Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 september 2020, nr. 2020-0000120481, tot wijziging van de Regeling inburgering in verband met een vrijstelling ONA na mbo-1 opleiding en het optellen van alfabetiseringsuren en inburgeringsuren

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 2.8b en 2.10 van het Besluit inburgering;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling inburgering wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 2.2d wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.2e

Van de verplichting om het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, te behalen is vrijgesteld degene die de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, heeft afgerond.

B

Artikel 2.4b, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. ten minste viermaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen, waarvan ten hoogste twee van de examenpogingen de overeenkomstige onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal betreffen, en ten minste 600 uur bij een cursusinstelling met het Blik op Werk-keurmerk heeft deelgenomen aan:

    • 1°. een inburgeringscursus;

    • 2°. een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus, waarbij ten minste 200 uur besteed is aan de inburgeringscursus;

    • 3°. een cursus Nederlands als tweede taal; of

    • 4°. een combinatie van een inburgeringscursus en een cursus Nederlands als tweede taal;

C

In artikel 2.4b, onderdeel c, wordt ‘een alfabetiseringscursus en een daaropvolgende inburgeringscursus’ vervangen door ‘een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 14 september 2020

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

TOELICHTING

Met deze regeling worden drie onderdelen van de Regeling inburgering gewijzigd.

Vrijstelling ONA

De eerste wijziging betreft een vrijstelling voor het examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA) voor studenten die succesvol een entreeopleiding (mbo niveau 1) hebben afgerond.

Inburgeringsplichtigen moeten na hun inburgering in staat zijn om in de samenleving mee te doen, economisch zelfredzaam te worden en een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Zonder kennis van de Nederlandse arbeidsmarkt kunnen inburgeraars niet voldoen aan hun inburgeringsplicht. Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA) is daarom een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject.

De voorstelde wijziging zorgt ervoor dat studenten die succesvol een entreeopleiding (mbo niveau 1) hebben afgerond een vrijstelling voor het onderdeel ONA krijgen. De reden hiervoor is dat de lesstof en eindtermen van ONA in hoge mate overlappen met het onderdeel Loopbaan van de entreeopleiding. De verwachting is dan ook dat studenten die een entreeopleiding succesvol hebben afgerond minimaal evenveel kennis en competenties hebben om de Nederlandse arbeidsmarkt te betreden als inburgeringsplichtigen die ONA hebben afgerond. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Regioplan in opdracht van het Ministerie van SZW.1

Ontheffing inburgeringsplicht analfabete inburgeringsplichtigen

De tweede wijziging betreft de uitbreiding van de ontheffingsmogelijkheid op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen van analfabete inburgeringsplichtigen. In de huidige regeling (artikel 2.4b, onderdeel c, van de Regeling inburgering) kunnen zij alleen ontheven worden van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen wanneer uit een leerbaarheidstoets blijkt dat de inburgeringsplichtige niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen. Het komt echter voor dat voor sommige van deze inburgeringsplichtigen uit deze toets blijkt dat zij dit leervermogen wel bezitten maar dat zij toch niet in staat zijn alle examenonderdelen te behalen. Dat betekent dat als zij in aanmerking willen komen voor de ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen op grond van artikel 2.4b, onderdeel a, van de Regeling inburgering, zij na hun alfabetiseringsuren nog 600 uur inburgeringsonderwijs moeten volgen. Daarnaast moet de inburgeringsplichtige elk niet behaald examenonderdeel ten minste vier keer geprobeerd hebben.

Dit uitgangspunt leidt er toe dat sommige inburgeringsplichtigen in de knel komen. De prijs per lesuur is de laatste jaren zodanig gestegen dat inburgeringsplichtigen nog maar maximaal ongeveer 700 uur les kunnen bekostigen uit de lening (ervan uitgaande dat ze alle examenonderdelen vier keer moeten afleggen). Dit betekent dat inburgeringsplichtigen die meer dan 100 uur hebben besteed aan hun alfabetisering, onvoldoende lessen kunnen bekostigen uit de lening om in aanmerking te komen voor een ontheffing op grond van artikel 2.4b, onderdeel a.

Door deze wijziging kunnen inburgeringsplichtigen die minimaal 600 uur een combinatie van alfabetiserings-en inburgeringslessen hebben gevolgd, waarvan minimaal 200 uur inburgeringscursus, in aanmerking komen voor een ontheffing. Er is voor minimaal 200 uur gekozen omdat met alleen een alfabetiseringscursus iemand zich niet kan voorbereiden op het inburgeringsexamen en er wel sprake moet zijn van enigszins betekenisvolle voorbereiding op het examen. Uit informatie van de MBO raad blijkt dat analfabeten die in aanmerking willen komen voor deze ontheffing vaak na 100 of 150 uur alfabetiseringsonderwijs over gestapt zijn naar inburgeringsonderwijs zodat de eis van minimaal 200 uur inburgeringsonderwijs geen belemmering is. De verplichting om elke examenonderdeel ten minste vier keer geprobeerd te hebben blijft staan.

Vervallen volgtijdelijkheid alfabetiseringscursus en inburgeringscursus

De leerbaarheidstoets die moet worden afgelegd om in aanmerking te komen voor een ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen kan in het huidige artikel 2.4b, onderdeel c, van de Regeling inburgering alleen worden aangevraagd wanneer iemand ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus en een daaropvolgende inburgeringscursus. Voor deze volgtijdelijkheid was gekozen om te voorkomen dat misbruik zou worden gemaakt van deze bepaling omdat het cursusinstellingen en inburgeringsplichtigen zou kunnen stimuleren te gaan inzetten om na het volgen van inburgeringscursus weer terug zouden gaan naar een alfabetiseringscursus om zo op de gemakkelijkst mogelijke manier een ontheffing via de leerbaarheidstoets te verkrijgen. In de praktijk blijkt het voor te komen dat door een verkeerde inschatting van leercapaciteit van een inburgeringsplichtige de cursusinstelling iemand met een inburgeringscursus start en dat na verloop van tijd blijkt dat iemand eerst moet alfabetiseren. Wanneer deze eerst gevolgde inburgeringsuren niet mogen meetellen kan deze volgtijdelijkheid een probleem zijn. Dat blijkt uit verschillende aanvragen tot ontheffing die zijn ingediend na de verruiming van de ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen per 1 juli 20182. Daarom wordt deze voorwaarde geschrapt. Iemand kan de leerbaarheidstoets aanvragen wanneer hij ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus. De eisen dat de cursus bij een instelling met het keurmerk van Blik op Werk moet zijn gevolgd en dat ten minste 300 uur besteed moet zijn aan de alfabetiseringscursus blijven onveranderd.

Voor de regeldruk hebben deze wijzigingen positieve gevolgen. Degenen die een entreeopleiding hebben afgerond hoeven niet meer het onderdeel ONA te behalen om te voldoen aan de inburgeringsplicht.

De verruiming van de onderdelen a en c van artikel 2.4b leidt er toe dat om in aanmerking te komen voor de ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen analfabeten geen extra inburgeringsuren meer hoeven te volgen om aan het criterium van 600 uur gevolgde cursusuren te voldoen.

Dientengevolge hebben deze wijzigingen ook beperkte positieve financiële gevolgen. In de situatie dat de inburgeringsplichtige nog geld uit de lening beschikbaar heeft hoeft dit niet aangewend te worden voor een ONA cursus of examen dan wel inburgeringscursusuren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstukken II, 2019-2020, 32 824, nr.289, bijlage 1.

Naar boven