Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 20882Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 april 2020, kenmerk 1668653-203752-FEZ, houdende het versoepelen van de regels voor het verantwoorden van subsidies in verband met de uitbraak van het Coronavirus (Besluit versoepeling subsidieregels uitbraak Coronavirus)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 7.2, derde lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, artikel VI, tweede lid, van de regeling van 18 december 2019 tot wijziging van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS in verband met het schrappen van het rapport van feitelijke bevindingen als vast onderdeel van het financieel verslag, artikel 32, vijfde lid, van de Subsidieregeling publieke gezondheid en artikel 23, tweede lid, van de Subsidieregeling abortusklinieken;

Besluit:

Artikel 1

Aan ontvangers van subsidies gebaseerd op artikel 1.2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een vrijstelling verleend van de termijn, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel a dan wel b, van de Kaderregeling, voor het indienen van een aanvraag tot subsidievaststelling, tot uiterlijk drie maanden.

Artikel 2

Aan screeningsorganisaties en de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie, die een subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling publieke gezondheid wordt een vrijstelling verleend van de termijn, bedoeld in artikel 32, eerste lid, voor het indienen van een aanvraag tot subsidievaststelling, tot uiterlijk drie maanden.

Artikel 3

Aan abortusklinieken die subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling abortusklinieken wordt een vrijstelling verleend van de termijn, bedoeld in artikel 23, eerste lid, voor het indienen van een aanvraag tot subsidievaststelling, tot uiterlijk drie maanden.

Artikel 4

  • 1. Een ontvanger van:

    • a. een ten behoeve van 2019 verleende subsidie, als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel b, van de Kaderregeling, of

    • b. een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel b, van de Kaderregeling, waarbij de periode waarvoor subsidie wordt verleend eindigt in het eerste of tweede kwartaal van 2020, die € 125.000 of meer bedraagt, hoeft bij het afleggen van verantwoording het assurancerapport niet vergezeld te doen gaan van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger.

  • 2. Een ontvanger van:

    • a. een ten behoeve van 2019 verleende instellingssubsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, of

    • b. een projectsubsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling, waarbij de projectperiode in het vierde kwartaal van 2019 eindigde, of

    • c. een projectsubsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling, waarbij de projectperiode in het eerste of tweede kwartaal van 2020 eindigt, hoeft bij het afleggen van rekening en verantwoording het financieel verslag niet vergezeld te doen gaan van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit versoepeling subsidieregels uitbraak Coronavirus.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de plv. secretaris-generaal, A.I. Norville MSc

Bezwaar

Een belanghebbende kan tegen dit besluit bezwaar maken op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit kan door een bezwaarschrift in te dienen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, t.a.v. Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag volgend op de dag waarop het besluit is gedagtekend.

Het bezwaarschrift wordt ondertekend door de indiener en bevat:

  • de naam en het adres van de indiener,

  • de dagtekening,

  • een omschrijving van het bestreden besluit, bijvoorbeeld door vermelding van het briefkenmerk en datum of door bijvoeging van een kopie van het besluit,

  • de gronden van het bezwaar.

TOELICHTING

Algemeen

Met dit besluit worden de regels voor het verantwoorden van door het ministerie van VWS verstrekte subsidies op enkele punten versoepeld. Dit in verband met de grote gevolgen van de uitzonderlijke uitbraak van het Coronavirus COVID-19.

Het kabinet neemt maatregelen om de uitbraak onder controle te krijgen en de negatieve gevolgen zo veel als mogelijk te beperken. De impact van de uitbraak en de genomen maatregelen is enorm en belasten diverse (subsidie ontvangende) instellingen en organisaties op het terrein van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In deze uitzonderlijke situatie acht ik het wenselijk om de regels voor het verantwoorden van subsidies op enkele punten te versoepelen. Specifiek gaat het om een vrijstelling van de gebruikelijke termijn voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling. Daarnaast is besloten bij de verantwoording van – kort gezegd – diverse recente subsidies af te zien van het vragen van een rapport van feitelijke bevindingen. In het onderstaande licht ik nader toe voor welke subsidies dit geldt.

In artikel 1 van dit besluit wordt derhalve ten eerste een vrijstelling verleend aan subsidieontvangers van de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel a of b, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling). Die termijn houdt in dat subsidieontvangers hun aanvraag tot vaststelling -doorgaans- moeten indienen binnen 22 weken na afloop van de subsidieperiode (de projectperiode, dan wel het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend). Voor een tweetal van de Kaderregeling afwijkende subsidieregelingen (de Subsidieregeling publieke gezondheid en de Subsidieregeling abortusklinieken) geldt een vergelijkbare indieningstermijn.

Gelet op de bovengenoemde uitzonderlijke omstandigheden acht ik het wenselijk alle betrokken subsidieontvangers hiervoor uitstel te geven.

Door de vrijstelling is het deze subsidieontvangers vanwege de uitbraak van het Corona-virus toegestaan om hun aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk drie maanden later in te dienen. De grondslag van deze algemene vrijstelling is artikel 7.2, derde lid, van de Kaderregeling. In de artikelsgewijze toelichting licht ik nader toe op welke VWS-subsidieregelingen deze vrijstelling betrekking heeft.

Daarnaast heb ik besloten bij de verantwoording van bepaalde, recente subsidies af te zien van het gebruikelijke rapport van feitelijke bevindingen (omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger). Het gaat daarbij ten eerste om subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel b, van de Kaderregeling, die € 125.000 of meer bedragen, die zijn verleend ten behoeve van 2019 of waarbij de subsidieperiode eindigt in het eerste of tweede kwartaal van 2020.

Ten tweede betreft het subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Subsidieregeling. Meer specifiek gaat het om instellingssubsidies over 2019 en recente projectsubsidies waarbij de projectperiode eindigde in het laatste kwartaal van 2019, of eindigt in het eerste of tweede kwartaal van 2020.

Hierbij sluit ik aan bij de recente wijziging van de Kaderregeling van 18 december 2019 (Stcrt. 2019, 66843). Met die wijziging werd al geregeld dat bij subsidies die vanaf 2020 worden verleend het rapport van feitelijke bevindingen niet langer standaard een verplicht onderdeel is bij de verantwoording van subsidies vanaf € 125.000. Met die wijziging werd ook geregeld dat bij ten behoeve van 2019 verleende subsidies kan worden besloten dat het rapport van feitelijke bevindingen achterwege kan blijven.

In deze uitzonderlijke situatie maak ik hiervan gebruik, en acht ik het wenselijk om het rapport van feitelijke bevindingen achterwege te laten bij de verantwoording, in geval van de bovengenoemde, in artikel 4 nader omschreven subsidies.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In artikel 1 wordt een algemene vrijstelling verleend van de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling voor subsidies gebaseerd op artikel 1.2 van de Kaderregeling. Daarbij gaat het in de eerste plaats om diverse instellings- en projectsubsidies die op grond van artikel 1.2 van de Kaderregeling zijn verstrekt.

Het gaat daarnaast om subsidies die tevens zijn gebaseerd op de volgende, (deels) op de Kaderregeling gebaseerde subsidieregelingen:

  • Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring regionale zorgnetwerken abr

  • Beleidskader Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 1

  • Beleidskader Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2

  • Beleidskader Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 3

  • Beleidsregel Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Langdurige Zorg (InZicht)

  • Beleidsregels Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional OPEN

  • Beleidskader Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect

  • Beleidskader eerstelijnscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties en Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring eerstelijnscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties 2018

  • Besluit vaststelling beleidsregels inzake de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland

  • Subsidieregeling collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland

  • Stimuleringsregeling E-health thuis

  • Subsidieregeling impulsfinanciering PGO-leveranciers 2018-2021

  • Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan

  • Subsidieregeling huisvestingslasten gesloten jeugdhulp

  • Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet

  • Regeling palliatieve terminale zorg

  • Subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg 2019

  • Subsidieregeling preventiecoalities

  • Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen

  • Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring regionale centra prenatale screening

  • Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg

  • Besluit vaststelling beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2019-2022

  • Besluit vaststelling beleidskader sportevenementen 2019-2020

  • Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties

Artikel 2 en 3

Ook voor twee afzonderlijke regelingen, de Subsidieregeling publieke gezondheid en de Subsidieregeling abortusklinieken, is een vrijstelling van de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling geregeld. De bovengenoemde Kaderregeling is op deze regelingen namelijk niet van toepassing.

Ook ontvangers van subsidie op grond van voornoemde twee regelingen geef ik uitstel tot drie maanden voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Artikel 4

Bij de aanvraag tot vaststelling van subsidies vanaf € 125.000 wordt het tot voor kort wel vereiste rapport van feitelijke bevindingen niet meer standaard gevraagd.

Dat geldt voor subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel b, van de Kaderregeling, die € 125.000 of meer bedragen (lid 1), die ten behoeve van 2019 zijn verleend (onderdeel a), of waarbij de subsidieperiode eindigt in het eerste of tweede kwartaal van 2020 (onderdeel b).

Het rapport van feitelijke bevindingen is niet langer een verplicht onderdeel bij de verantwoording van subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling (lid 2). Het gaat dan om instellingssubsidies over 2019 (onderdeel a) en projectsubsidies waarbij de projectperiode eindigde in het laatste kwartaal van 2019 (onderdeel b), of eindigt in het eerste of tweede kwartaal van 2020 (onderdeel c).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de plv. secretaris-generaal, A.I. Norville MSc