Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2020, 61180Convenanten

Convenant Rekenmeesterfunctie 2021–2025

DE ONDERGETEKENDEN:

  • 1. De Minister van Economische Zaken en Klimaat, Ir. E.D. Wiebes, namens deze mr. A.F. Gaastra, handelend als bestuursorgaan, hierna te noemen: “EZK”,

  • 2. Planbureau voor de Leefomgeving, onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door prof. dr. ir. J.T. Mommaas, hierna te noemen: “PBL”,

  • 3. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, drs. S. van Veldhoven-van der Meer, namens deze mr. ing. J.H. Dronkers, handelend als bestuursorgaan, hierna te noemen: “IenW”;

Hierna afzonderlijk te noemen “Partij” en gezamenlijk aan te duiden als: “Partijen”,

NEMEN HET VOLGENDE IN OVERWEGING:

  • a) Op 15 december 2017 hebben EZK, IenW en PBL het Convenant Rekenmeesterfunctie 2018–2020 ondertekend.

  • b) In het Convenant Rekenmeesterfunctie 2018-2020 en de daaraan voorafgaande Intentieverklaring Rekenmeesterfunctie is onder meer uiteengezet welke taken de Rekenmeesterfunctie behelst en op welke wijze PBL bij de uitvoering van die taken een samenwerking zal aangaan met TNO Energietransitie Studies voor wat betreft het gebruik van modellen en de uitvoering van ondersteunende taken. Tevens is overeengekomen dat er voor 1 september 2020 een evaluatie zal plaatsvinden.

  • c) In de eerste helft van 2020 is een externe evaluatie naar de Rekenmeesterfunctie en het Socio-economisch energieonderzoek uitgevoerd door KWINKgroep. Op grond van deze evaluatie is vastgesteld dat de beoogde doelen van de overdracht van de taken van ECN (Beleidsstudies) naar PBL en TNO op hoofdlijnen zijn bereikt:

    • De taken van de rekenmeesterfunctie worden naar tevredenheid vervuld en zijn gebaat bij de onafhankelijke positionering van PBL.

    • De samenwerking tussen PBL en TNO in het kader van de rekenmeesterfunctie en gezamenlijke projecten wordt als positief ervaren.

    Er is geen reden voor een fundamentele herziening.

  • d) PBL is een overheidsorganisatie die onderdeel is van IenW, en daarmee onder het gezagsbereik en de verantwoordelijkheid valt van de Staatssecretaris van IenW. PBL heeft echter een onafhankelijke wetenschappelijke positie. De ‘Aanwijzingen voor de Planbureaus’ maken duidelijk op welke wijze de onafhankelijkheid van het PBL moet worden geborgd. Ook volgt uit deze aanwijzingen hoe het werkprogramma van het PBL wordt vastgesteld en gefinancierd.

  • e) Ten aanzien van de technische, programmatische en personele samenwerking hebben PBL en TNO Energietransitie Studies een ‘Samenwerkingsovereenkomst PBL-TNO’ gesloten.

  • f) Ten aanzien van de onderlinge relatie en de financiering van de Rekenmeesterfunctie sluiten PBL (als kennisinstelling), IenW en EZK (als het op dit terrein voornaamste ministerie en financier van de Rekenmeesterfunctie) dit Convenant Rekenmeesterfunctie.

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:

1 Overeenstemming over (aanvullende) afspraken inzake de Rekenmeesterfunctie

Partijen verklaren overeenstemming te hebben bereikt over het volgende in het kader van de Rekenmeesterfunctie:

  • PBL voert als Rekenmeester in elk geval drie onderscheiden type taken uit:

    • Kerntaken rekenmeester energie- en klimaatbeleid (KEV, beleidsdoorrekeningen, inbreng (Europese en internationale) rapportages, modelontwikkeling- en onderhoud)

    • Beleidsondersteuning / kennis-aan-tafel

    • Ondersteuning SDE+ / ++

  • Het ondersteunend onderzoeksprogramma Rekenmeesterfunctie door TNO wordt met ingang van 2021 in omvang verminderd. PBL neemt de Klimaat- en Energieverkenning (KEV)-activiteiten van TNO over en de samenwerking rond de KEV wordt tot een minimum afgebouwd. De overdracht zal met de KEV 2023 worden afgerond. TNO zal vanaf 2024 niet langer partner zijn in het consortium van de KEV en niet langer onderdeel zijn van het proces van het KEV project. De ondersteuning door TNO van het analytisch werk ten behoeve van de SDE++ wordt gecontinueerd.

  • Als gevolg hiervan wordt het jaarlijkse subsidiebedrag van 2,85 miljoen euro dat EZK verstrekt voor de uitoefening van de Rekenmeesterfunctie per 1 januari 2021 als volgt verdeeld:

    • € 1,832 miljoen euro per jaar wordt via budgetoverheveling van EZK aan IenW beschikbaar gesteld ten behoeve van PBL. Dit onder voorbehoud van goedkeuring van de betreffende begrotingen door de Tweede Kamer; en

    • € 1,018 miljoen euro zal middels een door TNO aan te vragen subsidie voor 2021 aan hen worden verstrekt, ten behoeve van het uitvoeren van het aan de Rekenmeesterfunctie ondersteunend onderzoeksprogramma door TNO. Een en ander mits aan de toepasselijke subsidie- en steunkaders wordt voldaan en onder de voorwaarde dat PBL akkoord is met de inhoud van het betreffende programma.

    • Vanaf 2021 wordt het ondersteunend onderzoeksprogramma afgebouwd. TNO ontwikkelt in de jaren 2021 tot en met 2025 jaarlijks in overleg met PBL een onderzoeksprogramma met een omvang van 1,018 miljoen euro in 2021, 0,794 miljoen euro in 2022, 0,594 miljoen euro in 2023, en 0,508 miljoen euro in 2024 en 2025 (bedragen exclusief 8,5% BTW; prijspeil 2020).

  • De wijze van samenwerking tussen TNO en het PBL is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst PBL-TNO.

  • Gedurende de loop van het jaar en na afloop van elk jaar geeft het PBL aan EZK op hoofdlijnen inzicht in de mate van uitputting van de financiële middelen die verbonden zijn met de Rekenmeesterfunctie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kerntaken rekenmeester energie- en klimaatbeleid enerzijds en beleidsondersteuning en ondersteuning SDE+/++ anderzijds.

  • Gedurende de convenant periode wordt toegewerkt naar de situatie dat de kerntaken rekenmeester energie- en klimaatbeleid onderdeel worden van de basisfinanciering PBL. Voor de taken met betrekking tot beleidsondersteuning en ondersteuning SDE+/++ wordt de directe relatie met EZK gehandhaafd.

  • Voor 1 september 2025 dient een evaluatie van de afspraken in dit convenant plaats te vinden.

2 Invulling van de Rekenmeesterfunctie taak

  • PBL voert de taken die horen bij de Rekenmeesterfunctie uit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kerntaken rekenmeester energie- en klimaatbeleid enerzijds en beleidsondersteuning en ondersteuning SDE+/++ anderzijds. Deze laatste categorie kan ook aanvullende verzoeken vanuit EZK bevatten, een en ander voor zover passend binnen de criteria van de Aanwijzingen voor de Planbureaus en het vastgestelde budget van 2,85 miljoen euro per jaar. Mocht onverhoopt uitvoering niet of ten dele niet mogelijk lijken of resulteren in verminderde aandacht voor andere verzoeken van EZK, dan zal PBL vroegtijdig met EZK in overleg treden.

  • PBL zal besluiten betreffende organisatorische en financiële zaken die de Rekenmeesterfunctie betreffen, waaronder begrepen eventuele toekomstige wijzigingen in het werkprogramma, tijdig voorafgaand en alleen na overleg met EZK nemen.

  • De taken van de Rekenmeesterfunctie en de daarvoor in te zetten capaciteit worden opgenomen in het werkprogramma van PBL. Het jaarlijkse werkprogramma zal bij de totstandkoming ervan door PBL afgestemd worden met de verschillende ministeries, waarbij EZK nadrukkelijk zal letten op een goede invulling van de taken behorend bij de Rekenmeesterfunctie.

  • Buiten het werkprogramma om, maar binnen het kader van de Rekenmeesterfunctie en het vastgestelde budget van 2,8 miljoen euro per jaar, kunnen door EZK ad hoc-vragen gesteld worden. Bij het stellen van dergelijke ad hoc-vragen worden door PBL, in overleg met EZK, concrete uitvoeringstrajecten vastgesteld, conform de werkwijze bij het werkplan PBL. In het jaarlijkse werkprogramma wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de verwachte ad hoc-vragen. Ad hoc-vragen die gedurende het jaar opkomen zal EZK zo tijdig mogelijk adresseren en PBL zal zo flexibel mogelijk deze vragen in behandeling nemen. Daarbij zal PBL met EZK overleggen over de prioritering van de werkzaamheden binnen het kader van de Rekenmeesterfunctie indien er niet voldoende capaciteit beschikbaar is binnen de Rekenmeesterfunctie om de ad-hoc vragen te kunnen behandelen.

3 Onafhankelijkheid, communicatie en beleidsmatige verantwoordelijkheid EZK

  • Het is voor alle partijen van groot belang dat de onafhankelijke positie van PBL als uitvoerder van de Rekenmeesterfunctie, beleidsondersteuning en ondersteuning SDE+/++ wordt geborgd. Enerzijds geeft dat PBL de ruimte om onafhankelijk en op wetenschappelijk niveau zijn taken uit te kunnen voeren. Anderzijds borgt dit voor EZK een onafhankelijke uitkomst van onderzoeken.

  • In het kader van de verhoudingen die bestaan tussen EZK en PBL (en daarmee met IenW) gelden de volgende praktische ambtelijke en politieke afspraken:

    • Ministeriële woordvoering: wanneer inhoudelijke aspecten op ministerieel niveau aan de orde zijn, gaan IenW en EZK uit van eerste behandeling en woordvoering door het ministerie waaronder in overwegende mate de inhoudelijke taakverantwoordelijkheid valt;

    • Publicaties: PBL maakt de resultaten van zijn werkzaamheden binnen drie weken openbaar. Wanneer publicaties op verzoek van EZK tot stand zijn gekomen wordt het tijdstip van publicatie in goed overleg tussen PBL en EZK vastgesteld;

  • Klimaat- en Energieverkenning (KEV): conform artikel 6 van de Klimaatwet brengt PBL eenmaal per jaar een Klimaat- en Energieverkenning uit aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De Klimaat- en Energieverkenning is een wetenschappelijk rapport over de gevolgen van het gevoerde klimaatbeleid in het voorafgaande kalenderjaar en bevat in ieder geval:

    • de emissies van broeikasgassen;

    • de emissies van broeikasgassen per sector, en

    • de ontwikkelingen en maatregelen die invloed hebben gehad op de emissies van broeikasgassen.

  • Het opstellen en publiceren van de jaarlijkse KEV wordt uitgevoerd door het Consortium van PBL, TNO, RVO en CBS. De werkwijze van de adviesgroep KEV, met daarin o.a. EZK, IenW, PBL, CBS en RVO, wordt voortgezet.

  • Kwaliteit en transparantie: PBL werkt volgens goede basisstandaarden voor kwaliteit en transparantie. Een door IenW ingestelde en uit onafhankelijke leden bestaand begeleidingscollege is verantwoordelijk voor onder meer de wetenschappelijke kwaliteit van het werk van PBL, waaronder de zorg voor periodieke visitaties. PBL zal regelmatig tijdens het voortgangsoverleg met EZK in overleg gaan om specifieke zaken die samenhangen met de Rekenmeesterfunctie te betrekken bij de borging van kwaliteit en transparantie.

4. Verhouding Aanwijzingen voor de Planbureaus en dit convenant

Geen van de hierboven genoemde afspraken kan worden geïnterpreteerd op een wijze die in strijd is met de Aanwijzingen voor de Planbureaus.

5. Wijziging convenant

  • Elke partij kan de andere partij (partijen) schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen.

  • Partijen treden in overleg binnen 6 weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij (partijen) schriftelijk heeft medegedeeld.

  • De wijziging en de verklaring (verklaringen) tot instemming wordt (worden) in afschrift als bijlage aan het convenant gehecht.

6. Looptijd convenant en vervallen Convenant Rekenmeesterfunctie 2018–2020

  • Dit convenant treedt in werking op 1 januari 2021 en heeft een looptijd tot 31 december 2025, tenzij partijen tussentijds een verlenging van de looptijd overeen komen.

  • Partijen komen overeen dat het Convenant Rekenmeesterfunctie 2018–2020 per 31 december 2020 vervalt.

Aldus overeengekomen en in drievoud ondertekend teDen Haag

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze A.F. Gaastra

Het Planbureau voor de Leefomgeving vertegenwoordigd door J.T. Mommaas

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze J.H. Dronkers