Verordening tot wijziging de Verordening beroeps-en gedragsregels 2011

De ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie KNB;

Overwegende dat het gewenst is de wijze van identificatie door de notaris die volgt uit artikel 39 lid 1 nader in te vullen;

Gelet op artikel 61 lid 2 van de Wet op het notarisambt;

Gezien het ontwerp van het bestuur met bijbehorende toelichting;

Gelet op de adviezen van de ringen;

stelt de navolgende verordening vast:

De Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 wordt als volgt gewijzigd.

I

Bij de overdracht onderzoekt de protocolontvanger of alle minuten en overige delen van het protocol aanwezig zijn. De protocolhouder dan wel degene die het protocol onder zich heeft wordt ten minste drie dagen tevoren opgeroepen om bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn. Bij het onderzoek moeten de leden van de kamer voor het notariaat desverlangd worden toegelaten.

Van het onderzoek wordt door de protocolontvanger een verklaring opgemaakt die door alle aanwezigen wordt ondertekend. Er worden zoveel exemplaren van deze verklaring opgemaakt als noodzakelijk zijn ter overhandiging aan de aanwezigen en aan de kamer voor het notariaat.

Bij de overdracht onderzoekt de protocolontvanger of alle minuten en overige delen van het protocol aanwezig zijn. De protocolhouder dan wel degene die het protocol onder zich heeft wordt ten minste drie dagen tevoren opgeroepen om bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn. Bij het onderzoek moeten de leden van de kamer voor het notariaat desverlangd worden toegelaten.

Van het onderzoek wordt door de protocolontvanger een verklaring opgemaakt die door alle aanwezigen wordt ondertekend. Er worden zoveel exemplaren van deze verklaring opgemaakt als noodzakelijk zijn ter overhandiging aan de aanwezigen en aan de kamer voor het notariaat.

Bij de overdracht onderzoekt de protocolontvanger of alle minuten en overige delen van het protocol aanwezig zijn. De protocolhouder dan wel degene die het protocol onder zich heeft wordt ten minste drie dagen tevoren opgeroepen om bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn. Bij het onderzoek moeten de leden van de kamer voor het notariaat desverlangd worden toegelaten.

Van het onderzoek wordt door de protocolontvanger een verklaring opgemaakt die door alle aanwezigen wordt ondertekend. Er worden zoveel exemplaren van deze verklaring opgemaakt als noodzakelijk zijn ter overhandiging aan de aanwezigen en aan de kamer voor het notariaat.

Bij de overdracht onderzoekt de protocolontvanger of alle minuten en overige delen van het protocol aanwezig zijn. De protocolhouder dan wel degene die het protocol onder zich heeft wordt ten minste drie dagen tevoren opgeroepen om bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn. Bij het onderzoek moeten de leden van de kamer voor het notariaat desverlangd worden toegelaten.

Van het onderzoek wordt door de protocolontvanger een verklaring opgemaakt die door alle aanwezigen wordt ondertekend. Er worden zoveel exemplaren van deze verklaring opgemaakt als noodzakelijk zijn ter overhandiging aan de aanwezigen en aan de kamer voor het notariaat.

Bij de overdracht onderzoekt de protocolontvanger of alle minuten en overige delen van het protocol aanwezig zijn. De protocolhouder dan wel degene die het protocol onder zich heeft wordt ten minste drie dagen tevoren opgeroepen om bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn. Bij het onderzoek moeten de leden van de kamer voor het notariaat desverlangd worden toegelaten.

Van het onderzoek wordt door de protocolontvanger een verklaring opgemaakt die door alle aanwezigen wordt ondertekend. Er worden zoveel exemplaren van deze verklaring opgemaakt als noodzakelijk zijn ter overhandiging aan de aanwezigen en aan de kamer voor het notariaat.

Na artikel 19 wordt een artikel toegevoegd. Dit artikel wordt genummerd artikel 19A.

II

Het nieuwe artikel komt te luiden:

“Bij het vaststellen van de identiteit van de bij het verlijden van een akte voor de eerste maal voor de notaris verschijnende personen, controleert de notaris het hem getoonde document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht op diefstal, vermissing, geldigheid en echtheid. De notaris maakt hierbij voor zover mogelijk gebruik van hiervoor geschikte, door het bestuur aangewezen apparatuur, programmatuur, applicaties en systemen.”

De toelichting bij dit artikel wordt als volgt:

“In artikel 39 lid 1 van de Wet op het notarisambt is bepaald dat de bij het verlijden van een akte verschijnende personen aan de notaris bekend moeten zijn. De notaris moet de identiteit van de personen die de eerste maal voor hem verschijnen vaststellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. De ratio van deze identificatieplicht is dat de notaris zich vergewist van de identiteit van de voor hem verschijnende personen. Hij moet verifiëren of degene die voor hem verschijnt de identiteit heeft van degene die hij opgeeft te zijn. Het controleren van de echtheid van het getoonde document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht houdt onder meer in dat de notaris controleert of de gegevens op het document overeenkomen met de gegevens in de Basisregistratie Personen, voor zover deze gegevens hierin zijn opgenomen. Er zijn middelen die de notaris kunnen helpen bij deze taak. Het past bij de rol van de notaris als poortwachter om die middelen te gebruiken. Het wordt hierbij van belang geacht dat elke notaris dezelfde middelen gebruikt. Het bestuur van de KNB kan in dit kader leden faciliteren bij de aanschaf van de benodigde middelen. Gezien de snelle ontwikkelingen op dit gebied kan het bestuur via de gebruikelijke kanalen aan haar leden kenbaar maken welke middelen gebruikt moeten worden. De notaris is ingevolge dit artikel verplicht de door het bestuur aangewezen middelen steeds te gebruiken bij voormelde identificatieplicht. Met de zinsnede ‘voor zover mogelijk’ wordt uitsluitend gedoeld op uitzonderingsgevallen waarin de notaris documenten worden getoond die niet met gebruikmaking van de door het bestuur aangewezen apparatuur, programmatuur, applicaties en systemen kunnen worden gecontroleerd op diefstal, vermissing, geldigheid en echtheid.

III

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2019 of zoveel later als de termijn van tien dagen na publicatie in de Staatscourant is verstreken als bedoeld in artikel 91, tweede lid, van de Wet op het notarisambt.

Vastgesteld door de ledenraad op 18 september 2019 en getekend door de voorzitter van de ledenraad, goedgekeurd door de Minister van Justitie en Veiligheid bij besluit van 20 november 2019.

Naar boven