Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2018, 2477Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Bakkersbedrijf 2018/2021

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 februari 21018 tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Bakkersbedrijf

UAW Nr. 11939

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Georganiseerd Overleg voor het Bakkersbedrijf namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partijen ter ener zijde: de Nederlandse Brood- en banketbakkers Ondernemers Vereniging en de Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij;

Partij ter andere zijde: CNV Vakmensen.

Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingebracht door Janssens Den Boef advocaten namens Primus Wafer Paper B.V. (hierna: Primus);

Deze bedenkingen kunnen als volgt worden samengevat:

Bedenkinghebbende voert aan dat er overlap, althans discrepantie is tussen de werkingssfeerbepalingen van zowel de verplichtstelling van de Zoetwarenindustrie als het Bakkersbedrijf, als van de cao van de Zoetwarenindustrie en het Bakkersbedrijf. Daarnaast voert bedenkinghebbende aan dat er mogelijk geen sprake is van representativiteit, maar dat dat niet geverifieerd kan worden bij gebrek aan gegevens. Volgens Primus blijkt niet dat naar aanleiding van de gewijzigde werkingssfeer er een onderzoek naar de wijzigingen van de representativiteit heeft plaatsgevonden waardoor de representativiteitsgegevens derhalve niet deugdelijk zijn en niet voldoen c.q. betrouwbaar zijn. Tot slot merkt bedenkinghebbende op dat de bepalingen in de cao die betrekking hebben op het sociaal fonds nu nog algemeen verbindend zijn verklaard. En dat die bepalingen met andere cao-partijen tot stand zijn gekomen ten opzichte van de partijen bij de huidige cao. Er zou, gegeven het feit dat er nog een algemeenverbindendverklaring van kracht is geen rechtsgeldige wijziging van de cao, waaronder een gewijzigde werkingssfeerbepaling, zijn ontstaan.

Overwegende ten aanzien van de bedenkingen:

Werkingssfeer

Zowel het Georganiseerd Overleg Bakkersbedrijf als het Georganiseerd Overleg Zoetwaren zijn van mening dat er in geen enkel opzicht sprake is van overlap van de werkingssferen van de cao's voor de Zoetwarenindustrie en de cao voor het Bakkersbedrijf. De cao voor het Bakkersbedrijf is gericht op ondernemingen die bakkersartikelen vervaardigen en/of verkopen. De cao's voor de Zoetwarenindustrie zijn gericht op ondernemingen die fabrieksmatig zoetwaren vervaardigen. Onder zoetwaren bevinden zich producten die ook als bakkersartikelen kunnen worden beschouwd. Ondernemingen in de zoetwarenindustrie die bakkersartikelen vervaardigen verkopen echter in geen geval uitsluitend of in hoofdzaak direct aan consumenten, wat ondernemingen in het bakkersbedrijf wel doen. Hiermee is er een duidelijk onderscheid tussen beide werkingssferen.

Ten aanzien van de vermeende overlap van de werkingssferen van de beide genoemde bedrijfstakpensioenfondsen wordt opgemerkt dat de Wet AVV geen betrekking heeft op de deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds. Voor pensioenen bestaat analoog aan het algemeen verbindend verklaren van cao-bepalingen de verplichte deelname op basis van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds.

Representativiteit

De cao-bepalingen waarop het verzoek tot avv betrekking heeft, moeten reeds gelden voor een naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen (artikel 2, eerste lid, van de wet AVV).

Het Toetsingskader AVV schrijft voor dat in geval van beargumenteerde bedenkingen tegen de representativiteit van cao-partijen een opgave kan worden verlangd aan de hand van het formulier representativiteitsgegevens (artikel 2:2, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring).

Cao-partijen hebben bij de aanlevering van de representativiteitsgegevens gebruik gemaakt van het formulier representativiteitsgegevens. Uit het ingevulde formulier representativiteitsgegevens, waarin een toelichting wordt gegeven op de gehanteerde onderzoeksmethode, de gebruikte bronnen, de wijze van meting, de relatie tot de werkingssfeer en de actualiteit van de cijfers, volgt een representativiteit die voldoet aan het meerderheidsvereiste. De voor de representativiteitsopgave gehanteerde bronnen zijn door cao-partijen in voldoende mate toegelicht. Ten aanzien van de opmerking van bedenkinghebbende dat de representativiteitsgegevens niet zouden zijn afgestemd op de gewijzigde werkingssfeer merk ik op dat de overgelegde representativiteitsopgaven blijkens het formulier representativiteitsgegevens zijn gerelateerd aan de werkingssfeer van de cao.

Naar aanleiding van de opmerking dat er mogelijk geen sprake is van representativiteit, maar dat dat niet geverifieerd kon worden bij gebrek aan gegevens, wordt opgemerkt dat de gegevens die betrekking hebben op de representativiteit drie weken ter visie hebben gelegen en dat van het verzoek tot algemeen verbindend verklaring mededeling is gedaan in de Staatscourant. Tegen een verzoek tot algemeen verbindend verklaring kunnen binnen een termijn van drie weken, genoemd in de bekendmaking van het verzoek in de Staatscourant door belanghebbenden bedenkingen worden ingebracht.

Naar aanleiding van de opmerking dat het besluit van 18 maart 2016 (Stcrt. 2016, nr. 8446) tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Bakkersbedrijf nog van kracht is en daarom de cao niet gewijzigd kan worden, merk ik op dat dit besluit, zoals gebruikelijk, gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit avv-besluit zal worden ingetrokken.

Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat de bedenkingen geen beletsel vormen om tot algemeen verbindendverklaring over te gaan.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV en V is bepaald:

HOOFDSTUK 1: LOON

ALGEMEEN

1.1: Loonbestanddelen

Het loon bestaat uit:

  • a. functieloon: het functieloon wordt gevonden door het aantal uren dat de werknemer in dienst is te vermenigvuldigen met het toepasselijke functie-uurloon;

    en voor zover van toepassing:

  • b. plusuren: uren die meer worden gewerkt dan de contracturen;

  • c. toeslagen, die in deze CAO geregeld worden;

  • d. persoonlijke toeslag (zie artikel 5.1);

1.2: Loonbetaling

Het functieloon dient betaald te zijn voor het einde van een loonbetalingstijdvak.

De toeslagen dienen betaald te zijn uiterlijk voor het einde van het loonbetalingstijdvak volgend op het loonbetalingstijdvak waarin het recht daarop is ontstaan.

Een loonbetalingstijdvak mag niet langer zijn dan een maand.

1.3: Verhouding individuele afspraken en CAO-bepalingen

In deze CAO wordt onder meer de beloning van werknemers geregeld door aan hen aanspraak te verlenen op een bepaald functieloon en bepaalde toeslagen. Het is toegestaan om aan werknemers aanvullingen hierop toe te kennen (persoonlijke toeslag).

1.4: Aanpassing lonen / eenmalige uitkering ambachtelijke bakkerij
  • a. Het salaris wordt verhoogd met de afgesproken collectieve loonsverhoging.

    De collectieve verhogingen van de salarisschalen en de functie-uurlonen voor ambachtelijke bakkerijen zijn:

    per 1 augustus of 13 augustus 2017 (afhankelijk van de loonbetaling per maand of per 4 weken)

    1,5%

    per 1 juni of 17 juni 2018 (afhankelijk van de loonbetaling per maand of per 4 weken)

    1,25%

    De BHV-toeslag, bedrijfskledingtoeslag, de koel- en vriescellentoeslag en de ORBA-toeslag (artikel 5.1 lid b, laatste zin) worden met de percentages verhoogd.

  • b. Eenmalige uitkering uiterlijk per 1 maart 2018

    In de looptijd van deze cao wordt uiterlijk op 1 maart 2018 een eenmalige uitkering verstrekt van 1%. Die vindt plaats met inachtneming van de volgende voorschriften:

    • 1% over 12 x bruto maandloon plus vakantietoeslag respectievelijk 13 x bruto 4 wekenloon plus vakantietoeslag (bruto loon, geen SV-loon);

    • werknemers die korter dan 1 jaar voorafgaande aan de verstrekking van de eenmalige uitkering in dienst zijn ontvangen de eenmalige uitkering naar rato.

1.5: Aanpassing lonen industriële bakkerij

Het salaris wordt verhoogd met de afgesproken collectieve loonsverhoging.

De collectieve verhogingen van de salarisschalen en de functie-uurlonen voor industriële bakkerijen zijn:

per 1 juni of 18 juni 2017 (afhankelijk van de loonbetaling per maand of per 4 weken)

2%

per 1 juni of 17 juni 2018 (afhankelijk van de loonbetaling per 4 weken)

1,75%

De BHV-toeslag, bedrijfskledingtoeslag, de koel- en vriescellentoeslag en de ORBA-toeslag (artikel 5.1 lid b, laatste zin) worden met de percentages verhoogd.

BIJZONDERE SITUATIES

1.6: Loon bij incidentele wijziging arbeidstijdpatroon

Ingeval van wijziging van een reeds aan de werknemer meegedeeld arbeidstijdpatroon, die niet op verzoek van de werknemer plaatsvindt, zal de beloning minimaal gelijk zijn aan de beloning op basis van het reeds meegedeelde arbeidstijdpatroon.

1.7: Loon bij wijziging arbeidstijdpatroon door reorganisatie

Indien de werknemer ten minste 3 jaar in een bepaald arbeidstijdpatroon heeft gewerkt, en daarin wordt in verband met een reorganisatie een wijziging aangebracht waardoor hij aanspraak verliest op toeslag voor het werken op bepaalde uren, zal hij daarvoor gedurende 6 maanden een compensatie ontvangen die gelijk is aan 50% van dat verlies.

FUNCTIELOON – BIJZONDERE SITUATIES

1.8: Combinatiefunctie/vervanging van functie
  • a. Onder een combinatiefunctie wordt verstaan de samenvoeging van meerdere functies, die ook afzonderlijk beschreven en afzonderlijk ingedeeld kunnen worden. Er wordt vanuit gegaan, dat de werknemer die de combinatiefunctie vervult beide functies volledig beheerst. Daartoe dient hij ze regelmatig uit te oefenen. Hoe vaak of met welke tijdsintervallen die functie-uitoefening plaatsvindt, c.q. in welke mate beide functies in elkaar geïntegreerd zijn, is voor de indeling van de combinatiefunctie in de salarisschaal, conform de instructie in Bijlage B, niet van belang.

  • b. Ten aanzien van werknemers die tijdelijk worden belast met werkzaamheden, ingedeeld in een hogere salarisschaal (vervanging), geldt het volgende:

    tot aan het eind van de eerste volle week van de vervanging blijft de beloning gebaseerd op de salarisschaal die voorafgaand aan de vervanging van toepassing was; vanaf dat moment wordt de werknemer voor de resterende duur van de vervanging hoger beloond, en wel conform de bij die vervangende werkzaamheden passende hogere functie-indeling. Bij beëindiging van de tijdelijke functievervulling vervalt deze hogere beloning.

1.9: Salarisschaal bij functiewijziging

Indien de functie van een werknemer wijzigt, zijn vanaf dat moment op hem van toepassing de salarisschaal en het functieloon die bij zijn nieuwe functie horen.

Voor zover de beloning uitgaat boven het vanaf dat moment toepasselijke functieloon en de toeslagen waarop krachtens deze CAO recht bestaat, wordt die beloning aangemerkt als persoonlijke toeslag in de zin van artikel 5.1.

1.10: Functiewijziging oudere werknemers
  • a. De werknemer van 55 tot AOW-leeftijd, die anders dan op eigen verzoek in een lagere salarisschaal gaat werken, blijft, in afwijking van artikel 1.8, recht houden op een functieloon volgens de eerder door hem uitgeoefende hogere salarisschaal.

  • b. De werknemer van 60 jaar en ouder, die regelmatig gedurende 5 jaar of meer in de bedrijfstak in ploegendienst werkzaam is, kan op zijn verzoek op een wachtlijst worden geplaatst, teneinde zo mogelijk een functie te verkrijgen uitsluitend in de dagdienst, met dien verstande dat daarbij zijn loon niet ongunstiger mag worden.

1.11: Bedrijfshulpverlening

De werknemer die door de werkgever als BHV-er is aangesteld ontvangt voor de kwalificatie bedrijfshulpverlener de volgende toeslag:

Ambachtelijke bakkerijen

per week

per 4 weken

per maand

per 1/13 augustus 2017

€ 4,19

€ 16,76

€ 18,16

per 1/17 juni 2018

€ 4,24

€ 16,96

€ 18,37

Industriële bakkerijen

per week

per 4 weken

per maand

per 1/18 juni 2017

€ 4,21

€ 16,84

€ 18,26

per 1/17 juni 2018

€ 4,28

€ 17,12

€ 18,55

1.12: Gratificatie langdurig dienstverband
  • a. De werknemer ontvangt bij een jubileum een uitkering van:

    Lengte dienstverband in jaren

    Uitkering

    25

    100% van het bruto maandloon

    40

    100% van het bruto maandloon

  • b. Werkgever keert de gratificatie bij 25 jaar en 40 jaar dienstverband netto uit zodra dit door de Belastingdienst is vastgesteld.

  • c. De werknemer die in de volledige periode van 01-10-2016 tot 01-03-2018 een dienstverband heeft van meer dan 25 jaar en gelijk of minder dan 30 jaar ontvangt op 01-03-2018 ter compensatie een jubileumgratificatie van 50% van het bruto maandloon. Deze compensatie leidt niet tot een hogere (totaal) gratificatie dan 100% van het bruto maandloon.

  • d. Bij een loonbetalingstijdvak van een week of van 4-weken wordt het bruto loon omgerekend naar een bruto maandloon.

HOOFDSTUK 2: PERSONEEL ALGEMEEN, FINANCIEEL ADMINISTRATIEF, ICT, KWALITEIT & PRODUCTONTWIKKELING, LOGISTIEK, PRODUCTIE, TECHNISCHE DIENST

FUNCTIELOON – ALGEMEEN

2.1: Functie-uurloon

Hierna worden in tabellen de functie-uurlonen genoemd. Welk functie-uurloon op de werknemer van toepassing is, hangt af van:

  • a. het type onderneming;

  • b. de functie;

  • c. de salarisschaal waarin de functie is ingedeeld;

  • d. de leeftijd;

  • e. het aantal functiejaren respectievelijk periodieken

2.2: Functiejarensysteem / Periodieken
  • a. De functies zijn ingedeeld in salarisschalen, die tot en met de 22-jarige leeftijd gebaseerd zijn op leeftijd en daarna op functiejaren en beoordelingsafhankelijke periodieken.

  • b. Treedt een werknemer in dienst, die al 22 jaar of ouder is, dan wordt het aantal functiejaren op nul gesteld, tenzij schriftelijk een hoger aantal is overeengekomen.

  • c. Na vaststelling van het aantal functiejaren bij indiensttreding of na het bereiken van de 22-jarige leeftijd, zal het aantal functiejaren telkens met ingang van 1 januari met één functiejaar worden verhoogd, totdat het laatste functiejaar in de salarisschaal is bereikt.

  • d. Wordt een werknemer op of na 1 oktober 22 jaar, of treedt een werknemer, die al 22 jaar of ouder is, op of na 1 oktober in dienst, of vindt een bevordering op of na 1 oktober plaats, dan zal de eerste verhoging van het aantal functiejaren één jaar later plaatsvinden dan per de eerstvolgende 1 januari.

  • e. Periodieken (gearceerde uurlonen) kunnen worden toegekend of onthouden na een voorafgaand beoordelingsgesprek respectievelijk dienen elk jaar per 1 januari te worden toegekend wanneer werkgever voor 1 januari geen beoordelingsgesprek met werknemer houdt. Werkgever dient voor een beoordelingsgesprek als minimum het in Bijlage E opgenomen beoordelingsformulier en -richtlijnen te hanteren of een ander systeem dat daaraan gelijkwaardig is.

FUNCTIELOON EN FUNCTIEGROEPEN

2.3: Indeling bedrijfsfuncties

De bedrijfsfuncties dienen aan de hand van de referentiefuncties in Bijlage A en instructies in Bijlage B te worden ingedeeld in de van toepassing zijnde salarisschaal.

2.4: Functies en salarisschaal

Functiegroep algemeen

A.06

Medewerker facilitaire dienst

Salarisschaal 2

A.04

Telefonist(e)/receptionist(e)

Salarisschaal 3

A.01

Medewerker HRM

Salarisschaal 6

A.05

Secretaresse I

Salarisschaal 6

A.05

Secretaresse II

Salarisschaal 7

A.05

Secretaresse III

Salarisschaal 8

A.02

Personeelsfunctionaris

Salarisschaal 9

A.03

Manager HR

> Salarisschaal 11

Functiegroep financieel administratief

F.02

Administratief medewerker I

Salarisschaal 4

F.02

Administratief medewerker II

Salarisschaal 5

F.03

Medewerker crediteurenadministratie I

Salarisschaal 5

F.03

Medewerker crediteurenadministratie II

Salarisschaal 6

F.03

Medewerker crediteurenadministratie III

Salarisschaal 7

F.04

Medewerker debiteurenadministratie I

Salarisschaal 5

F.04

Medewerker debiteurenadministratie II

Salarisschaal 6

F.04

Medewerker debiteurenadministratie III

Salarisschaal 7

F.05

Medewerker financiële administratie I

Salarisschaal 6

F.05

Medewerker financiële administratie II

Salarisschaal 7

F.05

Medewerker financiële administratie III

Salarisschaal 8

F.07

Medewerker salarisadministratie

Salarisschaal 7

F.06

Administrateur I

Salarisschaal 8

F.06

Administrateur II

Salarisschaal 9

F.06

Administrateur III

Salarisschaal 10

F.01

Manager Financiën I

Salarisschaal 10

F.01

Manager Financiën II

Salarisschaal 11

F.01

manager Financiën III

> Salarisschaal 11

Functiegroep ict

I.04

Helpdeskmedewerker

Salarisschaal 6

I.03

Systeembeheerder I

Salarisschaal 8

I.03

Systeembeheerder II

Salarisschaal 9

I.03

Systeembeheerder III

Salarisschaal 10

I.02

Applicatiebeheerder/analist

Salarisschaal 9

I.01

Manager ICT

> Salarisschaal 11

Functiegroep kwaliteit & productontwikkeling

K.03

Kwaliteitsanalist

Salarisschaal 7

K.02

Productontwikkelaar

Salarisschaal 10

K.04

KAM specialist

Salarisschaal 10

K.01

Hoofd kwaliteit en productontwikkeling

> Salarisschaal 11

Functiegroep logistiek

L.06

Verdeler I

Salarisschaal 2

L.06

Verdeler II

Salarisschaal 3

L.02

Magazijnmedewerker I

Salarisschaal 2

L.02

Magazijnmedewerker II

Salarisschaal 3

L.02

Magazijnmedewerker III

Salarisschaal 4

L.01

Chauffeur I

Salarisschaal 3

L.01

Chauffeur II

Salarisschaal 4

L.03

Chef magazijn I

Salarisschaal 4

L.03

Chef magazijn II

Salarisschaal 5

L.03

Chef magazijn III

Salarisschaal 6

L.05

Medewerker bedrijfsbureau I

Salarisschaal 6

L.05

Medewerker bedrijfsbureau II

Salarisschaal 7

L.05

Medewerker bedrijfsbureau III

Salarisschaal 8

L.04

Inkoper

Salarisschaal 10

Functiegroep productie

P.09

Algemeen medewerker productie/inpak

Salarisschaal 1A*

P.02

Assistent ambachtelijke bakkerij I

Salarisschaal 1

P.02

Assistent ambachtelijke bakkerij II

Salarisschaal 2

P.07

Productiemedewerker I

Salarisschaal 1

P.07

Productiemedewerker II

Salarisschaal 2

P.05

Operator inpak I

Salarisschaal 2

P.05

Operator inpak II

Salarisschaal 3

P.05

Operator inpak III

Salarisschaal 4

P.01

Broodbakker I

Salarisschaal 3

P.01

Broodbakker II

Salarisschaal 4

P.01

Broodbakker III

Salarisschaal 5

P.03

Banketbakker I

Salarisschaal 3

P.03

Banketbakker II

Salarisschaal 4

P.03

Banketbakker III

Salarisschaal 5

P.06

Operator productie I

Salarisschaal 3

P.06

Operator productie II

Salarisschaal 4

P.06

Operator productie III

Salarisschaal 5

P.04

Teamleider productie/inpak I

Salarisschaal 6

P.04

Teamleider productie/inpak II

Salarisschaal 7

P.04

Teamleider productie/inpak III

Salarisschaal 8

P.08

Manager productie I

Salarisschaal 9

P.08

Manager productie II

Salarisschaal 10

P.08

Manager productie III

Salarisschaal 11

Functiegroep technische dienst

T.02

Medewerker TD I

Salarisschaal 6

T.02

Medewerker TD II

Salarisschaal 7

T.02

Medewerker TD III

Salarisschaal 8

T.01

Hoofd TD I

Salarisschaal 8

T.01

Hoofd TD II

Salarisschaal 9

T.01

Hoofd TD III

Salarisschaal 10

2.5: Salarisschalen

De functie-uurloontabel per 1 juni 2017 / 18 juni 2017 die geldt voor de functiegroepen:

algemeen, financieel, administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst

SALARISSCHALEN PER 1/18 juni 2017 Industriële bakkerij – inclusief 2%

SALARISSCHALEN PER 1/18 juni 2017 Industriële bakkerij – inclusief 2%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

De functie-uurloontabel per 1 augustus 2017 / 13 augustus 2017 die geldt voor de functiegroepen:

algemeen, financieel, administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst

SALARISSCHALEN PER 1/13 augustus 2017 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,5%

SALARISSCHALEN PER 1/13 augustus 2017 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,5%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

De functie-uurloontabel per 1 juni 2018 / 17 juni 2018 die geldt voor de functiegroepen:

algemeen, financieel, administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst

SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Industriële bakkerij – inclusief 1,75%

SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Industriële bakkerij – inclusief 1,75%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

De functie-uurloontabel per 1 juni 2018 / 17 juni 2018 die geldt voor de functiegroepen:

algemeen, financieel, administratief, ICT, kwaliteit & productontwikkeling, logistiek, productie en technische dienst

SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,25%

SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,25%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

TOESLAGEN PERSONEEL LOGISTIEK, PRODUCTIE, TECHNISCHE DIENST

2.6: Bedrijfskledingtoeslag

Wordt door de werkgever aan het productiepersoneel geen bedrijfskleding verstrekt, dan dient de werkgever aan de werknemer een toeslag te betalen die afhankelijk is van het aantal uren dat hij werkzaam is. Deze toeslag bedraagt:

Werkweek

% bedrijfskledingtoeslag

Tot 10 uur

geen

10 tot 20 uur

50% van de toeslag

20 uur of meer

100% van de toeslag

bedrijfskledingtoeslag

per week

per 4 wkn

per maand

Ambachtelijke bakkerijen:

     

per 1 augustus 2017

€ 5,86

€ 23,44

€ 25,39

per 1 juni/17 juni 2018

€ 5,93

€ 23,72

€ 25,70

Industriële bakkerijen:

     

per 1 juni/18 juni 2017

€ 5,89

€ 23,56

€ 25,50

per 1 juni/17 juni 2018

€ 5,99

€ 23,96

€ 25,96

2.7: Toeslag arbeid in koel- en vriescellen

Voor het verrichten van arbeid in koel- en vriescellen waarin de temperatuur maximaal 7 graden Celsius bedraagt ontvangt de werknemer, afhankelijk van het aantal uren dat hij dat doet, de volgende toeslag:

Koel- en vriescellentoeslag per 1 juni/18 juni 2017 in Industriële bakkerijen

periode

Toeslag

per week

toeslag

per 4 weken

Toeslag

per maand

tot 10 uren

geen toeslag

geen toeslag

geen toeslag

10 tot 20 uren

€ 6,77

€ 27,08

€ 29,35

meer dan 20 uur

€ 13,67

€ 54,68

€ 59,23

Koel- en vriescellentoeslag per 1 augustus/13 augustus 2017 in Ambachtelijke bakkerijen

periode

Toeslag

per week

toeslag

per 4 weken

Toeslag

per maand

tot 10 uren

geen toeslag

geen toeslag

geen toeslag

10 tot 20 uren

€ 6,74

€ 26,96

€ 29,21

meer dan 20 uur

€ 13,60

€ 54,40

€ 58,93

Koel- en vriescellentoeslag per 1 juni/17 juni 2018 in Industriële bakkerijen

periode

Toeslag

per week

toeslag

per 4 weken

Toeslag

per maand

tot 10 uren

geen toeslag

geen toeslag

geen toeslag

10 tot 20 uren

€ 6,89

€ 27,56

€ 29,86

meer dan 20 uur

€ 13,91

€ 55,64

€ 60,28

Koel- en vriescellentoeslag per 1 juni/17 juni 2018 in Ambachtelijke bakkerijen

periode

Toeslag

per week

toeslag

per 4 weken

Toeslag

per maand

tot 10 uren

geen toeslag

geen toeslag

geen toeslag

10 tot 20 uren

€ 6,82

€ 27,28

€ 29,55

meer dan 20 uur

€ 13,77

€ 55,08

€ 59,67

2.8 Toeslag voor het werken op bepaalde uren
  • a. De werknemer ontvangt voor werkzaamheden verricht op de in het hieronder staande schema genoemde tijdstippen de daarbij genoemde toeslagen, uitgedrukt in een percentage van zijn functie-uurloon.

  • b. De werkgever kan de toeslag voor het werken op zondag geheel of gedeeltelijk vervangen door het verlenen van overeenkomende vrije tijd.

  • c. Zijn er tegelijkertijd meerdere toeslagen van toepassing – bijvoorbeeld als er op Koningsdag gewerkt wordt vóór 06.00 uur –, dan bestaat slechts recht op de toeslag met het hoogste percentage.

  • d. Bakkersbedrijven, waarin slechts een of meerdere handelingen worden verricht die een deel van het productieproces van brood uitmaken, worden geacht industriële bakkerijen te zijn.

  • e. Industriële bakkerijen hanteren van maandag tot en met zaterdag tussen 00.00 uur en 04.00 uur een toeslag van 37%.

  • f. Ambachtelijke bakkerijen hanteren voor arbeid op zondag een toeslag van 50% voor de eerste 4 gewerkte uren en 100% voor de overige uren.

    Als de werknemer vóór 1 april 2014 op zondagen werkte, is hij niet verplicht op zondag te werken als op die uren een lagere toeslag dan 100% wordt toegepast.

    Als de werknemer na 1 april 2014 op zondag blijft werken, dan ontvangt hij de eerste 4 uren op zondag een toeslag van 50%. De werkgever kan met deze werknemer een hogere toeslag afspreken.

    Als de werknemer:

    • vóór 1 april 2014 op zondagen werkte,

    • na 1 april 2014 onafgebroken op zondag is blijven werken

    • én daarvoor een 100% toeslag heeft ontvangen

    dan geldt dit als een afspraak een hogere toeslag te betalen.

  • g. Werkgever geeft aan welk van de onderstaande type bakkerij / type oven van toepassing is:

    • ambachtelijke bakkerij met charge-ovens;

    • ambachtelijke bakkerij met (een) continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van maximaal 400 KW;

    • industriële bakkerij met (een) continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van meer dan 400 KW.

TOESLAGTABEL VOOR HET WERKEN OP BEPAALDE UREN VOOR AMBACHTELIJKE BAKKERIJEN MET CHARGE-OVENS
 

Chr. feestdagen

zondag – art. 2.8.f*

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

24-1 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

1-2 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

2-3 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

3-4 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

4-5 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

5-6 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

6-7 uur

100%

50%*

           

7-8 uur

100%

50%*

           

8-9 uur

100%

50%*

           

9-10 uur

100%

50%*

           

10-11 uur

100%

50%*

           

11-12 uur

100%

50%*

           

12-13 uur

100%

50%*

         

34%

13-14 uur

100%

50%*

         

34%

14-15 uur

100%

50%*

         

34%

15-16 uur

100%

50%*

         

34%

16-17 uur

100%

50%*

         

34%

17-18 uur

100%

50%*

         

34%

18-19 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

19-20 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

20-21 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

21-22 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

22-23 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

23-24 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

 

Koningsdag:

 

50%

       
 

5 mei lustrumviering:

 

50%

       
TOESLAGTABEL VOOR HET WERKEN OP BEPAALDE UREN VOOR AMBACHTELIJKE BAKKERIJEN MET (EEN) CONTINUE-OVEN(S) MET EEN (TOTAAL) VERMOGEN VAN MAXIMAAL 400 KW
 

Chr. feestdagen

zondag – art. 2.8.f*

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

24-1 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

1-2 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

2-3 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

3-4 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

4-5 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

5-6 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

34%

6-7 uur

100%

50%*

         

34%

7-8 uur

100%

50%*

         

34%

8-9 uur

100%

50%*

         

34%

9-10 uur

100%

50%*

         

34%

10-11 uur

100%

50%*

         

34%

11-12 uur

100%

50%*

         

34%

12-13 uur

100%

50%*

         

34%

13-14 uur

100%

50%*

         

34%

14-15 uur

100%

50%*

         

34%

15-16 uur

100%

50%*

         

34%

16-17 uur

100%

50%*

         

34%

17-18 uur

100%

50%*

         

34%

18-19 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

19-20 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

20-21 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

21-22 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

22-23 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

23-24 uur

100%

50%*

34%

34%

34%

34%

34%

100%

 

Koningsdag:

 

50%

       
 

5 mei lustrumviering:

 

50%

       
TOESLAGTABEL VOOR HET WERKEN OP BEPAALDE UREN VOOR INDUSTRIËLE BAKKERIJEN MET (EEN) CONTINUE-OVEN(S) MET EEN (TOTAAL) VERMOGEN VAN MEER DAN 400 KW
 

zondag + christelijke feestdagen

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

24-1 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

1-2 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

2-3 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

3-4 uur

100%

37%

37%

37%

37%

37%

37%

4-5 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

34%

5-6 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

34%

6-7 uur

100%

         

34%

7-8 uur

100%

         

34%

8-9 uur

100%

         

34%

9-10 uur

100%

         

34%

10-11 uur

100%

         

34%

11-12 uur

100%

         

34%

12-13 uur

100%

         

34%

13-14 uur

100%

         

34%

14-15 uur

100%

         

34%

15-16 uur

100%

         

34%

16-17 uur

100%

         

34%

17-18 uur

100%

         

34%

18-19 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

19-20 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

20-21 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

21-22 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

22-23 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

23-24 uur

100%

34%

34%

34%

34%

34%

100%

Koningsdag:

50%

       

5 mei lustrumviering:

50%

       
2.9: Speciale toeslag voor avonduren voorafgaand aan feestdagen

De werknemer ontvangt voor de uren waarop hij op de dag voorafgaand aan de christelijke feestdagen: eerste kerstdag, tweede kerstdag, nieuwjaarsdag en eerste paasdag na 18.00 uur werkt een extra toeslag van 50% van zijn functie-uurloon.

2.10: Beloning consignatiediensten
  • a. Indien de werknemer consignatie wordt opgelegd, ontvangt hij per uur een vergoeding van 15% van zijn functie-uurloon.

  • b. Wordt de werknemer tijdens een consignatie opgeroepen om arbeid te verrichten, dan ontvangt hij voor de tijd dat hij de arbeid verricht zijn functieloon met toeslagen. Hierbij wordt de gewerkte tijd geacht minimaal 1 uur te zijn.

2.11: Overwerk
  • a. Er is sprake van overwerk indien de werknemer in een periode van 4 weken in opdracht van de werkgever meer dan 152 uren heeft gewerkt.

    Bij het berekenen van dit aantal uren, worden uren waarop niet gewerkt is, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de werknemer ziek was, als gewerkte uren meegeteld.

  • b. Voor in overwerk verrichte arbeid ontvangt de werknemer:

    • voor de eerste 8 overuren per 4 weken: 125% van het functie-uurloon;

    • voor de verdere overuren per 4 weken: 150% van het functie-uurloon.

    Na overleg met de werknemer kan de werkgever deze vergoeding geheel of gedeeltelijk verlenen in de vorm van vrije tijd. Deze vrije tijd dient door de werkgever verleend te worden uiterlijk in de periode van 4 weken volgend op de periode van 4 weken waarin de overuren zijn gemaakt.

  • c. Werkt een werknemer volgens een rooster, dat de tijdstippen vastlegt waarop hij in een in de toekomst gelegen periode van meerdere weken moet werken en dat voorziet in wisselende diensten, dan geldt in afwijking van lid a, eerste zin, dat er sprake is van overwerk indien hij:

    • in opdracht van de werkgever meer uren heeft gewerkt dan het rooster aangeeft, en;

    • hij meer dan gemiddeld 38 uur per week heeft gewerkt.

Lid a, tweede zin, en lid b zijn van toepassing.

Hierbij wordt er van uitgegaan dat dit rooster voorziet in een gemiddelde werkweek van 38 uur of minder. De situatie waarin het rooster voorziet in een gemiddelde werkweek van meer dan 38 uur, wordt gelijkgesteld aan de situatie waarin de werknemer in opdracht van de werkgever meer uren heeft gewerkt dan het rooster aangeeft.

HOOFDSTUK 3: PERSONEEL COMMERCIE

FUNCTIELOON – ALGEMEEN

3.1: Functie-uurloon

Hierna worden in tabellen de functie-uurlonen genoemd. Welk functie-uurloon op de werknemer van toepassing is, hangt af van:

  • a. het type onderneming;

  • b. de functie;

  • c. de salarisschaal waarin de functie is ingedeeld;

  • d. de leeftijd;

  • e. het aantal functiejaren respectievelijk periodieken.

Ondernemingen die uitsluitend bakkersartikelen in- en verkopen vallen voor de toepassing van het functie-uurloontabel onder Ambachtelijke bakkerijen.

3.2: Functiejarensysteem / Periodieken
  • a. De functies zijn ingedeeld in salarisschalen, die tot en met de 22-jarige leeftijd gebaseerd zijn op leeftijd en daarna op functiejaren en beoordelingsafhankelijke periodieken.

  • b. Treedt een werknemer in dienst, die al 22 jaar of ouder is, dan wordt het aantal functiejaren op nul gesteld, tenzij schriftelijk een hoger aantal is overeengekomen.

  • c. Na vaststelling van het aantal functiejaren bij indiensttreding of na het bereiken van de 22-jarige leeftijd, zal het aantal functiejaren telkens met ingang van 1 januari met één functiejaar worden verhoogd, totdat het laatste functiejaar in de salarisschaal is bereikt.

  • d. Wordt een werknemer op of na 1 oktober 22 jaar, of treedt een werknemer, die al 22 jaar of ouder is, op of na 1 oktober in dienst, of vindt een bevordering op of na 1 oktober plaats, dan zal de eerste verhoging van het aantal functiejaren één jaar later plaatsvinden dan per de eerstvolgende 1 januari.

  • e. Periodieken (gearceerde uurlonen) kunnen worden toegekend of onthouden na een voorafgaand beoordelingsgesprek respectievelijk dienen elk jaar per 1 januari te worden toegekend wanneer werkgever voor 1 januari geen beoordelingsgesprek met werknemer houdt. Werkgever dient voor een beoordelingsgesprek als minimum het in Bijlage E opgenomen beoordelingsformulier en -richtlijnen te hanteren of een ander systeem dat daaraan gelijkwaardig is.

FUNCTIELOON EN FUNCTIEGROEPEN

3.3: Indeling bedrijfsfuncties

De bedrijfsfuncties dienen aan de hand van de referentiefuncties in Bijlage A en instructies in Bijlage B te worden ingedeeld in de van toepassing zijnde salarisschaal.

3.4: Functies en salarisschaal

Functiegroep commercie

C.01

Verkoopmedewerker I

Salarisschaal 2

C.01

Verkoopmedewerker II

Salarisschaal 3

C.01

Verkoopmedewerker III

Salarisschaal 4

C.08

Bezorger

Salarisschaal 3

C.07

Medewerker verkoop binnendienst

Salarisschaal 4

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider I

Salarisschaal 5

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider II

Salarisschaal 6

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider III

Salarisschaal 7

C.04

Winkel accountmanager

Salarisschaal 8

C.03

Regiomanager

Salarisschaal 10

C.05

Key accountmanager

Salarisschaal 10

C.06

Formule specialist

Salarisschaal 10

3.5: Salarisschalen

De functie-uurloontabel per 1 juni 2017 / 18 juni 2017 die geldt voor de functiegroep: commercie

SALARISSCHALEN PER 1/18 juni 2017 Industriële bakkerij – inclusief 2%

SALARISSCHALEN PER 1/18 juni 2017 Industriële bakkerij – inclusief 2%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

* Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2018. De functie-uurlonen waarop collectieve loonsverhogingen worden toegepast zijn: € 6,56 (20 jaar), € 7,75 (21 jaar), € 9,08 (22 jaar).

De functie-uurloontabel per 1 augustus 2017 / 13 augustus 2017 die geldt voor de functiegroep: commercie

SALARISSCHALEN PER 1/13 augustus 2017 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,5%

SALARISSCHALEN PER 1/13 augustus 2017 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,5%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

* Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2018. De functie-uurlonen waarop collectieve loonsverhogingen worden toegepast zijn: € 6,53 (20 jaar), € 7,71 (21 jaar), € 9,03 (22 jaar).

De functie-uurloontabel per 1 juni 2018 / 17 juni 2018 die geldt voor de functiegroep: commercie

SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Industriële bakkerij – inclusief 1,75%

SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Industriële bakkerij – inclusief 1,75%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

* Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2018. De functie-uurlonen waarop collectieve loonsverhogingen worden toegepast zijn: € 6,67 (20 jaar), € 7,89 (21 jaar), € 9,24 (22 jaar).

De functie-uurloontabel per 1 juni 2018 / 17 juni 2018 die geldt voor de functiegroep: commercie

SALARISSCHALEN SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,25%

SALARISSCHALEN SALARISSCHALEN PER 1/17 juni 2018 Ambachtelijke bakkerij – inclusief 1,25%

In het geval een functie-uurloon lager is dan het wettelijk minimum(jeugd)loon is het wettelijk minimum(jeugd)loon van toepassing

Deze functie-uurlonen zijn aangepast tot het wettelijk minimumloon per 1 januari 2018. De functie-uurlonen waarop collectieve loonsverhogingen worden toegepast zijn: € 6,61 (20 jaar), € 7,81 (21 jaar), € 9,14 (22 jaar).

TOESLAGEN VERKOOPMEDEWERKER EN BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER

3.6: Toeslag voor het werken op bepaalde uren

De werknemer ontvangt voor werkzaamheden verricht op de hieronder genoemde dagen/tijdstippen de daarbij genoemde toeslagen, uitgedrukt in een percentage van zijn functie-uurloon:

  • a. zondagen en 5 mei lustrumviering: 50%;

    Zondag

    Als de werknemer vóór 1 april 2014 op zondagen werkte, is hij niet verplicht op zondag te werken als op die uren een lagere toeslag dan 100% wordt toegepast.

    Als de werknemer na 1 april 2014 op zondag blijft werken, dan ontvangt hij een toeslag van 50%. De werkgever kan met deze werknemer een hogere toeslag afspreken.

    Als de werknemer:

    • vóór 1 april 2014 op zondagen werkte,

    • na 1 april 2014 onafgebroken op zondag is blijven werken

    • én daarvoor een 100% toeslag heeft ontvangen

    dan geldt dit als een afspraak een hogere toeslag te betalen.

  • b. Koningsdag

    Als de werknemer vóór 1 januari 2018 op koningsdagen werkte, is hij niet verplicht op Koningsdag te werken als op die uren een lagere toeslag dan 50% wordt toegepast.

    Als de werknemer na 1 januari 2018 op Koningsdag blijft werken, dan ontvangt hij geen toeslag. De werkgever kan met deze werknemer een toeslag afspreken.

    Als de werknemer:

    • vóór 1 januari 2018 op koningsdagen werkte,

    • na 1 januari 2018 onafgebroken op Koningsdag is blijven werken

    • én daarvoor een 50% toeslag heeft ontvangen

    dan geldt dit als een afspraak een hogere toeslag te betalen.

  • c. christelijke feestdagen: 100%;

  • d. maandag t/m zaterdag na 19.00 uur: 35%; op deze toeslag heeft de werknemer slechts aanspraak indien hij een overeengekomen arbeidsduur van ten minste 10 uur per week heeft.

Zijn er tegelijkertijd meerdere toeslagen van toepassing – bijvoorbeeld als er op een christelijke feestdag gewerkt wordt na 19.00 uur –, dan bestaat slechts recht op de toeslag met het hoogste percentage.

De werkgever kan de toeslag voor het werken op zondag geheel of gedeeltelijk vervangen door het verlenen van overeenkomende vrije tijd.

3.7: Overwerk
  • a. Er is sprake van overwerk indien de werknemer in een periode van 4 weken in opdracht van de werkgever meer dan 152 uren heeft gewerkt.

    Bij het berekenen van dit aantal uren, worden uren waarop niet gewerkt is, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de werknemer ziek was, als gewerkte uren meegeteld.

  • b. Voor in overwerk verrichte arbeid ontvangt de werknemer:

    • voor de eerste 8 overuren per 4 weken: 125% van het functie-uurloon;

    • voor de verdere overuren per 4 weken: 150% van het functie-uurloon.

    Na overleg met de werknemer kan de werkgever deze vergoeding geheel of gedeeltelijk verlenen in de vorm van vrije tijd. Deze vrije tijd dient door de werkgever verleend te worden uiterlijk in de periode van 4 weken volgend op de periode van 4 weken waarin de overuren zijn gemaakt.

  • c. Werkt een werknemer volgens een rooster, dat de tijdstippen vastlegt waarop hij in een in de toekomst gelegen periode van meerdere weken moet werken en dat voorziet in wisselende diensten, dan geldt in afwijking van lid a, eerste zin, dat er sprake is van overwerk indien hij:

    • in opdracht van de werkgever meer uren heeft gewerkt dan het rooster aangeeft, en;

    • hij meer dan gemiddeld 38 uur per week heeft gewerkt.

Lid a, tweede zin, en lid b zijn van toepassing.

Hierbij wordt er van uitgegaan dat dit rooster voorziet in een gemiddelde werkweek van 38 uur of minder. De situatie waarin het rooster voorziet in een gemiddelde werkweek van meer dan 38 uur, wordt gelijkgesteld aan de situatie waarin de werknemer in opdracht van de werkgever meer uren heeft gewerkt dan het rooster aangeeft.

TOESLAG BEZORGER

3.8: Toeslag voor arbeid op zaterdag

De werknemer ontvangt voor uren, gewerkt op zaterdag, een toeslag van 15% van zijn functie-uurloon.

HOOFDSTUK 4: OPLEIDING

4.1: Gelegenheid geven tot volgen vakopleiding

De werkgever is gehouden de werknemer de gelegenheid te geven deel te nemen aan de vakopleiding volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs.

4.2: Indeling leerlingen in salarisschalen

Afhankelijk van de functie waarvoor wordt opgeleid, de te verrichten werkzaamheden en de beschikbare kennis en ervaring van de leerling zijn de salarisschalen van artikel 2.5 of artikel 3.5 van toepassing.

4.3: Overeengekomen arbeidsduur

De met de werknemer, die de vakopleiding volgt, overeengekomen arbeidsduur mag maximaal 32 en minimaal 15 uur per week bedragen.

4.4: Studievergoeding

Voor de werknemer die aan deze vakopleiding deelneemt en die nog geen 21 jaar oud is geldt, dat hij, naast de beloning die hem overigens krachtens deze CAO toekomt, recht heeft op een studievergoeding, die gelijk is aan een bedrag dat als volgt wordt berekend:

12,5% over het verdiende functieloon in de weken waarin hij de lessen, die in het kader van de vakopleiding worden gegeven, heeft gevolgd of niet-verwijtbaar heeft verzuimd.

Dit bedrag wordt telkens gelijktijdig met de eerste loonbetaling uitgekeerd zodra een jaar is verstreken sinds de werknemer is gestart met de vakopleiding, dan wel zodra de werknemer ophoudt de vakopleiding te volgen of 21 jaar wordt, of de arbeidsovereenkomst eindigt.

4.5: Verlof voor afleggen examens

Voor het afleggen van een examen voor een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend diploma of certificaat, voor zover dat relevant is voor de bedrijfstak van het bakkersbedrijf, heeft de werknemer recht op verzuim met behoud van loon, zoals geregeld in artikel 8.4.b.10.

4.6: Afwijkende regeling voor leerlingen over arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

  • a. Ten aanzien van een werknemer die aan de vakopleiding deelneemt geldt in afwijking van artikel 7:668a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd indien:

    • arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden hebben opgevolgd en een periode van 72 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden;

    • meer dan 6 voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden.

  • b. Indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat de vakopleiding binnen een jaar kan worden afgerond, mag de duur van een af te sluiten arbeidsovereenkomst maximaal één jaar bedragen.

4.7: Bijdrageregeling beroepspraktijkvorming

Ten behoeve van werknemers, werkgevers, uitzendbureaus en payrollbedrijven, die de bijdrage bedoeld in artikel 16.1 afdragen, heeft het bestuur van de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf een regeling in het leven geroepen die voorziet in bijdragen in de kosten van de opleiding en van het geven van beroepspraktijkvorming. Voornoemde regeling is opgenomen in Bijlage D van deze CAO.

4.8: Bijdrageregeling bijscholing

Ten behoeve van werknemers, werkgevers, uitzendbureaus en payrollbedrijven, die de bijdrage bedoeld in artikel 16.1 afdragen, heeft het bestuur van de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf een regeling in het leven geroepen die voorziet in bijdragen in de kosten van bijscholingscursussen. Voornoemde regeling is opgenomen in Bijlage D van deze CAO.

4.9: Scholingsplan

De werkgever ontwikkelt een scholingsplan op ondernemingsniveau, met als uitgangspunt dat de werknemer een erkend diploma behaalt. De werkgever kan hierbij gebruik maken van een format dat via www.sociaalfondsbakkersbedrijf.nl beschikbaar wordt gesteld.

4.10: Persoonlijk opleidingsvoucher

Het bestuur van de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf zal met ingang van 1 januari 2018 een tijdelijke regeling (pilot) in het leven roepen waarin werknemers een persoonlijk opleidingsvoucher van € 200,– per jaar per fulltime werknemer (parttime werknemer naar rato) kunnen inzetten voor arbeidsmarktrelevante opleidingen en trainingen. Stapelen van meerdere subsidies van het Sociaal Fonds Bakkersbedrijf per opleiding/training is niet mogelijk. Deze regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2019. CAO-partijen evalueren de regeling in januari 2019 en besluiten aansluitend of de regeling wordt voortgezet, aangepast of afgeschaft. De tijdelijke regeling is opgenomen in Bijlage D van deze CAO.

HOOFDSTUK 5: PERSOONLIJKE TOESLAG(EN)

5.1: Beloning boven CAO

  • a. De beloning die uitgaat boven het functieloon en de toeslagen waarop volgens deze CAO recht bestaat, wordt aangeduid als persoonlijke toeslag.

  • b. Als het functieloon en/of de toeslagen waarop volgens deze CAO recht bestaat, worden verhoogd (zie artikel 1.4 of 1.5), blijft de persoonlijke toeslag onveranderd, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen. De persoonlijke toeslag wordt met de in artikel 1.4 of 1.5 aangegeven percentages verhoogd wanneer dat voortvloeit uit artikel 2.35.i of artikel 4.25.i van de CAO Bakkersbedrijf (01-03-2012 t/m 30-04-2013, Besluit d.d. 22 augustus 2012, Staatscourant 2012, nr. 15764).

HOOFDSTUK 6: ALGEMENE BEPALINGEN

6.1: Schriftelijk aangaan arbeidsovereenkomst

  • a. De werkgever en de werknemer zijn verplicht om de arbeidsovereenkomst schriftelijk aan te gaan.

  • b. De werkgever is gehouden iedere werknemer bij indiensttreding of functiewijziging schriftelijk te berichten over de salarisschaal waarin hij is ingedeeld, het daarbij behorende functieloon en, voor zover van toepassing, het aantal functiejaren of periodieken waarop dat functieloon is gebaseerd.

6.2: Loonbriefje

De werkgever is verplicht aan de werknemer bij het uitbetalen van het loon een loonbriefje te verstrekken. Hieruit dient de samenstelling van het loon te blijken, uitgesplitst in functieloon en de diverse toeslagen. Na instemming van de werknemer mag het loonbriefje digitaal door de werkgever worden verstrekt.

6.3: Registratie en overzicht vakantiedagen

De werkgever is verplicht aantekening te houden van de door de werknemer opgenomen vakantiedagen. Twee keer per jaar dient de werkgever aan de werknemer een overzicht van de opgenomen vakantiedagen te verstrekken. Dit overzicht moet door de werknemer worden geparafeerd.

6.4: Bericht salarisschaal/aantal functiejaren/periodieken

Een keer per jaar, bij voorkeur tegelijk met het verstrekken van de jaaropgave, bericht de werkgever schriftelijk aan de werknemer in welke salarisschaal de werknemer is ingedeeld, en, voor zover van toepassing, op welk aantal functiejaren of periodieken het functieloon is gebaseerd.

6.5: Fiscale faciliteit

In het kader van een fiscale regeling kan worden overeenkomen dat bruto loonbestanddelen en vakantiedagen worden aangewend. Bij aanwending van vakantiedagen moet er een minimumaanspraak van 4 weken overblijven.

6.6: Vakbondscontributie

Vakbondscontributie zal op verzoek van werknemer door werkgever in de vrije ruimte van de Werkkostenregeling worden ondergebracht voor zover er nog ruimte aanwezig is. Werkgever inventariseert in het eerste kwartaal van het kalenderjaar de werkkosten en welke werknemers van deze regeling gebruik willen maken. De werknemer zorgt ervoor dat alle informatie, gegevens en documenten, die de werkgever daarvoor nodig heeft, vóór 1 november aan de werkgever worden verstrekt. Werkgever zal in december het factuurbedrag van de vakbondscontributie met behulp van de cafetariaregeling in mindering brengen op het bruto loon van werknemer en bij het netto loon optellen en uitbetalen.

6.7: Verzekering tegen het WIA-werknemersrisico

Op verzoek van de werknemer sluit de werkgever een door de werknemer gewenste verzekering af tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. De premie komt voor rekening van de werknemer en mag met inachtneming van artikel 7:631 BW op zijn loon worden ingehouden. De inhouding op het loon vereist een schriftelijke instemming van de werknemer en geldt voor dat deel van het loon dat het wettelijke minimumloonniveau overschrijdt.

6.8: Verrekening WGA-premie

De werkgever mag, met inachtneming van de wettelijke regels waaronder artikel 7:631 BW en de voorwaarden in de Wet financiering sociale verzekeringen, de helft van de gedifferentieerde WGA-premie respectievelijk (bij eigenrisicodragers) van de WGA-lasten op het nettoloon van de werknemers inhouden.

6.10: Aanpassing arbeidsduur

De werkgever is niet verplicht om een verzoek van de werknemer tot vermeerdering van de uit zijn arbeidsovereenkomst voortvloeiende arbeidsduur in behandeling te nemen respectievelijk in te willigen.

6.11: Veiligheidsschoenen en bedrijfskleding

  • a. De werkgever is verplicht om aan de werknemer, die in koel- of vriescellen arbeid moet verrichten, doelmatige beschermende kleding ter beschikking te stellen.

  • b. De werkgever zal jaarlijks aan de werknemer in de verkoop 2 schorten c.q. 2 jasschorten ter beschikking stellen.

  • c. De werkgever is verplicht aan de werknemer in de bezorging binnen een redelijke tijd na diens aanstelling bedrijfskleding ter beschikking te stellen, alsmede kleding ter bescherming bij barre weersomstandigheden.

  • d. Als de werkgever bedrijfskleding ter beschikking stelt, dient hij, voor zover daartoe op grond van de arbeidsomstandigheden aanleiding bestaat, ook veiligheidsschoenen ter beschikking te stellen.

  • e. Het ter beschikking stellen, onderhouden/wassen van veiligheidsschoenen/bedrijfskleding kan nader worden geregeld in een bedrijfsreglement.

  • f. Indien de werkgever veiligheidsschoenen/bedrijfskleding ter beschikking stelt, is de werknemer verplicht deze te dragen tijdens het verrichten van de werkzaamheden.

    Het is de werknemer niet toegestaan deze te dragen buiten het verrichten van de werkzaamheden.

  • g. Ongeacht of wel of geen bedrijfskleding ter beschikking wordt gesteld, is de werknemer verplicht tijdens het verrichten van de hem opgedragen werkzaamheden doelmatig en behoorlijk gekleed te gaan.

6.12: Woon-werkverkeer

Op bedrijfsniveau zullen afspraken worden gemaakt over de vergoeding van kosten van werknemers voor het woon-werkverkeer

HOOFDSTUK 7: VAKANTIERECHTEN

7.1: Opbouw aanspraak op vakantie

  • a. De aanspraak van de werknemer op vakantie met behoud van loon bedraagt op jaarbasis: 5 x het gemiddeld aantal uren per week waarvoor recht op loon bestaat. Deze aanspraak bestaat uit wettelijke vakantie uren, zijnde 4 x het gemiddeld aantal uren per week, en bovenwettelijke vakantie uren, zijnde 1 x het gemiddeld aantal uren per week.

    In de term ‘vakantie met behoud van loon’ wordt onder loon verstaan: het gemiddelde functieloon met bruto toeslagen dat in de aan de vakantie voorafgaande laatste 3 volledige maanden respectievelijk 3 volledige periodes van 4 weken is verdiend. Toepassing van dit artikellid gebeurt met inachtneming van het loonbegrip in artikel 7:610 en artikel 7:639 BW.

  • b. De werknemer die gedurende een jaar onafgebroken in ploegendienst werkzaam is geweest, heeft recht op extra vakantie uren op jaarbasis. Dit recht wordt als volgt berekend: 2/5 x de overeengekomen arbeidsduur per week.

7.2: Vaststellen tijdstippen van vakantie

  • a. Indien er in de betreffende onderneming sprake is van een bedrijfssluiting, is de werkgever bevoegd om te bepalen dat de vakantie met de bedrijfssluiting samenvalt, een en ander na overleg met de werknemers en rekening houdend met de schoolvakanties.

  • b. Overigens stelt de werkgever de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Indien de werkgever niet binnen twee weken nadat de werknemer zijn wensen schriftelijk heeft kenbaar gemaakt, schriftelijk aan de werknemer gewichtige redenen heeft aangevoerd, is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.

  • c. Indien de werknemer langer dan drie weken aaneengesloten afwezig wenst te zijn, dient hij dit ten minste drie maanden van tevoren aan de werkgever kenbaar te maken.

  • d. In het vastgestelde tijdvak van de vakantie kunnen door de werkgever nadien nog slechts dan wijzigingen aangebracht worden ingeval zich onvoorziene omstandigheden voordoen, die wijzigingen met het oog op de bedrijfsvoering noodzakelijk maken.

  • e. Christelijke feestdagen mogen niet als snipperdagen gelden. Indien de vakantie van een werknemer valt in een week waarin een christelijke feestdag valt, dan telt deze feestdag niet als een vakantiedag.

7.3: Vakantietoeslag

  • a. De werknemer heeft recht op vakantietoeslag. Deze bedraagt 8% over het in een periode van een jaar verdiende loon, exclusief vakantietoeslag.

  • b. De werkgever mag voor de sub a bedoelde periode van een jaar nemen:

    • 1. of het laatste aan de uitbetaling voorafgaande kalenderjaar;

    • 2. of de direct aan de uitbetaling voorafgaande periode van een jaar.

  • c. De vakantietoeslag wordt uiterlijk op 1 juni uitbetaald.

HOOFDSTUK 8: VERLOF

8.1: Arbeidsduur in feestweken In ondernemingen geldt het volgende.

In ondernemingen geldt het volgende.

  • a. Valt een christelijke feestdag, de avond (vanaf 18.00 uur) voorafgaande aan christelijke feestdagen, Koningsdag of een 5 mei lustrumviering op een (gedeelte van een) dag waarop de werknemer volgens het voor hem geldende normale rooster had moeten werken, dan geldt als uitgangspunt dat de werknemer op (dat gedeelte van) die dag vrijaf heeft met behoud van loon. Wordt de werknemer op die dag geen vrijaf verleend, dan heeft hij recht op vervangende vrije tijd met behoud van loon.

    Werkt de werknemer in de betreffende week meer uren dan conform zijn normale wekelijkse arbeidsduur, verminderd met het aantal uren waarvoor hij aanspraak heeft op vrijaf met behoud van loon, dan dienen die meer gewerkte uren als overuren te worden aangemerkt.

  • b. Valt een christelijke feestdag, de avond (vanaf 18.00 uur) voorafgaande aan christelijke feestdagen, Koningsdag of een 5 mei lustrumviering op een dag waarop de werknemer volgens het voor hem geldende normale rooster niet had behoeven te werken, dan verschaft dit feit aan de werknemer geen recht op vervangende vrije tijd of compensatie in geld of op enige andere aanspraak.

  • c. In dit artikel wordt onder loon verstaan: het gemiddelde functieloon met toeslagen, exclusief de overuren, dat in de aan het kort verzuim van werk voorafgaande laatste 3 volledige maanden respectievelijk 3 volledige periodes van 4 weken is verdiend.

8.2: Speciale regeling voor het werken op uren voorafgaand aan feestdagen

Indien een werknemer op een dag voorafgaand aan een christelijke feestdag minder werkt dan normaal in verband met het feit dat er op die christelijke feestdag geen of minder dan normale afzet van bakkersartikelen plaatsvindt, mogen de minder gewerkte uren worden ingehaald op de betreffende christelijke feestdag.

8.4: Calamiteiten- en ander kort verzuimverlof

  • a. De werknemer heeft recht op verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens:

    • 1. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;

    • 2. een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting, waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kon plaatsvinden;

    • 3. de uitoefening van het actief kiesrecht.

  • b. Onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden worden in ieder geval begrepen:

    • 1. de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont c.q. de regeling van adoptie; in die gevallen bestaat recht op 2 dagen verzuim met behoud van loon, zijnde de dag van bevalling en een dag op te nemen binnen een jaar na de bevalling;

    • 2. het overlijden c.q. de begrafenis c.q. crematie van een van zijn huisgenoten of een van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn;

      • a. indien de overledene de echtgeno(o)t(e), de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont is, of een eigen inwonend ongehuwd (pleeg)kind, bestaat recht op zoveel dagen verzuim met behoud van loon als er zijn van de dag van overlijden tot en met de dag van begrafenis c.q. crematie;

      • b. indien de overledene een eigen (pleeg)kind, een aangehuwd kind, een ouder of schoonouder of een kleinkind is, bestaat recht op 1 dag verzuim met behoud van loon bij zowel het overlijden als de begrafenis c.q. crematie;

      • c. indien de overledene een grootouder, broer, zus, zwager of schoonzus van de werknemer is, bestaat recht op 1 dag verzuim met behoud van loon bij de begrafenis c.q. crematie;

    • 3. het huwelijk van de werknemer c.q. de officiële viering bij het sluiten van een geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract; in dat geval bestaat recht op 2 dagen verzuim met behoud van loon, zijnde de dag van het huwelijk c.q. de officiële viering bij het sluiten van een geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract en een dag op te nemen binnen een jaar na de dag van het huwelijk c.q. de officiële viering bij het sluiten van een geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract;

    • 4. het bijwonen van het huwelijk c.q. de officiële viering bij het sluiten van een geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract van eigen (pleeg)kinderen, kleinkinderen, ouders, broers, zusters, zwagers en schoonzusters; in dat geval bestaat recht op 1 dag verzuim met behoud van loon, mits daarvan een week van tevoren aan de werkgever kennis wordt gegeven;

    • 5. melding voorgenomen huwelijk of partnerregistratie van de werknemer; in dat geval bestaat recht op 1 dag verzuim met behoud van loon, mits daarvan een week van tevoren aan de werkgever kennis wordt gegeven;

    • 6. 25- of 40-jarig huwelijksfeest c.q. geregistreerd partnerschap dan wel het feest ter viering van het 25- of 40-jarig bestaan van het samenlevingscontract van de werknemer en 25-, 40-, 50-, of 60-jarig huwelijksfeest van ouders, schoonouders of grootouders; in dat geval bestaat recht op 1 dag verzuim met behoud van loon, mits daarvan een week van tevoren aan de werkgever kennis wordt gegeven;

    • 7. 25- of 40-jarig dienstjubileum van de werknemer; in dat geval bestaat recht op 1 dag verzuim met behoud van loon;

    • 8. het regelen van de begrafenis c.q. crematie van ouders of schoonouders; in dat geval bestaat recht op verzuim met behoud van loon gedurende de redelijkerwijs noodzakelijke uren tot een maximum van 10 uur;

    • 9. noodzakelijke medische verzorging van de werknemer; in dat geval bestaat recht op verzuim met behoud van loon gedurende de werkelijk benodigde tijd, voor zover deze verzorging aantoonbaar niet buiten arbeidstijd kan plaats hebben;

    • 10. afleggen van een examen voor een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend diploma of certificaat, voor zover dat relevant is voor de bedrijfstak van het bakkersbedrijf; in dat geval bestaat recht op verzuim met behoud van loon gedurende de werkelijk benodigde tijd, inclusief reistijd, met een maximum van 2 dagen;

    • 11. bij verhuizing van de werknemer; in dat geval bestaat maximaal 1 keer per jaar recht op 1 dag verzuim met behoud van loon;

    • 13. vakbondsverlof; aan werknemers, uitzendkrachten en payrollwerknemers, die lid zijn van een werknemersorganisatie dan wel de daartoe behorende jongerenorganisatie, zal desverlangd en voor zover de werkzaamheden, in overleg met de betrokken werknemers geregeld kunnen worden, vrijaf gegeven worden met behoud van loon, voor zover zij als officieel afgevaardigde een congres van hun bond, een vergadering van de bondsraad of het daarmee gelijk te stellen orgaan, een vakgroepsvergadering, een vergadering van het vakgroepbestuur of een vakbondscursus – niet zijnde een cursus in het kader van de WOR –, die van relevante betekenis is voor het bakkersbedrijf, wensen bij te wonen zulks echter tot een maximum van zes dagen per jaar respectievelijk, indien de werknemer een vakbondskaderlid is die in een bondsorgaan is afgevaardigd, twaalf dagen per jaar.

      Hierbij geldt dat de werkgever niet gehouden is het hier bedoelde verlof tegelijkertijd te verlenen aan meer dan:

      • in de onderneming zijn 1 t/m 40 werknemers in dienst: 2 werknemers;

      • in de onderneming zijn 41 t/m 80 werknemers in dienst: 3 werknemers;

      • in de onderneming zijn 81 t/m 120 werknemers in dienst: 4 werknemers;

      • in de onderneming zijn 121 t/m 160 werknemers in dienst: 5 werknemers;

      en zo vervolgens.

      Ten behoeve van werkgevers, uitzendbureaus en payrollbedrijven, die de bijdrage bedoeld in artikel 16.1 afdragen, heeft het bestuur van de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf een regeling in het leven geroepen die voorziet in vergoeding van de verletkosten van dit vakbondsverlof. Voornoemde regeling is opgenomen in Bijlage D van deze CAO.

    • 14. de verlenging van de verblijfsvergunning; in dat geval bestaat recht op verzuim met behoud van loon gedurende de werkelijk benodigde tijd om de werknemer in de gelegenheid te stellen terzake hiervan regelingen te treffen;

  • c. Ook als dat niet uitdrukkelijk is aangegeven zullen de bovenstaande bepalingen inzake verzuim wegens familieomstandigheden overeenkomstig worden toegepast indien de werknemer ongehuwd samenwoont.

  • d. In dit artikel wordt onder loon verstaan: het gemiddelde functieloon met toeslagen, exclusief de overuren, dat in de aan het kort verzuim van werk voorafgaande laatste 3 volledige maanden respectievelijk 3 volledige periodes van 4 weken is verdiend.

8.5: Onbetaald verlof

  • a. De werknemer heeft recht op drie dagen onbetaald verlof per jaar indien en wanneer de bedrijfsomstandigheden dit naar het oordeel van de werkgever mogelijk maken. Werkgever zal een weigering om dit verlof te verlenen uitvoerig moeten motiveren.

  • b. Mantelzorg

    Werkgever heeft, na een verzoek van werknemer onbetaald verlof op te nemen om mantelzorg te verlenen, een inspanningsverplichting om dit mogelijk te maken.

    Werknemer en werkgever gaan samen het gesprek aan als het bieden van mantelzorg in de situatie van de werknemer wenselijk en noodzakelijk is. Het gaat daarbij om intensieve zorg en hulp aan dierbaren die voor een bepaalde periode structureel is en langer duurt dan de onder 8.5.a. genoemde drie dagen per jaar.

    Mantelzorg is vanuit de Wet Arbeid en Zorg een vorm van zorgverlof. Het gesprek tussen de werknemer en werkgever dient om afspraken te maken om de arbeidsduur zo nodig aan te passen, de werktijden flexibeler in te delen of, indien mogelijk, thuiswerk te verrichten, zodat een betere afstemming tussen arbeid en zorgtaken mogelijk is. Als een werknemer mantelzorg gaat verlenen, treedt de werknemer tijdig in overleg met de werkgever om afspraken te maken.

    Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd en bevatten:

    • een indicatie van de duur van de mantelzorgtaken;

    • de omvang van de mantelzorgtaken in uren per dag / week;

    • flexibele indeling van arbeidstijden en werkzaamheden, eventueel met (gedeeltelijk) thuiswerken;

    • de combinatie van zorg met de arbeidstijden.

  • c. Ten aanzien van overeengekomen onbetaald verlof van de werknemer geldt, dat het dienstverband als niet onderbroken wordt voortgezet, indien de werkzaamheden binnen de afgesproken tijd dan wel op het afgesproken tijdstip worden hervat. Aanspraken op vakantie en vakantietoeslag worden niet verworven gedurende de periode van onbetaald verlof.

HOOFDSTUK 9: ZIEKTE

9.1: Uitkering bij arbeidsongeschiktheid in 1e en 2e ziektejaar

  • a. Met ingang van 1 januari 2018:

    In afwijking van wat in artikel 7:629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald over de omvang van het loon bij arbeidsongeschiktheid, keert de werkgever bij arbeidsongeschiktheid aan de werknemer uit gedurende:

    • 1a. de eerste maand van de arbeidsongeschiktheid: 90% van het loon met een minimum van 100% wettelijk minimum(jeugd)loon;

      In afwijking van voorgaande zin wordt de eerste maand van de arbeidsongeschiktheid 100% van het loon betaald in geval van:

      • ziekte als gevolg van een door Inspectie SZW vastgesteld bedrijfsongeval of

      • een doorlopend ziektegeval (artikel 7:629 lid 10 BW) dan wel in geval van hoge frequentie van gerelateerde ziekmeldingen als zodanig kan worden aangemerkt.

    • 1b. de tweede t/m zesde maand van arbeidsongeschiktheid: 100% van het loon;

    • 2. het 2e half jaar van de arbeidsongeschiktheid: 95% van het loon met een minimum van 100% wettelijk minimum(jeugd)loon;

    • 3. het 3e en 4e half jaar van de arbeidsongeschiktheid: 85% van het loon.

  • b. Onder loon wordt hier verstaan: het gemiddelde functieloon met toeslagen dat in de aan de eerste ziektedag voorafgaande laatste 3 volledige maanden respectievelijk 3 volledige periodes van 4 weken is verdiend. Bij de berekening van dit loon wordt met een eventuele aanpassing van de arbeidsduur in deze referteperiode naar rato rekening gehouden. Dit loon wordt op de tijdstippen en met de percentages als aangegeven in artikel 1.4 of 1.5, met inachtneming van artikel 5.1, aangepast. Toepassing van dit artikellid gebeurt met inachtneming van van het loonbegrip in artikel 7:629 BW.

  • c. Als het UWV de werkgever verplicht om ook na het 2e ziektejaar loon door te betalen, keert de werkgever aan de werknemer gedurende maximaal een jaar uit: 85% van het loon.

  • d. De uitkering van de werkgever, bedoeld in lid a, wordt verminderd met het bedrag van de aan de werknemer krachtens wettelijk voorgeschreven sociale verzekeringen toekomende uitkeringen. Kortingen daarop, veroorzaakt door toedoen van de werknemer, blijven ten laste van de werknemer en worden dus bij de berekening bedoeld in de vorige zin buiten beschouwing gelaten.

9.2: Uitkering bij arbeidsongeschiktheid in 3e en 4e ziektejaar

Als de werknemer na de periode, waarop artikel 9.1 betrekking heeft, nog steeds arbeidsongeschikt is, geldt voor de daarop aansluitende periode van 2 jaar het volgende.

  • a. Werkgever verstrekt aan werknemer een uitkering ter hoogte van 5% van het loon zoals bedoeld onder artikel 9.1 sub b ongeacht of werknemer een WIA-uitkering (IVA- of WGA-uitkering) ontvangt.

  • b. Indien de arbeidsovereenkomst binnen deze periode van 2 jaar op initiatief van de werkgever wordt beëindigd zal werkgever de uitkering, zoals bedoeld in lid a van dit artikel, over de resterende periode in een eenmalig bedrag uitkeren.

  • c. Indien werkgever de transitievergoeding aan werknemer uitkeert is de uitkering bedoeld onder lid a van dit artikel niet verschuldigd tot de hoogte van het bedrag van de transitievergoeding.

9.4: Intentieverklaring gedeeltelijk arbeidsongeschikten

De werkgever dient, voor zover dat van hem redelijkerwijs gevergd kan worden, zijn gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers in de gelegenheid te stellen hun restcapaciteit te benutten.

9.5: Vakantie-aanspraak bij ziekte

  • a. Wettelijke vakantiedagen.

    De werknemer die de bedongen arbeid niet verricht wegens ziekte verwerft, ongeacht of hij aanspraak heeft op loon, aanspraak op vakantie van 4 maal de overeengekomen arbeidsduur per week of, als de overeengekomen arbeidsduur in uren per jaar is uitgedrukt, van een overeenkomstige tijd.

  • b. Bovenwettelijke vakantiedagen.

    De werknemer die de bedongen arbeid niet verricht wegens ziekte verwerft aanspraak op vakantie van 1 maal de overeengekomen arbeidsduur per week over het tijdvak van de laatste 6 maanden waarin de arbeid niet werd verricht, met dien verstande dat tijdvakken worden samengeteld als zij elkaar met onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

    De werknemer die de bedongen arbeid slechts voor een gedeelte van de overeengekomen arbeidsduur niet verricht wegens ziekte, verwerft slechts aanspraak op vakantie voor een evenredig gedeelte van datgene waarop hij recht zou hebben gehad als hij gedurende de volledige arbeidsduur arbeid zou hebben verricht.

  • c. De aanspraak op vakantie, bedoeld in lid b, vervalt, conform het in artikel 7:640a BW bepaalde, 5 jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

  • d. Werknemers, die ten gevolge van arbeidsongeschiktheid niet in staat zijn de hen toekomende vakantiedagen geheel of gedeeltelijk op te nemen, kunnen deze alsnog op een ander, na overleg met de werkgever vast te stellen tijdstip opnemen.

HOOFDSTUK 10: ARBEIDSTIJDEN

10.3: Algemeen

De volgende artikelen uit dit hoofdstuk zijn van toepassing op personen die arbeid verrichten in bakkersbedrijven, indien en voor zover op hen de Arbeidstijdenwet en de daarop berustende bepalingen van toepassing zijn. In deze artikelen worden deze personen aangeduid als ‘werknemer’.

10.4: Mededeling arbeids- en rusttijdenpatroon

De werkgever deelt het arbeidstijds- en rusttijdenpatroon, dat op een bepaalde werkweek betrekking heeft, ten minste 4 weken voor aanvang van die werkweek aan de werknemers mede.

In het aan de werknemers meegedeelde arbeidstijdpatroon kunnen door de werkgever nadien nog slechts dan wijzigingen aangebracht worden ingeval zich onvoorziene omstandigheden voordoen, die wijzigingen met het oog op de bedrijfsvoering noodzakelijk maken.

10.5: Nachtarbeid

  • a. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat een werknemer in elke periode van:

    • 1. 52 aaneengesloten weken ten hoogste 140 malen arbeid verricht in een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur, of

    • 2. 2 aaneengesloten weken ten hoogste 38 uren arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur.

  • b.

    • 1. In brood- en banketbakkerijen waar op ambachtelijke wijze werkzaamheden worden verricht en waar uitsluitend of in hoofdzaak wordt geproduceerd voor een of meer eigen brood- en banketwinkels, mag de werkgever bij calamiteiten de arbeid zodanig organiseren, dat een werknemer in elke periode van 4 aaneengesloten weken ten hoogste 20 malen arbeid verricht in een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur.

    • 2. Onder calamiteiten wordt verstaan: situaties waarin het normale evenwicht tussen werk en werkenden is verstoord door een of meerdere van de volgende bijzondere factoren:

      • a. ziekte of zorgverlof;

      • b. door toerisme in bepaalde perioden en bepaalde regio’s sterk gestegen vraag naar producten van werkgever.

    • 3. Van de in lid b.1 bedoelde bevoegdheid kan slechts tijdelijk gebruik worden gemaakt; dat wil zeggen zolang als redelijkerwijze nodig is om, al dan niet door het nemen van organisatorische maatregelen, een situatie te bereiken waarin weer sprake is van evenwicht tussen werk en werkenden. Deze periode zal niet langer mogen duren dan 2 maanden.

    • 4. Indien de werkgever van de in lid b.1 genoemde bevoegdheid gebruik wil maken:

      • gedurende een langere periode dan 2 maanden; of

      • in verband met calamiteiten, veroorzaakt door andere bijzondere factoren dan genoemd in lid b.2;

      kan hij daartoe bij de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden, bedoeld in artikel 15.1, een gemotiveerd verzoek indienen.

  • c. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat een werknemer na het verrichten van een reeks van 3 en ten hoogste 6 achtereenvolgende nachtdiensten een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren.

  • d. Ten aanzien van de jeugdige werknemer die een opleiding tot brood- en banketbakker, tot broodbakker of tot leidinggevende in de bakkerij volgt door middel van hetzij een beroepsbegeleidende hetzij een beroepsopleidende leerweg in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs en die uitsluitend arbeid in nachtdienst verricht die noodzakelijk is in het kader van die opleiding, geldt dat de werkgever de arbeid zodanig organiseert, dat de jeugdige werknemer die arbeid in nachtdienst verricht:

    • 1. geen arbeid verricht tussen 22.00 uur en 04.00 uur;

    • 2. ten hoogste 8 uren per nachtdienst en 40 uren per week arbeid verricht;

    • 3. ten hoogste 4 maal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren arbeid in nachtdienst verricht;

    • 4. na het verrichten van arbeid in nachtdienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren.

  • e. De in lid d, onder 3, bedoelde aaneengesloten periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de jeugdige werknemer arbeid verricht.

10.6: Consignatie

  • a. De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke aaneengesloten periode van 28 maal 24 uren ten minste:

    • 1. 14 maal een periode van 24 achtereenvolgende uren geen consignatie wordt opgelegd en

    • 2. 2 maal een aaneengesloten periode van 48 uren geen arbeid verricht noch consignatie wordt opgelegd.

  • b. Indien de aard van de arbeid het noodzakelijk maakt dat de werknemer tijdens een pauze op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid verricht en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijze niet is te voorkomen, wordt deze consignatie tijdens pauzes voor de toepassing van het bepaalde sub a niet als consignatie aangemerkt. De tijd tijdens de arbeidsgebonden pauze waarop arbeid van de werknemer zich uitsluitend beperkt tot het bereikbaar zijn om op oproep de bedongen arbeid te verrichten, geldt als pauze.

10.7: Tijd-voor-tijd-regeling

Na voorafgaande toestemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging mag werkgever gedurende de looptijd van deze cao met inachtneming van de volgende randvoorwaarden op bedrijfs- c.q. locatieniveau een tijd-voor-tijd-regeling invoeren.

Randvoorwaarden:

  • Werkgever stuurt een kopie van overeengekomen tijd-voor-tijd-regeling aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden.

  • Uitvoering mag niet in strijd zijn met de Arbeidstijdenwet/Arbeidstijdenbesluit respectievelijk artikel 2.11 en 3.7 cao.

  • Mededelingen arbeids- en rusttijdenpatroon (artikel 10.4 cao) is van toepassing.

  • Toeslagen in artikel 2.8, 3.6 en 3.8 (15%/34%/37%/50%/100%) zijn van toepassing en worden, indien deze bepaalde uren zijn gewerkt, in elk loonbetalingstijdvak uitbetaald.

  • Overuren(toeslag) in artikel 2.11 en 3.7 (25%/50%) is van toepassing.

  • Uren (100%) die méér worden gewerkt dan gemiddeld 38 uur per week, gerekend over een periode van 4 weken respectievelijk de met de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad overeengekomen roostercyclus, komen in de tijd-voor-tijd-regeling. Uitbetaling gebeurt in overleg.

  • Overurentoeslag (25%/50%) wordt in de eerstvolgende loonbetalingstijdvak uitbetaald.

  • Per bedrijf/locatie wordt het aantal en het moment van afrekenen (afrekenmomenten) bepaald met een minimum van 2 keer per jaar.

    Op het afrekenmoment wordt:

    • een negatief saldo aan uren kwijtgescholden;

    • een positief saldo aan uren uitbetaald.

  • Onbetaald verlof, zoals mantelzorg, valt niet onder de tijd-voor-tijd-regeling.

  • Uren waarop de medewerker niet werkt, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de werknemer ziek was, worden als gewerkte uren meegeteld.

  • Loonbetaling vindt elke loonbetalingstijdvak plaats conform de overeengekomen contracturen. Voor werknemers die een contract hebben van minder dan gemiddeld 38 uur per week, gerekend over een periode van 4 weken respectievelijk de met de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad overeengekomen roostercyclus, worden alle gewerkte uren tot gemiddeld 38 uur per week, gerekend over een periode van 4 weken/roostercyclus, in het betreffende loonbetalingstijdvak uitbetaald, tenzij werknemer aangeeft dat hij deze uren in de tijd-voor-tijd-regeling wil opnemen.

  • De werkgever zal niet meer uren door uitzendkrachten laten werken dan gemiddeld 25% van het aantal uren per loonbetalingstijdvak, dat door werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben, wordt gewerkt.

Schema Tijd-voor-tijd-regeling

Invoering

De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft vooraf instemming verleend aan de invoering van een tijd-voor-tijd-regeling op bedrijfs- c.q. locatieniveau.

Voorwaarden

– De uitvoering van de tijd-voor-tijd-regeling is niet in strijd met de Arbeidstijdenwet/Arbeidstijdenbesluit.

– Mededelingen arbeids- en rusttijdenpatroon (artikel 10.4 cao) is van toepassing.

– Uren waarop de medewerker niet werkt, maar waarvoor wel recht op loon bestaat, zoals vakantie- en verlofuren en uren waarop de werknemer ziek was, worden als gewerkte uren meegeteld.

– Onbetaald verlof, zoals mantelzorg, valt niet onder de tijd-voor-tijd-regeling.

Opbouw

– Uren (100%) die méér worden gewerkt dan gemiddeld 38 uur per week, gerekend over een periode van 4 weken, respectievelijk de met de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad overeengekomen roostercyclus

– Parttime werknemers kunnen ervoor kiezen om alle uren die meer worden gewerkt dan hun contracturen in de tijd-voor-tijd-regeling op te nemen.

Plusuren

Uren (100%) die méér worden gewerkt dan de contracturen.

Minuren

Uren (100%) die minder worden gewerkt dan de contracturen.

Uitbetalen

– Overwerktoeslag (25%/50%)

– Toeslagen voor bepaalde uren (15%/34%/37%/50%/100%)

– BHV-/Bedrijfskleding-/Koel en vriesceltoeslag

– Persoonlijke toeslag

– Functieloon conform contracturen (arbeidsovereenkomst)

– Functieloon van parttimers tot gemiddeld 38 uur per week, tenzij de parttime werknemer de uren die meer worden gewerkt dan de contacturen wil opnemen in de tijd-voor-tijd-regeling.

– Positief saldo aan uren op afrekenmoment.

Opnemen

– In overleg.

– Eventueel binnen een afgesproken mandaat.

– Er wordt gestuurd op een zo klein mogelijk positief/negatief saldo (max. 35 uur) respectievelijk roosterafwijking voor wat betreft de onregelmatige uren (34%/37%/100%).

Afrekenmoment

– Minimaal 2 keer per jaar.

– Negatief saldo wordt kwijtgescholden.

– Positief saldo wordt uitbetaald

HOOFDSTUK 11: ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN

11.1: Definities

  • a. Onder ongewenste omgangsvormen wordt verstaan: gedragingen, handelingen en/of uitlatingen die binnen of in verband met de werksituatie plaatsvinden en die door medewerkers tot wie ze gericht zijn als ongewenst worden ervaren. Ongewenste omgangsvormen bestaat uit: 1. seksuele intimidatie, 2. agressie en geweld, 3. discriminatie, 4. pesten.

  • b. Van seksuele intimidatie is onder meer sprake indien een werknemer tijdens het verrichten van de werkzaamheden:

    • tegen zijn wil door fysieke dwang, intimidatie en/of door oneigenlijk gebruik van gezag waaraan de werknemer krachtens zijn arbeidsovereenkomst is onderworpen, wordt gedwongen medewerking te verlenen aan handelingen van seksuele aard of deze te ondergaan; of

    • wordt geconfronteerd met woorden of daden op seksueel gebied, waarvan de werknemer laat blijken en/of pleger redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de werknemer deze ongewenst vindt.

  • c. Van agressie en geweld is onder meer sprake indien een werknemer of een groep van werknemers tijdens het verrichten van de werkzaamheden psychisch, fysiek of verbaal wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen.

  • d. Van discriminatie is onder meer sprake indien ongeoorloofd onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers en achterstellen van een werknemer of een groep van werknemers op basis van kenmerken die in een werkrelatie niet van belang zijn.

  • e. Van pesten is onder meer sprake indien systematisch vernederend, intimiderend of vijandig gedrag is gericht op steeds dezelfde werknemer of een groep van werknemers, die zich hiertegen niet kan verweren.

11.2: Uitbreiding begrip werknemer

Onder werknemers worden ten deze ook verstaan stagiaires, vakantiewerkers, uitzendkrachten, payrollmedewerkers en alle anderen die in de onderneming werkzaam zijn.

11.3: Uitgangspunt

Ongewenste omgangsvormen zijn onaanvaardbaar en zal dus niet worden getolereerd. Degene die zich schuldig maakt aan ongewenste omgangsvormen moet rekenen op sancties.

11.4: Verplichting werkgevers en werknemers

  • a. De werkgever dient ervoor te zorgen dat de werknemers zo veel mogelijk worden gevrijwaard van ongewenste omgangsvormen.

  • b. Werknemers dienen daar waar dat in hun vermogen ligt een bijdrage te leveren aan de bestrijding van ongewenste omgangsvormen.

11.5: Vertrouwenspersonen

De bij deze CAO betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties zullen ervoor zorgen dat er ten behoeve van de bedrijfstak bakkersbedrijf één of enkele vertrouwenspersonen zullen worden aangesteld. Voor informatie zie: www.sociaalfondsbakkersbedrijf.nl.

11.6: Taak vertrouwenspersonen

Tot de taak van een vertrouwenspersoon behoort onder andere:

  • a. de opvang, begeleiding en ondersteuning van degene die is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen;

  • b. het op verzoek ondernemen van actie, bijvoorbeeld in de vorm van bemiddeling, ter voorkoming of bestrijding van ongewenste omgangsvormen;

  • c. het zonodig doorverwijzen naar andere hulpverlenende instanties;

  • d. het adviseren omtrent de mogelijkheid en wenselijkheid tot het indienen van een klacht bij de hierna genoemde Klachtencommissie;

  • e. het behulpzaam zijn bij de indiening van een klacht bij de Klachtencommissie en bij de behandeling daarvan door de Klachtencommissie;

  • f. het verstrekken van inlichtingen aan zowel werkgevers als werknemers over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen;

  • g. de nazorg van personen die met ongewenste omgangsvormen zijn geconfronteerd.

11.7: Instructies vertrouwenspersonen

De vertrouwenspersoon dient zich aan de volgende instructies te houden:

  • a. de vertrouwenspersoon zal in alle gevallen de grootst mogelijke zorgvuldigheid betrachten met het oog op de belangen van alle betrokkenen;

  • b. de vertrouwenspersoon zal alleen met schriftelijke toestemming van degene die zich tot hem wendt actie ondernemen.

11.8: Toegankelijkheid vertrouwenspersonen

Iedere werknemer of werkgever die wordt geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen in de onderneming kan zich, al dan niet anoniem, om advies en hulp tot een vertrouwenspersoon wenden.

11.9: Klachtencommissie

De bij deze CAO betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties zullen ervoor zorgen dat er een Klachtencommissie wordt ingesteld.

11.10: Samenstelling Klachtencommissie

De Klachtencommissie bestaat uit twee personen, die in onderling overleg door de bij deze CAO betrokken werkgeversorganisaties worden aangewezen en twee personen die door de bij deze CAO betrokken werknemersorganisaties worden aangewezen. Op dezelfde wijze worden vier plaatsvervangende leden aangewezen.

De leden van de Klachtencommissie benoemen uit hun midden een voorzitter en een waarnemend voorzitter.

De Klachtencommissie kan zich bij haar werkzaamheden laten bijstaan door een secretaris, die echter geen deel uitmaakt van de commissie. De secretaris heeft toegang tot alle vergaderingen van de commissie, hij is gerechtigd deel te nemen aan de besprekingen en daarbij zijn oordeel kenbaar te maken doch heeft geen stemrecht.

De commissie vergadert indien de voorzitter of twee leden dit noodzakelijk achten.

Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen.

De leden en de secretaris van de Klachtencommissie, alsmede al degenen die bij de behandeling van de klachten betrokken zijn, zullen in alle gevallen de grootst mogelijke zorgvuldigheid betrachten met het oog op de belangen van alle betrokkenen.

11.11: Taak Klachtencommissie

De Klachtencommissie heeft tot taak om schriftelijke klachten van werknemers of werkgevers over ongewenste omgangsvormen in de onderneming in behandeling te nemen. Klachten dienen bij voorkeur te worden ingediend door tussenkomst van een vertrouwenspersoon. Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen.

De Klachtencommissie stelt zelf vast welke werkwijze de meest geëigende is voor de behandeling van de betreffende klacht, met inachtneming van de volgende bepalingen.

De Klachtencommissie hoort de partijen die bij de beweerde ongewenste omgangsvormen betrokken zijn. De partijen kunnen zich daarbij laten bijstaan. De Klachtencommissie kan ook anderen horen en kan de situatie ter plaatse in ogenschouw nemen.

De Klachtencommissie maakt verslagen van het horen van de partijen en van de anderen. De betrokkenen ontvangen een afschrift van de verslagen voor zover betrekking hebbend op hetgeen door hen aan de Klachtencommissie is meegedeeld.

De partijen hebben recht op inzage van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Ten aanzien van de verslagen van het horen van de partijen geldt dit slechts nadat de partijen zijn gehoord en alle verslagen gereed zijn.

De Klachtencommissie zal nagaan in hoeverre de ingediende klacht al dan niet gegrond is. De Klachtencommissie zal daaromtrent een uitspraak doen, die met redenen omkleed zal zijn, en deze uitspraak schriftelijk ter kennis brengen aan de klager en de aangeklaagde. De Klachtencommissie kan besluiten advies uit te brengen aan de werkgever.

HOOFDSTUK 12: EINDE DIENSTVERBAND

12.1: Opzegging

  • a. Een arbeidsovereenkomst, die voor bepaalde tijd is aangegaan, kan niet tussentijds worden opgezegd, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

  • b. Bij opzegging van een arbeidsovereenkomst dient de wettelijke opzegtermijn in acht genomen te worden. Indien de laatste dag van de opzegtermijn niet samenvalt met de laatste dag van een loonbetalingstijdvak, eindigt de arbeidsovereenkomst op de eerstvolgende laatste dag van een loonbetalingstijdvak.

  • c. Het is verboden de arbeidsovereenkomst in december feitelijk te laten eindigen, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

12.2: Bij bereiken AOW-leeftijd

De arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer eindigt van rechtswege zodra de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, zonder dat hiertoe enige opzegging is vereist.

12.3: Bij overlijden van de werknemer

  • a. De arbeidsovereenkomst eindigt door het overlijden van de werknemer.

  • b. Niettemin is de werkgever verplicht aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met één maand na de dag van het overlijden, een uitkering te verlenen ten bedrage van het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam.

  • c. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder nagelaten betrekkingen verstaan de langstlevende der echtgenoten dan wel geregistreerde partners van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde dan wel degene met wie de werknemer ongehuwd samenleefde, bij ontstentenis van deze de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond en bij ontstentenis van dezen degene met wie de werknemer in gezinsverband leefde en in wiens kosten van bestaan hij grotendeels voorzag. Van ongehuwd samenleven als bedoeld in de eerste zin is sprake indien twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in de tweede zin is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.

  • d. De overlijdensuitkering, als bedoeld in lid b, kan worden verminderd met het bedrag van de uitkering dat aan de nagelaten betrekkingen ter zake van het overlijden van de werknemer toekomt krachtens een wettelijk voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering en krachtens de Toeslagenwet.

  • e. Lid b geldt niet indien de werknemer onmiddellijk voorafgaande aan het overlijden door toepassing van artikel 7:629 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, geen aanspraak had op loon als bedoeld in artikel 7:629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek of indien ten gevolge van het toedoen van de werknemer geen aanspraak bestaat op een uitkering krachtens een wettelijk voorgeschreven ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering.

  • f. Van dit artikel kan niet ten nadele van de nagelaten betrekkingen worden afgeweken.

12.4: Getuigschrift

De werkgever is verplicht bij het einde van de arbeidsovereenkomst de werknemer op diens verzoek een getuigschrift uit te reiken, dat ten minste vermeldt:

  • a. de aard van de verrichte arbeid en de arbeidsduur per dag of per week;

  • b. de begindatum en de einddatum van het dienstverband.

HOOFDSTUK 13: WERKGELEGENHEID

13.1: Inzichtelijkheid arbeidsmarkt en bevordering instroom

Teneinde de inzichtelijkheid van de arbeidsmarkt en de instroom van nieuwe werknemers in het bakkersbedrijf te bevorderen:

  • a. zal de werkgever alle daarvoor relevante vacatures kenbaar maken aan het desbetreffende UWV. Indien voorzien is in de betreffende vacature zal deze weer worden afgemeld bij het UWV;

  • b. zullen CAO-partijen er voor zorgen dat er publicitaire activiteiten over het bakkersbedrijf plaatsvinden om een positief imago daarvan te handhaven of te verbeteren.

13.2: Werkgelegenheid

Voor ondernemingen met meer dan 10 werknemers gelden de volgende bepalingen.

  • b. Ingeval de werkgever van oordeel is, dat op grond van bedrijfseconomische omstandigheden, daaronder mede begrepen afstoting van activiteiten en liquidatie, in belangrijke mate tot inkrimping van het aantal medewerkers in vaste dienst moet worden overgegaan, zal hij in overleg treden met de vakverenigingen op een zodanig tijdstip dat de gevolgen die hieruit voor de werknemers voortvloeien nog beïnvloedbaar zijn.

  • c. De werkgever zal de ondernemingsraad vooraf en tijdig informeren over omvangrijke investeringen die van ingrijpend belang zijn voor de werkgelegenheid, een en ander met inachtneming van de WOR. Tevens dient de werkgever de ondernemingsraad te informeren over het eventueel gebruikmaken en de aanwending van overheidssubsidies, voor zover deze worden gegeven om de werkgelegenheid in de onderneming veilig te stellen.

  • d. De werkgever zal, daar waar een sociaal jaarverslag wordt opgesteld, dit voor 1 juli van enig jaar voor de bespreking in de ondernemingsraad ter visie van het personeel leggen. Het sociaal jaarverslag zal op hun verzoek aan alle medewerkers ter beschikking worden gesteld.

  • e. Alvorens de werkgever een verzoek tot werktijdverkorting bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving indient, doet hij van dit voornemen mededeling aan de vakverenigingen en zal hij met hen overleg plegen over de consequenties voor de werknemers, op wie de werktijdverkorting van toepassing zal zijn.

  • f. Binnen het kader van de herverdeling van de arbeid dient overwerk te worden beperkt, in het bijzonder in die sector van de bedrijfstak, waar gepland overwerk wordt verricht, dan wel lange arbeidstijden voorkomen.

  • g. In situaties waarin de bedrijfsleiding het noodzakelijk acht van de diensten van een uitzendbureau gebruik te maken, zal de OR hierover worden geïnformeerd en geraadpleegd. De vakbonden hebben de bevoegdheid om over dit onderwerp inlichtingen te vragen.

13.3: Uitzendkrachten

  • a. De werkgever zal niet meer uren door uitzendkrachten laten werken dan gemiddeld 25% van het aantal uren per loonbetalingstijdvak, dat door werknemers, die een arbeidsovereenkomst met de werkgever hebben, wordt gewerkt.

  • b. De werkgever (inlener) is verplicht zich ervan te verzekeren dat aan uitzendkrachten loon en overige vergoedingen worden betaald overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 2 en 3 van deze CAO.c. Tevens is de werkgever (inlener) verplicht zich ervan te verzekeren dat het uitzendbureau waarvan hij uitzendkrachten inleent voldoet aan de bepalingen van artikel 16.1 van deze CAO, voor zover de daar bedoelde loonsom betrekking heeft op aan de werkgever (inlener) ter beschikking gestelde arbeidskrachten en voor zover het uitzendbureau over voornoemde loonsom niet tevens afdraagt aan de Stichting Fonds Uitzendbranche (SFU) en of andere vergelijkbare fondsen die in de uitzendbranche van toepassing zijn.

  • d. Ter nakoming van de in lid b en c bedoelde verplichtingen dient de werkgever (inlener):

    • 1. voor zover het gaat om bepalingen inzake lonen en vergoedingen dan wel andere bepalingen die individuele arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten betreffen: in de overeenkomst van opdracht met het uitzendbureau onherroepelijk te bedingen dat het uitzendbureau de bedoelde CAO-bepalingen jegens de ter beschikking gestelde werknemers (uitzendkrachten) in acht zal nemen;

    • 2. voor zover het gaat om bepalingen die verplichtingen voor uitzendondernemingen ten opzichte van CAO-partijen dan wel door CAO-partijen aangewezen rechtspersonen (stichtingen/fondsen) inhouden: in de overeenkomst van opdracht te bepalen dat deze CAO-bepalingen door de uitzendonderneming dienen te worden nageleefd.

  • e. Indien de werkgever gebruik maakt van een uitzendbureau dat rechtstreeks of door algemeen verbindend verklaring aan een CAO gebonden is waarin de doorwerking van een of meer van de in lid b en c genoemde bepalingen is geregeld, wordt hij geacht met betrekking tot die bepalingen de in lid d bedoelde verplichting te zijn nagekomen.

  • f. Indien en voor zover de werkgever (inlener) de in lid b en/of c bedoelde verplichtingen niet nakomt, is hij ten opzichte van de ingeleende uitzendkracht aansprakelijk voor naleving van de in die leden bedoelde CAO-bepalingen als ware de uitzendkracht bij de werkgever zelf in dienst.

  • g. Deze regeling inzake uitzendarbeid wordt schriftelijk gemeld bij partijen van de CAO voor Uitzendkrachten, onder overlegging van de in lid b en c bedoelde bepalingen.

13.4: Payrollwerknemers

  • a. De werkgever (inlener) is verplicht zich ervan te verzekeren dat aan payrollwerknemers die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld, worden betaald overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken 2 en 3 van deze CAO.

  • b. De werkgever (inlener) is verplicht zich ervan te verzekeren dat het payrollbedrijf waarvan hij de payrollwerknemers inleent, voldoet aan de bepalingen van artikel 16.1 van deze CAO voor zover de daar bedoelde loonsom betrekking heeft op aan de werkgever (inlener) ter beschikking gestelde payrollwerknemers en voor zover het payrollbedrijf over voornoemde loonsom niet tevens afdraagt aan fondsen die in de payrollbranche van toepassing zijn.

  • c. Ter nakoming van de in lid a en b bedoelde verplichtingen dient de werkgever (inlener):

    • 1. voor zover het gaat om bepalingen inzake lonen en vergoedingen dan wel andere bepalingen die individuele arbeidsvoorwaarden van payrollwerknemers betreffen: in de overeenkomst van opdracht met het payrollbedrijf onherroepelijk te bedingen dat het payrollbedrijf de bedoelde CAO-bepalingen jegens de ter beschikking gestelde payrollwerknemers in acht zal nemen;

    • 2. voor zover het gaat om bepalingen die verplichtingen voor payrollbedrijven ten opzichte van CAO-partijen dan wel door CAO-partijen aangewezen rechtspersonen (stichtingen/fondsen) inhouden: in de overeenkomst van opdracht te bepalen dat deze CAO-bepalingen door het payrollbedrijf dienen te worden nageleefd.

  • d. Indien de werkgever gebruik maakt van een payrollbedrijf dat rechtstreeks of door algemeen verbindend verklaring aan een CAO gebonden is waarin de doorwerking van een of meer van de in lid a en b genoemde bepalingen is geregeld, wordt hij geacht met betrekking tot die bepalingen de in lid c bedoelde verplichting te zijn nagekomen.

  • e. Indien en voor zover de werkgever (inlener) de in lid a en/of b bedoelde verplichtingen niet nakomt, is hij ten opzichte van de ingeleende payrollwerknemer aansprakelijk voor naleving van de in die leden bedoelde CAO-bepalingen als ware de payrollwerknemer bij de werkgever zelf in dienst.

  • f. Deze regeling inzake payrollwerknemers wordt, indien aanwezig, schriftelijk gemeld bij partijen van een ondernemings- en/of bedrijfstak-cao van payroll ondernemingen, onder overlegging van de in lid a en b bedoelde bepalingen.

13.5: Reorganisatie van bedrijven

Bestaande arbeidsvoorwaarden dienen te worden gehandhaafd indien de werknemer als gevolg van reorganisatie of fusie van één of meerdere ondernemingen noodzakelijkerwijs in dezelfde dan wel in een andere functie of positie te werk wordt gesteld.

13.6 Participatiewet

Voor werknemers die niet in staat zijn met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen en waarvoor het UWV of gemeentelijke sociale dienst een loonwaarde heeft vastgesteld zal de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden op verzoek van werkgever dispensatie van de cao-lonen verlenen mét garantie van 100% wettelijk minimumloon om de werkgever te faciliteren de participatie van deze werknemers te bevorderen.

HOOFDSTUK 14: VAKBONDSWERK, SOCIAAL JAARVERSLAG

14.2: Sociaal jaarverslag

Voor de ondernemingen, die vallen onder de Wet op de Ondernemingsraden geldt de verplichting jaarlijks een sociaal verslag uit te brengen, dat ter discussie in de ondernemingsraad dient te worden behandeld.

HOOFDSTUK 15: ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSVOORWAARDEN, GESCHILLEN CAO-CONTRACTANTEN

15.1: Taak en bevoegdheden Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden

Er bestaat een Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Tot haar taak en bevoegdheden behoren:

  • a. het verrichten van krachtens deze CAO opgedragen werkzaamheden en het uitoefenen van door het Georganiseerd Overleg in het Bakkersbedrijf toegekende bevoegdheden ter bevordering van de getrouwe naleving van deze CAO;

  • b. het verlenen van dispensatie aan werkgever, vallende onder de werkingssfeer van de cao, van de toepassing van één of meer bepalingen in deze overeenkomst respectievelijk het verlenen van dispensatie in de zin van Bijlage F. Voor de uitvoering van dit artikellid bestaat de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden uitsluitend en integraal uit partijen bij deze CAO;

  • c. het coördineren, monitoren en verlenen van dispensatie van de vitaliteitsregeling (Hoofdstuk 18). Met het oog op de bescherming van CAO-rechten zal de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden in beginsel financieel compenserende voorwaarden stellen aan de verleende dispensatie.

  • d. het geven van adviezen aan het Georganiseerd Overleg in het Bakkersbedrijf over de uitleg en de toepassing van de bepalingen van deze CAO;

  • e. het op verzoek van belanghebbenden doen van uitspraken, op aan recht en billijkheid ontleende gronden in die gevallen, waarin geschillen mochten zijn ontstaan naar aanleiding van deze CAO.

15.2: Procedure dispensatieverzoeken

  • 1. Een verzoek tot dispensatie dient te worden ingediend bij CAO-partijen, p/a de secretaris van de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden, Antwoordnummer 4092, 3500 VB Utrecht.

  • 2. Het verzoek dient schriftelijk te worden ingediend bij CAO-partijen onder vermelding van ‘Dispensatie’.

  • 3. Het verzoek dient ten minste te vermelden:

    • a. Naam en adres van de verzoeker;

    • b. Ondertekening door de verzoeker;

    • c. Een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het dispensatieverzoek;

    • d. De argumenten van verzoeker om voor dispensatie in aanmerking te komen;

    • e. De dagtekening.

  • 4. Indien CAO-partijen van mening zijn dat het verzoek onvoldoende omschreven, gemotiveerd of gedocumenteerd is, dan zal binnen 2 weken aan verzoeker worden medegedeeld op welke punten en met welke documenten het verzoek dient te worden aangevuld. Aan verzoeker zal een termijn van 2 weken worden gesteld om de aanvullende gegevens bij CAO-partijen in te dienen.

  • 5. Het verzoek zal niet in behandeling worden genomen indien de aanvullende gegevens niet (voldoende) worden verstrekt. Verzoeker zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd.

  • 6. CAO-partijen zullen binnen 2 weken na ontvangst van een voldoende omschreven, gemotiveerd en gedocumenteerd verzoek dan wel binnen 2 weken na ontvangst van de gevraagde aanvullende gegevens aan verzoeker berichten dat het verzoek in behandeling zal worden genomen.

  • 7. Bij de beoordeling of tot dispensatieverlening kan worden overgegaan, zullen CAO-partijen als criteria hanteren:

    • a. Of er (tijdelijk) sprake is van bijzondere omstandigheden, afwijkend van hetgeen in de bedrijfstak gebruikelijk is, op grond waarvan het in redelijkheid niet van verzoeker kan worden gevergd dat de CAO (-of bepalingen daarvan) onverkort wordt toegepast en;

    • b. Of er sprake is van een andere, tenminste aan deze CAO (-of bepalingen daarvan) gelijkwaardige regeling die tot stand is gekomen in samenspraak met een werknemersorganisatie die onafhankelijk is van werkgever.

  • 8. CAO-partijen doen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken nadat het verzoek in behandeling is genomen, uitspraak. CAO-partijen kunnen deze termijn eenmaal met 8 weken verlengen.

  • 9. CAO-partijen zullen de uitspraak schriftelijk en gemotiveerd mededelen aan verzoeker.

15.3: Samenstelling Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden

  • a. De Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden bestaat uit twee leden-werkgevers en twee leden-werknemers, aangewezen door de bij deze CAO betrokken werkgeversorganisaties c.q. werknemersorganisaties.

  • b. Op dezelfde wijze worden vier plaatsvervangende leden aangewezen.

  • c. De leden benoemen uit hun midden een voorzitter en een waarnemend voorzitter; wordt als voorzitter een lid-werkgever benoemd, dan wordt tot waarnemend voorzitter een lid-werknemer benoemd en omgekeerd.

  • d. De voorzitter en waarnemend voorzitter hebben als zodanig zitting gedurende een jaar. Daarna worden op de wijze als omschreven in lid c opnieuw voor de tijd van een jaar een voorzitter en waarnemend voorzitter benoemd, met dien verstande dat, indien in het verstreken jaar een lid-werkgever het voorzitterschap heeft bekleed, voor de nieuwe periode een lid-werknemer tot voorzitter wordt benoemd en omgekeerd.

  • e. In afwijking van lid c en d kunnen de leden tot voorzitter benoemen een persoon die niet uit hun midden komt, en wel voor onbepaalde tijd. Deze kan deelnemen aan de besprekingen en daarbij zijn oordeel kenbaar maken, maar heeft geen stemrecht.

  • f. De commissie kan zich laten bijstaan door een secretaris, die geen deel uitmaakt van de commissie. Deze heeft toegang tot alle vergaderingen, kan deelnemen aan de besprekingen en zijn oordeel kenbaar maken, maar heeft geen stemrecht.

15.4: Werkwijze Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden

  • a. De commissie vergadert indien de voorzitter of twee leden dit noodzakelijk achten.

  • b. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd.

  • c. De leden, de voorzitter en de secretaris zijn gehouden zoveel mogelijk discretie te bewaren ten aanzien van al datgene wat hen ter kennis komt.

  • d. Alle leden van het Georganiseerd Overleg in het Bakkersbedrijf hebben toegang tot de vergadering. Zij kunnen aan de discussies deelnemen. Zij hebben geen stemrecht. Op hen is het vorige lid van toepassing.

  • e. De besluiten worden, indien de commissie dit noodzakelijk acht, gepubliceerd in de organen van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties.

15.5: Geschillenreglement / Geschil tussen werkgever en werknemer

  • a. Werkgevers en werknemers kunnen tezamen tot de Adviescommissie een verzoek richten om bij ontstane geschillen naar aanleiding van de CAO een uitspraak te doen, gebaseerd op gronden van recht en billijkheid.

  • b. Dit verzoek dient vergezeld te gaan van een door beide partijen getekende verklaring, dat zij ermee akkoord gaan dat de Adviescommissie een bindende uitspraak doet in het onderhavige geschil.

  • c. De Commissie benoemt een college van bindend advies, bestaande uit twee leden van de Commissie, zijnde één werkgevers- en één werknemerslid, bijgestaan door de secretaris zonder beslissingsrecht.

  • d. Indien beide adviseurs niet tot overeenstemming geraken ten aanzien van het uit te brengen advies, dient de beslissing genomen te worden door de Adviescommissie.

  • e. De Adviescommissie heeft het recht alvorens een geschil in behandeling te nemen aan partijen een waarborgsom te vragen in verband met de kosten, verbonden aan de behandeling van het geschil.

  • f. Geschillen worden zoveel mogelijk schriftelijk behandeld, waarbij partijen in de gelegenheid worden gesteld over en weer hun standpunt toe te lichten.

  • g. Indien de adviseurs het nodig oordelen of één der partijen hierom verzoekt, worden partijen opgeroepen om in persoon te verschijnen, waarbij zij dan het recht hebben getuigen en/of deskundigen mee te brengen.

  • h. De oproeping geschiedt door de secretaris bij aangetekend schrijven, zulks met een termijn van minstens 7 dagen.

  • i. De uitspraak, die geldt als bindend advies, bevat tevens een regeling betreffende de kosten van behandeling van het geschil.

  • j. Bij aangetekend schrijven worden partijen door de secretaris op de hoogte gesteld van de uitspraak door toezending van een gewaarmerkt afschrift.

15.7: Adres Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden

Het postadres van de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden luidt:

Antwoordnummer 4092, 3500 VB UTRECHT.

HOOFDSTUK 16: SOCIAAL FONDS BAKKERSBEDRIJF

16.1: Sociaal Fonds Bakkersbedrijf

  • a. De werkgever is jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan de ‘Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf’.

  • b. Zij bedraagt jaarlijks 1% van de voor zijn onderneming geldende loonsom. Voor het loonbegrip wordt uitgegaan van het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen respectievelijk in de verloningsperioden van het boekjaar, met uitzondering van:

    • 1. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Werkloosheidswet en hierop door de werkgever verstrekte aanvullingen;

    • 2. het genot van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto;

    • 3. het loon dat betrekking heeft op de periode vanaf de eerste dag van de maand waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt.

  • c. De hierboven bedoelde bijdrage voorziet in heffingen terzake van:

    de kosten ter bevordering van goede arbeidsverhoudingen en goede arbeidsomstandigheden in het bakkersbedrijf, een goede uitvoering en een optimaal functioneren van de arbeidsvoorwaarden als overeengekomen in de CAO Bakkersbedrijf, een goede toepassing van de werking van wettelijke regelingen inzake arbeidsomstandigheden en arbobeleid en een optimale werking van de arbeidsmarkt in het bakkersbedrijf.

    De aanspraken die werknemers, uitzendkrachten, payrollwerknemers en werkgevers, uitzendbureaus en payrollbedrijven, die de bijdrage als omschreven in dit artikel sub a en b, tegenover de Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf hebben, staan in Bijlage D.

  • d. De bepalingen van de statuten, financieringsreglement, bestedingsdoelen en lopende subsidieregelingen van de ‘Stichting Sociaal Fonds Bakkersbedrijf’ worden geacht een integrerend bestanddeel uit te maken van de CAO (zie bijlage D).

  • e. Dit artikel is niet van toepassing op leden van de Vereniging van Grootbedrijven in Levensmiddelen (VGL).

HOOFDSTUK 17: GEZONDHEIDSBEWAKINGSSYSTEEM

17.1: Doelstelling

CAO-partijen hebben met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ter bestrijding van de negatieve gevolgen van blootstelling aan grondstoffen in het productieproces een gezondheidssysteem ontwikkeld. Het gezondheidsbewakingssysteem richt zich op het vaststellen en beheren van (zorg)maatregelen die door werkgevers moeten worden getroffen en een structurele monitoring/bewaking van de gezondheid van werknemers die in de bedongen werkzaamheden worden blootgesteld aan grondstoffen.

17.2: Maatregelen en instructies

  • a. Werkgever is verplicht de (zorg)maatregelen te treffen die voortvloeien uit het gezondheidsbewakingssysteem.

  • b. Werkgever instrueert, d.m.v. de arbeidsovereenkomst en/of huishoudelijk reglement, de werknemer om de voorschriften van het gezondheidsbewakingssysteem in acht te nemen.

  • c. Werknemer is verplicht de aan hem gerichte instructies en voorschriften in acht te nemen.

HOOFDSTUK 18: DUURZAME INZETBAARHEID / VITALITEITSREGELING

18.1: Doel van de regeling

CAO-partijen hebben in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid, meer in het bijzonder de preventie van uitval vanwege afnemende belastbaarheid en het langer doorwerken als gevolg van het verhogen van de AOW-leeftijd, een vitaliteitsregeling ontwikkeld. Deze regeling van specifieke arbeidsvoorwaarden beoogt een financieel verantwoorde samenwerking tussen werkgever en werknemer te creëren waarin een duurzame inzetbaarheid van werknemers van 60 jaar en ouder wordt bevorderd.

18.2: Voorwaarde voor deelname

  • a. Een werknemer van 60 jaar of ouder, die alle formaliteiten in acht neemt, het recht gebruik te maken van de vitaliteitsregeling.

  • b. Werkgever stuurt op verzoek van werknemer een Melding Deelname Vitaliteitsregeling (Bijlage G1) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden (Antwoordnummer 4092, 3500 VB UTRECHT of aca@sociaalfondsbakkersbedrijf.nl):

    • binnen 14 dagen na de dag waarop de deelnemende werknemer 60 jaar is geworden;

    • binnen 14 dagen na de dag waarop de werknemer van 60 jaar en ouder schriftelijk aan werkgever heeft medegedeeld te willen deelnemen aan de regeling.

  • c. De vitaliteitsregeling vangt aan op de ingangsdatum van deelname zoals vermeld op de Melding Deelname Vitaliteitsregeling (Bijlage G1). De Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden kan in bijzondere omstandigheden een andere (latere) datum aanwijzen.

18.3: Inhoud van de regeling

  • a. De vitaliteitsregeling staat voor: 80% arbeid, 90% loon en 100% pensioenopbouw.

  • b. De gemiddelde arbeidsduur van werknemer, gebaseerd op een referteperiode, behoudens bijzondere omstandigheden, van 3 volledige maanden voorafgaande aan de ingangsdatum van deelname, wordt aangepast tot 80%. De arbeidsduur wordt in beginsel aangepast in de vorm van een dag of een dienst tenzij partijen anders overeenkomen.

  • c. Het functieloon en bruto toeslagen (100%) worden in beginsel aangepast tot 80%. De nieuwe arbeidsduur en het nieuwe arbeidsrooster kunnen leiden tot een hoger of lager percentage aan bruto toeslagen. Het nieuwe bedrag aan functieloon en bruto toeslagen (80%) na de ingangsdatum wordt vermenigvuldigd met factor 9/8 (1,125). Dit geeft een nieuw functieloon met bruto toeslagen (90%) en wordt op de loonstrook vermeld als: vitaliteitsloon.

18.4: Vitaliteitsloon

Het loon bestaat uit functieloon en bruto toeslagen. Het vitaliteitsloon wordt verkregen door het als gevolg van de regeling aangepaste loon te vermenigvuldigen met factor 1,125.

18.5: Bruto toeslagen

Als gevolg van de aanpassing van de arbeidsduur en het arbeidsrooster, zoals beschreven in artikel 18.3 lid b en c van deze CAO, wijzigen sommige bruto toeslagen wel en sommige bruto toeslagen niet. Voor het vaststellen van het vitaliteitsloon dient rekening te worden gehouden met de volgende bruto toeslagen: onregelmatige uren (artikel 2.8 t/m 2.10, 3.6, 3.7, 3.8), overuren (artikel 2.11, 3.7), koel/vriescel (artikel 2.7), bedrijfshulpverlener (artikel 1.11), persoonlijk (artikel 5.1) en vakantie (artikel 7.3)

De volgende bruto toelagen worden op grond van artikel 18.3 lid c

aangepast aan nieuwe arbeidsduur/arbeidsrooster:

  • toeslag onregelmatige uren (artikel 2.8 t/m 2.10, 3.6, 3.7, 3.8)

  • toeslag koel/vriescel (artikel 2.7)

  • toeslag vakantie (artikel 7.3)

aangepast aan nieuwe arbeidsduur:

  • toeslag overuren (artikel 2.11, 3.7)

aangepast aan nieuwe arbeidsduur tenzij partijen anders overeenkomen:

  • toeslag persoonlijk (artikel 5.1)

niet aangepast aan nieuwe arbeidsduur/arbeidsrooster:

  • toeslag bedrijfshulpverlener (artikel 1.11)

18.6: Ziekte

Hoofdstuk 9 van deze CAO is van toepassing waarbij voor loon moet worden gelezen: vitaliteitsloon.

18.7: Vakantierechten

Hoofdstuk 7 van deze CAO is van toepassing met dien verstande dat de werknemer, die aan de regeling deelneemt, geen aanspraak maakt op de bovenwettelijke vakantie uren, zijnde 1 keer het gemiddeld aantal uren per week. Voor het woord loon in Hoofdstuk 7 van deze CAO moet worden gelezen: vitaliteitsloon.

18.8: Formaliteiten voor de werkgever

  • a. Werkgever stuurt een Melding Geen Deelname Vitaliteitsregeling (Bijlage G2) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden (Antwoordnummer 4092, 3500 VB UTRECHT of aca@sociaalfondsbakkersbedrijf.nl):

    • binnen 14 dagen na de dag waarop de werknemer 60 jaar is geworden en deze werknemer heeft aangegeven (nog) niet deel te willen nemen aan de regeling;

  • b. Werkgever stuurt een Melding Inhoud Afwijkende Vitaliteitsregeling (Bijlage G3) aan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden (Antwoordnummer 4092, 3500 VB UTRECHT of aca@sociaalfondsbakkersbedrijf.nl:

    • binnen 14 dagen nadat werkgever en werknemer schriftelijk, door beide partijen ondertekend, afwijkende regeling zijn overeengekomen. De afwijkende regeling kan niet eerder worden overeengekomen dan 1 maand voorafgaande aan de vitaliteitsregeling en dient op het Melding Inhoud Afwijkende Regeling formulier (Bijlage G3) te worden vermeld.

18.9: Formaliteiten voor de werknemer

Werknemer van 60 jaar of ouder die gebruik wil maken van het recht tot deelname aan de regeling dient een schriftelijke (gedateerd en ondertekend) mededeling tot deelname aan zijn werkgever te verstrekken en hiervoor een aanzegtermijn van ten minste 1 maand voorafgaande aan de gewenste ingangsdatum in acht te nemen.

18.10: Afwijking van de regeling / Beëindiging deelname aan de regeling

  • a. Afwijking van de regeling is niet toegestaan tenzij, na een daarvoor ingediend Melding Inhoud Afwijkende Vitaliteitsregeling (Bijlage G3), schriftelijk toestemming (dispensatie) is verleend door de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Hoofdstuk 15 van deze CAO is van toepassing.

  • b. Deelname aan de regeling kan niet worden beëindigd tenzij, na een daarvoor ingediend Melding Beëindiging Vitaliteitsregeling (Bijlage G4), schriftelijk toestemming (dispensatie) is verleend door de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Hoofdstuk 15 van deze CAO is van toepassing.

  • c. De Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden zal met het oog op de bescherming van CAO-rechten in beginsel financieel compenserende voorwaarden stellen aan de verleende dispensatie onder lid a en b van dit artikel.

18.14: Beëindiging regeling door cao-partijen

Indien CAO-partijen besluiten om de vitaliteitsregeling te beëindigen dan worden alle als gevolg van de vitaliteitsregeling vervallen CAO-rechten (artikel 7.1 lid a, voor wat betreft 1 vakantiedag, lid c en lid d CAO Bakkersbedrijf 01-04-2014 t/m 31-03-2015, Besluit d.d. 22 september 2014, Staatscourant 2014, nr. 18750) hersteld en artikel 1.11 (CAO Bakkersbedrijf 01-04-2015 t/m 30-09-2016, Besluit d.d. 18 maart 2016, Staatscourant 2016, nr. 8446) respectievelijk artikel 1.12 (Gratificatie langdurig dienstverband) beëindigd. Werkgever kan een na 1 januari 2016 verstrekte gratificatie langdurig dienstverband welke verschuldigd is op grond van artikel 1.11 van de CAO Bakkersbedrijf (01-04-2015 t/m 30-09-2016, Besluit d.d. 18 maart 2016, Staatscourant 2016, nr. 8446) of artikel 1.12 van deze CAO verrekenen met de herstelde CAO-rechten als bedoeld in de eerste zin van dit artikel.

HOOFDSTUK 19: WERKINGSSFEER, DUUR, VREDESBEPALING

19.1: Werkingssfeer

Deze overeenkomst is van toepassing op bakkersbedrijven.

HOOFDSTUK 20: DEFINITIES

20.1: Bakkersbedrijf

  • a. In deze overeenkomst wordt verstaan onder bakkersbedrijf:

    • 1. iedere onderneming die op enigerlei wijze een of meerdere bakkersartikelen vervaardigt en/of verkoopt; onder vervaardigen wordt hier verstaan: het verrichten van een of meerdere handelingen die deel uitmaken van een al dan niet onderbroken productieproces, dat gericht is op de verkrijging van bakkersartikelen;

    • 2. iedere onderneming die uitsluitend of in hoofdzaak diensten verleent aan één onderneming – of aan meerdere ondernemingen die een economische eenheid vormen – als onder lid a.1. bedoeld; onder diensten wordt hier onder andere verstaan: inpakhandelingen, (technisch) onderhoud, verkoop, management- en beheersactiviteiten, schoonmaakwerkzaamheden, administratie en distributie.

    • 3. iedere onderneming die werknemers ter beschikking stelt van een bakkersbedrijf, als onder lid a.1 bedoeld, om krachtens een door het bakkersbedrijf verstrekte – in beginsel langdurige – opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van het bakkersbedrijf, waarbij het bakkersbedrijf de werknemers heeft geworven, tenzij voor ten minste 50% van de loonsom van de onderneming werknemers ter beschikking worden gesteld aan opdrachtgevers in andere bedrijfstakken dan het bakkersbedrijf.

  • b. In deze overeenkomst wordt niet als bakkersbedrijf aangemerkt:

    • 1. de onderneming waarin de onder a.1 genoemde handelingen beperkt blijven tot slechts de laatste (be)handeling om het bakkersartikel voor directe consumptie gereed te maken, bijvoorbeeld het afbakken, en deze handeling plaatsvindt als sequeel van een bedrijfsuitoefening, die naar haar aard op een ander terrein ligt dan die van het bakkersbedrijf;

    • 2. de onderneming, waarin uitsluitend of in hoofdzaak fabrieksmatig:

      • bloem en/of andere grondstoffen tot beschuit, toast, knäckebröd, biscuit, biscuitfiguren, koekjes, banket, koek en wafels, ongeacht de soort worden verwerkt, dan wel waarin uitsluitend of in hoofdzaak fabrieksmatig producten worden vervaardigd, welke naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met de zojuist genoemde producten, zulks terwijl al deze producten uitsluitend of in hoofdzaak verkocht worden aan wederverkopers/bedrijfsmatige afnemers;

      • chocoladeartikelen worden vervaardigd;

    • 3. de onderneming waarin de onder a.1 genoemde handelingen beperkt blijven tot slechts het inkopen van bakkersartikelen en het verkopen daarvan en de omzet van bakkersartikelen minder dan 50% uitmaakt van de totale omzet;

    • 4. de onderneming waarop de CAO voor de groothandel in levensmiddelen, zoetwaren, tabak en/of tabaksproducten van toepassing is.

20.2: Bakkersartikelen

In deze overeenkomst wordt verstaan onder bakkersartikelen:

  • a. brood: de gebakken eetwaar als bedoeld in artikel 1 sub c van het Warenwetbesluit meel en brood (Besluit d.d. 19 augustus 2017, Staatsblad 2017, nummer 328);

  • b. banket: gebak, toebereid met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, dan wel met vers of gesteriliseerd fruit;

  • c. halffabricaten van bakkersartikelen: producten die nog een of meerdere (hitte)behandelingen dienen te ondergaan teneinde een voor directe consumptie gereed product te verkrijgen, waarbij het onverschillig is of die verdere behandeling al dan niet door de consument wordt uitgevoerd;

  • d. overige bakkersartikelen: andere geheel of gedeeltelijk uit meel en/of bloem bereide artikelen, die gewoonlijk in brood- en/of banketbakkerijen vervaardigd worden, dan wel die naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met de zojuist bedoelde artikelen, zoals: beschuit, saucijzenbroodjes, worstenbroodjes, ander gebak dan sub b bedoeld, koek, koekjes, ragoutwerk, kerstbrood of dergelijke (gelegenheids)producten;

  • e. chocoladeartikelen.

20.3: Ambachtelijke/Industriële bakkerij

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. ambachtelijke bakkerij:

ondernemingen met charge-oven(s) of (een) continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van maximaal 400 KW respectievelijk ondernemingen die uitsluitend bakkersartikelen in- en verkopen;

b. industriële bakkerij:

ondernemingen met continue-oven(s) met een (totaal) vermogen van meer dan 400 kW

20.4: Werkgever

In deze overeenkomst wordt verstaan onder werkgever:

  • a. de natuurlijke of rechtspersoon, die in Nederland een bakkersbedrijf exploiteert;

  • b. de natuurlijke of rechtspersoon die niet zelf het bakkersbedrijf exploiteert, maar werknemers ter beschikking stelt van opdrachtgevers die natuurlijke of rechtspersoon zijn die het bakkersbedrijf uitoefenen, om krachtens een door de opdrachtgever verstrekte – in beginsel langdurige – opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de opdrachtgever, waarbij de opdrachtgever de werknemers heeft geworven, tenzij voor ten minste 50% van de loonsom van de werkgever werknemers ter beschikking worden gesteld van opdrachtgevers in andere bedrijfstakken dan het bakkersbedrijf.

20.5: Werknemer

  • a. In deze overeenkomst wordt verstaan onder werknemer: een ieder, die in dienst van de werkgever werkzaamheden verricht.

  • b. Deze overeenkomst is niet van toepassing op:

    • 1. degene die middelbaar beroepsonderwijs volgt en in dat kader in een onderneming gedurende een bepaalde periode bedrijfservaring opdoet;

    • 2. vakantiewerkers, waaronder worden verstaan scholieren of studenten, in de periode waarin zij schoolvakantie hebben, die door de overheid als zodanig is vastgesteld;

    • 3. verkooppersoneel dat ofwel gemiddeld 12 uren per 4 wekelijkse periode op de koopavond voor de werkgever arbeid verricht, ofwel wordt aangenomen voor 8 weken of korter;

    • 5. degene wiens loon ten minste driemaal het wettelijk minimumloon, verhoogd met 8% vakantietoeslag, bedraagt, tenzij in de betreffende individuele arbeidsovereenkomst de CAO Bakkersbedrijf van toepassing is verklaard, dan wel degene voor wie in de onderneming een door de OR en de bij deze CAO betrokken werknemersorganisaties erkende rechtspositieregeling van toepassing is.

20.6: Werknemer in volledige dienst

In deze overeenkomst wordt verstaan onder werknemer in volledige dienst:

de werknemer die gemiddeld 38 uren per week in de onderneming te werk is gesteld.

20.7: Feestdagen

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. christelijke feestdagen:

nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag en de beide kerstdagen;

b. Koningsdag:

de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd (op of omstreeks 27 april);

c. 5 mei lustrumviering:

5 mei in een jaar waarvan het cijfer eindigt op een 0 of een 5.

20.8: (Functie-uur)loon

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. functie-uurloon:

de beloning als vermeld in de loontabellen.

b. loon:

al datgene wat de werknemer krachtens deze CAO dan wel individuele arbeidsovereenkomst verdient.

c. vitaliteitsloon:

functieloon en bruto toeslagen vermenigvuldigd met factor 1,125.

d. wettelijk minimum(jeugd)-uurloon:

het wettelijk minimum(jeugd)loon per week gedeeld door 38.

20.9: Ploegendienst

In deze overeenkomst wordt verstaan onder ploegendienst: een werkpatroon, waarin sprake is van wisseling van diensten, welke wisseling noodzakelijk is om aan de eisen van de Arbeidstijdenwet/het Arbeidstijdenbesluit inzake de beperking van nachturen te kunnen voldoen.

20.10: Arbeidstijdpatroon

In deze overeenkomst wordt verstaan onder arbeidstijdpatroon: een door de werkgever schriftelijk vastgelegd overzicht van de tijdstippen waarop de werknemer zijn arbeid in een bepaalde, in de toekomst gelegen periode zal moeten verrichten.

20.11: Uitzendkrachten

Uitzendkrachten zijn arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld door, of door bemiddeling van uitzendbureaus. Op deze personen is artikel 13.3 Uitzendkrachten van toepassing.

20.12: Payrollwerknemers

Payrollwerknemers zijn arbeidskrachten die in beginsel langdurig ter beschikking worden gesteld door payrollbedrijven. Op deze personen is artikel 13.4 Payrollwerknemers van toepassing.

20.13: Ongehuwd samenwonenden

In deze overeenkomst wordt verstaan onder ongehuwd samenwonenden: de situatie waarin twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.

20.14: UWV, WIA-, IVA- en WGA-uitkering

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. UWV:

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

b. WIA-uitkering:

uitkering op basis van de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen

c. IVA-uitkering:

uitkering op basis van de WIA-regeling Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten

d. WGA-uitkering:

uitkering op basis van de WIA-regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

BIJLAGEN BIJ CAO BAKKERSBEDRIJF

BIJLAGE A LIJST REFERENTIEFUNCTIES BAKKERSBEDRIJF

Opgesteld door EVZ organisatie-advies in opdracht van NVB, NBOV, FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen

Functie-nummer

Functienaam

 

Algemeen

A.01

Medewerker HRM

A.02

Personeelsfunctionaris

A.03

Manager HR

A.04

Telefoniste/receptioniste

A.05

Secretaresse II

A.05

NOK Secretaresse

A.06

Medewerker facilitaire dienst

   
 

Commercie

C.01

Verkoopmedewerker II

C.01

NOK Verkoopmedewerker

C.02

Bedrijfs-/filiaalleider II

C.02

NOK Bedrijfs-/filiaalleider

C.03

Regiomanager

C.04

Winkel accountmanager

C.05

Key accountmanager

C.06

Formule specialist

C.07

Medewerker verkoop binnendienst

C.08

Bezorger

   
 

Financieel administratief

F.01

Manager financiën II

F.01

NOK Manager financiën

F.02

Administratief medewerker II

F.02

NOK Administratief medewerker

F.03

Medewerker crediteurenadministratie II

F.03

NOK Medewerker crediteurenadministratie

F.04

Medewerker debiteurenadministratie II

F.04

NOK Medewerker debiteurenadministratie

F.05

Medewerker financiële administratie II

F.05

NOK Medewerker financiële administratie

F.06

Administrateur II

F.06

NOK Administrateur

F.07

Medewerker salarisadministratie

   
 

ICT

I.01

Manager ICT

I.02

Applicatiebeheerder/analist

I.03

Systeembeheerder II

I.03

NOK Systeembeheerder

I.04

Helpdeskmedewerker

   
 

Kwaliteit & productontwikkeling

K.01

Hoofd kwaliteit en productontwikkeling

K.02

Productontwikkelaar

K.03

Kwaliteitsanalist

K.04

KAM specialist

   
 

Logistiek

L.01

Chauffeur II

L.01

NOK Chauffeur

L.02

Magazijnmedewerker II

L.02

NOK Magazijnmedewerker

L.03

Chef magazijn II

L.03

NOK Chef magazijn

L.04

Inkoper

L.05

Medewerker bedrijfsbureau II

L.05

NOK Medewerker bedrijfsbureau

L.06

Verdeler I

L.06

NOK Verdeler

   
 

Productie

P.01

Broodbakker II

P.01

NOK Broodbakker

P.02

Assistent ambachtelijke bakkerij II

P.02

NOK Assistent ambachtelijke bakkerij

P.03

Banketbakker II

P.03

NOK Banketbakker

P.04

Teamleider productie/inpak II

P.04

NOK Teamleider productie/inpak

P.05

Operator inpak II

P.05

NOK Operator inpak

P.06

Operator productie II

P.06

NOK Operator productie

P.07

Productiemedewerker II

P.07

NOK Productiemedewerker

P.08

Manager productie II

P.08

NOK Manager productie

P.09

Algemeen medewerker productie/inpak

   
 

Technische dienst

T.01

Hoofd technische dienst II

T.01

NOK Hoofd technische dienst

T.02

Medewerker technische dienst II

T.02

NOK Medewerker technische dienst

Functiegroep: algemeen

Medewerker HRM

Functienummer: A.01

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De medewerker HRM komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf en geeft uitvoering aan secretariële/administratieve werkzaamheden ten behoeve van de afdeling P&O (o.m. personeelsadministratie). Hij/zij past zelf eenduidige personeelsinstrumenten toe (b.v. verzuimmeldingen en ‑registraties, W&S flexkrachten) en fungeert als 1e lijns vraagbaak voor medewerkers op het gebied van CAO- en bedrijfsregelingen.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. HR-gerelateerde administraties

– geven van administratieve opvolging aan procedures (o.m. contractverlening), signaleren van te nemen acties en trends (o.m. verzuim);

– doorgeven van medewerkermutaties aan salarisadministratie dan wel zelf doorvoeren in het systeem;

– beheren van het geautomatiseerde personeelsinformatiesysteem;

– beheren van archieven en daartoe opbergen van stukken.

– tijdigheid van data;

– kwaliteit van administraties (volledigheid/toegankelijkheid);

– tijdigheid van signalering afwijkingen.

2. In- en externe informatievoorziening

– onderhouden van operationele contacten met externe instanties, afstemmen met leidinggevenden en medewerkers, verzamelen en uitwisselen van informatie;

– binnen aangegeven kaders en conform afspraken verzorgen van in- en externe informatievoorziening richting betrokkenen (W&S, uitleg CAO- en bedrijfsregelingen);

– zorgen voor de werving van stagiaires, tijdelijke krachten en medewerkers van toegewezen lagere functies samen met betrokken leidinggevende.

– kwaliteit van de informatie;

– tevredenheid ontvanger;

– juiste afweging m.b.t. al dan niet zelfstandig afhandelen, prioriteiten, belangen.

3. Faciliteren afdeling

– voeren van afstemmingsoverleg met de eigen afdeling;

– geven van uitvoering aan gemaakte afspraken (o.m. organiseren van activiteiten, effectief communiceren van afspraken, bewaken/bevorderen van door derden te leveren bijdragen);

– inschatten van het belang van zaken en eventueel tussentijds onder de aandacht brengen daarvan aan eigen afdeling, verzamelen van onderwerpgerichte informatie in het kader van projecten;

– controleren van afdelingsgerelateerde facturen op basis van gemaakte afspraken omtrent product- en dienstverlening en voorleggen ter tekening aan manager;

– vervaardigen van reguliere en ad hoc-rapportages, signaleren en verklaren van trends, voorleggen van resultaten aan de HR-manager ter verdere analyse of verwerking/bespreking.

– juiste afweging van prioriteiten;

– juiste afweging van belangen;

– tijdige attendering op relevante zaken.

Bezwarende omstandigheden

– Inspannende houding en eenzijdige belasting van oog- en rugspieren bij werken met een computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 6

Functiegroep: algemeen

Medewerker HRM

Functienummer: A.01

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van softwarepakketten (o.m. Office-applicaties/personeelsinformatiesysteem).

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

Kwaliteit leveren (3):

– werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

– controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.

Aandacht en begrip tonen (3):

– reageert op passende wijze wanneer het niet goed gaat met iemand of wanneer hij ontevreden is over de gang van zaken en maakt dit bespreekbaar.

Materialen en middelen inzetten (3):

– overziet aard en omvang van standaard werk en bepaalt op basis daarvan welke de meest geschikte materialen en middelen daarvoor zijn;

– draagt zorg voor goede instructie, juist gebruik, onderhoud en opslag van materialen en middelen.

Functiegroep: algemeen

Personeelsfunctionaris

Functienummer: A.02

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De personeelsfunctionaris komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf. De personeelsfunctionaris past zelfstandig de personeelsinstrumenten binnen de kaders van wet- en regelgeving en het geformuleerde P&O-beleid toe binnen een bedrijf/vestiging met ± 100 tot 150 medewerkers. Hij/zij adviseert management ten aanzien van de aanpassing van het bestaande P&O-beleid en werkt gefiatteerd beleid verder uit. De uitvoering van het P&O-beleid ligt overwegend bij het lijnmanagement.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Uitvoering van regelingen en instrumenten

– bevorderen van een consistente en juiste toepassing van de verschillende personeelsinstrumenten door het lijnmanagement;

– bieden van ondersteuning bij het toepassen van de personeelsinstrumenten;

– gevraagd en ongevraagd adviseren van leidinggevenden over personele vraagstukken;

– coördineren, voorbereiden en zelf verzorgen van interne/externe trainingen/opleidingen.

– conform procedures;

– tijdigheid (doorlooptijd, reactiesnelheid);

– tevredenheid medewerkers;

– tevredenheid management.

2. Actualisering regelingen en instrumenten

– volgen van ontwikkelingen op het gebied van relevante wet- en regelgeving en interpreteren van interne relevante knelpunten;

– evalueren en analyseren van interne regelingen en instrumenten;

– formuleren van inhoudelijke voorstellen voor bijstelling/ uitwerking van regelingen en instrumenten;

– na fiattering, implementeren van bijstelling/uitwerking van regelingen en instrumenten.

– binnen kaders wet- en regelgeving;

– inhoud sluit aan bij organisatiebeleid;

– tijdig, up-to-date.

3. In- en externe informatievoorziening

– te woord staan van medewerkers, geven van uitleg over de inhoud en toepassing van het arbeidsvoorwaardenreglement;

– onderhouden van operationele contacten met externe instanties, afstemmen met leidinggevenden en medewerkers, verzamelen en uitwisselen van informatie.

– juistheid gegevens;

– inhoudelijkheid van informatie-analyse;

– tijdigheid.

4. Personeelsadministratie

– beheren van de geautomatiseerde personeelsbestanden;

– geven van administratieve opvolging aan ziek- en herstelmeldingen, signaleren van trends in verzuim van individuen of afdelingen;

– beheren van archieven en daartoe opbergen van stukken, completeren van dossiers;

– aanleveren van informatie/rapportages.

– kwaliteit in termen van:

. compleetheid;

. toegankelijkheid;

. beschikbaarheid;

. actualiteit/betrouwbaarheid.

Bezwarende omstandigheden

– Niet van toepassing.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 9

Functiegroep: algemeen

Personeelsfunctionaris

Functienummer: A.02

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van en ervaring met het werken met softwarepakketten (o.m. Office-applicaties/personeelsinformatiesysteem).

– Kennis van interne procedures en wet- en regelgeving.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Relaties bouwen en netwerken (5):

– bouwt een relatienetwerk op dat relevant is voor (een onderdeel van) de organisatie;

– creëert een vertrouwensband met de gesprekspartner;

– brengt mensen met elkaar in contact.

Aandacht en begrip tonen (5):

– neemt waar wat anderen willen en geeft passende feedback;

– schat de haalbaarheid van plannen en voorstellen bij betrokkenen goed in;

– anticipeert op de reactie en gevoelens van de ander door de communicatie hierop af te stemmen.

Vakdeskundigheid toepassen (5):

– doet waarneembaar moeite om het waarom te begrijpen;

– haalt de kern van het probleem naar voren;

– stelt (niet voor de hand liggende) alternatieven voor verbetering voor met onderbouwde voor- en nadelen.

Kwaliteit leveren (5):

– grijpt in als de geëiste kwaliteit niet in orde is;

– vraagt feedback met betrekking tot de kwaliteit van het door hem geleverde werk;

– voelt zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten en diensten van de organisatie;

– streeft voortdurend naar kwaliteitsverbetering van producten en diensten.

Functiegroep: algemeen

Manager HR

Functienummer: A.03

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De manager HR is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, borgen en implementeren van het P&O-beleid binnen het industriële bakkersbedrijf (200 tot 400 medewerkers) binnen de kaders van wet- en regelgeving in aansluiting op de ondernemingsstrategie. Hij/zij fungeert als HR-sparringpartner ten behoeve van het hoger management en is lid van het managementteam. Functionaris fungeert als P&O-functionaris voor een deel van het personeelsbestand. Hij/zij leidt de werkzaamheden binnen de eigen afdeling en stuurt hiertoe de medewerkers aan.

Organisatie

Direct leidinggevende: niet-vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: 2 tot 5 (parttime) medewerkers.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. HRM-beleid

– volgen van ontwikkelingen en interpreteren van interne knelpunten in samenspraak met holding/directie;

– formuleren van voorstellen voor bijstelling van het HRM-beleid;

– vertalen van het voorgestelde beleid naar gerichte HRM-instrumenten, (laten) uitwerken van concrete projectplannen;

– bevorderen van draagvlak en acceptatie voor de rol en het belang van HRM binnen de organisatie;

– verantwoorden van het gevoerde beleid, verantwoorden van uitgaven in relatie tot toegekende budgetten.

– aansluiting op strategie;

– aantal conceptversies;

– mate van realisatie (aantal acties gehaald).

2. Beschikbaarheid en toepassing HRM-instrumenten

– uitwerken en inbrengen van voorstellen voor invoering/ aanpassing/uitbreiding van HRM-instrumenten aan het directieteam;

– communiceren van doorgevoerde wijzigingen aan betrokkenen;

– bevorderen van een consistente en juiste toepassing van de verschillende personeelsinstrumenten door het lijnmanagement;

– bieden van ondersteuning bij het toepassen van de instrumenten.

– tijdige/budgettaire oplevering van projecten;

– kwaliteit instrumenten;

– kwaliteit van toepassing.

3. Interne communicatie

– adviseren en ondersteunen van de directie in het overleg met en informatieverstrekking aan de betrokkenen;

– uniformeren en bewaken van de interne communicatie en de communicatiestromen en -middelen;

– (laten) verzorgen van de reguliere personeelsinformatie.

