Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2020, 54584Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 14 oktober 2020, nr. WJZ/ 20247236, houdende wijziging van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 en de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie in verband met herstel omissies en enkele technische aanpassingen

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 2, zevende en achtste lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, vijfde lid, 15, derde vierde, vijfde en zesde lid, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, vijfde lid, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, vijfde lid, 48, vijfde lid, 55f, eerste lid, 55g, eerste lid, 55i, vierde lid, 55j, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en 56, zesde en zevende lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

In de begripsbepaling ‘verwarming van gebouwde omgeving’ wordt na ‘stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw’ ingevoegd ‘, niet zijnde een kas,’.

B

In artikel 62, tweede lid, wordt ‘koud’ vervangen door ‘koude’.

C

In artikel 71, tweede lid, wordt de tabel als volgt gewijzigd:

a. Ter hoogte van artikel 26, eerste lid, onderdeel b, wordt in kolom 2 ‘(B-hout)’ vervangen door ‘(uitgezonderd B-hout)’.

b. Ter hoogte van artikel 30, onderdelen a en d, wordt in kolom 4 ‘0,215’ vervangen door ‘0,218’.

c. Ter hoogte van artikel 30, onderdelen b en e, wordt in kolom 4 ‘0,218’ vervangen door ‘0,215’.

D

In artikel 72 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

a. Ter hoogte van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, wordt in kolom 3 ‘0,085’ vervangen door ‘0,080’.

b. Ter hoogte van artikel 16, eerste lid, onderdeel b, wordt in kolom 3 ‘0,069’ vervangen door ‘0,074’.

E

In artikel 73 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

a. Ter hoogte van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, wordt in kolom 3 ‘0,079’ vervangen door ‘0,073’.

b. Ter hoogte van artikel 26, eerste lid, onderdeel b, wordt in kolom 2 ‘(B-hout)’ vervangen door ‘(uitgezonderd B-hout)’ en wordt in kolom 3 ‘0,073’ vervangen door ‘0,079’.

F

Artikel 75, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel d, onder 1°, wordt ‘energie of elektriciteitsprijs’ vervangen door ‘prijs van het primaire product’ en wordt ‘artikel 14, eerste lid, onderdeel a, of 55i, eerste lid, onderdeel a’ vervangen door ‘artikel 55i, eerste lid, onderdeel a’.

b. In onderdeel d, onder 2°, wordt ‘artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, of 55i, eerste lid, onderdeel b’ vervangen door ‘artikel 55i, eerste lid, onderdeel c’.

c. In onderdeel d, onder 3°, wordt ‘onderdeel c’ vervangen door ‘onderdeel b’.

d. In de tabel wordt in de zevende kolom ‘23,272’ telkens vervangen door ‘25,264’.

ARTIKEL II

Artikel 2a van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie wordt als volgt gewijzigd:

a. In het vierde lid, onderdeel c, vervalt ‘tenzij de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen met een gezamenlijk vermogen van minder dan 1 MWp,’.

b. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, met een gezamenlijke vermogen van minder dan 1 MWp, bevat de haalbaarheidsstudie, in afwijking van het tweede lid, in ieder geval:

    • a. een omschrijving van de productie-installatie; en

    • b. een financieringsplan voor de productie-installatie waarvoor de subsidie is aangevraagd.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2020 nadat de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 en de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, nr. WJZ/ 20146004, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in verband met de uitbreiding met productie-installaties voor broeikasgasvermindering en tot wijziging van de Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie 2019 in verband met een omissie (Stcrt. 2020, nr. 48278) in werking zijn getreden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 14 oktober 2020

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

TOELICHTING

1. Doel en aanleiding

Op 22 september 2020 zijn de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020 (hierna: de Aanwijzingsregeling) en de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, nr. WJZ/ 20146004, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in verband met de uitbreiding met productie-installaties voor broeikasgasvermindering en tot wijziging van de Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie in verband met een omissie (Stcrt. 2020, 48287) in de Staatscourant gepubliceerd. Met ingang van 1 november 2020 is de citeertitel van laatstgenoemde regeling de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (hierna: Algemene uitvoeringsregeling). Deze regelingen vormen de basis voor de stimulering van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en andere technieken ter vermindering van broeikasgas, ingevuld voor de openstelling in het najaar van 2020. Beide regelingen treden op 1 november 2020 in werking. Na publicatie zijn een aantal kleine fouten ontdekt.

Onderhavige wijzigingsregeling treedt ook op 1 november 2020 in werking, nadat bovenstaande regelingen in werking zijn getreden, en strekt tot het herstellen van de omissies in beide regelingen.

Met de onderhavige wijzigingsregeling worden ook drie aanpassingen doorgevoerd die meer inhoudelijk van aard zijn. Deze worden hieronder kort toegelicht.

2. Toelichting op de inhoudelijke wijzigingen

2.1 Wijziging begripsbepaling ‘verwarming van gebouwde omgeving’

Enkele categorieën in de Aanwijzingsregeling zien expliciet op de toepassing van warmte in de gebouwde omgeving. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om aquathermie en een deel van de categorieën voor geothermie. Voor deze categorieën is in artikel 1 van de Aanwijzingsregeling een nieuwe begripsbepaling ‘verwarming van gebouwde omgeving’ toegevoegd. Hierin kon echter worden gelezen dat ook kassen tot de gebouwde omgeving werden gerekend, terwijl deze categorieën juist niet voor deze toepassing zijn bedoeld. Om deze reden zijn kassen expliciet uitgezonderd.

2.2 Aansluiting bij bewoording in Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie (Besluit SDEK)

In artikel 75, eerste lid, onderdeel d, van de Aanwijzingsregeling is het begrip ‘energie- of elektriciteitsprijs’ vervangen door ‘prijs van het primaire product’ om beter aan te sluiten op het Besluit SDEK.

2.3 Afwijkende aanvraageisen

Met de hiervoor genoemde wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling bleek dat kleinere zonprojecten (<1 MWp) bij hun aanvraag documenten zouden moeten aanleveren die niet door RVO worden gebruikt bij de beoordeling van deze aanvragen. De wijziging in onderhavige wijzigingsregeling creëert hierop een uitzondering door middel van een nieuw zevende lid van artikel 2a van de Algemene uitvoeringsregeling. Hierdoor hoeft bij deze projecten bij aanvraag om subsidieverlening alleen te worden voorzien in een omschrijving van de productie-installatie en een financieringsplan voor de productie-installatie waarvoor de subsidie is aangevraagd. RVO kan altijd aanvullende informatie opvragen wanneer dit nodig is om de haalbaarheid van de aanvraag te toetsen. Met deze wijziging worden onnodige en onbedoelde administratieve lasten voorkomen.

3. Regeldruk

De in deze wijzigingsregeling opgenomen wijzigingen zijn voornamelijk juridisch-technisch van aard en hebben geen gevolgen voor de regeldruk. De afwijkende aanvraageis voor kleinere zonprojecten voorkomt juist onnodige en onbedoelde administratieve lasten.

4. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 november 2020 nadat de Aanwijzingsregeling en de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, nr. WJZ/ 20146004, tot wijziging van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in verband met de uitbreiding met productie-installaties voor broeikasgasvermindering en tot wijziging van de Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie 2019 in verband met een omissie (Stcrt. 2020, nr. 48278) in werking zijn getreden. Dit is nodig om de wijzigingen direct door te kunnen voeren.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes