Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 6800Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 28 januari 2020, kenmerk 1643096-201442-PG, ex artikel 20 van de Wet publieke gezondheid (Regeling 2019-nCoV)

De Minister voor Medische Zorg,

In overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 20, eerste, derde en vijfde lid, van de Wet publieke gezondheid;

Besluit:

Artikel 1

Het novel coronavirus (2019-nCoV) wordt aangemerkt als behorende tot groep A, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet publieke gezondheid.

Artikel 2

Alle bepalingen van de Wet publieke gezondheid die gelden voor infectieziekten behorende tot groep A zijn van toepassing op het novel coronavirus (2019-nCoV).

Artikel 3

  • 1. Deze regeling wordt bekend gemaakt door plaatsing op de internetsite van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 2. Deze regeling treedt onmiddellijk in werking na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling 2019-nCoV.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

TOELICHTING

Deze ministeriële regeling is gebaseerd op artikel 20 van de Wet publieke gezondheid en dient ertoe het eind 2019 nieuwe in Wuhan, China, ontstane coronavirus aan te merken als behorende tot groep A, zoals bedoeld in de Wet publieke gezondheid. Het virus wordt conform de aanduiding van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in de regeling aangeduid als: novel coronavirus (2019-nCoV).

De Wet publieke gezondheid is het wettelijke instrument voor de bestrijding van infectieziekten. De aanmerking als behorende tot groep A van het novel coronavirus (2019-nCoV) is nodig om een aantal wettelijke mechanismen in werking te krijgen. Alle bepalingen betreffende infectieziektebestrijding uit de wet die gelden voor infectieziekten behorende tot groep A, dus inclusief rechtsbescherming, handhaving en financiën, zijn van toepassing verklaard op de bestrijding van het novel coronavirus (2019-nCoV).

Ten eerste is aldus de meldingsplicht voor deze specifieke infectieziekte geactiveerd. Novel coronavirus (2019-nCoV) wordt door de aard van de aandoening op dit moment in het buitenland vooral in ziekenhuizen gediagnosticeerd. Indien een arts in Nederland bij een door hem onderzocht persoon novel coronavirus (2019-nCoV) vermoedt of vaststelt, dient hij dit onverwijld te melden aan de gemeentelijke gezondheidsdienst. De gemeentelijke gezondheidsdienst meldt dit dan weer onverwijld aan het RIVM.

Ten tweede wordt het hiermee mogelijk om de in de Wet publieke gezondheid opgenomen bestrijdingsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld isolatie van (vermoedelijk) geïnfecteerde personen, toe te passen. Deze worden toegepast door de gemeentelijke gezondheidsdienst onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de veiligheidsregio.

Ten derde houdt dit in dat de Minister voor Medische Zorg verantwoordelijk wordt voor de leiding van de bestrijding van deze ziekte. Dit betekent dat de minister de maatregelen ter bestrijding vaststelt. De voorzitter van de veiligheidsregio blijft samen met de gemeentelijke gezondheidsdiensten verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen voor de bestrijding. Het voordeel hiervan is dat aldus een landelijke uniforme aanpak makkelijker kan worden gerealiseerd.

Deze regeling treedt op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Wet publieke gezondheid onmiddellijk na bekendmaking in werking. De bekendmaking geschiedt in afwijking van artikel 4, eerste lid, onder a, van de Bekendmakingswet, in eerste instantie door plaatsing op de internetsite van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarna volgt bekendmaking via de normale weg, de Staatscourant.

Conform artikel 20, vierde lid, van de Wet publieke gezondheid wordt binnen acht weken na dagtekening van deze regeling een voorstel van wet tot incorporatie van deze regeling in de Wet publieke gezondheid aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins