De directeur van Octrooicentrum Nederland,
gelet op artikel 1 van de Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19
(Stb. 2020, 273),
gezien het feit dat door de impact van de uitbraak van COVID-19 op het economische
leven alsmede de maatregelen die verband houden met de bestrijding van de verspreiding
van COVID-19 het voldoen aan de termijn uit artikel 32 van de Rijksoctrooiwet 1995
(ROW 1995) voor aanvragers sterk onder druk is komen te staan,
heeft besloten tot de volgende termijnverlenging:
Artikel 1 Termijnverlenging voor de indiening van een verzoek om een onderzoek naar
de stand van de techniek
Voor een verzoek aan het bureau om een aan de verlening van het octrooi voorafgaand
onderzoek naar de stand van de techniek, dat in de periode van 12 maart 2020 tot en
met 31 augustus 2020 ingevolge artikel 32, eerste lid of, indien het een afgesplitste
aanvraag betreft, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 ingediend had of zou moeten
worden, worden de in artikel 32, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Rijksoctrooiwet
1995 genoemde termijnen van dertien maanden telkens verlengd tot vijftien maanden.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 maart 2020.
Artikel 3 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verlenging termijn artikel 32 ROW 1995.
TOELICHTING
Verzoek onderzoek
Op grond van artikel 32, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 (hierna: ROW 1995)
dient de aanvrager voor zijn octrooiaanvraag om een onderzoek naar de stand van de
techniek te verzoeken. Bij dit verzoek dient tevens de taks voor het onderzoek te
worden voldaan. Op grond van artikel 32, tweede lid, van de ROW 1995 geldt dit eveneens
voor afgesplitste octrooiaanvragen.
Termijn indienen verzoek en betaling
Op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de ROW 1995 dient de aanvrager
het verzoek om een onderzoek naar de stand van de techniek binnen uiterlijk dertien
maanden na de datum van indiening van zijn aanvraag, dan wel de voorrangsdatum indien
voor een beroep is gedaan op een recht van voorrang, in te dienen. De termijn voor
de betaling is hetzelfde omdat de taks voor het onderzoek tegelijk met het verzoek
moet worden voldaan.
Verlies van de aanvraag bij missen termijn door COVID-19 maatregelen
Vanwege de uitbraak van COVID-19 en de in dat kader wereldwijd getroffen maatregelen
ter voorkoming van de verspreiding van het virus, is het voor aanvragers niet altijd
mogelijk om aan bovengenoemde termijn te voldoen. Tijdens deze crisis kon (en kan)
er niet meer op kantoor worden gewerkt, zowel in Nederland als in vele andere landen.
Het administratieve proces van het bewaken van de termijn is daardoor op kantoren
sterk onder druk komen te staan. De omschakeling naar thuiswerken is niet overal mogelijk
of is aan het begin van de lockdown niet overal even soepel verlopen, waardoor de
termijn niet werd gehaald. Indien het verzoek niet tijdig is gedaan of het met het
verzoek verschuldigde bedrag niet tijdig is voldaan, moet Octrooicentrum Nederland
op grond van artikel 32, derde lid, van de ROW 1995 besluiten de octrooiaanvraag niet
te behandelen. Daarmee is de aanvraag komen te vervallen. Dit kan een grote impact
hebben op de betrokken ondernemer. Zijn uitvinding, veelal pas verkregen na kostbaar
onderzoeks- en ontwikkelingswerk, zal niet meer met een octrooi worden beschermd.
Dit verlies wordt onbillijk geacht.
Termijnverlenging
Besloten is derhalve dat de termijnen, bedoeld in artikel 32, eerste en tweede lid,
van de ROW 1995 met twee maanden wordt verlengd tot vijftien maanden. De termijn van
dertien maanden zou bijvoorbeeld op 22 mei 2020 kunnen zijn afgelopen. Op grond van
dit besluit wordt de termijn verlengd met twee maanden en loopt de termijn voor het
indienen van het verzoek op 22 juli af.
Een termijn die eindigt op 31 augustus 2020 wordt nog onder dit besluit verlengd met
twee maanden tot 31 oktober 2020. Een termijn die eindigt op 1 september 2020 wordt
niet meer verlengd door dit besluit.
Terugwerkende kracht
Dit besluit heeft terugwerkende kracht. Dit is naar oordeel van de directeur van Octrooicentrum
Nederland wenselijk gezien de reeds liggende octrooidossiers die van de termijnverlenging
gebruik zullen maken en is ook mogelijk gezien artikel 1, derde lid, van de Tijdelijke
rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19.
Tweemaandstermijn uit artikel 32, tweede lid, ROW 1995
Het besluit ziet niet op de termijn van twee maanden die afloopt na de termijn van
dertien maanden die geldt voor afgesplitste octrooiaanvragen, zie artikel 32, tweede
lid, ROW 1995. Uit het administratieve systeem van Octrooicentrum Nederland blijkt
dat daartoe geen noodzaak bestaat.