Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 15771Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 maart 2021, kenmerk 1812452-217086-WJZ, houdende wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met verlenging van het maatregelenpakket en de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire in verband met verzwaarde maatregelen gelet op het sterk oplopende aantal infecties en enkele andere wijzigingen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister voor Medische Zorg, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op de artikelen 58e, eerste lid, 58g, eerste lid, 58h, eerste lid, 58i, 58j, eerste lid, onder d, e, en f, en 58p, tweede lid en derde lid, onder a, van de Wet publieke gezondheid;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 3.1, derde lid, 4.a1, eerste lid, aanhef, 4.4, vierde lid, 5.1, vijfde en zesde lid, 6.4, vierde lid, en 6.8, zevende lid, wordt ‘30 maart 2021’ telkens vervangen door ‘20 april 2021’.

B

In artikel 4.a1, eerste lid, onder ll, wordt ‘Locaties’ vervangen door ‘locaties’.

C

In de artikelen 4.4, vijfde lid, en 4.5, vierde lid, wordt ‘20.45 uur’ vervangen door ‘21.45 uur’.

D

In artikel 6.1, eerste lid, wordt, onder verlettering van onderdeel y tot onderdeel z, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • y. topsporters die uitkomen in het hoogste niveau van cricket;

E

In artikel 6.5, derde lid, wordt na ‘artikelen’ ingevoegd ‘3.1,’.

F

In de artikelen 6.7a, vierde lid, onder a, 6.7b, zesde lid, onder a, en 6.7c, vijfde lid, onder a, wordt na ‘NAAT-test’ ingevoegd ‘of een antigeentest’.

G

In het paragraafopschrift van paragraaf 6.8 wordt ‘Fieldlab evenementen’ vervangen door ‘Onderzoeksprogramma’s’.

H

Artikel 6.13 komt te luiden:

Artikel 6.13 Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Fieldlab:

het publiek-privaat onderzoeksprogramma, waarin het Rijk, het bedrijfsleven en de wetenschap samenwerken, om via praktijktesten kennis te vergaren over het virus SARS-CoV-2, de epidemie en de bestrijding daarvan, met het oog op het vergroten van de doelmatigheid van maatregelen ter bestrijding van de epidemie en mogelijkheden voor het veilig en verantwoord organiseren van evenementen;

Pilot testbewijzen:

het publiek-privaat onderzoeksprogramma, waarin het Rijk, het bedrijfsleven of veldpartijen en de wetenschap samenwerken, om via praktijktesten kennis te vergaren over de uitvoerbaarheid en effecten van het tonen van een testuitslag voor deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen, met het oog op het vergroten van de doelmatigheid van maatregelen ter bestrijding van de epidemie en mogelijkheden voor het veilig en verantwoord heropenen van sectoren;

Praktijktesten drinkgelegenheden:

het publiek-privaat onderzoeksprogramma, waarin het Rijk, het bedrijfsleven en de wetenschap samenwerken, om via praktijktesten kennis te vergaren over het virus SARS-CoV-2, de epidemie en de bestrijding daarvan, met het oog op het vergroten van de doelmatigheid van maatregelen ter bestrijding van de epidemie en mogelijkheden voor het veilig en verantwoord heropenen van drinkgelegenheden.

I

Na artikel 6.14 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 6.14a Praktijktesten drinkgelegenheden

Tijdens en op de locatie van een testactiviteit die plaatsvindt in het kader van Praktijktesten drinkgelegenheden gelden de artikelen 3.1, eerste lid, 4.a1, eerste lid, 4.1, 4.2, eerste lid, 4.4, eerste lid, en 4.7 niet.

Artikel 6.14b Pilot testbewijzen

Tijdens en op de locatie van een testactiviteit die plaatsvindt in het kader van Pilot testbewijzen gelden de artikelen 3.1, eerste lid, 4.a1, eerste lid, 4.1, 4.2, eerste lid, 4.3, 4.4, eerste lid, 4.5, 4.7, 5.1, 6.3, eerste lid, en 6.4, lid a1, a2, eerste en derde lid, niet.

J

In artikel 6.15 wordt ‘31 maart 2021’ vervangen door ‘21 april 2021’ en wordt ‘21.00 uur’ vervangen door ‘22.00 uur’.

K

In artikel 6.16, tweede lid, vervalt onderdeel f, onder verlettering van de onderdelen g en h tot de onderdelen f en g.

L

In artikel 6.18, eerste lid, wordt na ‘bijlage 2’ ingevoegd ‘en bijlage 4’ en wordt na ‘bijlage 3’ ingevoegd ‘en bijlage 5’.

M

Er worden twee bijlagen toegevoegd, luidende:

BIJLAGE 4. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 6.18, EERSTE LID (DE WERKGEVERSVERKLARING)

BIJLAGE 5. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 6.18, EERSTE LID (DE EIGEN VERKLARING)

ARTIKEL II

In artikel II, eerste lid, van de Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2020 tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met een verzwaring van de maatregelen (Stcrt. 2020, 66909) wordt ‘31 maart 2021’ vervangen door ’21 april 2021’.

ARTIKEL III

De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4.6, tweede lid, onder b, wordt ‘mits de inrichting tussen 01.00 uur en 06.00 uur gesloten is en de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt’ vervangen door ‘mits de duur van het verblijf van publiek bij de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt, de etenswaren of dranken zodanig worden verstrekt dat ter plaatse geen oploop van publiek kan ontstaan en:

  • 1°. door de gezaghebber aangewezen inrichtingen tussen 20.00 uur en 06.00 uur gesloten zijn;

  • 2°. door de gezaghebber aangewezen inrichtingen tussen 01.00 uur en 06.00 uur gesloten zijn’.

B

Na artikel 4.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.6a Verkoopverbod alcoholhoudende drank eet- en drinkgelegenheden

Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het verboden in een eet- en drinkgelegenheid bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken.

C

Aan artikel 6.9, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • r. medewerkers van de directie Toezicht en Handhaving van het openbaar lichaam Bonaire.

D

In de artikelen 6.11, vijfde lid, onder a, en 6.12, vijfde lid, onder a, wordt na ‘NAAT-test’ ingevoegd ‘of een antigeentest’.

E

Na artikel 6.13 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 6.14 Alcoholhoudende drank op openbare plaatsen

Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het in openbare plaatsen verboden alcoholhoudende drank te gebruiken of voor consumptie gereed te hebben.

Artikel 6.15 Vertoeven op openbare stranden

  • 1. Het is verboden van 31 maart 2021 tot en met 20 april 2021 te vertoeven in de openlucht op door de gezaghebber aan te wijzen openbare stranden.

  • 2. Het eerste lid geldt niet voor degene die kennelijk noodzakelijk in de openlucht vertoeft vanwege:

    • a. een noodsituatie;

    • b. werk;

    • c. medische hulp aan zichzelf of een dier;

    • d. hulpverlening aan een hulpbehoevende persoon;

    • e. het verzorgen van internationaal vervoer van goederen over het water;

    • f. toegang tot de eigen woning, een woongedeelte van een voertuig of vaartuig of een daarbij behorend erf.

Artikel 6.16 Bezettingsgraad logementen

  • 1. Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het verboden meer dan vijftig procent van de bezettingscapaciteit van een plaats waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisadministratie, te benutten.

  • 2. Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het verboden meer dan vijfenzeventig procent van de bezettingscapaciteit van een plaats waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisadministratie met een adres in het openbaar lichaam Bonaire, te benutten.

F

Na paragraaf 6 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 6a. Avondklok

Artikel 6a.1 Avondklok
  • 1. Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het van 31 maart 2021, 21.00 uur, tot en met 21 april 2021, 04.00 uur, verboden tussen 21.00 uur en 04.00 uur te vertoeven in de openlucht.

  • 2. Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het tot en met 21 april 2021, 04.00 uur, verboden tussen 23.00 uur en 04.00 uur te vertoeven in de openlucht.

Artikel 6a.2 Uitzonderingen zonder formulier

Artikel 6a.1 geldt niet voor degene die in de openlucht vertoeft vanwege:

  • a. een noodsituatie;

  • b. een reis vanuit het buitenland, het Europese deel van Nederland, Saba of Sint Eustatius;

  • c. de omstandigheid dat hij dak- of thuisloos is en geen gebruikmaakt van de beschikbare maatschappelijke opvang;

  • d. het individueel uitlaten van een aangelijnde hond;

  • e. een verplaatsing onder begeleiding als rechtens van zijn vrijheid beroofde;

  • f. voor degene die kennelijk noodzakelijk in de openlucht vertoeft vanwege:

    • 1°. medische hulp aan zichzelf of een dier;

    • 2°. hulpverlening aan een hulpbehoevende persoon;

    • 3°. een reis naar het buitenland, het Europese deel van Nederland, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 6a.3 Uitzonderingen met formulier

Artikel 6a.1 geldt niet voor degene die in de openlucht vertoeft vanwege noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden en die een naar waarheid ingevulde werkgeversverklaring overlegt waaruit het dienstverband blijkt en de daarmee samenhangende noodzaak voor het vertoeven in de openlucht.

Artikel 6a.4 Formulieren en bewijsstukken
  • 1. Het formulier van de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 6a.3, is opgenomen als bijlage 1 en bijlage 2 bij deze regeling. Het formulier wordt door de overheid elektronisch en op papier beschikbaar gesteld.

  • 2. Indien werkzaamheden als bedoeld in artikel 6a.3 niet in loondienst, maar door een zelfstandige of door een persoon die geen werkgever heeft worden verricht, wordt de werkgeversverklaring door de zelfstandige of door die persoon ingevuld en geldt die verklaring als de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 6a.3.

  • 3. Een reis als bedoeld in artikel 6a.2, onder b, en een reis als bedoeld in artikel 6a.2, onder f, onder 3°, gelden slechts als uitzonderingsgrond, indien reisbescheiden of andere bescheiden worden overgelegd waaruit die reis blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.

G

Er worden twee bijlagen toegevoegd, luidende:

BIJLAGE 1. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 6A.4, EERSTE LID (DE WERKGEVERSVERKLARING)

BIJLAGE 2. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 6A.4, EERSTE LID (DE WERKGEVERSVERKLARING)

ARTIKEL IV

In de artikelen 6.12, vijfde lid, onder a, en 6.13, vijfde lid, onder a, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Sint Eustatius wordt na ‘NAAT-test’ ingevoegd ‘of een antigeentest’.

ARTIKEL V

In de artikelen 6.11, vijfde lid, onder a, en 6.12, vijfde lid, onder a, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Saba wordt na ‘NAAT-test’ ingevoegd ‘of een antigeentest’.

ARTIKEL VI

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van:

  • a. de onderdelen J, K, L en M van artikel I, die in werking treden met ingang van 31 maart 2021, 22.00 uur, in Europees Nederland;

  • b. de onderdelen F en G van artikel III, die in werking treden met ingang van 31 maart 2021, 21.00 uur, in Bonaire.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

1. Algemeen

Strekking

Deze regeling strekt tot verlenging van het geldende maatregelenpakket ter bestrijding van de covid-19-epidemie in het Europese deel van Nederland tot en met 20 april 2021. De avondklok loopt tot in de vroege ochtend van 21 april 2021 door.

Daarnaast wijzigt deze regeling de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire vanwege het sterk en snel oplopende aantal besmettingen daar. In de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Sint Eustatius en de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Saba worden enkele kleine wijzigingen doorgevoerd die ook in de regelingen voor Europees Nederland en Bonaire worden aangebracht.

Deze regeling is gebaseerd op de ingevolge de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 geldende bepalingen van de Wet publieke gezondheid (Wpg).

Pijlers van de bestrijding van de epidemie

Europees Nederland en Bonaire bevinden zich nog middenin de pandemie van het virus SARS-CoV-2 (hierna: het virus), die nog steeds tot besmettingen leidt. Vanwege het virus, golden over de periode van ruim een jaar reeds ingrijpende maatregelen, die zijn gebaseerd op drie pijlers:

  • een acceptabele belastbaarheid van de zorg – ziekenhuizen moeten kwalitatief goede zorg kunnen leveren aan zowel covid-19-patiënten als aan patiënten binnen de reguliere zorg;

  • het beschermen van kwetsbare mensen in de samenleving;

  • het zicht houden op en het inzicht hebben in de verspreiding van het virus.

Deze pijlers zijn ook voor de maatregelen van deze regeling uitgangspunt, gelet op de in de paragraaf 2 beschreven epidemiologische situatie.

2. Epidemiologische situatie

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (hierna: Trm)

In het advies van 22 maart 2021 naar aanleiding van het 105e OMT op 19 maart 2021, wordt de actuele epidemiologische situatie geschetst. Een nadere beschrijving van de epidemiologische situatie en de duiding daarvan door het kabinet voor deze maatregelen is opgenomen in de voortgangsbrief aan de Tweede Kamer van 23 maart 2021. Hieronder worden relevante bevindingen voor deze regeling samengevat.

Huidige situatie

Het OMT-advies beschrijft de huidige achtergrond van de epidemiologische situatie als volgt:

‘Op 27 februari 2020 werd de eerste patiënt met COVID-19 in Nederland gediagnosticeerd. Tot 18 maart zijn er wereldwijd 120.268.427 patiënten met COVID-19 gemeld, van wie 24.449.050 in Europa. Wereldwijd zijn er 2.659.802 patiënten overleden, van wie 583.484 in Europa (bron: ECDC).

Tot 18 maart zijn er in Nederland 1.179.612 patiënten met laboratorium-bevestigde COVID-19 gemeld van wie 53.529 personen werden opgenomen in het ziekenhuis (bron: Stichting NICE). In totaal zijn in Nederland 16.198 personen met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie als overleden gemeld (bron: RIVM).’

Verloop van de epidemie

Het OMT-advies heeft het verloop van de epidemie beschreven. In de afgelopen week (11–18 maart 2021) nam het aantal meldingen van SARS-CoV-2-positieve personen met 24% toe ten opzichte van de week ervoor. Het aantal testen bij de GGD-testlocaties nam met 29% toe in de afgelopen week; het percentage positieve testen stabiliseerde afgelopen week en bedroeg 7,6%.

In de week van 11 tot en met 18 maart werden in totaal 231 personen per 100.000 inwoners positief voor SARS-CoV-2 gemeld. De week ervoor was dit aantal nog 186 per 100.000 inwoners. Twee regio’s (Noord-Holland Noord en Zuid-Holland Zuid) meldden afgelopen week tussen de 350–400 positief geteste personen per 100.000 inwoners en in zeven regio’s werden tussen de 250–350 inwoners, en in tien regio’s tussen de 200 en 250 inwoners per 100.000 inwoners positief gemeld.

De website infectieradar.nl laat een redelijk stabiel percentage van personen met covid-19-achtige klachten zien.

De testincidentie steeg de afgelopen week verder in alle leeftijdsgroepen. De grootste stijging daarbij ten opzichte van de week ervoor is te zien bij de 0–12- en de 13–17-jarigen. Dit hangt naar alle waarschijnlijkheid samen met de opening van het primair onderwijs en de gedeeltelijke opening van het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Het percentage positief geteste personen nam het meest af in de leeftijdsgroepen onder de 25 jaar; zo nam het percentage positief in de groep 0–12-jarigen af van 5,5% naar 4,6% en in de groepen 13–17 en 18–24 jaar van 10,2% naar 9,3%, en van 10,4% naar 9,8% respectievelijk. In de leeftijdsgroepen 50-59 jaar en 70 jaar en ouder nam het percentage positief geteste personen het meest toe van 10,2 naar 10,9% en van 9,7 naar 10,2% respectievelijk.

In alle leeftijdsgroepen was een stijging in het aantal meldingen van positief geteste personen per 100.000 personen te zien; de grootste absolute stijgingen waren te zien in de leeftijdsgroepen onder de 60 jaar. Het aantal meldingen per 100.000 personen nam relatief het sterkst toe in de groep 0–12-jarigen (+35%), gevolgd door de groep 40–49-jarigen (27%) en de groepen 50-59 en 25-29-jarigen (elk + 24%).

Het hoogste aantal meldingen (323) per 100.000 inwoners deed zich voor in de leeftijdsgroep 18–24 jaar. Het aantal clusters gerelateerd aan school nam toe in de leeftijdsgroep 0-12 jaar; in de leeftijdsgroep 13–17 jaar is vooralsnog geen stijging te zien.

De ziekenhuis- en IC (Intensive Care)-data van de stichting NICE laten vrij stabiele, hoge cijfers zien, met tussen de 150 en 230 ziekenhuisopnames en tussen de 35 en 45 IC-opnames per dag. In de laatste dagen was enige toename waarneembaar.

De vraag of, en zo ja wanneer de toename in het aantal positieve testen in de leeftijdsgroepen 20–30 en 50–60 jaar zijn weerslag zal krijgen op de belasting van de zorg, i.c. ziekenhuis- en IC-opnames, is volgens het OMT lastig te beantwoorden. Nadere analyses laten zien dat de kans op ziekenhuisopname oploopt met de leeftijd, maar ook dat de verhouding tussen het aantal meldingen en het aantal opnames recent aan verandering onderhevig is. Circa een kwart van de opgenomen SARS-CoV-2-patiënten is ouder dan 80 jaar, ongeveer een kwart is 70-79 jaar, ongeveer een vijfde is 60–69 jaar en zo’n 15% is 50–59 jaar. De instroom in de ziekenhuizen bij het begin van de tweede golf liep pas sterk op nadat het aantal meldingen bij de 60- en 70-plussers opliep. Doordat het testgedrag verandert, de opnamekans per leeftijdsgroep niet stabiel is (mede ten gevolge van het opkomen van de Britse variant van het virus), de maatregelen en de naleving daarvan variabel zijn en de vaccinatiegraad langzaam zal stijgen, is het niet te voorspellen of en wanneer precies de toename in het aantal infecties in de leeftijdsgroepen 20–30 en 50–60 jaar zijn weerslag op ziekte bij ouderen zal hebben en daarmee op de belasting van de zorg. In algemene zin zal de belasting van de zorg stijgen zodra de incidentie toeneemt bij ouderen, totdat zij in aanmerking zijn gekomen voor een vaccinatie.

In de afgelopen week nam het aantal locaties met besmettingen in verpleeghuizen en woonzorgcentra toe, na wekenlang te zijn gedaald; momenteel kampt 11,3% van deze locaties met 1 of meer positief geteste bewoners nadat daar langer dan 28 dagen geen besmetting was geweest. Dit lijkt conflicterend met de zich voortzettende daling in het aantal meldingen van positief geteste verpleeghuisbewoners, als gevolg van het vaccineren van deze groep en het aldaar werkzame verzorgend personeel. Verdere analyse maakt duidelijk dat het voor een relatief groot deel locaties betreft waar maar een zeer beperkt aantal bewoners (1–2 tot nu toe) positief testte. Of het vooral om al dan niet gevaccineerde bewoners gaat, is helaas op dit moment niet duidelijk, omdat de vaccinatiegegevens nog niet compleet zijn.

Het aantal nieuw gemelde locaties van instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking waar zich besmettingen voordoen, blijft redelijk stabiel en hetzelfde geldt voor het aantal positief geteste bewoners van deze instellingen.

De sterfte is, zowel in de berekeningen van het RIVM als in de berekeningen van het CBS, thans op verwacht niveau voor de tijd van het jaar.

Samenvattend is, aldus het OMT-advies, de testvraag toegenomen (+29%) met een redelijk stabiel percentage positief getesten van 7,6%. Het aantal nieuwe meldingen is navenant gestegen, met 24%. Het aantal positief geteste personen nam landelijk toe van 186 naar 231 per 100.000 inwoners. De instroom en bezetting in de ziekenhuizen inclusief IC’s is redelijk stabiel, maar hoog. De eerste effecten van de vaccinatie van de oudste leeftijdsgroepen en bewoners van instellingen worden duidelijker zichtbaar.

De sterfte was in de periode oktober 2020 tot en met februari 2021 significant verhoogd volgens de RIVM-methode; in maart 2021 is een eind gekomen aan de oversterfte, aldus het OMT.

Reproductiegetal, effect van maatregelen en prognoses

Het OMT meldt het volgende over het reproductiegetal, het effect van de maatregelen en de prognoses. De meest recente schatting van het reproductiegetal Rt, zoals berekend op basis van meldingen van positieve gevallen, is voor 4 maart op basis van Osiris: 1,13 (1,10 – 1,16) besmettingen per geval. Het reproductiegetal wordt ook op basis van andere gegevensbronnen berekend, zoals het aantal nieuwe ziekenhuisopnames en IC-opnames per dag. De schattingen op basis van deze andere gegevensbronnen kennen een grotere onzekerheid, maar ook daar ligt het geschat reproductiegetal boven de waarde van 1 besmetting per geval met een eerste ziektedag rond 4 maart 2021. Dit duidt op een gestage toename van het aantal gevallen – ondanks alle maatregelen, inclusief ‘lockdown’, avondklok en bezoekbeperking.

Het geschatte reproductiegetal voor de Britse variant is 34% hoger dan de oude variant, de schatting van het reproductiegetal voor de Britse variant op 4 maart 2021 komt uit op 1,18 (1,14–1,22); het geschatte reproductiegetal voor de Zuid-Afrikaanse variant is 27% hoger dan de oude variant, de schatting van het reproductiegetal voor deze variant op 4 maart komt uit op 1,12 (0,91–1,33).

De schattingen van het reproductiegetal van de Britse variant zijn sinds december 2020, ondanks de maatregelen, steeds boven de drempelwaarde van 1 gebleven. Het OMT verwacht dat als het aandeel van de Britse variant verder stijgt, en inmiddels is dat al meer dan 80% van de besmettingen, het reproductiegetal Rt op basis van de meldingen van positieve gevallen, bij voortzetting van de huidige maatregelen, naar een bandbreedte van waarden tussen de 1,09 en de 1,18 toe beweegt.

Het aantal opnames in het ziekenhuis en op de IC vertoonden een stabilisatie in de afgelopen week, met geringe toename aan het einde van de week. De verwachting is dat dit aantal zal toenemen, de snelheid van de stijging is nog onzeker. De prognoses op langere termijn, waar ook de effecten van vaccinatie in worden meegenomen, hebben brede onzekerheidsmarges. Dit wordt veroorzaakt door een stapeling van onzekere factoren bij een Rt rondom de één, waaronder het effect van de recente wijzigingen in het maatregelenpakket en het effect van het vaccineren, zoals ook in voorgaande OMT-adviezen uiteengezet.

Update over de diverse virusvarianten

Het OMT is geïnformeerd over de laatste stand van zaken van de kiemsurveillance van de verschillende varianten door het RIVM. De toename van de Britse variant is te zien in de kiemsurveillance sinds week 51 van het afgelopen jaar en zet door van 1,1% in week 51 van 2020 tot 82% in week 9 van 2021. Daarnaast lijkt in de kiemsurveillance het aandeel van de Zuid-Afrikaanse variant te stabiliseren rond de 2-3%. De Braziliaanse variant is nu in totaal viermaal aangetroffen in de kiemsurveillance, in de weken 3, 8 en 9. Momenteel vindt bron- en contactonderzoek (BCO) plaats naar aanleiding van de nieuwste bevindingen.

Naast deze drie zogenaamde ‘variants of concern (VOC)’, heeft de WHO inmiddels drie ‘variants of interest’ (VOI) benoemd, te weten B.1.1.7+E484K, B.1.525 en in de afgelopen week B.1.427/429 (hierna: de Cal-variant). De Cal-variant is voor het eerst gesignaleerd in Californië in de Verenigde Staten in juni 2020. Inmiddels wordt deze aangetroffen in alle staten in de Verenigde Staten en in 26 andere landen. Deze variant is door WHO benoemd als VOI, omdat er eerste indicaties zijn voor een verhoogde besmettelijkheid en verminderd effect van behandeling en bestrijdingsmaatregelen. De Cal-variant is nog niet in Nederland gevonden, maar wel in twee landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

B.1.1.7+E484K is tot nu toe vier keer in de kiemsurveillance aangetroffen. B.1.525 is zeven keer in de kiemsurveillance aangetroffen; dit aantal is met twee naar beneden bijgesteld.

De afgelopen week maakte de Franse overheid bekend dat er een tot dan toe onbekende variant is aangetroffen bij 9 personen in Bretagne. De variant wordt 20C/H655Y genoemd. Er zijn aanwijzingen dat deze variant soms niet gedetecteerd wordt in neuswatten. Indien deze variant inderdaad voornamelijk de lage luchtwegen infecteert, is de verwachting dat deze variant alleen in bijzondere settingen met specifieke risicofactoren, zoals bijvoorbeeld in ziekenhuisomgeving, overgedragen wordt. Meer onderzoek is gaande. Deze variant is nog niet in Nederland aangetroffen.

De ontwikkelingen met betrekking tot SARS-CoV-2-varianten worden gemonitord voor het gehele Koninkrijk door de kiemsurveillance, het sequencen van bijzondere gevallen en in internationaal verband in specifieke werkgroepen met de ECDC, de WHO en buurlanden.

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire

Huidige situatie

Op 17 april 2021 is het een jaar geleden dat de eerste patiënt met het virus op Bonaire werd gediagnosticeerd. Sindsdien is het aantal gemelde personen dat het virus heeft opgelopen, gestegen tot ruim 850 personen. Dit betekent dat ongeveer 4,5% van de bevolking het afgelopen jaar met het virus besmet is geraakt. Het gaat dan alleen om de in een laboratorium bevestigde gevallen. Het aantal personen daarvan dat werd opgenomen in een ziekenhuis is tot nu toe vijftien. Acht personen met een bevestigde virusinfectie zijn het afgelopen jaar overleden. Ook dat zijn alleen de bevestigde gevallen, waardoor de aantallen in werkelijkheid hoger kunnen liggen.

Verloop van de epidemie

Afgelopen week is het aantal actieve besmettingen met het virus met 164% toegenomen ten opzichte van de week daarvoor. Gemiddeld was de incidentie de afgelopen week 1387,8 per 100.000 inwoners. De testvraag neemt aanzienlijk toe. Twee weken geleden werden er 343 testen afgenomen, de afgelopen week lag dit aantal op 731.

Het percentage positief geteste personen in de teststraten steeg de afgelopen week naar ongeveer 33%, hetgeen een stijging is ten opzichte van de week daarvoor, toen het nog 28% betrof.

De belasting van de zorg neemt fors toe. Het aantal nieuw opgenomen patiënten en de bezetting op de ziekenhuisafdelingen en de Intensive Cares (IC’s) stijgt snel. Waar op 8 maart 2021 nog één persoon opgenomen lag vanwege het virus, zijn op 18 maart 2021 twaalf personen opgenomen in het ziekenhuis, waarvan vier op de IC. Het ziekenhuis op Bonaire kan zes personen opnemen op de IC, waardoor de bezetting momenteel onder druk komt te staan. Daarnaast vinden besmettingen plaats onder het zorgpersoneel, waardoor er ook capaciteitsproblemen ontstaan. Er zal extra ziekenhuispersoneel worden geleverd vanuit Europees Nederland en indien het aantal ziekenhuisopnames verder stijgt, zullen patiënten overgeplaatst moeten worden naar Aruba of Curaçao.

Bonaire is vanaf 22 februari 2021 begonnen met vaccineren van zorgpersoneel en ouderen (>60 jaar). Ongeveer 10% van de bevolking boven de achttien jaar heeft op dit moment een eerste prik ontvangen. Dit is nog onvoldoende om eerste voorzichtige indicaties van het effect van vaccinatie in de gevaccineerde doelgroepen te kunnen vaststellen. Zeker gezien de explosieve uitbraak die in de afgelopen weken heeft plaatsgevonden. Het is dus nog te vroeg om vergaande conclusies te trekken over de effecten van vaccinatie.

Het aantal personen dat toch nog positief getest wordt na vaccinatie, wordt nauwkeurig gevolgd en gecombineerd met bron- en contactonderzoek om het effect van vaccinatie te kunnen monitoren en eventueel vaccinfalen te kunnen opsporen. Het is belangrijk, met name ook voor zorgpersoneel, dat al gevaccineerd is, om er rekening mee te houden dat iemand met een milde infectie na vaccinatie nog besmettelijk kan zijn voor anderen. Infectiepreventiemaatregelen blijven dus onverminderd van toepassing.

De gezaghebber van Bonaire heeft op 18 maart 2021 een noodverordening afgekondigd, onder meer met een avondklok.1

De prognoses laten een forse toename zien van infecties, gecombineerd met een toename van het aantal ziekenhuisopnames. De prognoses zijn consistent met het beeld dat eerst het aantal besmettingen fors stijgt. Nu, ongeveer twee weken later, volgt een forse toename in het aantal ziekenhuisopnames. De avondklok, samen met andere maatregelen die op Bonaire op dit moment op grond van de noodverordening worden ingezet, zoals het sluiten van horecagelegenheden en scholen, het verbod op verkoop van alcohol en het volledige samenscholingsverbod en advies tot thuisblijven dragen bij aan het vertragen en verlagen van een toename van het aantal infecties en daarmee ook het aantal ziekenhuisopnames. Het verwachte effect is een circa 10% reductie van de Rt door de avondklok en bezoekbeperking, net als in Europees Nederland. Deze prognose kent een grote mate van onzekerheid, die onder andere door de kleinschaligheid van het eiland en de snelheid van opkomst van nieuwe varianten bepaald wordt. Het blijft van belang de Rt zo laag mogelijk te krijgen om de hoogte van een nieuwe golf zo laag mogelijk te houden.

3. Hoofdlijnen van deze regeling

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19

Verlenging maatregelenpakket

Deze regeling verlengt de huidige lockdown. Dat houdt in dat de groepsvorming buiten tot twee personen beperkt blijft, dat publieke plaatsen gesloten blijven voor het publiek en dat evenementen zijn verboden, een en ander behoudens de daarvoor al eerder vastgestelde uitzonderingen.

De verlenging van het maatregelenpakket geldt ook voor de avondklok, tot 21 april 04.30 uur. Het tijdstip waarop het verbod om in de openlucht te vertoeven ’s avonds ingaat, is met ingang van 31 maart 2021 bijgesteld van 21.00 uur naar 22.00 uur. Daarbij heeft het kabinet in het bijzonder aandacht voor het feit dat het langer licht wordt en de avondklok daardoor als een zwaardere beperking kan worden ervaren. Daarom zal het ingangsmoment van de avondklok per 31 maart 2021 worden aangepast naar 22.00 uur. Het tijdstip waarop de avondklok eindigt blijft ongewijzigd op 04.30 uur.

De niet aan de gelding van de avondklok gekoppelde sluitingstijden van 20.00 uur voor reguliere winkels en coffeeshops en het verbod op de verkoop van alcohol vanaf dat tijdstip blijven ongewijzigd. Dat is anders voor rechtstreeks met de avondklok samenhangende sluitingstijden: voor winkels in de levensmiddelenbranche en voor de afhaalfunctie van eet- en drinkgelegenheden wordt de sluitingstijd van 20.45 uur bijgesteld naar 21.45 uur zodat deze nog steeds uiterlijk een kwartier voor het ingaan van de avondklok moeten sluiten.

Met verlenging van de avondklok is deze maatregel tevens van kracht tijdens Pesach, het Holifeest, Pasen en de Ramadan. Er is niet voorzien in een uitzondering die het mogelijk maakt huiswaarts te keren na het bijwonen van religieuze diensten in synagoge, kerk of moskee na de klok van 22.00 uur. Uiteraard bestaat de mogelijkheid om diensten digitaal bij te wonen op dit tijdstip of om het geloof te belijden in huiselijke kring. De regeling voorziet reeds in uitzonderingen die het mogelijk maken om de digitale bijeenkomst op locatie te organiseren, mensen die daarvoor in het gebedshuis moeten zijn kunnen met een werkgeversverklaring en een eigen verklaring ’s avonds over straat. Het kabinet begrijpt goed dat het digitaal bijwonen van een bijeenkomst heel anders is dan zelf aanwezig te kunnen zijn bij een dienst in een gebedshuis en realiseert zich ook dat dit voor veel mensen een gemis betekent. Gezien het zorgelijke epidemiologisch beeld en de hoge belasting van de zorg wordt verruiming van de uitzonderingen echter thans niet opportuun geacht. De avondklok waartoe nu wordt besloten, duurt niet langer dan de drie weken die artikel 58c, zevende lid, Wpg maximaal mogelijk maakt.

Tot slot wordt in beperkte mate voorzien in een wijziging van de regeling voor praktijktesten. Deze wordt hieronder toegelicht.

De afwegingen die ten grondslag liggen aan de verlenging en de bijstellingen zijn toegelicht in paragraaf 4.

Praktijktesten

Aan de Trm worden twee onderzoeksprogramma’s toegevoegd, naast het reeds bestaande onderzoeksprogramma Fieldlab dat gericht is op praktijktesten in de evenementensector. De twee nieuwe onderzoeksprogramma’s zijn respectievelijk gericht op testbewijzen en op de drinkgelegenheden. Met het onderzoeksprogramma Pilot testbewijzen wordt onderzocht hoe testbewijzen ingezet kunnen worden bij het heropenen van onderdelen van de samenleving. Met het onderzoeksprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden wordt daarnaast onderzoek gedaan naar het gedrag van bezoekers en personeel, de onderlinge contactmomenten, de naleving van verschillende maatregelen en de luchtkwaliteit in de drinkgelegenheden. Met de drie tot stand gebrachte onderzoeksprogramma’s wordt op verschillende vlakken onderzoek gedaan met het oogmerk om de doelmatigheid van de maatregelen ter bestrijding van het virus te vergroten, waarbij onderzocht wordt hoe de verschillende sectoren veilig weer opengesteld kunnen worden. In de onderzoeksprogramma’s werkt de overheid samen met het bedrijfsleven, de semipublieke sector en de wetenschap om op de praktijk toegespitste pilots neer te zetten, waarbij relevante onderzoeksinformatie opgehaald wordt. De drie onderzoeksprogramma’s dragen er dan ook aan bij dat op termijn de samenleving veilig weer heropend kan worden.

Onderzoekprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden

Algemeen

De horecasector is flink getroffen door het virus. Om de verspreiding van het virus in te dammen sloot de horecasector vanaf medio maart 2020 tweeënhalve maand en op 14 oktober 2020 sloten eet- en drinkgelegenheden voor de tweede keer zijn deuren. Dat is nu nog het geval. Vanaf medio december 2020 sloten ook de restaurants in hotels voor de hotelgasten. Het kabinet is zich ervan bewust dat de algehele sluiting van de sector geen lang houdbare situatie is, vanuit sociaal-maatschappelijk én economisch perspectief.

In de routekaart coronamaatregelen2 van de rijksoverheid is aangegeven dat heropening van ‘restaurants’ eerder zal plaatsvinden dan van de ‘overige horeca’, waar ook drinkgelegenheden, zoals cafés, bars en kroegen toe behoren. Eén van de redenen hiervoor is dat bezoekers in restaurants minder beweeglijk zijn en het gedrag van bezoekers in cafés etc. lastiger te voorspellen lijkt (o.a. door consumptie van alcohol). Het kabinet wil onderzoeken of heropening van deze drinkgelegenheden veilig kan plaatsvinden onder de voorwaarden zoals nu vermeld in de routekaart onder risiconiveau ‘zorgelijk’.

De data die hiervoor nodig zijn, worden vergaard middels praktijktesten uit het publiek-private onderzoeksprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden. De praktijktesten moeten meer inzicht geven in het gedrag van bezoekers en personeel, de onderlinge contactmomenten, de naleving van verschillende maatregelen en de luchtkwaliteit in de drinkgelegenheden. Hierdoor wordt duidelijk in welke mate de gezondheids- en veiligheidseisen nageleefd worden. De drinkgelegenheden die aan de praktijktesten deelnemen, worden door de sector aangedragen en door het onderzoeksprogramma geselecteerd. Gelet op de doorlooptijd van het onderzoek, is het belangrijk om op korte termijn met deze praktijktesten te starten.

Het Rijk, de horecasector (Koninklijke Horeca Nederland en Horeca Alliantie) en de wetenschap (TNO) maken deel uit van de samenwerking in het onderzoeksprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden. De epidemiologische aanvaardbaarheid van voorstellen binnen dit onderzoeksprogramma moeten consistent zijn met de overige maatregelen ter bestrijding van de epidemie. Daarover is per geval beoordeling nodig door het kabinet. Met de burgemeester van de relevante gemeente wordt nauw samengewerkt over de praktische uitvoering en handhaving van de voorgenomen praktijktesten in die stad. Daarnaast is het Veiligheidsberaad betrokken bij de organisatie en de aanpak van de Praktijktesten drinkgelegenheden.

Onderzoeksplan en borging veiligheid en volksgezondheid

In het onderzoeksplan worden de praktijktesten nader toegelicht en wordt uitgewerkt welke set van preventieve maatregelen tijdens de praktijktests in acht moeten worden genomen. Dit betreft de voorwaarden die gelden volgens de routekaart in risiconiveau ‘zorgelijk’. Hierbij worden de volgende maatregelen in acht genomen: de veiligeafstandsnorm, geen zelfbediening, triage, reservering, placering, mondkapjesplicht als geen sprake is van placering, maximaal zes personen per tafel, maximaal vijftig personen per binnenruimte, persoonlijke beschermingsmiddelen, registratieplicht en beperkte openingstijden.

Met de praktijktesten worden data verzameld over de mate van naleving van verschillende maatregelen door bezoekers en personeel en de luchtkwaliteit in de drinkgelegenheden om een veilige en verantwoorde heropening daarvan mogelijk te maken. Daarbij geldt nadrukkelijk dat deelname aan de praktijktesten door (onder meer) ondernemers, personeel en bezoekers geheel op vrijwillige basis plaatsvindt. Voor laatstgenoemde categorie geldt in het verlengde daarvan dat de verwerking van persoonsgegevens op basis van toestemming plaatsvindt. De volgende onderzoeksvragen liggen aan het onderzoek ten grondslag:

  • Wat is het percentage bezoekers dat zijn gegevens voor het bron- en contactonderzoek laat registreren?

  • Wat is het percentage bezoekers dat deelneemt aan de triage?

  • In welke mate houdt het personeel zich aan elk van de maatregelen?

  • In welke mate houden bezoekers zich aan elk van de maatregelen?

  • Wat is de geschatte hoeveelheid verse buitenlucht in de horecagelegenheid, op basis van de CO2-concentratie en het aantal aanwezigen, en hoe relateert dat aan het onderzoek van TNO in de laboratoriumomgeving?

De borging van de veiligheid en volksgezondheid van de praktijktesten staat centraal in het onderzoeksplan. Daarom geldt een aantal aanvullende gezondheids- en veiligheidseisen. Zo wordt van alle deelnemers bij binnenkomst geëist dat zij een testuitslag van ten hoogste achtenveertig uur oud kunnen tonen waaruit blijkt dat zij op het moment van testen niet waren geïnfecteerd met het virus. Deze test moet zijn afgenomen door een daartoe gecertificeerd bureau of op een GGD-locatie. Daarnaast zal voor de praktijktesten een beperkt aantal drinkgelegenheden tegelijk worden geopend. Daarnaast gelden buiten de locaties de generieke coronamaatregelen en wordt op de locatie een andere preventieve set van maatregelen toegepast, zoals het gebruik van mondkapjes. De basisregels, zoals de veiligeafstandsnorm, blijven tijdens de praktijktesten van kracht. Verder zijn de gegevens voor bron- en contactonderzoek van de GGD conform de Algemene verordening gegevensbescherming opgeslagen en voor een snelle tracering inzetbaar. Hierdoor wordt het risico om besmet te raken en anderen te besmetten zoveel mogelijk voorkomen.

Andere voorwaarden waaronder de praktijktesten worden uitgevoerd zijn:

  • alle deelnemers nemen vrijwillig deel en worden vooraf geïnformeerd dat ze deelnemen aan het onderzoeksprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden en welke voorwaarden daaraan verbonden zijn;

  • deelname is alleen mogelijk na het tonen van bewijs van een negatieve testuitslag;

  • indien een persoon besluit deel te nemen aan het onderzoeksprogramma is de deelnemer verplicht om mee te werken aan het onderzoek, zoals hiervoor beschreven;

  • de deelnemers moeten traceerbaar zijn ten behoeve van de praktijktest en wordt geadviseerd om de app Corona Melder te installeren;

  • deelname geven de deelnemers toestemming dat de track and trace gegevens die bij het onderzoek worden verzameld, gedeeld kunnen worden ten behoeve van bron- en contactonderzoek;

  • de gegevens van de deelnemers worden binnen het onderzoek geanonimiseerd;

  • er vindt afstemming met de burgemeester van de gemeente waar de praktijktest wordt georganiseerd plaats, alsmede de betreffende GGD;

  • het personeel kan niet verplicht worden om zich te onderwerpen aan alle bovengenoemde corona gerelateerde testen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de coronatest;

  • openbare plaatsen en openbaar vervoer worden zoveel mogelijk ontzien, zo wordt de deelnemers geadviseerd om zoveel mogelijk met eigen vervoer te komen;

  • de praktijktests duren niet langer dan tien uur per dag:

  • er wordt rekening gehouden met de avondklok zolang die van toepassing is.

Doel Praktijktesten drinkgelegenheden

De praktijktesten hebben als doel data te verzamelen over het gedrag van bezoekers en personeel, de onderlinge contactmomenten, de naleving van verschillende maatregelen en de luchtkwaliteit in de drinkgelegenheden om de doelmatigheid van maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 te vergroten en hiermee de kans op een veilige en verantwoorde heropening van drinkgelegenheden te vergroten.

De praktijktesten zullen worden gemonitord door observanten van TNO en de resultaten worden gerapporteerd. Het vergt daarbij enige tijd om de onderzoeksresultaten door te vertalen naar een rapport. Dit is opgenomen in het onderzoeksplan.

Tijdelijke uitgezonderde coronamaatregelen

Om de praktijktesten uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk dat verschillende coronamaatregelen voor de organisatie en de uitvoering van de praktijktests worden uitgezonderd. Zonder deze uitzonderingen kunnen de testen namelijk niet plaatsvinden. Zo zijn momenteel bijvoorbeeld alle horecagelegenheden gesloten voor publiek. Dit heeft als gevolg dat een drinkgelegenheid niet mag worden geopend voor publiek en daar geen praktijktest kan plaatsvinden. Ook is het door de huidige maatregelen niet mogelijk om vijftig gasten te ontvangen. Derhalve is het belangrijk om te kunnen afwijken van een aantal van de coronamaatregelen. Ook is het noodzakelijk dat de praktijktesten de toekomstige heropening van cafés zo goed mogelijk nabootsen. Alleen dan dragen de verzamelde data bij aan het doel van de praktijktesten. De volgende maatregelen worden voor de uitvoering van de praktijktesten uitgezonderd:

  • het groepsvormingsverbod buiten (artikel 3.1, eerste lid);

  • het verbod op de openstelling van publieke plaatsen (artikel 4.a1);

  • de voorwaarden voor de openstelling van publieke plaatsen die wel geopend mogen zijn (artikel 4.1);

  • het maximumaantal personen publiek per zelfstandige ruimte (artikel 4.2, eerste lid);

  • het verbod op de openstelling van eet- en drinkgelegenheden en de daarbij behorende dansvoorzieningen (artikel 4.4, eerste lid);

  • het verbod op de verkoop van alcoholhoudende drank tussen 20.00 en 06.00 uur (artikel 4.7).

Onderzoeksprogramma Pilot testbewijzen

Algemeen

Met deze wijziging van de Trm wordt het mogelijk om pilots te organiseren voor toegangstesten ter voorbereiding op de inzet van testbewijzen. De inzet van testbewijzen heeft als doel het tegengaan van de verspreiding van het virus en onderdelen van de samenleving te kunnen heropenen. In een epidemiologische situatie waarin het risico op verspreiding van het virus bestaat, kunnen testbewijzen tijdelijk worden benut bij het gefaseerd afschalen van maatregelen ter bestrijding van de epidemie. Hiermee wordt voor die voorzieningen waar het testbewijs wordt ingezet méér of iets eerder mogelijk gemaakt dan zonder testbewijs. Voor de inzet van testbewijzen heeft het kabinet een wetsvoorstel in voorbereiding. Het wetsvoorstel expliciteert de grondslag om bij ministeriële regeling testbewijzen grootschalig te kunnen inzetten voor toegang tot sport- en jeugdactiviteiten, culturele instellingen, evenementen, restaurants en overige horeca, een en ander met inbegrip van doorstroomlocaties.

Het aanpassen van de wet is echter niet de enige voorbereiding die getroffen dient te worden om met testbewijzen te gaan werken. Om het testbewijs als instrument op een verantwoorde en veilige manier grootschalig in te kunnen zetten in de genoemde sectoren, is van belang dat dit van te voren wordt getest. Het kabinet hecht daarom aan het uitvoeren van pilots. Die maken het mogelijk om op een gecontroleerde wijze de invoering van testbewijzen nader te onderzoeken. Daarnaast draagt dit eraan bij dat de betrokken partijen straks goed voorbereid zijn op de uiteindelijke inzet. De pilots moeten meer inzicht geven in de werking van de infrastructuur en ICT van de testcapaciteit voor toegangstesten, de werking en het gebruik van de CoronaCheck-apps, de toepasbaarheid van het testbewijs in de potentieel aan te wijzen voorzieningen en het gedrag van gebruikers van testbewijzen.

Onderzoeksplan en borging veiligheid en volksgezondheid

In het publiek-privaat onderzoeksprogramma Pilot testbewijzen werken het Rijk, Stichting Open Nederland als opdrachtnemer voor de inrichting en exploitatie van de teststraten, de wetenschap, het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van verscheidene reeds genoemde sectoren samen. Deze vertegenwoordigers worden in het nieuwe artikel 6.13 aangeduid als de ‘veldpartijen’. Ook met betreffende gemeenten is overleg gaande over de voorgenomen pilots, mede gegeven hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden, zowel regulier bij dergelijke activiteiten als nu in het bijzonder.

In het onderzoeksprogramma worden de pilots nader uitgewerkt tot onderzoeksplannen waarin aangegeven wordt welke precieze onderzoeksvragen worden beantwoord. Bij de onderzoeksplannen kan worden gedacht aan vragen over de werking en opschaling van de testinfrastructuur, achterliggende ICT, gebruik en inzet van de apps, inzet bij de sectoren en de testbereidheid. Met de pilots worden hierover data verzameld. Daarbij geldt nadrukkelijk dat deelname aan de pilots door (onder meer) evenementenorganisaties, bezoekers en personeel geheel op vrijwillige basis plaatsvindt. Voor laatstgenoemde categorie geldt in het verlengde daarvan dat de verwerking van persoonsgegevens op basis van toestemming plaatsvindt.

Ook voor Pilots testbewijzen dient over de kalender separaat besloten te worden door het kabinet.

Doel pilots

Het doel van het onderzoeksprogramma kan in drie hoofdcategorieën worden verdeeld: het testen van de logistiek, infrastructuur en ICT van de nieuwe toegangsteststraten; het testen van (het gebruik van) de CoronaCheck-apps; en het oefenen van de inzet van het testbewijs door de betreffende sectoren. Daarnaast dragen de pilots in algemene zin bij aan het tegengaan van de verspreiding van het virus. Testbewijzen zullen bij grootschalige inzet bijdragen aan het tegengaan van de verspreiding bij de heropening van de samenleving. De daarvoor ontwikkelde (ICT-)infrastructuur en applicaties zijn nieuw en het ongetoetst inzetten daarvan brengt risico’s met zich. Door dit nu zorgvuldig te testen kunnen fouten en daarmee verspreiding van het virus beter worden voorkomen. Voorts geven toegangstesten zeer waarschijnlijk een impuls aan de testbereidheid, waarmee het zicht op het virus wordt vergroot. Ook het effect op testbereidheid is onderdeel van het onderzoek van de pilots.

Om toegangstesten mogelijk te maken, werkt het kabinet aan het realiseren van een aanvullende testcapaciteit, oplopend tot 415.000 testen per dag. Dit is bovenop de reeds beschikbare testcapaciteit van de GGD. In korte tijd worden nieuwe teststraten voor dit doel ingericht en een volledig nieuwe end-to-end ICT-oplossing gerealiseerd. Zowel de infrastructuur als de ICT moet zorgvuldig getest worden om straks succesvolle opschaling mogelijk te maken. Het gaat hierbij om het proces vanaf het inplannen van een afspraak bij de teststraat tot het ontvangen van de uitslag. Ook de aansluiting van de ICT van de toegangsteststraten op de CoronaCheck-app zal in de praktijk moeten worden getoetst. In de pilots worden deze aspecten dan ook uitgeprobeerd en onderzocht.

Van overheidswege wordt een tweetal applicaties ontwikkeld en straks beschikbaar gesteld waarin de negatieve testuitslag wordt omgezet in een testbewijs dat eenvoudig kan worden getoond en gelezen. Zodra de testuitslag beschikbaar is, ontvangt de geteste persoon hiervan een bericht. Als de testuitslag negatief is, kan de geteste persoon de uitslag gebruiken voor het genereren van een digitaal testbewijs met de applicatie CoronaCheck. Het controleren van het testbewijs geschiedt met de applicatie CoronaCheck Scanner. Deze applicatie leest de QR-code en toont kortstondig op het beeldscherm of er al dan niet een geldig testresultaat is. Deze twee apps zullen ook in de praktijk moeten worden getest zodat deze veilig en effectief kunnen worden ingezet. Hierbij zal er aandacht zijn voor de werking van de apps zelf, maar ook voor de wijze waarop bezoekers en controleurs deze gebruiken.

Tot slot is het van belang om te onderzoeken hoe de sectoren waar het testbewijs potentieel wordt ingezet om zullen gaan met de inzet hiervan. In de verschillende sectoren zullen pilots worden georganiseerd om onder andere het volgende te onderzoeken:

  • kunnen de sectoren weer (deels) open door de inzet van negatieve testbewijzen?

  • in hoeverre zijn mensen bereid om zich te laten testen voor deelname aan de activiteit in kwestie?

  • in hoeverre zijn de organisaties in staat te controleren op negatieve testbewijzen en hierop te handhaven?

  • is de testbereidheid evenwichtig verdeeld over het land en de verschillende testlocaties?

  • hoe groot is het aantal mensen dat niet op komt dagen?

  • kunnen bezoekers en organisaties uit de voeten met de CoronaCheck-app?

  • is de infrastructuur van teststraten toegerust op het opschalen van het aantal testafnames?

Om deze onderzoeksvragen zo goed mogelijk te beantwoorden worden onder andere pilots gepland in musea, monumenten, theaters, concertzalen en poppodia, bij festivals en bij sportwedstrijden en sportaccommodaties. Bij de selectie van de pilots wordt rekening gehouden met regionale spreiding en nabijheid van een testlocatie en wordt ingezet op spreiding tussen grote en kleine instellingen. Er worden geen pilots georganiseerd op andere terreinen dan cultuur, evenementen, georganiseerde jeugdactiviteiten, horeca of sport.

Voorwaarden

De borging van de veiligheid en gezondheid van deelnemers aan de praktijktesten staat centraal in het onderzoek. Daarom geldt een aantal aanvullende gezondheids- en veiligheidseisen. Zo wordt van alle deelnemers verwacht dat zij een geldend negatief testbewijs kunnen tonen. Deze test moet zijn afgenomen bij één van de teststraten van Stichting Open Nederland en op het moment van deelname aan de activiteit nog minimaal acht uur geldig zijn. Voor de pilots toegangstesten geldt dat men zich aan het merendeel van de basismaatregelen dient te houden. Indien van toepassing dienen de deelnemers zich dan ook onder meer aan de veiligeafstandsnorm en de mondkapjesplicht te houden. Voor de veiligheid en privacy gelden de volgende condities:

  • alle deelnemers nemen vrijwillig deel en worden vooraf geïnformeerd dat ze deelnemen aan de Pilot toegangstesten en over de voorwaarden die daaraan vanuit de organisatie van de pilot verbonden zijn;

  • deelname is alleen mogelijk na het tonen van een negatieve testuitslag van een teststraat van Stichting Open Nederland;

  • de deelnemers moeten traceerbaar zijn ten behoeve va de pilot en wordt geadviseerd om de app Corona melder te installeren;

  • de gegevens van de deelnemers worden binnen het onderzoek geanonimiseerd;

  • het personeel dat aanwezig is bij de praktijktesten wordt niet verplicht om zich te onderwerpen aan een coronatest. Het personeel wordt wel dringend geadviseerd om vooraf aan de pilot een test te ondergaan;

  • openbare plaatsen en openbaar vervoer worden zoveel mogelijk ontzien. Zo wordt de deelnemers geadviseerd om zoveel mogelijk met eigen vervoer te komen;

  • de individuele pilots duren niet langer dan acht uur per dag;

  • er wordt rekening gehouden met de avondklok, zolang die geldt;

  • de organisator is primair verantwoordelijk voor uitvoering en naleving van de pilot en legt het plan voor aan de burgemeester;

  • waar mogelijk en opportuun worden de lessen met betrekking tot veiligheid van evenementen van het reeds georganiseerde Fieldlab evenementen toegepast.

Tijdelijke uitgezonderde coronamaatregelen

Om de pilots uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk dat verschillende coronamaatregelen voor de organisatie en de uitvoering van de pilots worden uitgezonderd. Zonder deze uitzonderingen kunnen de pilots namelijk niet plaatsvinden. Zo zijn momenteel bijvoorbeeld in beginsel alle publiek plaatsen gesloten voor publiek. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat een theater niet mag worden geopend voor publiek waardoor geen pilot kan plaatsvinden. Ook is het door de huidige maatregelen niet mogelijk om een voetbalwedstrijd te bezoeken. Zoals beschreven hebben de pilots als doel data te verzamelen over toegangstesten in bepaalde sectoren. Derhalve is het noodzakelijk om te kunnen afwijken van de geldende coronamaatregelen zoals het verbod op de openstelling van publieke plaatsen, het groepsvormingsverbod en het maximumaantal personen publiek per zelfstandige ruimte. De volgende maatregelen worden tijdens de praktijktesten uitgezonderd:

  • het groepsvormingsverbod buiten (artikel 3.1, eerste lid);

  • het verbod op de openstelling van publieke plaatsen (artikel 4.a1);

  • de voorwaarden voor de openstelling van publieke plaatsen die wel geopend mogen zijn (artikel 4.1);

  • het maximumaantal personen publiek per zelfstandige binnenruimte (artikel 4.2, eerste lid);

  • het verbod op de openstelling van eet- en drinkgelegenheden en de daarbij behorende dansvoorzieningen (artikel 4.4, eerste lid);

  • het verbod op de openstelling van winkels tussen 20.00 en 06.00 uur (artikel 4.5);

  • het verbod op de verkoop van alcoholhoudende drank tussen 20.00 en 06.00 uur (artikel 4.7);

  • het verbod op het organiseren van evenementen (artikel 5.1);

  • het verbod op toeschouwers bij sportwedstrijden (artikel 6.3, eerste lid);

  • het verbod op de openstelling van douches en kleedkamers in sportaccommodaties en de plicht om met reserveringen van maximaal vier personen te werken en een gezondheidscheck uit te voeren (artikel 6.4, lid a1 en a2, eerste en derde lid).

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire

Opschaling risiconiveau en uitbreiding routekaart

Het RIVM en de afdeling Publieke Gezondheid van Bonaire adviseren de maatregelen op Bonaire aan te scherpen en over te gaan naar risiconiveau 6: lockdown. Dit betekent dat de gezaghebber met deze regeling de bevoegdheid krijgt om gebieden aan te wijzen waar enkele nieuwe maatregelen gelden, inclusief een avondklok.

Het huidige maatregelenpakket (risiconiveau 5: zeer ernstig) is tot nu toe onvoldoende effectief gebleken in het terugdringen van het aantal contacten en daarmee het voorkomen van besmettingen, door zowel de klassieke variant als de Britse variant (B.1.1.7). Het is daarom noodzakelijk om de maatregelen verder aan te scherpen en een aantal extra maatregelen in te stellen, die nog niet waren opgenomen in de routekaart. Dit om het aantal contacten zoveel mogelijk te beperken, met name ook in de werk- en privésfeer. Het openbaar lichaam Bonaire (OLB) onderschrijft dit en heeft geconcludeerd dat een tijdelijke verzwaring van het maatregelenpakket, met inbegrip van de invoering van een avondklok en een alcoholverbod, noodzakelijk is met het oog op de pijlers van de epidemiebestrijding.

Het aantal contacten van individuele personen in Europees Nederland is op dit moment lager dan ooit te voren en daarmee ook lager dan in de lockdown in maart–april 2020 (CoMix-studie). Op basis van modellering kunnen we concluderen dat de avondklok in combinatie met de huidige bezoekbeperking, van maximaal één persoon per dag, de Rt van Europees Nederland met ongeveer tien procent heeft gereduceerd. Zonder het huidige maatregelenpakket, inbegrepen de avondklok, zou Europees Nederland in deze fase van de uitbraak veel meer besmettingen hebben gehad en zou de druk op de zorg aanzienlijk hoger zijn geweest. Gezien de explosieve toename in besmettingen en ziekenhuisopnames op Bonaire, is het nodig om de uitbraak te vertragen en de druk op de zorg niet verder op te voeren. Gezien de goede resultaten die de avondklok in Europees Nederland laat zien, zal deze ook op Bonaire worden ingezet.

Zodra het aantal besmettingen afneemt en de druk op de zorg afneemt, kan de gezaghebber bepalen dat maatregelen weer losgelaten kunnen worden. Het RIVM wijst er voorts op dat versoepelingen verantwoord zijn mits deze stapsgewijs worden ingevoerd en hun effect zorgvuldig gemonitord wordt, zodat er tijdig ingegrepen kan worden indien nodig. Met de verdere opbouw van immuniteit door grootschalige vaccinatie ontstaat er in de komende weken mogelijk meer ruimte voor versoepelingen.

Bij dit alles benadrukt het OLB, met het RIVM en de Minister en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dat een goede opvolging van het algemene maatregelenpakket essentieel blijft.

Avondklok

Het wordt op grond van de Wpg tussen 21.00 uur en 04.00 uur verboden om in de openlucht te vertoeven op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen. Met de inwerkingtreding van de regeling vervalt de noodzaak van het artikel over de avondklok in de nu in Bonaire geldende noodverordening. Alleen noodzakelijke reizen zijn toegestaan: voor werk, medische hulp aan mens of dier, hulpverlening aan een hulpbehoevend persoon, individueel en aangelijnd uitlaten van een hond, dak- of thuisloosheid terwijl men niet in maatschappelijke opvang kan, een noodsituatie, verplaatsing onder begeleiding als rechtens van zijn vrijheid beroofde en internationaal vervoer van personen zijn in dat geval toegestaan. Daarnaast is het vertoeven in de openlucht toegestaan als die openlucht behoort bij een woning (bijvoorbeeld een erf) of bij het woongedeelte van een voertuig of vaartuig. Dit volgt direct uit artikel 58j Wpg en wordt daarom in deze regeling niet nog eens bepaald. In verband met de complexiteit en vaak acute situaties waarin vertoeven in de openlucht noodzakelijk is, is in overleg met de politie besloten om niet met eigen verklaringen te werken. In werksituaties is een werkgeversverklaring nodig. Deze moet te allen tijde getoond kunnen worden en handhavers kunnen bij de werkgever nagaan of de persoon in kwestie zich inderdaad noodzakelijkerwijs op straat bevindt. In verband met de avondklok kan de gezaghebber bepalen dat de afhaalfunctie van eet- en drinkgelegenheden uiterlijk om 20.00 uur sluit.

Vanwege de verschillen in het publieke leven tussen Europees Nederland en Bonaire zal de avondklok op Bonaire eindigen om 04.00 uur en niet, zoals in Europees Nederland, om 04.30 uur. Het leven op Bonaire begint over het algemeen eerder dan in Europees Nederland (winkels openen bijvoorbeeld reeds om 08.00 uur). Zo vangen ook werkzaamheden in de visserij en bouw doorgaans vroeg aan. Doordat de avondklok eindigt om 04.00 uur kunnen onder andere personen werkzaam in de visserij en bouw vanaf dan ongehinderd hun werkzaamheden uitvoeren.

Volgens gegevens van de RIVM-gedragsunit wordt de avondklok in Europees Nederland door een grote meerderheid nageleefd (92%). 71% van respondenten in Europees Nederland steunt de avondklok (10% neutraal, 19% tegen), naleving wordt door de meerderheid (82%) als makkelijk ervaren, maar het aantal mensen dat denkt dat deze maatregel helpt, is laag ten opzichte van andere regels (42%). Vanwege de kleinschaligheid van het eiland, de over het algemeen goede opvolging van maatregelen en de grote sociale controle ligt het in de lijn der verwachting dat de graad van naleving van de avondklok op Bonaire minstens zo hoog zal zijn als in Europees Nederland.

4. Noodzakelijkheid en evenredigheid

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19

Gelet op de in paragraaf 2 beschreven epidemiologische situatie, is het naar het oordeel van het kabinet noodzakelijk om het maatregelenpakket, inclusief de avondklok, te verlengen met drie weken, op de wijze die is toegelicht in paragraaf 3. Daarbij is rekening gehouden met de gevolgen en adviezen die hieronder zijn beschreven.

Advies OMT over maatregelen

In de brief aan de Tweede Kamer van 8 maart 2021 is aangegeven dat op 23 maart aan het OMT zou worden gevraagd in hoeverre in kleine stapjes zou kunnen worden versoepeld binnen het risiconiveau ‘zeer ernstig’, indien zou zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: het aantal besmettingen en het aantal ziekenhuisopnames blijkt toch veel lager uit te vallen, én de IC-bezetting rond de 550 – 600 zou blijven, én de R-waarde rond de 1 zou blijven. Ten aanzien van deze voorwaarden is nu helaas duidelijk dat hieraan niet voldaan wordt. Immers, er is sprake van een toename van het aantal besmettelijke personen, tot meer dan 100.000, een lichte verhoging van de ziekenhuis- en IC-bedbezetting, en een reproductiegetal dat met 1,13 ruim boven de 1 is gekomen. Conform deze gegevens adviseert het OMT dan ook om geen versoepelingen door te voeren op 31 maart.

In de beoordeling van het OMT draagt de avondklok en de bezoekbeperking thuis tot 1 persoon significant bij aan het verlagen van de Rt met naar schatting zo’n 10 procent. Deze maatregelen zijn gelijktijdig ingegaan, en het is niet mogelijk het effect van de afzonderlijke maatregelen nauwkeurig te schatten. Naar verwachting zou zonder deze maatregelen het aantal meldingen en ziekenhuis- en IC-opnames inmiddels beduidend hoger liggen, vanwege een circa 10 procent hogere Rt.

De eerder geprognosticeerde toename van ziekenhuis- en IC-opnames blijft enigszins achter, of is naar achteren vertraagd, al passen de ziekenhuis- en IC-bezetting ruim binnen de aangegeven onzekerheidsmarges. Tegelijkertijd wordt er momenteel een aanzienlijke stijging van de meldingen waargenomen in de jonge leeftijdsgroepen; naar verwachting zal die op den duur leiden tot een toename van gevallen in de volwassen en oudere (nog niet gevaccineerde) leeftijdsgroepen; met enige vertraging zal dit vertaald worden naar meer ziekenhuis- en IC-opnames. Ook in de ons omringende landen wordt een dergelijke toename van meldingen gezien.

Gezien het voorgaande, een Rt van 1,13 significant boven de 1, en die ook de afgelopen weken doorgaans boven de 1 lag, wordt niet voldaan aan de epidemiologische voorwaarden waaronder versoepelingen van maatregelen op 31 maart aan de orde kunnen zijn. Dit geldt ook voor andere aanpassingen van maatregelen. Daarnaast adviseert het OMT om de avondklok te verlengen en ook de bezoekbeperking thuis in stand te houden, en het epidemiologisch beeld de komende week/weken nauwgezet te volgen. Mocht er de komende tijd ruimte voor versoepelingen ontstaan, dan heeft het OMT aangegeven niet te zullen schromen hier ook tussentijds een advies over uit te brengen. Het OMT benadrukt het belang van doorgaande vaccinatie bij 60-plussers om de belasting van de zorg zoveel mogelijk te beperken.

Samenvattend is het OMT zeer terughoudend wat betreft eventuele versoepelingen, ook al worden die uitgevoerd met de nodige maatregelen om overdracht van het virus tegen te gaan.

De in de adviesaanvraag genoemde opties voor versoepelingen in het onderwijs, de detailhandel en de buitenterrassen zijn doorgerekend. De effecten van deze versoepelingen blijken wat betreft hun impact af te hangen van de werkzaamheid van vaccinatie om overdracht van het virus tegen te gaan, iets waarover de kennis nog ontbreekt. Voor de detailhandel en de buitenterrassen laten de epidemiologische voorwaarden geen ruimte.

Over het hoger onderwijs heeft het OMT geadviseerd, mocht het kabinet ondanks de epidemiologische situatie tot versoepelingen over willen gaan, prioriteit te geven aan het openstellen hoger onderwijs voor 1 dag per week fysiek onderwijs, indien daarbij naast de algemene maatregelen en het generieke kader, ook frequent preventief wordt getest. Deze prioriteit komt voort uit de uitkomsten van de modellering, het belang van onderwijs voor adolescenten en jongvolwassenen en uit het feit dat in deze omgevingen goede controle mogelijk is op de te nemen maatregelen door de onderwijsaanbieders.

Sociaalmaatschappelijke en economische gevolgen

Naast de epidemiologische situatie en het OMT-advies zijn ook andere elementen bij de besluitvorming betrokken voor een zo volledig mogelijke afweging. Deze bestaan voor deze regeling uit het geactualiseerde maatschappelijk beeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), een reflectie op de maatregelen (door het SCP en door het Planbureau voor de Leefomgeving), een sociaal-maatschappelijke en economische weging van de gevolgen door de Ministeries van Financiën, Economische Zaken en Klimaat en Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het verrichten van uitvoeringstoetsen op de maatregelen door andere departementen, de gedragsunit van het RIVM, de Nationale Politie, de veiligheidsregio’s en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Bij de besluitvorming die haar beslag heeft gekregen in deze regeling is rekening gehouden met het algemeen maatschappelijk beeld en reflecties over de sociaalmaatschappelijke en economische effecten van het maatregelenpakket. Voor meer informatie over de sociaalmaatschappelijke economische reflectie en brede maatschappelijke toets aandacht wordt verwezen naar de brief over de maatregelen aan de Tweede Kamer van 23 maart 2021.

Maatschappelijk beeld

Door het SCP zijn de volgende signalen uit de samenleving naar voren gebracht. De maatschappelijke veerkracht is groot, maar voor sommigen groepen, bijvoorbeeld jongeren, wordt een daling in welbevinden gezien. Bij kwetsbare groepen worden de signalen sterker dat problemen daar sneller stapelen (op de problemen die er al waren). De ervaren wrijving tussen sociale groepen is toegenomen; met name tussen jong en oud en kwetsbare en gezonde mensen. Het sociaal vertrouwen is aanvankelijk gestegen, maar daarna weer gedaald: de maatschappelijke samenhang staat onder druk.

Een aantal groepen in de samenleving blijkt harder te worden geraakt door de coronacrisis dan andere groepen. De verschillen namen op diverse gebieden toe, zoals arbeid, inkomen, scholing, eenzaamheid en welbevinden. De impact van de coronacrisis versterkt bovendien kwetsbaarheden die we als samenleving daarvóór al hadden en hebben gesignaleerd.

Aan het einde van 2020 was het politiek vertrouwen nog steeds hoger dan voor de crisis. De actualiteit laat tegelijk zien dat dit niet voor iedereen geldt. De coronacrisis blijft daarom onverminderd veel van mensen vragen als het gaat om de zorg voor elkaar en het omgaan met onzekerheid.

Sociaal contact speelt een belangrijke rol in het welbevinden van mensen. Mensen ontmoeten elkaar minder, maar hebben wel vaker digitale contacten Deze kunnen fysiek contact op veel punten niet vervangen.

Er zijn veel zorgen over de gevolgen van de coronacrisis voor jongeren en jongvolwassenen. Veel maatregelen grijpen in op de kern van hun sociale leven, terwijl contacten met leeftijdsgenoten juist voor hen belangrijk zijn vanwege de ontwikkeling van hun identiteit. Bij hen zien we een afname in het psychisch welbevinden. Jongeren zijn kwetsbaar vanwege hun kans op eenzaamheid en een grotere kans op werkloosheid. Dat laatste geldt ook voor laagopgeleiden en voor mensen van niet-westerse herkomst.

Naar verwachting zullen de resultaten van scholieren en studenten nu ongunstiger zijn dan bij volledig fysiek onderwijs. Sommigen lopen vertraging op, bij anderen vergroten de achterstanden. Door het schrappen van toetsen liepen circa 14.000 kinderen vorig jaar een hoger schooladvies mis. Fysiek onderwijs heeft ook een belangrijke functie voor de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren en geeft hen structuur aan de dag.

De eenzaamheid onder ouderen is toegenomen. Ook zijn er zorgen over mensen met uiteenlopende beperkingen die bijvoorbeeld dagbesteding of andere ondersteuning in het sociaal domein moeten missen. Ouderen zijn kwetsbaar vanwege de impact op de gezondheid en hoge kans op sterfte.

Daarnaast is de druk op mantelzorgers toegenomen en zij maken zich zorgen over het welzijn en de van kwaliteit van leven van hun naasten.

Bewegen en sporten dragen positief bij aan de gezondheid en het welbevinden. De mogelijkheden daarvoor zijn erg beperkt. Jongeren sporten over het algemeen meer dan ouderen, beperkingen raken die groep dus hard.

Volgens verschillende studies zijn langdurige quarantaine-achtige situaties een risicofactor voor agressie en huiselijk geweld. Harde cijfers ontbreken maar signalen dat huiselijk geweld aan het toenemen is, worden sterker. De kindertelefoon meldt een toename van het aantal telefoontjes over depressieve gevoelens of suïcidegedachten.

In april 2020 waarschuwde het SCP het kabinet ervoor dat crisissturing op basis van epidemiologie in combinatie met maatregelen en een beroep op solidariteit in de samenleving vrij snel onhoudbaar zou blijken, omdat verwachtingen, mogelijkheden en opvattingen in de samenleving om daaraan te voldoen steeds verder uiteen zullen gaan lopen naarmate de crisis langer duurt.

De daling in het draagvlak en de naleving kan niet worden weggezet als onwil, maatschappelijk onbehagen of hufterig gedrag. Er dient – zeker in de communicatie over gedragsregels – een onderscheid gemaakt te worden tussen mensen die zich niet aan de gedragsregels kunnen houden (bijvoorbeeld vanwege beperkingen of zorgsituaties; of omdat het teveel wordt), dat niet willen of het risico ervan minder inzien.

Advies SCP

Het SCP bouwt voort op zijn advies van begin maart 2021, wat van belang blijft en opnieuw bij de afweging is betrokken. Daarnaast adviseert het SCP opnieuw om – op een verantwoorde manier – aan het openen van hoger onderwijs prioriteit te geven gezien de stapeling van maatschappelijke effecten bij de studenten en scholieren en hun families. Vanuit economisch oogpunt hebben de detailhandel en de horeca prioriteit. Daarnaast adviseert het SCP de doorwerking van de gedeeltelijke versoepelingen in het oog te houden om zo inzicht te krijgen in welke mate negatieve maatschappelijke effecten van maatregelen worden gemitigeerd.

Daarnaast merkt het SCP op dat het beperkt openen van onderdelen van de samenleving een positief, maar ook een relatief beperkt maatschappelijk effect heeft. Bij het openen van het onderwijs voor een dagdeel in de week, zowel in het hoger onderwijs als het eerder deels geopende voortgezet onderwijs, volgen scholieren en studenten immers alsnog het merendeel van het onderwijs vanuit huis. Het is onduidelijk in welke mate negatieve maatschappelijke effecten van de maatregelen worden gemitigeerd.

Het Planbureau voor de leefomgeving (PBL)

Het PBL constateert dat covid-19 ingrijpende consequenties heeft voor de dagelijkse leefomgeving en de effecten daarvan werken de komende jaren door in onze binnensteden, het woon-werk verkeer en de regionale arbeidsmarkt. Knelpunten in de grote leefomgeving, zoals het klimaat, de biodiversiteit en het grondstoffengebruik, moeten niet vergeten worden.

Er is sprake van een toenemende divergentie en specialisatie tussen binnensteden, vooral in verband met online winkelen en het daarmee verbonden verschil tussen ‘funshoppen’ en ‘runshoppen’. Maar ook in verband met verschuivingen in de werkgelegenheid en het wonen. Als dominante trend wordt waargenomen een afnemend aandeel van de detailhandel (dus toenemende leegstand winkels), stijgend aandeel wonen en verplaatsing van werkgelegenheid. Maar die dominante trend manifesteert zich ongelijksoortig in de verschillende steden. De verschillen nemen toe.

Als het gaat om winkelleegstand is zichtbaar dat de lange termijn ‘leegstandklap’ met name valt in de relatief sterkere binnensteden (+40% toename leegstand) en juist de zwakkere binnensteden relatief minder worden getroffen. Juist winkels en dus stadscentra die het moeten hebben van bezoekers van verder weg blijven leeg, winkels en centra die meer drijven op de dagelijkse boodschappen en de regionale vraag verliezen minder klandizie.

Het PBL adviseert om voor de langere termijn met gemeenten en brancheorganisaties het gesprek aan te gaan over programma’s voor de herbestemming van binnensteden. Op korte termijn is vooral van belang om de horeca en de cultuursector weer op een veilige manier te openen. Die zijn voorwaardelijk voor een aantrekkelijk stadscentrum.

Naleving

Het aantal contactmomenten neemt toe. Dit lijkt erop te wijzen dat de naleving minder wordt. Dit beeld komt ook naar voren uit enkele recente opinieonderzoeken. De mobiliteit voor wegverkeer en de bezetting in het openbaar vervoer (OV) neemt verder toe. Dit is mogelijk een effect van de lichte bijstellingen met name voor winkelen, onderwijs en de contactberoepen.

De laatste weken neemt het aantal reizen toe rond het ingaan van de avondklok (tussen 19.00–21.00 uur). Dit geldt zowel voor het OV als op de weg, door de week en in het weekend. Uit het laatste trendonderzoek van het RIVM komt naar voren dat naleving van maatregelen zoals handenwassen en het laten testen bij klachten toeneemt. Het draagvlak voor de maatregelen avondklok, het laten testen bij klachten en het advies van maximaal 1 bezoeker per dag nemen verder af. Volgens de gedragsunit van het RIVM is een mogelijke verklaring dat mensen meer genegen zijn deze maatregelen, dan de meer ‘sociale’ maatregelen na te leven nu de besmettingscijfers weer oplopen.

Over de avondklok meldt de gedragsunit van het RIVM het volgende. Op basis van de cijfers tot en met 16 maart 2021 blijkt dat sinds de invoering van de avondklok een sterke daling (gemiddeld rond de 40–75%) is in de mobiliteit in de avonduren zowel nationaal als internationaal. Er is inmiddels ook een lichte stijging zichtbaar in de avondklokuren, wat kan wijzen op afname van draagvlak en naleving van deze maatregel. Parkeertransacties op straat daalden gemiddeld met 50%. In de pinbetalingen is in de avondklokuren een significant effect zichtbaar (78% afname). Ook dit effect is op basis van cijfers tot 16 februari 2021 sinds de invoering stabiel. Het aantal illegale feesten in het weekend is de afgelopen week wederom iets gedaald. De avondklok lijkt weinig tot geen effect te hebben op de illegale feesten. Toe- of afname wordt vooral beïnvloed door weersomstandigheden en de gebruikelijk feestelijke momenten door het jaar heen. Naleving van de avondklok lijkt op basis van het trendonderzoek van het RIVM ondanks een verdere daling ten opzichte van de vorige meting met 88,9% hoog. Het draagvlak is wel iets meer gedaald (64,9%), maar is nog steeds significant hoger dan voor de bezoekregel van maximaal 1 persoon (37,6%). Sinds de invoering zijn er 59.625 boetes uitgedeeld voor overtreden van de avondklok. Mogelijke verklaringen voor dit hoge aantal boetes (in voornamelijk week 4) is dat deze overtreding gemakkelijker te constateren is dan andere maatregelen zoals de veiligeafstandsnorm en de groepsvormingsverboden.

Scholieren en studenten

Eind 2020 had een op de drie van studenten (waaronder leerlingen van het voorgezet onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en de universiteit) een laag psychisch welbevinden. In de jaren voor corona schommelde dat rond een op de vier. Het wegvallen van praktisch onderwijs in het beroepsonderwijs werkt demotiverend. Extra kwetsbaar zijn studenten in de entreeopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs: voor hen zijn structuur en binding met de opleiding cruciaal. Het gaat hierbij om ruim 16.000 jongeren. Fysiek onderwijs draagt bij aan sociaal contact. Sociale acceptatie en wederkerige vriendschappen met leeftijdsgenoten tijdens de adolescentie vormen bouwstenen voor succesvolle sociale ontmoetingen in latere levensjaren. Jongvolwassenen (15–24-jarigen) zien hun vrienden ongeveer vier keer zo vaak dagelijks dan 25-plussers.

Gevolgen voor ondernemers

Zelfstandige ondernemers vormen een (deels) nieuwe risicogroep voor een laag psychisch welbevinden vanwege angst voor verlies van werk en inkomen. Deze ondernemingen bieden ook vaak werkgelegenheid aan jongeren en laagopgeleiden – groepen waarover ook zorgen zijn wat betreft hun welbevinden (naast inkomen). Met name zelfstandigen hebben een (soms forse) inkomensachteruitgang meegemaakt. Daarnaast stegen de zorgen over werkverlies in de toekomst onder deze groep. Zelfstandigen en mensen die hun kans op baanverlies betrekkelijk groot inschatten waren minder tevreden met hun leven dan voor de crisis. Verlies van werk en inkomen zijn risicofactoren voor laag psychisch welbevinden.

Sportbeoefening

Uit onderzoek van de gedragsunit van het RIVM blijkt dat sportdeelname in alle leeftijdsgroepen is gedaald met het sluiten van sportverenigingen en fitnessclubs. Het toestaan van extra mogelijkheden om te sporten, levert naar verwachting een positieve bijdrage aan de lichamelijke en psychische gezondheid.

Avondklok

Uit onderzoek naar de Nederlandse identiteit blijkt dat Nederlanders individuele vrijheid enorm belangrijk vinden. De avondklok beperkt deze vrijheid en heeft daarmee voor een deel van de bevolking ook een negatieve symbolische waarde. De avondklok heeft gevolgen voor het sociaal contact tussen mensen. De avondklok lijkt met name jongeren te raken, omdat we weten dat juist zij normaal gesproken veel face-to-face contact met vrienden hebben. We weten niet of dat vooral in de avonduren is, maar met school en werk overdag lijkt dat wel aannemelijk. Voor volwassenen met jonge kinderen, met een drukke baan of beide is er overdag beperkt ruimte voor sport en ontspanning buiten de deur. Beide zijn belangrijk voor het psychisch welbevinden.

Buitenschoolse opvang

Kinderopvang, buitenschoolse opvang en school bieden een veilige omgeving voor kinderen, komen de ontwikkeling van het kind ten goede en hebben daarnaast een sociale en vormende functie. De buitenschoolse opvang is geopend voor kinderen van ouders met een cruciaal beroep. Volgens de brancheorganisatie Kinderopvang ligt het gebruik van noodopvang tussen 40 en 50% van de reguliere bezetting. De sluiting van de buitenschoolse opvang is voor ouders lastig te combineren met werk, dat geldt in het bijzonder voor alleenstaande ouders. Sommige ouders kunnen en willen uit angst voor besmetting en bescherming van kwetsbare groepen geen beroep doen op oppasopa’s en -oma’s. Anderen zijn juist genoodzaakt een groter beroep op grootouders te doen. Hoe groot deze groepen zijn is niet bekend.

Sociaalmaatschappelijke en economische weging

Het welbevinden van mensen staat door de lange duur en de stapeling van maatregelen onder druk. De negatieve effecten slaan bovendien ongelijk neer en raken kwetsbare groepen relatief hard. Een verlenging van het huidige pakket aan maatregelen met drie weken verdiept de maatschappelijke en economische schade die ontstaat verder. Toch blijft de epidemiologische situatie zodanig dat versoepelingen op dit moment niet mogelijk zijn. Wel wordt, mede gelet op de hierboven beschreven gevolgen, de avondklok een uur later gesteld, wat meer ruimte biedt om in de avond naar buiten te gaan om te sporten, en rekening houdt met de latere zonsondergang en het daardoor later vallen van de duisternis.

Ruimte voor (meer) fysiek onderwijs in het voortgezet onderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs heeft vanuit sociaal-maatschappelijk en economisch perspectief eerste prioriteit. Studenten vormen volgens het SCP een van de groepen met het laagste mentale welzijn. Fysiek onderwijs draagt bij aan sociale contacten en kan het mentale welzijn verhogen. Bovendien verliezen studenten in toenemende mate de motivatie om te studeren, en kampen steeds meer studenten met studievertraging. Afstel van onderwijs leidt tot permanente economische schade.

Het openen van de buitenschoolse opvang is betekenisvol voor jonge kinderen en stelt ouders van jongere kinderen in staat om (thuis) te werken.

Uitvoeringstoets

De politie merkt een duidelijke afname van het draagvlak en de naleving van maatregelen. Daarbij laten burgers zich ook minder goed aanspreken en is steeds vaker sprake van irritatie en agressie richting handhavers. Naast de geconstateerde afname van het draagvlak en de naleving van maatregelen is een toename te zien in het aantal protesten tegen de coronamaatregelen. Het gaat dan onder andere om demonstraties, online uitingen van ongenoegen en het aanspannen van rechtszaken. Dit maakt dat handhavers steeds vaker in confrontatie komen met grotere groepen burgers die zich bewust niet aan de maatregelen houden.

Overwegingen vanuit handhaving ten aanzien van de avondklok

Handhaving van de avondklok vindt tijds-, context-, en plaatsgebonden plaats en kan daarmee vanuit de reguliere inzet binnen politiezorg plaatsvinden. Desalniettemin zal handhaving van de avondklok bij het ingaan van de zomertijd, het verbeteren van de weersomstandigheden, en gelet op de feestdagen in deze periode meer handhaving en daarmee capaciteit van de politie gaan vergen.

Door het tijdstip te wijzigen (bijvoorbeeld 23:00 uur) is volgens de Nationale Politie meer capaciteit nodig om gedurende de extra uren waarin de avondklok niet meer geldt op de andere maatregelen te handhaven, zoals de veiligeafstandsnorm, groepsvormingsverboden en het verbod op het gebruiken of het voor consumptie gereed hebben van alcohol. Die extra inzet kost relatief meer tijd dan handhaving van de avondklok. De avondklok is een duidelijke maatregel die goed handhaafbaar is.

Gemeenten

Het draagvlak neemt zichtbaar af in de samenleving. Dit maakt de druk op de handhaving groter. Handhaving van versoepelingen is alleen mogelijk in samenwerking met de desbetreffende branches. Door versoepeling neemt het aantal reisbewegingen toe. Dit kan tot extra druk op de handhaving leiden. Door het zonnige voorjaarsweer neemt de druk op openbare plaatsen en daarmee de druk op de handhaving toe. Iedere versoepeling vraagt om helderheid en duidelijkheid, wat de uitlegbaarheid ten goede komt en daarmee het draagvlak (en uiteindelijke de naleving en handhaving).

Vanuit gemeenten wordt aangegeven dat een ‘jojo’ effect’ zo veel mogelijk moet worden voorkomen (nu stoppen en later weer invoeren). Het wordt steeds langer licht, steeds meer mensen willen naar buiten. Dat kan van invloed zijn op het draagvlak en daarmee de handhaving. De verveling onder jongeren slaat hard toe en door minder toezicht vanuit scholen is er weinig sociale controle. Jongeren hebben meer perspectief nodig. De bezoekersregeling van maximaal 1 persoon heeft er zwaarder ingehakt dan de avondklok. Voor vooral de langere termijn maakt de VNG zich zorgen over de impact en de noodzakelijke dienstverlening als gevolg van afgenomen geestelijke gezondheid van de inwoners.

De druk op het openbaar vervoer neemt toe, daarom moet goed gekeken worden naar de spreiding van de vervoersbewegingen onder studenten.

Veiligheidsregio’s

Vanuit de Veiligheidsregio’s (VR’s) wordt opgemerkt dat er weinig aandacht is voor relatief veilige activiteiten in de buitenlucht. De druk op parken, stranden en winkelgebieden blijft onverminderd hoog als grote buitengebieden dicht blijven.

Als de winkels en warenmarkten opengaan, gaat de voorkeur uit naar een volledige openstelling zonder ingewikkelde voorwaarden als reserveringen. Voorwaarde moet zijn het voeren van een goed deurbeleid (mandjesbeleid, bestickering etc.).

Er is een sterke voorkeur voor één simpel regime. Als men deze versoepelingen doorvoert, is het de vraag hoe er moet worden omgegaan met de dienstverlening niet zijnde contactberoepen zoals zonnestudio’s, fotografen en de niet zakelijke verhuur van roerende zaken.

De VR’s pleiten ervoor alle eet-en drinkgelegenheden hetzelfde te behandelen en geen onderscheid te maken tussen natte horeca en overige horeca omdat dat niet uitvoerbaar en handhaafbaar is. Men geeft de voorkeur aan het werken met vaste tijdsblokken in plaats van placeringen. Dit laatste is niet handhaafbaar of controleerbaar.

Overwegingen vanuit handhaving ten aanzien van de avondklok:

De zomertijd komt eraan, als het langer licht is, willen mensen (bij mooi weer) langer buiten blijven. De bereidwilligheid van de naleving kan hierdoor een andere dynamiek krijgen.

Gedragsunit van het RIVM

Om normvervaging te voorkomen (mensen hebben de indruk dat crisis voorbij is en houden geen afstand meer) lijkt het van groot belang om direct vanaf het begin actief drukte te beperken om de veilige afstand te borgen op de langere termijn. Draagvlak en naleving van de bezoekersregeling (1 per dag) is lager dan die van de avondklok, en neemt nog verder af. Vanuit het perspectief vertrouwen, draagvlak, welzijn en naleven, is te overwegen de avondklok naar 22.00 uur te verzetten (tegemoetkoming) en de bezoekersregeling uit te breiden naar maximaal 2 personen per dag uit hetzelfde huishouden.

Het draagvlak voor de avondklok is in de afgelopen 6 weken gedaald van 76% naar 67% tot 65%. Uit recente focusgroepen met jongeren en met ouderen komen geen grote problemen met de avondklok naar voren.

Van andere aanpassingen worden minder positieve maatschappelijke effecten verwacht, behalve van de hierna te noemen gedeeltelijke opening van het hoger onderwijs.

Het welzijn onder jongeren en jongvolwassenen is substantieel lager dan onder volwassenen en ouderen en dit verschil neemt toe. (Deels) fysiek onderwijs op het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs zou bij kunnen dragen aan afname van eenzaamheid, toename van mentaal welzijn, en minder opgesloten voelen in kleine woonruimte (onder voorwaarde van naleving van maatregelen met betrekking tot sociale afstand). Geadviseerd wordt daarom om mogelijkheden te bieden voor deeltijd fysiek onderwijs voor studenten in kwetsbare omstandigheden. Opgeroepen wordt om dat geen vereiste te maken voor studenten die niet willen. De kwaliteit van het onderwijs dient te worden geborgd (hybride onderwijs kan lastig zijn) in samenwerking met organisaties.

Noodzaak voortzetten maatregelen

Het kabinet heeft de hiervoor beschreven gevolgen en aandachtspunten meegewogen in de besluitvorming. Daarmee onderstreept het kabinet opnieuw het belang om naast de epidemiologische inzichten ook de sociaal-maatschappelijke en economische gevolgen in kaart te blijven brengen. Duidelijk is dat de behoefte om te versoepelen op onderdelen groot is. Voor de avondklok speelt daar een rol bij dat het steeds langer licht is en dat de zomertijd wordt ingevoerd. Tegelijkertijd is duidelijk dat de eerder tot uitgangspunt genomen epidemiologische voorwaarden voor versoepelingen niet zijn vervuld. Gelet op de pijlers (zoals genoemd in paragraaf 1) van de bestrijding van de pandemie en de epidemiologische situatie wordt aan het belang de belastbaarheid van de zorg acceptabel te houden in deze fase een doorslaggevend gewicht toegekend en ziet het kabinet, met het OMT, geen ruimte voor versoepelingen op dit moment. Wel wordt het ingangstijdstip van de avondklok bijgesteld. Hoewel de in de toetsen genoemde zorgen en belangen die pleiten voor versoepeling niet te miskennen zijn, wegen zij op dit moment niet op tegen het belang de zorg beheersbaar te houden.

Gelet op het gewicht van de maatregelen is de duur van de maatregelen in de tijd beperkt tot en met 20 april 2021. Naar verwachting zal rond 13 april heroverweging kunnen plaatsvinden, op basis van de situatie van dat moment. Zonder tussentijdse besluitvorming over verlenging of aanpassing van de maatregelen of een deel daarvan, komen deze te vervallen met ingang van 21 april 2021.

Grondrechten en vrijheden

Met een verlenging van het maatregelenpakket, met inbegrip van de avondklok, blijven met name de bewegingsvrijheid, de persoonlijke levenssfeer en het recht op eigendom ingeperkt.

Voor de avondklok geldt voorts dat de bewegingsvrijheid wordt beperkt, zoals beschermd door artikel 2 van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en meer algemeen de persoonlijke levenssfeer vanwege diezelfde beperking van de bewegingsvrijheid (artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 EVRM). Indirect kan een avondklok ook beperkingen met zich brengen voor de mogelijkheid om andere grondrechten uit te oefenen, de vrijheid van vergadering en betoging of de vrijheid om een levens- of geloofsovertuiging te belijden (voor personen die dat na 22.00 uur buitenshuis willen doen). Dat geldt ook voor Pesach, het Holifeest, Pasen en de Ramadan. Het kabinet is zich bewust van de beperkingen die hiermee eventueel worden opgelegd. De mogelijkheid blijft echter bestaan om diensten digitaal bij te wonen op dit tijdstip en om het geloof te belijden op het eigen adres, met inachtneming van het advies rondom thuisbezoek.

Het kabinet is van mening dat, ook voor de komende periode, het doel van de avondklok legitiem is. Een avondklok is, zeker gecombineerd met flankerende maatregelen, een effectieve manier om het aantal besmettingen en daarmee de druk op de zorg en de maatschappelijke gevolgen, beperkt te houden. Minder stringente maatregelen om dat doel te bereiken, staan, mede gelet op het advies van het OMT, thans niet ter beschikking.

De grondslag hiervoor is gelegen in de artikelen, genoemd in de considerans van deze regeling. Gelet op de ontwikkeling van het epidemiologische beeld en de overige gevolgen zijn versoepelingen van of nieuwe uitzonderingen op de maatregelen op dit moment niet mogelijk. Dit rechtvaardigt de verlenging van de maatregelen en maakt het voortzetten van de inperking noodzakelijk en, mede gelet op de vormgeving en geldende uitzonderingen van de maatregelen, evenredig.

Daarbij speelt een rol dat de ingangstijd van de avondklok met een uur wordt verlaat. Dat past naar het oordeel van het kabinet bij de grote behoefte om, mede gelet op de latere zonsondergang en daaropvolgende schemering, ook in de avond buiten te kunnen zijn. Dit biedt meer gelegenheid tot beweging en sport in de avonduren.

Ook hier is van belang dat de duur van de avondklok in de tijd is beperkt. Naar verwachting zal rond 13 april heroverweging kunnen plaatsvinden, op basis van de situatie van dat moment. Zonder tussentijdse besluitvorming over verlenging of aanpassing van de maatregelen of een deel daarvan, komen deze te vervallen met ingang van 21 april 2021 om 04.30 uur.

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire

Sociaalmaatschappelijke en economische gevolgen

Maatschappelijk beeld

Bij de voorbereiding van de maatregelen is rekening gehouden met de te verwachten maatschappelijke effecten van de maatregelen. Het SCP heeft in Europees Nederland een selectie gemaakt van signalen uit de samenleving, die grotendeels ook van toepassing zijn op Bonaire. Waar de signalen van toepassing zijn, zijn deze betrokken bij de voorbereiding van de besluitvorming. Daarnaast zijn ze aangevuld met de signalen aangekaart door het OLB en de Dienst Publieke Gezondheid (DPG). Alle signalen tezamen zijn meegenomen in de besluitvorming die is voorgelegd aan de eilandsraad. Daarin wordt het volgende maatschappelijke beeld geschetst van de huidige situatie, na bijna een jaar covid-19-epidemie.

Een aantal groepen in de samenleving blijkt harder te worden geraakt door de coronacrisis dan andere groepen. De verschillen namen op diverse gebieden toe, zoals arbeid, inkomen, scholing, eenzaamheid en welbevinden. De impact van de coronacrisis versterkt bovendien kwetsbaarheden die er als samenleving daarvóór al waren gesignaleerd.

Bij kwetsbare groepen zien het OLB en de DPG dat signalen sterker worden dat problemen daar sneller stapelen (op de problemen die er al waren). Bonairianen redden zich eind 2020 nog wel, maar maken zich significant meer zorgen. De coronacrisis grijpt diep in op wijzen van leven, werken en zorgen. Het OLB ziet een enorme veerkracht bij Bonairianen. Bij sommige groepen, bijvoorbeeld jongeren en families die afhankelijk zijn van de toeristische sector, begint de rek er echter uit te raken. Het politiek vertrouwen lijkt nog steeds hoger dan voor de crisis. De opkomst voor de Tweede Kamer verkiezingen is met 22,6% ook iets hoger dan vier jaar geleden. De actualiteit laat tegelijk zien dat het vertrouwen in de politiek niet voor iedereen geldt. De coronacrisis blijft daarom onverminderd veel van de samenleving vragen als het gaat om de zorg voor elkaar en het omgaan met onzekerheid.

Sociaal vertrouwen: waar men in april 2020 de toegenomen saamhorigheid zag als een lichtpuntje in de crisis, maken Bonairianen zich in maart 2021 – net als voor de coronacrisis – zorgen over de afkalvende saamhorigheid en groeiende tegenstellingen tussen mensen. Er is onder de bevolking ook een flink verschil in draagvlak voor en opvolging van de zware maatregelen. Het aandeel mensen dat vindt dat we met te weinig respect met elkaar omgaan, is tussen april 2020 en maart 2021 flink gestegen.

Sociaal contact speelt een belangrijke rol in het welbevinden van mensen. De afgelopen maanden hebben veel fysieke ontmoetingen in de buitenlucht kunnen plaatsvinden. Vanwege de aangescherpte maatregelen in de afgelopen periode ontmoeten mensen elkaar nu minder, maar hebben wel vaker digitale contacten. Deze kunnen fysiek contact op veel punten niet vervangen. Er zijn veel zorgen over de gevolgen van de coronacrisis voor jongeren en jongvolwassenen. Veel maatregelen grijpen in op de kern van hun sociale leven, terwijl contacten met leeftijdsgenoten juist voor hen belangrijk zijn vanwege de ontwikkeling van hun identiteit. Bij hen zien we een afname in het psychisch welbevinden. Daarnaast zijn grote zorgen over de toename van huiselijk geweld. Het is daarom belangrijk om mensen zo spoedig mogelijk weer ruimte te geven hun huis uit te kunnen.

Jongeren zijn kwetsbaar vanwege hun kans op eenzaamheid en een grotere kans op werkloosheid. Dat laatste geldt ook voor laagopgeleiden en voor ongeregistreerden. Naar verwachting zullen de resultaten van scholieren en studenten nu ongunstiger zijn dan bij volledig fysiek onderwijs. Sommigen lopen vertraging op, bij anderen vergroten de achterstanden. Door het schrappen van toetsen liepen circa 14.000 kinderen vorig jaar een hoger schooladvies mis. Fysiek onderwijs heeft ook een belangrijke functie voor de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren en geeft hun structuur aan de dag. Tevens verzorgen onderwijsinstellingen voor ongeveer 700 kinderen dagelijks hun ontbijt en lunch.

De eenzaamheid onder ouderen is toegenomen. Ook zijn er zorgen over mensen met uiteenlopende beperkingen die bijvoorbeeld dagbesteding of andere ondersteuning in het sociaal domein moeten missen. Dagbestedingen zijn zo lang mogelijk open gebleven, maar in risiconiveau 5 of 6 is dit niet langer verantwoord. Ouderen zijn kwetsbaar vanwege de impact op de gezondheid en hoge kans op sterfte. Druk op mantelzorgers neemt daarom toe en zij maken zich zorgen over het welzijn en de kwaliteit van leven van hun naaste.

Bewegen en sporten dragen positief bij aan gezondheid en welbevinden. De mogelijkheden daarvoor zijn erg beperkt. Jongeren sporten over het algemeen meer dan ouderen, het raakt die groep dus hard.

Volgens verschillende studies zijn langdurige quarantaineachtige situaties een risicofactor voor agressie en huiselijk geweld. Harde cijfers ontbreken, maar signalen dat huiselijk geweld aan het toenemen is, worden sterker. Er komen steeds meer meldingen binnen bij het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit komt voornamelijk door de uitzichtloze economische situatie en de verder toegenomen armoede.

Maatschappelijke gevolgen

Tegen de achtergrond van het geschetste maatschappelijke beeld is over de maatregelen een brede maatschappelijke toets verricht, van sociaaleconomische effecten, van de uitlegbaarheid (communicatie), naleving en draagvlak, en de uitvoerings- en handhavingstoets. Dit is op dinsdag 16 maart 2021 gepresenteerd aan de eilandsraad.

Sociaaleconomische gevolgen

Uit een schatting van de sociaaleconomische gevolgen komt naar voren dat het welbevinden van mensen door de lange duur en de stapeling van maatregelen onder druk staat, waarbij de negatieve effecten van maatregelen ongelijk neerslaan en kwetsbare groepen relatief hard raken, zoals in het maatschappelijk beeld geschetst. Vanuit de inschatting van de effecten van verschillende maatregelen, wordt aan het toestaan van fysiek onderwijs in het primair onderwijs, het openhouden van dagbesteding voor ouderen, en het in stand houden van de toerismesector vanuit sociaalmaatschappelijk en economisch perspectief prioriteit gegeven.

Mentaal welzijn

Het SCP, dat bij de afwegingen in Europees Nederland is betrokken, heeft een aantal aandachtspunten aangekaart gericht op het mentale welzijn, waaronder in algemene zin helderheid over de overwegingen, voorspelbaarheid (en het voorkomen van jojobeleid) en aandacht voor het risico van stigmatisering van bevolkingsgroepen (voorkomen dat bepaalde groepen de schuld krijgen van het voortduren van de crisis). Het OLB heeft aandachtspunten geformuleerd voor de voorliggende maatregelen die bij de afweging zijn betrokken, in het bijzonder en voor zover hier van belang, over het sluiten van onderwijs, sluiten van dagbesteding voor ouderen, sluiten van de horeca en de avondklok. Het SCP en de DPG wijzen voorts op het belang van flankerend beleid zolang de beperkende (inreis)maatregelen door het OLB en het kabinet noodzakelijk worden geacht.

De DPG wijst erop dat de maatschappelijke effecten van het thuisonderwijs dusdanig groot zijn (in verband met het risico op huiselijk geweld en de belangrijke functie van het voeden van kinderen door onderwijsinstellingen) dat de DPG adviseert dat wanneer mogelijk in het primair onderwijs de scholen zo lang mogelijk open gehouden worden, op een verantwoorde manier.

Gedrag

De overgrote meerderheid van de Europese Nederlanders houdt zich aan de eenbezoekersregel en de avondklok. De maatregel om maximaal één persoon per dag te ontvangen en maximaal één bezoek per dag te brengen, vindt men moeilijk en met name onprettig.

Het draagvlak voor de avondklok lijkt in de afgelopen weken te zijn afgenomen. Ondanks het dalende draagvlak houdt nog steeds het merendeel van de mensen zich eraan. Ruim acht op de tien mensen blijven tijdens de avondklok binnen en 15% geeft aan naar buiten te zijn geweest met een geldige reden (bijvoorbeeld werk, hond uitlaten). In Europees Nederland is de avondklok sinds 23 januari 2021 van kracht. Het draagvlak lijkt pas de laatste weken te zijn afgenomen. De verwachting is daarom dat ook op Bonaire het draagvlak hoog zal zijn, zeker wanneer deze niet zo lang hoeft voort te duren als in Nederland. Wat met het oog op snelle vaccinatie niet de verwachting is.

Uitvoering en handhaving

De sociale controle op Bonaire is groot en het is vanwege de kleinschaligheid van het eiland relatief eenvoudig voor handhavers en politiemensen om te constateren dat regels, zoals groepsvorming, worden overtreden.

Gevolgen van de avondklok in het bijzonder

Wat betreft de sociaaleconomische gevolgen drukt de avondklok maatschappelijk zwaar, maar in vergelijking met andere maatregelen minder zwaar op economische gevolgen. Het SCP beschrijft de volgende aandachtspunten. Als beperking van individuele vrijheid heeft de maatregel voor een deel van de bevolking een negatieve symbolische waarde en kan het vóórkomen dat mensen in deze situaties boosheid en verwarring ervaren. Harde cijfers ontbreken, maar dit is een risicofactor voor agressie en huiselijk geweld. De beperking van contacten heeft gevolgen voor sociaal contact tussen mensen, vooral, maar niet uitsluitend, onder jongeren. Daarnaast beperkt zij de mogelijkheden voor sport en ontspanning, die belangrijk zijn voor psychisch welbevinden. Het SCP meldt ook dat er een verband kan bestaan met gevoelens van eenzaamheid. De DPG beaamt deze gevolgen en risico’s en benadrukt de zware impact van de maatregel op huiselijk geweld.

Noodzaak voortzetten maatregelen

Het kabinet heeft met het voorgaande rekening gehouden in deze regeling. Ten eerste wordt het reeds ingezette flankerende beleid gecontinueerd, waarvoor kan worden verwezen naar de Kamerbrief van 12 februari 2021 over het steunpakket welzijn en leefstijl in verband covid-19, dat onder meer 500.000 euro extra toeschrijft aan de bevordering van welzijn en leefstijl in verband met covid-19 in Caribisch Nederland.

Ten aanzien van de avondklok wordt gewezen op het belang van uitzonderingen voor onder meer hulp aan hulpbehoevenden en de noodsituatie, de gelegenheid die de gekozen tijdstippen nog bieden voor het beoefenen van sport buiten, en de overige aspecten van vormgeving.

Differentiatie ten opzichte van Europees Nederland

De uitzonderingsgroepen die voor Bonaire van toepassing zijn, wijken af van de uitzonderingsgroepen in Europees Nederland. Een aantal uitzonderingsgroepen die in Europees Nederland gelden, worden niet overgenomen voor Bonaire:

  • personen die onderweg zijn in verband met een uitvaart;

  • personen die onderweg zijn in verband met een oproep van een rechter, officier van justitie of bezwaar- en beroepschriftencommissie;

  • personen die onderweg zijn in verband met een examen of tentamen dat die persoon moet afleggen voor een opleiding op het mbo, hbo of wo;

  • personen die onderweg zijn in verband met een praktijkles voor een opleiding op het voortgezet onderwijs (vo), voortgezet speciaal onderwijs (VSO), mbo, hbo of wo;

  • personen die onderweg zijn in verband met lessen in het eindexamenjaar van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo).

Gezien de kleinschaligheid van het eiland zal het in de praktijk niet voorkomen dat mensen tijdens de uren dat de avondklok geldt onderweg zullen zijn in het kader van één van bovengenoemde noodzakelijke reizen. Het is daarom niet nodig deze reizen uit te zonderen van de avondklok. Ook reizen omdat een persoon is uitgenodigd voor een live-avondprogramma komt niet voor na 21.00 uur. De uitzondering voor openbaar vervoer is niet van toepassing, aangezien de gebruikelijke dienstregeling vóór 21.00 uur eindigt. Wel zijn taxichauffeurs uitgezonderd op grond van de uitzondering voor noodzakelijke werkzaamheden.

Aangezien er normaliter geen vluchten aankomen na 20.00 uur is het in principe niet nodig reizigers van internationale reizen of reizen naar Europees Nederland, Saba of Sint Eustatius uit te zonderen van de avondklok. Echter, wordt deze uitzondering wel behouden voor het geval dat een reis vertraagd is.

In overleg met handhavende instanties is overeengekomen dat werkgeversverklaringen op ieder moment getoond moeten kunnen worden, ook door politieambtenaren, opsporingsambtenaren, brandweermedewerkers en ambulancemedewerkers. Dit in verband met vermeend misbruik van de verklaring dat is gemeld door omringende (ei)landen. In Europees Nederland is in aanvulling op de algemene werkgeversverklaring ook een eigen verklaring nodig. Voor Bonaire is, in overleg met de politie, gekozen om hier niet mee te werken in verband met de complexiteit voor gebruikers. Wel moet de werkgeversverklaring te allen tijde getoond kunnen worden. Gezien de kleinschaligheid van het eiland is het gemakkelijk voor handhavers om na te gaan of een persoon met een geldige reden op straat is.

Grondrechten en vrijheden

De beperkte afname en stabilisatie van het aantal besmettingen en de komst van en de toename van het aantal besmettingen met de nieuwe varianten van het virus, maken dat het nodig blijft het aantal contacten thuis en buitenshuis zoveel als mogelijk te beperken tot alleen cruciale contacten. Met een intensivering van het maatregelenpakket worden met name de bewegingsvrijheid, de persoonlijke levenssfeer en het recht op eigendom ingeperkt. De grondslag hiervoor is gelegen in de artikelen, genoemd in de considerans van deze regeling.

Voor de avondklok geldt voorts dat de bewegingsvrijheid wordt beperkt, zoals beschermd door artikel 2 van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en meer algemeen de persoonlijke levenssfeer vanwege diezelfde beperking van de bewegingsvrijheid (artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 EVRM). Indirect kan een avondklok ook beperkingen met zich brengen voor de mogelijkheid om andere grondrechten uit te oefenen, de vrijheid van vergadering en betoging of de vrijheid om een levens- of geloofsovertuiging te belijden (voor personen die dat na 21.00 uur buitenshuis willen doen). Dat geldt ook voor Pesach, het Holifeest, Pasen en de Ramadan. Het kabinet is zich bewust van de beperkingen die hiermee eventueel worden opgelegd. De mogelijkheid blijft echter bestaan om diensten digitaal bij te wonen op dit tijdstip en om het geloof te belijden op het eigen adres, met inachtneming van het advies rondom thuisbezoek.

Het OLB en het kabinet zijn van mening dat het doel van de avondklok legitiem is. Een avondklok is, zeker gecombineerd met flankerende maatregelen, een effectieve manier om het aantal besmettingen en daarmee de druk op de zorg en de maatschappelijke gevolgen, beperkt te houden. Minder stringente maatregelen om dat doel te bereiken staan, mede gelet op het advies van het RIVM thans niet ter beschikking.

De gevolgen voor eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en voor de vrijheid van vergadering, betoging en het belijden van godsdienst en levensovertuiging en de beperking van het recht op eigendom, zijn volgens het kabinet gerechtvaardigd.

Mogelijkheid tot versoepeling

Gelet op de ontwikkeling van het epidemiologische beeld zijn versoepelingen van de maatregelen op dit moment niet mogelijk. Het huidige epidemiologische beeld rechtvaardigt de intensivering van de maatregelen en maakt het voortzetten en verder intensiveren van de inperking noodzakelijk en evenredig. Zodra de epidemiologische situatie dit toelaat, zullen maatregelen stapsgewijs weer worden teruggedraaid.

Een eerste versoepelingsmogelijkheid is opgenomen in artikel 6a.1, namelijk het inkorten van de avondklok, van 21.00 naar 23.00 uur. Dit is vergelijkbaar met de maatregelen die op andere eilanden binnen het Koninkrijk worden genomen, maar draagt wel bij aan het inperken van sociale contacten. Anderzijds heeft een ingangstijd van 23.00 uur minder impact op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en op de vrijheid van vergadering, betoging en het belijden van godsdienst en levensovertuiging en de beperking van het recht op eigendom.

5. Regeldruk

Op grond van deze regeling kunnen in het kader van Pilot testbewijzen in beperkte mate een aantal evenementen en activiteiten georganiseerd worden onder strikte voorwaarden. Deze voorwaarden brengen regeldruk met zich voor de organisator van het evenement of de activiteit. Deze regeldruk is echter noodzakelijk om enerzijds de veiligheid van de deelnemers aan het evenement te borgen en om anderzijds de beoogde onderzoeksresultaten te kunnen behalen. Daarnaast gaat het om slechts een kleine groep organisatoren die met deze regeling in aanmerking komt voor het organiseren van een evenement of activiteit.

Deze wijzigingsregeling leidt ook tot een beperkte toename van de regeldruk voor de groep deelnemende organisatoren uit de horecasector en voor de deelnemers aan de betreffende Praktijktesten drinkgelegenheden.

Voor de deelnemende organisatoren uit de horecasector is reeds een onderzoeksplan vastgesteld waarin de praktijktesten nader worden toegelicht en wordt uitgewerkt welke set van preventieve maatregelen tijdens het evenement in acht wordt genomen. Hierbij neemt het Rijk de kosten van het onderzoek en de tests voor zijn rekening en de sector de kosten voor het organiseren van de praktijktest (onderdeel is van het onderzoeksprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden). De deelnemende ondernemers moeten dus alleen hun eigen extra exploitatiekosten op zich nemen. Deze kosten zijn beperkt. Bovendien zouden ondernemers deze kosten ook moeten maken als de drinkgelegenheden weer open mogen onder de huidige maatregelen. Daarnaast komt de behaalde omzet toe aan de ondernemer. Deze eenmalige kosten variëren naargelang van het aantal deelnemende bezoekers en kunnen vooraf niet goed worden gekwantificeerd.

De maatregelen die bij de praktijktesten getest kunnen worden, bestaan uit de veiligeafstandsnorm, geen zelfbediening, triage, reservering, placering, mondkapjesplicht, zes personen per tafel, maximaal aantal personen per binnenruimte, persoonlijke beschermingsmiddelen, registratieplicht en beperkte openingstijden. Deze voorwaarden zijn minder streng dan de maatregelen die golden toen de drinkgelegenheden hun deuren moesten sluiten. Ook zal men zorg moeten dragen voor een goede registratie van de bezoekers. Deze registratieplicht gold ook toen de drinkgelegenheden nog open waren en leidt daarom niet tot extra regeldrukkosten.

Deelname van zowel ondernemers als deelnemers is op vrijwillige basis. De deelnemers van de praktijktesten moeten een test laten afnemen (kosten zijn op rekening van het Rijk). De regeldrukkosten beperken zich hierbij dus tot de kennisnamekosten en de tijdsbesteding die gepaard gaat met de reistijd naar en van de testlocatie en het afnemen van de test. De regeldrukkosten hiervan zijn te verwaarlozen. De deelnemer wordt achteraf gevraagd om een enquête in te vullen. Beantwoording van deze vragen vergt naar inschatting niet meer dan twee minuten per deelnemer. Ook deze regeldrukkosten zijn verwaarloosbaar.

Deze regeling heeft geen aanvullende gevolgen voor de regeldruk voor burgers, bedrijven/instellingen of professionals, omdat het een verlenging betreft van het huidige maatregelenpakket.

Deze regeling heeft geen gevolgen voor de regeldruk voor burgers, bedrijven, instellingen of professionals in Bonaire, omdat de wijzigingen aansluiten bij het al geldende maatregelenpakket op grond van de Noodverordening Covid-19 Bonaire van 18 maart 2021.

6. Inwerkingtreding en parlementaire betrokkenheid

Deze ministeriële regeling moet op grond van artikel 58c, tweede lid, Wpg binnen twee dagen nadat zij is vastgesteld aan beide Kamers der Staten-Generaal worden overgelegd. Dit gebeurt feitelijk op dezelfde dag waarop deze regeling is vastgesteld, 23 maart 2021. De regeling treedt ingevolge artikel 58c, tweede lid, Wpg niet eerder in werking dan een week na deze overlegging en vervalt als de Tweede Kamer binnen die termijn besluit niet in te stemmen met de regeling. Gelet op het belang van de volksgezondheid is het de bedoeling dat de regeling op 30 maart 2021 in de Staatscourant wordt gepubliceerd en dan de dag daarna, 31 maart 2021 (00.00 uur) in werking zal treden. Hierbij wordt afgeweken van de zogeheten vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn van drie maanden.3 Bij enkele bepalingen die zijn gebaseerd op artikel 58j, eerste lid, onder f, Wpg is het inwerkingtredingstijdstip iets anders in verband met het bepaalde in artikel 58c, zevende lid, Wpg.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Zoals in het algemene deel van de toelichting is toegelicht, worden de huidige maatregelen verlengd tot en met 20 april 2021 (afgezien van de avondklok die een ochtend langer duurt). In een aantal bepalingen is de werkingsduur van de maatregelen opgenomen. Deze werkingsduur moet, gelet op de verlenging van de maatregelen, aangepast worden. Onderdeel A strekt ertoe dit te regelen.

Onderdeel B

Onderdeel B betreft een redactionele wijziging.

Onderdeel C

Gelet op de avondklok die een uur later ingaat, namelijk om 22.00 uur, moet ook de vervroegde sluitingstijd van eet- en drinkgelegenheden (artikel 4.4, vijfde lid) en van winkels in de levensmiddelenbranche (artikel 4.5, vierde lid) aangepast worden naar 21.45 uur. Onderdeel C regelt dit.

Onderdeel D

Onderdeel D herstelt een omissie die is opgetreden in de lijst van topsportcompetities die in de regeling zijn opgenomen. Per abuis is in deze lijst cricket weggevallen, terwijl ook (mannen- en vrouwen-) teams actief zijn in de hoogste klassen van deze sport.

Onderdeel E

In onderdeel E wordt in artikel 6.5, derde lid, een uitzondering op het groepsvormingsverbod, zoals opgenomen in artikel 3.1, toegevoegd. Artikel 58g, eerste lid, Wpg bepaalt dat bij ministeriële regeling plaatsen kunnen worden aangewezen, waar het niet is toegestaan zich in groepsverband op te houden met meer dan een bij die regeling vast te stellen aantal personen. Dit is onder meer gebeurd in artikel 3.1, eerste lid, Trm, op grond waarvan het verboden is zich in groepsverband op te houden op een openbare plaats, een erf behorende bij een publieke plaats en een erf behorende bij een besloten plaats, niet zijnde een woning. Het groepsvormingsverbod van artikel 3.1 is tevens van toepassing op voer- en vaartuigen, waaronder ook luchtvaartuigen, die zich in de openbare ruimte bevinden. Het verbod is niet van toepassing op voer- en vaartuigen die worden ingezet als openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer. Hoewel deze uitzondering voortvloeit uit het feit dat deze voer- en vaartuigen kwalificeren als publieke plaats (binnenruimte), is het wenselijk deze uitzondering expliciet in de regeling op te nemen. Om deze reden wordt artikel 3.1 toegevoegd aan de lijst van bepalingen die niet gelden in het openbaar vervoer en het ander bedrijfsmatig personenvervoer.

Onderdeel F

In de praktijk blijkt dat er ook reizigers zijn die een antigeentest doen waarop ze positief testen, in plaats van een NAAT-test. Deze reizigers konden nog geen gebruikmaken van de uitzondering voor langdurig positieven. Dat wordt met deze wijziging rechtgezet.

Onderdeel G

Onderdeel G wijzigt het opschrift van paragraaf 6.8 in verband met toevoeging van bepalingen aan die paragraaf over de Pilot testbewijzen en de Praktijktesten drinkgelegenheden.

Onderdeel H

Aan artikel 6.13 worden twee begripsbepalingen toegevoegd, die van Pilot testbewijzen en van Praktijktesten drinkgelegenheden.

Uit de begripsbepaling van Pilot testbewijzen volgt dat het moet gaan om een publiek-privaat onderzoeksprogramma. Dit onderzoeksprogramma moet tot doel hebben kennis te vergaren over de uitvoerbaarheid en effecten van het tonen van een testuitslag voor deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen. Door het uitvoeren van deze praktijktesten kan de doelmatigheid van maatregelen ter bestrijding van de epidemie en de mogelijkheden voor het veilig en verantwoord heropenen van sectoren vergroot worden.

Uit de begripsbepaling van Praktijktesten drinkgelegenheden volgt dat het moet gaan om een publiek-privaat onderzoeksprogramma. Dit onderzoeksprogramma moet tot doel hebben via praktijktesten kennis te vergaren over het virus, de epidemie en de bestrijding daarvan, met het oog op de mogelijkheden voor een veilige en verantwoord heropenen van drinkgelegenheden. De maatregelen die een veilige en verantwoorde heropening van drinkgelegenheden borgen, kunnen op termijn als voorwaarden worden gesteld aan de opening van drinkgelegenheden (via het maatregelenpakket en door opname in de veiligheidsprotocollen van de sector).

Onderdeel I

Onderdeel I voegt twee artikelen toe aan paragraaf 6.8, de artikelen 6.14a en 6.14b.

Artikel 6.14a bevat uitzonderingen op de bestaande maatregelen voor de Praktijktesten drinkgelegenheden. Om het onderzoeksprogramma Praktijktesten drinkgelegenheden te kunnen organiseren, is het noodzakelijk een aantal van de maatregelen, zoals opgenomen in de Trm niet te laten gelden voor de praktijktesten. Artikel 6.14a regelt dat de maatregelen, zoals opgesomd in paragraaf 3.2.1.4, niet gelden.

Artikel 6.14b bevat uitzonderingen op de bestaande maatregelen voor de Pilot testbewijzen. Om het onderzoeksprogramma Pilot testbewijzen te kunnen organiseren, is het noodzakelijk een aantal van de maatregelen, zoals opgenomen in de Trm niet te laten gelden voor de pilots. Artikel 6.14b regelt dat de maatregelen, zoals opgesomd in paragraaf 3.2.2.5, niet gelden.

Onderdeel J

Op grond van onderdeel J wordt de avondklok verlengd tot en met 21 april 2021, 04.30 uur. Daarnaast wordt de aanvangstijd van de avondklok verlaat naar 22.00 uur. Hierop is reeds ingegaan in de algemene toelichting.

Onderdeel K

Aangezien de stemming voor de Tweede Kamerverkiezingen is afgerond, kan artikel 6.16, tweede lid, onderdeel f, vervallen.

Na de bekendmaking van de uitslag van de verkiezingen door het centraal stembureau kan de Tweede Kamer, in het kader van het geloofsbrievenonderzoek, besluiten tot het houden van een hertelling van de stemmen die bij een of meer (gemeentelijk) stembureaus zijn uitgebracht. Onder verantwoordelijkheid van de Tweede Kamer worden de stemmen dan in de betreffende gemeente opnieuw geteld. Als er tot omvangrijke hertellingen besloten zou worden, bestaat het risico dat deze mogelijk niet vóór 31 maart 2021, 22.00 uur afgerond kunnen worden. Aangezien hertellingen openbaar toegankelijk moeten zijn, is het belangrijk dat in dat geval de uitzondering uit onderdeel g voor kiezers en waarnemers als bedoeld in artikel J 39 van de Kieswet ook na 31 maart 2021 om 04.30 uur geldt. Hetzelfde geldt voor de uitzondering voor de personen bedoeld in onderdeel h die werkzaamheden uitvoeren ten behoeve van de hertelling. Is er geen sprake van een dergelijke hertelling, dan zijn deze onderdelen dus feitelijk niet in gebruik.

Onderdelen L en M

In verband met de gelding van de avondklok vanaf 22.00 uur in plaats van 21.00 uur, moeten de bijlagen bij de Trm op dit punt aangepast worden. Om te voorkomen dat werkgeversverklaring en de eigen verklaringen met de oude aanvangstijd van de avondklok, ongeldig worden, worden twee nieuwe bijlagen toegevoegd met de aangepaste aanvangstijd. Hierdoor is zowel het oude als het nieuwe model geldig. Dit voorkomt dus administratieve lasten.

Artikel II

Zoals hiervoor bij artikel I, onderdeel A, toegelicht, is de tijdelijke werkingsduur van enkele maatregelen in de desbetreffende bepalingen zelf vastgelegd. Artikel II van de Regeling van de Ministers van VWS, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2020 tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met een verzwaring van de maatregelen (Stcrt. 2020, 66909) zorgt ervoor dat de tijdelijk werkende bepalingen nadat zij zijn uitgewerkt uit de Trm verdwijnen. Gelet op de verlenging van deze werkingsduur voor bepaalde onderdelen, moet ook de vervaldatum in artikel II van die regeling aangepast worden. Hiertoe strekt artikel II.

Artikel III

Artikel III wijzigt de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire. Bonaire heeft een routekaart ontwikkeld, op basis waarvan inzicht wordt gegeven in welke maatregelen op welk moment genomen kunnen worden. In deze regeling krijgt de gezaghebber de bevoegdheid plaatsen aan te wijzen waar maatregelen gelden. Dit is gebaseerd op artikel 58e, vijfde lid, Wpg. De bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen, houdt verband met de routekaart van Bonaire.

Onderdeel A

Onderdeel A wijzigt artikel 4.6, tweede lid, onder b. Op grond van artikel 4.6 heeft de gezaghebber de bevoegdheid om eet- en drinkgelegenheden te sluiten, waarbij afhaal nog wel is toegestaan. Om te voorkomen dat er oploop van publiek ontstaat doordat afhaal nog is toegestaan, wordt toegevoegd dat de beheerder van de eet- en drinkgelegenheid er zorg voor draagt dat de etenswaren of dranken zodanig worden verstrekt dat ter plaatse geen oploop van publiek kan ontstaan. De beheerder kan bijvoorbeeld klanten vragen in hun auto of bij hun scooter of fiets te blijven, zodat geen rij ontstaat en grote groepen mensen niet bij elkaar komen.

Ook wordt, mede gelet op de ingestelde avondklok, de mogelijkheid voor de gezaghebber geïntroduceerd om eet- en drinkgelegenheden aan te wijzen die om 20.00 uur moeten sluiten. Deze optie bestaat naast de mogelijkheid voor de gezaghebber om te bepalen dat eet- en drinkgelegenheden om 01.00 uur moeten sluiten.

Onderdeel B

Op grond van onderdeel B heeft de gezaghebber de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is in een eet- en drinkgelegenheid alcoholhoudende drank te verkopen. Het gebruik van alcohol heeft namelijk een negatieve invloed op de naleving van regels. Alcohol zorgt voor verslechtering van het onderdrukken (inhiberen) van neigingen in het gedrag, wat tot impulsief gedrag leidt.4 Doordat mensen minder angstig zijn onder invloed van alcohol, voelen zij zich veelal meer bereid om risicovolle situaties aan te gaan.5 Het voorgaande kan ertoe leiden dat belangrijke maatregelen ter bestrijding van de epidemie, zoals het in acht nemen van de veilige afstand en het regelmatig wassen van de handen, onvoldoende worden nageleefd door mensen onder invloed van alcohol. De grondslag van deze maatregel is gelegen in artikel 58h, eerste lid, Wpg in samenhang met artikel 58e, vijfde lid, Wpg.

Deze maatregel kan worden ingezet vanaf het moment dat de situatie is bereikt, behorend bij risiconiveau 5. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen.

Onderdeel C

Op grond van artikel 6.9, eerste lid, heeft de gezaghebber de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is opvang voor kindercentra geopend te hebben voor publiek. In het tweede lid van dit artikel is een aantal uitzonderingen opgenomen. Aan artikel 6.9, tweede lid, wordt een extra uitzondering toegevoegd voor medewerkers van de directie Toezicht en Handhaving van het OLB. Deze uitzondering wordt toegevoegd omdat deze medewerkers dagelijks moeten controleren of de afgekondigde maatregelen wel worden nageleefd.

Onderdeel D

In de praktijk blijkt dat er ook reizigers zijn die een antigeentest doen waarop ze positief testen, in plaats van een NAAT-test. Deze reizigers konden nog geen gebruik maken van de uitzondering voor langdurig positieven. Dat wordt met deze wijziging rechtgezet in de regeling van Bonaire.

Onderdeel E

Op grond van onderdeel E worden drie artikelen (6.14 tot en met 6.16) toegevoegd.

Op grond van artikel 6.14 heeft de gezaghebber de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het in openbare plaatsen verboden is alcoholhoudende drank te gebruiken of voor consumptie gereed te hebben. Openbare plaatsen zijn bijvoorbeeld de openbare weg, openbare plantsoenen en parken en aankomst- en de openbare delen van aankomst- en vertrekhallen van een luchthaven. Het verbod geldt ook in vaar- en voertuigen, met uitzondering van de woongedeelten, die zich op een openbare plaats bevinden. De grondslag van deze maatregel is gelegen in artikel 58j, eerste lid, onder e, Wpg in samenhang met artikel 58e, vijfde lid, Wpg.

Wanneer de indicatoren behorend bij risiconiveau 5 zijn bereikt, kan deze maatregel worden ingezet. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen.

Artikel 6.15 geeft de gezaghebber de bevoegdheid om openbare stranden aan te wijzen waar het verboden is van 31 maart 2021 tot en met 20 april 2021 te vertoeven in de openlucht. Op stranden kan het erg druk worden, gezien de aantrekkingskracht van die plaats. Wanneer de epidemiologische situatie dermate slecht is, is het onwenselijk dat veel mensen erop uitgaan en populaire plaatsen, zoals stranden bezoeken. De kans op grote menigten en groepsvorming op stranden is groot. Deze stranden trekken tevens bezoekers uit het buitenland, wat bij een dergelijke epidemiologische situatie niet wenselijk is. Het inzetten van deze maatregel is passend vanaf risiconiveau 6 in de routekaart. De grondslag van deze maatregel is gelegen in artikel 58j, eerste lid, onder f, Wpg in samenhang met artikel 58e, vijfde lid, Wpg.

Op het verbod om in de openlucht te vertoeven op openbare stranden, geldt een aantal uitzonderingen. Zo is kennelijk noodzakelijk vertoeven op stranden toegestaan vanwege een noodsituatie, werk, medische hulp aan zichzelf of een dier, hulpverlening aan een hulpbehoevend persoon, het verzorgen van internationaal vervoer van goederen over het water en toegang tot de eigen woning, een woongedeelte van een voertuig of vaartuig of een daarbij behorend erf.

De gezaghebber kan, op grond van artikel 6.16, plaatsen aanwijzen waar regels gelden ten aanzien van het percentage van de bezettingscapaciteit van logementen dat maximaal benut mag worden. Logementen zijn plaatsen waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden. Om logementen op verantwoorde wijze geopend te houden, kan het noodzakelijk zijn regels te stellen om de kans op verspreiding van het virus zo klein mogelijk te houden. Om die reden kan de gezaghebber de maximale bezettingscapaciteit vaststellen op 50% of 75% van de totale capaciteit. Op deze manier kunnen de gasten voldoende afstand houden tot elkaar, hetgeen de kans op verspreiding van het virus aanzienlijk beperkt. Voorbeelden van logementen zijn: hotels, campings, groepsaccommodaties en commercieel verhuurde vakantiehuisjes. De grondslag van deze maatregel is gelegen in artikel 58j, eerste lid, onder d, Wpg in samenhang met artikel 58e, vijfde lid, Wpg.

Het beperken van de bezettingscapaciteit tot 75% kan ingezet worden vanaf risiconiveau 5 en een beperking tot 50% vanaf risiconiveau 6. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen.

Onderdeel F

Onderdeel F voegt een nieuwe paragraaf (6a) toe die regels bevat over een eventuele avondklok. Op grond van artikel 6a.1 heeft de gezaghebber de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar een avondklok geldt. Deze bevoegdheid kan ingezet worden vanaf risiconiveau 5. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen. Op de noodzakelijkheid en evenredigheid van een eventuele avondklok, en over de omstandigheden waaronder een avondklok gerechtvaardigd is, is ingegaan in het algemene deel van deze toelichting. De grondslag van deze maatregel is gelegen in artikel 58j, eerste lid, onder f, Wpg in samenhang met artikel 58e, vijfde lid, Wpg.

In artikel 58j, eerste lid, onder f, Wpg is bepaald dat ‘onder openlucht niet wordt begrepen openlucht behorende bij een woning of een gedeelte daarvan of bij het woongedeelte van een voertuig of vaartuig’. Een wettelijke uitzondering wordt niet op regelingniveau herhaald, zij geldt uit zichzelf. Voor de duidelijkheid wordt hier opgemerkt dat de wetgever hiermee heeft gekozen voor een ruimere uitzondering dan voorheen het geval was, omdat zij niet is beperkt tot iemands eigen tuin et cetera.6

Erven van besloten plaatsen die geen woning zijn, zijn niet uitgesloten, en vallen dus onder de avondklok. Onder het vertoeven in de openlucht valt ook het zich bevinden in transportmiddelen (voer- en vaartuigen). De bedoeling van de avondklok is immers dat mensen in huis blijven. Daarbij past niet het zich verplaatsen met behulp van transportmiddelen zonder dat er sprake is van een uitzonderingsgrond als opgenomen in de artikelen 6a.2 en 6a.3. De avondklok geldt dus ook voor bijvoorbeeld verplaatsingen van een inpandige garage naar een andere inpandige garage. Een uitzondering op het verbod is overigens van toepassing op degene die zich in een stilstaand transportmiddel met slaapfunctie bevindt, zoals de privéruimtes van vrachtwagenchauffeurs en van schippers, en daadwerkelijk gebruikmaakt van die functie. Dit volgt uit de definiëring van openlucht in artikel 58j, eerste lid, onder f, Wpg.

Artikel 6a.1

Op grond van de door de gezaghebber afgekondigde noodverordening op 18 maart 2021 geldt reeds een avondklok.7 Deze avondklok geldt van 21.00 uur tot 04.00 uur. Omdat de Wpg een grondslag biedt om een avondklok in te stellen, wordt de avondklok opgenomen in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire, waarmee de avondklok zoals opgenomen in de noodverordening ingetrokken dient te worden. Gewoon recht biedt nu immers voldoende soelaas. In artikel 6.a1 is bepaald dat de gezaghebber de bevoegdheid heeft om plaatsen aan te wijzen waar een avondklok van 21.00 uur tot 04.00 uur geldt van 31 maart 2021 om 21.00 uur tot en met 21 april 2021 om 04.00 uur. Omdat een avondklok een ingrijpende maatregel is, waarbij het OLB zo snel mogelijk hoopt te kunnen versoepelen, is ook een optie opgenomen van een avondklok tussen 23.00 uur en 04.00 uur. Deze avondklok kan, zonder tussentijdse besluitvorming, niet langer gelden dan tot en met 21 april 2021.

Zodra de gezaghebber plaatsen heeft aangewezen waar een avondklok geldt, geldt die telkens van 21.00 of 23.00 uur tot de volgende dag 04.00 uur. Voor het tijdstip van 21.00 uur is gekozen om ruimte te bieden aan bijvoorbeeld sportactiviteiten in de vooravond. Veel sociale contacten vinden vaak daarna plaatsvinden. De verwachting is dat men er met deze ingangstijd sneller voor zal kiezen om niet bij anderen op bezoek te gaan. Eerder op de avond is niet wenselijk, aangezien dit zorgt voor extra drukte in openbaar vervoer en detailhandel, voor zover geopend, in het bijzonder in de supermarkten. Het eindtijdstip van 04.00 uur betekent onder meer dat vissers, werknemers in de bouw en bevoorraders van winkels in de meeste gevallen geen uitzondering nodig hebben. Ook bijvoorbeeld het wisselen van nacht-/dagploegen valt dan veelal buiten de avondklok.

Artikelen 6a.2, 6a.3 en 6a.4

Een avondklok is geen volledige lockdown gedurende een deel van een etmaal. Sommige werkzaamheden of activiteiten moeten nu eenmaal ook in de periode tussen 21.00 uur en 04.00 uur kunnen plaatsvinden. Een evident voorbeeld is de zorg. Maar ook in bijvoorbeeld de grond-, weg- en waterbouw wordt er ’s nachts gewerkt. Het noodzakelijke werk moet – binnen de grenzen die bijvoorbeeld bij of krachtens hoofdstuk Va Wpg zijn gesteld – gewoon doorgang kunnen vinden. Het kabinet roept niettemin op (het organiseren van) activiteiten en werkzaamheden gedurende de avondklok zoveel mogelijk te beperken. Het is van belang dat iedereen die gedurende de avondklok meent in de openlucht te moeten zijn, zich de vraag stelt of het per se gedurende die tijdspanne moet. Soms kan het niet anders, en daarvoor bestaan er uitzonderingen op de avondklok; deze worden hieronder toegelicht.

In bepaalde gevallen zal de aanwezigheid in de openlucht verklaard moeten kunnen worden door middel van een formulier, dat betrokkene op papier of digitaal bij zich zal moeten dragen.

Artikel 6a.2

In artikel 6a.2, onder a, is een enigszins breed geformuleerde uitzondering opgenomen, om recht te doen aan aantal onvoorzienbare situaties. Er is gekozen voor de aanduiding ‘noodsituatie’. Het gaat om een situatie waarin men plotseling om een dringende serieuze reden buiten moet zijn. Te denken valt aan dringende medische omstandigheden (spoedbevalling, ongeluk in de huiselijke sfeer), ernstige familieomstandigheden, pech onderweg of het ter plaatse moeten komen als sleutelhouder na een alarmmelding.

In artikel 6a.2, tweede lid, onder b, is een uitzondering opgenomen voor reizigers. Gaat het om een inkomende reis met een vliegtuig of schip, dan dienen reisbescheiden of andere bescheiden overgelegd te kunnen worden. Dat is geregeld in het artikel 6a.4, derde lid.

In onderdeel c wordt rekening gehouden met dak- en thuislozen. Indien een dak- of thuisloze in de openlucht wordt aangetroffen zonder andere reden dan dat hij geen onderdak heeft, moet hij niet beboet kunnen worden. Hij zal zo mogelijk worden doorverwezen naar een opvangadres.

In onderdeel d wordt rekening gehouden met een situatie (het uitlaten van een hond) die zich veelvuldig zal voordoen, en die daarom expliciet is uitgezonderd van de avondklok. Als een hond is aangelijnd, blijkt direct de reden van het buiten zijn. De restrictie ‘individueel’ moet tegengaan dat mensen als koppel of groep één hond gaan uitlaten om onder de avondklok uit te komen. Eén persoon kan uiteraard wel meer honden tegelijk uitlaten.

In onderdeel e wordt rekening gehouden met personen die onder begeleiding worden vervoerd, bijvoorbeeld na een aanhouding naar het politiebureau.

In onderdeel f wordt een aantal voorzienbare dringende redenen vermeld die een uitzondering zijn op de avondklok. Er moet sprake zijn van een ‘kennelijke noodzaak’, dus die noodzaak moet zo nodig aangetoond kunnen worden.

Bij ‘medische hulp aan zichzelf of een dier’ gaat het in deze categorie niet om onvoorziene spoedeisende hulp, maar wél om hulp die op korte termijn noodzakelijk is. Het voor eigen gemak buiten werktijd bezoeken van de tandarts valt niet onder de uitzonderingen op de avondklok. Maar als er bijvoorbeeld afspraken zijn gemaakt om in het kader van de epidemiebestrijding te worden ingeënt of om te worden getest, en dat zou gedurende de avondklok moeten gebeuren, dan kan dat doorgang vinden.

Ook bij ‘hulpverlening aan een hulpbehoevende persoon’ gaat het niet om spoedeisende hulp (ook dat valt onder een noodsituatie). Een voorbeeld van deze categorie is mantelzorg. Indien die noodzakelijk is, geldt er geen enkele belemmering om ook tijdens de avondklok deze zorg te verlenen. Voor dringende geestelijke zorg geldt hetzelfde. Louter sociaal contact, hoe belangrijk ook, valt daar niet onder; dat kan ook op andere tijden.

Ook voor een reis naar het buitenland is een uitzondering opgenomen. De toevoeging ‘het Europese deel van Nederland, Sint Eustatius of Saba’ is opgenomen omdat Europees Nederland, Sint Eustatius en Saba deel uitmaken van Nederland, en dus niet onder ‘buitenland’ vallen, maar wel een reis vergen. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat Aruba, Curaçao en Sint Maarten hier wel als buitenland worden beschouwd.

Ook degenen op wie een uitzondering van toepassing is, kunnen gecontroleerd worden, maar zij zullen niet beboet worden als zij afdoende kunnen aantonen dat hun aanwezigheid op die tijd op die plek noodzakelijk is. Het doel van de handhaving is niet strafrechtelijk op te treden, maar naleving van de avondklok te bevorderen.

Artikel 6a.3

In artikel 6a.3 gaat het om werkgerelateerde aanwezigheid. Niet al het werk zal zonder meer doorgang kunnen vinden. Het gaat om noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden. Werk dat verplaatsing in de openlucht vergt, maar uitstel verdraagt, zou buiten de uren van de avondklok moeten plaatsvinden. Van werkgevers wordt verwacht dat zij op een verantwoordelijke wijze verklaringen afgeven. Om de regeling werkbaar te houden, wordt niet gespecificeerd wie als werkgever kan optreden. Het hangt af van de structuur van het bedrijf wie degene is die bevoegd is om de werkgeversverklaring in te vullen. Dit betekent voor de uitzendbranche dat zowel een uitlener als een inlener die beschikt over de benodigde gegevens, de verklaring mag invullen. Uit de werkgeversverklaring blijkt primair dat de persoon aan wie die verklaring wordt verstrekt, werkzaam is voor dat bedrijf. Het formulier biedt daarnaast de mogelijkheid voor een nadere invulling van dagen en tijdstippen waarop (mogelijk) gewerkt moet worden. Het afgeven van de werkgeversverklaringen vormt een administratieve last voor werkgevers, maar om deze niet onnodig zwaar te maken, kunnen werkgevers volstaan met het eenmalig afgeven van deze verklaring. Anders dan in Europees Nederland, moeten ook een politieambtenaar, opsporingsambtenaar, brandweermedewerker, ambulancemedewerker en degene die taxivervoer verzorgt, een werkgeversverklaring kunnen tonen.

In artikel 6a.4, tweede lid, is nader bepaald dat ook een zzp’er de werkgeversverklaring kan gebruiken.

Als het formulier bewust onjuist wordt ingevuld, is sprake van valsheid in geschrift (artikel 230 van het Wetboek van Strafrecht BES).

Artikel 6a.4

In het eerste lid wordt het formulier dat moet worden gebruikt in het kader van de avondklok, vastgesteld. Dit wordt geplaatst op bonairecrisis.com en kan worden geprint of gedownload. Ook zullen op publieke plaatsten formulieren voorhanden zijn.

In het tweede lid is bepaald dat ook een zzp’er de werkgeversverklaring kan gebruiken. Hij moet deze invullen om te kunnen aantonen dat hij dringend voor zijn werk op straat moet zijn. Te denken valt aan een loodgieter die normaliter wellicht geregeld ook ’s avonds werkt; onder de avondklok zou dat beperkt moeten blijven tot noodzakelijk werk, dat geen uitstel verdraagt, zoals een gesprongen waterleiding.

Het derde lid formuleert de voorwaarden waaronder men in verband met een reis niet onder de avondklok valt.

Onderdeel G

Onderdeel G voegt twee bijlagen toe aan de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire. Het betreft in beide bijlagen de werkgeversverklaring.

Het formulier in bijlage 1 bevat niet de tijden waarop de avondklok geldt, omdat zowel de mogelijkheid is opgenomen voor het instellen van een avondklok die start om 21.00 uur, als om 23.00 uur. Voor de reeds geldende avondklok op grond van de door de gezaghebber afgekondigde noodverordening, wordt al gewerkt met een werkgeversverklaring waarop de tijden waarbinnen de avondklok geldt, zijn aangegeven (21.00 uur tot 04.00 uur). Om te voorkomen dat de werkgeversverklaring met daarop de tijden van de avondklok ongeldig wordt, wordt ook dat formulier als bijlage bij de regeling vastgesteld (bijlage 2). Hierdoor zijn zowel het oude als het nieuwe model geldig.

Artikelen IV en V

In de praktijk blijkt dat er ook reizigers zijn die een antigeentest doen waarop ze positief testen, in plaats van een NAAT-test. Deze reizigers konden nog geen gebruik maken van de uitzondering voor langdurig positieven. Dat wordt met deze wijziging rechtgezet in de regelingen van Sint Eustatius en Saba.

Artikel VI Inwerkingtreding

Deze ministeriële regeling moet op grond van artikel 58c, tweede lid, Wpg binnen twee dagen nadat zij is vastgesteld aan beide Kamers der Staten-Generaal worden overgelegd. Dit gebeurt feitelijk op dezelfde dag waarop deze regeling is vastgesteld, 23 maart 2021. De regeling treedt ingevolge artikel 58c, tweede lid, Wpg niet eerder in werking dan een week na deze overlegging en vervalt als de Tweede Kamer binnen die termijn besluit niet in te stemmen met de regeling. Gelet op het belang van de volksgezondheid is het de bedoeling dat de regeling op 30 maart 2021 in de Staatscourant wordt gepubliceerd en dan de dag daarna, 31 maart 2021 (00.00 uur en wat betreft de regels over de avondklok het tijdstip waarop de avondklok die dag ingaat) in werking zal treden. Hierbij wordt afgeweken van de zogeheten vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn van drie maanden.8 Bij enkele bepalingen die zijn gebaseerd op artikel 58j, eerste lid, onder f, Wpg is het inwerkingtredingstijdstip iets anders in verband met het bepaalde in artikel 58c, zevende lid, Wpg.

Op grond van artikel 8.1 Trm vervalt die regeling op het tijdstip waarop hoofdstuk Va Wpg vervalt. Het gaat hier om een uiterste vervaldatum. Als de noodzaak al eerder ontvalt aan deze regeling of onderdelen ervan, zal de regeling eerder worden ingetrokken of aangepast. In artikel 58c, zesde lid, Wpg is immers geëxpliciteerd dat maatregelen zo spoedig mogelijk worden gewijzigd of ingetrokken als deze niet langer noodzakelijk zijn.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge


X Noot
3

Vgl. Kamerstukken II 2019/20, 35 526, nr. 3, artikelsgewijze toelichting op artikel X.

X Noot
4

Field, M., Wiers, R.W., Christiansen, P. Fillmore, M.T. & Verster, J.C. (2010). Acute alcohol effects on inhibitory control and implicit cognition. Alcohol and Clinical Experimental Research 34, 1346-1352.

X Noot
5

Kuypers, K.P.C., Verkes, R.J., van den Brink, W., van Amsterdam, J.G.C. & Ramaekers, J.G. (2018). Intoxicated aggression: do alcohol and stimulant cause dose-related aggression? A review. European Neuropsychopharmacology, 1–34.

X Noot
6

Vgl. artikel 7, tweede lid, van de Noodverordening COVID-19 Bonaire van 18 maart 2021.

X Noot
8

Vgl. Kamerstukken II 2019/20, 35 526, nr. 3, artikelsgewijze toelichting op artikel X.