Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Mondriaan FondsStaatscourant 2020, 62364Besluiten van algemene strekking

Deelregeling Erfgoed Innovatie

Het bestuur van het Mondriaan Fonds,

Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Artikel 1 Doel

Het Mondriaan Fonds kan op grond van deze regeling subsidies verstrekken aan musea en collectiebeherende erfgoedinstellingen om vernieuwende trajecten in te zetten die leiden tot transitie waaronder vormen zoals onderzoek, nieuwe programmeringen, bijzondere thematische samenwerkingen en herinrichtingen, die relevant zijn voor de maatschappij.

Artikel 2 Doelgroep

Een bijdrage kan worden verstrekt aan Nederlandse musea en andere collectiebeherende erfgoedinstellingen met een publieksfunctie die vooral gericht zijn op het presenteren van cultureel erfgoed en/of beeldende kunst.

Artikel 3 Subsidiesoorten

Een bijdrage kan worden verstrekt in de vorm van:

  • a. Een bijdrage aan de realisering van het traject;

  • b. Een bijdrage voor initiatieven voor bijzondere en duurzame thematische samenwerking van musea onderling al dan niet met andere maatschappelijke partners, die voorbeeldstellend en navolgbaar door anderen zijn;

  • c. Een bijdrage voor de ontwikkelfase van een visie en concept voor het traject of de thematische samenwerking.

Artikel 4 Hoogte bijdrage

  • 1. De hoogte van de bijdrage wordt per aanvraag vastgesteld.

  • 2. De bijdrage voor een traject zoals bedoeld in artikel 3 onder a of een bijzondere thematische samenwerking zoals bedoeld in artikel 3 onder b bestaat uit een percentage van de flexibele projectkosten. In de toelichting bij het aanvraagformulier wordt dit percentage bekend gemaakt.

  • 3. De bijdrage voor een ontwikkelfase zoals bedoeld in artikel 3 onder c bestaat uit een percentage van de kosten. De maximale bijdrage en dit percentage worden in de toelichting bij het aanvraagformulier bekend gemaakt.

Artikel 5 Weigeringsgronden

  • 1. Het bestuur kan subsidie weigeren als de aanvrager een organisatie met winstoogmerk is.

  • 2. Uitgesloten van subsidiering zijn:

    • a. trajecten waarvan de flexibele kosten een minimumbedrag niet overstijgen. Dit bedrag wordt in de toelichting bij het aanvraagformulier bekend gemaakt;

    • b. een bijdrage in de kosten van vaste lasten;

    • c. activiteiten waarvan de resultaten grotendeels of geheel aan de aanvrager ten goede komen, zoals projecten op het gebied van bouwkundige voorzieningen.

  • 3. Geen bijdrage wordt toegekend aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.

Artikel 6 Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling(en), een omschrijving van de collectie en een omschrijving van de activiteiten van de instelling(en) in de afgelopen drie jaar, inclusief doelstellingen, doelgroepen, functie in de regio, samenwerkingen en publieksbereik;

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • a. een motivering en een beschrijving van het traject, de samenwerking of het ontwikkelingsplan;

    • b. indien van toepassing een presentatieplan, inclusief een communicatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend ook een breder publiek wordt bereikt, waarin rekenschap gegeven wordt hoe de beleving rond het programma aan kan sluiten bij nieuwe doelgroepen;

    • c. een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale, nationale en internationale context;

    • d. Indien de aanvraag een thematische samenwerking, zoals bedoeld in artikel 3 onder b, betreft moet de aanvraag voorzien zijn van een toelichting hoe de opgedane kennis en ervaring worden geborgd en gedeeld met het museale veld;

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 7 Beoordeling

  • 1. Bij de beoordeling van een aanvraag geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor de ontwikkeling, vernieuwing en het denken over het cultureel erfgoed of de hedendaagse beeldende kunst en de presentatie ervan.

    Daarbij beoordeelt het:

    • a. visie, missie, profiel;

    • b. kwaliteit en belang van activiteiten uit het recente verleden;

    • c. kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

    • d. innovatieve kwaliteiten;

    • e. publieksbereik;

    • f. (inter)nationale en lokale inbedding;

    • g. Indien de aanvraag een thematische samenwerking, zoals bedoeld in artikel 3 onder b, betreft de meerwaarde voor het museale veld.

  • 2. Indien de adviescommissie de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, brengt zij een negatief advies uit over de aanvraag.

  • 3. Indien de adviescommissie de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten van voldoende belang acht, brengt zij een positief advies uit over de aanvraag.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 9 Overig

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 2021, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2021.

Artikel 11 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Erfgoed Innovatie

Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

De stichting Mondriaan Fonds, E. van der Lingen directeur-bestuurder

TOELICHTING BIJ DEELREGELING ERFGOED INNOVATIE

Inleiding

Met deze deelregeling worden, gelet op artikel 10 vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de voorschriften vastgelegd voor de verstrekking door het Mondriaan Fonds voor subsidies voor trajecten of programma’s van musea en andere erfgoedinstellingen die collecties beheren.

Het Algemeen Reglement 2021 van het Mondriaan Fonds is van toepassing, onder andere de definities, een aantal weigeringsgronden, de codes en bepalingen over de verslaglegging.

Het Mondriaan Fonds wil met deze deelregeling bijdragen aan een gezond en flexibel landelijk circuit waarin erfgoedinstellingen trajecten kunnen ontwikkelen waardoor nieuwe inzichten worden geboren, nieuwe visies getest en nieuwe verbanden worden gelegd, die kunnen leiden tot nieuwe presentatievormen of herinrichtingen binnen en buiten de erfgoedinstellingen.

Deze trajecten zijn noodzakelijk voor de dynamiek maar ook voor de relatie met een breed en divers publiek. De bijdrage kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor onderzoek naar nieuwe manieren van behoud van hedendaagse kunst, of over welke verhalen er met de collectie kunnen worden verteld. Een collectie is, ook als deze qua samenstelling niet verandert nooit statisch, maar afhankelijk van de wijze waarop deze wordt beschouwd en gepresenteerd. Ook kan worden aangevraagd voor bijzondere en duurzame thematische samenwerking van musea onderling of met andere maatschappelijke partijen, bijvoorbeeld op het gebied van wetenschap, publieksbereik (het bereiken van een nieuw publiek) of collectiebeleid. De resultaten hiervan moeten deelbaar zijn met het museale veld en leiden uiteindelijk tot een sterkere museale sector.

Ad artikel 1 Doelstelling

In dit artikel is de doestelling van deze regeling geformuleerd. Deze moet gelezen worden in samenhang met de inleiding van de toelichting op deze regeling.

Ad artikel 2 Doelgroep

In dit artikel wordt de doelgroep beschreven. Niet alleen musea, maar ook bijvoorbeeld archieven met een publieksfunctie kunnen aanvragen. Conform de definitie uit het Algemeen Reglement 2021 wordt onder Nederland verstaan, het Koninkrijk der Nederlanden bestaande uit Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten inclusief de bijzondere gemeentes Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Ad artikel 3 Subsidiesoorten

In dit artikel zijn de drie subsidiemogelijkheden binnen deze regeling omschreven.

Ad artikel 4 Hoogte bijdrage

De deelregeling kent jaarlijkse aanvraagronden. Omdat de toe te kennen percentages kunnen variëren, zijn deze niet in de regeling opgenomen. In 2021 zal de maximale bijdrage voor een traject 40 procent van de flexibele kosten bedragen.

Voor de ontwikkelfase (haalbaarheidsonderzoek) geldt in 2021 een maximaal percentage van 70 procent. De maximale bijdrage hiervoor is in 2021 15.000 euro.

Ad artikel 5 Weigeringsgronden

In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen. Het in artikel 5, tweede lid onder a genoemde minimumbedrag bedraagt in 2021 25.000 euro.

Ad artikel 6 Aanvraag

In dit artikel wordt beschreven op basis van welke stukken de aanvraag wordt beoordeeld.

Ad artikel 7 Beoordelingscriteria

Alle aanvragen die op tijd zijn ingediend, compleet zijn en aan alle voorwaarden voldoen worden voorgelegd aan de adviescommissie. De Commissie hanteert een inclusief kwaliteitsbegrip waarbij rekening wordt gehouden met de eigen context waarbinnen elke aanvraag is ingediend of uitgevoerd. De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van onderstaande criteria in onderlinge samenhang:

  • a. visie, missie, profiel:

    de adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de inhoudelijke uitgangspunten en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in de activiteiten. Welke doelen worden in de missie verwoord en hoe wordt getracht die doelen te bereiken? Op welke wijze krijgen visie, missie en profiel gestalte in de activiteiten en samenwerkingen?;

  • b. kwaliteit en belang van activiteiten uit het recente verleden:

    de adviescommissie beoordeelt de rol, positie en de werkwijze van de instelling in het recente verleden en de manier waarop deze zich verhouden tot de actuele context in brede zin, maar met name binnen het cultureel erfgoed;

  • c. kwaliteit van de activiteiten uit het plan:

    de adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de inhoudelijke uitgangspunten van de instelling en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in het plan. Is dit op een overtuigende manier voorbeeldstellend, onderscheidend of om een andere reden bijzonder?;

  • d. innovatieve kwaliteiten:

    de adviescommissie beoordeelt hoe het programma zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de maatschappij. Draagt het bij aan (artistiek) inhoudelijke ontwikkeling en vernieuwing?;

  • e. publieksbereik:

    de adviescommissie beoordeelt de manier waarop de instelling naar buiten treedt en de wijze waarop naast een passend publiek een nieuw en breder publiek wordt bereikt;

  • f. (inter)nationale en lokale inbedding:

    de adviescommissie beoordeelt wat het programma bijdraagt aan de aanwezige culturele infrastructuur en wat relevant is voor het publiek waartoe het zich gaat verhouden;

  • g. de meerwaarde voor het museale veld (indien van toepassing).

    Als de aanvraag een thematische samenwerking betreft zoals bedoeld in artikel 3 onder b beoordeelt de commissie of de samenwerking een duurzaam resultaat oplevert en de opgedane kennis ten goede komt aan het museale veld, zodat deze kennis duurzaam geborgd wordt.

In alle gevallen beoordeelt de commissie of het plan bijdraagt aan een kwalitatief sterk aanbod. Zij hanteert daarbij een inclusief kwaliteitsbegrip waarbij rekening wordt gehouden met de eigen context waarbinnen elke aanvraag is ingediend of uitgevoerd.

Bij de beoordeling wordt gekeken naar de uitleg en toepassing van de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie. Deze codes raken het functioneren van de hele organisatie en meerdere van de hierboven genoemde beoordelingscriteria.

Ad artikel 8 Hardheidsclausule

In deze paragraaf is een hardheidsclausule opgenomen.

Ad artikel 9 Overig

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Ad artikel 10 Inwerkingtreding

In dit artikel is onder meer de ingangsdatum van de regeling bepaald.

Ad artikel 11 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Erfgoed Innovatie.