Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 19 juni 2020, nr. 24099578, houdende vaststelling van een nieuw financieel handboek voor het Commissariaat voor de Media (Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 7.8 van de Mediawet 2008;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling handboek

Op het financieel verslag van het Commissariaat voor de Media zijn de inrichtingseisen en het accountantsprotocol als opgenomen in de bij deze regeling gevoegde bijlage van toepassing.

Artikel 2. Intrekking oude verantwoordingsregeling

De Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018 wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft op de verantwoording over het jaar 2019.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

BIJLAGE BIJ DE REGELING FINANCIËLE VERANTWOORDING COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA 2020

Handboek financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020

A Financiële verantwoording Commissariaat voor de Media

Inleiding

Het Handboek financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020 (hierna: Handboek) is een nadere uitwerking van de verantwoordingsvoorschriften voor het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat), dat op grond van de artikelen 2.146, onder f, en 7.6 van de Mediawet 2008 bijdragen van het Rijk ontvangt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole (art. 7.8 Mediawet 2008). Dit Handboek geeft invulling hieraan.

Met de jaarrekening legt het Commissariaat jaarlijks rekening en verantwoording af aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar.

Uitgangspunten voor de verantwoording zijn het beleidsplan, de begroting en de verleningsbeschikking voor de bijdragen van het Commissariaat. Op grond van artikel 18b van de Mediaregeling 2008 dient het Commissariaat jaarlijks de aanvraag voor bekostiging over het komende boekjaar in vóór 15 september. Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking tot verlening van de bijdrage gegeven. De termijn van dertien weken bedraagt 22 weken indien over de aanvraag een advies gevraagd moet worden.

1.1 Wettelijk kader

Het Commissariaat brengt jaarlijks een jaarrekening apparaatskosten en een financieel verslag van het beheer van de algemene mediareserve uit.

De volgende wet- en regelgeving is in ieder geval van toepassing op de verantwoording:

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb)

  • Burgerlijk Wetboek, Boek 2, Titel 9 (BW 2 Titel 9)

  • Mediawet 2008 (MW 2008)

  • Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ), met name RJ 640 (organisaties zonder winstoogmerk)

  • Kaderwet zelfstandige bestuursorganen

  • Wet normering topinkomens

  • De wet- en regelgeving inzake aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012)

  • Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020

In de Kaderwet zelfstandig bestuursorganen is in artikel 35 aangegeven dat de jaarrekening ingericht dient te worden zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De RJ is een nadere duiding van de wetgeving zoals opgenomen in BW2 Titel 9. Zoals in RJ 640.102 staat beschreven, is er sprake van een sterke aanbeveling voor het toepassen van de Standaard voor organisaties zonder winststreven. Dit Handboek neemt deze aanbeveling over. Dit betekent concreet dat ook de andere bepalingen van de RJ van toepassing zijn op de jaarrekening en het bestuursverslag (RJ 640.102).

Daar waar specifieke wet- of regelgeving of bekostigingsvoorschriften gelden die afwijken van de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging gaan deze vóór op de Richtlijnen voor de jaarverslaglegging (RJ 640.104).

1.2 Procedure

Jaarrekening apparaatskosten

Op grond van artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt het Commissariaat jaarlijks voor 15 maart een jaarverslag op. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Dit jaarverslag wordt aan de Minister van OCW en aan beide kamers der Staten-Generaal toegezonden. Als onderdeel van het jaarverslag dient het Commissariaat de jaarrekening bij Minister van OCW in. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van de Minister van OCW (artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen). In de jaarrekening worden de apparaatskosten van het Commissariaat verantwoord. Deze jaarrekening is voorzien van een getrouwheids- en een rechtmatigheidsoordeel van de instellingsaccountant.

Financieel verslag van het beheer van de algemene mediareserves

Op grond van artikel 7.7 van de Mediawet 2008 dient het Commissariaat daarnaast jaarlijks voor 1 september een separaat financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166 van de Mediawet 2008. Het financiële verslag (jaarrekening) gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en behoeft de instemming van de Minister van OCW.

In dit Handboek zijn voorschriften en modellen opgenomen voor zowel de jaarrekening apparaatskosten als het financiële verslag van het beheer van de algemene mediareserve. Het doel hiervan is het bereiken van een transparante jaarverslaggeving inzake de financiële gegevens door de jaren heen. Daarbij zijn de regels van het jaarrekeningenrecht, zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, de Wet normering topinkomens (WNT) en jurisprudentie van toepassing.

2 Onderdelen van verantwoordingen

De jaarlijkse verantwoording en de aanvraag tot vaststelling bestaat uit de jaarrekening en het bestuursverslag (RJ 640.301). Daarnaast voegt de accountant een aantal accountantsproducten toe, die zijn toegelicht in 2.1.3. Voor de verantwoording hanteert OCW voorgeschreven modellen, het is verplicht deze te hanteren. Hierna worden de vereisten voor de verschillende onderdelen van de verantwoording toegelicht.

2.1 Jaarrekening apparaatskosten
2.1.1 Jaarrekening apparaatskosten

De jaarrekening, als bedoeld in artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bevat minimaal de volgende onderdelen (RJ 640.301):

  • 1. Balans met toelichting.

    De balans dient opgesteld te worden volgens model I (zie 3.1.1). Alle balansposten dienen te worden toegelicht (zie 3.1.2).

  • 2. Exploitatierekening volgens de categoriale indeling met toelichting.

    De exploitatierekening dient opgesteld te worden volgens model II (zie 3.1.3). Het Commissariaat geeft een toelichting op de exploitatierekening (zie 3.1.4).

  • 3. Kasstroomoverzicht met toelichting.

    Het Commissariaat geeft een toelichting op het kasstroomoverzicht in relatie tot het voorgaande boekjaar.

2.1.2 Bestuursverslag

Het bestuursverslag wordt ondertekend door de leden van het College van Commissarissen en indien aanwezig, de algemeen directeur. Al dan niet in aanvulling op elementen die zijn voorgeschreven in de RJ 640 (organisaties zonder winstoogmerk), bevat het bestuursverslag een toelichting op de volgende onderwerpen:

  • a. het exploitatieresultaat;

  • b. de financiële positie, waarbij, indien van toepassing, een toelichting op het beleggingsbeleid en eventueel de gebruikte financiële derivaten wordt gegeven;

  • c. een inzichtelijke kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar en het al dan niet realiseren van de voorgenomen activiteiten;

  • d. de risicoparagraaf:

    Het Commissariaat geeft inzicht in de volgende risico’s:

    • i. Toezichtrisico’s

      Het Commissariaat geeft een inventarisatie op hoofdlijnen van de risico’s per taakgebied en een kwantitatieve inschatting van de omvang van deze risico’s (in termen van kans en impact). Deze kwantitatieve inschatting heeft tot doel om te bepalen hoe risico’s zich in omvang tot elkaar verhouden.1

      Het Commissariaat geeft een korte evaluatie van de toezichtdoelstellingen en -strategie van het boekjaar, met daarbij:

      • een overzicht van de doelstellingen per taakgebied;

      • een overzicht op hoofdlijnen van de activiteiten/aanpak per doelstelling;

      • een evaluatie van de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd met een toelichting die ingaat op de effectiviteit van de gekozen activiteiten/aanpak om de doelstellingen te realiseren;

      • een vergelijk tussen gerealiseerde en begrote kosten2 per doelstelling en een vergelijking met de gerealiseerde kosten van de afgelopen boekjaren met een toelichting die ingaat op de doelmatigheid van de gekozen activiteiten/aanpak om de doelstellingen te realiseren.3

    • ii. Bedrijfsvoeringsrisico’s

      Het Commissariaat geeft naast de toezichtrisico’s een overzicht van de risico’s binnen de organisatie en bedrijfsvoering van het Commissariaat en de aanwending van het budget. Daarbij geeft het Commissariaat een kwantitatieve inschatting van de omvang van deze risico’s (in termen van kans en impact), de beheersmaatregelen, in hoeverre de risico’s door de beheersmaatregelen zijn afgedekt en hoe zich dit verhoudt tot de hoogte van de algemene reserve.