– mate van tevredenheid betrokkenen (OR, management, medewerkers);

– inzicht bij medewerkers in van belang zijnde (bedrijfs)ontwikkelingen.

4. Operationele HR-processen

– toezien op voortgang en kwaliteit, stellen van prioriteiten en oplossen van zich voordoende problemen;

– zelfstandig uitvoering geven aan de toepassing van het HR-instrumentarium voor hogere functies;

– voeren van werkoverleg en afstemmen van relevante knelpunten;

– bevorderen van de interne samenwerking, ook met andere afdelingen, en dat afstemming optimaal plaatsvindt.

– kwaliteit administratie, regels;

– doorlooptijd W&S;

– trend in verloop%.

5. Personeelsbeheer

– regelen van verlof;

– werven en selecteren van nieuwe medewerkers;

– zorg dragen voor het opleiden/inwerken van medewerkers;

– uitvoeren van beoordelingen;

– toepassen van personeelsinstrumenten.

– motivatie en inzet medewerkers;

– (kortdurend) verzuim;

– effectiviteit/efficiency van de personeelsinzet;

– beschikbaarheid vereiste competenties.

Bezwarende omstandigheden

– Niet van toepassing.

Datum: juli 2011

Boven Salarisschaal: 11

Functiegroep: algemeen

Manager HR

Functienummer: A.03

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van relevante ontwikkelingen in het vakgebied, relevante wet- en regelgeving en de sector.

– Kennis en ervaring om te kunnen fungeren als professionele partner van directie en lijnmanagement.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Beslissen en activiteiten initiëren (6):

– neemt op basis van tegenstrijdige, snel veranderende informatie besluiten met strategische implicaties die de eigen organisatie (onderdelen) overstijgen;

– zorgt voor draagvlak bij zwaarwegende keuzes, speelt in op de verschillende persoonlijke en organisatie belangen die een rol spelen in de besluitvorming;

– neemt bij vitale kansen en mogelijkheden zichtbaar zelf initiatief.

Aansturen (6):

– wisselt de wijze van aansturing, afhankelijk van de situatie, de omgeving en de medewerker(s) om het gewenste resultaat te behalen;

– onderhandelt met een medewerker/team/organisatieonderdeel aan welke doelstellingen het resultaat moet voldoen;

– heeft vertrouwen in anderen en durft verantwoordelijkheden uit handen te geven.

Overtuigen en beïnvloeden (6):

– slaagt erin de gezamenlijke belangen duidelijk te maken waardoor betrokkenheid en draagvlak voor het standpunt ontstaat;

– enthousiasmeert anderen voor standpunten, ook bij fundamentele verschillen van inzicht, waarbij de relatie in stand wordt gehouden.

Formuleren en rapporteren (6):

– wekt vertrouwen bij de ander en leidt complexe gesprekken op hoog abstractieniveau over gevoelige onderwerpen waarbij sprake is van tegenstellingen in belangen;

– beïnvloedt het gesprek en de sfeer door het benoemen van gevoelens.

Analyseren (6):

– is in staat vraagstukken vanuit incomplete informatie en meerdere invalshoeken te bekijken;

– ontleedt complexe vraagstukken en herleidt deze tot kritische details, duidelijk met elkaar samenhangende aspecten en maakt onderscheid tussen feitelijke informatie en interpretaties/veronderstellingen;

– onderzoekt verschillende en soms tegenstrijdige alternatieven door voor- en nadelen af te wegen om zich een oordeel te vormen en beschrijft meerdere oplossingsscenario’s met relaties tussen oorzaak en gevolg.

Plannen en organiseren (6):

– coördineert de werkzaamheden en acties die inhoudelijk veel van elkaar kunnen verschillen en die een lange doorlooptijd of gevolgen op lange termijn hebben;

– anticipeert op onverwachte gebeurtenissen die van invloed zijn op de planning en past de planningen/doelstellingen van de organisatie(onderdelen) hierop aan.

Functiegroep: algemeen

Telefonist(e)/receptionist(e)

Functienummer: A.04

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De telefoniste/receptioniste komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf en is gelokaliseerd in de receptie van het hoofdkantoor of één van de vestigingen. De telefoniste/receptioniste is verantwoordelijk voor de aanname en het doorzetten van telefoongesprekken alsmede voor de zogenaamde terugvallende gesprekken (het gekozen doorkiesnummer is bezet) vanuit de organisatie. Het bezoekersontvangst heeft betrekking op de bezoeker van het hoofdkantoor of vestiging.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Afwikkeling van contacten (telefoon, post, fax, e-mail)

– aannemen van inkomende gesprekken, beantwoorden van vragen en zorgen voor een juiste doorverbinding met de gevraagde of voor het onderwerp meest geëigende afdeling/persoon;

– terugkoppelen naar beller wanneer de gewenste persoon niet aanwezig is, laten terugbellen van interne contactpersonen (indien niet door te schakelen), noteren en (mondeling, via e-mail) doorgeven van boodschappen;

– verzenden en ontvangen van faxen/emailberichten, doorgeven aan juiste persoon binnen organisatie en archiveren;

– sorteren van de binnenkomende post, frankeren van de uitgaande post, verzendklaar maken van te verzenden documenten (o.m. verkoopfacturen), bestellen van pakketdienst en koeriersdiensten op aanvraag.

– reacties van bellers over wachttijden;

– juistheid telefonische doorverbindingen (klachten van klanten/medewerkers);

– juistheid aangenomen, verzonden, doorgegeven en gearchiveerde berichten;

– juistheid van verstrekte informatie.

2. Ontvangst van bezoekers

– ontvangen en te woord staan van bezoekers;

– registreren van persoonsgegevens;

– informeren van desbetreffende medewerker over aankomst bezoek;

– regelen van opvang bij kortstondige afwezigheid.

– correctheid van te woord staan;

– registratie bezoekersgegevens conform toegangsprocedures;

– mate van gastvrijheid en representativiteit van optreden.

3. Beheer telefooncentrale/ -infrastructuur

– aanmaken van nieuwe medewerkergegevens in het systeem en toekennen doorkiesnummer;

– instellen van antwoordapparaat van de organisatie en zorgdragen voor beheer.

– juistheid gebruikersinstellingen;

– correctheid instelling.

4. Operationele secretariële en administratieve ondersteuning

– verrichten van werkzaamheden van administratieve/registratieve aard, zoals:

. verwerken van gegevens (data entry) aan de hand van lijsten;

. opschonen van archiefdelen volgens verkregen instructies;

. uitwerken, redigeren en opmaken van correspondentie, rapportages, notities e.d. conform (ontvangen) concepten; e.e.a. in correct Nederlands en volgens huisstijl.

– snelheid en kwaliteit van de uitvoering in termen van:

. conform huisstijl;

. taalgebruik;

. tijdigheid;

. juistheid (inhoud ondersteuning).

– tevredenheid contactpersonen over de dienstverlening.

Bezwarende omstandigheden

– Enerverend werk tijdens spitsuren, bij opeenhoping van telefoongesprekken en gelijktijdig ontvangen van bezoekers.

– Plaatsgebonden werk als gevolg van bezettings-/bereikbaarheidseis.

– Soms eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij werken met de computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 3

Functiegroep: algemeen

Telefonist(e)/receptionist(e)

Functienummer: A.04

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle vaardigheden

– Kennis van en ervaring met het werken met softwarepakketen (o.a. Office).

– Kennis van interne procedures.

– Ervaring met het bedienen en beheren van een telefooncentrale.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (2):

– houdt in zijn gedrag rekening met klanten;

– reageert passend op vragen/klachten van klanten voor zover dat in zijn/haar bereik ligt en verwijst anders door naar iemand die ze wel kan helpen.

Relaties bouwen en netwerken (2):

– onthoudt namen en functies van medewerkers, klanten en leidinggevenden en onderhoudt op eenvoudige wijze het contact met hen.

Formuleren en rapporteren (2):

– informeert collega’s en publiek mondeling kort en bondig over het werk;

– beantwoordt eenvoudige vragen en e-mail;

– verwoordt informatie volledig en correct in eenvoudige schriftelijke berichtjes.

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

Functiegroep: algemeen

Secretaresse II

Functienummer: A.05

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De secretaresse II komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf en is gericht op het faciliteren van het functioneren van de manager van een grootschalige/multi-disciplinaire afdeling of de bedrijfsleider van een kleinere vestiging. Daarnaast is hij/zij gericht op het verzorgen van in- en externe informatievoorziening en operationele secretariële ondersteuning en dienstverlening ten behoeve van de afdeling/vestiging.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 6, 7 (referentie) en 8 wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Faciliteren van het functioneren van de manager

– periodiek voeren van afstemmingsoverleg gericht op o.m. het:

. afstemmen van en informeren over stand van zaken, onder de aandacht brengen van aandachtspunten en bijzonderheden;

. doornemen van agenda en attenderen op afspraken, te ondernemen acties e.d.;

. maken van afspraken over te verlenen ondersteuning en daarbij te hanteren prioriteiten;

– geven van uitvoering aan gemaakte afspraken door het effectief organiseren van activiteiten, communiceren van afspraken, etc.;

– invulling geven aan projecten, nader specificeren van het ‘project’, opvolging geven aan overeengekomen acties, bewaken/bevorderen van tussentijdse resultaten en door anderen te leveren bijdragen;

– vervaardigen van overzichten zodat de manager inzicht heeft/houdt in de stand van zaken m.b.t. de activiteiten/ resultaten binnen zijn/haar verantwoordelijkheidsdomein, verzamelen van informatie, verrichten van berekeningen e.d.;

– inschatten van het belang van zaken en eventueel tussentijds onder de aandacht brengen daarvan aan de manager.

– kwaliteit van de ondersteuning in termen van:

. juiste afweging van prioriteiten;

. juiste afweging van belangen;

. tijdig attenderen op relevante zaken;

. opvolging van afspraken;

– aansluiting op gewenste ondersteuning door de manager.

2. In- en externe informatievoorziening

– verwerken van binnenkomende informatiestromen door het selecteren, ordenen en registreren van informatie en voorbereiden van te ondernemen acties;

– aannemen van binnenkomende telefoongesprekken, zo mogelijk zelf afhandelen daarvan, doorverbinden of noteren van boodschappen/ meldingen;

– binnen aangegeven kaders en conform afspraken verzorgen van de in- en externe informatievoorziening richting betrokkenen.

– kwaliteit van de informatievoorziening:

. juistheid, volledigheid, tijdigheid;

– juiste afweging van prioriteiten, belangen.

3. Operationele secretariële ondersteuning en dienstverlening

– redigeren en opmaken van correspondentie, rapportages, notities e.d. aan de hand van concepten dan wel globale aanwijzingen over de inhoud;

– voorbereiden, begeleiden en opvolging geven aan vergaderingen door o.m. het verzamelen van agendapunten, inventariseren en verspreiden van stukken, notuleren, uitwerken van verslagen en bewaken van actielijsten;

– beheren van archieven en daartoe opbergen van stukken, completeren van dossiers, op verzoek aanleveren van informatie en tijdig opschonen van archief;

– bijhouden van agenda en maken van afspraken binnen gegeven kader;

– organiseren en regelen van in- en externe bijeenkomsten volgens afspraken en daartoe uitnodigen van betrokkenen, regelen van faciliteiten en voorzieningen e.d.

– kwaliteit van de uitvoering in termen van:

. geldende procedures;

. regelingen;

. gebruik systemen;

. conform huisstijl;

– toegankelijkheid stukken voor collega’s;

– terugvindbaarheid van stukken;

– tevredenheid contactpersonen.

Bezwarende omstandigheden

– Soms eenzijdige houding en belasting van oog- en rugspieren bij werken met de computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 7

zie NOK-bijlage voor salarisschalen 6 en 8.

Niveau onderscheidende kenmerken (NOK)

Secretaresse

Functienummer: A.05

KENMERK

SECRETARESSE I

SECRETARESSE II

SECRETARESSE III

+

Aard van de werkzaamheden

Geen referentie beschikbaar

– De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit standaard gegevensverwerking en rapportages.

– Repeterend en overzichtelijke uitvoerend proces, gericht op de interne organisatie.

– Ondersteunen van manager van een kleinschalige afdeling binnen een vestiging.

– De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit gegevensverzameling, -verwerking en analyse.

– Professioneel dienstverlenend proces, gericht op hoofdzakelijk interne relaties.

– Ondersteunen van manager van een grootschalige/multidisciplinaire afdeling binnen een vestiging of bedrijfsleider kleine vestiging.

– Kern van de werkzaamheden ligt op advisering aan de hand van eigen analyses.

– Professioneel dienstverlenend proces, gericht op in- en externe relaties en functioneren organisatie.

– Ondersteunen van bedrijfsleider van een grote vestiging of directeur binnen het hoofdkantoor van een functionele discipline.

Geen referentie beschikbaar

Vrijheidsgraden

– Volgend aan activiteiten/input leidinggevende.

– Scope van de functie is afdeling.

– Volgend aan genomen besluiten door leidinggevende en zelfstandig inspelen op overwegend standaard processen.

– Scope van de functie is afdeling/vestiging, waarbij functie impact heeft op proces eigen organisatiedeel.

– Vooruitlopend op activiteiten en anticiperend op totale procesgang.

– Scope van de functie is vestiging/functionele discipline binnen gehele organisatie, waarbij functie impact heeft op korte termijn resultaat organisatie.

Kwaliteit en optimalisatie

– Functiehouder constateert vanuit de praktijk knelpunten in het eigen werk en maakt hiervan melding.

– Idem secretaresse I.

– Idem secretaresse II + adviesrol naar leidinggevende.

Kennis en ervaring

– Kennis van en ervaring met Office-applicaties.

– Goede mondelinge en schriftelijke Nederlandse taalvaardigheid.

– Inzicht in eenduidige samenhang tussen feiten en te ondernemen acties.

– Praktisch inzicht in de opbouw en werking van de gehanteerde Office-applicaties.

– Uitstekende mondelinge en schriftelijke Nederlandse taalvaardigheid.

– Inzicht in de binnen de organisatie geldende procedures en afdelingsprocessen vereist.

– Idem secretaresse II.

– Idem secretaresse II.

– Inzicht in besluitvormingsprocessen vereist.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

Niet van toepassing.

6.04 secretaris

Niet van toepassing.

Salarisschaal

5

6

7 (referentie)

8

9

COMPETENTIES

SECRETARESSE I

SECRETARESSE II

SECRETARESSE III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Geen referentie beschikbaar

Beslissen en activiteiten initiëren (3):

– neemt het initiatief om, waar mogelijk in overleg, de werkzaamheden volgens de bedrijfsprocedures zodanig aan te passen dat fouten worden hersteld en voorkomen.

Beslissen en activiteiten initiëren (4):

– beslist zelfstandig;

– neemt initiatieven om te waarborgen dat passend gereageerd wordt en ingespeeld wordt op veranderende omstandigheden bij lopende processen waarvoor hij verantwoordelijk is.

Idem secretaresse II.

Geen referentie beschikbaar

Samenwerken en overleggen (3):

– neemt het initiatief tot voldoende overleg met collega’s, opdrachtgevers en klanten en zorgt dat zij daarbij voldoende betrokken zijn/inbreng hebben;

– bewaakt goede werkrelatie met collega’s, opdrachtgevers en klanten.

Samenwerken en overleggen (4):

– neemt initiatief om samenwerking met en tussen medewerkers te stimuleren en te optimaliseren;

– bevordert adequaat overleg en afstemming tussen alle betrokkenen;

– bewaakt de sfeer.

Idem secretaresse II.

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Relaties bouwen en netwerken (4):

– hanteert verschillende methoden om contact te leggen en te onderhouden met bestaande en nieuwe relaties.

Relaties bouwen en netwerken (4/5):

– idem secretaresse II;

– bouwt een relatienetwerk op dat relevant is voor (een onderdeel van) de organisatie.

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

Vakdeskundigheid toepassen (4):

– werkt accuraat, lang en stevig door, ook bij het uitvoeren van meerdere specialistische en ingewikkelde taken;

– schat bekende en onbekende werkzaamheden goed in;

– benoemt nieuwe ontwikkelingen in zijn vakgebied;

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

Vakdeskundigheid toepassen (5):

– doet waarneembaar moeite om het waarom te begrijpen;

– haalt de kern van het probleem naar voren;

– stelt (niet voor de hand liggende) alternatieven voor verbetering voor met onderbouwde voor- en nadelen.

Kwaliteit leveren (3):

– werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

– controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.

Kwaliteit leveren (4):

– past systematisch een kwaliteitszorgsysteem toe;

– formuleert productie- en kwaliteitsnormen en stemt ze op elkaar af.

Kwaliteit leveren (5):

– grijpt in als de geëiste kwaliteit niet in orde is;

– vraagt feedback met betrekking tot de kwaliteit van het door hem geleverde werk;

– voelt zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten en diensten van de organisatie;

– streeft voortdurend naar kwaliteitsverbetering van producten en diensten.

Formuleren en rapporteren (3):

– onderscheidt feiten en meningen en hoofd- en bijzaken;

– brengt structuur aan in een zakelijke rapportage of instructie;

– drukt zich mondeling en schriftelijk correct uit in een zakelijke stijl;

– neemt op vlotte wijze deel aan gesprekken en overleg.

Formuleren en rapporteren (4):

– brengt structuur in een betoog met het oog op doel en publiek en hanteert daarbij een passende stijl en taalgebruik;

– neemt deel aan gesprekken en openbare discussies over complexe of specialistische onderwerpen uit zijn vakgebied;

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

Idem secretaresse II.

Functiegroep: algemeen

Medewerker facilitaire dienst

Functienummer: A.06

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De medewerker facilitaire dienst komt vooral voor in het grotere industriële bakkersbedrijf. De medewerker facilitaire dienst is verantwoordelijk voor het schoonmaken van de productie- en magazijn faciliteiten (kantines en sanitaire vertrekken) en de kantoren. Bij de uitvoering wordt gebruik gemaakt van normale schoonmaakbenodigdheden en -attributen. Er wordt gewerkt volgens vaste werkroosters.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Verrichten van schoonmaakwerkzaamheden

– verrichten van schoonmaakwerkzaamheden binnen de bedrijfsruimten (kantoren, kantine, sanitaire voorzieningen e.d.). E.e.a. omvat taken als stofwissen, moppen, schoonmaken van wanden, glas (binnenzijde) en sanitair, stofzuigen, reinigen van meubilair e.d.;

– aanvullen van de sanitaire gebruiksartikelen (zeep, handdoeken, papier e.d.) en de gebruiksvoorraad (koffie, thee, bekers e.d.);

– schoonmaken van de gebruiksartikelen (kopjes e.d.).

– correctheid toepassing methoden en middelen;

– juistheid naleving schema;

– reinheid werkgebied (aantal klachten).

2. Voorraad (verbruiks)artikelen

– bijhouden van de voorraad gebruiks- en verbruiksartikelen;

– uitgeven en registreren van het verbruik c.q. de uitgifte;

– afroepen van noodzakelijke aanvulling van de eigen voorraad.

– beschikbaarheid (verbruiks)artikelen.

Bezwarende omstandigheden

– Krachtsinspanning als gevolg van het tillen en hanteren van hulpmiddelen en bij het uitvoeren van sommige schoonmaakbewegingen.

– Lopend en staand en soms gebukt/gebogen, reikend of staand onder eenzijdige spierbelasting bij sommige schoonmaakbewegingen.

– Onaangenaam werk bij het reinigen van sanitaire voorzieningen. Werken met soms natte/vochtige materialen.

– Kans op letsel als gevolg van uitglijden op vloeren.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 2

Functiegroep: commercie

Verkoopmedewerker II

Functienummer: C.01

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De verkoopmedewerker II komt voor in de winkels van de ambachtelijke en industriële bakkerijen. Hij/zij verkoopt bakkerij- en aanvullende producten en draagt zorg voor de juiste presentatie en beschikbaarheid van de artikelen. Afhankelijk van de aard van de artikelen en dienstverlening verricht hij/zij eenvoudige bereidings- en bedieningswerkzaamheden.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 2, 3 (referentie) en 4 wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Verkoop en afrekening

– opnemen van bestellingen;

– beantwoorden van klantvragen (producteigenschappen, bewaarwijze, ingrediënten, etc.), raadplegen bakker bij diepgaandere vragen;

– bewegen van klanten tot aanvullende aankopen;

– snijden, bereiden (afbakken, toasten, smeren/beleggen, tappen, vullen, schenken, etc.), portioneren en/of verpakken van producten op basis van klantvraag;

– eventueel uitserveren van bestellingen aan tafel dan wel aan de counter;

– aanslaan van codes of bedragen en/of scannen van voorverpakte artikelen;

– afrekenen van eindbedrag.

– klanttevredenheid;

. snelheid service;

. wijze van benadering;

. uitstraling winkel;

– gemiddelde bonwaarde;

– verkoopomvang aanbiedingen;

– correcte afrekening;

. aantal/omvang kasverschillen;

– conform voorschriften (instructie, werkmethoden).

2. Verkoopondersteuning

– zorgen voor een correcte presentatie van artikelen, prijzen e.d. en het voor klanten aantrekkelijk houden van de winkel;

– zorgen voor voldoende voorraad in de voorgeschreven presentatie, bijvullen van schappen en vitrines;

– ontvangen van aangeleverde goederen en deze opslaan op de daarvoor aangewezen plaats en uitpakken en prijzen van artikelen;

– assisteren bij het opmaken van bestellingen, het uitwerken van reclame-acties en het inrichten van productuitstallingen, etalages e.d.

– juist opgeslagen goederen;

– tijdig gevulde schappen/vitrines;

– conform voorschriften (o.m. instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).

3. Afsluiting kassa

– afsluiten van de kassa bij einde dienst of werkdag;

– tellen van ontvangen geld en opmaken van afrekenstaat;

– controleren en opbergen/afstorten van geld op voorgeschreven wijze en verklaren van eventuele verschillen.

– volgens procedure/voorschrift;

– verklaarbaarheid kasverschillen.

4. Opruim- en schoonmaakwerkzaamheden

– opruimen en schoonmaken van werk-, opslag- en winkelruimte.

– schoon en opgeruimde winkel;

– conform voorschriften (o.m. instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).

Bezwarende omstandigheden

– Krachtsinspanning bij het verplaatsen van (dozen) goederen en artikelen.

– Lopend en staand werken en soms bukken/reiken bij het stapelen/wegzetten van artikelen.

– Kans op vingerletsel bij het hanteren van messen en bedienen van snijmachine.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 3

zie NOK-bijlage voor salarisschalen 2 en 4.

Niveau onderscheidende kenmerken (NOK)

Verkoopmedewerker

Functienummer: C.01

KENMERK

VERKOOPMEDEWERKER I

VERKOOPMEDEWERKER II

VERKOOPMEDEWERKER III

+

Aard van de werkzaamheden

Geen referentie beschikbaar

– Verkopen, serveren en afrekenen van producten.

– Verrichten van eenvoudige bereidingswerkzaamheden (snijden, smeren, beleggen, toasten/ opwarmen d.m.v. activatie voorinstelling) en portioneren en/of verpakken.

– Ontvangen, opslaan en aanvullen van voorraden en zorg dragen voor een representatieve winkelruimte.

– Idem verkoopmedewerker I + geven van informatie aangaande product(eigenschappen) en adviseren van de klant.

– Idem verkoopmedewerker I + afbakken van producten m.b.v. bake-off oven (vullen van de oven en instellen van variabelen op basis van input dan wel selecteren van programma, uitvoeren van visuele controles en zo nodig bijregelen van instellingen conform instructie).

– Idem verkoopmedewerker I.

– Assisteren van de verkoopmedewerker III / filiaalleider bij het opmaken van bestellingen, en het inrichten van productuitstallingen, etalages e.d.

– Afsluiten van de kassa, tellen van ontvangen geld en opmaken van afrekenstaat, controleren en opbergen/afstorten van geld en verklaren van eventuele verschillen.

– Idem verkoopmedewerker II + adviseren als vraagbaak voor collega’s aangaande product(eigenschappen) en klantadviezen.

– Idem verkoopmedewerker II + anticipeert (bij het instellen, bewaken resp. bijregelen van het bake-off proces) op de kwaliteit van het halffabricaat, omgevingscondities en procesverloop om de kwaliteit van het eindproduct te optimaliseren. Doet dit op basis van eigen kennis/inzicht.

– Idem verkoopmedewerker II + verrichten van bestellingen volgens vaste gegevens en inspelen op en rekening houden met verwachte bijzonderheden (acties, feestdagen, weer).

– Idem verkoopmedewerker II.

– Idem verkoopmedewerker II + openen en sluiten van het filiaal.

– Coördineren van de dagelijkse voortgang van de werkzaamheden bij afwezigheid van de filiaalleider.

Zie functieomschrijving en NOK-bijlage bedrijfs-/filiaalleider

Zelfstandigheid

Functiehouder werkt onder verantwoordelijkheid van een verkoopmedewerker II of III dan wel filiaalhouder, welke aanwezig en consulteerbaar is tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Functiehouder is in staat zelfstandig uitvoering te geven aan de werkzaamheden. Hij/zij kan de verkoopmedewerker III dan wel filiaalhouder consulteren aangaande niet-routinematige vraagstukken.

Functiehouder werkt zelfstandig en/of alleen. Consultatie van de eindverantwoordelijke is gewenst aangaande financiële en/of kwalitatief ingrijpende aangelegenheden.

Kwaliteit en optimalisatie

Functiehouder constateert vanuit de praktijk knelpunten in het eigen werk en maakt hiervan melding.

Constateert vanuit de praktijk knelpunten aangaande de eigen en aanverwante disciplines en formuleert pragmatische oplossingen.

Idem verkoopmedewerker II.

Kennis en ervaring

– geen specifieke ervaring vereist.

– kennis van en ervaring met verkooptechnieken;

– kennis van producten en producteigenschappen;

– inzicht in lopende acties, procedures en methoden;

– enige jaren relevante werkervaring in een soortgelijke functie.

– idem verkoopmedewerker II;

– idem verkoopmedewerker II;

– idem verkoopmedewerker II;

– idem verkoopmedewerker II.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

– Verkoopmedewerker

– Verkoper

– Eerste verkoper

– Verkoper (bake-off)

– Verkoper/serveerder

Salarisschaal

1

2

3 (referentie)

4

5

COMPETENTIES

VERKOOPMEDEWERKER I

VERKOOPMEDEWERKER II

VERKOOPMEDEWERKER III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Geen referentie beschikbaar

Begeleiden (1):

– accepteert begeleiding;

– laat zich begeleiden door de leidinggevende.

Begeleiden (2):

– geeft klanten en minder ervaren collega’s informatie over de kern van het vak.

Begeleiden (3):

– stimuleert en motiveert zijn/haar collega’s.

Zie competentieprofiel bedrijfs-/filiaalleider

Relaties bouwen en netwerken (1):

– stelt zich voor en onthoudt de namen en functies van de mensen met wie hij direct te maken heeft en begroet hen bij een volgende gelegenheid.

Relaties bouwen en netwerken (2):

– onthoudt namen en functies van medewerkers, klanten en leidinggevenden en onderhoudt op eenvoudige wijze het contact met hen.

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Creëren en innoveren (1):

– geeft desgevraagd zijn mening over eenvoudige verbeteringen.

Creëren en innoveren (2):

– levert een eenvoudige bijdrage aan overleg over verbeteringen;

– merkt eenvoudige mogelijkheden voor verbetering op.

Idem verkoopmedewerker II.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (1):

– vindt klanten belangrijk;

– verwijst klanten goed door als ze vragen hebben.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (2):

– houdt in zijn gedrag rekening met klanten;

– reageert passend op vragen/klachten van klanten voor zover dat in zijn/haar bereik ligt en verwijst anders door naar iemand die ze wel kan helpen.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (3):

– achterhaalt de essentie van vragen/klachten van klanten en reageert daar direct adequaat op of brengt ze in contact met iemand die ze wel kan helpen.

Ondernemend en commercieel handelen (1):

– laat zien dat hij/zij iets leuk vindt.

Ondernemend en commercieel handelen (2):

– werkt mee aan het benutten van kansen als het voordeel oplevert voor de organisatie.

Idem verkoopmedewerker II.

Bedrijfsmatig handelen (1):

– werkt zoveel mogelijk foutloos;

– voorkomt verspilling van zaken waarmee gewerkt wordt.

Bedrijfsmatig handelen (2):

– kan benoemen hoeveel iets kost en probeert de kosten zo laag mogelijk te houden.

Idem verkoopmedewerker II.

Functiegroep: commercie

Bedrijfs-/filiaalleider II

Functienummer: C.02

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De bedrijfs-/filiaalleider II leidt de dagelijkse gang van zaken van een bakkerijwinkel waar brood- en banketproducten worden verkocht en/of waar sprake is van een lunchroom-achtige omgeving (zitplaatsen waar verse belegde broodjes, broodsnacks en dranken worden bereid en geserveerd). De regiomanager dan wel eigenaar/ondernemer heeft de algehele leiding (op afstand) en zorgt voor de algemene zaken zoals financieel beheer, opzet en uitvoering personeelsbeleid, afspraken met leveranciers, inkoop e.d. De bedrijfs-/filiaalleider II is daarmee vooral ook meewerkend en gericht op de operationele voortgang.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 5, 6 (referentie) en 7 wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: 4 tot 8 (parttime) medewerkers.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Operationele voortgang

– opstellen van werkroosters, regelen van voldoende bezetting (parttimers, oproepkrachten);

– (laten) toewijzen van werkzaamheden, geven van aanwijzingen/instructies en toezien op de voortgang en uitvoeringskwaliteit van de werkzaamheden;

– bijsturen van problemen, opvangen en afhandelen van vragen/klachten van gasten/klanten;

– toezien op het juist gebruik van inventaris/apparatuur en de directe omgeving, nemen van acties bij afwijkingen, storingen e.d.;

– toezien op de naleving van de voorschriften op het gebied van veiligheid, Arbo, HACCP en werk- en presentatiemethoden (huisstijl);

– zelf meewerken in de uitvoering en daarbij vervullen van een voorbeeldfunctie.

– mate waarin gebudgetteerde afzet wordt gerealiseerd (omzet, gemiddelde bonwaarde, e.d.);

– efficiency personeelsplanning (uurinzet/uurtarief);

– klantbeleving (presentatie, uiterlijk);

– conform voorschriften (HACCP e.d.).

2. Voorraadbeheer en dagelijkse bestellingen

– doen van voorraadopnames, inschatten van de te verwachten afzet, opstellen van bestellijsten;

– doorgeven van bestellingen aan (vaste) leveranciers en/of eigen bakkerij;

– zorgen voor de ontvangstcontrole (kwaliteit en kwantiteit) en opslag van goederen, reclameren bij afwijkingen.

– omvang voorraad;

– tijdig doorgegeven bestellingen;

– juiste opslag/uitgifte artikelen (% over THT-datum).

3. Input voor optimalisatie

– signaleren van knelpunten in de operationele bedrijfsvoering;

– doen van voorstellen voor lokale acties, aanschaf apparatuur en verbeteringen van werkprocessen;

– leveren van een bijdrage aan het uitwerken en doorvoeren van verbeteringen in de bedrijfsvoering op basis van aanwijzingen van de leidinggevende.

– aantal voorstellen;

– kwaliteit van de voorstellen (haalbaarheid, aantal door leidinggevende overgenomen ideeën, e.d.).

4. Personeelsbeheer

– regelen van verlof;

– mede selecteren van nieuwe medewerkers;

– zorg dragen voor het (laten) opleiden/inwerken van medewerkers;

– voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken.

– motivatie en inzet medewerkers;

– (kortdurend) verzuim;

– effectiviteit/efficiency van de personeelsinzet;

– beschikbaarheid vereiste competenties.

5. Administratie en registratie

– vastleggen van verbruiken, bestellingen, manco’s (bij ontvangst e.d.);

– invullen van HACCP-lijsten, dan wel controleren van registraties van medewerkers;

– bijhouden van afzet-, kosten- en urengegevens;

– opmaken (c.q. controleren) van de kasstaten, tellen en afstorten van geld.

– tijdige, juiste en volledige vastlegging van informatie.

Bezwarende omstandigheden

– Krachtsinspanning bij het verplaatsen van (dozen) goederen en artikelen.

– Lopend en staand werken en soms bukken/reiken bij het stapelen/wegzetten van artikelen.

– Kans op vingerletsel bij het hanteren van messen en bedienen van snijmachine.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 6

zie NOK-bijlage voor salarisschalen 5 en 7.

Niveau onderscheidende kenmerken (NOK)

Bedrijfs-/Filiaalleider

Functienummer: C.02

KENMERK

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER I

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER II

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER III

+

Kenmerken bedrijf/filiaal

Zie functieomschrijving en NOK-bijlage Verkoopmedewerker

– 1 tot 6 (parttime) medewerkers.

– (Eind)verantwoordelijk leidinggevende is deels fysiek aanwezig en te allen tijde consulteerbaar.

– 4 tot 10 (parttime) medewerkers.

– Leidinggevende is tenminste consulteerbaar.

– 8–20 parttime medewerkers.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider II.

Geen referentie beschikbaar

Leidinggeven

Vaktechnisch

Hiërarchisch

Hiërarchisch

Klant- en omgevingsfactoren

– Weinig concurrentie, fysieke afwezigheid van supermarkt en bakkers in de omgeving.

– Met name particuliere klanten.

– Gemiddelde concurrentie, fysieke aanwezigheid van supermarkt of bakkers in de omgeving.

– Particuliere en enkele zakelijke (vaste) klanten met relatief stabiel en beperkt afnamepatroon.

– Grote concurrentie, fysieke aanwezigheid van supermarkt en bakkers in de directe omgeving.

– Particuliere en grote diversiteit zakelijke (vaste) klanten met sterk wisselend afnamepatroon. Zakelijke klanten bepalen belangrijk deel omzet.

Assortiment

– Regulier assortiment: kleine diversiteit aan brood- en banketproducten waarbij producten enkel gesneden en geportioneerd hoeven te worden.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider I + eventueel aangevuld met een lunchroomomgeving (tot 20 zitplaatsen) met aanvullende producten.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider II, omvangrijkere lunchroom (20 tot 50 zitplaatsen) OF

– operationele verantwoordelijkheid voor 2 tot 3 kleine vestigingen.

Vrijheidsgraden

– Besluiten worden in principe genomen door de leidinggevende. Functionaris werkt volgens vastomlijnde regels en voorschriften. Er staat vast wat, wanneer en hoe gedaan moet worden.

– Besluiten die hij/zij neemt kan hij/zij nemen op basis van eerdere situaties of bestaande afspraken. Bij twijfel of onduidelijkheid valt hij/zij terug op de leidinggevende.

– Hij/zij heeft nagenoeg geen invloed op het bedrijfsresultaat anders dan door optimale service en klantenbinding.

– De leidinggevende neemt de niet-reguliere besluiten. Functionaris werkt volgens richtlijnen van de leidinggevende. Bij terugkerende problemen neemt hij zelf een besluit en koppelt dit achteraf terug.

– Valt alleen bij evident afwijkende situaties terug op de leidinggevende.

– Dient actief mee te denken en input te geven voor verbetering/optimalisatie van de dienstverlening en (werk-) processen. Moet oplossingen voor knelpunten en problemen aandragen op basis van eigen ervaring.

– Heeft direct invloed op het bedrijfsresultaat door invloed op out-of-pocket kosten en formatie-inzet.

– Functionaris heeft binnen de kaders de vrijheid om besluiten te nemen. Verantwoording vindt achteraf plaats.

– Dient overleg te zoeken bij afwijken van de (formule)randvoorwaarden.

– Speelt in op korte termijn ontwikkelingen en lokale/regionale activiteiten om de omzet/afzet te vergroten. Wordt aangesproken op de omzet en variabele kosten (waste, personeelskosten).

– Bouwt een lokaal netwerk op en onderhoudt dit (b.v. met winkeliersvereniging).

Zwaartepunt functie

– Functiehouder is te typeren als de meewerkend voorman. Richt zich vooral op de operationele aansturing (dagelijkse coördinatie, planning, aansturing personeel) en de voorbereiding (openen/opstarten en sluiten van vestiging, dagelijkse bestellingen).

– Denkt mee met eigenaar/regiomanager, kern ligt in bedenken lokale promotie-acties, aanschaf van apparatuur e.d.

– Idem bedrijfs-/filiaalleider I, maar heeft een formele gezagsrelatie naar de medewerkers en is leidend in de beoordeling van medewerkers.

– Heeft een korte termijn focus (enkele weken vooruit), wordt door de eigenaar/regiomanager formeel betrokken in de discussie over de verbetering van de bedrijfsprocessen, aanschaf van apparatuur en lokale promotie-acties.

– Werkt in principe (deels) boven formatie, springt bij in de operationele uitvoering wanneer de voortgang dit vraagt. Focus ligt op (bijsturing van de) operationele bedrijfsvoering.

– Denkt mee en reageert op input van of voorstellen vanuit centrale management en/of leidinggevende.

Kennis en ervaring

– Kennis van en ervaring met verkooptechnieken.

– Kennis van producten en producteigenschappen.

– Inzicht in lopende acties, procedures en methoden.

– Enige jaren relevante werkervaring in een soortgelijke functie.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider I.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

– idem bedrijfs-/filiaalleider II.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

– Filiaalleider 1

– Filiaalleider 2

– Filiaalleider 2

– Filiaalleider 3

– Filiaalleider 4

– Filiaalleider 4

Salarisschaal

4

5

6 (referentie)

7

8

COMPETENTIES

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER I

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER II

BEDRIJFS-/FILIAALLEIDER III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Zie competentieprofiel Verkoopmedewerker

Aansturen (2):

– geeft, waar nodig, veiligheidsinstructie aan medewerkers en aanwezigen.

Aansturen (3):

– zorgt voor veiligheid-, Arbo- en milieu-instructies en voert het bedrijfsbeleid uit;

– geeft heldere inhoudelijke instructies/aanwijzingen aan collega’s;

– verdeelt het werk goed over de mensen.

Aansturen (4):

– controleert de werkzaamheden van de medewerkers;

– past waar nodig in overleg de werkzaamheden van de medewerkers aan.

Geen referentie beschikbaar

Relaties bouwen en netwerken (3):

– onderhoudt contacten met bestaande interne en externe relaties/klanten.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Relaties bouwen en netwerken (4):

– hanteert verschillende methoden om contact te leggen en te onderhouden met bestaande en nieuwe relaties.

Creëren en innoveren (2):

– levert een eenvoudige bijdrage aan overleg over verbeteringen;

– merkt eenvoudige mogelijkheden voor verbetering op.

Creëren en innoveren (3):

– doet voorstellen om veel voorkomende fouten/ tekorten te voorkomen;

– attendeert zijn/haar team/klant/opdrachtgever op verbetermogelijkheden van standaard producten en werkwijzen;

– benoemt ideeën hoe het anders kan en deelt die met anderen.

Idem bedrijfs-/filiaalleider II.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (3):

– achterhaalt de essentie van vragen/klachten van klanten en reageert daar direct adequaat op of brengt ze in contact met iemand die ze wel kan helpen.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Op de behoefte en verwachtingen van de ‘klant’ richten (4):

– herkent signalen van de klant;

– kiest per geval een passende aanpak om de klanttevredenheid te verhogen en vertaalt de aanpak in een beleid op het bedrijf.

Ondernemend en commercieel handelen (3):

– heeft oog voor kansen;

– denkt mee over de commerciële haalbaarheid van nieuwe producten en diensten.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Ondernemend en commercieel handelen (4):

– is alert op trends en vertaalt deze naar kansen voor de organisatie;

– schat de commerciële potentie in.

Bedrijfsmatig handelen (3):

– maakt afweging tussen directe en indirecte kosten en stuurt het werk bij om extra kosten te voorkomen.

Idem bedrijfs-/filiaalleider I.

Bedrijfsmatig handelen (4):

– stuurt op efficiëntie in het werk en vertaalt dat naar verbeteringen voor operationeel beleid.

Functiegroep: commercie

Regiomanager

Functienummer: C.03

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De regiomanager is verantwoordelijk voor de voortgang en resultaten van 8 tot 12 brood-/banketbakkersfilialen. Hij/zij formuleert hiertoe plannen o.b.v. marktanalyses en gefiatteerde doelstellingen en vertaalt het centraal vastgestelde beleid naar de praktische uitvoering op de werkvloer. De regiomanager draagt de formule-uitgangspunten over, implementeert en bewaakt ze. Hij/zij signaleert de behoeften van klant en medewerkers, maakt afspraken met bedrijfs-/filiaalleiders over doelen en verbeteracties en onderhoudt de praktische afstemming met derden in de eigen regio.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: 10–15 filiaalleiders.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Regioplan

– bijhouden van de ontwikkelingen binnen de vraagkant van de markt, (laten) verrichten van marktonderzoek, in kaart brengen van positie van en koopargumenten voor (producten van) concurrenten;

– doen van voorstellen voor concrete commerciële en financiële doelstellingen (marktaandelen, specifieke projecten/acties/producten e.d.);

– uitwerken van e.e.a. in concrete acties en programma’s;

– toelichten en motiveren van plannen naar de leidinggevende;

– signaleren van kansen en bedreigingen voor de korte en middellange termijn, adviseren leidinggevende t.a.v. de te nemen (collectieve) acties en noodzakelijke uitbreidingen/aanpassingen van aard/omvang filialen teneinde de positie uit te bouwen.

– aansluiting op visie en strategie van de organisatie;

– kwaliteit plannen: business-potentie, helderheid penetratieprogramma’s, aantal conceptversies, % budgetgunning;

– realisatiegraad plannen: aantal benutte kansen, % uitgevoerde acties.

2. Realisatie commerciële output

– bewaken van de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden in de regio; bijsturen van zaken, en stellen van prioriteiten;

– behandelen van zich voordoende problemen, nemen van beslissingen terzake of deze voorleggen aan de leidinggevende;

– toezicht houden op het beheer (door bedrijfs-/filiaalleider) van de verkooppunten en op de uniformiteit van uitstraling, onderhoud, hygiëne e.d.;

– actief volgen van de omzet (per filiaal), waar nodig (laten) nemen van acties;

– (laten) opstellen van periodieke en ad hoc-rapportages over de resultaten van de filialen;

– geven van inzicht in ontwikkelingen, bijzonderheden e.d. naar de leidinggevende mede ten behoeve van de evaluatie/bijstelling van beleid.

– financieel resultaat regio: omzet, marge, omvang cross selling;

– voorraadhoogtes;

– marktpositie: aantal (nieuwe) zakelijke klanten, marktaandeel (regio en per klant).

3. Operationalisering randvoorwaarden

– zorgen voor eenduidige procedures, gestandaardiseerde werkmethoden e.d. eventueel in samenspraak met collega-regiomanagers en andere disciplines;

– zorgen voor de beschikbaarheid van benodigde systemen, middelen, materialen, etc.;

– aanvragen en aanwenden van budgetten.

– effectiviteit en consistentie van werkmethoden en procedures;

– beschikbaarheid mensen en middelen.

4. Personeelsmanagement

– vaststellen van de wenselijke kwalitatieve en kwantitatieve formatie;

– fiatteren van voorstellen voor opleidingen, promotie of ontslag;

– beoordelen/stimuleren van directe medewerkers, voeren van functioneringsgesprekken, maken van ontwikkelafspraken;

– overdragen van kennis, geven van trainingen;

– verzorgen van c.q. toezien op het personeelsbeheer.

– aansluiting op bedrijfsplan;

– beschikbaarheid vereiste competenties;

– flexibiliteit inzetbaarheid;

– realisatie doelstellingen P&Obeleid.

Bezwarende omstandigheden

– Kans op letsel door verkeersongevallen als gevolg van verkeersdeelname.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 10

Functiegroep: commercie

Winkel accountmanager

Functienummer: C.04

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De winkel accountmanager is te typeren als de adviseur en relatiemanager van de winkeleigenaar/franchisenemer/filiaalhouder. Bij franchise-ketens wordt hij geconfronteerd met centraal geleide concepten, terwijl zelfstandig winkeleigenaren er eigen ideeën t.a.v. de bedrijfsvoering op na houden. De winkel accountmanager is primair gericht op het behoud en het uitbouwen van de omzet van zijn accounts (door marktverkenning en -exploratie). Hij werkt binnen een vastgesteld prijs- en productenbeleid en stelt zijn eigen verkoopplan op. Bij zijn advies/begeleiding maakt de winkel accountmanager gebruik van centraal bijgehouden benchmark- en rendementsmodellen.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Winkel accountplan

– afstemmen met leidinggevende t.a.v. ontwikkelingen binnen de klantketen/-formule, verkoopbeleid eigen organisatie;

– formuleren, uitwerken, uitvoeren, bijstellen en evalueren van winkel accountplannen binnen de kaders van het verkoopplan van de eigen organisatie;

– benoemen/vormgeven van het eigen activiteitenplan;

– analyseren afnamepatronen en omzet(prognoses) bij de winkels;

– initiëren acties ten behoeve van realisatie van doelstellingen of uitbreiding van de omzet/het assortiment.

– mate waarin doelstellingen (marktaandeel, afzet, rendement, assortiment) worden gerealiseerd;

– tijdige aanlevering accountplan;

– aantal en realisatiegraad activiteitenplan(nen) per account.

2. Advies en begeleiding klanten

– bijhouden van marktontwikkelingen in producten, prijs, (promotie-)activiteiten en winkelinrichting bij concurrenten;

– analyseren van de verkoopcijfers van de winkels, gerelateerd aan marktcijfers;

– bezoeken klanten, afstemmen met eigenaar/franchisenemer/filiaalhouder over behaalde omzet, dienstverlening, acties, kortingen, etc.;

– adviseren klanten over corrigerende maatregelen bij achterblijvende resultaten;

– adviseren van de klant (ondernemer/winkelkader) inzake winkelinrichting, assortimentsoptimalisatie, promotie, administratieve systemen, kwaliteitsborging, etc.;

– inventariseren, bespreken en analyseren van (latente) klantwensen en op basis hiervan in overleg met de klant aanpassen van de dienstverlening;

– geven van voorlichting en/of presentaties, coachen/ trainen van winkelmanagement/medewerkers;

– optimalisering van de samenwerking met de klant;

– afhandelen van eenvoudige klachten inzake de dienstverlening.

– klanttevredenheid;

– duurzaamheid relatie;

– afzetontwikkeling per klant;

– omvang vreemde inkoop door klanten;

– snelheid reactie bij klachten;

– aantal adviesmomenten per klant.

3. Registratie

– uitwerken en vastleggen van bezoekrapporten;

– registreren van gemaakte afspraken ten behoeve van de verkoopadministratie en -afhandeling;

– vastleggen van overige gegevens en informatie met betrekking tot verkoopactiviteiten, accountbewerking, etc.

– informatieve waarde gegevens (tijdigheid, volledigheid);

– basis voor evaluatie en bijsturing door leidinggevende.

Bezwarende omstandigheden

– Kans op letsel door verkeersongevallen als gevolg van verkeersdeelname.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 8

Functiegroep: commercie

Winkel accountmanager

Functienummer: C.04

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– MBO werk- en denkniveau.

– Inzicht in het assortiment en de USP’s van de eigen organisatie.

– Inzicht in de praktijk van een brood-/banketafdeling in een (vestiging van een) grootwinkelbedrijf.

– Praktisch inzicht in de koopmotieven en -gewoonten van de doelgroep van de klant.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Aandacht en begrip tonen (5):

– neemt waar wat anderen willen en geeft passende feedback;

– schat de haalbaarheid van plannen en voorstellen bij betrokkenen goed in;

– anticipeert op de reactie en gevoelens van de ander door de communicatie hierop af te stemmen.

Beslissen en activiteiten initiëren (4):

– beslist zelfstandig;

– neemt initiatieven om te waarborgen dat passend gereageerd wordt en ingespeeld wordt op veranderende omstandigheden bij lopende processen waarvoor hij verantwoordelijk is.

Ondernemend en commercieel handelen (4):

– is alert op trends en vertaalt deze naar kansen voor de organisatie;

– schat de commerciële potentie in.

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (5):

– denkt mee bij contractering en dienstverlening door zich te verdiepen in de situatie van de klant;

– biedt maatwerk in dienstverlening op grond van professionele en commerciële afwegingen.

Overtuigen en beïnvloeden (4):

– beïnvloedt de zienswijze van medewerkers/opdrachtgevers/klanten door met gezag te spreken, argumenten aan te voeren, te onderbouwen of te weerleggen en betrekt daarbij gevoelens.

Relaties bouwen en netwerken (4):

– hanteert verschillende methoden om contact te leggen en te onderhouden met bestaande en nieuwe relaties.

Functiegroep: commercie

Key accountmanager

Functienummer: C.05

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De key accountmanager is te typeren als de adviseur en relatiemanager van de salesmanager van (een deel van de vestigingen van) een grootwinkelbedrijf en de binnen zijn regio/domein vallende winkels (franchisenemers of filiaalhouders). Hij is daarmee enerzijds de sparringpartner van zijn opdrachtgever/contactpersoon binnen de centrale sales-organisatie van de klant en anderzijds de fieldmanager van het advies- en begeleidingsproces van de filialen van de klant. Bij (franchise)ketens wordt hij geconfronteerd met centraal geleide concepten, terwijl zelfstandig winkeleigenaren er eigen ideeën t.a.v. de bedrijfsvoering op na houden. De aan hem rapporterende winkel accountmanagers zijn te typeren als de 1e lijns contactpersonen in het advies- en begeleidingsproces naar de winkelmanagers van de klantorganisatie.

De key accountmanager is daarmee primair gericht op het behoud en het uitbouwen van de omzet (door marktverkenning en ‑exploratie) bij (en van) de tot zijn verantwoordelijkheidsdomein behorende winkelvestigingen van grootwinkelbedrijf/-bedrijven. Hij/zij werkt binnen de tussen de eigen en klantorganisatie overeengekomen contractafspraken en service levels. Afhankelijk van de omvang van het (de) account(s), kan de key accountmanager een team van beperkte omvang (4-7 medewerkers) aansturen om zijn account(s) optimaal te bedienen.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: 4–7 winkel accountmanagers of verkoopondersteuners.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Jaarplan account(s)

– volgen van ontwikkelingen in het eigen afzetgebied en ontwikkelingen en marketing- en salesdoelstellingen binnen de klantorganisatie (totaal en op vestigingsniveau), bespreken van beeldvorming met de salesverantwoordelijke bij de klant;

– bespreken van ontwikkelingen en inzichten met collega key accountmanagers en/of leidinggevende teneinde ontwikkelingen in de markt maximaal te benutten;

– formuleren, uitwerken en continu evalueren van het jaarplan dat richting geeft aan de commerciële en financiële doelstellingen en de bijstelling en/of operationalisering van de contractafspraken met de klant;

– (laten) vertalen van beeldvorming naar concrete marketingacties en activiteitenplannen (op klant- en vestigingsniveau);

– bespreken/afstemmen van vestigingsoverstijgende acties binnen de klantorganisatie, continu evalueren en bijstellen van plannen en actieprogramma’s.

– kwaliteit marktgegevens en concurrentie-analyse;

– mate van inzicht in klantwensen en -presteren;

– mate waarin plannen uitdagend en vernieuwend zijn;

– aantal (door leidinggevende) overgenomen voorstellen;

– aantal bijstellingen door het jaar heen.

2. Accountmanagement

– onderhouden van de contacten met van belang zijnde functionarissen binnen de klantorganisatie, opbouwen, in stand houden en uitbouwen van de goodwill, behandelen van en inspelen op wensen en klachten;

– bespreken van operationele resultaten (totaal en op vestigingsniveau) in relatie tot marktcijfers, problemen en lopende/beoogde (prijsondersteunende en promotionele) acties;

– doen van voorstellen voor uitbreiding/optimalisatie van de dienstverlening naar de klantorganisatie daarbij inspelend op de (latente) behoeften van de klant;

– op concernniveau adviseren van de klant inzake winkelinrichting, assortiment(vernieuwingen), kwaliteitsborging, etc.;

– optimalisering van de samenwerking met de klant op verschillende niveaus (distributiecentra, regio, winkel, etc.);

– vastleggen van toezeggingen aan de klant, waar nodig toelichten van afspraken aan collega-afdelingen.

– klanttevredenheid;

– bezoek-/contactfrequentie;

– lengte/verloop relatie(s);

– profilering in aansluiting op gewenste uitstraling;

– tijdige en juiste opvolging toezeggingen.

3. Advies en begeleiding winkels

– bewaken van de kwaliteit en voortgang van de advisering en begeleiding van klanten op winkelniveau;

– richting geven aan de bewerking van de markt en het leggen en onderhouden van contacten met bestaande klanten;

– stellen van prioriteiten, bevorderen van een goede samenwerking en onderlinge kennis- en informatie-uitwisseling;

– volgen van het afzetverloop, beoordelen/analyseren van bezoekverslagen, initiëren van specifieke acties;

– afhandelen van klachten.

– financieel resultaat klantportefeuille (omzet, marge, totaal c.q. per vestiging);

– marktaandeel (% totale brood/ banket afzet klant);

– klanttevredenheid;

– aantal bezoek/adviesmomenten per klant/vestiging;

– % vastlegging in CRM systeem.

4. Verantwoording resultaten

– (laten) opmaken van periodieke en ad hoc-rapportages over de resultaten van de winkel accountmanagers en de onder hun beheer vallende winkels;

– geven van inzicht in ontwikkelingen, bijzonderheden e.d. mede ten behoeve van de bijstelling van het beleid en de (contract)afspraken met de klant.

– inzicht in behaalde resultaten;

– inzicht in oorzaken van afwijkingen t.o.v. doelstellingen, plannen, budgetten;

– uitgangspunt voor evaluatie/ bijsturing.

5. Personeelsbeheer

– vaststellen van de wenselijke kwalitatieve en kwantitatieve formatie;

– fiatteren van voorstellen voor opleidingen, promotie of ontslag;

– beoordelen/stimuleren van directe medewerkers, voeren van functioneringsgesprekken, maken van ontwikkelafspraken;

– verzorgen van c.q. toezien op het personeelsbeheer.

– aansluiting op bedrijfsplan;

– beschikbaarheid vereiste competenties;

– flexibiliteit inzetbaarheid;

– realisatie doelstellingen P&Obeleid.

Bezwarende omstandigheden

– Kans op letsel door verkeersongevallen als gevolg van verkeersdeelname.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 10

Functiegroep: commercie

Key accountmanager

Functienummer: C.05

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– HBO werk- en denkniveau.

– Meerjarige ervaring binnen (of een toeleverend bedrijf naar) het grootwinkelbedrijf.

– Uitgebreide kennis van het assortiment, de USP’s van de eigen organisatie en de koopargumenten van de klant en de klant van de klant.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Aansturen (5):

– (h)erkent prestaties van individuen en teams;

– geeft medewerkers de ruimte eigen doelen te formuleren;

– laat medewerkers werkzaamheden verdelen en uitvoeren en helpt waar nodig, zonder het werk over te nemen.

Aandacht en begrip tonen (5):

– neemt waar wat anderen willen en geeft passende feedback;

– schat de haalbaarheid van plannen en voorstellen bij betrokkenen goed in;

– anticipeert op de reactie en gevoelens van de ander door de communicatie hierop af te stemmen.

Kwaliteit leveren (5):

– grijpt in als de geëiste kwaliteit niet in orde is;

– vraagt feedback met betrekking tot de kwaliteit van het door zijn groep geleverde werk;

– voelt zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten en diensten van de organisatie;

– streeft voortdurend naar kwaliteitsverbetering van producten en diensten.

Ondernemend en commercieel handelen (4/5):

– stelt marktbewerkingsplannen op voor bestaande klantgroepen;

– vertaalt ontwikkelingen in de markt naar (voor de klant) commercieel interessante producten en diensten weegt kosten en opbrengsten af.

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (5):

– denkt mee bij contractering en dienstverlening door zich te verdiepen in de situatie van de klant;

– biedt maatwerk in dienstverlening op grond van professionele en commerciële afwegingen.

Relaties bouwen en netwerken (5):

– bouwt een relatienetwerk op dat relevant is voor (een onderdeel van) de organisatie;

– creëert een vertrouwensband met de gesprekspartner;

– brengt mensen met elkaar in contact.

Functiegroep: commercie

Formule specialist

Functienummer: C.06

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De formule specialist is te typeren als de tactisch marketeer en sparringpartner van directie of sales en marketing manager (afhankelijk van de omvang van de organisatie) in het in de markt zetten en optimaliseren van de tot de onderneming behorende formules. Een en ander binnen de richtlijnen ten aanzien van de door het management vastgestelde positionering/branding en de marketingkaders (prijs, product, promotie) van de onderscheiden productgroepen. Zijn aandachtsgebied betreft het activeren van de formule middels het ontwikkelen van programma’s (promotionele acties, incentive-programma’s voor klanten/consumenten e.d.), het optimaliseren van het formule-assortiment en de presentatie/positionering zodat de consumentenstroom en daarmee het omzet- en winstgenererend vermogen van de formule blijft gewaarborgd.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Middellange en korte termijn marketing- en communicatieplan voor de formule.

– in kaart brengen van ontwikkelingen (productinnovaties, trends, prijzen, e.d.) in de vraagzijde (afnemers, consumenten) en aanbodzijde (inkoopmarkt, concurrenten) van de markt; benoemen van benodigd aanvullend onderzoek en aangeven van benodigde budgetten;

– vertalen van gegevens/inzichten naar eisen ten aanzien van de marketingmix voor de formule en uitwerken van bevindingen in een formulejaarplan, doen van voorstellen voor op te nemen productlijnen, prijsstellingen, promotionele acties, e.d. en onderbouwen van voorstellen met verwachte afzet- en financiële gegevens;

– motiveren van voorstellen naar het management.

– kwaliteit van het plan:

. business-potentie;

. helderheid voorstellen;

. mate waarin voorstellen worden overgenomen;

– aansluiting op visie en strategie brandlabel.

2. Brand activation (incl. jaarkalender)

– inbrengen van ideeën over de inzet van de diverse (tastbare en elektronische) communicatievormen;

– opstellen/uitwerken jaarkalender (inclusief benodigde budgetten) met formulespecifieke sales- en marketing-acties, motiveren van voorstellen;

– briefen van externe partijen, aanvragen van offertes/ aanbiedingen, beoordelen en doorspreken van voorstellen met interne betrokkenen, bewaken van de voortgang en kwaliteit van de overeengekomen diensten en nemen van corrigerende maatregelen;

– overdragen van plannen, concepten, eventuele trainingsprogramma’s e.d. aan de sales-organisatie en/of de klant-/afzetkanalen (eigen of derden);

– beheren en (laten) bijhouden formulehandboeken.

– afzetontwikkeling formule;

– naamsbekendheid (spontaan, geholpen);

– ambitieniveau/creativiteit voorstellen;

– budget(realisatie).

3. Assortimentsmanagement

– doen van voorstellen t.a.v. inkrimping/uitbreiding van het assortiment, beoordelen/inschatten van de (potentiële) afnameverwachting van artikelen, afstemmen hiertoe met de sales-organisatie;

– doen van voorstellen voor de verkoopprijs (al of niet binnen de categorierichtlijnen) op basis van de kostenopbouw, concurrentieprijzen, beoogde marges;

– (laten) opnemen van productinformatie in de diverse geautomatiseerde databases.

– kwaliteit assortimentsopbouw:

. financiële bijdrage assortiment;

. margemix;

. exclusiviteit/differentiatie;

. omloopsnelheid (artikelniveau).

Bezwarende omstandigheden

– Eenzijdige houding en belasting van de oog- en rugspieren bij het werken met de computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 10

Functiegroep: commercie

Formule specialist

Functienummer: C.06

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– Toepassingsgerichte kennis van methoden en technieken om formules/brands onderscheidend onder de aandacht van afnemers te brengen.

– Inzicht in de kritieke succesfactoren van de diverse schakels in het vervaardigings- en distributieproces van communicatiedragers.

– Kennis van de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van mondelinge, schriftelijke, digitale uitingsvormen en (interactieve) media.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Analyseren (5):

– herkent complexe vraagstukken en problemen en bekijkt deze eventueel op afstand;

– zoekt gericht informatie op een breed terrein, integreert nieuwe met bestaande informatie en legt verbanden;

– deelt problemen en vraagstukken op in onderdelen, benoemt structuren en onderbouwt conclusies met argumenten.

Formuleren en rapporteren (5):

– formuleert complexe vraagstukken helder, eenduidig en gestructureerd;

– houdt rekening met verschillende niveaus, behoeften en belangen en herkent tegenstellingen;

– maakt complexe onderwerpen begrijpelijk voor anderen o.a. door aansprekend woordgebruik en toetst regelmatig begrip en acceptatie bij de ander.

Omgaan met verandering en aanpassen (5/6):

– combineert alternatieve zienswijzen met eigen ideeën en zoekt naar onorthodoxe benaderingen;

– improviseert in situaties waarin sprake is van onduidelijke informatie, wijzigende omstandigheden en/of optredende barrières.

Ondernemend en commercieel handelen (5):

– stelt marktbewerkingsplannen op voor bestaande en nieuwe marktsegmenten;

– vertaalt ontwikkelingen in de markt naar commercieel interessante producten en diensten en weegt kosten en opbrengsten af;

– neemt verantwoorde risico’s bij handelen en beslissen en stelt kaders.

Overtuigen en beïnvloeden (5):

– past afhankelijk van de situatie de invloedstijl zonder moeite aan;

– speelt in op onderliggende emoties, belangen, normen en waarden door het selectieve gebruik van argumenten.

Functiegroep: commercie

Medewerker verkoop binnendienst

Functienummer: C.07

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De medewerker verkoop binnendienst komt voor binnen een commerciële afdeling van een groter bedrijf of een gecombineerde administratieve/verkoopondersteunende en productievoorbereidende afdeling van een kleiner bedrijf. Het aandachtsgebied van de functionaris betreft vooral de afhandeling van orders en klachten. Hij maakt daarbij gebruik van een ERP-pakket, via welk systeem hij de gegevens kan invoeren/doorstarten en toegang heeft tot klantspecifieke afspraken.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Verwerking klantorders

– in ontvangst nemen van orders van klanten via telefoon, e-mail, EDI of anderszins;

– nagaan van de commerciële condities/afspraken en/of speciale acties, inbrengen of overzetten van orders in/naar het geautomatiseerde systeem;

– afstemmen met klant in geval van ontbrekende gegevens of afwijkingen in (standaard) bezorgtijden;

– aanmaken en verzenden van orderbevestigingen.

– juistheid en tijdigheid verwerking;

– compleetheid van orders;

– klanttevredenheid inzake follow-up.

2. Ondersteuning verkoopafdeling

– bijhouden van bestanden met klantgegevens, verstrekken van informatie op verzoek;

– maken van bezoekafspraken, verwerken van bezoekverslagen;

– attenderen van commerciële medewerkers op bijzonderheden aangaande hun klanten n.a.v. eigen contacten;

– in ontvangst nemen en registreren van klachten, opschalen van regelmatig terugkerende klachten naar de leidinggevende;

– verwerken van correspondentie aan de hand van concrete aanwijzingen;

– kopiëren, verspreiden en archiveren van stukken.

– juistheid van geregistreerde klantgegevens en klachten;

– effectiviteit bezoekplanning;

– mate waarin wordt ingespeeld op behoefte buitendienst.

Bezwarende omstandigheden

– Eenzijdige houding en belasting van de oog- en rugspieren bij het werken met de computer.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 4

Functiegroep: commercie

Medewerker verkoop binnendienst

Functienummer: C.07

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– Kennis van het productassortiment.

– Kennis van geautomatiseerde systemen.

– Kennis van interne procedures en werkmethoden.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Analyseren (3):

– checkt gegevens en doet op basis daarvan verbetervoorstellen.

Formuleren en rapporteren (3):

– onderscheidt feiten en meningen en hoofd- en bijzaken;

– brengt structuur aan in een zakelijke rapportage of instructie;

– drukt zich mondeling en schriftelijk correct uit in een zakelijke stijl;

– neemt op vlotte wijze deel aan gesprekken en overleg.

Op de behoefte en verwachtingen van de klant richten (3):

– achterhaalt de essentie van vragen/klachten van klanten en reageert daar direct adequaat op of brengt ze in contact met iemand die ze wel kan helpen.

Overtuigen en beïnvloeden (3):

– beïnvloedt de zienswijze van medewerkers/klanten door pro- en contra-argumenten aan te voeren en het belang dat hij daar aan hecht te benadrukken.

Vakdeskundigheid toepassen (3):

– werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

– werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

– benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen.

Functiegroep: commercie

Bezorger

Functienummer: C.08

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De bezorger is over het algemeen gesitueerd in een bakkersbedrijf met één (of meerdere) centrale bakkerijen van waaruit de distributie naar de winkels (eigen of derden) plaatsvindt en in een ambachtelijke bakkerij waar de bezorging aan huis plaatsvindt. De bezorger rijdt met een bestelwagen en heeft over het algemeen vaste rijroutes met bekende afleveradressen, ook in stedelijke gebieden.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Routevoorbereiding en -uitvoering

– (laten) beladen van de auto met de voor de route gereed gestelde of zelf verzamelde orders;

– controleren van de volledigheid van de zending, melden van ontbrekende producten/middelen;

– besturen/bedienen van en manoeuvreren met de auto;

– (toezien op het) lossen van goederen op de aangegeven adressen;

– (laten) aftekenen van ontvangstbonnen;

– waar nodig afrekenen met de klant.

– aantal niet-gemelde manco’s in de zending;

– afrekening conform factuur;

– aantal klachten ontvangers (omgang, fouten);

– aantal schades (auto);

– aantal meldingen/klachten over rijgedrag.

2. Onderhoudstaat auto

– uitvoeren van dagelijkse controles voor, tijdens en na de rit;

– uitvoeren van 1e lijns reparaties (lampen, oliepeil, bandenspanning e.d.);

– in- en uitwendig schoonmaken van de auto;

– melden van storingen aan de leidinggevende.

– algehele staat auto;

– omvang kosten als gevolg van niet-tijdig melden storingen;

– aantal onnodige meldingen.

3. Registratie en administratie

– bijhouden van rijrapporten, vermelden van bijzonderheden t.a.v. afleveringen, voorzieningen bij klanten, routes e.d.;

– invullen schadeformulieren bij voorkomende ongevallen.

– volledigheid registraties;

– tijdigheid verwerking.

Bezwarende omstandigheden

– Gedwongen of eenzijdige houding bij laad-, los- en transportwerkzaamheden.

– Enerverend bij rijden in centra.

– Kans op letsel bij verkeersongevallen, en laden/lossen (stoten, beknelling).

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 3

Functiegroep: commercie

Bezorger

Functienummer: C.08

COMPETENTIEPROFIEL

Kennis en betekenisvolle ervaring:

– Basale kennis van het productassortiment.

– Vaardigheid in het rijden met een (bestel)wagen.

Competenties / gedragsvoorbeelden

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Aandacht en begrip tonen (2):

– houdt rekening met wat hij zegt;

– toont medeleven wanneer er met een collega/klant iets aan de hand is.

Vakdeskundigheid toepassen (2):

– werkt in een vlot tempo en kan met kleine wijzigingen omgaan;

– voert eenvoudige taken goed en accuraat uit en maakt daarbij gebruik van eerdere ervaringen.

Materialen en middelen inzetten (2):

– zorgt voor de benodigde materialen en middelen;

– gebruikt materialen en middelen op de geëigende manier;

– zorgt voor onderhoud en opslag van de hem toevertrouwde materialen en middelen.

Plannen en organiseren (2):

– bereidt het eigen werk voor zodat de handelingen op volgorde kunnen worden verricht;

– houdt in de gaten of werkzaamheden volledig opschieten en meldt tijdig als het werk niet op tijd af zal zijn.

Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten (2):

– houdt in zijn gedrag rekening met klanten;

– reageert passend op vragen/klachten van klanten voor zover dat in zijn/haar bereik ligt en verwijst anders door naar iemand die ze wel kan helpen.

Instructies en procedures (2):

– volgt de voorgeschreven procedures op;

– is alert op veiligheidsrisico’s.

Functiecategorie: Financieel administratief

Manager financiën II

Functienummer: F.01

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De manager financiën II komt vooral voor in het grotere industriële bedrijf, met een relatief grote afdeling die de volledige financiële administratie verzorgt en waar het administratief werk in verschillende functies is ondergebracht. Hij/zij geeft, als leidinggevende van de afdeling, invulling en uitvoering aan de gehele planning- en control-cyclus (begroting, managementinformatie, verantwoordingsrapportages, optimalisatie AO/IC e.d.) en is verantwoordelijk voor het realiseren van een betrouwbare en waarheidsgetrouwe financiële administratie en verslaglegging, conform de interne richtlijnen en wettelijke vereisten.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen groep 10, 11 (referentie) en boven-CAO wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende: niet-vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: 8 tot 10 (parttime) medewerkers.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Ongoïng administratie

– aansturen dagelijkse gang van zaken, voeren van werkoverleg en afstemmen van relevante knelpunten, ontwikkelingen e.d.;

– toezien op voortgang en kwaliteit, stellen van prioriteiten en oplossen van zich voordoende problemen;

– voeren periodiek overleg en bespreken knelpunten in de lopende administratieve processen en procedures;

– vertalen van wettelijke en company-regels naar de bedrijfssituatie en opstellen van administratieve voorschriften.

– tijdige oplevering;

– juistheid en logica van cijfers;

– volledigheid, juistheid specificaties en toelichtingen;

– conform voorschriften (wet, company);

– omvang werkachterstand.

2. (Consolidatie) periode- en jaarverslaglegging

– opstellen (geconsolideerde) balans en V&W, controleren op juiste verwerking van mutaties binnen het tijdvak, juistheid doorbelasting (overhead)kosten, aansluiting activa, banksaldi e.d.;

– vaststellen en doorvoeren van noodzakelijke herstelboekingen, afwikkeling van overlopende posten, reserveringen e.d.;

– rapporteren van de cijfers, signaleren van afwijkingen t.o.v. budgetten en prognoses naar de holding en (bedrijfs)directie;

– begeleiden van de externe accountant bij de jaarlijkse controles, geven van benodigde toelichtingen en uitleg.

– (afwezigheid van) fouten in cijfers;

– (optimale) verklaring afwijkingen en trends;

– tijdigheid aanlevering;

– akkoord externe accountant.

3. Financial planning en analyse

– opstellen/coördineren budgettering, toetsen uitgangspunten op realiteitsgehalte en onderlinge consistentie, doorrekenen financiële consequenties van de diverse scenario’s, toelichten planningen;

– bewaken financiële positie bedrijf(sonderdeel), signaleren ongewenste ontwikkelingen of afwijkingen t.o.v. budgetten/begrotingen;

– (laten) opstellen voorgeschreven financiële en bedrijfseconomische rapportages en overzichten (afzet, cash-flow, kostenopbouw e.d.);

– beoordelen cijfers, verklaren van afwijkingen ten opzichte van begroting en budgetten naar (centrale) directie;

– toezien op een adequate verzekeringsportefeuille.

– conform jaarplanning;

– verdedigbaarheid van de cijfers;

– volledigheid aangeleverde stukken;

– kwaliteit van de toelichtingen.

4. Optimalisatie administratieve bedrijfsvoering

– zorgen voor eenduidige procedures, gestandaardiseerde werkmethoden en beschikbaarheid van geautomatiseerde systemen;

– benoemen verbetermogelijkheden vanuit beleidsbesluiten, feitelijke performance van de afdeling e.d., uitwerken van benodigde budgetten en consequenties van keuzes voor de gehele organisatie;

– uitvoeren en implementeren van verbeteringen.

– 100% sluitende bevoegdheden;

– naleving procedures door de lijn;

– kosten uitvoering administratie.

5. Personeelsbeheer

– regelen van verlof;

– mede selecteren van nieuwe medewerkers;

– zorg dragen voor het (laten) opleiden/inwerken van medewerkers;

– uitvoeren beoordelingen, toepassen van personeelsinstrumenten.

– motivatie en inzet medewerkers;

– (kortdurend) verzuim;

– effectiviteit/efficiency van de personeelsinzet;

– beschikbaarheid vereiste competenties.

Bezwarende omstandigheden

– Geen bijzondere.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 11

zie NOK-bijlage voor salarisschaal 10 en boven-CAO.

Niveau onderscheidende kenmerken (NOK)

Manager financiën

Functienummer: F.01

KENMERK

MANAGER FINANCIËN I

MANAGER FINANCIËN II

MANAGER FINANCIËN III

+

Diversificatie van de organisatie

Zie functieomschrijving en NOK-bijlage Financieel medewerker / Administrateur

– Groot zelfstandig bakkerijbedrijf met productiefaciliteiten.

– Idem manager financiën I + winkels die apart aandacht nodig hebben en als afzonderlijke entiteiten in de administratie zijn opgenomen.

– Idem manager financiën II + onderdeel van een internationale keten danwel vestigingen/winkels in het buitenland.

Geen referentie beschikbaar

Omvang/diversiteit afdeling

– 5 tot 8 (parttime) medewerkers.

– 8 tot 10 (parttime) medewerkers.

– 10 tot 15 (parttime) medewerkers.

Aard adviesrol

Samenwerkend:

– Leveren van (ad hoc-)informatie gericht op doorrekenen alternatieven in het kader van de financiële planning (budgettering, begroting) en de verklaring van operationele resultaten.

– Algemene analyse van resultaten.

Adviserend/sparrend:

– Sparren (op tactisch niveau) met directie en management in het kader van de financiële planning (budgetten, afzetprognoses e.d.) en de verklaring van de operationele resultaten.

– Analyse van toekomstscenario’s en resultaten op vestigings- en corporate-niveau.

– Idem manager financiën II + businesspartner op strategisch niveau.

– Idem manager financiën II, waarbij de internationale setting complicerend werkt door verschil in financieel denkkader.

Complexiteit administratie

– Directie/management stuurt op algemene cijfers.

– Overzichtelijke inrichting administratie en rekeningenschema.

– Directie/management stuurt op details, waardoor diepgaande analyses nodig zijn.

– Complexe administratie met een zeer uitgebreid rekeningenschema om aan de informatiebehoeften te kunnen voldoen.

– Idem manager financiën II.

– Verzwaarde complexiteit doordat rapportage-eisen vanuit (inter)nationaal hoofdkantoor afwijken van de lokale behoeften.

Inrichting administratieve organisatie

Actueel houden:

– Gericht op het aanpassen richtlijnen en procedures.

– Inhoudelijke zaken (afschrijvingsgrondslagen, wet- en regelgeving e.d.) in samenspraak met externe accountant.

Adviserend:

– Gericht op ontwikkelen en in stand houden van systemen en procedures.

– Adviserend t.a.v. vaststelling normen-, waarderings- en afschrijvingsgrondslagen vanuit accountancy-standaards.

– Accountant heeft toetsende rol.

Adviserend:

– Idem manager financiën II.

– Adviserend t.a.v. vaststelling normen-, waarderings- en afschrijvingsgrondslagen vanuit perspectief van financiële planning en strategie organisatie.

– Idem manager financiën II.

Kennis en ervaring

– Kennis van de principes, methoden en technieken van de bedrijfsadministratie in een nationaal opererende onderneming en de accounting-regels.

– Beheersing van de gangbare kantoorapplicaties en ERP-systemen.

– Enige jaren relevante werkervaring in een soortgelijke functie.

– Idem manager financiën I.

– Idem manager financiën I.

– Idem manager financiën I.

– Idem manager financiën II + internationaal.

– Idem manager financiën II.

– Idem manager financiën II.

Functiebenamingen (1990, 1995, 1997)

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Salarisschaal

9

10

11

boven-CAO

boven-CAO

COMPETENTIES

MANAGER FINANCIËN I

MANAGER FINANCIËN II

MANAGER FINANCIËN III

+

Genoemde competenties en gedragsvoorbeelden zijn suggesties voor gewenst gedrag voor een adequate uitoefening van de referentiefunctie.

Zie competentieprofiel Financieel medewerker / Administrateur

Aansturen (4):

– controleert de werkzaamheden van de medewerkers;

– past waar nodig in overleg de werkzaamheden van de medewerkers aan.

Aansturen (5):

– (h)erkent prestaties van individuen en teams;

– geeft medewerkers de ruimte eigen doelen te formuleren;

– laat medewerkers werkzaamheden verdelen en uitvoeren en helpt waar nodig, zonder het werk over te nemen.

Aansturen (6):

– wisselt de wijze van aansturing, afhankelijk van de situatie, de omgeving en de medewerker(s) om het gewenste resultaat te behalen;

– onderhandelt met een medewerker/ team/ organisatieonderdeel aan welke doelstellingen het resultaat moet voldoen;

– heeft vertrouwen in anderen en durft verantwoordelijkheden uit handen te geven.

Geen referentie beschikbaar

Formuleren en rapporteren (4):

– brengt structuur in een betoog met het oog op doel en publiek en hanteert daarbij een passende stijl en taalgebruik;

– neemt deel aan gesprekken en openbare discussies over complexe of specialistische onderwerpen uit zijn vakgebied;

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

Formuleren en rapporteren (5):

– formuleert complexe vraagstukken helder, eenduidig en gestructureerd;

– houdt rekening met verschillende niveaus, behoeften en belangen en herkent tegenstellingen;

– maakt complexe onderwerpen begrijpelijk voor anderen o.a. door aansprekend woordgebruik en toetst regelmatig begrip en acceptatie bij de ander.

Formuleren en rapporteren (6):

– wekt vertrouwen bij de ander en leidt complexe gesprekken op hoog abstractieniveau over gevoelige onderwerpen waarbij sprake is van tegenstellingen in belangen;

– beïnvloedt het gesprek en de sfeer door het benoemen van gevoelens.

Vakdeskundigheid toepassen (4):

– werkt accuraat, lang en stevig door, ook bij het uitvoeren van meerdere specialistische en ingewikkelde taken;

– schat bekende en onbekende werkzaamheden goed in;

– benoemt nieuwe ontwikkelingen in zijn vakgebied;

– past zijn kennis en ervaring toe, deelt die met anderen en draagt die waar nodig over.

Vakdeskundigheid toepassen (5):

– doet waarneembaar moeite om het waarom te begrijpen;

– haalt de kern van het probleem naar voren;

– stelt (niet voor de hand liggende) alternatieven voor verbetering voor met onderbouwde voor- en nadelen.

Vakdeskundigheid toepassen (6):

– bepaalt prioriteiten op basis van inhoudelijkheid of andere relevante factoren;

– weet anderen vanuit vakinhoudelijke kennis naar de problemen en bijpassende oplossingen te leiden.

Instructies en procedures opvolgen (5):

– brengt structuur aan in de werkzaamheden van zichzelf en anderen;

– schat het effect van het (niet) nakomen van regels en procedures in en spreekt anderen daarop aan;

– werkt nauwgezet en geordend, ook onder druk van meerdere belangen.

Instructies en procedures opvolgen (6):

– coördineert en corrigeert de werkzaamheden van anderen;

– ontwikkelt en verbetert procedures en regels voor de wijze van werken;

– maakt afwegingen tussen het strikt nakomen van de regels en procedures enerzijds en pragmatisme anderzijds en beslist over afwijkingen.

Idem manager financiën II.

   

Bedrijfsmatig handelen (5):

– vertaalt oplossingen en beslissingen in zowel financiële als niet-financiële aspecten voor de eigen afdeling/project;

– beoordeelt investeringsvoorstellen van anderen op basis van wat die op korte en lange termijn opleveren;

– is continu bezig activiteiten en processen te toetsen aan de financiële kaders van de eigen afdeling;

– initieert acties die niet direct een bijdrage leveren aan de te behalen resultaten van de eigen afdeling, maar wel bijdragen aan de financiële doelstellingen en ambities van de organisatie.

Idem manager financiën I.

Bedrijfsmatig handelen (6):

– neemt strategische financiële beslissingen die in lijn liggen met de missie van de organisatie;

– beoordeelt investeringsvoorstelling op basis van de bijdrage die ze leveren aan de strategische doelstellingen van de organisatie;

– streeft in een partnership naar een optimale verhouding tussen korte termijn investeringen en toekomstige opbrengsten voor de eigen organisatie;

– stimuleert anderen met verrassende (nieuwe) ideeën om zo te zorgen voor groei van de afdeling op de langere termijn.

 

Functiegroep: financieel administratief

Administratief medewerker II

Functienummer: F.02

FUNCTIEPROFIEL

Kenmerken van de referentiefunctie

De administratief medewerker II komt vooral voor in de grotere ambachtelijke alsmede industriële bakkersbedrijven, met een relatief grote afdeling die de volledige financiële administratie verzorgt en waar het administratief werk in verschillende functies is ondergebracht. De administratief medewerker II is verantwoordelijk voor (eenvoudige) administratieve en ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de financiële afdeling, zoals het verwerken en controleren van dagelijkse gegevens en verzorgen van eenduidige secretariële werkzaamheden.

Indeling wordt ondersteund door een NOK-matrix, waarin het verschil tussen salarisschalen 4 en 5 (referentie) wordt uitgewerkt.

Organisatie

Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende.

Geeft leiding aan: niet van toepassing.

Resultaatgebieden

Taken

Resultaatindicatoren

1. Cijfermatige controle en gegevensverwerking

– controleren van gegevens door het feitelijk vergelijken van gegevens uit verschillende bronnen of van verschillende overzichten;

– signaleren van verschillen en navraag doen bij betrokkenen om verschillen/fouten te corrigeren;

– verwerken/invoeren van gegevens in computersysteem, registratielijsten (bestellingen, leveringen e.d.), overzichten e.d. en deze controleren op volledigheid;

– melden van grote afwijkingen of bijzonderheden aan leidinggevende;

– opstellen van standaardoverzichten.

– juistheid en volledigheid;

– nauwkeurigheid;

– tijdige signalering verschillen;

– tijdige oplevering van gegevens/ overzichten.

2. Afdelingsondersteuning

– typen van notities, facturen, brieven e.d. vanaf aangereikte concepten;

– zo nodig zelf opstellen van eenvoudige brieven, zoals begeleidend schrijven, bevestigingen e.d.;

– maken van fotokopieën, formulieren e.d. voor intern gebruik, archiveren van stukken;

– verzenden van stukken via post, fax of e-mail;

– ontvangen en doorgeven van telefonische informatie;

– bijhouden van archieven.

– foutloze notities, facturen, brieven e.d.;

– tijdige verzending van stukken;

– conform huisstijl.

Bezwarende omstandigheden

– Inspannende houding en eenzijdige belasting van oog- en rugspieren bij werken met computer of geautomatiseerd systeem.

Datum: juli 2011

Salarisschaal: 5

zie NOK-bijlage voor salarisschaal 4.

Niveau onderscheidende kenmerken (NOK)

Administratief medewerker

Functienummer: F.02

KENMERK

ADMINISTRATIEF MEDEWERKER I

ADMINISTRATIEF MEDEWERKER II

+

Aard van de werkzaamheden

Geen referentie beschikbaar

– Gericht op algemene administratieve ondersteuning van de afdeling.

– Beperkt afgebakend takenpakket.

– Repeterende en overzichtelijke taken.

– Overnemen van aangereikt gekregen gegevens in bestanden/systemen.

– Gericht op licht financieel administratieve taken.

– Breed eigen takenpakket, waaronder bijvoorbeeld ook bijhouden van aanwezigheidsregistraties en verrichten van tellingen.

– Idem administratief medewerker I.

– Eenvoudige voor- of nabewerkingen.

Zie functieomschrijving en NOK-bijlage Medewerker financiële administratie

Vrijheidsgraden/Zelfstandigheid

– Functiehouder werkt onder verantwoordelijkheid van een administratief medewerker II dan wel leidinggevende of ondernemer, welke aanwezig en raadpleegbaar is tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.