Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2020, 58877Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 november 2020, nr. 2020-0000602571, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. college:

college van burgemeester en wethouders;

b. gemeenten:

gemeenten, genoemd in de bijlage bij artikel 2;

c. kwetsbare doelgroepen:

dak- en thuislozen, arbeidsmigranten en overige spoedzoekers;

d. minister:

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2. Specifieke uitkering

  • 1. De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de gemeenten voor het versneld realiseren van projecten die in de huisvesting van kwetsbare doelgroepen voorzien.

  • 2. De specifieke uitkering bedraagt de in de bijlage per gemeente opgenomen bedragen.

  • 3. De specifieke uitkering wordt in één keer en uiterlijk op 1 december 2020 uitbetaald.

  • 4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

  • 5. De gemeente besteedt de specifieke uitkering aan de in de bijlage voor die betreffende gemeente opgenomen projecten.

  • 6. De minister kan op verzoek van het college toestaan dat de specifieke uitkering wordt besteed aan het versneld realiseren van andere projecten dan de projecten genoemd in de bijlage bij artikel 2, voor zover die projecten tevens voorzien in het versneld realiseren van huisvesting van kwetsbare doelgroepen.

Artikel 3. Verplichtingen

  • 1. De gemeente besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2022 aan de projecten waarvoor deze is verstrekt.

  • 2. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, genoemd in het eerste lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

Artikel 4. Verantwoording, vaststelling en terugvordering

  • 1. Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

  • 2. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt.

  • 3. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

BIJLAGE BIJ ARTIKEL 2 VAN DE REGELING VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES VAN 6 NOVEMBER 2020, NR. 2020-0000602571, HOUDENDE VASTSTELLING VAN REGELS VOOR HET VERSTREKKEN VAN EEN EENMALIGE SPECIFIEKE UITKERING AAN GEMEENTEN TEN BEHOEVE VAN DE HUISVESTING VAN KWETSBARE DOELGROEPEN

De specifiek uitkering bedraagt voor de gemeente:

Aalsmeer: € 450.450, voor:

  • het project ‘Huisvesting arbeidsmigranten’;

Almelo: € 68.250, voor:

  • het project ‘Herstellen doe je in een huis’;

Altena: € 1.251.250, voor:

  • het project ‘Beatrixhaven’; en

  • het project ‘Kromme Nol’;

Amersfoort: € 154.700, voor:

  • het project ‘Watervlo en Huisjesslak’; en

  • het project ‘Gemengd wonen op de Smeeing-locatie’;

Amsterdam: € 2.320.500, voor:

  • het project ‘Westpoort/Generatorweg’;

  • het project ‘Atlantisplein’; en

  • het project ‘Hotel HVO Querido’

Apeldoorn: € 891.800, voor:

  • het project ‘Elburgerweg 53’; en

  • het project ‘SSF centrum Apeldoorn’;

Arnhem: € 1.820.000, voor:

  • het project ‘Spoorzone Arnhem Oost (inclusief Merwedetererrein en Presikhaaf 3)’;

Assen: € 360.815, voor:

  • het project ‘Housing first’;

  • het project ‘Noordermaat’; en

  • het project ‘Uitstroom GGZ/12 eenheden’;

Bloemendaal: € 273.000, voor:

  • het project ‘Flexwonen/statushouders’;

Bodegraven: € 91.000, voor:

  • het project ‘Huisvesting arbeidsmigranten’;

Breda: € 1.071.525, voor:

  • het project ‘Flexwoningen’; en

  • het project ‘Studio’s hoog complexe doelgroep’.

De Fryske Marren: € 94.640, voor:

  • het project ‘Project voor daklozen’;

Delft: € 295.750, voor:

  • het project ‘Flexwoningen en housing first’;

Den Haag: € 4.090.450, voor:

  • het project ‘Van Ostadestraat’;

  • het project ‘Rederijkerstraat’;

  • het project ‘Jaap Edenweg’;

  • het project ‘Cornelis van Zantenstraat’;

  • het project ‘Steenwijklaan’;

  • het project ‘Ketelstraat’;

  • het project ‘HWW panden’;

  • het project ‘Glenn Willerhof’;

  • het project ‘Zichtenburglaan’;

  • het project ‘Parnassia Landgoed Rosenburg’; en

  • het project ‘Waldorp Four’.

Den Helder: € 54.600, voor:

  • het project ‘Ankerwoningen’;

Doetinchem: € 154.700, voor:

  • het project ‘Housing First’;

Dordrecht: € 1.365.000, voor:

  • het project ‘Leerpark’;

Ede: € 1.001.000, voor:

  • het project ‘Transformatie garage’; en

  • het project ‘Transformatie warenhuis’;

Enschede: € 500.500, voor:

  • het project ‘Woonwagens’; en

  • het project ‘Tussenvoorziening en geclusterd wonen’;

Etten-Leur: € 91.000, voor:

  • het project ‘Spoedzoekers’;

Goes: € 54.600, voor:

  • het project ‘Verbouwen opvang’;

Gouda: € 910.000, voor:

  • het project ‘Winterdijk’; en

  • het project ‘Verbouwing leegstaand buurthuis’;

Groningen: € 509.600, voor:

  • het project ‘Skaeve husen’;

Haarlem: € 300.300, voor:

  • het project ‘Kampersingel’;

  • het project ‘Skaeve Huse’;

  • het project ‘Athenestraat’; en

  • het project ‘Domusplus’;

Haarlemmermeer: € 455.000, voor:

  • het project ‘Etta Palmstraat’;

Harderwijk: € 432.250, voor:

  • het project ‘Tiny houses’;

  • het project ‘De Harder’;

  • het project ‘Drielandendreef’;

  • het project ‘Woonpark Hierden’; en

  • het project ‘Tijdelijk wonen Noord-Veluwe’;

Hardinxveld-Giessendam: € 409.500, voor:

  • het project ‘Neptune’;

Heerlen: € 1.175.265, voor:

  • het project ‘Huisvesting kwetsbare groepen Heerlen Noord, waaronder Eikenderveld, Saffierflat/Saffiertjes en Hoensbroek-Hoofdstraat West’; en

  • het project ‘Skaeve Husen’;

Hilversum: € 182.000, voor:

  • het project ‘Flexwonen’;

Hoeksche Waard: € 882.700, voor:

  • het project ‘Flexwonen Hoeksche Waard’; en

  • het project ‘Stougjesdijk Oost en 's Gravendeel West’;

IJsselstijn: € 455.000, voor:

  • het project ‘Flexwoningen’;

Leeuwarden: € 1.593.638, voor:

  • het project ‘Onconventioneel wonen’; en

  • het project ‘Skills in de stad’;

Lelystad: € 2.002.000, voor:

  • het project ‘Lars’;

Maastricht: € 1.164.800, voor:

  • het project ‘Complex Wauwhuis’;

  • het project ‘Skills in de stad’;

  • het project ‘Zeer moeilijk plaatsbare personen’; en

  • het project ‘Hoeve Rome’;

Meierijstad: € 1.013.285, voor:

  • het project ‘Tijdelijke woningen’;

  • het project ‘Arbeidsmigranten/Otto Workforce’; en

  • het project ‘Hobij’;

Nieuwegein: € 682.500, voor:

  • het project ‘Meanderpark en Inbetween’;

Nijmegen: € 2.793.700, voor:

  • het project ‘flexibele woonplekken’;

  • het project ‘Skaeve huses’; en

  • het project ‘tijdelijke woningen Winkelsteeg’;

Oldebroek: € 68.250, voor:

  • het project ‘Parc de Zwijger Wezep’;

Oosterhout: € 427.700, voor:

  • het project ‘Overlastgevers’;

  • het project ‘Eekhoorn’; en

  • het project ‘Lievenshove’;

Purmerend: € 682.500, voor:

  • het project ‘Ombouwen groepsopvang’;

Rotterdam: € 2.679.950, voor:

  • het project ‘Hoogvliet’;

  • het project ‘Vreewijk’;

  • het project ‘Feijenoord’; en

  • het project ‘Tussenvoorziening’, op de locaties Hartelborgh Kralingen, Veenweg (KR), Bosland, Abraham van Stolkweg (Overschie), Walenburgerweg, Vijvervofstraat’;

Schiedam: € 182.000, voor:

  • het project ‘Transformatie Jacques Urlusplein’;

‘s-Hertogenbosch: € 941.850, voor:

  • het project ‘Voorziening Langdurig Verblijf/tijdelijke woningen’;

  • het project ‘De Fuik Tweede fase’;

  • het project ‘Tijdelijke woningen Meerendonk’; en

  • het project ‘De Vliert’.

Sittard Geleen: € 45.500, voor:

  • het project ‘Skaeve Huse’;

Terneuzen: € 150.150, voor:

  • het project ‘Homeflex in Sluiskil’;

Teylingen: € 273.000, voor:

  • het project ‘Teydelijk’;

Tilburg: € 233.444, voor:

  • het project ‘Dongenseweg’; en

  • het project ‘Bundersestraat 30’;

Uden: € 282.100, voor:

  • het project ‘Prior van Milstraat, Aldetiendstraat en Loopkantstraat’;

Utrecht: € 507.780, voor:

  • het project ‘Place2BU 2’; en

  • het project ‘De Linde’;

Venlo: € 63.700, voor:

  • het project ‘individuele woonunits Paradijsvogels’;

Venray: € 104.650, voor:

  • het project ‘huisvesting arbeidsmigranten’;

Vlaardingen: € 982.800, voor:

  • het project ‘De Elementen’;

  • het project ‘Hydro Agri’;

  • het project ‘De vergulde hand’; en

  • het project ‘Unilever-terrein’;

Voorschoten: € 9.100, voor:

  • het project ‘Skaeve Huse’;

Waalwijk: € 182.000, voor:

  • het project ‘Valkenvoortweg’;

Weert: € 624.260, voor:

  • het project ‘Beschermd wonen plus’;

  • het project ‘Hofjeswoningen Beekpoort, Laarveld, Groenewoud en molenakker, Beemdenstraat 38’; en

  • het project ‘huisvesting arbeidsmigranten op twee locaties’;

Westland: € 2.070.250, voor:

  • het project ‘Oostduinlaan, ’s Gravenzande’;

  • het project ‘Honderdland’;

  • het project ‘De Lier, Woonpark Tradiro’;

  • het project ‘Horti Hotel, Naaldwijk’;

  • het project ‘Haagweg, Monster’; en

  • het project ‘Zuidgeestlaan, Naaldwijk’;

Woerden: € 182.000, voor:

  • het project ‘Thuishaven en De Heem’;

Zaanstad: € 2.957.500, voor:

  • het project ‘Sportpark Poelenburg’;

  • het project ‘Hembrugterrein’; en

  • het project ‘Broedplaats de Hoop’;

Zwolle: € 191.100, voor:

  • het project ‘Geert Grootestraat’;

  • het project ‘Mannenhuis’; en

  • het project ‘Talentenplein’.

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

De aanpak van het woningtekort is een belangrijk speerpunt van dit kabinet. Ondanks een zichtbaar stijgende lijn in de afgelopen jaren, loopt de woningbouwproductie echter nog steeds niet in de pas met de behoefte. Door belemmeringen als de stikstofproblematiek en de gevolgen van de coronacrisis wordt bovendien verwacht dat de woningbouwproductie de komende jaren lager zal liggen dan in de afgelopen twee jaar. Het kabinet heeft om die reden extra maatregelen getroffen om de bouw tijdens de coronacrisis en in de komende jaren ook op niveau te houden.

Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de huisvesting van kwetsbare groepen als arbeidsmigranten, dak- en thuislozen en overige spoedzoekers. Deze groepen hebben nu al veel moeite met het vinden van betaalbare woonruimte of leven in niet wenselijke omstandigheden. Daarbij komt dat voldoende goede huisvesting nog noodzakelijker is geworden in verband met contactbeperkingen en besmettingsrisico’s, maar ook met het oog op de sociale en economische gevolgen van de coronacrisis.

Tegelijkertijd is de bouw van woningen voor deze doelgroepen ook onder normale omstandigheden geen vanzelfsprekendheid vanwege vraagstukken rondom draagvlak, zorg/begeleiding, financiële haalbaarheid en sociaal beheer. Naast de bestaande inzet op bijvoorbeeld het bestrijden van dak- en thuisloosheid of het verbeteren van de positie van arbeidsmigranten, heeft het kabinet daarom 50 miljoen vrijgemaakt voor het versneld realiseren van huisvesting voor kwetsbare doelgroepen.

2. Inhoud regeling

Kwetsbare doelgroepen

De coronacrisis heeft het belang van goede woon- en leefomstandigheden extra benadrukt. Dit geldt voor iedereen, maar zeker ook voor groepen in een kwetsbare positie. In deze regeling zijn deze groepen gedefinieerd als arbeidsmigranten, dak- en thuislozen en overige spoedzoekers.

In de afgelopen periode is al een aantal keer zichtbaar geworden hoe schrijnend de huisvesting van arbeidsmigranten soms is1. Het voorzien in voldoende en goede huisvesting voor deze groep is niet alleen vanuit gezondheidsperspectief erg urgent, maar ook voor het op gang houden van de economie.

Onder spoedzoekers worden woningzoekenden verstaan die snel huisvesting nodig hebben en daar niet lang op kunnen wachten. Daarbij kan het gaan om personen die uitstromen uit intramurale settingen als beschermd wonen, ggz en de maatschappelijke opvang (dak- en thuislozen in het bijzonder), maar ook om statushouders, studenten, mensen in scheiding of personen die bijvoorbeeld door schulden of ontslag niet in hun woning kunnen blijven.

Het niet tijdig voorzien in de woonvraag van spoedzoekers kan zowel op persoonlijk niveau als voor de samenleving grote gevolgen hebben. Exemplarisch hiervoor is de verdubbeling van het aantal dak- en thuislozen in de afgelopen 10 jaar. Hoewel er al verschillende maatregelen worden getroffen om dak- en thuisloosheid te bestrijden, zijn de risico’s groot dat door de sociale en economische gevolgen van de coronacrisis het aantal spoedzoekers de komende tijd toeneemt.

Gerichte uitvraag bij beperkt aantal gemeenten

Om de snelheid die beoogd is met deze maatregel te waarborgen en ervoor te zorgen dat de middelen ook ingezet worden waar de druk het hoogst is, zijn betrokken gemeenten via een aantal lopende programma’s2 benaderd hun voorgenomen plannen voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen aan te leveren waarbij de financiering een knelpunt is.

Beoordeling projecten

Deze plannen zijn vervolgens beoordeeld op doeltreffendheid (worden de in deze regeling bedoelde kwetsbare doelgroepen gehuisvest en zo ja, hoeveel huisvesting is voor deze groepen voorzien in het project) en op de haalbaarheid van het project op korte termijn (start 2020 of 2021).

De projecten

Deze beoordeling heeft geleid tot de selectie van 123 projecten van de in de artikel 2 genoemde 59 gemeenten die ondersteund worden met een totale bijdrage van € 45.258.652,–. Met deze projecten wordt in de toevoeging van ruim 12.400 woningen/woonplekken voorzien, indicatief als volgt verdeeld over de genoemde doelgroepen:

  • 4.700 woningen/woonplekken voor arbeidsmigranten.

  • 5.100 woningen/woonplekken voor spoedzoekers.

  • 2.600 woningen/woonplekken voor dak- en thuislozen.

In het geval een bepaald project bijvoorbeeld niet door kan gaan of als een project goedkoper uitvalt dan verwacht, dan kan dat deel van de uitkering door een gemeente ook aan een ander project dat is opgenomen in de bijlage bij deze regeling worden besteed. Ook is het door onvoorziene omstandigheden mogelijk dat de gemeente de uitkering wenst te besteden aan andere projecten dan de projecten die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Op grond van artikel 2, zesde lid, is dat mogelijk zo lang er eerst toestemming wordt gevraagd aan de minister. De minister zal voorafgaand aan het verlenen van die toestemming toetsen of het project het doel van deze regeling, te weten het versneld realiseren van huisvesting van kwetsbare groepen, op een vergelijkbaar niveau dient als de overige projecten.

De selectie van de projecten die ten grondslag ligt aan deze uitkering is van belang om zeker te stellen dat de gemeenten concrete projecten financieren, zodat er daadwerkelijk op korte termijn in extra huisvesting voor de kwetsbare doelgroepen kan worden voorzien.

Hoogte van de uitkering

De hoogte van de uitkering per gemeente hangt samen met de geraamde kosten en benodigde bijdrage van deze beoogde projecten. De hoogte van de uitkering is in overleg met de betreffende gemeente vastgesteld en verschilt van project tot project. Als ijkpunt is een bijdrage gehanteerd van € 5.000,– per woning/woonplek die met behulp van de uitkering versneld kan worden gerealiseerd. Afwijkingen naar boven zijn in overleg met de gemeenten beoordeeld, waarbij de vraag of het project op korte termijn mogelijk wordt gemaakt, leidend is geweest.

De totale hoogte van de uitkeringen is bij elkaar opgeteld € 45.258.652,–.

Verplichtingen

De gemeente dient de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2022 te hebben besteed. Het doel is om te voorzien in huisvesting voor kwetsbare groepen op zo kort mogelijke termijn. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor 31 december 2022 niet mogelijk is, dan kan er een schriftelijk en gemotiveerd verzoek door de gemeente worden gedaan bij de minister om die termijn eenmaal met ten hoogste een jaar te verlengen.

3. Verantwoording, vaststelling en terugvordering

Ten minste één keer per jaar rapporteren de gemeenten conform de Financiële-verhoudingswet over de rechtmatigheid van bestedingen waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt (via de SiSa-verantwoording) in de jaarrekening, conform de vereisten in de Financiële-verhoudingswet.

De eindverantwoording vindt plaats in het jaar volgend op het jaar dat de uitkering door de gemeente volledig is besteed. Als de gemeente de uitkering volledig heeft besteed in 2021, dan dient de eindverantwoording bij het CBS te zijn ingediend uiterlijk op 15 juli 2022. Als de gemeente de uitkering in 2022 volledig heeft besteed dan dient de eindverantwoording uiterlijk op 15 juli 2023 bij het CBS te zijn ingediend over het jaar 2022, maar als de minister op verzoek van de gemeente de bestedingstermijn heeft verlengd op grond van artikel 3, tweede lid, dan beslaat de bestedingstermijn ook nog een gedeelte in 2023, waardoor de verantwoording over het jaar 2023 (uiterlijk in te dienen op 15 juli 2024) de laatste verantwoording betreft.

Nadat de eindverantwoording is ingediend neemt de minister een besluit tot vaststelling van de uitkering.

Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, dan kan de minister (dat deel van) de toegekende specifieke uitkering terugvorderen. Onrechtmatig bestede middelen worden altijd teruggevorderd.

De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

4. BTW

De activiteiten waarvoor de uitkering wordt verstrekt kunnen activiteiten zijn waarover de gemeenten BTW verschuldigd zijn. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor de over de activiteiten verschuldigde BTW. Het BTW component wordt gestort in het BTW Compensatiefonds van het ministerie van Financiën. Gemeenten kunnen op grond van de relevante wet- en regelgeving een beroep doen op terugontvangst van de betaalde BTW componenten. In totaal wordt er € 4.476.130 gestort in het BTW Compensatiefonds.

Daarnaast is denkbaar dat een gemeente in het kader van de betreffende projecten activiteiten verricht waarbij de kosten aftrekbaar zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor deze kosten. Het geldende uitgangspunt is: kosten die op een andere wijze gecompenseerd kunnen worden, worden niet uit de specifieke uitkering betaald.

5. Staatssteun en aanbesteding

Omdat de specifieke uitkering onder meer besteed kan worden aan door derden verleende diensten, is het van belang dat de gemeenten bij de besteding alert zijn op de – Europese – regels inzake staatssteun. Overigens hebben de gemeenten een zelfstandige verantwoordelijkheid om te waarborgen dat geen verboden staatssteun wordt verstrekt. Ook wordt opgemerkt dat bij aanbestedingen ten behoeve van de projecten de regels uit de Aanbestedingswet 2012 van toepassing kunnen zijn.

Ten aanzien van staatssteun is met name van belang de vraag of er sprake is van bevoordeling van een onderneming in Europeesrechtelijke zin (als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), welke door de subsidie bepaalde kosten, die ze normaal zelf moeten betalen, niet hoeven te dragen. Aangezien de projecten waarvoor de specifieke uitkering wordt toegekend nog niet precies zijn ingevuld (zoals welke partijen worden ingehuurd), kan op rijksniveau geen staatssteuntoets worden uitgevoerd. Conform de interdepartementale afspraken over staatssteun3 moeten de gemeenten daarom zelfstandig een staatssteuntoets uitvoeren.

Het ministerie van BZK coördineert provinciale staatssteunprocedures via het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden (hierna: CSDO BZK) en heeft in dat kader periodiek overleg met de provincies en VNG.

6. Administratieve lasten

Er is geen sprake van administratieve lasten voor burgers of bedrijven.

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk deelt de verwachting dat er geen regeldrukgevolgen aan de orde zijn en heeft daarom besloten geen formeel advies uit te brengen.

7. Geconsulteerde partijen

Deze regeling is niet in internetconsultatie gebracht, omdat de uitkering specifiek is afgestemd met de betrokken gemeenten.

8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en is er geen invoeringstermijn. Hiervoor is gekozen omdat het van belang is dat gemeenten zo snel mogelijk de uitkering ontvangen zodat er op zo kort mogelijke termijn huisvesting voor de kwetsbare doelgroepen wordt gerealiseerd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Zie bijvoorbeeld het rapport ‘Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’ van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, d.d. 30 oktober 2020.

X Noot
2

De uitvraag heeft plaatsgevonden via het programma Leefbaarheid en Veiligheid, de woondeals, de brede aanpak dak- en thuisloosheid, het aanjaagteam arbeidsmigranten en via de Stimuleringsaanpak Flexwonen.

X Noot
3

Interdepartementale afspraken inzake staatssteun 2017, 12 oktober 2017. https://wetten.overheid.nl/BWBR0040099/2017-10-21