De directeur van Octrooicentrum Nederland,
gelet op artikel 1 van de Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19
(Stb. 2020, 273),
gezien het feit dat door de impact van de uitbraak van COVID-19 op het economische
leven alsmede de maatregelen die verband houden met de bestrijding van de verspreiding
van COVID-19 het voldoen aan de termijn uit artikel 30, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet
1995 (ROW 1995) voor aanvragers sterk onder druk is komen te staan,
heeft besloten tot de volgende termijnverlenging:
Artikel 1 Termijnverlenging voor herstel van geconstateerde vormgebreken
Voor door het bureau geconstateerde en aan de octrooiaanvrager ter kennis gegeven
gebreken als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 die in
de periode van 12 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 hersteld hadden of zouden
moeten worden, wordt de in artikel 30, tweede lid, genoemde termijn van drie maanden
verlengd tot vijf maanden.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 maart 2020.
Artikel 3 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verlenging termijn artikel 30, tweede lid,
ROW 1995.
TOELICHTING
Opheffen geconstateerde vormgebreken
Indien een ingediende octrooiaanvraag niet voldoet aan de geldende vormvereisten die
bij en krachtens artikel 24 ROW 1995 zijn bepaald, deelt het bureau op grond van artikel
30, eerste lid, ROW 1995 dit schriftelijk mee aan de aanvrager onder opgave van de
voorschriften waaraan niet is voldaan. Het bureau verzoekt de aanvrager om de geconstateerde
gebreken in de octrooiaanvraag op te heffen.
Termijn opheffen gebreken
Uit artikel 30, tweede lid, ROW 1995 volgt dat de aanvrager drie maanden de tijd heeft
om de geconstateerde gebreken op te heffen.
Verlies van recht bij missen termijn door COVID-19 maatregelen
Vanwege de uitbraak van COVID-19 en de in dat kader wereldwijd getroffen maatregelen
ter voorkoming van de verspreiding van het virus, is het voor aanvragers niet altijd
mogelijk om aan bovengenoemde termijn te voldoen. Tijdens deze crisis kon (en kan)
er niet meer op kantoor worden gewerkt, zowel in Nederland als in vele andere landen.
Het administratieve proces van het opheffen van de door Octrooicentrum Nederland geconstateerde
vormgebreken en het bewaken van de termijn voor het opheffen van de door Octrooicentrum
Nederland geconstateerde gebreken, is daardoor op kantoren sterk onder druk komen
te staan. De omschakeling naar thuiswerken is niet overal mogelijk of is aan het begin
van de lockdown niet overal even soepel verlopen, waardoor gebreken niet tijdig zijn
opgeheven. Indien de termijn van drie maanden wordt gemist, moet het bureau op grond
van artikel 30, tweede lid, van de ROW 1995 besluiten de aanvraag niet te behandelen.
Daarmee is de aanvraag komen te vervallen. Dit kan een grote impact hebben op de betrokken
ondernemer. Zijn uitvinding, veelal pas verkregen na kostbaar onderzoeks- en ontwikkelingswerk,
zal niet meer met een octrooi worden beschermd. Dit verlies wordt onbillijk geacht.
Termijnverlenging
Besloten is derhalve dat de termijn van drie maanden uit artikel 30, tweede lid, van
de ROW 1995 met twee maanden wordt verlengd tot vijf maanden. Hierdoor heeft de aanvrager
twee maanden extra tijd om alsnog de geconstateerde gebreken op te heffen om het tenietgaan
van zijn octrooiaanvraag te voorkomen.
Een termijn die eindigt op 31 augustus 2020 wordt nog onder dit besluit verlengd met
twee maanden tot 31 oktober 2020. Een termijn die eindigt op 1 september 2020 wordt
niet meer verlengd door dit besluit.
Terugwerkende kracht
Dit besluit heeft terugwerkende kracht. Dit is naar oordeel van de directeur van Octrooicentrum
Nederland wenselijk gezien de reeds liggende octrooidossiers die van de termijnverlenging
gebruik zullen maken en is ook mogelijk gezien artikel 1, derde lid, van de Tijdelijke
rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19.