Advies Raad van State inzake het voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet publieke gezondheid tot incorporatie van de Regeling 2019-nCoV

Nader Rapport

20 februari 2020

1646163-201701-WJZ

Directie Wetgeving en Juridische Zaken

Aan de Koning

Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet publieke gezondheid tot incorporatie van de Regeling 2019-nCoV

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 13 februari 2020, no.2020000339, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 19 februari 2020, no.W13.20.0030/III, bied ik U hierbij aan.

Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins.

Advies Raad van State

No. W13.20.0030/III

’s-Gravenhage, 19 februari 2020

Aan de Koning

Bij Kabinetsmissive van 13 februari 2020, no. 2020000339, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet publieke gezondheid tot incorporatie van de Regeling 2019-nCoV, met memorie van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.

De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.

Tekst zoals toegezonden aan de Raad van State: Wijziging van de Wet publieke gezondheid tot incorporatie van de Regeling 2019-nCoV

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid bij ministeriële regeling het novel coronavirus (2019-nCoV) in het belang van de volksgezondheid is aangemerkt als behorende tot groep A als bedoeld in die wet, en dat het op grond van artikel 20, vierde lid, van die wet noodzakelijk is deze regeling zo spoedig mogelijk te incorporeren in die wet;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In artikel 1, onder e, groep A, van de Wet publieke gezondheid wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd: novel coronavirus (2019-nCoV),.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De Minister voor Medische Zorg,

MEMORIE VAN TOELICHTING

Op 28 januari 2020 is een ministeriële regeling ex artikel 20, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid (Wpg) vastgesteld. Deze is op dezelfde dag in werking getreden onder toepassing van artikel 20, vijfde lid, van de Wpg. Tevens is deze regeling op 31 januari in de Staatscourant gepubliceerd (Stcrt 2020, nr 6800). In deze regeling is het novel coronavirus (2019-nCoV) aangemerkt als behorende tot groep A van de Wpg en zijn alle bepalingen van de Wpg die gelden voor infectieziekten behorende tot groep A van toepassing verklaard op de bestrijding van dit virus. Volgens artikel 20, vierde lid, van de Wpg wordt binnen acht weken na het tot stand komen van een ministeriële regeling ex artikel 20, eerste lid, van de Wpg een voorstel van wet ter incorporatie van die ministeriële regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Dat gebeurt bij dezen.

Met het aanmerken van de infectieziekte novel coronavirus (2019-nCoV) als behorende tot groep A wordt een advies opgevolgd van een bestuurlijk afstemmingsoverleg waarin onder meer de VNG en het veiligheidsberaad waren vertegenwoordigd. Het advies, volgend uit het bestuurlijk afstemmingsoverleg, was gebaseerd op een advies van het door de directeur van het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding bijeengeroepen zogeheten ‘outbreak management team’ (OMT). Naast vertegenwoordigers van de belangrijkste surveillance- en bestrijdingseenheden namen in het OMT gespecialiseerde deskundigen deel.

De reden voor het aanmerken van de infectieziekte novel coronavirus (2019-nCoV) als behorende tot groep A is de volgende. In de eerste plaats ontstaat daarmee de wettelijke meldingsplicht betreffende deze infectieziekte. Indien een in Nederland werkzame arts bij een door hem onderzocht persoon novel coronavirus (2019-nCoV) vermoedt of vaststelt, dient hij dit onverwijld te melden aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. De gemeentelijke gezondheidsdienst meldt dit dan weer onverwijld aan het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding. Dit is noodzakelijk om tijdig op te kunnen treden en patiënten en hun omgeving te behandelen opdat het virus zich niet verder verspreid.

In de tweede plaats zijn hiermee alle bestrijdingsbevoegdheden (hoofdstuk V) uit de Wpg geactiveerd. Van belang hierbij is vooralsnog vooral de bevoegdheid tot isolatie van geïnfecteerde (of vermoedelijk geïnfecteerde) personen. Deze maatregel wordt zo nodig toegepast door de voorzitter van de veiligheidsregio. Deze dient dit te doen in samenwerking met de GGD. De inzet van deze maatregel kan zijn vereist om te voorkomen dat het virus zich verder verspreid.

In de derde plaats wordt de Minister voor Medische Zorg met het aanmerken van deze infectieziekte als behorende tot groep A, verantwoordelijk voor de leiding van de bestrijding van deze ziekte. De daadwerkelijke individuele maatregelen, zoals isolatie, worden zo nodig toegepast door de voorzitter van de veiligheidsregio samen met de GGD. Met de centrale leiding kan een eventueel noodzakelijke landelijke uniforme aanpak makkelijker worden gerealiseerd.

Op moment van schrijven van deze toelichting is nog niet duidelijk hoe novel coronavirus (2019-nCoV) zich (mondiaal) gaat ontwikkelen en in hoeverre de inzet van bovengenoemde bevoegdheden in ons land ook werkelijk nodig zal blijken te zijn.

De regeldruk van de hierboven aangehaalde meldingsplicht voor artsen valt op dit moment moeilijk in te schatten.

Omdat het hier spoedregelgeving betreft wordt afgeweken van de vaste verandermomenten.

De Minister voor Medische Zorg,

Naar boven