Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatscourant 2020, 31608Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 3 juni 2020, nummer 2911937, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (honderdachtenzestigste wijziging)

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de artikelen 3.77, elfde lid, 3.86, achttiende lid, en 3.105ba, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 12, behorend bij artikel 3.25, komt te luiden als aangegeven in de bijlage behorend bij deze regeling.

B

In de alfabetische rangschikking van Bijlage 13, behorend bij artikel 3.37f, derde lid, wordt een land ingevoegd:

Armenië

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juni 2020

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol

BIJLAGE ANTECEDENTENVERKLARING

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling tot wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 bevat een aanpassing van de antecedentenverklaring en een uitbreiding van de lijst van veilige landen van herkomst. Het land Armenië wordt aan deze lijst toegevoegd.

De invoeringstermijn van deze regeling bedraagt minder dan twee maanden. Ook de inwerkingtredingsdatum wijkt af van de vaste verandermomenten. Hiermee wordt afgeweken van het in het Kabinetsstandpunt inzake Vaste Verandermomenten neergelegde uitgangspunt. Deze uitzonderingen zijn toegestaan omdat de aanwijzing van Armenië als veilig land van herkomst spoedregelgeving betreft (aanwijzing 4.17, vijfde lid, onder b, van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Deze aanwijzing is al in een brief aan de Tweede Kamer van 27 maart 2020 aangekondigd (Kamerstukken II vergaderjaar 2019/20, 19 637, nr. 2594).

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A (bijlage 12 behorend bij artikel 3.25)

De antecedentenverklaring is taalkundig aangepast om deze verklaring te vereenvoudigen en daarmee duidelijker te maken voor de klant. Hiermee is geen beleidswijziging beoogd.

Onderdeel B (bijlage 13, behorend bij artikel 3.37f, derde lid)

Bijlage I bij de Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), Pb EU L 180/87 van 29 juni 2013) bepaalt wanneer een land van herkomst als veilig land van herkomst kan worden aangewezen. Deze bijlage is geïmplementeerd in artikel 3.37f van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.

Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2011/95/EU, noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict.

Bij deze beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling door middel van:

  • a) de desbetreffende wetten en andere voorschriften van het betrokken land en de wijze waarop die worden toegepast;

  • b) de naleving van de rechten en vrijheden die zijn neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en/of het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en/of het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering, in het bijzonder de rechten waarop geen afwijkingen uit hoofde van artikel 15, lid 2, van voornoemd Europees Verdrag zijn toegestaan;

  • c) de naleving van het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Verdrag van Genève;

  • d) het beschikbaar zijn van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen schendingen van voornoemde rechten en vrijheden.

De beoordeling van Armenië in het licht van vorenstaande criteria heeft tot de conclusie geleid dat Armenië als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt, met uitzondering van LHBTI’s en personen van wie aannemelijk is dat ze in strafrechtelijke detentie zullen worden geplaatst.

Voor verdere toelichting verwijs ik naar de brief aan de Tweede Kamer van 27 maart 2020 (Kamerstukken II vergaderjaar 2019/20, 19 637, nr. 2594).

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol