Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2021, 17802Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 april 2021, nr. WJZ/ 21083789, tot wijziging van het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren in verband met de overgang van de diergezondheidsregelgeving naar de Wet dieren

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 5.9, eerste lid, en 8.1 van de Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Het volgende lid wordt toegevoegd:

  • 2. Dit besluit berust mede op artikel 5.9, eerste lid, van de Wet dieren.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f wordt als volgt gewijzigd:

a. ‘de artikelen 2.1 en 2.2, achtste lid, van de Wet dieren’ wordt vervangen door ‘de artikelen 2.1, 2.2, achtste lid, 2.11, 2.12, en 8.4, en het bepaalde krachtens hoofdstuk 5 of artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren’.

b. ‘het Besluit houders van dieren’ wordt vervangen door ‘het bij of krachtens het Besluit houders van dieren bepaalde, het krachtens artikel 3.6 van het Besluit dierlijke producten bepaalde, het krachtens artikel 4.9 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren bepaalde, of artikel 2.3, tweede en derde lid, van het Besluit diergezondheid’.

2. In onderdeel g komt onderdeel 11° te luiden:

  • 11°. de regels over identificatie en registratie:

    • in het Besluit houders van dieren en de Regeling houders van dieren ten aanzien van runderen, varkens, schapen, geiten of paarden;

    • in hoofdstuk 2 van het Besluit identificatie en registratie van dieren en paragraaf 7a van de Regeling identificatie en registratie van dieren ten aanzien van honden.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, wordt het volgende onderdeel toegevoegd:

  • j. voor zover het betreft het toezicht op de naleving van de artikelen 2.11, 2.12, of 8.4, of het bepaalde krachtens hoofdstuk 5 of artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, het bij of krachtens het Besluit houders van dieren bepaalde, het krachtens artikel 3.6 van het Besluit dierlijke producten bepaalde, het krachtens artikel 4.9 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren bepaalde, of artikel 2.3, tweede en derde lid, van het Besluit diergezondheid:

    • 1°. militairen van de Koninklijke marechaussee;

    • 2°. de door de Minister van Defensie aangewezen overige militairen van de krijgsmacht;

    • 3°. de personen werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionale eenheid van de politie;

    • 4°. ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

C

Na artikel 2 wordt het volgende artikel ingevoegd:

Artikel 2a

  • 1. Als ambtenaren als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van de wet, worden aangewezen de in artikel 2, onderdeel a, bedoelde ambtenaren.

  • 2. Als personen als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van de wet, worden aangewezen de in artikel 2, onderdeel i, bedoelde personen.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 21 april 2021.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 12 april 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK ’s-Gravenhage.

TOELICHTING

Op 21 april 2021 is verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84) van toepassing. Vanaf die datum vormt deze verordening, samen met verscheidene gedelegeerde en uitvoeringsverordeningen van de Europese Commissie, de rechtstreekse bron van regels in het belang van de diergezondheid. Sommige onderdelen van de verordening worden bij nationale regelgeving uitgevoerd, en bovendien staat de verordening het lidstaten toe om onder voorwaarden aanvullende regels te stellen.

De nieuwe Europese regelgeving, de uitvoerende en de aanvullende nationale regelgeving over diergezondheid worden uitgevoerd op grond van de Wet dieren in plaats van op de oude Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Dit betekent dat de ambtenaren die waren belast met het toezicht op de naleving van de diergezondheidsregels bij en krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, nu op grond van de Wet dieren moeten worden aangewezen als toezichthouder. Artikel I van dit wijzigingsbesluit voorziet hierin. Voor de politie, de militairen van de Koninklijke marechaussee, de door de Minister van Defensie aangewezen overige militairen van de krijgsmacht, de personen werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionale eenheid van de politie en de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, is de aanwijzing beperkt tot de regelgeving op het vlak van diergezondheid.

Verder is voorzien in de aanwijzing van ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit als ambtenaren, belast met het verrichten van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers, dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen op grond van artikel 5.9, eerste lid, van de Wet dieren. Hiermee wordt de aanwijzing in de oude Regeling aanwijzing ambtenaar ex artikel 19 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gecontinueerd (artikel 2a, eerste lid, nieuw). Net als voor het uitoefenen van toezicht is in artikel 2a, tweede lid (nieuw) geregeld dat private dierenartsen en zogenoemde assistent-inspecteurs die door de NVWA worden ingezet, zijn belast met het verrichten van voornoemd onderzoek (zie hiervoor de toelichting bij het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 december 2020, nr. WJZ/ 20290485, tot wijziging van het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren in verband met de aanwijzing van private dierenartsen en assistent-inspecteurs als toezichthouders (Stcrt. 2020, 66063)).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten