Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatscourant 2020, 33191Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 15 juni 2020, nr. 2937166, houdende wijziging van het Besluit bezoldiging politie, de Regeling nachtdienstontheffing politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering en uitvoering van het Arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2018–2020 en enkele andere onderwerpen

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 55u en artikel 88a, vijfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 21, tweede lid, en 50a, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie, en artikel 2, vijfde lid, van de Regeling nachtdienstontheffing politie,

Besluit:

ARTIKEL I

[per 1-7-2018]

Het Besluit bezoldiging politie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3a, eerste lid, wordt ‘€ 86,80’ vervangen door: € 89,41.

B

Artikel 14, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 4,02’ vervangen door: € 4,14.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 6,03’ vervangen door: € 6,22.

C

In artikel 18, wordt ‘€ 2,03’ vervangen door: € 2,09.

D

In artikel 23, tweede lid, wordt ‘€ 155,07’ vervangen door: € 159,72.

E

In artikel 25b, tweede lid, wordt ‘€ 155,07’ vervangen door: € 159,72.

F

In artikel 29, wordt ‘€ 31,87’ vervangen door: € 32,83.

G

In artikel 29a, wordt ‘€ 729,00’ vervangen door: € 750,87.

H

De bijlagen I, Ia, II, III, V en VI worden vervangen door de bijlagen I, Ia, II, III, V en VI, zoals opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

ARTIKEL II

[per 1-7-2019]

Het Besluit bezoldiging politie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3a, eerste lid, wordt ‘€ 89,41’ vervangen door: € 91,20.

B

Artikel 14, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 4,14’ vervangen door: € 4,22.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 6,22’ vervangen door: € 6,34.

C

In artikel 18, wordt ‘€ 2,09’ vervangen door: € 2,13.

D

In artikel 23, tweede lid, wordt ‘€ 159,72’ vervangen door: € 162,91.

E

In artikel 25b, tweede lid, wordt ‘€ 159,72’ vervangen door: € 162,91.

F

In artikel 29, wordt ‘€ 32,83’ vervangen door: € 33,48.

G

In artikel 29a, wordt ‘€ 750,87’ vervangen door: € 765,89.

H

De bijlagen I, Ia, II, III, V en VI worden vervangen door de bijlagen I, Ia, II, III, V en VI, zoals opgenomen in bijlage B bij deze regeling.

ARTIKEL III

[per 1-7-2020]

Het Besluit bezoldiging politie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3a, eerste lid, wordt ‘€ 91,20’ vervangen door: € 93,66.

B

Artikel 14, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 4,22’ vervangen door: € 4,34.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 6,34’ vervangen door: € 6,51.

C

In artikel 18, wordt ‘€ 2,13’ vervangen door: € 2,18.

D

In artikel 23, tweede lid, wordt ‘€ 162,91’ vervangen door: € 167,31.

E

In artikel 25b, tweede lid, wordt ‘€ 162,91’ vervangen door: € 167,31.

F

In artikel 29, wordt ‘€ 33,48’ vervangen door: € 34,39.

G

In artikel 29a, wordt ‘€ 765,89’ vervangen door: € 786,57.

H

De bijlagen I, Ia, II, III, V en VI worden vervangen door de bijlagen I, Ia, II, III, V en VI, zoals opgenomen in bijlage C bij deze regeling.

ARTIKEL IV

Bijlage 4 bij de Regeling aanstellingseisen politie 2002 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na ‘voor de niveaus 5 (EQF 6) en 6 (EQF 7) geldt dat een score van 2 (of lager) op de competentie overwicht en een score van 3 (of lager) op de competentie stressbestendigheid een negatief advies oplevert.’ ingevoegd: ‘Voor kandidaat ambtenaren in opleiding (niveaus 5 en 6) geldt dat een score van 2 (of lager) op de competentie stressbestendigheid een negatief advies oplevert.’

2. Onder het kopje ‘Toelichting op de tabel’ wordt aan het einde van punt 3 ingevoegd: ‘Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen uitvoerende politiefunctionarissen met een generieke inzet en uitvoerende politiefunctionarissen met een specifieke inzet. Voor de laatste groep is een lagere minimumnorm opgenomen.

3. Onder het kopje ‘Competenties’ wordt ‘Voor deze twee competenties gelden ook de minimumnormen zoals hierboven beschreven’ vervangen door: ‘Voor deze twee competenties gelden de gedifferentieerde minimumnormen zoals hierboven beschreven’.

ARTIKEL V

De Regeling afbouw operationele toelage wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel h vervalt.

2. In onderdeel i wordt ‘in de twaalf voorafgaande maanden aan’ vervangen door: ‘in de 13 vierweekse perioden voorafgaande aan’.

3. In onderdeel j wordt ‘twaalf maanden’ vervangen door: ‘13 vierweekse perioden’.

4. In onderdeel k wordt ‘tenminste 4 weken en ten hoogste 12 maanden’ vervangen door: ‘tenminste een vierweekse periode en ten hoogste 13 vierweekse perioden’.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin van het eerste lid wordt ‘De overgangsperiode voor de aflopende toelage’ vervangen door: ‘Het tijdvak waarover de aflopende toelage wordt verstrekt’.

2. In de tweede volzin van het eerste lid wordt ‘maanden’ telkens vervangen door ‘vierweekse perioden’.

3. De derde volzin van het eerste lid komt te luiden: Het tijdvak waarover de aflopende toelage wordt verstrekt is maximaal 52 vierweekse perioden, met dien verstande dat bij tijdelijke verlaging het tijdvak niet langer is dan de duur van de tijdelijke verlaging.

4. In de eerste volzin van het tweede lid wordt ‘De overgangsperiode voor de aflopende toelage wordt in vier gelijke delen gesplitst, waarbij afronding op een hele maand plaatsvindt’ vervangen door: ‘Het tijdvak waarover de aflopende toelage wordt verstrekt wordt in vier gelijke delen gesplitst, waarbij afronding op een hele vierweekse periode plaatsvindt’.

5. In de tweede volzin van het tweede lid wordt ‘perioden’ vervangen door ‘delen’.

6. In het derde lid wordt ‘de overgangsperiode’ vervangen door ‘het tijdvak’ en wordt ‘de ingevolge het eerste lid berekende overgangsperiode’ vervangen door ‘het ingevolge het eerste lid berekende tijdvak’.

C

In artikel 3 wordt ‘maand dan wel maanden’ vervangen door ‘vierweekse periode dan wel vierweekse perioden’.

D

In artikel 4 wordt ‘maandelijks’ vervangen door ‘per vierweekse periode’, wordt ‘de operationele toelage’ vervangen door ‘de in deze vierweekse periode ontvangen operationele toelage’ en wordt ‘de overgangsperiode’ vervangen door ‘het tijdvak’.

E

In artikel 5 wordt ‘de overgangsperiode’ vervangen door ‘het tijdvak waarover de aflopende of de blijvende toelage wordt verstrekt’.

F

Artikel 7 vervalt.

ARTIKEL VI

De Regeling landelijke politieopleidingen PO2002 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 vervalt.

B

Het opschrift van paragraaf 1 vervalt.

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Door de Politieacademie worden de politieopleidingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, onder 1°, van de Politiewet 2012, verzorgd. De volgende opleidingen worden onderscheiden:

2. In het tweede lid wordt ‘competentiegerichte eindtermen’ vervangen door ‘kwalificaties’ en wordt ‘initiële opleiding’ vervangen door ‘politieopleiding’.

D

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

De eisen waaraan studenten moeten voldoen om in het bezit te komen van een diploma zijn vastgelegd in de kwalificatiestructuur.

E

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Door de Politieacademie wordt de opleiding, bedoeld in artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, verzorgd. Deze specifieke politieopleiding strekt ertoe de student zodanig toe te rusten dat hij als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, kan worden ingezet in een functie als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Regeling vaststelling LFNP.

F

De artikelen 5 tot en met 8 vervallen.

G

Het opschrift van paragraaf 2 vervalt.

H

De artikelen 9 en 10 vervallen.

I

De bijlagen vervallen.

ARTIKEL VII

De Regeling Landelijk sociaal statuut politie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘artikelen 55l en 55lb Barp’ vervangen door: ‘artikelen 55l, 55lb en 55y Barp’.

2. In onderdeel b wordt ‘bijzonder’ vervangen door ‘buitengewoon’.

3. Onder verlettering van c tot en met g tot d tot en met h, wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidend:

  • c. was aangesteld als buitengewoon opsporingsambtenaar van de Douane,.

4. In onderdeel d (nieuw) vervalt: ‘de Douane,’.

5. In onderdeel e (nieuw) wordt ‘bijzonder’ vervangen door ‘buitengewoon’.

B

In artikel 20g vervalt de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid en vervallen het tweede en derde lid.

ARTIKEL VIII

De Regeling nachtdienstontheffing wordt als volgt gewijzigd:

A

[per 1-7-2018]

In artikel 2, vierde lid, wordt ‘€ 2,38 respectievelijk € 0,60’ vervangen door: € 2,46 respectievelijk € 0,62.

B

[per 1-7-2019]

In artikel 2, vierde lid, wordt ‘€ 2,46 respectievelijk € 0,62’ vervangen door: € 2,50 respectievelijk € 0,63.

C

[per 1-7-2020]

In artikel 2, vierde lid, wordt ‘€ 2,50 respectievelijk € 0,63’ vervangen door: € 2,57 respectievelijk € 0,65.

ARTIKEL IX

De Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

n. pensioengevend inkomen:

het voor de betrokkene op grond van hoofdstuk 7.1.1 van het pensioenreglement vastgestelde pensioengevend inkomen;

o. pensioenovereenkomst:

de overeenkomst, bedoeld in artikel 4 van de Wet privatisering ABP.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

p. gerechtvaardigde aanspraak:

de aanspraak, bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.

B

Na artikel 3 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 3a

  • 1. Aan de betrokkene met een op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar pensioengevend inkomen dat het bedrag, bedoeld in artikel 18ga, eerste lid, van de Wet op de Loonbelasting 1964 overschrijdt, wordt maandelijks een uitkering verstrekt.

  • 2. De uitkering bedraagt een twaalfde deel van de in het eerste lid bedoelde overschrijding, vermenigvuldigd met het voor dat kalenderjaar geldende percentage in de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen, vastgesteld op grond van hoofdstuk 7.5 van het pensioenreglement, voor zover het betreft het werkgeversdeel.

C

Na artikel 4 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4a

  • 1. Vanaf het ontslag vindt tot het bereiken van de leeftijd van 62 jaar pensioenopbouw plaats overeenkomstig hetgeen hierover in hoofdstuk 7.1.4 van het pensioenreglement ten aanzien van de betrokkene is bepaald.

  • 2. De voor de pensioenopbouw verschuldigde premie wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de pensioenovereenkomst, verhaald op de betrokkene.

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de betrokkene na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid tot vrijwillige aanvullende voortzetting van zijn deelneming als bedoeld in hoofdstuk 2 van het pensioenreglement.

D

Artikel 13a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 11, eerste lid, onderdeel c, heeft de betrokkene die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2013 tot 26 juli 2016 recht had op een uitkering op grond van deze regeling en de leeftijd van 65 jaar bereikt voor 1 april 2017, vanaf die leeftijd recht op de compensatie, bedoeld in het tweede lid.

E

Na artikel 13a wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 13b

  • 1. In afwijking van artikel 11, eerste lid, onderdeel c, heeft de betrokkene die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2013 tot 26 juli 2016 recht had op een uitkering op grond van deze regeling en de leeftijd van 65 jaar bereikt op of na 1 april 2017 vanaf die leeftijd recht op een tegemoetkoming die bestaat uit:

    • a. een uitkering die netto een bedrag oplevert dat gelijk is aan het ouderdomspensioen, verhoogd met de vakantiebijslag, dat de betrokkene op grond van de Algemene ouderdomswet had ontvangen, indien die wet al op hem van toepassing was geweest;

    • b. een financiële compensatie voor de verlaging van het ouderdomspensioen, bedoeld in hoofdstuk 5 van het pensioenreglement wegens het eerder ingaan van dit pensioen dan de op dat moment geldende pensioenrekenleeftijd, bedoeld in bijlage 2 bij het pensioenreglement, waarbij voor de vaststelling van de omvang van de verlaging wordt uitgegaan van een ingang van het ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar door de betrokkene;

    • c. een aanvullend bedrag voor zover de op grond van de onderdelen a en b vastgestelde aanspraken tezamen minder bedragen dan 90 procent van de gerechtvaardigde aanspraak.

  • 2. De tegemoetkoming wordt met ingang van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar maandelijks uitgekeerd en eindigt met ingang van de dag waarop de betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, waarbij geldt dat het op grond van het eerste lid, onderdeel b, berekende totaal in die periode wordt uitgekeerd. Indien de betrokkene overlijdt voordat hij de AOW-gerechtige leeftijd bereikt, eindigt de tegemoetkoming met ingang van de dag volgend op de dag van overlijden.

  • 3. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming wordt verminderd met de compensatie die de betrokkene heeft ontvangen op grond van artikel 13a, tweede lid.

ARTIKEL X

In artikel 2, vijfde lid, van de Regeling vergoeding beroepsziekten politie wordt ‘tweede lid’ vervangen door: ‘derde lid’.

ARTIKEL XI

In artikel 5 van de Regeling vliegtoelage vliegers Landelijke eenheid wordt ‘ten bedrage van 8%’ vervangen door: ten bedrage van 8,33%.

ARTIKEL XII

  • 1. Deze regeling, met uitzondering van de artikelen III en VIII, onderdeel C, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. De artikelen I en VIII, onderdeel A, werken terug tot en met 1 juli 2018.

  • 3. De artikelen II, VI en VIII, onderdeel B, werken terug tot en met 1 juli 2019.

  • 4. Artikel VII werkt terug tot en met 1 januari 2020.

  • 5. Artikel IX, onderdelen A, eerste lid, en C, werkt terug tot en met 1 januari 2006.

  • 6. Artikelen IX, onderdeel B, en X werken terug tot en met 1 januari 2019.

  • 7. Artikel IX, onderdelen A, tweede lid, D en E, werkt terug tot en met 1 februari 2018.

  • 8. De artikelen III en VIII, onderdeel C, treden in werking met ingang van 1 juli 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

BIJLAGE A BIJ ARTIKEL I

Bijlage I bij artikel 8, eerste lid, Besluit bezoldiging politie, op basis van 36-urige werkweek per 1 juli 2018 (in euro per maand)

bedrag in €

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

1.452,71

0

0

                               

1.525,79

1

1

                               

1.599,98

2

2

0

                             

1.700,74

3

3

1

0

                           

1.798,18

4

4

2

1

                           

1.886,76

5

5

3

2

0

0

                       

1.966,48

6

6

4

3

1

1

0

                     

2.034,02

7

7

5

4

   

1

                     

2.115,96

8

8

6

5

2

2

                       

2.184,61

9

9

7

6

3

3

2

                     

2.254,36

10

10

8

7

4

                         

2.324,12

 

11

9

8

5

4

3

0

                   

2.380,59

 

12

10

9

6

5

                       

2.445,92

 

13

11

10

7

6

4

1

0

                 

2.528,96

   

12

11

8

7

5

                     

2.592,07

   

13

12

9

8

 

2

1

                 

2.652,97

   

14

13

10

 

6

 

2

                 

2.736,02

     

14

11

9

7

3

3

0

               

2.799,13

       

12

10

8

4

 

1

               

2.846,74

       

13

11

                       

2.896,57

       

14

12

9

5

4

                 

2.954,15

         

13

10

   

2

               

3.016,15

         

14

11

6

5

                 

3.095,87

           

12

7

 

3

               

3.174,49

           

13

8

6

                 

3.269,71

           

14

9

7

4

               

3.342,79

             

10

 

5

0

             

3.425,84

             

11

8

                 

3.474,55

                 

6

1

             

3.523,27

             

12

9

                 

3.577,53

                 

7

2

             

3.632,89

             

13

10

                 

3.705,97

             

14

 

8

3

             

3.720,36

               

11

                 

3.831,09

               

12

9

4

             

3.946,24

               

13

10

5

0

           

4.051,43

               

14

11

6

1

           

4.174,34

                 

12

7

2

           

4.298,35

                 

13

8

3

0

         

4.414,61

                 

14

9

4

1

         

4.530,87

                   

10

5

2

         

4.646,03

                   

11

6

3

0

       

4.757,86

                   

12

7

4

1

       

4.870,80

                   

13

8

5

2

       

4.990,38

                   

14

9

6

3

0

     

5.066,78

                     

10

7

4

1

     

5.183,04

                     

11

8

5

2

     

5.328,09

                     

12

9

6

3

0

   

5.472,04

                     

13

10

7

4

1

   

5.618,19

                     

14

11

8

5

2

   

5.763,24

                       

12

9

6

3

0

 

5.909,40

                       

13

10

7

4

1

 

6.062,20

                       

14

11

8

5

2

 

6.219,43

                         

12

9

6

3

0

6.381,09

                         

13

10

7

4

1

6.575,97

                         

14

11

8

5

2

6.776,38

                           

12

9

6

3

6.984,54

                           

13

10

7

4

7.197,14

                           

14

11

8

5

7.418,59

                           

15

12

9

6

7.646,68

                             

13

10

7

7.881,42

                             

14

11

8

8.123,90

                             

15

12

9

8.375,25

                               

13

10

8.633,24

                               

14

11

8.901,20

                               

15

12

9.175,79

                                 

13

9.403,89

                                 

14

9.633,09

                                 

15

Bijlage IA bij artikel 8, derde lid, Besluit bezoldiging politie per 1 juli 2018 (in euro per maand)

Schaal 19: € 10.074,07

Bijlage II bij het Besluit bezoldiging politie, salaristabellen van aspiranten, op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2018 (in euro per maand)

bijlage II behorende bij art. 3a bis BBP

schaal 2a

de eerste 6 maanden

€ 1.549

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.613

 

na 12 maanden

€ 1.735

schaal 3a

de eerste 6 maanden

€ 1.549

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.613

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.735

 

na 24 maanden

€ 1.900

schaal 4a

de eerste 6 maanden

€ 1.549

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.613

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.735

 

van 24 tot 36 maanden

€ 1.966

 

na 36 maanden

€ 2.115

schaal 5a

de eerste 6 maanden

€ 1.549

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.613

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.735

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.086

 

na 36 maanden

€ 2.324

schaal 6a

de eerste 6 maanden

€ 1.549

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.613

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.735

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.086

 

na 36 maanden

€ 2.324

Bijlage III bij artikel 3, zevende lid, Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2018 (in euro per maand)

Bijlage III behorende bij art. 3 BBP

 

garantiebedragen (per maand)

 

Opleidingsniveau 2

€ 1.886,76

Opleidingsniveau 3

€ 2.115,96

Opleidingsniveau 4

€ 2.324,12

Opleidingsniveau 5

€ 2.592,07

Opleidingsniveau 6

€ 2.652,97

Bijlage V bij artikel 3bis a, vierde lid, van het Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2018 (in euro per maand)

Bijlage V behorende bij art. 3bis a BBP

 

Alle opleidingsniveaus

€ 1.301,30

Bijlage VI bij artikel 3bis a, vijfde lid, van het Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2018 (in euro per maand)

Bijlage VI behorende bij art. 3bis a BBP

 

Alle opleidingsniveaus

€ 1.474,86

BIJLAGE B BIJ ARTIKEL II

Bijlage I bij artikel 8, eerste lid, Besluit bezoldiging politie, op basis van 36-urige werkweek per 1 juli 2019 (in euro per maand)

bedrag in €

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

1.481,77

0

0

                               

1.556,31

1

1

                               

1.631,98

2

2

0

                             

1.734,75

3

3

1

0

                           

1.834,14

4

4

2

1

                           

1.924,49

5

5

3

2

0

0

                       

2.005,81

6

6

4

3

1

1

0

                     

2.074,70

7

7

5

4

   

1

                     

2.158,27

8

8

6

5

2

2

                       

2.228,30

9

9

7

6

3

3

2

                     

2.299,45

10

10

8

7

4

                         

2.370,60

 

11

9

8

5

4

3

0

                   

2.428,20

 

12

10

9

6

5

                       

2.494,84

 

13

11

10

7

6

4

1

0

                 

2.579,54

   

12

11

8

7

5

                     

2.643,92

   

13

12

9

8

 

2

1

                 

2.706,03

   

14

13

10

 

6

 

2

                 

2.790,74

     

14

11

9

7

3

3

0

               

2.855,11

       

12

10

8

4

 

1

               

2.903,68

       

13

11

                       

2.954,50

       

14

12

9

5

4

                 

3.013,23

         

13

10

   

2

               

3.076,48

         

14

11

6

5

                 

3.157,79

           

12

7

 

3

               

3.237,98

           

13

8

6

                 

3.335,11

           

14

9

7

4

               

3.409,65

             

10

 

5

0

             

3.494,35

             

11

8

                 

3.544,05

                 

6

1

             

3.593,74

             

12

9

                 

3.649,08

                 

7

2

             

3.705,55

             

13

10

                 

3.780,09

             

14

 

8

3

             

3.794,77

               

11

                 

3.907,71

               

12

9

4

             

4.025,17

               

13

10

5

0

           

4.132,46

               

14

11

6

1

           

4.257,82

                 

12

7

2

           

4.384,32

                 

13

8

3

0

         

4.502,90

                 

14

9

4

1

         

4.621,49

                   

10

5

2

         

4.738,95

                   

11

6

3

0

       

4.853,02

                   

12

7

4

1

       

4.968,21

                   

13

8

5

2

       

5.090,19

                   

14

9

6

3

0

     

5.168,12

                     

10

7

4

1

     

5.286,70

                     

11

8

5

2

     

5.434,66

                     

12

9

6

3

0

   

5.581,48

                     

13

10

7

4

1

   

5.730,56

                     

14

11

8

5

2

   

5.878,51

                       

12

9

6

3

0

 

6.027,59

                       

13

10

7

4

1

 

6.183,45

                       

14

11

8

5

2

 

6.343,82

                         

12

9

6

3

0

6.508,71

                         

13

10

7

4

1

6.707,49

                         

14

11

8

5

2

6.911,91

                           

12

9

6

3

7.124,23

                           

13

10

7

4

7.341,08

                           

14

11

8

5

7.566,96

                           

15

12

9

6

7.799,61

                             

13

10

7

8.039,04

                             

14

11

8

8.286,38

                             

15

12

9

8.542,76

                               

13

10

8.805,90

                               

14

11

9.079,22

                               

15

12

9.359,31

                                 

13

9.591,96

                                 

14

9.825,75

                                 

15

Bijlage IA bij artikel 8, derde lid, Besluit bezoldiging politie per 1 juli 2019 (in euro per maand)

Schaal 19: € 10.275,55

Bijlage II bij het Besluit bezoldiging politie, salaristabellen van aspiranten op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2019 (in euro per maand)

bijlage II behorende bij art. 3a bis BBP

 

schaal 2a

de eerste 6 maanden

€ 1.580

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.646

 

na 12 maanden

€ 1.770

schaal 3a

de eerste 6 maanden

€ 1.580

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.646

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.770

 

na 24 maanden

€ 1.938

schaal 4a

de eerste 6 maanden

€ 1.580

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.646

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.770

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.006

 

na 36 maanden

€ 2.157

schaal 5a

de eerste 6 maanden

€ 1.580

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.646

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.770

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.128

 

na 36 maanden

€ 2.371

schaal 6a

de eerste 6 maanden

€ 1.580

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.646

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.770

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.128

 

na 36 maanden

€ 2.371

Bijlage III bij artikel 3, zevende lid, Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2019 (in euro per maand)

Bijlage III behorende bij art. 3 BBP

 

garantiebedragen (per maand)

 

Opleidingsniveau 2

€ 1.924,49

Opleidingsniveau 3

€ 2.185,27

Opleidingsniveau 4

€ 2.370,60

Opleidingsniveau 5

€ 2.643,92

Opleidingsniveau 6

€ 2.706,03

Bijlage V bij artikel 3bis a, vierde lid, van het Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2019 (in euro per maand)

Bijlage V behorende bij art. 3a bis BBP

 

Alle opleidingsniveaus

€ 1.327,32

Bijlage VI bij artikel 3bis a, vijfde lid, van het Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2019 (in euro per maand)

Bijlage VI behorende bij art. 3a bis BBP

 

Alle opleidingsniveaus

€ 1.504,36

BIJLAGE C BIJ ARTIKEL III

Bijlage I bij artikel 8, eerste lid, Besluit bezoldiging politie, op basis van 36-urige werkweek per 1 juli 2020 (in euro per maand)

bedrag in €

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

1.521,77

0

0

                               

1.598,33

1

1

                               

1.676,04

2

2

0

                             

1.781,59

3

3

1

0

                           

1.883,66

4

4

2

1

                           

1.976,45

5

5

3

2

0

0

                       

2.059,96

6

6

4

3

1

1

0

                     

2.130,72

7

7

5

4

   

1

                     

2.216,55

8

8

6

5

2

2

                       

2.288,46

9

9

7

6

3

3

2

                     

2.361,54

10

10

8

7

4

                         

2.434,61

 

11

9

8

5

4

3

0

                   

2.493,76

 

12

10

9

6

5

                       

2.562,20

 

13

11

10

7

6

4

1

0

                 

2.649,19

   

12

11

8

7

5

                     

2.715,30

   

13

12

9

8

 

2

1

                 

2.779,09

   

14

13

10

 

6

 

2

                 

2.866,09

     

14

11

9

7

3

3

0

               

2.932,20

       

12

10

8

4

 

1

               

2.982,07

       

13

11

                       

3.034,27

       

14

12

9

5

4

                 

3.094,58

         

13

10

   

2

               

3.159,54

         

14

11

6

5

                 

3.243,05

           

12

7

 

3

               

3.325,40

           

13

8

6

                 

3.425,15

           

14

9

7

4

               

3.501,71

             

10

 

5

0

             

3.588,70

             

11

8

                 

3.639,73

                 

6

1

             

3.690,77

             

12

9

                 

3.747,60

                 

7

2

             

3.805,60

             

13

10

                 

3.882,15

             

14

 

8

3

             

3.897,23

               

11

                 

4.013,22

               

12

9

4

             

4.133,85

               

13

10

5

0

           

4.244,04

               

14

11

6

1

           

4.372,78

                 

12

7

2

           

4.502,69

                 

13

8

3

0

         

4.624,48

                 

14

9

4

1

         

4.746,27

                   

10

5

2

         

4.866,90

                   

11

6

3

0

       

4.984,05

                   

12

7

4

1

       

5.102,35

                   

13

8

5

2

       

5.227,62

                   

14

9

6

3

0

     

5.307,66

                     

10

7

4

1

     

5.429,44

                     

11

8

5

2

     

5.581,39

                     

12

9

6

3

0

   

5.732,18

                     

13

10

7

4

1

   

5.885,28

                     

14

11

8

5

2

   

6.037,23

                       

12

9

6

3

0

 

6.190,33

                       

13

10

7

4

1

 

6.350,40

                       

14

11

8

5

2

 

6.515,10

                         

12

9

6

3

0

6.684,45

                         

13

10

7

4

1

6.888,59

                         

14

11

8

5

2

7.098,53

                           

12

9

6

3

7.316,59

                           

13

10

7

4

7.539,29

                           

14

11

8

5

7.771,26

                           

15

12

9

6

8.010,20

                             

13

10

7

8.256,10

                             

14

11

8

8.510,11

                             

15

12

9

8.773,41

                               

13

10

9.043,66

                               

14

11

9.324,36

                               

15

12

9.612,01

                                 

13

9.850,95

                                 

14

10.091,05

                                 

15

Bijlage IA bij artikel 8, derde lid, Besluit bezoldiging politie per 1 juli 2020 (in euro per maand)

Schaal 19: € 10.552,99

Bijlage II bij het Besluit bezoldiging politie, salaristabellen van aspiranten, op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2020 (in euro per maand)

bijlage II behorende bij art. 3a bis BBP

 

schaal 2a

de eerste 6 maanden

€ 1.623

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.690

 

na 12 maanden

€ 1.818

schaal 3a

de eerste 6 maanden

€ 1.623

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.690

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.818

 

na 24 maanden

€ 1.990

schaal 4a

de eerste 6 maanden

€ 1.623

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.690

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.818

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.060

 

na 36 maanden

€ 2.215

schaal 5a

de eerste 6 maanden

€ 1.623

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.690

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.818

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.185

 

na 36 maanden

€ 2.435

schaal 6a

de eerste 6 maanden

€ 1.623

 

van 6 tot 12 maanden

€ 1.690

 

van 12 tot 24 maanden

€ 1.818

 

van 24 tot 36 maanden

€ 2.185

 

na 36 maanden

€ 2.435

Bijlage III bij artikel 3, zevende lid, Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2020 (in euro per maand)

Bijlage III behorende bij art. 3 BBP

 

garantiebedragen (per maand)

 

Opleidingsniveau 2

€ 1.976,45

Opleidingsniveau 3

€ 2.216,55

Opleidingsniveau 4

€ 2.434,61

Opleidingsniveau 5

€ 2.715,30

Opleidingsniveau 6

€ 2.779,09

Bijlage V bij artikel 3bis a, vierde lid, van het Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2020 (in euro per maand)

Bijlage V behorende bij art. 3a bis BBP

 

Alle opleidingsniveaus

€ 1.363,16

Bijlage VI bij artikel 3bis a, vijfde lid, van het Besluit bezoldiging politie op basis van een 36-urige werkweek per 1 juli 2020 (in euro per maand)

Bijlage VI behorende bij art. 3a bis BBP

 

Alle opleidingsniveaus

€ 1.544,97

TOELICHTING

Algemeen

Op 1 november 2018 is tussen de Minister van Justitie en Veiligheid, de korpschef van politie en de politievakorganisaties de Nederlandse Politiebond (NPB), de politievakorganisatie ACP (ACP), de Algemene Nederlandse Politievereniging (ANPV) en de vereniging van Middelbare en Hogere Politieambtenaren (VMHP) een akkoord tot stand gekomen over de arbeidsvoorwaarden in de sector politie voor de periode 2018–2020 (het Arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2018 – 2020, hierna: het akkoord)1. In het akkoord is onder meer een algemene primaire loonontwikkeling overeengekomen die gefaseerd in werking treedt.

In deze regeling worden de bedragen in het Besluit bezoldiging politie (hierna: Bbp) en de Regeling nachtdienstontheffing politie – voor zover verband houdend met de algemene loonontwikkeling binnen de sector Politie – aangepast. Indexering die verband houdt met andere ontwikkelingen, geschiedt bij aparte regeling.

Deze regeling voorziet voorts in aanpassingen van de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid, de Regeling vliegtoelage vliegers Landelijke eenheid en de Regeling Landelijk sociaal statuut in verband met in het akkoord gemaakte afspraken.

Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de Regeling landelijke politieopleidingen PO2002 te wijzigen. Dit heeft twee redenen. Ten eerste is in artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie bepaald dat de minister de opleiding, bedoeld in dat artikel, aanwijst. Ten tweede moet de regeling technisch worden aangepast aan de wijzigingen die met de Wet inbedding Politieacademie in het nieuwe politiebestel (Stb. 2016, 203) in 2017 in de Politiewet 2012 zijn aangebracht. De technische wijzigingen zijn een eerste stap; op termijn volgt een meer inhoudelijke herziening van de regeling. Deze laat nog even op zich wachten gezien de huidige ontwikkelingen in het politieonderwijs.

Over de inhoud van deze ministeriële regeling is overeenstemming bereikt met de vakorganisaties.

Artikelen

Artikel I, II, III en VIII

De overeengekomen primaire loonontwikkeling (afspraak 2a uit het akkoord) leidt tot aanpassing van de bedragen in de artikelen 3a, 14, 18, 23, 25b, 29 en 29a en bijlagen I, Ia, II, III, V en VI van het Bbp met de volgende percentages:

  • Per 1 juli 2018: 3,00%

  • Per 1 juli 2019: 2,00%.

  • Per 1 juli 2020: 2,70%

Artikel VII voorziet in indexering van de bedragen genoemd in artikel 2, vierde lid, van de Regeling nachtdienstontheffing. Ook deze indexering vindt plaats op basis van de algemene loonontwikkeling in de sector Politie, zie in dit verband artikel 2, vijfde lid, van genoemde regeling.

Artikel IV

In bijlage 4 van de Regeling aanstellingseisen politie wordt voor kandidaat ambtenaren in opleiding de minimumnorm die geldt voor de competentie stressbestendigheid verlaagd met 1 punt. Het betreft ambtenaren die na het afronden van de specifieke politieopleiding een functie gaan vervullen waarbij geen sprake van gevaarzetting is. Een dergelijke functie verschilt wezenlijk van reguliere executieve functies, waarvoor kandidaat-aspiranten worden opgeleid.

Artikel V

De wijzigingen in de Regeling afbouw operationele toelage hangen samen met de wijziging die met het Besluit tot wijziging van het Besluit bezoldiging politie en enkele andere rechtspositionele besluiten ter formalisering en uitvoering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018–2020 inzake onder meer afspraken betreffende het inkomen, de capaciteit en inzetbaarheid, de kwaliteit, loopbaan en onderwijs en de duurzame inzetbaarheid van ambtenaren, werkzaam in de sector Politie (Stb. 2019, 495) in artikel 15, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie is aangebracht. De zogenaamde referteperiode voor de aflopende toelage, geregeld in artikel 15 van dat besluit, is om redenen van uitvoerbaarheid gewijzigd in 13 perioden van vier weken voorafgaand aan het verlagen van de operationele toelage. Ook in de aanduiding van een deel van die referteperiode werkt deze wijziging door: een maand wordt vervangen door een vierweekse periode. Om verwarring met de (overgangs)periode te voorkomen, is ervoor gekozen die periode voortaan als tijdvak aan te duiden. Artikel 7 van de Regeling afbouw operationele toelage is uitgewerkt en kan dus vervallen.

Artikel VI

Onderdeel A

De begrippen benodigd in de Regeling landelijke politieopleidingen PO2002 zijn met de Wet inbedding Politieacademie in het nieuwe politiebestel in de Politiewet 2012 opgenomen. Omdat de begripsbepalingen gelden voor die wet én de daarop berustende bepalingen, hoeven ze in de regeling niet opnieuw te worden opgenomen. Artikel 1 kan daarom vervallen.

Onderdeel C

Met de Wet inbedding Politieacademie in het nieuwe politiebestel is ervoor gekozen nog meer aan te sluiten bij het regulier onderwijs (zie onder meer artikel 87, eerste lid, derde volzin, van de Politiewet 2012). In verband daarmee is het begrip ‘eindtermen’ vervangen door het – inmiddels in het regulier onderwijs (zie artikelen 1.1.1, onder t, van de Wet educatie en beroepsonderwijs) gehanteerde begrip – ‘kwalificaties’ (zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onder p, van de Politiewet 2012). De voor een beroep of functie vereiste kwalificaties zijn beschreven in een kwalificatiedossier (artikel 1, eerste lid, onder q, van de Politiewet 2012). Het stelsel van kwalificatiedossiers wordt aangeduid als de kwalificatiestructuur (artikel 1, eerste lid, onder r, van de Politiewet 2012). Ook is met de komst van voornoemde wet het onderscheid tussen initiële en postinitiële opleidingen vervallen. In de praktijk is gebleken dat delen van bepaalde postinitiële opleidingen onder de initiële opleidingen vallen. Daarom worden zowel de initiële als de postinitiële opleidingen vervangen door politieopleidingen.

Onderdeel E

Deze wijziging vloeit voort uit het Besluit van 26 juni 2018, houdende wijziging van het Besluit algemene rechtspositiepolitie en enkele andere besluiten in verband met de introductie van de ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met een specifieke inzetbaarheid (Stb. 2018, 204). Een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met een specifieke inzetbaarheid heeft enkel een specifieke politieopleiding genoten. Met deze wijziging wordt deze nieuwe opleiding door de minister toegevoegd aan het politieonderwijs. Het betreft, in tegenstelling tot de opsomming in artikel 2 van de Regeling landelijke politieopleidingen 2002, een opleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, onder 2°, van de Politiewet 2012 (zie ook artikel 2c, tweede lid, Barp).

Artikel VII

De wijzigingen in artikel 8a, eerste lid, van de Regeling Landelijk sociaal statuut politie, zijn van technische aard. Abusievelijk werden in dat lid bijzondere opsporingsambtenaren genoemd, waar buitengewone opsporingsambtenaren bedoeld waren. Dat wordt nu hersteld. Daarnaast is een verwijzing naar artikel 55y van het Barp toegevoegd, omdat er ook in dat artikel over politiedienstjaren wordt gesproken. De wijzigingen in artikel 20g van de Regeling Landelijk sociaal statuut politie vloeien voort uit afspraak 7e uit het akkoord. In deze afspraak hebben partijen naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:958) geconstateerd dat de voorwaarden die worden gesteld aan de toepassing van het buitengewoon verlof op basis van artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositie politie en artikel 20g van de Regeling Landelijk sociaal statuut politie niet langer noodzakelijk zijn. Het tweede en derde lid van artikel 20g van die regeling kunnen daarom vervallen.

Artikel IX

Onderdeel A

Aan artikel 1 van de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid worden drie definities toegevoegd. De toevoeging van de definities ‘pensioengevend inkomen’ en ‘pensioenovereenkomst’ houdt verband met het opnemen van artikel 4a in de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid. Zie hiertoe de toelichting bij onderdeel C. De toevoeging van de definitie ‘gerechtvaardigde aanspraak’ houdt verband met de toevoeging van artikel 13b aan de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid. Zie hiertoe de toelichting bij de onderdelen D en E.

Onderdeel B

Dit onderdeel betreft de formalisering van punt 7, onderdeel b, van het Akkoord over het vanaf 1 januari 2019 naar de betrokkene laten terugvloeien van het werkgeversvoordeel als gevolg van de aftopping van het pensioengevend inkomen op € 105.075 per jaar (niveau 2018). Op grond daarvan krijgt de betrokkene met een pensioengevend jaarinkomen boven dit bedrag een compensatie ter grootte van het werkgeversaandeel in de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen over het verschil tussen het pensioengevend inkomen en de € 105.075 (niveau 2018).

Onderdeel C

Bij de aanpassing van de Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid in 2016 (Stcrt. 2016, 38689) had een artikel moeten worden toegevoegd waarin de pensioenopbouw van betrokkene wordt geregeld. Met de toevoeging van artikel 4a wordt deze omissie hersteld, zodat de al in de praktijk toegepaste premieverdeling bij vrijwillig voortgezette pensioenopbouw met terugwerkende kracht van een formele basis wordt voorzien.

Op basis van het pensioenreglement loopt voor betrokkenen met een ontslaguitkering als de onderhavige de opbouw voor het ouderdomspensioen door tot het bereiken van de leeftijd van 62 jaar. Vanaf die leeftijd eindigt de deelneming in het pensioenfonds ABP. Wel bestaat de mogelijkheid tot vrijwillige aanvullende voortzetting van de pensioenopbouw na deze leeftijd. In het nieuwe artikel 4a is bepaald dat in dat geval niet de gehele premie voor rekening van de betrokkene komt (zoals voortvloeit uit het pensioenreglement), maar dat de premieverdeling tussen werkgever en werknemer wordt aangehouden zoals bepaald in artikel 4 van de pensioenovereenkomst.

Onderdelen D en E

Deze onderdelen bevatten de formalisering van afspraak 7c uit het akkoord over aanpassing van de AOW-compensatieregeling die in de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015 met de politievakorganisaties is afgesproken. Op grond van deze regeling bedroeg de compensatie voor het AOW-hiaat het voor een betrokkene geldende aantal maanden verhoging van de AOW-leeftijd vermenigvuldigd met 70 procent van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Met de nieuwe afspraak wordt het AOW-hiaat gecompenseerd op 90 procent van het netto inkomen, dat door de rechter in een aantal in de sector Defensie dienende beroepszaken als ‘gerechtvaardigde aanspraak’ is aangemerkt (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2017 ECLI:CRVB:2017:1473). Voor zover hier van belang ziet de afspraak op betrokkenen die tussen 1 januari 2013 en 26 juli 2016 aanspraak hadden op een ontslaguitkering en van wie de beroepstermijn nog niet is verstreken op 1 februari 2018. Laatstgenoemde datum refereert aan het overleg in het Centraal georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken waarin door sociale partners is gesproken over een mogelijke aanpassing van de afspraak uit juni 2015.

De doelgroep bestaat uit de betrokkenen die op 1 februari 2018 de op grond van artikel 13a geldende AOW-compensatieregeling ontvingen of hierop nog uitzicht hadden. Er is een splitsing gemaakt tussen de betrokkenen die vóór 1 april 2017 de leeftijd van 65 jaar bereiken en onder artikel 13a vallen en de betrokkenen die deze leeftijd op of na die datum bereiken en onder artikel 13b vallen. De reden hiervoor is als volgt.

Bij de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd is ervoor gekozen deze vanaf 2013 stapsgewijs te verhogen naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 is de verhoging gekoppeld aan de levensverwachting. Bij de verhoging van de AOW-leeftijd wordt gewerkt met geboortecohorten. Voor een betrokkene uit het cohort ‘geboren na 30 juni 1951 en voor 1 april 1952’ geldt een verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd van 9 maanden. Na het beëindigen van de uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd heeft deze betrokkene 9 maanden recht op de AOW-compensatieregeling. Op de peildatum van 1 februari 2018 heeft geen enkele betrokkene uit dit cohort recht (of uitzicht) op de AOW-compensatieregeling. Voor deze groep blijft artikel 13a gelden.

Betrokkenen uit het cohort ‘geboren na 31 maart 1952 en voor 1 januari 1953’ vallen onder artikel 13b. Voor een betrokkene uit voornoemd cohort gaat de AOW-uitkering 12 maanden na het bereiken van de 65-jarige leeftijd in. Op de peildatum van 1 februari 2018 bestaat derhalve recht op de AOW-compensatieregeling. De eerste dag dat een betrokkene uit dit geboortecohort de leeftijd van 65 jaar kan bereiken, is 1 april 2017. Ook betrokkenen uit de daaropvolgende geboortecohorten voldoen aan de voorwaarde dat op 1 februari 2018 aanspraak of uitzicht moet bestaan op de AOW-compensatieregeling van artikel 13a, zoals dit artikel op die datum luidde.

De tegemoetkoming bestaat uit 3 componenten:

  • 1. een bruto uitkering die een netto uitkering oplevert die even hoog is als de netto AOW-uitkering inclusief vakantiegeld die de betrokkene zou hebben ontvangen als die wet op hem van toepassing was geweest;

  • 2. een financiële compensatie voor het eerder dan de in het pensioenreglement opgenomen pensioenrichtleeftijd laten ingaan van het ABP-ouderdomspensioen. Hierbij wordt uitgegaan van een ingangsleeftijd van 65 jaar, ongeacht of het pensioen voor de desbetreffende betrokkene daadwerkelijk op die leeftijd is ingegaan;

  • 3. een aanvullende compensatie tot 90% van de gerechtvaardigde aanspraak (het bedrag van de gecombineerde netto pensioen- en AOW-uitkeringen die bij 65 jaar zouden zijn uitgekeerd als de AOW- en de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar waren geweest). De betrokkene ontvangt de aanvullende compensatie als het totaal van de twee voorgaande componenten, vermeerderd met het ABP-pensioen dat bij 65 ingaat, netto minder is dan 90% van de gerechtvaardigde aanspraak.

Op grond van artikel 13b, derde lid, worden betalingen die een betrokkene al op grond van artikel 13a, tweede lid, heeft ontvangen, in mindering gebracht op de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 13b, eerste lid.

Artikel X

Deze aanpassing in de Regeling vergoeding beroepsziekten politie betreft het herstellen van een foutieve verwijzing.

Artikel XI

In artikel 5 van de Regeling vliegtoelage vliegers Landelijke eenheid, is de jaarlijkse verhoging van de vliegtoelage geregeld. Analoog aan de in afspraak 2b van het akkoord overeengekomen verhoging van de eindejaarsuitkering in artikel 25 Bbp (Stb. 2019, 495) wordt ook voor de vliegers van de landelijke eenheid deze jaarlijkse verhoging met 0,33% verhoogd tot 8,33%.

Artikel XII

Dit artikel voorziet in de inwerkingtreding die per artikel of onderdeel van een artikel verschilt.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus