Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2019, 8293Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 7 februari 2019, nr. 19036077, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden bescherming van de teelt van appel tegen appelbloesemkever (Anthonomuspomorum) (Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de teelt van appel tegen appelbloesemkever (Anthonomus pomorum), 2019)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

BESLUIT:

Artikel 1

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend het gebruik van Raptol (koolzaadolie: 825,3 g/L en pyrethrinen: 4,59 g/L) ter bescherming van de teelt van appel tegen appelbloesemkever (Anthonomus pomorum).

Artikel 2

De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2019 en vervalt op 15 april 2019.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de teelt van appel tegen appelbloesemkever (Anthonomus pomorum), 2019.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze, M.J.B.M. Weijtens Wnd. directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Bezwaar

Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na dagtekening van dit besluit digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen.

Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via ‘mijn.rvo.nl’. Om in te loggen heeft u uw gebruikerscode en wachtwoord nodig, voor de ondertekening een TAN-code. Bij een digitaal bezwaarschrift stuurt u een kopie van dit besluit mee als pdf-bestand of u stuurt een kopie per post na.

Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Bij een schriftelijk bezwaar stuurt u een kopie van dit besluit mee met uw bezwaarschrift.

Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl. of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).

BIJLAGE: WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT RAPTOL (WERKZAME STOF KOOLZAADOLIE, 825,3 G/L, EN PYRETHRINEN 4,59 G/L)

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Toegestaan is uitsluitend het professionele gebruik als insecticide door middel van een gewasbehandeling in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.0, Ctgb juni 2011) onder de vermelde toepassingsvoorwaarden.

Toepassingsgebied

Type toepassing

Te bestrijden organisme

Dosering (middel) per toepassing

Maximale dosering (middel) per toepassing

Maximaal aantal toepassingen per 12 maanden

Maximaal aantal liter/kg middel per ha per 12 maanden

Minimum interval tussen toepassingen in dagen

Veiligheidstermijn in dagen of uiterst gewasstadium waarop toegepast mag worden

appel

gewasbehandeling

Appel bloesem kever*

0,46%

4,6 l/ha

2

9,2 l/ha

7

Alleen toepassen in het voorjaar voor de bloei

* Anthonomus pomorum

Toepassingsvoorwaarden

Om in het water levende organismen te beschermen, is toepassing in de teelt van appel op percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT99 in combinatie met een gesloten windhaag op de rand van het rijpad met in achtneming van een teeltvrije zone van tenminste 450 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de insteek van de sloot).

Om bijen en andere bestuivers te beschermen is toepassing van het middel op percelen die niet grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 450 cm (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de perceelgrens).

Het middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit.

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg uw leverancier van natuurlijke vijanden over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

TOELICHTING

1 Algemeen

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en nr. 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) (hierna: Verordening (EG) nr. 1107/2009) en artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) maken het mogelijk in bijzondere omstandigheden tijdelijke vrijstelling te verlenen van het verbod om een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel binnen Nederland te brengen, op de markt te brengen, voorhanden te hebben of te gebruiken.

Tijdelijke vrijstelling kan worden verleend als een maatregel nodig blijkt voor een gecontroleerd en beperkt gebruik ter beheersing van een noodsituatie die op geen enkele andere redelijke manier te bestrijden is.

2 Adviezen

2.1 Noodsituatie

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van een noodsituatie.

Gevaar

Door gebrek aan bestrijdingsmogelijkheden van appelbloesemkever in de appelteelt is de populatie appelbloesemkever in de laatste jaren zo groot geworden dat in het komende seizoen schade wordt verwacht en gerichte bestrijding noodzakelijk is. In de gangbare appelteelt is op zo’n 25% van het areaal gerichte inzet nodig. Wanneer geen bestrijding mogelijk is, is op dit areaal gemiddeld 30% schade. Wanneer de appelbloesemkever populatie niet verlaagd kan worden, zullen telers op een deel van het areaal een forse oogstreductie hebben en komt het voortbestaan van de appelteelt in Nederland in gevaar.

Een zonale aanvraag van een middel op basis van cyantraniliprole is ingediend (zRMS: UK). De aanvrager verwacht een reguliere toelating in Nederland, op tijd voor teeltseizoen 2020. Dit middel mag niet gebruikt worden in de biologische teelt, op grond van EU/NL regelgeving voor biologische productie.

Alternatieven

Niet-chemisch

Twee inheemse sluipwespsoorten zijn in staat de populatiegroei van de appelbloesemkever af te remmen. Het is niet mogelijk om deze sluipwespen te kweken of de natuurlijke populatie te bevorderen. Gerichte inzet van deze sluipwespen is daarom niet mogelijk. De koolmees is ook een natuurlijke vijand van de appelbloesemkever. Het ophangen van koolmeeskasten wordt op biologische bedrijven veel gedaan. De effectiviteit van deze maatregel is echter onvoldoende om de populatie appelbloesemkevers te onderdrukken.

Met geen van deze maatregelen kan appelbloesemkever afdoende bestreden worden.

Chemisch

In de gangbare teelt van appel zijn geen middelen toegelaten ter bestrijding van de appelbloesemkever. Middelen op basis van thiacloprid, acetamiprid, indoxacarb en flupyradifuron hebben een beperkte nevenwerking tegen appelbloesemkever. Gerichte inzet van deze middelen tegen appelbloesemkever is niet mogelijk door het beperkte aantal toepassingen en de lange spuitintervallen. Bovendien is de inzet van deze middelen nodig tegen andere insecten (bladluizen, wantsen, appelzaagwespen en rupsen). Een middel op basis van imidacloprid mag alleen na de bloei worden toegepast waardoor het middel niet effectief kan worden ingezet tegen appelbloesemkever. In de biologische appelteelt zijn deze middelen niet toegelaten.

Bijzondere omstandigheden

Voor de gangbare teelt van appel waren tot eind 2013 middelen op basis van deltamethrin beschikbaar voor de bestrijding van appelbloesemkever. In 2013 is bij de herregistratie de toelating voor deze middelen in appel vervallen. In 2013 was door de opgebruiktermijn nog mogelijk. De toelating van een middel op basis van imidacloprid is in 2013 beperkt tot 1 toepassing na de bloei waardoor het middel niet meer ingezet kon worden tegen appelbloesemkever. In 2016 en 2018 is voor een middel op basis van koolzaadolie en pyrethrinen een vrijstelling verleend voor teelt van appel. In 2017 is geen vrijstelling verleend voor een middel op basis van cyantraniliprole, vanwege een negatief Ctgb advies. In 2014, 2015 en 2017 heeft populatie opbouw van appelbloesemkever plaats gevonden in de gangbare teelt bij gebrek aan voldoende alternatieven.

In de biologische teelt kon een middel ingezet worden op basis van koolzaadolie en pyrethrinen. Deze toelating als dringend vereist gewasbeschermingsmiddel liep af op 31 december 2014. In 2015 is geen vrijstelling artikel 38 wgb verleend voor een middel op basis van koolzaadolie en pyrethrinen vanwege een negatief Ctgb advies. In 2016, 2017 en 2018 is een middel op basis van koolzaadolie en pyrethrinen wel vrijgesteld.

Begin 2018 is in Duitsland een aanvraag ingediend voor een uitbreiding van een middel op basis van koolzaadolie en pyrethrinen voor de toepassing tegen appelbloesemkever in de teelt van appel (zowel gangbaar als biologisch). Zodra deze wordt toegelaten, wordt een wederzijdse erkenning aangevraagd voor Nederland. De verwachting is dat dit middel halverwege 2020 beschikbaar kan zijn.

