Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 september 2020, nr. 2020-0000128347, tot Wijziging Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012 in verband met de procedure van aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter van de ontslagadviescommissie

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 6 van de Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012 komt te luiden:

1. De minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van een ontslagadviescommissie. De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan die bij afwezigheid van de voorzitter in diens rechten treedt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 10 oktober 2020.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 september 2020

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

TOELICHTING

Op grond van artikel 3 van de Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES kunnen voor de verschillende openbare lichamen binnen Caribisch Nederland ontslagadviescommissies worden ingesteld. Een ontslagadviescommissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier overige leden, alsmede hun plaatsvervangers. Op grond van artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012 worden deze door de minister benoemd en ontslagen. In de praktijk fungeert er één ontslagadviescommissie voor alle drie eilanden van Caribisch Nederland.

Nadat er aanvankelijk sprake was van een plaatsvervangend voorzitter die niet tevens lid was van de ontslagadviescommissie, is er sinds enige tijd – dit in samenhang met de wijziging van Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012 van 11 februari 2019 (Stcrt. 2019, 8475) – sprake van een situatie waarin de plaatsvervangend voorzitter een persoon is uit het midden van de ontslagadviescommissie zelf. Bekrachtiging daarvan in het ministeriële benoemingsbesluit is overbodig en compliceert het vaststellen van het benoemingsbesluit. Daarom is nu besloten tot een wijziging van de Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012 die ertoe strekt dat de plaatsvervangend voorzitter door de ontslagadviescommissie zelf uit haar midden wordt gekozen, zonder bemoeienis van de minister. De ontslagadviescommissie is bij de keuze van een plaatsvervangend voorzitter gebonden aan artikel 3, derde lid, van de Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES, waarin is vastgelegd dat de plaatsvervangend voorzitter, net zoals de voorzitter zelf, niet werkzaam mag zijn bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Deze beperking is in de praktijk slechts relevant indien één van de leden van de ontslagadviescommissie bij SZW werkzaam zou zijn.

Door middel van wijziging van artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012 wordt nu voorzien in een aanwijzing door de leden van een plaatsvervangend voorzitter. Daarnaast is nu in datzelfde eerste lid verduidelijkt dat ook de voorzitter door de Minister van SZW wordt benoemd.

De duur van de aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter is vanzelfsprekend begrensd door de benoemingstermijn van het lid dat als plaatsvervangend voorzitter wordt aangewezen. Bij het ingaan van een nieuwe benoemingstermijn dient de commissie telkens opnieuw een plaatsvervangend voorzitter aan te wijzen. Een zittende plaatsvervangend voorzitter kan telkens voor een nieuwe termijn in deze functie worden aangewezen, dit naar analogie van artikel 2.2, derde lid, van de Regeling beëindiging arbeidsovereenkomsten BES 2012.

De inwerkingtreding van deze wijziging loopt samen met het aflopen van een lopende benoemingstermijn voor de leden van de ontslagadviescommissie en de ingangsdatum van een benoemingsbesluit voor een nieuwe termijn ingaande 10 oktober 2020.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

Naar boven