Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RotterdamStaatscourant 2020, 66834Overig



(Deel)subsidieplafonds EFRO Operationeel Programma West-Nederland 2014-2020

Logo Rotterdam

(Deel)subsidieplafonds EFRO Operationeel Programma West-Nederland 2014-2020

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, handelend in hoedanigheid van Managementautoriteit van het Operationeel Programma West Nederland 2014-2020,

Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Awb en de artikelen 5.2.2 , 5.2.5 en 5.2.7 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, maakt binnen de totaal voor de uitvoering van het Operationeel Programma EFRO 2014 – 2020 West-Nederland voor projecten beschikbare EFRO-bijdrage van € 182.253.175 het volgende (deel)subsidieplafond bekend:

Prioritaire as 1 van het operationeel programma Kansen voor West II 2014-2020: Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie:

 

  • 1.

    Voor prioritaire as 1 van het operationeel programma Kansen voor West II 2014-2020: Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie een bedrag van € 1.470.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1: “Valorisatie, vergroten aandeel innovatieve producten en diensten” van het programmadeel West-Regio die passen binnen het vigerende regionale beleid van Flevoland en meer specifiek het Innovatieprogramma voor de Boerderij van de Toekomst.

 

Dit deelplafond is een afgeleide van het komen tot een economisch evenwichtig programma.

 

Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 1, geldt:

  • a.

    Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 4 januari 2021, vanaf 09.00 uur.

  • b.

    De beschikbaar gestelde middelen zijn uitsluitend bedoeld voor aanvragen die gericht zijn op de ontwikkeling van kringlooplandbouw, passend binnen het Innovatieprogramma voor de Boerderij van de Toekomst, en die voldoen aan de voorwaarden gesteld in deze openstelling.

  • c.

    In afwijking van artikel 1.5, eerste lid van de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland, versie 5 bedraagt de subsidie niet maximaal 40% van de totale subsidiabele kosten, maar maximaal 90% voor haalbaarheidsvouchers, maximaal 100% voor R&D-vouchers en maximaal 100% voor pilotvouchers;

  • d.

    Subsidies worden verdeeld op volgorde van ontvangst van complete aanvragen en op basis van beoordeling van de aanvraag, met inachtneming van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en in afwijking, dan wel aanvulling op de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland, versie 5, de navolgende bepalingen omtrent de wijze van verdeling:

  • i.

    Eerst wordt beoordeeld of de binnengekomen aanvragen compleet zijn. Indien de aanvraag niet compleet is, dan wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt hem een termijn geboden om dit gebrek te herstellen. Met betrekking tot de verdeling geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de complete aanvraag binnenkomt. De onderlinge rangschikking van complete aanvragen die op één dag door de Managementautoriteit zijn ontvangen, wordt vastgesteld door middel van loting.

  • ii.

    Op volgorde van deze aldus vastgestelde rangschikking worden de aanvragen vervolgens beoordeeld. In afwijking van artikel 2.1 eerste lid, van Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland versie 5, vindt beoordeling niet plaats op basis van de aldaar genoemde beoordelingscriteria. Beoordeling vindt plaats op basis van de criteria genoemd onder 6 van het Innovatieprogramma voor de Boerderij van de Toekomst Kansen voor West.

  • iii.

    In afwijking van artikel 2.1 lid 3, van Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland versie 5, wordt geen advies bij de deskundigencommissie ingewonnen, maar worden aanvragen door een apart samengestelde beoordelingsgroep op de inhoud beoordeeld.

  • iv.

    Indien de beoordeling van een aanvraag leidt tot een subsidieweigering, wordt de naastvolgende subsidieaanvraag in behandeling genomen.

  • v.

    De subsidieaanvraag, waarvoor geldt dat integrale inwilliging daarvan zou leiden tot overschrijding van het desbetreffende plafond, kan gedeeltelijk worden ingewilligd en wel tot het bedrag dat onder het desbetreffende subsidieplafond nog maximaal beschikbaar is, tenzij van de Managementautoriteit in redelijkheid niet gevergd kan worden dat daartoe wordt overgegaan. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het resterende bedrag zo beperkt is dat niet verwacht kan worden dat de aanvrager zijn project met die middelen kan uitvoeren. De Managementautoriteit treedt daarover in overleg met de subsidieaanvrager. Indien de subsidieaanvraag wordt ingewilligd, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de desbetreffende subsidieaanvrager genoegzaam aantoont dat de activiteit ook met de lager verleende subsidie kan worden verricht. Daartoe zal de Managementautoriteit pas overgaan op het moment dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de subsidieaanvrager daartoe in staat zal zijn.

  • vi.

    Volgend de mogelijkheid van artikel 5.2.5 lid 3 van Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies worden projecten niet afgewezen op grond van het criterium van een minimaal bedrag van € 200.000 aan totaal subsidiabele kosten voor zover het aanvragen van het MKB betreft.

Toelichting:

Op 25 maart 2015 is het totale EFRO-subsidieplafond voor de uitvoering van projecten in het kader van het Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland ad. € 182.253.175 bekend gemaakt. Daarbij is aangegeven dat deelplafonds gefaseerd vastgesteld, opengesteld en bekend gemaakt worden. Het onderhavige besluit heeft betrekking op een dergelijk deelplafond.

Bijzondere eisen per subsidieplafond

In Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland is bepaald dat de Managementautoriteit gelijktijdig met het vaststellen en bekend maken van een subsidieplafond kan bepalen dat, van hetgeen in de Beleidsregel is opgenomen, wordt afgeweken en/of dat er voor aanvragen die worden ingediend onder het desbetreffende subsidieplafond aanvullende eisen gelden. Dat is in het onderhavige besluit gebeurd, en in de annex verder uitgewerkt.

Annex: aanvullende bepalingen openstelling Innovatieprogramma voor de Boerderij van de Toekomst Kansen voor West

overwegende:

  • -

    De Nederlandse land- en tuinbouw is wereldwijd toonaangevend. Het is de ambitie deze positie te behouden, ook in de toekomst. Tegelijkertijd staat Nederland voor een aantal grote maatschappelijke uitdagingen. Zo dreigt onze bodem, de belangrijkste hulpbron voor de boer, uitgeput te raken, hebben we te maken met een verlies aan biodiversiteit en heeft Nederland zich gecommitteerd aan het klimaatakkoord. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, is een transitie nodig, een transitie naar kringlooplandbouw.

  • -

    De Boerderij van de Toekomst (BvdT) is een initiatief van het ministerie van LNV, Stichting Wageningen Research en provincie Flevoland. De BvdT is een inspirerend voorbeeld voor de kringlooplandbouw en is gevestigd in Flevoland, een provincie die historisch verbonden is aan, en toonaangevend wat betreft vernieuwingen in de landbouw.

  • -

    De BvdT laat kringlooplandbouw zien zoals die in staat is om in harmonie met mens, maatschappij, natuur en landschap te functioneren en die de boer een gezond inkomen biedt gericht op langdurige continuïteit. De BvdT stelt zich doelen op het gebied van herstel van natuurlijke hulpbronnen zoals bodem, water en functionele biodiversiteit. De manier van landbouwbedrijven is klimaatrobuust, met een minimaal gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en minimaal gebruik van kunstmest en in plaats daarvan maximaal gebruik van circulaire stromen. De BvdT moet ook kunnen functioneren op basis van duurzame energie zonder gebruik te maken van fossiele energiebronnen.

  • -

    Om deze doelen te bereiken ontwikkelt de BvdT een innovatieprogramma met bijbehorende roadmap met 5 innovatiethema’s: 1) agro-ecologie, 2) data en technologie, 3) energieproductie, -opslag en -gebruik, 4) circulariteit en reststromen, 5) transitiemanagement. De BvdT biedt R&D-capaciteit, een Fieldlab, Kraamkamer voor onderzoek en een platform voor dialoog en kennisuitwisseling die ten dienste staan aan de ontwikkeling van kringlooplandbouw in Flevoland. Doel van de deze openstelling is de realisatie van meerdere innovatieprojecten eind 2023 die de relatie tussen BvdT en het regionaal bedrijfsleven versterken en waarmee landbouwondernemingen in Flevoland een substantiële stap kunnen zetten richting kringlooplandbouw;

 

is voor het bedrijfsleven en andere organisaties dit deelplafond geopend, waarmee wordt gestimuleerd dat het bedrijfsleven innovaties ontwikkelt die bijdragen aan de genoemde BvdT-roadmap en daarbij gebruik willen maken van de expertise en faciliteiten van de BvdT.

1 Definities en afkortingen

  • 1.1.

    Stichting Wageningen Research (WR): onderzoeksinstituut Wageningen Plant Research (“WR”), gevestigd aan Droevendaalsesteeg 1, te Wageningen, Nederland.

  • 1.2.

    Boerderij van de Toekomst (BvdT): een onderdeel van WR, bestaande uit een FieldLab van 25 ha gevestigd in Lelystad, waar op semi-praktijkschaal innovaties getoetst kunnen worden (TRL7-9), een kraamkamer waarin innovaties die in het begin van hun ontwikkeling getest en verbeterd kunnen worden (TRL4-6) en laboratorium- en kasfaciliteiten waarin concepten (TRL1-3) ontwikkeld kunnen worden. Deze faciliteiten vormen samen met de experts van Stichting Wageningen Research de BvdT.

  •  

  • 1.3.

    Kringlooplandbouw: een vorm van landbouw gebaseerd op agroecologische-principes met een landschappelijk inbedding in ecologische structuren en verbinding met natuurgebieden. Hoogwaardige technologie, datamanagement en robotica ondersteunen en versterken de agroecologische-principes. Hergebruik van restromen wordt in kringlooplandbouw gemaximaliseerd, waarbij de kringloop van stoffen zoveel mogelijk gesloten wordt. Ook energievoorziening is zoveel mogelijk gebaseerd op eigen productie van duurzame energie.

  • 1.4.

    Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent.

  •  

2 Doelgroep en doel

2.1 Een voucher wordt slechts verstrekt indien de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a.

    de aanvrager is een onderneming die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie

  • b.

    de projectactiviteiten van de aanvrager dragen bij aan de realisatie van de roadmap van de BvdT in de provincie Flevoland.

2.2 Een haalbaarheidsvoucher: wordt door de aanvrager gebruikt als financiële ondersteuning voor de inzet van experts en het gebruik van faciliteiten van de BvdT om de technische en economische haalbaarheid van een innovatie-idee te toetsen.

2.3 Een R&D-voucher: wordt door de aanvrager gebruikt als financiële ondersteuning voor de externe kosten die de aanvrager maakt om een prototype te ontwikkelen en te testen in lab- en praktijkomgeving.

2.4 Een pilotvoucher: wordt door de aanvrager gebruikt als financiële ondersteuning voor de inzet van experts en het gebruik van faciliteiten van BvdT om een innovatie in de praktijk te testen en valideren.

2.5 Vouchers kunnen slechts gebruikt worden door ondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

2.6 Een onderneming kan gedurende de looptijd van de openstelling maximaal eenmaal in aanmerking komen voor iedere voucher.

3 Procedure

3.1 Aanvragen kunnen met ingang van 4 januari 2021, digitaal worden ingediend via www.efro-webportal.nl.

3.2 Voor de R&D- en pilotvouchers geldt een getrapte aanvraagprocedure, waarbij eerst een projectidee moet worden voorgelegd aan de BvdT. Bij positief advies kan de aanvrager vervolgens de formele aanvraag indienen.

3.3 Bij elke aanvraag worden de volgende bescheiden ingediend;

  • a.

    een recente door aanvrager en WR ondertekende offerte van de WR, een projectplan en een projectbegroting;

  • b.

    een door de onderneming getekende geïntegreerde verklaring deminimis/geen financiele moeilijkheden, te vinden op https://www.kansenvoorwest2.nl/nl/documenten/

3.4 Aanvragen mogen worden ingediend door een intermediair mits deze door de onderneming is gemachtigd. Bij de aanvraag wordt een machtigingsformulier bijgevoegd.

4 Steunintensiteit

4.1 Dit deelplafond bedraagt € 1.470.000 (zegge: één miljoen vier honderd zeventig duizend euro), dat in de vorm van subsidies, aan de in dit deelplafond beschreven doelgroep, kan worden verstrekt in overeenstemming met deze openstelling.

4.2 Een haalbaarheidsvoucher bedraagt ten hoogste 90% van de door WR gefactureerde kosten, exclusief BTW, met een maximumbedrag van € 10.000 (zegge: tienduizend euro).

4.3 Een R&D-voucher bedraagt 100% van de door WR gefactureerde kosten vergoedt, exclusief BTW, met een maximumbedrag van € 75.000 (zegge: vijfenzeventigduizend euro), en ten hoogste 50% van de externe kosten van de aanvrager, exclusief BTW, met een maximumbedrag van € 25.000 (zegge: vijfentwintigduizend euro).

4.4 Een pilotvoucher bedraagt 100% van de door WR gefactureerde kosten, exclusief BTW, met een maximumbedrag van € 25.000 (zegge: vijfentwintigduizend euro).

5. Subsidiabele kosten en betaling

5.1 Voor de vouchers komen slechts kosten voor subsidie in aanmerking, waarvoor een factuur van de WR met betaalbewijs wordt overlegd. Voor de R&D-vouchers komen bovendien externe kosten in aanmerking die door de aanvrager zelf worden gemaakt om een prototype te ontwikkelen en testen en waarvoor een factuur met betaalbewijs wordt overlegd.

5.2 Bij het verzoek om vaststelling wordt in een vormvrije rapportage (1 A4), die door de aanvrager is ondertekend, minimaal beschreven:

  • a.

    Welke werkzaamheden uitgevoerd zijn en wanneer;

  • b.

    Resultaten van de werkzaamheden.

5.3 Kosten die worden gemaakt ten behoeve van het indienen van de aanvraag en het indienen van het verzoek tot vaststelling zijn niet subsidiabel.

5.4 Op basis van de verleningsbeschikking aan de onderneming zal de Managementautoriteit een voorschot van 50% van de Kansen voor West-bijdrage verstrekken.

6 Beoordelingsprocedure en toewijzing

6.1 In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, van Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland, versie 5 worden aanvragen niet getoetst aan deze beoordelingscriteria. Beoordeling vindt plaats op basis van de criteria vormgegeven in deze openstelling onder 6.4.

6.2 In afwijking van artikel 2.1, derde lid van Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland, versie 5 wordt geen advies bij de Deskundigencommissie ingewonnen, maar worden aanvragen door een apart samengestelde beoordelingsgroep op de inhoud beoordeeld.

6.3 Overeenkomstig artikel 5.2.5, derde lid, aanhef en onderdeel a van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies worden projecten, aangevraagd door een onderneming uit het Mkb, niet afgewezen indien de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 200.000.

6.4 De Managementautoriteit beoordeelt elke ingediende aanvraag op compleetheid. Complete aanvragen worden ter advisering aan de beoordelingsgroep voorgelegd. Op vaste beoordelingsmomenten beoordelen zij of de aanvragen passen binnen de inhoudelijke kaders van deze openstelling op basis van de volgende beoordelingscriteria:

  • -

    de mate waarin de beoogde innovatie bijdraagt aan de transitie naar kringlooplandbouw en in het bijzonder de roadmap van de BvdT in de provincie Flevoland, waarbij gestreefd wordt naar evenwichtige verdeling van de vouchers over de thema's van de roadmap en maximale betrokkenheid van het regionale bedrijfsleven

  • -

    de mate van innovativiteit

  • -

    de geloofwaardigheid van het innovatie-idee (voor haalbaarheidsvouchers) resp. de technische en economische haalbaarheid van de innovatie (voor R&D- en pilotvouchers)

  • -

    de kwaliteit van de aanvraag en de mate waarin deze past in de planning en capaciteit van de faciliteiten en experts van de BvdT.

6.5 De Managementautoriteit verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 5.2.7 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.

7 Aanvang- en realisatietermijn

7.1 Het project, waarvoor de voucher is verstrekt, wordt binnen 22 maanden na de datum verleningsbeschikking uitgevoerd en betaald, of voor 1 oktober 2023.

7.2 Verzoek tot vaststelling wordt ontvangen uiterlijk 24 maanden na de datum van de verleningsbeschikking of voor 1 december 2023.

8 Overige bepalingen

8.1 Deze openstelling vervalt op 30 juni 2023 of zoveel eerder als het (deel) subsidieplafond is bereikt met dien verstande dat vanaf die datum geen aanvragen meer kunnen worden ingediend.

Rotterdam, 15 december 2020

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, in de hoedanigheid van Managementautoriteit van het Operationeel Programma Kansen voor West II,

Namens deze,

Wethouder Economie, wijken en kleine kernen

B.C. Kathmann