Conclusie

De NVWA komt tot volgende conclusies:

  • Een landbouwtechnisch doelmatige biologische en gangbare teelt van appel in Nederland wordt bedreigd door onvoldoende mogelijkheden tot bestrijding van appelbloesemkever.;

  • Een landbouwtechnisch doelmatige biologische en gangbare teelt van appel is met het beschikbare pakket aan middelen en maatregelen niet mogelijk.;

  • De aanvraag voldoet aan de eis van bijzondere omstandigheden. De toelatinghouders leveren inspanningen om te komen tot een oplossing. Er is perspectief voor de toelating van een middel op basis van koolzaadolie en pyrethrinen voor de gehele teelt van appel en een middel op basis van cyantraniliprole voor de gangbare teelt van appel waardoor een kortstondig noodverband gerechtvaardigd is. Voor de gevraagde vrijstellingsperiode zijn de middelen niet beschikbaar.

De tijdelijke vrijstelling van Raptol voor het bestrijden van appelbloesemkever in de teelt van appel voldoet aan de criteria voor een noodsituatie.

2.2 Risicobeoordeling

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van aanvaardbare risico’s.

Humane toxiciteit

Voldoet aan de eisen.

Volksgezondheid

Voldoet aan de eisen.

Gedrag in het milieu

Voldoet aan de eisen.

Ecotoxiciteit

Voldoet aan de eisen met inachtneming van de volgende restrictiezinnen:

Om in het water levende organismen te beschermen, is toepassing in de teelt van appel op percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT99 in combinatie met een gesloten windhaag op de rand van het rijpad met in achtneming van een teeltvrije zone van tenminste 450 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de insteek van de sloot).

Om bijen en andere bestuivers te beschermen is toepassing van het middel op percelen die niet grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 450 cm (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de perceelgrens).

Het middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit.

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg uw leverancier van natuurlijke vijanden over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

Conclusie

Het College constateert dat er na het nemen van risicoreducerende maatregelen / het inachtnemen van restrictiezinnen geen risico verbonden is aan de vrijstelling.

Advies

Gezien het risico adviseert het College een vrijstelling ex artikel 38 Wgb van het gewasbeschermingsmiddel Raptol in de biologische en gangbare teelt van appel te verlenen onder vermelding van de volgende risicoreducerende maatregelen / restrictiezinnen:

Om in het water levende organismen te beschermen, is toepassing in de teelt van appel op percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT99 in combinatie met een gesloten windhaag op de rand van het rijpad met in achtneming van een teeltvrije zone van tenminste 450 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de insteek van de sloot).

Om bijen en andere bestuivers te beschermen is toepassing van het middel op percelen die niet grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 450 cm (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de perceelgrens).

Het middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit.

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg uw leverancier van natuurlijke vijanden over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

3 Overwegingen

Een hernieuwde tijdelijke vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Raptol is gewenst, omdat zonder deze vrijstelling de teelt van appel op geen enkele andere redelijke wijze te beschermen is tegen appelbloesemkever (Anthonomus pomorum). Hierdoor wordt de doelmatige teelt van appel bedreigd. Belanghebbenden spannen zich in om op korte termijn te beschikken over een regulier toegelaten gewasbeschermingsmiddel.

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (zie bijlage bij dit besluit) zijn de risico reducerende maatregelen overgenomen die door het Ctgb zijn voorgesteld.

Vrijstelling voor de toepassing van Raptol in de teelt van appel (gangbaar en biologisch) werd eerder verleend:

Vrijstelling voor de toepassing van Raptol in de biologische teelt van appel werd eerder verleend:

4 Besluit

De adviezen van de NVWA en het Ctgb overnemend, heb ik in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, besloten om op grond van artikel 38 van de Wgb tijdelijke vrijstelling te verlenen voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Raptol ter bescherming van de teelt van appel tegen appelbloesemkever.

Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2019 en vervalt op 15 april 2019.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze, M.J.B.M. Weijtens Wnd. directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit