Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2020, 23749 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2020, 23749 | beleidsregel |
De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
Besluiten:
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
onderneming die vanwege de aard van haar werkzaamheden niet gebonden is aan een vaste standplaats en derhalve geen omvangrijke vaste vestigingskosten heeft, maar wel andere omvangrijke vaste kosten heeft, die voortvloeien uit de aard van haar werkzaamheden;
onderneming gevestigd te en op 13 maart 2020 actief op Bonaire, Saba of Sint Eustatius, niet zijnde een overheidsbedrijf:
a. die op 13 maart 2020 belasting- of aangifteplichtig was voor de opbrengstbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting of algemene bestedingsbelasting en aldus bekend was bij de Belastingdienst Caribisch Nederland als actieve onderneming voor de belasting; en
b. die, voor zover het een onderneming, niet zijnde een ambulante onderneming, betreft:
1°. ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de onderneming; of
2°. een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang;
Minister van Economische Zaken en Klimaat;
onderneming waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon in staat is het beleid te bepalen, of waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
hoofdvestiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Handelsregisterwet 2009 BES, of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Handelsregisterwet 2009 BES.
1. De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming BES die verwacht in de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020:
a. ten minste USD 4400 aan omzetverlies te lijden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19; en
b. ten minste USD 4400 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.
2. De tegemoetkoming bedraagt USD 4400 per gedupeerde onderneming BES.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen; of
b. de gedupeerde onderneming BES in staat van faillissement verkeert dan wel bij de rechtbank een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan de onderneming is ingediend.
1. Een aanvraag wordt per e-mail, verstuurd aan tegemoetkomingEZK@rijksdienstcn.com, ingediend, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld formulier.
2. Een aanvraag omvat in ieder geval:
a. gegevens over de gedupeerde onderneming BES, waaronder het post- en bezoekadres, het rekeningnummer en, indien van toepassing, het nummer waarmee de gedupeerde onderneming BES geregistreerd is bij één van de Kamers van Koophandel en Nijverheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
b. gegevens over de contactpersoon bij de gedupeerde onderneming BES, waaronder de naam, het telefoonnummer en e-mailadres;
c. een verklaring dat de gedupeerde onderneming BES op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen;
d. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming BES aangeeft dat de onderneming in de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 een omzetverlies verwacht te lijden van ten minste USD 4400;
e. een verklaring waarin de gedupeerde onderneming BES aangeeft in de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 ten minste USD 4400 aan vaste lasten verwacht te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19;
f. indien van toepassing: een verklaring dat de gedupeerde onderneming BES een ambulante onderneming is; en
g. indien van toepassing: een verklaring dat de gedupeerde onderneming BES een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang.
3. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 23 april 2020 tot en met 12 juli 2020.
De minister beslist binnen drie weken na ontvangst van een aanvraag. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.
1. De minister kan de hoogte van de tegemoetkoming binnen vijf jaar na de verstrekking herzien, dan wel de beschikking tot de tegemoetkoming intrekken, indien blijkt dat de tegemoetkoming, door onjuiste gegevensverstrekking door de gedupeerde onderneming BES, niet in overeenstemming met deze beleidsregel is verstrekt, of indien de gedupeerde onderneming BES de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, niet overlegt.
2. Indien van toepassing, overlegt de gedupeerde onderneming BES desgevraagd gedurende vijf jaar na de verstrekking van de tegemoetkoming de volgende bewijsstukken aan de minister:
a. bewijsstukken waaruit blijkt dat de gedupeerde onderneming BES op het moment van de aanvraag van de tegemoetkoming een vestiging had die fysiek afgescheiden was van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien was van een eigen opgang of toegang;
b. bewijsstukken waaruit blijkt dat de gedupeerde onderneming BES op het moment van aanvraag kwalificeerde als ambulante onderneming.
De minister kan een of meer bepalingen van deze beleidsregel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing van die bepaling of bepalingen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig is in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 23 april 2020.
2. Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat de beleidsregel van toepassing blijft op aanvragen om tegemoetkoming die uiterlijk 12 juli 2020 zijn ingediend, dan wel op tegemoetkomingen die voor 1 januari 2021 zijn verstrekt.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 23 april 2020
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer
Vanaf maandag 9 maart 2020 heeft het kabinet vergaande landelijke gezondheidsmaatregelen getroffen ter bestrijding van de verdere verspreiding van het coronavirus (COVID-19). Ook voor Caribisch Nederland zijn dergelijke gezondheidsmaatregelen getroffen. Zo is op 13 maart 2020 de sluiting van het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba per 14 maart 20201 aangekondigd, en is het cruisetoerisme op de eilanden per die datum stilgelegd. Daarnaast hebben lokale overheden verdere, met in Europees Nederland vergelijkbare, maatregelen getroffen, zoals de noodverordening COVID-19 Bonaire van 18 maart 2020, en de Emergency Ordinance COVID 19 Additional Measures St. Eustatius van 3 april 2020, waarbij de 1,5 meter afstandseis, de sluiting van eet- en drinkgelegenheden, het verbod op uitoefening van contactberoepen, en de sluiting van alle niet-noodzakelijke ondernemingen werden ingevoerd.
De gevolgen van deze maatregelen voor de kleinschalige samenlevingen van de eilanden, die zwaar leunen op toerisme, zijn enorm. In de Kamerbrief van 17 maart 2020 over het noodpakket banen en economie2 heeft het kabinet daarom aangekondigd dat, parallel aan de maatregelen die het kabinet neemt om ondernemingen in Europees Nederland te ondersteunen, voor Caribisch Nederland maatregelen worden uitgewerkt die passen bij de problematiek en lokale context van deze eilanden. In de Kamerbrief van 25 maart 2020 over de effecten van corona op Caribische delen van het Koninkrijk3, zijn deze maatregelen voor Caribisch Nederland nader uiteengezet. De onderhavige beleidsregel is daar een uitwerking van. Voor de vormgeving van deze beleidsregel is zoveel mogelijk aangesloten bij de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19, die geldt voor ondernemingen in het Europees deel van Nederland, waarbij enkele aanpassingen zijn doorgevoerd om recht te doen aan de specifieke situatie in Caribisch Nederland.
Het sluiten van het luchtruim en het stilleggen van het cruisetoerisme hebben vergaande gevolgen voor de economieën op de eilanden, die in zeer belangrijke mate zijn ingesteld op toerisme. Uit cijfers van (onder andere) het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat normaal gesproken 25 procent van de op de eilanden aanwezige mensen toeristen zijn, die samen maar liefst 35 procent van de totale consumptieve uitgaven voor hun rekening nemen. Hierdoor is de dichtheid van het aanbod van producten en diensten op Caribisch Nederland veel hoger dan op basis van het aantal inwoners te verwachten zou zijn. Gezien dit feit, en de nauwe onderlinge verbondenheid van alle ondernemingen in de kleine gemeenschap, is het aannemelijk dat ondernemingen in alle sectoren in Caribisch Nederland zwaar worden getroffen door de gezondheidsmaatregelen. Om ondernemingen die door de genomen maatregelen worden getroffen snel een eerste helpende hand te bieden, heeft het kabinet besloten om ook voor Caribisch Nederland een noodmaatregel in te richten. Ondernemingen in Caribisch Nederland kunnen middels deze beleidsregel een eenmalige tegemoetkoming van USD 4400 ontvangen, indien zij verwachten gedurende de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 een omzetverlies van ten minste USD 4400 te zullen lijden, en in diezelfde periode ten minste USD 4400 aan vaste lasten verwachten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. Deze tegemoetkoming moet worden gezien als een aanvulling op andere overheidsondersteuning uit het noodpakket banen en economie Caribisch Nederland4, die zijn genomen in verband met COVID-19. Als dit in de toekomst nodig blijkt, kan het kabinet besluiten tot aanvullende maatregelen om getroffen ondernemingen in Caribisch Nederland verder te ondersteunen.
Het doel van deze beleidsregel is een kader te scheppen op grond waarvan ondernemingen in Caribisch Nederland aanspraak kunnen maken op financiële ondersteuning. Zo is opgenomen welke ondernemingen in aanmerking komen voor de financiële tegemoetkoming, aan welke randvoorwaarden zij moeten voldoen om in aanmerking te komen, hoe de aanvraag moet worden ingediend en binnen welke termijn wordt beslist op de aanvraag.
Gezien de grote afhankelijkheid van de economie van het toerisme en de grote onderlinge interdependentie van ondernemingen in de kleine gemeenschappen, is het aannemelijk dat ondernemingen in alle sectoren getroffen zijn door de gezondheidsmaatregelen. Vanwege deze bijzondere voor Caribisch Nederland geldende situatie, is besloten deze beleidsregel voor een tegemoetkoming voor ondernemingen in Caribisch Nederland niet af te bakenen tot bepaalde sectoren, maar open te stellen voor ondernemingen binnen alle sectoren, mits zij verwachten gedurende de periode vanaf 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 ten minste een omzetverlies van USD 4400 te zullen lijden en ten minste USD 4400 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, en mits zij voldoen aan de overige voorwaarden uit de beleidsregel.
Het moet, conform de begripsbepaling gedupeerde onderneming BES (opgenomen in artikel 1), gaan om een onderneming, gevestigd en actief op Bonaire, Saba of Sint Eustatius, die op peildatum 13 maart 2020 (datum van aankondiging van de sluiting van het luchtruim) belasting- of aangifteplichtig was voor de opbrengstbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting of algemene bestedingsbelasting, en aldus als actieve onderneming bekend was bij de Belastingdienst Caribisch Nederland (BCN). Er is gekozen voor dit criterium om te kunnen borgen dat alleen ondernemingen die daadwerkelijk actief zijn voor de tegemoetkoming in aanmerking komen (zie hierover verder in paragraaf 4). Alleen ondernemingen die daadwerkelijk actief zijn, kunnen namelijk in aanmerking komen voor de tegemoetkoming. Niet-actieve ondernemingen zullen niet kunnen voldoen aan het vereiste van verwacht omzetverlies en verwachte vaste lasten.
De tegemoetkoming is bedoeld voor ondernemingen met hoge vaste lasten, anders dan de personeelskosten. Voor personeelskosten kunnen ondernemingen immers al gebruik maken van de Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN. Als voorwaarde is daarom opgenomen dat ondernemingen ofwel ten minste één vestiging moeten hebben met een ander adres dan het privéadres van de woning (onderdeel b, onder 1°, van de begripsbepaling gedupeerde onderneming BES), ofwel een vestiging die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de ondernemer(s), en die voorzien is van een eigen opgang of toegang (onderdeel b, onder 2°, van de begripsbepaling gedupeerde onderneming BES). In beide gevallen kan er immers van uit worden gegaan dat er sprake is van omvangrijke periodieke vaste lasten voor de vestiging. Deze vestigingseis geldt alleen niet voor ambulante ondernemingen (zie aanhef van onderdeel b van de begripsbepaling gedupeerde onderneming BES). Ambulante ondernemingen (zie de definitie van ambulante onderneming, opgenomen in artikel 1) zijn ondernemingen in sectoren waarbij het evident is dat de ondernemers geen externe vestiging hebben, en dus met hun bedrijf staan ingeschreven op het woonadres. Kenmerkend voor deze ondernemingen is dat zij hun bedrijf niet uitoefenen vanuit een vaste vestiging, maar met ambulante bedrijfsmiddelen, die cruciaal zijn voor de bedrijfsvoering en voor hoge vaste kosten zorgen. Vanwege de aard van hun werkzaamheden zijn deze ondernemingen dus niet gebonden aan een vaste vestiging en hebben zij omvangrijke vaste kosten, anders dan vestigingskosten. Voorbeelden zijn rijscholen, taxibedrijven, uitbaters van foodtrucks et cetera.
Alleen ondernemingen die niet in staat van faillissement verkeren, en waarvoor geen verzoek tot surseance van betaling is ingediend, komen voor de tegemoetkoming in aanmerking (artikel 3, onderdeel b). Tot slot zijn overheidsbedrijven uitgezonderd (zie de aanhef van de begripsbepaling gedupeerde onderneming BES). Een overheidsbedrijf is gedefinieerd als een onderneming waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon in staat is het beleid te bepalen, of waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt (zie begripsbepaling overheidsbedrijf, opgenomen in artikel 1). Deze overheidsbedrijven zijn uitgesloten omdat de tegemoetkoming bedoeld is voor private ondernemingen.
De tegemoetkoming is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (maximaal 250 werkzame personen), inclusief ZZP-ers, omdat deze groep doorgaans hard getroffen wordt door omzetverlies, en daarnaast hoge vaste kosten en weinig financiële buffer heeft. Omdat er op de BES-eilanden alleen ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf gevestigd zijn, is het niet nodig deze voorwaarde expliciet op te nemen in de beleidsregel.
De Unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland (hierna: RCN-unit SZW) voert de regeling uit namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de minister). De doelgroep kan bij de RCN-unit SZW, als noodvoorziening op de overige overheidsmaatregelen uit het noodpakket banen en economie Caribisch Nederland, een tegemoetkoming aanvragen voor de eerste nood die ontstaan is door de maatregelen van de overheid om COVID-19 te bestrijden. Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van USD 4400, en alleen ondernemingen die aan de genoemde voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor de tegemoetkoming (artikel 2). Het moet gaan om ondernemingen die inschatten gedurende de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 ten minste USD 4400 aan omzetverlies te hebben als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, en ten minste USD 4400 aan vaste lasten verwachten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. De tegemoetkoming is per onderneming en niet per vestigingseenheid, en heeft geen specifiek bestedingsdoel.
De aanvraag om tegemoetkoming wordt overeenkomstig artikel 3 in een tweetal situaties afgewezen. De aanvraag wordt ten eerste afgewezen indien deze niet voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de onderneming geen verklaring aanlevert omtrent het verwachte omzetverlies of de verwachte vaste kosten. Daarnaast wordt, zoals eerder aangegeven, de aanvraag afgewezen wanneer de gedupeerde onderneming BES in staat van faillissement verkeert, dan wel bij de rechtbank een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan de onderneming is ingediend.
Ondernemingen kunnen een aanvraag indienen bij de RCN-unit SZW. De RCN-unit SZW heeft de mogelijkheid om achteraf te toetsen of de aanvrager daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoet. Indien dit niet het geval is, kan de beschikking tot de tegemoetkoming binnen vijf jaar na verstrekking daarvan worden ingetrokken, of kan de hoogte van de tegemoetkoming worden herzien (artikel 6, eerste lid). Dan wordt de tegemoetkoming dus (deels) teruggevorderd. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in het geval waarin de onderneming een valse verklaring heeft aangeleverd over het te verwachten omzetverlies of de verwachte vaste kosten. Op basis van het aantal geregistreerde bedrijven en de in deze beleidsregel opgenomen voorwaarden, is de globale inschatting dat circa 3.000 ondernemingen voor deze tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen.
De aanvragen voor een tegemoetkoming kunnen vanaf donderdag 23 april 2020 worden ingediend bij de RCN-unit SZW, via het e-mailadres tegemoetkomingEZK@rijksdienstcn.com (artikel 4, eerste lid). Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat hiertoe via de RCN-unit SZW ter beschikking is gesteld op hun website (www.rijksdienstCN.com/).
Bij de aanvraag dient de onderneming de in artikel 4, tweede lid, genoemde gegevens aan te leveren, zoals de naam, het adres, en het KvK-nummer van de gedupeerde onderneming BES (indien van toepassing) en de gegevens van de contactpersoon. Daarnaast dient de onderneming een aantal zaken te verklaren. Het gaat om een verklaring dat de gedupeerde onderneming BES op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze beleidsregel gestelde eisen, een verklaring dat de onderneming verwacht ten minste USD 4400 aan omzetverlies te hebben en een verklaring dat de onderneming verwacht ten minste USD 4400 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. Tot slot dient een ondernemer, indien de onderneming staat ingeschreven op zijn privéadres, te verklaren dat hij ofwel een ambulante onderneming heeft, ofwel een fysiek van de privéwoning afgescheiden vestiging, voorzien van een eigen opgang of toegang. Achteraf kan ondernemingen gevraagd worden bewijsstukken te leveren om aan te tonen waarop deze laatste verklaring gebaseerd is (artikel 6, tweede lid).
De verklaringen kunnen worden afgelegd door middel van een afvinklijstje, dat is opgenomen in het aanvraagformulier.
De aanvraag kan worden ingediend tot en met 12 juli 2020 (artikel 4, derde lid), in lijn met de einddatum van de openstellingsperiode voor de Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. De RCN-unit SZW toetst de binnengekomen aanvragen op bovengenoemde voorwaarden. De aanvraag bestaat voornamelijk uit het afvinken van de eisen waaraan de onderneming moet voldoen.
De RCN-unit SZW controleert bij alle aanvragen of de onderneming op 13 maart 2020 al dan niet actief was. De RCN-unit SZW zal dit doen door in het systeem van de BCN na te gaan of er sprake is van een recente belastingaangifte. Op deze wijze kan worden voorkomen dat niet-actieve bedrijven aanspraak kunnen maken op de tegemoetkoming. Daarnaast raadpleegt de RCN-unit SZW indien nodig en mogelijk, ter controle dat de onderneming inderdaad aan de voorwaarden van deze beleidsregel voldoet, bij de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES het uittreksel van de onderneming die de tegemoetkoming aanvraagt.
Ondernemingen hoeven bij de aanvraag geen bewijs van omzetverlies in te dienen, maar moeten wel verklaren dat zij verwachten ten minste USD 4400 aan omzetverlies te hebben in de periode vanaf 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020. Controle vindt achteraf steekproefsgewijs plaats. Indien ondernemers een valse verklaring over het te verwachten omzetverlies afgeven, kan de tegemoetkoming tot vijf jaar na verstrekking daarvan worden ingetrokken of herzien. Dit geldt ook voor de verklaring omtrent de vaste kosten.
Vanwege de nood bij de getroffen ondernemingen, wordt zo snel mogelijk op de aanvraag beslist, maar uiterlijk binnen drie weken. In het uiterste geval dat een beslissing binnen drie weken niet haalbaar is, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld, en wordt een redelijke termijn gegeven waarbinnen de aanvrager de beschikking wel tegemoet kan zien (artikel 5).
Tot slot is in de beleidsregel een hardheidsclausule opgenomen, op grond waarvan de RCN-unit SZW namens de minister een of meer bepalingen van de beleidsregel buiten toepassing kan laten of daarvan kan afwijken voor zover toepassing daarvan wegens bijzondere omstandigheden onevenredig is in verhouding tot de doelen die deze beleidsregel dient (artikel 7).
De regeldruk voor de gedupeerde onderneming BES behelst het kennisnemen van de beleidsregel, het invullen van de aanvraag en het afgeven van de bedoelde verklaringen (middels een afvinklijstje dat is opgenomen bij het aanvraagformulier). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de kennisneming een half uur kost en de invulling van de complete aanvraag door de onderneming een kwartier aan inzet kost, dus in totaal 0,75 uur per onderneming.
Van de totale doelgroep wordt globaal ingeschat dat circa 75 procent een aanvraag zal doen. Uitgaande van 2.250 ondernemingen die, tegen een gemiddeld uurtarief van USD 21,50 een aanvraag zullen doen, komen de totale regeldrukkosten voor de ondernemingen op circa USD 47.623,75 uit.
Bij een eventuele controle achteraf kan ondernemingen gevraagd worden bewijsstukken als bedoeld in artikel zes, tweede lid, aan te leveren. Afhankelijk van de soort en het aantal bewijsstukken kost het opzoeken en verstrekken van dergelijke stukken naar verwachting 20 tot 40 minuten (gemiddeld 30 minuten). Aangezien nu niet duidelijk is hoeveel ondernemingen om aanvullende bewijsstukken zal worden gevraagd, kunnen de totale kosten hiervan niet worden ingeschat. De kosten per onderneming komen uit op circa USD 10,75.
Caribisch Nederland wordt, evenals de Caribische landen binnen het Koninkrijk, vanuit Europeesrechtelijk perspectief gekwalificeerd als landen en gebieden overzee (LGO). Voor de LGO geldt op grond van het LGO-besluit (Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (PbEU 2013, L 344)) een bijzonder regime. De LGO maken geen deel uit van de interne markt van de Europese Unie. Dit brengt onder meer met zich dat voor de LGO de staatssteunregels niet gelden. Dat betekent dat de staatssteunregels dus ook niet voor Caribisch Nederland gelden. Dit is alleen anders wanneer er subsidie vanuit Nederland wordt verstrekt voor ondernemingen in Caribisch Nederland, voor zover dit gevolgen kan hebben op de interne markt.
Gelet op het soort ondernemingen dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming en de hoogte van de tegemoetkoming, valt (nagenoeg) uit te sluiten dat de tegemoetkoming invloed heeft op de interne markt. Enkel ondernemingen die gevestigd zijn op Bonaire, Saba en Sint Eustatius komen in aanmerking voor de tegemoetkoming. Dit zijn allen mkb-ondernemingen, die weinig tot geen activiteiten verrichten op de interne markt van de Europese Unie. Derhalve is er geen sprake van staatssteun als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst, en werkt terug tot en met 23 april 2020. Er is gekozen om terugwerkende kracht aan deze beleidsregel te verlenen om het mogelijk te maken dat de tegemoetkoming zo spoedig mogelijk kan worden aangevraagd. In dit verband wordt opgemerkt dat deze beleidsregel een begunstigend karakter heeft. Gelet op het tijdelijke en eenmalige karakter van de beleidsregel vervalt deze op 1 januari 2021. Bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van deze beleidsregel blijven echter in stand.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-23749.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.