TOELICHTING
Deze regeling strekt ertoe om verhuurders in de regio Arnhem – Nijmegen in aanmerking
te laten komen voor de hoge vermindering van de verhuurderheffing voor het bouwen
van betaalbare huurwoningen. De afgelopen jaren is de regio als geheel, en zijn de
steden Arnhem en Nijmegen in het bijzonder, relatief sneller gegroeid dan andere steden
in het land. De prognoses laten zien dat deze groei doorzet en dat daarmee ook de
uitdagingen voor de regio als geheel toenemen. Hierdoor blijven ook de woningtekorten
oplopen. Het Rijk, de provincie en de regio hebben mede vanwege de toenemende schaarste
aan betaalbare woningen samen begin maart 2020 een woondeal gesloten. Met deze woondeal
worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel het
functioneren van de woningmarkt in de regio Arnhem – Nijmegen structureel te verbeteren,
de bouwproductie met oog voor circulariteit en duurzaamheid op niveau te brengen en
de leefbaarheid te vergroten. De woondeal kan rekenen op de steun van woningcorporaties
die actief zijn in de regio.
De Minister voor Milieu en Wonen heeft een woondeal gesloten met 18 gemeenten in de
regio Arnhem-Nijmegen. Onderdeel van de woondeal is dat heffingsplichtige verhuurders
die in deze gemeenten huurwoningen bouwen waarvan de huurprijs lager is dan het bedrag
genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag (thans:
€ 619,01 per maand), een bedrag van € 25.000,– mogen aftrekken van de door hen af
te dragen verhuurderheffing. Deze vermindering is geregeld in artikel 1.11, eerste
lid, onderdeel o, in samenhang gelezen met het tweede lid, onderdeel j, van de Wet
maatregelen woningmarkt 2014 II. De toevoeging vindt plaats op de wijze, bedoeld in
artikel 1.11, vijfde lid, tweede zin, van de wet. Uit deze bepaling blijkt dat gemeenten
waarmee de Minister voor Milieu en Wonen afspraken heeft gemaakt over de bouw van
huurwoningen, zoals in deze woondeal, bij ministeriële regeling kunnen worden toegevoegd
aan Bijlage 2 van de wet.
Het gaat om de 16 gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen,
Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal,
Westervoort, Wijchen en Zevenaar. De gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn al opgenomen
in Bijlage 2 van de wet. Voor de bouw van dergelijke woningen in gemeenten die niet
op de lijst in Bijlage 2 staan, ontvangen verhuurders een korting van een kleiner
bedrag, namelijk € 12.500,–. Dit blijkt uit artikel 1.11, eerste lid, onderdeel p,
in samenhang gelezen met het tweede lid, onderdeel k, van de Wet maatregelen woningmarkt
2014 II.
Deze korting is na de inwerkingtreding van toepassing op nieuwbouwwoningen waarvan
de huurprijs lager is dan het bedrag genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel
a, van de Wet op de huurtoeslag, en waarvan de bouwwerkzaamheden (het slaan van de
eerste heipaal) in een van de genoemde gemeenten op of na 1 januari 2020 zijn gestart.
Dit is geregeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel o, in samenhang gelezen met
het tweede lid, onderdeel j, van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.
Er zijn geen administratieve lasten gemoeid met deze wijziging. Verhuurders ontvangen
nu namelijk al op aanvraag een korting van € 12.500,– op de verhuurderheffing bij
de bouw van de bedoelde woningen. Het enige verschil dat deze regeling bewerkstelligt
is dat de hoogte van deze korting € 25.000,– wordt.
Deze regeling treedt op 5 maart 2020 in werking, een dag na ondertekening van de woondeal.
Hoe eerder deze regeling in werking treedt, hoe eerder verhuurders gebruik kunnen
maken van deze korting op de verhuurderheffing van € 25.000,–, en hoe eerder er dus
duidelijkheid is bij de verhuurders over de hoogte van de heffingsvermindering. Hierdoor
kan de woningmarkt en de bouwproductie snel verbeterd worden. Om deze reden wordt
afgeweken van de vaste verandermomenten en minimum invoeringstermijn.
De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer