Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 juni 2020, kenmerk 1706559-206975 PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de vaststelling van prestatiebeschrijvingen en tarieven voor GGZ Wonen

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 14 april 2020 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2019–20, 25 424, nr. 529) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Besluit:

Artikel 1 Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

ggz:

geestelijke gezondheidszorg;

wet:

Wet marktordening gezondheidszorg;

Wlz:

Wet langdurige zorg;

zorgautoriteit:

Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet.

Artikel 2 Werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op zorg in natura als bedoeld in de artikelen 3.3.1 en 3.3.2 van de Wlz zoals deze gelden per 1 januari 2021 en voor zover sprake is van zorg aan cliënten met een indicatiebesluit voor een van de vijf zorgprofielen voor GGZ wonen.

Artikel 3 Prestatiebeschrijvingen en tarieven

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2021 integrale en modulaire prestatiebeschrijvingen met een maximumtarief vast.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

TOELICHTING

Algemeen

Met deze aanwijzing draag ik de zorgautoriteit op beleidsregels vast te stellen met betrekking tot integrale en modulaire prestatiebeschrijvingen met een maximumtarief voor GGZ wonen.

Ingevolge de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet houdende wijziging van de Wet langdurige zorg om toegang tot deze wet te bieden aan mensen die vanwege een psychische stoornis blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg nabij kunnen mensen vanaf 18 jaar met een psychische stoornis per 1 januari 2021 direct toegang krijgen tot Wlz-zorg.1 De grondslag psychische stoornis wordt toegevoegd aan de zorginhoudelijke criteria van de Wlz (artikel 3.2.1 van de Wlz). Cliënten met een psychische stoornis kunnen daarmee aanspraak maken op Wlz-zorg indien sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het CIZ beoordeelt de aanvraag en stelt vast of een cliënt aan de zorginhoudelijke toegangscriteria van de Wlz voldoet. Indien dit het geval is, kent het CIZ het best passende zorgprofiel toe. Voor deze nieuwe doelgroep zijn vijf nieuwe GGZ wonen zorgprofielen ontwikkeld. Deze zijn vastgesteld in de Regeling langdurige zorg.2 In 2020 is het indicatietraject door het CIZ voor deze nieuwe groep Wlz-cliënten al gestart en vanaf 1 januari 2021 kunnen de indicaties worden verzilverd.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Dit artikel regelt de werkingssfeer. Deze aanwijzing ziet op zorg in natura aan ggz-cliënten die direct toegang krijgen tot de Wlz en een indicatiebesluit hebben voor een van de vijf GGZ wonen zorgprofielen in de Regeling langdurige zorg.

Via een nota van wijziging in de Verzamelwet VWS 20203 is besloten om de aanspraak op geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden in verband met de psychische stoornis van de verzekerde (hierna: ggz-behandeling) tijdelijk onder de Zorgverzekeringswet te continueren voor de Wlz-cliënten die niet verblijf en behandeling vanuit dezelfde instelling ontvangen. Ook de geneeskundige zorg van algemeen medische aard komt in voornoemde situatie ten laste van de Zorgverzekeringswet.4

Artikel 3

In dit artikel krijgt de zorgautoriteit de opdracht om prestatiebeschrijvingen en maximumtarieven vast te stellen voor de leveringsvormen: zorg met verblijf (integraal of modulair en met of zonder dagbesteding), volledig pakket thuis en modulair pakket thuis.

De integrale prestatiebeschrijvingen betreffen zorg met verblijf en zien op woonzorg inclusief alle vormen van behandeling. Dit betekent: specifieke behandeling, ggz-behandeling en de geneeskundige zorg van algemeen medische aard. De zorgaanbieder kan deze prestatie enkel declareren bij de Wlz-uitvoerder indien hij deze zorg integraal levert.

De modulaire prestatiebeschrijvingen betreffen zorg met verblijf, volledig pakket thuis en modulair pakket thuis. Voor deze modulaire bekostiging stelt de zorgautoriteit aparte prestatiebeschrijvingen vast voor woonzorg en voor specifieke behandeling. Bij deze modulaire bekostiging komen de ggz-behandeling en de geneeskundige zorg van algemeen medische aard ten laste van de Zorgverzekeringswet.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

Kamerstukken II 2018–19, 35 146. Stb 2019, 428.

X Noot
2

Zie de regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 december 2019, Stcrt. 2019, 70431.

X Noot
3

Kamerstukken II 2019–20, 35 299, nr 7, p.5, in het bijzonder artikel IVc: ‘Tot bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip hebben verzekerden die niet verblijf alsmede behandeling als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de Wet langdurige zorg van eenzelfde instelling ontvangen, in afwijking van artikel I, onderdeel A, geen recht op zorg als bedoeld artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet langdurige zorg.’ Zie p 10 en 11 voor de toelichting.

X Noot
4

De optie waarbij een zorgaanbieder de woonzorg en de specifieke behandeling levert (maar niet integraal) en de geneeskundige zorg van algemeen medische aard dientengevolge in principe ten laste van de Wlz zou moeten komen valt echter onder het overgangsrecht dat in 2021 nog geldt. Dit heeft tot gevolg dat de geneeskundige zorg van algemeen medische aard in dit (theoretische) geval in 2021 nog ten laste van de Zorgverzekeringswet komt, zie Kamerstukken II 2019–20, 25 424, nr. 529.

Naar boven