      Uitgaande van de primaire verantwoordelijkheid van het College van Commissarissen (interne governance) beredeneert het Commissariaat op basis van de risicoanalyse op transparante wijze de benodigde algemene reserve voor het opvangen van bedrijfsvoeringsrisico’s, of te wel een instellingsspecifieke signaleringsnorm die jaarlijks aan de hand van de kostenbegroting door het Commissariaat wordt opgesteld door het Commissariaat en vastgesteld door OCW. In de toelichting op het verloop van de algemene reserve wordt deze signaleringsgrens gehanteerd (nader in te vullen norm%4) gerelateerd aan de benodigde hoogte van de algemene reserve in relatie tot de risico’s en het verloop ervan. De gehanteerde signaleringsnorm wordt toegelicht in de risicoparagraaf. In geval van hoge reserves (boven de signaleringsnorm) legt het Commissariaat uit in toelichting bij de Algemene reserve op welke wijze het surplus boven de signaleringsnorm op korte termijn bestemd wordt (zie hiervoor paragraaf 3.1.2 Eigen vermogen).

  • e. of het beheer en de organisatie van het Commissariaat voldoen aan eisen van doelmatigheid (art. 35 lid 4 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen). Het Commissariaat stelt hiervoor kengetallen op (zie Model III Kwantitatief beleidsoverzicht);

  • f. de zaken die nu en in de toekomst van invloed kunnen zijn op de continuïteit en het functioneren van de organisatie van het Commissariaat;

  • g. de specifieke aandachtspunten die in de beschikking tot bekostigingsverlening zijn vermeld;

  • h. indien het Commissariaat in de jaarrekening en het bestuursverslag afwijkt van de wet- en regelgeving, geeft het Commissariaat de afwijkingen aan;

  • i. de samenstelling van het College van Commissarissen en algemeen directeur inclusief data van aan- en aftreden;

  • j. de specifieke aandachtspunten die in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn aangegeven:

    • nevenfuncties van de door de Minister van OCW benoemde leden van het zelfstandig bestuursorgaan (art 13)

    • het bestendigen van de interne organisatie, het doelmatig, rechtmatig en professioneel uitvoeren van de taken en opdrachten, de bedrijfsvoering en het financieel & materieel beheer (art. 19, 23 en 32)

    • kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke taken (inclusief definiëring ervan)

    • de uitkomsten van de vijfjaarlijkse evaluatie ten behoeve van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het Commissariaat (art. 30 lid 1).

Het gesprek tussen het Commissariaat en het ministerie over het bestuursverslag, waaronder de risicoparagraaf, vindt jaarlijks plaats.

2.1.3 Accountantsproducten

De jaarlijkse verantwoording wordt door de instellingsaccountant voorzien van de volgende producten:

  • De controleverklaring bij de jaarrekening, opgenomen in de jaarrekening van het Commissariaat onder ‘Overige gegevens’ (RJ 640.303).

    Voor de accountantscontrole dient de accountant de aanwijzingen te volgen van het Accountantsprotocol verantwoording Commissariaat voor de Media (zie bijlage 2). Het protocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van de NBA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd.

  • Accountantsrapport.

    Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld, voegt het Commissariaat dat bij de jaarverantwoording.

2.1.4 Het kwantitatief beleidsoverzicht

Het kwantitatief beleidsoverzicht dient opgesteld te worden volgens model III in dit handboek. Het overzicht vormt onderdeel van het bestuursverslag van het Commissariaat.

2.2 Financieel verslag van het administratief beheer van de algemene mediareserves

Volgens artikel 2.166, tweede lid, van de Mediawet 2008 beheert het Commissariaat de algemene mediareserve. Het Commissariaat houdt hiervoor een separate administratie bij en dient jaarlijks voor 1 september een financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserve. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en behoeft de instemming van de Minister van OCW (art. 7.7 Mediawet 2008). Indien de accountant een rapport van bevindingen heeft opgesteld, voegt het Commissariaat dit bij het financieel verslag.

Het financieel verslag bevat minimaal de volgende onderdelen:

  • Balans met toelichting.

  • De balans dient opgesteld te worden volgens model IV (zie 3.4.1). Alle balansposten dienen te worden toegelicht (zie 3.4.2).

  • Exploitatierekening volgens de categoriale indeling met toelichting.

  • De exploitatierekening dient opgesteld te worden volgens model V (zie 3.4.3). Het Commissariaat geeft een toelichting op de exploitatierekening (zie 3.4.4).

3 Modellen voor de verantwoordingen
3.1 Jaarrekening apparaatskosten
3.1.1 Model I: Balans
Balans per 31 december 20xx (na resultaatsbestemming)

Bedragen x € 1.000

Huidig Boekjaar

Vorig Boekjaar

 

Huidig Boekjaar

Vorig boekjaar

Vaste activa

       

Eigen vermogen

       

Immateriële vaste activa

       

Algemene reserve

       

Materiële vaste activa

       

Bestemmingsreserves

       

Bedrijfsgebouwen en -terreinen

       

Bestemmingsfonds OCW

       

Installaties

       

Overige bestemmingsfondsen

       

Andere vaste bedrijfsmiddelen

                 
         

Voorzieningen

       

Financiële vaste activa

                 

Overige vorderingen

       

Langlopende schulden

       
                   

Vlottende activa

       

Kortlopende schulden

       

Vorderingen

       

Vooruit ontvangen

       

Debiteuren

       

Crediteuren

       

Overige vorderingen

       

Belastingen en sociale premies

       

Overlopende activa

       

Overige schulden

       

Liquide middelen

       

Overlopende passiva

       
                   

Totaal

       

Totaal

       
3.1.2 Toelichting op model I Balans

De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (conform art. 35 lid 1 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen). Alle balansposten dienen te worden toegelicht. Onderstaande aandachtspunten geven nadere aanwijzingen voor specifieke balansposten:

Vaste Activa

Materiële vaste activa dienen bij eerste verwerking te worden gewaardeerd tegen de kostprijs (RJ 212.301). De kostprijs van een materieel vast actief bestaat uit de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs en overige kosten om het actief op zijn plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik (RJ 212.302).

Aanschaffingen boven € 2.500 worden geactiveerd. Aanschaffingen tot en met € 2.500 komen direct ten laste van de exploitatierekening.

De afschrijvingsmethode dient gebaseerd te zijn op het verwachte gebruikspatroon van het actief, overeenkomstig de aanwending van de toekomstige prestatie-eenheden van het actief (RJ 212.423). Een belangrijke wijziging van het verwachte gebruikspatroon dient te leiden tot aanpassing van de afschrijvingsmethode. Dit dient toegelicht te worden in de jaarrekening.

Investeringssubsidie

Als het Commissariaat subsidie ontvangt voor investering in vaste activa, dan vindt verantwoording van de subsidie niet plaats in de exploitatierekening. Het Commissariaat neemt de investering op in de balans. De ontvangen subsidie verantwoordt het Commissariaat onder de Langlopende schulden met als subpost ‘Investeringssubsidie’. Deze post ‘Investeringssubsidie’ valt vrij via de exploitatierekening, gelijklopend met de afschrijvingstermijn van de investering en wordt opgenomen onder de baten.

Eigen Vermogen

Bij het maken van onderscheid tussen algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen volgt het Commissariaat de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 640 (RJ 640.310-318).

Het Commissariaat dient jaarlijks het saldo van de niet bestede OCW-bekostiging (inclusief het niet bestede deel van de opbrengst toezichtkosten media-instellingen) toe te voegen aan het 'Bestemmingsfonds OCW'.

De overige niet bestede opbrengsten, zoals rente en overige opbrengsten kunnen toegevoegd worden aan de algemene reserve.

De resultaatbestemming, dit is de wijze waarop het exploitatieresultaat aan een (bestemmings)reserve of bestemmingsfonds wordt toegerekend en/of op een andere wijze wordt aangewend, voorziet het Commissariaat van een toelichting.

Over de bestemming van de resterende middelen in het 'Bestemmingsfonds OCW' zal bij de vaststelling van de jaarlijkse bekostiging een beslissing worden genomen. Een voorstel tot resultaatbestemming (bij afwijking van bovenstaande toerekeningswijze) dient het Commissariaat voor te leggen aan OCW. Het Commissariaat verwerkt haar voorstel niet in het eigen vermogen, zolang niet door OCW goedgekeurd (zie ook hieronder Aandachtspunt b.).

Aandachtspunten:

Het verloop van de algemene reserve, bestemmingsreserves en -fondsen dient te worden toegelicht. De relatie tussen lasten in de exploitatierekening en uitputting van de bestemmingsreserves en -fondsen dient het Commissariaat eveneens toe te lichten. Ook de relatie met de resultaatbestemming (dotaties en aanwending) dient het Commissariaat inzichtelijk te maken en nader toe te lichten. In de toelichting op het verloop van de algemene reserve wordt een signaleringsgrens gehanteerd (nader te bespreken norm%5). De gehanteerde signaleringsgrenzen worden toegelicht in de risicoparagraaf (zie Bestuursverslag).

Indien bestemmingsreserves zijn gevormd specifiek voor bedrijfsvoerings- en toezichtrisico’s, dan worden deze hierin meegenomen. Als de reserve op het eerste gezicht relatief laag lijkt (kleiner dan de afgesproken minimumnorm) legt het Commissariaat uit hoe de risico’s voldoende beheerst worden zodat de continuïteit niet in gevaar komt. Bij hoge reserves (hoger dan de afgesproken maximale norm) legt het Commissariaat uit op welke wijze een eventueel surplus boven de signaleringsgrens op korte termijn bestemd wordt. Onder bedrijfsvoeringsrisico’s vallen onder andere onvoorziene extra apparaatskosten. Hieronder valt niet het risico op frictiekosten aan de zijde van het Commissariaat zelf, dat veroorzaakt wordt door beëindiging of forse terugval in OCW-bekostiging. Op voorhand gaat OCW niet akkoord met het aanleggen van een algemene reserve voor dit doel.

Bestemmingsreserves voor nieuw beleid kunnen alleen met toestemming van OCW worden gevormd voor een afgebakend doel en een afgebakende periode.

Voorzieningen

Bij deze post staat het Commissariaat vrij subposten te gebruiken naar eigen inzicht. Volg bij het treffen van voorzieningen de bepalingen in artikel 374 BW 2 Titel 9 en tevens de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, RJ 252. Deze richtlijn geeft de voorwaarden aan waaronder een voorziening getroffen kan worden en de wijze waarop deze toegelicht moet worden. Het Commissariaat neemt in de toelichting in ieder geval het verloop van de voorziening, de waarderingsmethode en korte omschrijving van de aard van de voorziening op (zie RJ 252.2).

Ten aanzien van de voorziening wachtgeld geeft het Commissariaat aan hoe de dotatie tot stand is gekomen (berekeningswijze) en waaruit de vrijval en onttrekkingen bestaan. De relatie met de mutaties in de staat van baten en lasten wordt toegelicht. Het aantal fte’s waarop de voorziening wachtgeld betrekking heeft wordt aangegeven.

Overige schulden

Model opgelegde boeten en dwangsommen door het Commissariaat aan de omroeporganisaties.

Nog af te dragen boetes aan OCW

x € 1.000

   

Stand 1–1 Nog af te dragen aan OCW

 
   

Opgelegde bestuurlijke boetes aan:

 

 

 

Totaal opgelegde bestuurlijke boetes

 
   

Geïncasseerde boetes, afgedragen aan OCW van:

 

 

 

Totaal geïncasseerde boetes

 
   

Stand 31–12 Nog af te dragen aan OCW

 
3.1.3 Model II: Exploitatierekening
Exploitatierekening per 31 december 20xx

Bedragen x € 1.000

Jaar t Begroting

Vorig boekjaar

Baten

       

1. Bijdrage van het ministerie OCW

       

2. Opbrengst Commerciële media-instellingen

       

3. Overige baten

       
         

Som der baten

       
         

Lasten

       

4. Personeelslasten

       

Accountantskosten

       

6. Huisvestingslasten

       

7. ICT-kosten

       

8. Onderzoeks-/advieslasten

       

9. Afschrijvingskosten vaste activa

       

10. Overige lasten

       
         

Som der lasten

       

Bedrijfsresultaat

       
         

11. Rentebaten/-lasten

       

12. Saldo bijzondere baten en lasten

       
         

Exploitatieresultaat

       
         

Bestemming van het resultaat

       

Toevoeging/Onttrekking Algemene Reserve

       

Toevoeging/Onttrekking Bestemmingsfondsen

       

Toevoeging/Onttrekking Bestemmingsreserves

       
3.1.4 Toelichting op de exploitatierekening

De cijfers in de kolom Begroting dienen overeen te stemmen met de begroting die de Minister heeft goedgekeurd. Voor een goed inzicht licht het Commissariaat afwijkingen groter dan 10% tussen de opgenomen begroting en de realisatie per post in bovenstaand model toe.

De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (art. 35 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen). Voor de specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften. Onderstaande aandachtspunten geven nadere aanwijzingen voor specifieke exploitatierekeningposten:

3.1.4.1 Baten
  • De bijdrage van het ministerie OCW wordt uitgesplitst naar regulier, vaste boekenprijs en incidenteel.

  • De opbrengst Commerciële media-instellingen wordt nader gespecificeerd in o.a. commerciële media-instellingen op aanvraag, commerciële media-instellingen en overige opbrengsten.

  • De aard van de overige baten dient toegelicht te worden.

3.1.4.2 Lasten

Personeelslasten

Personeelslasten dienen in de toelichting gespecificeerd te worden tenminste naar onderstaande categorieën en per categorie voorzien van vergelijkende cijfers voorgaand jaar en de begroting:

  • bruto salarissen;

  • werkgeversdeel sociale lasten;

  • vakantiegeld;

  • kosten pensioenpremie;

  • kosten inhuur tijdelijk personeel;

  • overige personeelskosten.

Het Commissariaat geeft het percentage externe inhuur aan ten opzichte van de totale personeelskosten.

Het aantal medewerkers in Full Time Equivalent dat ultimo boekjaar in dienst is bij het commissariaat en het gemiddeld aantal medewerkers in Full Time Equivalent dat over het boekjaar in dienst is geweest, worden door het Commissariaat toegelicht.

Ten aanzien van de wachtgeldkosten licht het Commissariaat de kosten toe die betrekking hebben op de voorziening in kader van eigen risico WW en BWW (inclusief aantal fte’s) en overige wachtgeldkosten voor bijvoorbeeld het College.

Bezoldiging leden van het College van Commissarissen en directieleden

Het Commissariaat licht de personele lasten toe in overeenstemming met de toelichtingsvereisten in RJ 640.413 en RJ 271 Personeelsbeloningen (waaronder paragraaf 7 vereisten voor Wet normering topinkomens).

In de toelichting wordt opgave gedaan van de bezoldiging van de gezamenlijke bestuurders en gewezen bestuurders (leden van het College van Commissarissen en directieleden) en voor de gezamenlijke toezichthouders en gewezen toezichthouders, met vermelding van de toegepaste wachtgeldregelingen. De bedragen dienen in het boekjaar ten laste van het Commissariaat te zijn verantwoord. Op overeenkomstige wijze wordt afzonderlijk opgave gedaan van de bezoldiging van de gezamenlijke directieleden en gewezen directieleden.

Een opgave die herleid kan worden tot een enkele natuurlijke persoon mag achterwege blijven.

Namen van alle leden van het College van Commissarissen, directieleden en toezichthouders dienen eveneens te worden vermeld. Per lid van het college, directielid en toezichthouder wordt de vorm van bezoldiging (gesalarieerd parttime of fulltime en/of vacatiegeld en eventuele onkostenvergoeding) aangegeven. Bij parttime salariëring wordt het parttime percentage vermeld.

Onder bestuurders wordt verstaan die personen die deel uitmaken van het statutaire bestuursorgaan.

Onder directieleden wordt verstaan die personen die deel uitmaken van de statutaire directie. Tevens worden hieronder begrepen die personen die bij de statuten algemene bevoegdheden hebben verkregen.

Onder toezichthouders wordt verstaan die personen die krachtens de wet of statuten met het toezicht op het college zijn belast. Leden van een ledenraad worden hier niet onder begrepen.

Er wordt separaat opgave gedaan van degenen van wie het belastbaar loon het gemiddelde belastbare loon van de ministers in het boekjaar te boven is gegaan.

Onderzoeks-/advieslasten

Onder onderzoek- en advieslasten worden de kosten de werkzaamheden van externe partijen opgenomen. Deze kosten worden gespecificeerd naar toezichtskosten en bedrijfsvoering-/organisatiekosten.

Overige lasten

Deze algemene kosten zijn een verzamelpost van kantoorkosten, verzekeringen, abonnementen lidmaatschappen, accountants- en administratiekosten en dergelijke.

In de toelichting specificeert het Commissariaat deze kosten, waarbij de accountantskosten als een separate post verantwoord worden met de volgende specificatie:

  • Accountantskosten organisatie CvdM (bestuursverslag/jaarrekening);

  • Accountantskosten in verband met het beheer van de Algemene Mediareserve (financieel verslag).

Toerekening lasten naar taakgebieden

Het Commissariaat rekent de totale lasten toe aan de taakgebieden in relatie tot de begroting. De wijze waarop deze lasten zijn verdeeld en de gehanteerde verdeelsleutels worden door het Commissariaat toegelicht.

De verschillen met de begroting worden door het Commissariaat toegelicht.

Toerekening lasten naar taakgebieden (bedragen x € 1.000)

Taakgebieden 1

Realisatie

Begroting

Verschil realisatie

Tov begroting

 

Aandeel

(%)

Bedrag

Aandeel

(%)

Bedrag

Aandeel (%)

Bedrag

             
             
             
             

Totaal

100%

 

100%

     
X Noot
1

Het Commissariaat vult hier de taakgebieden in conform de begroting.

Frictiekosten

De frictiekosten dienen als volgt gespecificeerd te worden, waarbij de relatie met de mutaties in de balanspost en staat van baten en lasten wordt toegelicht.

Opgave van gerealiseerde frictiekosten

Categorie

Frictiekosten volgens aanvraag (in €)

Frictiekosten volgens verzoek tot uitbetaling (in €)

Gerealiseerde frictiekosten (in €)

Toelichting op verschil opgave en realisatie

Personeelskosten van ‘Werk naar Werk’ – kandidaten

Kosten dienstbetrekking

     

Kosten ontslagvergoeding

     

Kosten aanbieden tijdelijk contract

     

Kosten actieve bemiddeling en begeleiding naar passend werk

     

Kosten actieve bemiddeling werkzaam buiten het Commissariaat

     

Advieskosten

Met reorganisatie verbonden juridische en/of personele advieskosten

     

Accountantskosten

Kosten voor aanvraag en/of verzoeken voor uitbetaling

     

Kosten voor jaarlijkse verantwoording van de besteding

     

Toerekening fte’s naar taakgebieden

Het Commissariaat geeft een overzicht (zie onderstaande specificatie) van het gemiddeld aantal fte’s dat over het boekjaar in dienst was bij het Commissariaat en tijdelijke inhuur, verdeeld naar taakgebieden en licht de verschillen (groter dan 10%) met de begroting en vorig jaar toe. De wijze waarop de fte’s zijn verdeeld en de gehanteerde verdeelsleutels worden door het Commissariaat toegelicht.

Toerekening fte’s naar taakgebieden

Taakgebied 1

Exclusief inhuur (in fte’s)

Inclusief inhuur (in fte’s)

 

boekjaar

Begroting

Vorig jaar

Boekjaar

Begroting

Vorig jaar

             
             

Totaal

           
X Noot
1

Het Commissariaat vult hier de taakgebieden conform de begroting.

Handhavingsverzoeken

Onder handhavingskosten worden verstaan de kosten die samenhangen met activiteiten die door het Commissariaat worden verricht ten behoeve van de naleving van wet- en regelgeving (Mediawet), de kosten voor de uitvoering van wet- en regelgeving voor zover gerelateerd aan het (doen) naleven van de daarin gestelde normen.

De handhavingskosten specificeert het Commissariaat als volgt:

  • totale kosten;

  • aantal behandelde handhavingsverzoeken (met verdeling in nationaal en internationaal);

  • Indien sprake is van internationale verzoeken dan specificeert het Commissariaat de kosten die daarmee samenhangen.

Saldo bijzondere baten en lasten

Hier verantwoordt het Commissariaat baten en lasten uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die door hun aard, omvang of incidentele karakter apart moeten worden gepresenteerd en toegelicht (bijvoorbeeld boekwinst of -verlies bij afstoting van materiële vaste activa, vrijval van voorziening, lasten uit reorganisatie). Hierbij dienen de actuele Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ 270.4) worden gevolgd.

Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum

Het Commissariaat dient, voor zover van toepassing, in de toelichting een opgave op te nemen van de gebeurtenissen na balansdatum met belangrijke financiële gevolgen en de omvang ervan (RJ 640.414).

3.1.5. Model III voor kwantitatief beleidsoverzicht

Het Commissariaat heeft in het kader van de bekostiging een beleidsplan en begroting ingediend. De aan het Commissariaat verleende bekostiging is bestemd voor de activiteiten zoals vermeld in het beleidsplan en voorzien in de begroting. Het Commissariaat neemt in het bestuursverslag een kwalitatieve beschrijving van de verrichte activiteiten op, alsmede een oordeel over de doelmatigheid gebaseerd op de indicatoren, zoals verantwoord in het kwantitatief beleidsoverzicht.

Doelstelling per Taakgebied1

Begroot

Realisatie

Toelichting afwijking begroot en gerealiseerd

> 10%

Beschrijving prestatie-indicator

Realisatie prestatie-indicator

           
           
           
           
           
           
X Noot
1

In het kwantitatief beleidsoverzicht worden de doelstellingen per taakgebied beschreven en de doelmatigheidsindicatoren verantwoord, die vooraf zijn afgestemd met OCW. Het Commissariaat vult hier de taakgebieden in conform de begroting.

De verschillen met de begroting worden door het Commissariaat toegelicht.

3.2 Financieel verslag van het beheer van de algemene mediareserves
3.2.1 Model IV Balans

Het Commissariaat heeft de wettelijke taak voor het beheer van de Algemene Mediareserve en vervult een administratieve functie voor het verstrekken van gelden conform de Mediabegroting. Hierover wordt verantwoording afgelegd in het financieel verslag. Beide taken kunnen leiden tot mutaties in de Algemene Mediareserve. De Algemene Mediareserve (AMR) is bestemd voor opvang van dalende Ster-inkomsten, voor bijdragen in reorganisatiekosten als gevolg van overheidsbesluiten en ter financiering van de door het Commissariaat aan te houden rekening-courant voor betalingen aan de instellingen die uit de mediabegroting worden betaald.

Balans beheer per 31 december 20xx (na resultaatsbestemming)
 

Boekjaar

Vorig boekjaar

 

Boekjaar

Vorig boekjaar

Vaste activa

                 

Financiële vaste activa

       

Eigen vermogen

       

Overige vorderingen

       

Bestemmingsfonds

       
                   

Vlottende activa

                 

Vorderingen

       

Kortlopende schulden

       

Debiteuren

       

Crediteuren

       

Overige vorderingen

       

Overige schulden

       

Overlopende activa

       

Overlopende passiva

       

Liquide middelen

                 
                   
                   

Totaal

       

Totaal

       
3.2.2 Toelichting op de balans beheer

Alle balansposten dienen te worden toegelicht. Onderstaande aandachtspunten geven nadere aanwijzingen voor specifieke balansposten:

Alle posten op de balans onder ‘Vorderingen’ en ‘Kortlopende schulden’ specificeert het Commissariaat naar:

  • Uitvoering Beheer AMR

    • Landelijke publieke omroep

    • Regionale publieke omroep

  • Uitvoering Mediabegroting (bestedingen OCW)

Bestemmingsfonds OCW

Het bestemmingsfonds OCW bestaat uit de Algemene Mediareserve, die bestemd is voor opvang van dalende Ster-inkomsten, voor bijdragen in reorganisatiekosten als gevolg van overheidsbesluiten en ter financiering van de door het Commissariaat aan te houden rekening-courant voor betalingen aan de instellingen die uit de mediabegroting worden betaald.

Het Commissariaat beheert de Algemene Mediareserve en voert het beleid en besluiten van de Minister van OCW uit. Het Commissariaat geeft in de toelichting een verloopstaat van de Algemene Mediareserve, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

  • liquide middelen

  • vorderingen

  • verplichtingen

Alle mutaties worden separaat toegelicht en gecategoriseerd naar voortkomend uit beheer AMR of uitvoering Mediafunctie (zie onderstaande tabel).

Onderbouwing Algemene Mediareserve

Bedragen x € 1.000

Boekjaar

Voorgaand boekjaar

Stand Algemene Mediareserve per 1-1

   

Mutaties in kader Landelijke publieke omroep

   

Vorderingen

   
     
     

Totaal vorderingen

   

Liquide middelen

   
     
     

Totaal liquide middelen

   

Verplichtingen

   
     
     

Totaal verplichtingen

   

Totaal mutaties Landelijke Publieke Omroep

   
     

Mutaties in kader Regionale publieke omroep

   

Vorderingen

   
     
     

Totaal vorderingen

   

Liquide middelen

   
     
     

Totaal liquide middelen

   

Verplichtingen

   
     
     

Totaal verplichtingen

   

Totaal mutaties Regionale Publieke Omroep

   
     

Mutaties in kader van bestedingen OCW (Mediabegroting)

   

Vorderingen

   
     
     

Totaal vorderingen

   

Liquide middelen

   
     
     

Totaal liquide middelen

   

Verplichtingen

   
     
     

Totaal verplichtingen

   

Totaal mutaties uitvoering Mediabegroting

   

Stand Algemene Mediareserve per 31-12

   
3.2.3 Model V Exploitatierekening beheer

De baten en de lasten worden verdeeld naar de verschillende taken die het Commissariaat uitvoert, namelijk uitvoering Mediabegroting en Beheer Algemene Mediareserve.

Exploitatierekening beheer per 31 december 20xx
 

Landelijke Publieke omroep

Regionale Publieke Omroep

Bestedingen OCW (media-begroting)

Totaal

Jaar t Begroting

Vorig boekjaar

Baten

               

Rijksbijdrage media Landelijke publieke omroepen

               

Rijksbijdrage Regionale Omroepen

               

Reclamegelden STER

               

Overige baten

               
                 

Som der baten

               
                 

Lasten

               

5. Verstrekte subsidies

               

6. Overige lasten

               
                 

Som der lasten

               
                 

Bedrijfsresultaat

               
                 

7. Rentebaten en -lasten

               

8. Saldo bijzondere baten en lasten

               
                 

Exploitatieresultaat

               
                 
                 

Bestemming van het resultaat

               

Toevoeging/Onttrekking Bestemmingsfonds

               
                 
3.2.4 Toelichting op de exploitatierekening beheer

De cijfers in de kolom Begroting dienen overeen te stemmen met de begroting die de Minister heeft goedgekeurd. Voor een goed inzicht licht het Commissariaat afwijkingen groter dan 10% tussen de opgenomen begroting en de realisatie per post in bovenstaand model toe.

Baten

De baten worden gespecificeerd naar aard en organisatie.

Lasten

De verstrekte bekostiging wordt gespecificeerd per ontvanger.

B. Accountantsprotocol financiële verantwoording Commissariaat voor de Media

1.1. Doelstelling

Dit protocol heeft betrekking op de accountantscontrole (verder: controle) van de jaarrekening apparaat en het financiële verslag beheer van de algemene mediareserve van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat), die krachtens de Mediawet bekostigd wordt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: OCW). Artikel 35, derde en vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bepaalt dat de verklaring van de accountant mede betrekking heeft op de rechtmatige inning en besteding van de middelen door het zelfstandig bestuursorgaan en op de vraag of het beheer en de organisatie van een zelfstandig bestuursorgaan voldoen aan eisen van doelmatigheid. Artikel 7.8 van de Mediawet 2008 bepaalt dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over de inhoud en inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. In de Regeling verantwoording Commissariaat voor de Media en de bekostigingsbeschikking zijn de verantwoordingsvoorschriften opgenomen. Deze voorschriften leiden tot de volgende accountantsproducten (zie 1.4):

Volgens artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen moet de accountant van het Commissariaat een controleverklaring omtrent de getrouwheid en (financiële) rechtmatigheid bij de financiële verantwoordingen verstrekken.

In voorkomende gevallen moet de accountant een rapport van bevindingen opstellen, wanneer bij de controle de in het protocol vastgelegde rapporteringstolerantie wordt overschreden.

Het protocol is bedoeld om, aanvullend op de geldende beroepsvoorschriften van de NBA, limitatief vast te leggen welke onderwerpen door de accountant moeten worden gecontroleerd en onderzocht.

1.2. Wettelijk kader

Met artikel 7.1 van de Mediawet 2008 is het Commissariaat ingesteld. Het Commissariaat heeft rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in de gemeente Hilversum. In artikel 7.6 van de Mediawet 2008 is bepaald dat OCW de kosten van het Commissariaat zal vergoeden. Hiertoe stelt het Commissariaat jaarlijks een begroting op (zie artikelen 26 en 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen) die de instemming behoeft van de Minister van OCW.

Op grond van artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt het Commissariaat jaarlijks voor 15 maart een jaarverslag op en op grond van artikel 34 van de Kaderwet dient het de jaarrekening tegelijkertijd bij de Minister van OCW in. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening apparaatskosten behoeft de goedkeuring van de Minister van OCW. Daarnaast dient het Commissariaat jaarlijks voor 1 september op grond van artikel 7.7 van de Mediawet 2008 een separaat financieel verslag in over het beheer van de Algemene Mediareserve, bedoeld in artikel 2.166 van de Mediawet 2008.

Beide verantwoordingen behoeven de instemming van de Minister van OCW.

Procedure

Publieke media-instellingen, de NPO en de RPO zijn overeenkomstig de artikelen 2.171, 2.172 en 2.173a van de Mediawet 2008 verplicht hun jaarrekening in te dienen bij het Commissariaat. Deze jaarrekeningen zijn voorzien van een controleverklaring van de onafhankelijke accountant omtrent de getrouwheid en de financiële rechtmatigheid.

Het Commissariaat stelt op grond van de artikelen 7.6 tot en met 7.8 van de Mediawet 2008 en de artikelen 18 en 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vóór 15 maart een jaarrekening op waarin de apparaatskosten van het Commissariaat zijn opgenomen.

Tevens stelt het Commissariaat op grond van de artikelen 7.6 tot en met 7.8 van de Mediawet 2008 vóór 1 september een jaarrekening op waarin het beheer van de Algemene Mediareserve is opgenomen.

Beide jaarrekeningen zijn voorzien van een getrouwheids- en een rechtmatigheidsoordeel van de instellingsaccountant.

Voor de controle zijn de volgende artikelen relevant van de specifieke wet- en regelgeving op de verantwoording van het Commissariaat (inclusief eventuele wijzigingen):

  • de Mediawet 2008:

    • Algemene Mediareserve: artikelen 2.167 tot en met 2.169

    • Rechtmatigheidstoetsing en jaarrekening landelijke en regionale publieke mediadiensten: artikelen 2.171 tot en met 2.177

    • Toezichtkosten: artikel 3.30

    • Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving Commissariaat: artikelen 7.1 tot en met 7.7, 7.11, 7.12, 7.13, 7.14 en 7.21

  • de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen: artikelen 11, 12, 13, 14, 15, 17, 18, eerste lid, 19, derde lid, 27, 28, 29, eerste lid, 30, 33, 34 en 35.

  • Burgerlijk Wetboek, Boek 2, Titel 9 (BW 2 Titel 9)

  • Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, met name RJ 640 (organisaties zonder winstoogmerk)

  • Regeling Controleprotocol WNT

  • De wet- en regelgeving inzake aanbestedingen (Aanbestedingswet 2012, Aanbestedingsbesluit en Gids Proportionaliteit), zowel Europees als nationaal

  • Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020

  • Bekostigingsbeschikking

Het referentiekader voor de controle ligt vast in dit protocol. Het protocol geeft in hoofdstuk 2.2 en 2.3 een limitatieve opsomming van de relevante bepalingen die in de controle moeten worden betrokken, met aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de controle.

Dit protocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA uitgegeven 'Schrijfwijzer Accountantsprotocollen 2017'. De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor het OCW-mediaterrein. Waar mogelijk zijn tekstpassages uit de handreiking in dit accountantsprotocol overgenomen. Voor de controle van de financiële verantwoording is in dit protocol een verplichte tekst voor de controleverklaring opgenomen. De beschreven controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de 'Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden' (NV COS).

Waar instellingsaccountants hun controlewerkzaamheden ontoereikend hebben uitgevoerd, zal een sanctiebeleid worden toegepast. Dit sanctiebeleid is opgenomen in een brief van de Minister van Financiën aan de Tweede Kamer uit 2003 (Kamerstukken II 2002/3, 28 779, nr.1).

De basis voor het rechtmatigheidsoordeel bij het beheer van de omroepgelden zijn de controleverklaringen die zijn afgegeven bij de jaarrekeningen van de publieke media-instellingen, de NPO en de RPO en de werkzaamheden van het Commissariaat inzake de toetsing van de financiële rechtmatigheid van de besteding van omroepgelden. De instellingsaccountant verstrekt zijn verklaring aan het college van het Commissariaat. Deze dient ter verantwoording aan de Minister van OCW.

Het Commissariaat is belast met de jaarlijkse toetsing van de financiële rechtmatigheid van de besteding van omroepgelden op basis van de jaarrekeningen van de publieke media-instellingen en die van de NPO en RPO. De toetsing van de financiële rechtmatigheid geschiedt door de afdeling Financieel Toezicht van het Commissariaat. Een van de beheermaatregelen die ter beschikking staan van de afdeling Financieel Toezicht is het reviewen van de accountantscontroles bij de publieke media-instellingen. Het doel van de review is het inzicht krijgen in de kwaliteit en toereikendheid van de door de instellingsaccountants uitgevoerde werkzaamheden. De uitkomsten van deze review gebruikt de accountant van het Commissariaat voor de controle van de jaarrekening van het Commissariaat. Het Commissariaat kan de reviewtaak uitbesteden aan een registeraccountant. De reviews dienen uitgevoerd te worden op basis van een roulatiesysteem.

1.3. Accountantsproducten

Van de accountant van het Commissariaat worden de volgende producten verwacht:

  • 1. Verklaring van getrouwheid en (financiële) rechtmatigheid bij de financiële verantwoordingen van het Commissariaat;

  • 2. Een vormvrij rapport van bevindingen, waarin de accountant rapporteert – indien aan de orde – over enkele in dit accountantsprotocol genoemde onderwerpen.

Ad. 1: De accountantscontrole op de financiële verantwoordingen mondt uit in een controleverklaring.

De accountant maakt gebruik van de bij dit protocol gevoegde modelteksten en betrekt de financiële rechtmatigheid in zijn oordeel. Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen. Bij een controle van een jaarrekening maakt de accountant gebruik van de toegevoegde modeltekst. De accountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde 'WG-verklaring' af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de accountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de accountant moet in het archief van het Commissariaat worden opgenomen.

Ad. 2: Dit vormvrije rapport van bevindingen is bedoeld voor het eventueel melden van bevindingen bij het uitvoeren van de aanwijzingen in dit accountantsprotocol. Hiervoor geldt een standaard rapportagetolerantie van 0,1 procent van de totale bekostiging van OCW. Deze tolerantie geeft aan vanaf welke omvang afwijkingen in het rapport van bevindingen gemeld moeten worden.

Het Commissariaat stuurt het eventuele rapport van bevindingen samen met de financiële verantwoordingen, inclusief de daarbij afgegeven controleverklaring, naar OCW. Daarbij kan het college aangeven hoe het heeft gereageerd op de bevindingen van de accountant.

1.4. Voorschriften voor de accountant

Er bestaan specifieke voorschriften voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten, met name de Controle en Overige Standaarden (NV COS).

Uitgangspunt voor het accountantsonderzoek gericht op het financieel verslag is Standaard 700 ‘Het vormen van een oordeel en het rapporteren over financiële overzichten’.

Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230.

1.5. Procedure accountantsprotocol

Dit protocol geldt voor het Commissariaat vanaf 2020 over het verantwoordingsjaar 2019 en is tot nader order van toepassing.

1.6. Reviewbeleid

OCW kan besluiten tot het uitvoeren van een review, als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. De accountant van het Commissariaat verstrekt het reviewteam desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden. De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn voor rekening van het Commissariaat.

2. De controleverklaring bij de financiële verantwoordingen van het Commissariaat
2.1. Algemeen

Dit onderdeel bevat nadere aanwijzingen voor de inrichting van de accountantscontrole en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • de financiële verantwoording

  • betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole

  • omgaan met afwijkingen (fouten) en onzekerheden

2.1.1 De financiële verantwoordingen

De jaarlijkse verantwoording van het Commissariaat voor het Ministerie van OCW vindt zijn grondslag in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de Mediawet 2008. De financiële verantwoordingen bestaan uit een jaarrekening met een bestuursverslag en overige gegevens respectievelijk een financieel verslag van het beheer van de mediareserve. De accountant moet controleren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft en of de bekostiging rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoordingen van het Commissariaat verantwoorde baten, lasten en balansmutaties voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals vermeld in paragraaf 1.2 (wettelijk kader) en uitgewerkt in 2.3 (financiële rechtmatigheid) van dit protocol. Aan de niet in paragraaf 1.2 genoemde artikelen van de wet- en regelgeving hoeft bij de uitvoering van de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Mediawet 2008, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de niet genoemde artikelen van de genoemde regelingen (inclusief de toelichting) noodzakelijk is.

2.1.2 Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole

De accountant richt zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening c.q. financieel verslag geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden voorkomen met een belang groter dan de voorgeschreven toleranties. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de bepaling van het accountantsoordeel over de rechtmatigheid geldt de volgende tolerantietabel:

Tabel: Toleranties

Rechtmatigheid

Fouten (in de financiële verantwoording)

Onzekerheden

(in de controle)

Beperking

Afkeuring

Beperking

Oordeelonthouding

Rechtmatigheid besteding

(% van de totale baten)

>1 en <3

≥3

>3 en <10

≥10

In dit protocol worden geen toleranties voorgeschreven voor de getrouwheid. Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden van de NBA is opgenomen.

Indien de accountant zowel fouten in de informatie van de financiële verantwoording als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.

2.1.3. Omgaan met afwijkingen (fouten) en onzekerheden

Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door het Commissariaat moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten, die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.

Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de controle van de Jaarrekening/financieel verslag:

  • Ten aanzien van het getrouwe beeld van de jaarrekening/financieel verslag behoeft het Commissariaat fouten met een gezamenlijk financieel belang beneden de goedkeuringstolerantie niet te corrigeren en de accountant behoeft ze niet te rapporteren. Het effect op de vermogenspositie (de belangrijkste informatievraag voor OCW) is namelijk gering.

  • Met betrekking tot de financiële rechtmatigheid wordt onderscheid gemaakt tussen materiële en niet-materiële fouten. Het Commissariaat corrigeert voor zover mogelijk geconstateerde fouten. Het Commissariaat kan echter fouten niet altijd corrigeren. De accountant informeert het bestuur en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften. Materiële fouten (d.w.z. fouten groter dan de goedkeuringstolerantie) hebben invloed op de strekking van de controleverklaring en worden uit dien hoofde in de controleverklaring toegelicht. Ten aanzien van niet-materiële fouten (d.w.z. fouten kleiner dan de goedkeuringstolerantie) meldt de accountant deze in het rapport van bevindingen, rekening houdend met de rapportagetolerantie.

2.2 Getrouwheid
2.2.1. Verslaggevingscriteria

Uitgangspunt zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (Boek 2 Titel 9), de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, artikel 35, eerste lid, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 640, nader van toepassing verklaard in hoofdstuk 1 van het Handboek financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2020. De accountant stelt vast dat de jaarrekening aan de in dat hoofdstuk genoemde voldoet. RJ 660 geldt voor de onderwijssector van OCW en is hier niet van toepassing.

2.2.2. Het bestuursverslag en het kwantititief beleidsoverzicht

Met betrekking tot het bestuursverslag stelt de instellingsaccountant vast dat:

  • dit alle elementen bevat (aanwezigheidstoets) die zijn voorgeschreven in artikel 18 lid 1 en 19 lid 3 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, artikel 391 van Boek 2 titel 9 BW en hoofdstuk 2, onder 'bestuursverslag' van het Handboek Verantwoording Commissariaat voor de Media;

  • de in de jaarrekening en in het bestuursverslag opgenomen informatie op elkaar aansluit en geen materiële afwijkingen bevat (consistentietoets);

  • de inhoud van het bestuursverslag overeenkomt met de opgedane kennis van de instelling, waaronder de bevindingen over de interne beheersing (signaleren materiële onjuistheden bestuursverslag).

Inzake Model III Kwantitatief beleidsoverzicht wordt in aanvulling op bovenstaande werkzaamheden van de accountant gevraagd vast te stellen dat:

  • de per doelstelling verantwoorde prestatie-indicatoren volgens interne registraties vooraf afgestemd zijn met OCW;

  • de per doelstelling verantwoorde begrotingscijfers, realisatiecijfers, afwijkingen > 10% en realisaties prestatie-indicator aansluiten op de interne registraties terzake;

  • de beschrijving van de prestatie-indicatoren is afgestemd met OCW;

  • de prestatie-indicatoren rekenkundig juist zijn berekend.

Van de accountant wordt geen oordeel verwacht over de juistheid en volledigheid van de indicatoren als zodanig. Wordt aan een van bovenstaande aanvullende punten niet voldaan, dan meldt de accountant dit in de controleverklaring bij onderdeel B en in zijn verslag van bevindingen.

2.3. Financiële rechtmatigheid
2.3.1. Algemene aspecten

De accountant stelt vast of het Commissariaat de bekostiging door OCW rechtmatig heeft verkregen en besteed. Het referentiekader voor het accountantsoordeel over de financiële rechtmatigheid wordt gevormd door de wet- en regelgeving genoemd in paragraaf 1.2 van dit protocol.

2.3.2. Aanvullende rechtmatigheidsaspecten

Naast de hierboven genoemde rechtmatigheidsaspecten dient de accountant voor zijn oordeel over de financiële rechtmatigheid rekening te houden met de volgende aspecten. Hierbij is tevens aangegeven welke rapporteringstolerantie van toepassing is:

  • Indien de Minister heeft bepaald dat het Commissariaat voor in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen genoemde rechtshandelingen zijn voorafgaande instemming behoeft, en voor zover uit de accountantscontrole blijkt dat het Commissariaat deze voorafgaande instemming niet heeft gevraagd of verkregen, betrekt de accountant dit in zijn oordeel. De accountant beperkt zich hierbij tot rechtshandelingen met een mogelijk financieel effect op de jaarrekening. Bij rechtshandelingen die geen financieel effect op de jaarrekening hebben meldt de accountant deze in zijn verslag van bevindingen.

  • De accountant gaat na of het Commissariaat zich houdt aan de regels voor het doteren en onttrekken aan het bestemmingsfonds OCW, als bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en hoofdstuk 3.1 van het Handboek Verantwoording Commissariaat voor de Media. Daarbij is de accountant alert op situaties waarin het Commissariaat niet overgaat tot doteren of onttrekken. De accountant vraagt in dat geval het Commissariaat om een motivering. Indien de accountant de motivering van het Commissariaat niet overtuigend acht, meldt hij dit in zijn rapport van bevindingen.

2.3.3. Aanbesteding

Het Commissariaat is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan en is daarmee in de zin van de Europese regelgeving een aanbestedende dienst. Voor aanbestedingen die boven de Europese drempelbedragen vallen gelden de gebruikelijke controle- en rapportage toleranties. Bij de toetsing van de drempelbedragen voor Europese aanbestedingen dient uitgegaan te worden van de contractwaarde exclusief BTW.

Voor de definiëring van de fout moet in het eerste jaar worden uitgegaan van de volledige contractwaarde (inclusief BTW, indien deze niet aftrekbaar is). De hoofdregel bij geconstateerde fouten bij aanbestedingen is dat de fout éénmalig tot uitdrukking komt en wel in het jaar waarin de beheerhandeling heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. De fout komt bij overschrijding van de materialiteit en rapportagegrens tot uitdrukking in de controleverklaring. In de jaren na de eerste melding hoeft gedurende de looptijd van het contract de fout niet meer te worden betrokken in de foutenevaluatie. Bij afloop of verlenging van het contract is sprake van een (nieuwe) beheerhandeling. Dit betekent dat de fout opnieuw betrokken moet worden in de foutenevaluatie. Dit geldt niet als de verlenging voortvloeit uit de optiejaren, zoals opgenomen in het eerdere contract dat is afgesloten en daarbij al in de foutenevaluatie is meegenomen.

Voor contracten met een onbepaalde tijd geldt dat, als de aanbestedingsovereenkomst qua aard en omvang substantieel wijzigt en de aanbestedingsregels naar het oordeel van de accountant niet zijn nageleefd, de fout opnieuw betrokken moet worden in de foutenevaluatie.

Indien er ten onrechte geen contract is afgesloten (onrechtmatigheid in betreffende controlejaar) heeft de instelling de gelegenheid om de fout te herstellen en alsnog een contract af te sluiten in het volgende controlejaar. Indien ze dit niet doet, is er in het volgende controlejaar opnieuw sprake van een fout in de beheerhandeling voor de in dat jaar opgenomen kosten.

Voor de aanbestedingen onder de Europese drempelbedragen geldt een kwalitatieve tolerantie. Hiermee wordt bedoeld dat de instellingsaccountant de AO/IB rondom deze aanbestedingen beoordeelt en bij het niet voldoen aan de aanbestedingsregels daarover rapporteert in het rapport van bevindingen.

3. Model controleverklaring bij de jaarrekening/financieel verslag beheer mediareserve
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: <<Naam Opdrachtgever>>

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 20XX

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 20XX van .... (naam entiteit) te .... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

  • geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het Commissariaat voor de Media op 31 december 20XX en van het resultaat over 20XX in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Commissariaat voor de Media;

  • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 20XX in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de bekostingsbeschikking en de Regeling Verantwoording Commissariaat voor de Media.

De jaarrekening bestaat uit:

  • de balans per 31 december 20XX;

  • de staat van baten en lasten over 20XX; en

  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen, en het Accountantsprotocol Verantwoording Commissariaat voor de Media. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.

Wij zijn onafhankelijk van ... (naam entiteit) zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de Onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 201X hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:

  • het bestuursverslag, waaronder het kwantitatief beleidsoverzicht;

  • de overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;

  • alle informatie bevat die op grond van de Regeling Verantwoording Commissariaat voor de Media is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in het Accountantsprotocol Verantwoording Commissariaat voor de Media, in het bijzonder paragraaf 2.2.2, en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het college is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met het Handboek Verantwoording Commissariaat voor de Media.

C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het college van het Commissariaat voor de Media voor de jaarrekening

Het college is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling Financiële Verantwoording Commissariaat voor de Media. Het college is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals opgenomen in de subsidiebeschikking en de Regeling Financiële Verantwoording Commissariaat voor de Media.

In dit kader is het college tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het college noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het college afwegen of het Commissariaat voor de Media in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemde verslaggevingsstelsels moet het college de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het college het voornemen heeft om het Commissariaat voor de Media te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

Het college moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of het Commissariaat voor de Media haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

Het college is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van het Commissariaat voor de Media.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij onze controleverklaring.

<<Plaats>>, <<datum>>

<<Naam accountant>>

Bijlage bij de controleverklaring:

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Accountantsprotocol Verantwoording Commissariaat voor de Media, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat het financieel verslag afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.

  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit.

  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.

  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.

  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van het financieel verslag en de daarin opgenomen toelichtingen; en

  • het evalueren of het financieel verslag een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in het financieel verslag verantwoorde baten en laten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Wij communiceren met het college onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

TOELICHTING

Op grond van artikel 7.8 van de Mediawet 2008 kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over inhoud en de inrichting van het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat). Met deze regeling wordt hiervoor een nieuw Handboek vastgesteld.

Er is in het kader van een zbo-evaluatie onafhankelijk onderzoek gedaan naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het Commissariaat (Kamerstukken II 2018/19, 35 000-VIII, nr. 171). Eén van de aanbevelingen is het verbeteren van het inzicht in de doelmatigheid van het Commissariaat. Hiertoe zijn in overleg met het Commissariaat aanpassingen voorgesteld ten aanzien van de voorschriften in het handboek.

De belangrijkste aanpassing is dat het Commissariaat gaat verantwoorden hoeveel middelen het inzet voor de realisatie van zijn doelstellingen per taakgebied (financiële verantwoording, programmatoezicht, et cetera). De jaarlijkse verantwoording van middelen per doelstelling per taakgebied maakt het mogelijk om volgtijdelijk inzicht te krijgen in de doelmatigheid van de organisatie. Dit inzicht stelt het Commissariaat ook in staat om bij de verdeling van zijn budget over zijn doelstellingen te sturen op doelmatigheid en doeltreffendheid.

Ook is in het nieuwe Handboek een aantal onderdelen geactualiseerd, zoals verwijzingen naar wet- en regelgeving en het model voor de controleverklaring.

De naleving van de verplichtingen ten aanzien van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt met deze regeling bijgesteld. Volgens de memorie van toelichting bij de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (Kamerstukken II 2000/1, 27 426, nr. 3, blz. 21) zijn de uitvoeringsconsequenties van die wet voor zelfstandige bestuursorganen naar verwachting gering. Het Handboek heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van het Commissariaat. Voor de implementatie is rekening gehouden met circa 160 interne uren en 400 uren externe inhuur. Structureel zal de verantwoording per doelstelling per taakgebied 1.310 uren (60 uur administratie en 1.250 uur tijdschrijven) extra kosten.

Het Handboek is van toepassing op de verantwoording over het jaar 2020 en de hierop volgende jaren. Aan onderhavige regeling is daarom terugwerkende kracht gegeven tot en met 1 januari 2020. Toepassing van het Handboek zal pas in 2021 plaatsvinden met de verantwoording over het jaar 2020. De oude Regeling financiële verantwoording wordt ingetrokken, maar blijft wel van toepassing voor de verantwoording over het jaar 2019.

Het Handboek is tot stand gekomen in samenwerking met het Commissariaat en wordt door betrokkenen uitvoerbaar en handhaafbaar geacht.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Het doel is niet om de absolute omvang van het totale risico aan te duiden. Wel dient de risico-analyse als basis voor de prioritering door het Commissariaat.

X Noot
2

Het Commissariaat houdt op basis van een transparant te maken toerekeningsmethodiek (bij voorkeur op basis van tijdschrijven) een overzicht bij van de kosten per taakgebied en van zijn indirecte kosten.

X Noot
3

Dit stelt het ministerie in staat om als opdrachtgever te oordelen over de uitvoering van de opgedragen taak en prestatie.

X Noot
4

De gewenste instelling specifieke norm algemene reserve wordt berekend door de hoogte van de algemene reserve af te zetten tegen de gemiddelde inkomsten over een periode van 4 jaar.

X Noot
5

De gewenste instelling specifieke norm algemene reserve wordt berekend door de hoogte van de algemene reserve af te zetten tegen de gemiddelde jaaromzet over de periode 2018–2020.

Naar boven