voor zover het payrollbedrijf voor deze medewerkers al afdraagt aan de fondsen die in de payrollbranche van toepassing zijn.

De werkgever neemt in de overeenkomst van opdracht op dat het payrollbedrijf de cao-bepalingen die gelden voor de ter beschikking gestelde payrollmedewerkers zal naleven. Het gaat om bepalingen over lonen en vergoedingen en andere bepalingen die individuele arbeidsvoorwaarden van payrollmedewerkers betreffen. De werkgever neemt in de overeenkomst van opdracht op dat het payrollbedrijf de cao-bepalingen zal naleven waarin verplichtingen voor payrollbedrijven ten opzichte van cao-partijen staan. Het kan ook gaan om verplichtingen ten opzichte van door cao-partijen aangewezen rechtspersonen (stichtingen/fondsen).

Als de werkgever gebruik maakt van een payrollbedrijf dat aan een andere cao gebonden is en in die cao de doorwerking van de beloning van de payrollmedewerkers en de betalingen aan een Sociaal Fonds geregeld is, dan heeft de werkgever geen controleverplichting en geen verplichting om in de overeenkomst van opdracht de naleving op te nemen.

Als de werkgever niet controleert of het payrollbedrijf het loon, de vergoedingen en de bijdrage aan het Sociaal Fonds volgens deze cao betaalt, is de werkgever hiervoor zelf aansprakelijk.

Artikel 50 Ongewenste Omgangsvormen

De werkgever zorgt ervoor dat zijn medewerkers zo veel mogelijk worden gevrijwaard van seksuele intimidatie, agressie en geweld, discriminatie en pesten. Het kan gaan om psychisch, fysiek of verbaal lastigvallen, bedreigen of aanvallen. Medewerkers helpen met het voorkomen van deze ongewenste omgangsvormen. Voor informatie zie: www.sociaalfondsbakkersbedrijf.nl en bijlage C.

Artikel 51 Vertrouwenspersonen

Cao-partijen stellen één of meerdere vertrouwenspersonen voor de bedrijfstak aan. Voor informatie zie: www.sociaalfondsbakkersbedrijf.nl en bijlage C. Iedere medewerker of werkgever die te maken heeft met ongewenste omgangsvormen op het werk kan voor advies en hulp contact opnemen met een vertrouwenspersoon. Dit kan anoniem.

Artikel 52 Klachtencommissie

Cao-partijen stellen een Klachtencommissie in. De taak van de Klachtencommissie is om schriftelijke klachten van medewerkers of werkgevers over ongewenste omgangsvormen te behandelen. Voor informatie zie: www.sociaalfondsbakkersbedrijf.nl en bijlage C.

Artikel 54 Sociaal jaarverslag

De werkgever brengt jaarlijks een sociaal jaarverslag uit volgens de regels in de Wet op de Ondernemingsraden. Dit sociaal jaarverslag wordt met de ondernemingsraad besproken.

Als de werkgever een sociaal jaarverslag opstelt, dan legt hij dit voor 1 juli voor aan de medewerkers, zodat zij aan de ondernemingsraad hun mening kunnen geven. Dit gebeurt voor 1 juli. Het sociaal jaarverslag wordt met de ondernemingsraad besproken. De werkgever geeft het sociaal jaarverslag op aanvraag aan alle medewerkers.

Artikel 55 Adviescommissie arbeidsvoorwaarden

Er bestaat een Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Deze Adviescommissie:

  • oordeelt bij geschillen over deze cao

  • verleent dispensatie van de cao

  • adviseert over de uitleg en de toepassing van de cao en

  • verricht werkzaamheden in opdracht van het georganiseerd overleg in de sector.

De Adviescommissie bestaat uit vertegenwoordigers van cao-partijen.

Werkgevers, medewerkers en cao-partijen kunnen verzoeken indienen bij de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden.

De regels en procedures die hiervoor gelden staan in de Bijlage H

Het e-mailadres van de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden is:

info@adviescommissiearbeidsvoorwaarden.nl

Artikel 56 Sociaal fonds bakkersbedrijf

De werkgever is jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan de "Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf".

De bijdrage is jaarlijks 1% van de voor zijn onderneming geldende loonsom. Er zijn een aantal uitzonderingen. Deze zijn te vinden in de Bijlage D.

De bijdrage wordt gebruikt voor de kosten van:

  • de bevordering van goede arbeidsverhoudingen en goede arbeidsomstandigheden in het bakkersbedrijf

  • een goede uitvoering van de arbeidsvoorwaarden uit deze cao

  • een goede toepassing van de wettelijke regelingen over arbeidsomstandigheden en arbobeleid en

  • een optimale werking van de arbeidsmarkt in het bakkersbedrijf.

Het Sociaal Fonds Bakkersbedrijf kent subsidies toe in het kader van projecten of activiteiten die binnen haar doelstellingen passen. De regels en procedures voor het aanvragen van subsidie staan in de Bijlage D.

HOOFDSTUK 9 WERKINGSSFEER EN LOOPTIJD

Artikel 57 Werkingssfeer

Deze overeenkomst is van toepassing op bakkersbedrijven.

Artikel 58 Rechtsgeldigheid en duur

Definities

Bakkersbedrijf

  • iedere onderneming die een of meerdere bakkersartikelen vervaardigt en/of verkoopt; onder vervaardigen wordt hier verstaan: het verrichten van een of meerdere handelingen die deel uitmaken van een al dan niet onderbroken productieproces, dat gericht is op de verkrijging van bakkersartikelen

  • iedere onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak diensten verleent aan één onderneming - of aan meerdere ondernemingen die een economische eenheid vormen, als hierboven bedoeld. Onder diensten wordt hier onder andere verstaan: inpakhandelingen, (technisch) onderhoud, verkoop, management- en beheersactiviteiten, schoonmaakwerkzaamheden, administratie en distributie

  • iedere onderneming die medewerkers ter beschikking stelt van een bakkersbedrijf, om krachtens een door het bakkersbedrijf verstrekte – in beginsel langdurige – opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van het bakkersbedrijf, waarbij het bakkersbedrijf de medewerkers heeft geworven, tenzij voor ten minste 50% van de loonsom van de onderneming medewerkers ter beschikking worden gesteld aan opdrachtgevers in andere bedrijfstakken dan het bakkersbedrijf Voornoemde opdracht komt niet tot stand in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de onderneming alleen met toestemming van het bakkersbedrijf bevoegd is de arbeidskracht aan een ander ter beschikking te stellen.

Bakkersbedrijf is niet

  • de onderneming waarin het vervaardigen of verkopen van bakkersartikelen beperkt blijft tot de laatste (be)handeling om het bakkersartikel voor directe consumptie gereed te maken, bijvoorbeeld het afbakken, en deze handeling plaatsvindt als onderdeel van een bedrijfsuitoefening, die naar haar aard op een ander terrein ligt dan die van het bakkersbedrijf;

  • de onderneming, waarin uitsluitend of in hoofdzaak fabrieksmatig:

    • bloem en/of andere grondstoffen tot beschuit, toast, knäckebröd, biscuit, biscuitfiguren, koekjes, banket, koek en wafels, ongeacht de soort worden verwerkt, dan wel waarin uitsluitend of in hoofdzaak fabrieksmatig producten worden vervaardigd, welke naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met de zojuist genoemde producten, terwijl al deze producten uitsluitend of in hoofdzaak verkocht worden aan wederverkopers/bedrijfsmatige afnemers

    • chocoladeartikelen worden vervaardigd

  • de onderneming waarin het vervaardigen of verkopen van bakkersartikelen beperkt blijft tot het inkopen van bakkersartikelen en het verkopen daarvan en de omzet van bakkersartikelen minder dan 50% uitmaakt van de totale omzet

  • de onderneming waarop de cao voor de groothandel in levensmiddelen, zoetwaren, tabak en/of tabaksproducten van toepassing is

Bakkersartikelen

  • brood: de gebakken eetwaar als bedoeld in artikel 1 sub d van het Warenwetbesluit meel en brood (Besluit d.d. 4 juni 1998, Staatsblad 1998, nummer 341)

  • banket: gebak, toebereid met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel met vers of gesteriliseerd fruit

  • halffabricaten van bakkersartikelen: producten die nog een of meerdere (hitte)behandelingen dienen te ondergaan teneinde een voor directe consumptie gereed product te verkrijgen, waarbij het onverschillig is of die verdere behandeling al dan niet door de consument wordt uitgevoerd

  • overige bakkersartikelen: andere geheel of gedeeltelijk uit meel en/of bloem bereide artikelen, die gewoonlijk in brood- en/of banketbakkerijen vervaardigd worden, dan wel die naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met de zojuist bedoelde artikelen, zoals: beschuit, saucijzenbroodjes, worstenbroodjes, ander gebak dan banket, koek, koekjes, ragoutwerk, kerstbrood of dergelijke (gelegenheids)producten

  • chocoladeartikelen

Werkgever

  • a. de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in Nederland een bakkersbedrijf uitoefent

  • b. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet zelf het bakkersbedrijf uitoefent, maar medewerkers ter beschikking stelt van opdrachtgevers die natuurlijke of rechtspersoon zijn die het bakkersbedrijf uitoefenen, om krachtens een door de opdrachtgever verstrekte – in beginsel langdurige – opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de opdrachtgever, waarbij de opdrachtgever de medewerkers heeft geworven, tenzij voor ten minste 50% van de loonsom van de werkgever medewerkers ter beschikking worden gesteld van opdrachtgevers in andere bedrijfstakken dan het bakkersbedrijf

Ambachtelijke / Industriële bakkerij

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. ambachtelijke bakkerij:

ondernemingen met charge-oven(s) of (een) continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van maximaal 400 KW of ondernemingen die uitsluitend bakkersartikelen in- en verkopen

b. industriële bakkerij:

ondernemingen met continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van meer dan 400 kW

Medewerker
  • a. degene die in dienst van de werkgever werkt.

  • b. Deze cao is niet van toepassing op:

    • 1. degene die middelbaar beroepsonderwijs volgt en in dat kader in een onderneming gedurende een bepaalde periode bedrijfservaring opdoet

    • 2. vakantiewerkers, waaronder worden verstaan scholieren of studenten, in de periode waarin zij schoolvakantie hebben

    • 3. verkooppersoneel dat ofwel gemiddeld 12 uren per 4 wekelijkse periode op de koopavond voor de werkgever arbeid verricht, ofwel wordt aangenomen voor 8 weken of korter

    • 4. degene die de AOW-leeftijd heeft bereikt

    • 5. degene wiens loon ten minste driemaal het wettelijk minimumloon verhoogd met 8% vakantietoeslag is, tenzij in de individuele arbeidsovereenkomst de cao Bakkersbedrijf van toepassing is verklaard of

Voltijds medewerker

De medewerker die gemiddeld 38 uur per week werkt

Feestdagen

nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, eerste en tweede kerstdag, Koningsdag en op 5 mei in een jaar waarvan het cijfer eindigt op een 0 of een 5

Loon

functieloon en vaste en variabele toeslagen

Loon bij arbeidsongeschiktheid, vakantie, feestdagen, kort verzuim:

het gemiddelde loon, dat in de aan de gebeurtenis voorafgaande laatste 3 volledige maanden of 3 volledige periodes van 4 weken is verdiend. Bij een aanpassing van de arbeidsduur in de referteperiode wordt bij de berekening van het loon de arbeidsduur naar rato meegenomen. Dit loon wordt met de collectieve loonsverhogingen aangepast

Functieloon

beloning die staat in de loontabellen, vermenigvuldigd met het aantal gewerkte uren

Vaste toeslagen

Persoonlijke toeslag, BHV-toeslag, koel- en vriescellentoeslag en ORBA-toeslag

Variabele toeslagen

Vakantietoeslag, overwerktoeslag en bepaalde uren-toeslag

Functie-uurloon

beloning per uur die staat in de loontabellen

Vitaliteitsloon

Gewijzigde functieloon en toeslagen x 1,125

SV-loon

het loon waarover de medewerker belasting en sociale premies betaalt (heffingsloon)

Plusuren

de uren die meer worden gewerkt dan de contracturen

Ploegendienst

een werkpatroon, waarin sprake is van wisseling van diensten, welke wisseling noodzakelijk is om aan de eisen van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit met betrekking tot de beperking van nachturen te kunnen voldoen

Arbeidstijdpatroon

een door de werkgever schriftelijk vastgelegd overzicht van de tijdstippen waarop de medewerker zijn arbeid in een bepaalde, in de toekomst gelegen periode zal moeten verrichten

Uitzendkrachten

arbeidskrachten die na bemiddeling ter beschikking worden gesteld door een uitzendbureau.

Payrollmedewerkers

arbeidskrachten die in beginsel langdurig ter beschikking worden gesteld door een payrollbedrijf

Partner

degene met wie de medewerker is getrouwd, een geregistreerd partnerschap heeft of ongehuwd samenwoont

UWV

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

WIA-uitkering

Uitkering op basis van de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen

IVA-uitkering

Uitkering op basis van de WIA-regeling Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten

WGA-uitkering

Uitkering op basis van de WIA-regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten

BIJLAGE A

LIJST REFERENTIEFUNCTIES BAKKERSBEDRIJF

Functie-nummer

Functienaam

 

Algemeen

A.01

Medewerker HRM

A.02

Personeelsfunctionaris

A.03

Manager HR

A.04

Telefoniste/receptioniste

A.05

Secretaresse II

A.05

NOK Secretaresse

A.06

Medewerker facilitaire dienst

   
 

Commercie

C.01

Verkoopmedewerker II

C.01

NOK Verkoopmedewerker

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider II

C.02

NOK Bedrijfs-/filiaalleider

C.03

Regiomanager

C.04

Winkel accountmanager

C.05

Key accountmanager

C.06

Formule specialist

C.07

Medewerker verkoop binnendienst

C.08

Bezorger

   
 

Financieel administratief

F.01

Manager financiën II

F.01

NOK Manager financiën

F.02

Administratief medewerker II

F.02

NOK Administratief medewerker

F.03

Medewerker crediteurenadministratie II

F.03

NOK Medewerker crediteurenadministratie

F.04

Medewerker debiteurenadministratie II

F.04

NOK Medewerker debiteurenadministratie

F.05

Medewerker financiële administratie II

F.05

NOK Medewerker financiële administratie

F.06

Administrateur II

F.06

NOK Administrateur

F.07

Medewerker salarisadministratie

   
 

ICT

I.01

Manager ICT

I.02

Applicatiebeheerder/analist

I.03

Systeembeheerder II

I.03

NOK Systeembeheerder

I.04

Helpdeskmedewerker

   
 

Kwaliteit & productontwikkeling

K.01

Hoofd kwaliteit en productontwikkeling

K.02

Productontwikkelaar

K.03

Kwaliteitsanalist

K.04

KAM specialist

   
 

Logistiek

L.01

Chauffeur II

L.01

NOK Chauffeur

L.02

Magazijnmedewerker II

L.02

NOK Magazijnmedewerker

L.03

Chef magazijn II

L.03

NOK Chef magazijn

L.04

Inkoper

L.05

Medewerker bedrijfsbureau II

L.05

NOK Medewerker bedrijfsbureau

L.06

Verdeler I

L.06

NOK Verdeler

   
 

Productie

P.01

Broodbakker II

P.01

NOK Broodbakker

P.02

Assistent ambachtelijke bakkerij II

P.02

NOK Assistent ambachtelijke bakkerij

P.03

Banketbakker II

P.03

NOK Banketbakker

P.04

Teamleider productie/inpak II

P.04

NOK Teamleider productie/inpak

P.05

Operator inpak II

P.05

NOK Operator inpak

P.06

Operator productie II

P.06

NOK Operator productie

P.07

Productiemedewerker II

P.07

NOK Productiemedewerker

P.08

Manager productie II

P.08

NOK Manager productie

   
 

Technische dienst

T.01

Hoofd technische dienst II

T.01

NOK Hoofd technische dienst

T.02

Medewerker technische dienst II

T.02

NOK Medewerker technische dienst

Functiegroep: algemeen

Medewerker HRM

Functienummer: A.01

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De medewerker HRM komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf en geeft uitvoering aan secretariële/administratieve werkzaamheden ten behoeve van de afdeling P&O (o.m. personeelsadministratie). Hij/zij past zelf eenduidige personeelsinstrumenten toe (b.v. verzuimmeldingen en ‑registraties, W&S flexkrachten) en fungeert als 1e lijns vraagbaak voor medewerkers op het gebied van CAO- en bedrijfsregelingen.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. HR-gerelateerde administraties

– geven van administratieve opvolging aan procedures (o.m. contractverlening), signaleren van te nemen acties en trends (o.m. verzuim);

– doorgeven van medewerkermutaties aan salarisadministratie dan wel zelf doorvoeren in het systeem;

– beheren van het geautomatiseerde personeelsinformatiesysteem;

– beheren van archieven en daartoe opbergen van stukken.

– tijdigheid van data;

– kwaliteit van administraties (volledigheid/toegankelijkheid);

– tijdigheid van signalering afwijkingen.

2. In- en externe informatievoorziening

– onderhouden van operationele contacten met externe instanties, afstemmen met leidinggevenden en medewerkers, verzamelen en uitwisselen van informatie;

– binnen aangegeven kaders en conform afspraken verzorgen van in- en externe informatievoorziening richting betrokkenen (W&S, uitleg CAO- en bedrijfsregelingen);

– zorgen voor de werving van stagiaires, tijdelijke krachten en medewerkers van toegewezen lagere functies samen met betrokken leidinggevende.

– kwaliteit van de informatie;

– tevredenheid ontvanger;

– juiste afweging m.b.t. al dan niet zelfstandig afhandelen, prioriteiten, belangen.

3. Faciliteren afdeling

– voeren van afstemmingsoverleg met de eigen afdeling;

– geven van uitvoering aan gemaakte afspraken (o.m. organiseren van activiteiten, effectief communiceren van afspraken, bewaken/bevorderen van door derden te leveren bijdragen);

– inschatten van het belang van zaken en eventueel tussentijds onder de aandacht brengen daarvan aan eigen afdeling, verzamelen van onderwerpgerichte informatie in het kader van projecten;

– controleren van afdelingsgerelateerde facturen op basis van gemaakte afspraken omtrent product- en dienstverlening en voorleggen ter tekening aan manager;

– vervaardigen van reguliere en ad hoc-rapportages, signaleren en verklaren van trends, voorleggen van resultaten aan de HR-manager ter verdere analyse of verwerking/bespreking.

– juiste afweging van prioriteiten;

– juiste afweging van belangen;

– tijdige attendering op relevante zaken.

Bezwarende omstandigheden

– Inspannende houding en eenzijdige belasting van oog- en rugspieren bij werken met een computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 6

Functiegroep: algemeen

Medewerker HRM

Functienummer: A.01

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van softwarepakketten (o.m. Office-applicaties/personeelsinformatiesysteem).

Competenties / gedragsvoorbeelden

 

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

 

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

 

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

 

Kwaliteit leveren (3):

– werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

– controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.

 

Aandacht en begrip tonen (3):

– reageert op passende wijze wanneer het niet goed gaat met iemand of wanneer hij ontevreden is over de gang van zaken en maakt dit bespreekbaar.

 

Materialen en middelen inzetten (3):

– overziet aard en omvang van standaard werk en bepaalt op basis daarvan welke de meest geschikte materialen en middelen daarvoor zijn;

– draagt zorg voor goede instructie, juist gebruik, onderhoud en opslag van materialen en middelen.

Functiegroep: algemeen

Personeelsfunctionaris

Functienummer: A.02

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De personeelsfunctionaris komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf. De personeelsfunctionaris past zelfstandig de personeelsinstrumenten binnen de kaders van wet- en regelgeving en het geformuleerde P&O-beleid toe binnen een bedrijf/vestiging met ± 100 tot 150 medewerkers. Hij/zij adviseert management ten aanzien van de aanpassing van het bestaande P&O-beleid en werkt gefiatteerd beleid verder uit. De uitvoering van het P&O-beleid ligt overwegend bij het lijnmanagement.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Uitvoering van regelingen en instrumenten

– bevorderen van een consistente en juiste toepassing van de verschillende personeelsinstrumenten door het lijnmanagement;

– bieden van ondersteuning bij het toepassen van de personeelsinstrumenten;

– gevraagd en ongevraagd adviseren van leidinggevenden over personele vraagstukken;

– coördineren, voorbereiden en zelf verzorgen van interne/externe trainingen/opleidingen.

– conform procedures;

– tijdigheid (doorlooptijd, reactiesnelheid);

– tevredenheid medewerkers;

– tevredenheid management.

2. Actualisering regelingen en instrumenten

– volgen van ontwikkelingen op het gebied van relevante wet- en regelgeving en interpreteren van interne relevante knelpunten;

– evalueren en analyseren van interne regelingen en instrumenten;

– formuleren van inhoudelijke voorstellen voor bijstelling/ uitwerking van regelingen en instrumenten;

– na fiattering, implementeren van bijstelling/uitwerking van regelingen en instrumenten.

– binnen kaders wet- en regelgeving;

– inhoud sluit aan bij organisatiebeleid;

– tijdig, up-to-date.

3. In- en externe informatievoorziening

– te woord staan van medewerkers, geven van uitleg over de inhoud en toepassing van het arbeidsvoorwaardenreglement;

– onderhouden van operationele contacten met externe instanties, afstemmen met leidinggevenden en medewerkers, verzamelen en uitwisselen van informatie.

– juistheid gegevens;

– inhoudelijkheid van informatie-analyse;

– tijdigheid.

4. Personeelsadministratie

– beheren van de geautomatiseerde personeelsbestanden;

– geven van administratieve opvolging aan ziek- en herstelmeldingen, signaleren van trends in verzuim van individuen of afdelingen;

– beheren van archieven en daartoe opbergen van stukken, completeren van dossiers;

– aanleveren van informatie/rapportages.

– kwaliteit in termen van:

• compleetheid;

• toegankelijkheid;

• beschikbaarheid;

• actualiteit/betrouwbaarheid.

Bezwarende omstandigheden

– Niet van toepassing.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 9

Functiegroep: algemeen

Personeelsfunctionaris

Functienummer: A.02

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van en ervaring met het werken met softwarepakketten (o.m. Office-applicaties/personeelsinformatiesysteem).

– Kennis van interne procedures en wet- en regelgeving.

Competenties / gedragsvoorbeelden

 

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

 

Relaties bouwen en netwerken (5):

– bouwt een relatienetwerk op dat relevant is voor (een onderdeel van) de organisatie;

– creëert een vertrouwensband met de gesprekspartner;

– brengt mensen met elkaar in contact.

 

Aandacht en begrip tonen (5):

– neemt waar wat anderen willen en geeft passende feedback;

– schat de haalbaarheid van plannen en voorstellen bij betrokkenen goed in;

– anticipeert op de reactie en gevoelens van de ander door de communicatie hierop af te stemmen.

 

Vakdeskundigheid toepassen (5):

– doet waarneembaar moeite om het waarom te begrijpen;

– haalt de kern van het probleem naar voren;

– stelt (niet voor de hand liggende) alternatieven voor verbetering voor met onderbouwde voor- en nadelen.

 

Kwaliteit leveren (5):

– grijpt in als de geëiste kwaliteit niet in orde is;

– vraagt feedback met betrekking tot de kwaliteit van het door hem geleverde werk;

– voelt zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten en diensten van de organisatie;

– streeft voortdurend naar kwaliteitsverbetering van producten en diensten.

Functiegroep: algemeen

Manager HR

Functienummer: A.03

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De manager HR is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, borgen en implementeren van het P&O-beleid binnen het industriële bakkersbedrijf (200 tot 400 medewerkers) binnen de kaders van wet- en regelgeving in aansluiting op de ondernemingsstrategie. Hij/zij fungeert als HR-sparringpartner ten behoeve van het hoger management en is lid van het managementteam. Functionaris fungeert als P&O-functionaris voor een deel van het personeelsbestand. Hij/zij leidt de werkzaamheden binnen de eigen afdeling en stuurt hiertoe de medewerkers aan.

Organisatie

Direct leidinggevende : niet-vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : 2 tot 5 (parttime) medewerkers.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. HRM-beleid

– volgen van ontwikkelingen en interpreteren van interne knelpunten in samenspraak met holding/directie;

– formuleren van voorstellen voor bijstelling van het HRM-beleid;

– vertalen van het voorgestelde beleid naar gerichte HRM-instrumenten, (laten) uitwerken van concrete projectplannen;

– bevorderen van draagvlak en acceptatie voor de rol en het belang van HRM binnen de organisatie;

– verantwoorden van het gevoerde beleid, verantwoorden van uitgaven in relatie tot toegekende budgetten.

– aansluiting op strategie;

– aantal conceptversies;

– mate van realisatie (aantal acties gehaald).

2. Beschikbaarheid en toepassing HRM-instrumenten

– uitwerken en inbrengen van voorstellen voor invoering/ aanpassing/uitbreiding van HRM-instrumenten aan het directieteam;

– communiceren van doorgevoerde wijzigingen aan betrokkenen;

– bevorderen van een consistente en juiste toepassing van de verschillende personeelsinstrumenten door het lijnmanagement;

– bieden van ondersteuning bij het toepassen van de instrumenten.

– tijdige/budgettaire oplevering van projecten;

– kwaliteit instrumenten;

– kwaliteit van toepassing.

3. Interne communicatie

– adviseren en ondersteunen van de directie in het overleg met en informatieverstrekking aan de betrokkenen;

– uniformeren en bewaken van de interne communicatie en de communicatiestromen en -middelen;

– (laten) verzorgen van de reguliere personeelsinformatie.

– mate van tevredenheid betrokkenen (OR, management, medewerkers);

– inzicht bij medewerkers in van belang zijnde (bedrijfs)ontwikkelingen.

4. Operationele HR-processen

– toezien op voortgang en kwaliteit, stellen van prioriteiten en oplossen van zich voordoende problemen;

– zelfstandig uitvoering geven aan de toepassing van het HR-instrumentarium voor hogere functies;

– voeren van werkoverleg en afstemmen van relevante knelpunten;

– bevorderen van de interne samenwerking, ook met andere afdelingen, en dat afstemming optimaal plaatsvindt.

– kwaliteit administratie, regels;

– doorlooptijd W&S;

– trend in verloop%.

5. Personeelsbeheer

– regelen van verlof;

– werven en selecteren van nieuwe medewerkers;

– zorg dragen voor het opleiden/inwerken van medewerkers;

– uitvoeren van beoordelingen;

– toepassen van personeelsinstrumenten.

– motivatie en inzet medewerkers;

– (kortdurend) verzuim;

– effectiviteit/efficiency van de personeelsinzet;

– beschikbaarheid vereiste competenties.

Bezwarende omstandigheden

– Niet van toepassing.

Datum: juli 2011

Boven CAO

Functiegroep: algemeen

Manager HR

Functienummer: A.03

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van relevante ontwikkelingen in het vakgebied, relevante wet- en regelgeving en de sector.

– Kennis en ervaring om te kunnen fungeren als professionele partner van directie en lijnmanagement.

Competenties / gedragsvoorbeelden

 

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

 

Beslissen en activiteiten initiëren (6):

– neemt op basis van tegenstrijdige, snel veranderende informatie besluiten met strategische implicaties die de eigen organisatie (onderdelen) overstijgen;

– zorgt voor draagvlak bij zwaarwegende keuzes, speelt in op de verschillende persoonlijke en organisatie belangen die een rol spelen in de besluitvorming;

– neemt bij vitale kansen en mogelijkheden zichtbaar zelf initiatief.

 

Aansturen (6):

– wisselt de wijze van aansturing, afhankelijk van de situatie, de omgeving en de medewerker(s) om het gewenste resultaat te behalen;

– onderhandelt met een medewerker/team/organisatieonderdeel aan welke doelstellingen het resultaat moet voldoen;

– heeft vertrouwen in anderen en durft verantwoordelijkheden uit handen te geven.

 

Overtuigen en beïnvloeden (6):

– slaagt erin de gezamenlijke belangen duidelijk te maken waardoor betrokkenheid en draagvlak voor het standpunt ontstaat;

– enthousiasmeert anderen voor standpunten, ook bij fundamentele verschillen van inzicht, waarbij de relatie in stand wordt gehouden.

 

Formuleren en rapporteren (6):

– wekt vertrouwen bij de ander en leidt complexe gesprekken op hoog abstractieniveau over gevoelige onderwerpen waarbij sprake is van tegenstellingen in belangen;

– beïnvloedt het gesprek en de sfeer door het benoemen van gevoelens.

 

Analyseren (6):

– is in staat vraagstukken vanuit incomplete informatie en meerdere invalshoeken te bekijken;

– ontleedt complexe vraagstukken en herleidt deze tot kritische details, duidelijk met elkaar samenhangende aspecten en maakt onderscheid tussen feitelijke informatie en interpretaties/veronderstellingen;

– onderzoekt verschillende en soms tegenstrijdige alternatieven door voor- en nadelen af te wegen om zich een oordeel te vormen en beschrijft meerdere oplossingsscenario’s met relaties tussen oorzaak en gevolg.

 

Plannen en organiseren (6):

– coördineert de werkzaamheden en acties die inhoudelijk veel van elkaar kunnen verschillen en die een lange doorlooptijd of gevolgen op lange termijn hebben;

– anticipeert op onverwachte gebeurtenissen die van invloed zijn op de planning en past de planningen/doelstellingen van de organisatie(onderdelen) hierop aan.

Functiegroep: algemeen

Telefonist(e)/receptionist(e)

Functienummer: A.04

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De telefoniste/receptioniste komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf en is gelokaliseerd in de receptie van het hoofdkantoor of één van de vestigingen. De telefoniste/receptioniste is verantwoordelijk voor de aanname en het doorzetten van telefoongesprekken alsmede voor de zogenaamde terugvallende gesprekken (het gekozen doorkiesnummer is bezet) vanuit de organisatie. Het bezoekersontvangst heeft betrekking op de bezoeker van het hoofdkantoor of vestiging.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Afwikkeling van contacten (telefoon, post, fax, e-mail)

– aannemen van inkomende gesprekken, beantwoorden van vragen en zorgen voor een juiste doorverbinding met de gevraagde of voor het onderwerp meest geëigende afdeling/persoon;

– terugkoppelen naar beller wanneer de gewenste persoon niet aanwezig is, laten terugbellen van interne contactpersonen (indien niet door te schakelen), noteren en (mondeling, via e-mail) doorgeven van boodschappen;

– verzenden en ontvangen van faxen/emailberichten, doorgeven aan juiste persoon binnen organisatie en archiveren;

– sorteren van de binnenkomende post, frankeren van de uitgaande post, verzendklaar maken van te verzenden documenten (o.m. verkoopfacturen), bestellen van pakketdienst en koeriersdiensten op aanvraag.

– reacties van bellers over wachttijden;

– juistheid telefonische doorverbindingen (klachten van klanten/medewerkers);

– juistheid aangenomen, verzonden, doorgegeven en gearchiveerde berichten;

– juistheid van verstrekte informatie.

2. Ontvangst van bezoekers

– ontvangen en te woord staan van bezoekers;

– registreren van persoonsgegevens;

– informeren van desbetreffende medewerker over aankomst bezoek;

– regelen van opvang bij kortstondige afwezigheid.

– correctheid van te woord staan;

– registratie bezoekersgegevens conform toegangsprocedures;

– mate van gastvrijheid en representativiteit van optreden.

3. Beheer telefooncentrale/ -infrastructuur

– aanmaken van nieuwe medewerkergegevens in het systeem en toekennen doorkiesnummer;

– instellen van antwoordapparaat van de organisatie en zorgdragen voor beheer.

– juistheid gebruikersinstellingen;

– correctheid instelling.

4. Operationele secretariële en administratieve ondersteuning

– verrichten van werkzaamheden van administratieve/registratieve aard, zoals:

• verwerken van gegevens (data entry) aan de hand van lijsten;

• opschonen van archiefdelen volgens verkregen instructies;

• uitwerken, redigeren en opmaken van correspondentie, rapportages, notities e.d. conform (ontvangen) concepten; e.e.a. in correct Nederlands en volgens huisstijl.

– snelheid en kwaliteit van de uitvoering in termen van:

• conform huisstijl;

• taalgebruik;

• tijdigheid;

• juistheid (inhoud ondersteuning).

– tevredenheid contactpersonen over de dienstverlening.

Bezwarende omstandigheden

– Enerverend werk tijdens spitsuren, bij opeenhoping van telefoongesprekken en gelijktijdig ontvangen van bezoekers.

– Plaatsgebonden werk als gevolg van bezettings-/bereikbaarheidseis.

– Soms eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij werken met de computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 3

Functiegroep: algemeen

Telefonist(e)/receptionist(e)

Functienummer: A.04

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van en ervaring met het werken met softwarepakketen (o.a. Office).

– Kennis van interne procedures.

– Ervaring met het bedienen en beheren van een telefooncentrale.

Competenties / gedragsvoorbeelden

 

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

 

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (2):

– houdt in zijn gedrag rekening met klanten;

– reageert passend op vragen/klachten van klanten voor zover dat in zijn/haar bereik ligt en verwijst anders door naar iemand die ze wel kan helpen.

 

Relaties bouwen en netwerken (2):

– onthoudt namen en functies van medewerkers, klanten en leidinggevenden en onderhoudt op eenvoudige wijze het contact met hen.

 

Formuleren en rapporteren (2):

– informeert collega’s en publiek mondeling kort en bondig over het werk;

– beantwoordt eenvoudige vragen en e-mail;

– verwoordt informatie volledig en correct in eenvoudige schriftelijke berichtjes.

 

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

Functiegroep: algemeen

Secretaresse II

Functienummer: A.05

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De secretaresse II komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf en is gericht op het faciliteren van het functioneren van de manager van een grootschalige/multi-disciplinaire afdeling of de bedrijfsleider van een kleinere vestiging. Daarnaast is hij/zij gericht op het verzorgen van in- en externe informatievoorziening en operationele secretariële ondersteuning en dienstverlening ten behoeve van de afdeling/vestiging.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 6, 7 (referentie) en 8 wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Faciliteren van het functioneren van de manager

– periodiek voeren van afstemmingsoverleg gericht op o.m. het:

• afstemmen van en informeren over stand van zaken, onder de aandacht brengen van aandachtspunten en bijzonderheden;

• doornemen van agenda en attenderen op afspraken, te ondernemen acties e.d.;

• maken van afspraken over te verlenen ondersteuning en daarbij te hanteren prioriteiten;

– geven van uitvoering aan gemaakte afspraken door het effectief organiseren van activiteiten, communiceren van afspraken, etc.;

– invulling geven aan projecten, nader specificeren van het ‘project’, opvolging geven aan overeengekomen acties, bewaken/bevorderen van tussentijdse resultaten en door anderen te leveren bijdragen;

– vervaardigen van overzichten zodat de manager inzicht heeft/houdt in de stand van zaken m.b.t. de activiteiten/ resultaten binnen zijn/haar verantwoordelijkheidsdomein, verzamelen van informatie, verrichten van berekeningen e.d.;

– inschatten van het belang van zaken en eventueel tussentijds onder de aandacht brengen daarvan aan de manager.

– kwaliteit van de ondersteuning in termen van:

• juiste afweging van prioriteiten;

• juiste afweging van belangen;

• tijdig attenderen op relevante zaken;

• opvolging van afspraken;

– aansluiting op gewenste ondersteuning door de manager.

2. In- en externe informatievoorziening

– verwerken van binnenkomende informatiestromen door het selecteren, ordenen en registreren van informatie en voorbereiden van te ondernemen acties;

– aannemen van binnenkomende telefoongesprekken, zo mogelijk zelf afhandelen daarvan, doorverbinden of noteren van boodschappen/ meldingen;

– binnen aangegeven kaders en conform afspraken verzorgen van de in- en externe informatievoorziening richting betrokkenen.

– kwaliteit van de informatievoorziening:

• juistheid, volledigheid, tijdigheid;

– juiste afweging van prioriteiten, belangen.

3. Operationele secretariële ondersteuning en dienstverlening

– redigeren en opmaken van correspondentie, rapportages, notities e.d. aan de hand van concepten dan wel globale aanwijzingen over de inhoud;

– voorbereiden, begeleiden en opvolging geven aan vergaderingen door o.m. het verzamelen van agendapunten, inventariseren en verspreiden van stukken, notuleren, uitwerken van verslagen en bewaken van actielijsten;

– beheren van archieven en daartoe opbergen van stukken, completeren van dossiers, op verzoek aanleveren van informatie en tijdig opschonen van archief;

– bijhouden van agenda en maken van afspraken binnen gegeven kader;

– organiseren en regelen van in- en externe bijeenkomsten volgens afspraken en daartoe uitnodigen van betrokkenen, regelen van faciliteiten en voorzieningen e.d.

– kwaliteit van de uitvoering in termen van:

• geldende procedures;

• regelingen;

• gebruik systemen;

• conform huisstijl;

– toegankelijkheid stukken voor collega’s;

– terugvindbaarheid van stukken;

– tevredenheid contactpersonen.

Bezwarende omstandigheden

– Soms eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij werken met de computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 7

zie NOK-bijlage voor salarisschalen 6 en 8.

Niveau onderscheidende kenmerken (nk)

Secretaresse

Functienummer: A.05

KENMERK

SECRETARESSE I

SECRETARESSE II

SECRETARESSE III

+

Aard van de werkzaamheden

Geen referentie beschikbaar

– De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit standaard gegevensverwerking en rapportages.

– Repeterend en overzichtelijke uitvoerend proces, gericht op de interne organisatie.

– Ondersteunen van manager van een kleinschalige afdeling binnen een vestiging.

– De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit gegevensverzameling, -verwerking en analyse.

– Professioneel dienstverlenend proces, gericht op hoofdzakelijk interne relaties.

– Ondersteunen van manager van een grootschalige/multidisciplinaire afdeling binnen een vestiging of bedrijfsleider kleine vestiging.

– Kern van de werkzaamheden ligt op advisering aan de hand van eigen analyses.

– Professioneel dienstverlenend proces, gericht op in- en externe relaties en functioneren organisatie.

– Ondersteunen van bedrijfsleider van een grote vestiging of directeur binnen het hoofdkantoor van een functionele discipline.

Geen referentie beschikbaar

Vrijheidsgraden

– Volgend aan activiteiten/input leidinggevende.

– Scope van de functie is afdeling.

– Volgend aan genomen besluiten door leidinggevende en zelfstandig inspelen op overwegend standaard processen.

– Scope van de functie is afdeling/vestiging, waarbij functie impact heeft op proces eigen organisatiedeel.

– Vooruitlopend op activiteiten en anticiperend op totale procesgang.

– Scope van de functie is vestiging/functionele discipline binnen gehele organisatie, waarbij functie impact heeft op korte termijn resultaat organisatie.

Kwaliteit en optimalisatie

– Functiehouder constateert vanuit de praktijk knelpunten in het eigen werk en maakt hiervan melding.

– Idem secretaresse I.

– Idem secretaresse II + adviesrol naar leidinggevende.

Kennis en ervaring

– Kennis van en ervaring met Office-applicaties.

– Goede mondelinge en schriftelijke Nederlandse taalvaardigheid.

– Inzicht in eenduidige samenhang tussen feiten en te ondernemen acties.

– Praktisch inzicht in de opbouw en werking van de gehanteerde Office-applicaties.

– Uitstekende mondelinge en schriftelijke Nederlandse taalvaardigheid.

– Inzicht in de binnen de organisatie geldende procedures en afdelingsprocessen vereist.

– Idem secretaresse II.

– Idem secretaresse II.

– Inzicht in besluitvormingsprocessen vereist.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

Niet van toepassing.

6.04 secretaris

Niet van toepassing.

Salarisschaal

5

6

7 (referentie)

8

9

COMPETENTIES

SECRETARESSE I

SECRETARESSE II

SECRETARESSE III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Geen referentie beschikbaar

Beslissen en activiteiten initiëren (3):

– neemt het initiatief om, waar mogelijk in overleg, de werkzaamheden volgens de bedrijfsprocedures zodanig aan te passen dat fouten worden hersteld en voorkomen.

Beslissen en activiteiten initiëren (4):

– beslist zelfstandig;

– neemt initiatieven om te waarborgen dat passend gereageerd wordt en ingespeeld wordt op veranderende omstandigheden bij lopende processen waarvoor hij verantwoordelijk is.

Idem secretaresse II.

Geen referentie beschikbaar

Samenwerken en overleggen (3):

– neemt het initiatief tot voldoende overleg met collega’s, opdrachtgevers en klanten en zorgt dat zij daarbij voldoende betrokken zijn/inbreng hebben;

– bewaakt goede werkrelatie met collega’s, opdrachtgevers en klanten.

Samenwerken en overleggen (4):

– neemt initiatief om samenwerking met en tussen medewerkers te stimuleren en te optimaliseren;

– bevordert adequaat overleg en afstemming tussen alle betrokkenen;

– bewaakt de sfeer.

Idem secretaresse II.

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Relaties bouwen en netwerken (4):

– hanteert verschillende methoden om contact te leggen en te onderhouden met bestaande en nieuwe relaties.

Relaties bouwen en netwerken (4/5):

– idem secretaresse II;

– bouwt een relatienetwerk op dat relevant is voor (een onderdeel van) de organisatie.

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

Vakdeskundigheid toepassen (4):

– werkt accuraat, lang en stevig door, ook bij het uitvoeren van meerdere specialistische en ingewikkelde taken;

– schat bekende en onbekende werkzaamheden goed in;

– benoemt nieuwe ontwikkelingen in zijn vakgebied;

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

Vakdeskundigheid toepassen (5):

– doet waarneembaar moeite om het waarom te begrijpen;

– haalt de kern van het probleem naar voren;

– stelt (niet voor de hand liggende) alternatieven voor verbetering voor met onderbouwde voor- en nadelen.

Kwaliteit leveren (3):

– werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

– controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.

Kwaliteit leveren (4):

– past systematisch een kwaliteitszorgsysteem toe;

– formuleert productie- en kwaliteitsnormen en stemt ze op elkaar af.

Kwaliteit leveren (5):

– grijpt in als de geëiste kwaliteit niet in orde is;

– vraagt feedback met betrekking tot de kwaliteit van het door hem geleverde werk;

– voelt zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten en diensten van de organisatie;

– streeft voortdurend naar kwaliteitsverbetering van producten en diensten.

Formuleren en rapporteren (3):

– onderscheidt feiten en meningen en hoofd- en bijzaken;

– brengt structuur aan in een zakelijke rapportage of instructie;

– drukt zich mondeling en schriftelijk correct uit in een zakelijke stijl;

– neemt op vlotte wijze deel aan gesprekken en overleg.

Formuleren en rapporteren (4):

– brengt structuur in een betoog met het oog op doel en publiek en hanteert daarbij een passende stijl en taalgebruik;

– neemt deel aan gesprekken en openbare discussies over complexe of specialistische onderwerpen uit zijn vakgebied;

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

Idem secretaresse II.

   

– neemt op vlotte wijze deel aan gesprekken en overleg.

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

   

Functiegroep: algemeen

Medewerker facilitaire dienst

Functienummer: A.06

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De medewerker facilitaire dienst komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf. De medewerker facilitaire dienst is verantwoordelijk voor het schoonmaken van de productie- en magazijn faciliteiten (kantines en sanitaire vertrekken) en de kantoren. Bij de uitvoering wordt gebruik gemaakt van normale schoonmaakbenodigdheden en -attributen. Er wordt gewerkt volgens vaste werkroosters.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Verrichten van schoonmaakwerkzaamheden

– verrichten van schoonmaakwerkzaamheden binnen de bedrijfsruimten (kantoren, kantine, sanitaire voorzieningen e.d.). E.e.a. omvat taken als stofwissen, moppen, schoonmaken van wanden, glas (binnenzijde) en sanitair, stofzuigen, reinigen van meubilair e.d.;

– aanvullen van de sanitaire gebruiksartikelen (zeep, handdoeken, papier e.d.) en de gebruiksvoorraad (koffie, thee, bekers e.d.);

– schoonmaken van de gebruiksartikelen (kopjes e.d.).

– correctheid toepassing methoden en middelen;

– juistheid naleving schema;

– reinheid werkgebied (aantal klachten).

2. Voorraad (verbruiks)artikelen

– bijhouden van de voorraad gebruiks- en verbruiksartikelen;

– uitgeven en registreren van het verbruik c.q. de uitgifte;

– afroepen van noodzakelijke aanvulling van de eigen voorraad.

– beschikbaarheid (verbruiks)artikelen.

Bezwarende omstandigheden

– Krachtsinspanning als gevolg van het tillen en hanteren van hulpmiddelen en bij het uitvoeren van sommige schoonmaakbewegingen.

– Lopend en staand en soms gebukt/gebogen, reikend of staand onder eenzijdige spierbelasting bij sommige schoonmaakbewegingen.

– Onaangenaam werk bij het reinigen van sanitaire voorzieningen. Werken met soms natte/vochtige materialen.

– Kans op letsel als gevolg van uitglijden op vloeren.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 2

Functiegroep: commercie

Verkoopmedewerker II

Functienummer: C.01

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De verkoopmedewerker II komt voor in de winkels van de ambachtelijke en industriële bakkerijen. Hij/zij verkoopt bakkerij- en aanvullende producten en draagt zorg voor de juiste presentatie en beschikbaarheid van de artikelen. Afhankelijk van de aard van de artikelen en dienstverlening verricht hij/zij eenvoudige bereidings- en bedieningswerkzaamheden.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 2, 3 (referentie) en 4 wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Verkoop en afrekening

– opnemen van bestellingen;

– beantwoorden van klantvragen (producteigenschappen, bewaarwijze, ingrediënten, etc.), raadplegen bakker bij diepgaandere vragen;

– bewegen van klanten tot aanvullende aankopen;

– snijden, bereiden (afbakken, toasten, smeren/beleggen, tappen, vullen, schenken, etc.), portioneren en/of verpakken van producten op basis van klantvraag;

– eventueel uitserveren van bestellingen aan tafel dan wel aan de counter;

– aanslaan van codes of bedragen en/of scannen van voorverpakte artikelen;

– afrekenen van eindbedrag.

– klanttevredenheid;

• snelheid service;

• wijze van benadering;

• uitstraling winkel;

– gemiddelde bonwaarde;

– verkoopomvang aanbiedingen;

– correcte afrekening;

• aantal/omvang kasverschillen;

– conform voorschriften (instructie, werkmethoden).

2. Verkoopondersteuning

– zorgen voor een correcte presentatie van artikelen, prijzen e.d. en het voor klanten aantrekkelijk houden van de winkel;

– zorgen voor voldoende voorraad in de voorgeschreven presentatie, bijvullen van schappen en vitrines;

– ontvangen van aangeleverde goederen en deze opslaan op de daarvoor aangewezen plaats en uitpakken en prijzen van artikelen;

– assisteren bij het opmaken van bestellingen, het uitwerken van reclame-acties en het inrichten van productuitstallingen, etalages e.d.

– juist opgeslagen goederen;

– tijdig gevulde schappen/vitrines;

– conform voorschriften (o.m. instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).

3. Afsluiting kassa

– afsluiten van de kassa bij einde dienst of werkdag;

– tellen van ontvangen geld en opmaken van afrekenstaat;

– controleren en opbergen/afstorten van geld op voorgeschreven wijze en verklaren van eventuele verschillen.

– volgens procedure/voorschrift;

– verklaarbaarheid kasverschillen.

4. Opruim- en schoonmaakwerkzaamheden

– opruimen en schoonmaken van werk-, opslag- en winkelruimte.

– schoon en opgeruimde winkel;

– conform voorschriften (o.m. instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).

Bezwarende omstandigheden

– Krachtsinspanning bij het verplaatsen van (dozen) goederen en artikelen.

– Lopend en staand werken en soms bukken/reiken bij het stapelen/wegzetten van artikelen.

– Kans op vingerletsel bij het hanteren van messen en bedienen van snijmachine.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 3

zie NOK-bijlage voor salarisschalen 2 en 4.

Niveau onderscheidende kenmerken (nok)

verkoopmedewerker

Functienummer: C.01

KENMERK

VERKOOPMEDEWERKER I

VERKOOPMEDEWERKER II

VERKOOPMEDEWERKER III

+

Aard van de werkzaamheden

Geen referentie beschikbaar

– Verkopen, serveren en afrekenen van producten.

– Verrichten van eenvoudige bereidingswerkzaamheden (snijden, smeren, beleggen, toasten/ opwarmen d.m.v. activatie voorinstelling) en portioneren en/of verpakken.

– Ontvangen, opslaan en aanvullen van voorraden en zorg dragen voor een representatieve winkelruimte.

– Idem verkoopmedewerker I + geven van informatie aangaande product(eigenschappen) en adviseren van de klant.

– Idem verkoopmedewerker I + afbakken van producten m.b.v. bake-off oven (vullen van de oven en instellen van variabelen op basis van input dan wel selecteren van programma, uitvoeren van visuele controles en zo nodig bijregelen van instellingen conform instructie).

– Idem verkoopmedewerker I.

– Assisteren van de verkoopmedewerker III / filiaalleider bij het opmaken van bestellingen, en het inrichten van productuitstallingen, etalages e.d.

– Afsluiten van de kassa, tellen van ontvangen geld en opmaken van afrekenstaat, controleren en opbergen/afstorten van geld en verklaren van eventuele verschillen.

– Idem verkoopmedewerker II + adviseren als vraagbaak voor collega’s aangaande product(eigenschappen) en klantadviezen.

– Idem verkoopmedewerker II + anticipeert (bij het instellen, bewaken resp. bijregelen van het bake-off proces) op de kwaliteit van het halffabricaat, omgevingscondities en procesverloop om de kwaliteit van het eindproduct te optimaliseren. Doet dit op basis van eigen kennis/inzicht.

– Idem verkoopmedewerker II + verrichten van bestellingen volgens vaste gegevens en inspelen op en rekening houden met verwachte bijzonderheden (acties, feestdagen, weer).

– Idem verkoopmedewerker II.

– Idem verkoopmedewerker II + openen en sluiten van het filiaal.

– Coördineren van de dagelijkse voortgang van de werkzaamheden bij afwezigheid van de filiaalleider.

Zie functieomschrijving en NOK-bijlage bedrijfs-/filiaalleider

Zelfstandigheid

Functiehouder werkt onder verantwoordelijkheid van een verkoopmedewerker II of III dan wel filiaalhouder, welke aanwezig en consulteerbaar is tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Functiehouder is in staat zelfstandig uitvoering te geven aan de werkzaamheden. Hij/zij kan de verkoopmedewerker III dan wel filiaalhouder consulteren aangaande niet-routinematige vraagstukken.

Functiehouder werkt zelfstandig en/of alleen. Consultatie van de eindverantwoordelijke is gewenst aangaande financiële en/of kwalitatief ingrijpende aangelegenheden.

Kwaliteit en optimalisatie

Functiehouder constateert vanuit de praktijk knelpunten in het eigen werk en maakt hiervan melding.

Constateert vanuit de praktijk knelpunten aangaande de eigen en aanverwante disciplines en formuleert pragmatische oplossingen.

Idem verkoopmedewerker II.

Kennis en ervaring

– geen specifieke ervaring vereist.

– kennis van en ervaring met verkooptechnieken;

– kennis van producten en producteigenschappen;

– inzicht in lopende acties, procedures en methoden;

– enige jaren relevante werkervaring in een soortgelijke functie.

– idem verkoopmedewerker II;

– idem verkoopmedewerker II;

– idem verkoopmedewerker II;

– idem verkoopmedewerker II.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

– Verkoopmedewerker

– Verkoper

– Eerste verkoper

– Verkoper (bake-off)

– Verkoper/serveerder

Salarisschaal

1

2

3 (referentie)

4

5

competenties

verkoopmedewerker I

verkoopmedewerker II

verkoopmedewerker III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Geen referentie beschikbaar

Begeleiden (1):

– accepteert begeleiding;

– laat zich begeleiden door de leidinggevende.

Begeleiden (2):

– geeft klanten en minder ervaren collega’s informatie over de kern van het vak.

Begeleiden (3):

– stimuleert en motiveert zijn/haar collega’s.

Zie competentieprofiel bedrijfs-/filiaalleider

Relaties bouwen en netwerken (1):

– stelt zich voor en onthoudt de namen en functies van de mensen met wie hij direct te maken heeft en begroet hen bij een volgende gelegenheid.

Relaties bouwen en netwerken (2):

– onthoudt namen en functies van medewerkers, klanten en leidinggevenden en onderhoudt op eenvoudige wijze het contact met hen.

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Creëren en innoveren (1):

– geeft desgevraagd zijn mening over eenvoudige verbeteringen.

Creëren en innoveren (2):

– levert een eenvoudige bijdrage aan overleg over verbeteringen;

– merkt eenvoudige mogelijkheden voor verbetering op.

Idem verkoopmedewerker II.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (1):

– vindt klanten belangrijk;

– verwijst klanten goed door als ze vragen hebben.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (2):

– houdt in zijn gedrag rekening met klanten;

– reageert passend op vragen/klachten van klanten voor zover dat in zijn/haar bereik ligt en verwijst anders door naar iemand die ze wel kan helpen.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (3):

– achterhaalt de essentie van vragen/klachten van klanten en reageert daar direct adequaat op of brengt ze in contact met iemand die ze wel kan helpen.

Ondernemend en commercieel handelen (1):

– laat zien dat hij/zij iets leuk vindt.

Ondernemend en commercieel handelen (2):

– werkt mee aan het benutten van kansen als het voordeel oplevert voor de organisatie.

Idem verkoopmedewerker II.

Bedrijfsmatig handelen (1):

– werkt zoveel mogelijk foutloos;

– voorkomt verspilling van zaken waarmee gewerkt wordt.

Bedrijfsmatig handelen (2):

– kan benoemen hoeveel iets kost en probeert de kosten zo laag mogelijk te houden.

Idem verkoopmedewerker II.

Functiegroep: commercie

Bedrijfs-/filiaalleider II

Functienummer: C.02

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De bedrijfs-/filiaalleider II leidt de dagelijkse gang van zaken van een bakkerijwinkel waar brood- en banketproducten worden verkocht en/of waar sprake is van een lunchroom-achtige omgeving (zitplaatsen waar verse belegde broodjes, broodsnacks en dranken worden bereid en geserveerd). De regiomanager dan wel eigenaar/ondernemer heeft de algehele leiding (op afstand) en zorgt voor de algemene zaken zoals financieel beheer, opzet en uitvoering personeelsbeleid, afspraken met leveranciers, inkoop e.d. De bedrijfs-/filiaalleider II is daarmee vooral ook meewerkend en gericht op de operationele voortgang.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 5, 6 (referentie) en 7 wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : 4 tot 8 (parttime) medewerkers.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Operationele voortgang

– opstellen van werkroosters, regelen van voldoende bezetting (parttimers, oproepkrachten);

– (laten) toewijzen van werkzaamheden, geven van aanwijzingen/instructies en toezien op de voortgang en uitvoeringskwaliteit van de werkzaamheden;

– bijsturen van problemen, opvangen en afhandelen van vragen/klachten van gasten/klanten;

– toezien op het juist gebruik van inventaris/apparatuur en de directe omgeving, nemen van acties bij afwijkingen, storingen e.d.;

– toezien op de naleving van de voorschriften op het gebied van veiligheid, Arbo, HACCP en werk- en presentatiemethoden (huisstijl);

– zelf meewerken in de uitvoering en daarbij vervullen van een voorbeeldfunctie.

– mate waarin gebudgetteerde afzet wordt gerealiseerd (omzet, gemiddelde bonwaarde, e.d.);

– efficiency personeelsplanning (uurinzet/uurtarief);

– klantbeleving (presentatie, uiterlijk);

– conform voorschriften (HACCP e.d.).

2. Voorraadbeheer en dagelijkse bestellingen

– doen van voorraadopnames, inschatten van de te verwachten afzet, opstellen van bestellijsten;

– doorgeven van bestellingen aan (vaste) leveranciers en/of eigen bakkerij;

– zorgen voor de ontvangstcontrole (kwaliteit en kwantiteit) en opslag van goederen, reclameren bij afwijkingen.

– omvang voorraad;

– tijdig doorgegeven bestellingen;

– juiste opslag/uitgifte artikelen (% over THT-datum).

3. Input voor optimalisatie

– signaleren van knelpunten in de operationele bedrijfsvoering;

– doen van voorstellen voor lokale acties, aanschaf apparatuur en verbeteringen van werkprocessen;

– leveren van een bijdrage aan het uitwerken en doorvoeren van verbeteringen in de bedrijfsvoering op basis van aanwijzingen van de leidinggevende.

– aantal voorstellen;

– kwaliteit van de voorstellen (haalbaarheid, aantal door leidinggevende overgenomen ideeën, e.d.).

4. Personeelsbeheer

– regelen van verlof;

– mede selecteren van nieuwe medewerkers;

– zorg dragen voor het (laten) opleiden/inwerken van medewerkers;

– voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken.

– motivatie en inzet medewerkers;

– (kortdurend) verzuim;

– effectiviteit/efficiency van de personeelsinzet;

– beschikbaarheid vereiste competenties.

5. Administratie en registratie

– vastleggen van verbruiken, bestellingen, manco’s (bij ontvangst e.d.);

– invullen van HACCP-lijsten, dan wel controleren van registraties van medewerkers;

– bijhouden van afzet-, kosten- en urengegevens;

– opmaken (c.q. controleren) van de kasstaten, tellen en afstorten van geld.

– tijdige, juiste en volledige vastlegging van informatie.

Bezwarende omstandigheden

– Krachtsinspanning bij het verplaatsen van (dozen) goederen en artikelen.

– Lopend en staand werken en soms bukken/reiken bij het stapelen/wegzetten van artikelen.

– Kans op vingerletsel bij het hanteren van messen en bedienen van snijmachine.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 6

zie NOK-bijlage voor salarisschalen 5 en 7.

Niveau onderscheidende kenmerken (nok)

Bedrijfs-/filiaalleider

Functienummer: C.02

KENMERK

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER I

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER II

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER III

+

Kenmerken bedrijf/filiaal

Zie functieomschrijving en NOK-bijlage Verkoopmedewerker

– 1 tot 6 (parttime) medewerkers.

– (Eind)verantwoordelijk leidinggevende is deels fysiek aanwezig en te allen tijde consulteerbaar.

– 4 tot 10 (parttime) medewerkers.

– Leidinggevende is tenminste consulteerbaar.

– 8–20 parttime medewerkers.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider II.

Geen referentie beschikbaar

Leidinggeven

Vaktechnisch

Hiërarchisch

Hiërarchisch

Klant- en omgevingsfactoren

– Weinig concurrentie, fysieke afwezigheid van supermarkt en bakkers in de omgeving.

– Met name particuliere klanten.

– Gemiddelde concurrentie, fysieke aanwezigheid van supermarkt of bakkers in de omgeving.

– Particuliere en enkele zakelijke (vaste) klanten met relatief stabiel en beperkt afnamepatroon.

– Grote concurrentie, fysieke aanwezigheid van supermarkt en bakkers in de directe omgeving.

– Particuliere en grote diversiteit zakelijke (vaste) klanten met sterk wisselend afnamepatroon. Zakelijke klanten bepalen belangrijk deel omzet.

Assortiment

– Regulier assortiment: kleine diversiteit aan brood- en banketproducten waarbij producten enkel gesneden en geportioneerd hoeven te worden.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider I + eventueel aangevuld met een lunchroomomgeving (tot 20 zitplaatsen) met aanvullende producten.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider II, omvangrijkere lunchroom (20 tot 50 zitplaatsen) OF

– operationele verantwoordelijkheid voor 2 tot 3 kleine vestigingen.

Vrijheidsgraden

– Besluiten worden in principe genomen door de leidinggevende. Functionaris werkt volgens vastomlijnde regels en voorschriften. Er staat vast wat, wanneer en hoe gedaan moet worden.

– Besluiten die hij/zij neemt kan hij/zij nemen op basis van eerdere situaties of bestaande afspraken. Bij twijfel of onduidelijkheid valt hij/zij terug op de leidinggevende.

– Hij/zij heeft nagenoeg geen invloed op het bedrijfsresultaat anders dan door optimale service en klantenbinding.

– De leidinggevende neemt de niet-reguliere besluiten. Functionaris werkt volgens richtlijnen van de leidinggevende. Bij terugkerende problemen neemt hij zelf een besluit en koppelt dit achteraf terug.

– Valt alleen bij evident afwijkende situaties terug op de leidinggevende.

– Dient actief mee te denken en input te geven voor verbetering/optimalisatie van de dienstverlening en (werk-) processen. Moet oplossingen voor knelpunten en problemen aandragen op basis van eigen ervaring.

– Heeft direct invloed op het bedrijfsresultaat door invloed op out-of-pocket kosten en formatie-inzet.

– Functionaris heeft binnen de kaders de vrijheid om besluiten te nemen. Verantwoording vindt achteraf plaats.

– Dient overleg te zoeken bij afwijken van de (formule)randvoorwaarden.

– Speelt in op korte termijn ontwikkelingen en lokale/regionale activiteiten om de omzet/afzet te vergroten. Wordt aangesproken op de omzet en variabele kosten (waste, personeelskosten).

– Bouwt een lokaal netwerk op en onderhoudt dit (b.v. met winkeliersvereniging).

Zwaartepunt functie

– Functiehouder is te typeren als de meewerkend voorman. Richt zich vooral op de operationele aansturing (dagelijkse coördinatie, planning, aansturing personeel) en de voorbereiding (openen/opstarten en sluiten van vestiging, dagelijkse bestellingen).

– Denkt mee met eigenaar/regiomanager, kern ligt in bedenken lokale promotie-acties, aanschaf van apparatuur e.d.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider I , maar heeft een formele gezagsrelatie naar de medewerkers en is leidend in de beoordeling van medewerkers.

– Heeft een korte termijn focus (enkele weken vooruit), wordt door de eigenaar/regiomanager formeel betrokken in de discussie over de verbetering van de bedrijfsprocessen, aanschaf van apparatuur en lokale promotie-acties.

– Werkt in principe (deels) boven formatie, springt bij in de operationele uitvoering wanneer de voortgang dit vraagt. Focus ligt op (bijsturing van de) operationele bedrijfsvoering.

– Denkt mee en reageert op input van of voorstellen vanuit centrale management en/of leidinggevende.

Kennis en ervaring

– Kennis van en ervaring met verkooptechnieken.

– Kennis van producten en producteigenschappen.

– Inzicht in lopende acties, procedures en methoden.

– Enige jaren relevante werkervaring in een soortgelijke functie.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

– Filiaalleider 1

– Filiaalleider 2

– Filiaalleider 2

– Filiaalleider 3

– Filiaalleider 4

– Filiaalleider 4

Salarisschaal

4

5

6 (referentie)

7

8

COMPETENTIES

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER I

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER II

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Zie competentieprofiel Verkoopmedewerker

Aansturen (2):

– geeft, waar nodig, veiligheidsinstructie aan medewerkers en aanwezigen.

Aansturen (3):

– zorgt voor veiligheid-, Arbo- en milieu-instructies en voert het bedrijfsbeleid uit;

– geeft heldere inhoudelijke instructies/aanwijzingen aan collega’s;

– verdeelt het werk goed over de mensen.

Aansturen (4):

– controleert de werkzaamheden van de medewerkers;

– past waar nodig in overleg de werkzaamheden van de medewerkers aan.

Geen referentie beschikbaar

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Relaties bouwen en netwerken (4):

– hanteert verschillende methoden om contact te leggen en te onderhouden met bestaande en nieuwe relaties.

Creëren en innoveren (2):

– levert een eenvoudige bijdrage aan overleg over verbeteringen;

– merkt eenvoudige mogelijkheden voor verbetering op.

Creëren en innoveren (3):

– doet voorstellen om veel voorkomende fouten/ tekorten te voorkomen;

– attendeert zijn/haar team/klant/opdrachtgever op verbetermogelijkheden van standaard producten en werkwijzen;

– benoemt ideeën hoe het anders kan en deelt die met anderen.

Idem bedrijfs-/filiaalleider II.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (3):

– achterhaalt de essentie van vragen/klachten van klanten en reageert daar direct adequaat op of brengt ze in contact met iemand die ze wel kan helpen.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (4):

– herkent signalen van de klant;

– kiest per geval een passende aanpak om de klanttevredenheid te verhogen en vertaalt de aanpak in een beleid op het bedrijf.

Ondernemend en commercieel handelen (3):

– heeft oog voor kansen;

– denkt mee over de commerciële haalbaarheid van nieuwe producten en diensten.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Ondernemend en commercieel handelen (4):

– is alert op trends en vertaalt deze naar kansen voor de organisatie;

– schat de commerciële potentie in.

Bedrijfsmatig handelen (3):

– maakt afweging tussen directe en indirecte kosten en stuurt het werk bij om extra kosten te voorkomen.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Bedrijfsmatig handelen (4):

– stuurt op efficiëntie in het werk en vertaalt dat naar verbeteringen voor operationeel beleid.

Functiegroep: commercie

Regiomanager

Functienummer: C.03

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De regiomanager is verantwoordelijk voor de voortgang en resultaten van 8 tot 12 brood-/banketbakkersfilialen. Hij/zij formuleert hiertoe plannen o.b.v. marktanalyses en gefiatteerde doelstellingen en vertaalt het centraal vastgestelde beleid naar de praktische uitvoering op de werkvloer. De regiomanager draagt de formule-uitgangspunten over, implementeert en bewaakt ze. Hij/zij signaleert de behoeften van klant en medewerkers, maakt afspraken met bedrijfs-/filiaalleiders over doelen en verbeteracties en onderhoudt de praktische afstemming met derden in de eigen regio.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : 10–15 filiaalleiders.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Regioplan

– bijhouden van de ontwikkelingen binnen de vraagkant van de markt, (laten) verrichten van marktonderzoek, in kaart brengen van positie van en koopargumenten voor (producten van) concurrenten;

– doen van voorstellen voor concrete commerciële en financiële doelstellingen (marktaandelen, specifieke projecten/acties/producten e.d.);

– uitwerken van e.e.a. in concrete acties en programma’s;

– toelichten en motiveren van plannen naar de leidinggevende;

– signaleren van kansen en bedreigingen voor de korte en middellange termijn, adviseren leidinggevende t.a.v. de te nemen (collectieve) acties en noodzakelijke uitbreidingen/aanpassingen van aard/omvang filialen teneinde de positie uit te bouwen.

– aansluiting op visie en strategie van de organisatie;

– kwaliteit plannen: business-potentie, helderheid penetratieprogramma’s, aantal conceptversies, % budgetgunning;

– realisatiegraad plannen: aantal benutte kansen, % uitgevoerde acties.

2. Realisatie commerciële output

– bewaken van de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden in de regio; bijsturen van zaken, en stellen van prioriteiten;

– behandelen van zich voordoende problemen, nemen van beslissingen terzake of deze voorleggen aan de leidinggevende;

– toezicht houden op het beheer (door bedrijfs-/filiaalleider) van de verkooppunten en op de uniformiteit van uitstraling, onderhoud, hygiëne e.d.;

– actief volgen van de omzet (per filiaal), waar nodig (laten) nemen van acties;

– (laten) opstellen van periodieke en ad hoc-rapportages over de resultaten van de filialen;

– geven van inzicht in ontwikkelingen, bijzonderheden e.d. naar de leidinggevende mede ten behoeve van de evaluatie/bijstelling van beleid.

– financieel resultaat regio: omzet, marge, omvang cross selling;

– voorraadhoogtes;

– marktpositie: aantal (nieuwe) zakelijke klanten, marktaandeel (regio en per klant).

3. Operationalisering randvoorwaarden

– zorgen voor eenduidige procedures, gestandaardiseerde werkmethoden e.d. eventueel in samenspraak met collega-regiomanagers en andere disciplines;

– zorgen voor de beschikbaarheid van benodigde systemen, middelen, materialen, etc.;

– aanvragen en aanwenden van budgetten.

– effectiviteit en consistentie van werkmethoden en procedures;

– beschikbaarheid mensen en middelen.

4. Personeelsmanagement

– vaststellen van de wenselijke kwalitatieve en kwantitatieve formatie;

– fiatteren van voorstellen voor opleidingen, promotie of ontslag;

– beoordelen/stimuleren van directe medewerkers, voeren van functioneringsgesprekken, maken van ontwikkelafspraken;

– overdragen van kennis, geven van trainingen;

– verzorgen van c.q. toezien op het personeelsbeheer.

– aansluiting op bedrijfsplan;

– beschikbaarheid vereiste competenties;

– flexibiliteit inzetbaarheid;

– realisatie doelstellingen P&Obeleid.

Bezwarende omstandigheden

– Kans op letsel door verkeersongevallen als gevolg van verkeersdeelname.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 10

Functiegroep: commercie

Winkel accountmanager

Functienummer: C.04

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De winkel accountmanager is te typeren als de adviseur en relatiemanager van de winkeleigenaar/franchisenemer/filiaalhouder. Bij franchise-ketens wordt hij geconfronteerd met centraal geleide concepten, terwijl zelfstandig winkeleigenaren er eigen ideeën t.a.v. de bedrijfsvoering op na houden. De winkel accountmanager is primair gericht op het behoud en het uitbouwen van de omzet van zijn accounts (door marktverkenning en -exploratie). Hij werkt binnen een vastgesteld prijs- en productenbeleid en stelt zijn eigen verkoopplan op. Bij zijn advies/begeleiding maakt de winkel accountmanager gebruik van centraal bijgehouden benchmark- en rendementsmodellen.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Winkel accountplan

– afstemmen met leidinggevende t.a.v. ontwikkelingen binnen de klantketen/-formule, verkoopbeleid eigen organisatie;

– formuleren, uitwerken, uitvoeren, bijstellen en evalueren van winkel accountplannen binnen de kaders van het verkoopplan van de eigen organisatie;

– benoemen/vormgeven van het eigen activiteitenplan;

– analyseren afnamepatronen en omzet(prognoses) bij de winkels;

– initiëren acties ten behoeve van realisatie van doelstellingen of uitbreiding van de omzet/het assortiment.

– mate waarin doelstellingen (marktaandeel, afzet, rendement, assortiment) worden gerealiseerd;

– tijdige aanlevering accountplan;

– aantal en realisatiegraad activiteitenplan(nen) per account.

2. Advies en begeleiding klanten

– bijhouden van marktontwikkelingen in producten, prijs, (promotie-)activiteiten en winkelinrichting bij concurrenten;

– analyseren van de verkoopcijfers van de winkels, gerelateerd aan marktcijfers;

– bezoeken klanten, afstemmen met eigenaar/franchisenemer/filiaalhouder over behaalde omzet, dienstverlening, acties, kortingen, etc.;

– adviseren klanten over corrigerende maatregelen bij achterblijvende resultaten;

– adviseren van de klant (ondernemer/winkelkader) inzake winkelinrichting, assortimentsoptimalisatie, promotie, administratieve systemen, kwaliteitsborging, etc.;

– inventariseren, bespreken en analyseren van (latente) klantwensen en op basis hiervan in overleg met de klant aanpassen van de dienstverlening;

– geven van voorlichting en/of presentaties, coachen/ trainen van winkelmanagement/medewerkers;

– optimalisering van de samenwerking met de klant;

– afhandelen van eenvoudige klachten inzake de dienstverlening.

– klanttevredenheid;

– duurzaamheid relatie;

– afzetontwikkeling per klant;

– omvang vreemde inkoop door klanten;

– snelheid reactie bij klachten;

– aantal adviesmomenten per klant.

3. Registratie

– uitwerken en vastleggen van bezoekrapporten;

– registreren van gemaakte afspraken ten behoeve van de verkoopadministratie en -afhandeling;

– vastleggen van overige gegevens en informatie met betrekking tot verkoopactiviteiten, accountbewerking, etc.

– informatieve waarde gegevens (tijdigheid, volledigheid);

– basis voor evaluatie en bijsturing door leidinggevende.

Bezwarende omstandigheden

– Kans op letsel door verkeersongevallen als gevolg van verkeersdeelname.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 8

Functiegroep: commercie

Winkel accountmanager

Functienummer: C.04

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– MBO werk- en denkniveau.

– Inzicht in het assortiment en de USP’s van de eigen organisatie.

– Inzicht in de praktijk van een brood-/banketafdeling in een (vestiging van een) grootwinkelbedrijf.

– Praktisch inzicht in de koopmotieven en -gewoonten van de doelgroep van de klant.

Competenties / gedragsvoorbeelden

 

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

 

Aandacht en begrip tonen (5):

– neemt waar wat anderen willen en geeft passende feedback;

– schat de haalbaarheid van plannen en voorstellen bij betrokkenen goed in;

– anticipeert op de reactie en gevoelens van de ander door de communicatie hierop af te stemmen.

 

Beslissen en activiteiten initiëren (4):

– beslist zelfstandig;

– neemt initiatieven om te waarborgen dat passend gereageerd wordt en ingespeeld wordt op veranderende omstandigheden bij lopende processen waarvoor hij verantwoordelijk is.

 

Ondernemend en commercieel handelen (4):

– is alert op trends en vertaalt deze naar kansen voor de organisatie;

– schat de commerciële potentie in.

 

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (5):

– denkt mee bij contractering en dienstverlening door zich te verdiepen in de situatie van de klant;

– biedt maatwerk in dienstverlening op grond van professionele en commerciële afwegingen.

 

Overtuigen en beïnvloeden (4):

– beïnvloedt de zienswijze van medewerkers/opdrachtgevers/klanten door met gezag te spreken, argumenten aan te voeren, te onderbouwen of te weerleggen en betrekt daarbij gevoelens.

 

Relaties bouwen en netwerken (4):

– hanteert verschillende methoden om contact te leggen en te onderhouden met bestaande en nieuwe relaties.

Functiegroep: commercie

Key accountmanager

Functienummer: C.05

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De key accountmanager is te typeren als de adviseur en relatiemanager van de salesmanager van (een deel van de vestigingen van) een grootwinkelbedrijf en de binnen zijn regio/domein vallende winkels (franchisenemers of filiaalhouders). Hij is daarmee enerzijds de sparringpartner van zijn opdrachtgever/contactpersoon binnen de centrale sales-organisatie van de klant en anderzijds de fieldmanager van het advies- en begeleidingsproces van de filialen van de klant. Bij (franchise)ketens wordt hij geconfronteerd met centraal geleide concepten, terwijl zelfstandig winkeleigenaren er eigen ideeën t.a.v. de bedrijfsvoering op na houden. De aan hem rapporterende winkel accountmanagers zijn te typeren als de 1e lijns contactpersonen in het advies- en begeleidingsproces naar de winkelmanagers van de klantorganisatie.

De key accountmanager is daarmee primair gericht op het behoud en het uitbouwen van de omzet (door marktverkenning en ‑exploratie) bij (en van) de tot zijn verantwoordelijkheidsdomein behorende winkelvestigingen van grootwinkelbedrijf/-bedrijven. Hij/zij werkt binnen de tussen de eigen en klantorganisatie overeengekomen contractafspraken en service levels. Afhankelijk van de omvang van het (de) account(s), kan de key accountmanager een team van beperkte omvang (4-7 medewerkers) aansturen om zijn account(s) optimaal te bedienen.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : 4–7 winkel accountmanagers of verkoopondersteuners.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Jaarplan account(s)

– volgen van ontwikkelingen in het eigen afzetgebied en ontwikkelingen en marketing- en salesdoelstellingen binnen de klantorganisatie (totaal en op vestigingsniveau), bespreken van beeldvorming met de salesverantwoordelijke bij de klant;

– bespreken van ontwikkelingen en inzichten met collega key accountmanagers en/of leidinggevende teneinde ontwikkelingen in de markt maximaal te benutten;

– formuleren, uitwerken en continu evalueren van het jaarplan dat richting geeft aan de commerciële en financiële doelstellingen en de bijstelling en/of operationalisering van de contractafspraken met de klant;

– (laten) vertalen van beeldvorming naar concrete marketingacties en activiteitenplannen (op klant- en vestigingsniveau);

– bespreken/afstemmen van vestigingsoverstijgende acties binnen de klantorganisatie, continu evalueren en bijstellen van plannen en actieprogramma’s.

– kwaliteit marktgegevens en concurrentie-analyse;

– mate van inzicht in klantwensen en -presteren;

– mate waarin plannen uitdagend en vernieuwend zijn;

– aantal (door leidinggevende) overgenomen voorstellen;

– aantal bijstellingen door het jaar heen.

2. Accountmanagement

– onderhouden van de contacten met van belang zijnde functionarissen binnen de klantorganisatie, opbouwen, in stand houden en uitbouwen van de goodwill, behandelen van en inspelen op wensen en klachten;

– bespreken van operationele resultaten (totaal en op vestigingsniveau) in relatie tot marktcijfers, problemen en lopende/beoogde (prijsondersteunende en promotionele) acties;

– doen van voorstellen voor uitbreiding/optimalisatie van de dienstverlening naar de klantorganisatie daarbij inspelend op de (latente) behoeften van de klant;

– op concernniveau adviseren van de klant inzake winkelinrichting, assortiment(vernieuwingen), kwaliteitsborging, etc.;

– optimalisering van de samenwerking met de klant op verschillende niveaus (distributiecentra, regio, winkel, etc.);

– vastleggen van toezeggingen aan de klant, waar nodig toelichten van afspraken aan collega-afdelingen.

– klanttevredenheid;

– bezoek-/contactfrequentie;

– lengte/verloop relatie(s);

– profilering in aansluiting op gewenste uitstraling;

– tijdige en juiste opvolging toezeggingen.

3. Advies en begeleiding winkels

– bewaken van de kwaliteit en voortgang van de advisering en begeleiding van klanten op winkelniveau;

– richting geven aan de bewerking van de markt en het leggen en onderhouden van contacten met bestaande klanten;

– stellen van prioriteiten, bevorderen van een goede samenwerking en onderlinge kennis- en informatie-uitwisseling;

– volgen van het afzetverloop, beoordelen/analyseren van bezoekverslagen, initiëren van specifieke acties;

– afhandelen van klachten.

– financieel resultaat klantportefeuille (omzet, marge, totaal c.q. per vestiging);

– marktaandeel (% totale brood/ banket afzet klant);

– klanttevredenheid;

– aantal bezoek/adviesmomenten per klant/vestiging;

– % vastlegging in CRM systeem.

4. Verantwoording resultaten

– (laten) opmaken van periodieke en ad hoc-rapportages over de resultaten van de winkel accountmanagers en de onder hun beheer vallende winkels;

– geven van inzicht in ontwikkelingen, bijzonderheden e.d. mede ten behoeve van de bijstelling van het beleid en de (contract)afspraken met de klant.

– inzicht in behaalde resultaten;

– inzicht in oorzaken van afwijkingen t.o.v. doelstellingen, plannen, budgetten;

– uitgangspunt voor evaluatie/ bijsturing.

5. Personeelsbeheer

– vaststellen van de wenselijke kwalitatieve en kwantitatieve formatie;

– fiatteren van voorstellen voor opleidingen, promotie of ontslag;

– beoordelen/stimuleren van directe medewerkers, voeren van functioneringsgesprekken, maken van ontwikkelafspraken;

– verzorgen van c.q. toezien op het personeelsbeheer.

– aansluiting op bedrijfsplan;

– beschikbaarheid vereiste competenties;

– flexibiliteit inzetbaarheid;

– realisatie doelstellingen P&Obeleid.

Bezwarende omstandigheden

– Kans op letsel door verkeersongevallen als gevolg van verkeersdeelname.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 10

Functiegroep: commercie

Key accountmanager

Functienummer: C.05

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– HBO werk- en denkniveau.

– Meerjarige ervaring binnen (of een toeleverend bedrijf naar) het grootwinkelbedrijf.

– Uitgebreide kennis van het assortiment, de USP’s van de eigen organisatie en de koopargumenten van de klant en de klant van de klant.

Competenties / gedragsvoorbeelden

 

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

 

Aansturen (5):

– (h)erkent prestaties van individuen en teams;

– geeft medewerkers de ruimte eigen doelen te formuleren;

– laat medewerkers werkzaamheden verdelen en uitvoeren en helpt waar nodig, zonder het werk over te nemen.

 

Aandacht en begrip tonen (5):

– neemt waar wat anderen willen en geeft passende feedback;

– schat de haalbaarheid van plannen en voorstellen bij betrokkenen goed in;

– anticipeert op de reactie en gevoelens van de ander door de communicatie hierop af te stemmen.

 

Kwaliteit leveren (5):

– grijpt in als de geëiste kwaliteit niet in orde is;

– vraagt feedback met betrekking tot de kwaliteit van het door zijn groep geleverde werk;

– voelt zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten en diensten van de organisatie;

– streeft voortdurend naar kwaliteitsverbetering van producten en diensten.

 

Ondernemend en commercieel handelen (4/5):

– stelt marktbewerkingsplannen op voor bestaande klantgroepen;

– vertaalt ontwikkelingen in de markt naar (voor de klant) commercieel interessante producten en diensten weegt kosten en opbrengsten af.

 

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (5):

– denkt mee bij contractering en dienstverlening door zich te verdiepen in de situatie van de klant;

– biedt maatwerk in dienstverlening op grond van professionele en commerciële afwegingen.

 

Relaties bouwen en netwerken (5):

– bouwt een relatienetwerk op dat relevant is voor (een onderdeel van) de organisatie;

– creëert een vertrouwensband met de gesprekspartner;

– brengt mensen met elkaar in contact.

Functiegroep: commercie

Formule specialist

Functienummer: C.06

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De formule specialist is te typeren als de tactisch marketeer en sparringpartner van directie of sales en marketing manager (afhankelijk van de omvang van de organisatie) in het in de markt zetten en optimaliseren van de tot de onderneming behorende formules. Een en ander binnen de richtlijnen ten aanzien van de door het management vastgestelde positionering/branding en de marketingkaders (prijs, product, promotie) van de onderscheiden productgroepen. Zijn aandachtsgebied betreft het activeren van de formule middels het ontwikkelen van programma’s (promotionele acties, incentive-programma’s voor klanten/consumenten e.d.), het optimaliseren van het formule-assortiment en de presentatie/positionering zodat de consumentenstroom en daarmee het omzet- en winstgenererend vermogen van de formule blijft gewaarborgd.

Organisatie

Direct leidinggevende : vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan : niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren