Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)Staatscourant 2019, 59472Besluiten van algemene strekking

Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 oktober 2019 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid dierenwelzijn tijdens transport (IB02-SPEC 17, versie 04)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen Interventiebeleid Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

1. Onderwerp

Het specifiek interventiebeleid dierenwelzijn tijdens transport beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen Interventiebeleid van de NVWA (NVWA-IB02) (AIB) en de Wet dieren, de interventiegrenzen voor specifieke overtredingen binnen het toezichtdomein dierenwelzijn tijdens transport, zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 1/20051 (hierna: de Verordening).

Het specifiek interventiebeleid dierenwelzijn tijdens transport vervangt het interventiebeleid diertransport. De omschrijving is uitgebreid omdat dit beter past bij de inhoud. De wettelijke basis is gelijk gebleven.

Overtredingen die door de inspecteur/toezichthouder worden waargenomen en die niet in dit IB02-SPEC17 zijn opgenomen, worden voorgelegd aan de Divisie Regie & Expertise van de Directie Handhaven, eventueel in overleg met de Divisie Ontwerp & Dienstverlening van de Directie Keuren teneinde een interventie te bepalen.

2. Begrippen en wettelijke basis

2.1 Definities en afkortingen

Voor algemene definities wordt verwezen naar het AIB en de Verordening. Hieronder is een aantal specifieke definities en afkortingen opgenomen in aanvulling op de definities en begrippen uit het algemeen interventiebeleid NVWA-IB02.

BB

Bestuurlijke boete

SW

Schriftelijke waarschuwing

2.2 Wettelijke Basis

De basis voor het specifiek interventiebeleid dierenwelzijn tijdens transport is:

  • Verordening (EG) nr. 1/2005;

  • Verordening (EG) nr. 882/20042;

  • Wet dieren;

  • Regeling houders van dieren;

3. Werkwijze

3.1 Het bepalen van de ernst van de overtreding

Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB.

Bij de indeling in de klassen is beoordeeld in hoeverre een overtreding een risico voor welzijnsaantasting vormt, hetzij direct hetzij indirect. Direct risico is bijvoorbeeld dat dieren te lang of in niet geschikte vervoermiddelen vervoerd worden. Indirect risico is als bijvoorbeeld de vereiste documenten ontbreken die nodig zijn om de reisduur te bepalen. Ten algemene zijn overtredingen van administratieve bepalingen een vorm van systeemondermijning. Administratieve verplichtingen zijn een belangrijke voorwaarde om te kunnen beoordelen of aan welzijnsbepalingen voldaan wordt. Op basis van deze beoordeling heeft de indeling in klasse plaatsgevonden. Daarbij zijn de volgende overwegingen meegenomen:

  • Hoe ernstig– in termen van risico op welzijnsaantasting – is de overtreding op individueel dierniveau?

  • Is het een structurele overtreding? Daarbij moet beoordeeld worden of het slechts een enkel dier of meerdere dieren betreft. Een overtreding die een groep dieren raakt, moet anders – zwaarder – beoordeeld worden dan als dezelfde overtreding slechts een enkel dier raakt, bijvoorbeeld het niet functioneren van alle drinknippels versus het niet functioneren van een enkele drinknippel.

  • Een aantal normen zijn in 3 klassen (B, C of D) ingedeeld, omdat de mogelijkheid tot beoordeling van de ernst van de overtreding afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het geval. De inspecteur zal op basis van de feiten en de risico- afweging die klasse hanteren die bij die risico inschaling hoort. Hij doet dit op basis van de overwegingen die hem bij de eerste twee gedachtestreepjes aangereikt zijn.

  • Bij een aantal bepalingen zijn verbijzonderde overwegingen opgenomen voor de indeling in de klasse. Dit zijn meer concrete – getalsmatige – uitwerkingen.

In de bijlage van dit document is vastgelegd op welke wijze wordt geïntervenieerd bij het constateren van een overtreding.

Voor de klasse D overtredingen geldt dat na een derde constatering van een overtreding van klasse D wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een klasse C overtreding. Dat betekent dat een schriftelijke waarschuwing dient te volgen.

Afwijken van de in dit document voorgeschreven interventie is alleen mogelijk in overleg met, en na akkoord van, het afdelingshoofd. De onderbouwing van de reden om af te wijken wordt vastgelegd.

3.2 Het bepalen van interventies bij een overtreding

Sanctionerende interventie

Overtredingen van de Wet dieren worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze aan het Openbaar Ministerie voor. Dit volgt uit artikel 8.10, eerste lid, van de Wet dieren. Het OM beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Afgezien van de in artikel 8.11 genoemde overtredingen is strafrechtelijke afdoening niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.

De kolommen ‘interventie bij eerste overtreding’ en ‘interventie bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als sanctionerende interventie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke sanctionerende interventie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op de inhoud van bovengenoemde kolommen uit de bijlage.

In alle gevallen geldt overigens dat een strafrechtelijke sanctionerende interventie (een proces verbaal) te allen tijde kan worden gecombineerd met een bestuursrechtelijke corrigerende interventie (een herstelmaatregel).

Corrigerende interventie

Corrigerende interventies kunnen naast of in plaats van sanctionerende interventies worden ingezet. Dat kan nuttig zijn zodra blijkt dat sanctionerende interventies (alleen) onvoldoende leiden tot naleving van de regelgeving. Voor welke corrigerende interventie gekozen wordt verschilt van geval tot geval. Voorbeelden hiervan zijn een last onder dwangsom, een verbod tot het verrichten van bepaalde activiteiten, ingrijpen in het bedrijfsproces of schorsen of intrekken van een vergunning of erkenning van een bedrijf.

Corrigerende interventies hebben als doel te bevorderen dat de overtreder zijn bedrijfsprocessen blijvend beheerst zodat bestaande overtredingen worden beëindigd en nieuwe worden voorkomen. Een corrigerende interventie moet proportioneel zijn, toegesneden op de specifieke situatie van de overtreder. Een corrigerende interventie mag niet ingrijpender voor de overtreder zijn dan strikt noodzakelijk om de overtreding te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Overgaan tot ingrijpender corrigerende interventies, zoals het schorsen of intrekken van een vergunning of erkenning, kan indien gemotiveerd kan worden waarom een minder ingrijpende corrigerende interventie onvoldoende effect heeft gehad of zal hebben.

Specifieke corrigerende interventie

Als een of meer overtredingen worden geconstateerd die in ernst, aantal en tijdsbestek een corrigerende interventie rechtvaardigen wordt met een specifieke corrigerende interventie in het bedrijfsproces ingegrepen. Dit ingrijpen kan betrekking hebben op:

  • a. een specifiek transport van dieren ter beëindiging van een overtreding of

  • b. het bedrijfsproces ter voorkoming van nieuwe overtredingen.

Voorbeelden van corrigerende interventies die betrekking hebben op de feitelijke uitvoering van het proces zijn:

  • Laten corrigeren van overbelading

  • Verbod op het verder vervoeren van dieren

Daarnaast kent de Verordening noodmaatregelen in artikel 23. Deze maatregelen kunnen onmiddellijk worden opgelegd als het noodzakelijk is om het welzijn van de dieren te beschermen

Aan een specifieke corrigerende interventie kan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang worden verbonden.

Als opnieuw overtredingen worden geconstateerd wordt opnieuw een corrigerende interventie ingezet als ernst, aantal en tijdsbestek van de overtreding(en) dit rechtvaardigt. Zo nodig met ingrijpender maatregelen of een hogere dwangsom.

Generieke corrigerende interventie

Mocht de overtreder ondanks een of meer specifieke corrigerende interventies nieuwe overtredingen blijven begaan die in ernst, aantal en tijdsbestek ingrijpen rechtvaardigen kan worden overgegaan tot een generieke corrigerende interventie, zoals bijvoorbeeld het schorsen of intrekken van een vervoersvergunning van een vervoerder of schorsen dan wel intrekken van het getuigschrift van vakbekwaamheid van personeel betrokken bij het vervoeren van dieren

Hiertoe kan ook meteen worden overgegaan als er weliswaar nog geen (herhaalde) specifieke corrigerende interventie is opgelegd maar er op voorhand aanwijzingen zijn dat deze onvoldoende tot naleving zullen leiden.

Bij het bepalen van nut en noodzaak van een generieke interventie wordt integraal bekeken in hoeverre de overtreder, afgezien van de wettelijke eisen voor het dierenwelzijn tijdens transport, andere wettelijke eisen naleeft waarop de NVWA toezicht houdt. Bij een vergunde vervoerder of een erkend verzamelcentrum kan bijvoorbeeld ook gekeken worden naar het nalevingsgedrag van wettelijke eisen over voedselhygiëne, dierlijke bijproducten en bescherming van diergezondheid (reiniging en ontsmetting).

3.3 Herhaalde overtreding en verscherpt toezicht

Herhaalde overtreding

Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding van de dierwelzijnsregels tijdens transport wordt vastgesteld, waarvoor tegen de overtreder in de daaraan voorafgaande periode van 3 jaar reeds een interventie werd toegepast.

Herinspectie

In afwijking op het AIB zal, in het domein waar dit beleid op ziet, een constatering van een overtreding niet standaard worden opgevolgd door een herinspectie. Transporten zijn unieke gebeurtenissen die zich niet in de tijd herhalen, waarvan het herstel niet achteraf gecontroleerd kan worden. Bij overtredingen passend binnen dit interventiebeleid die wel plaats vinden op een vaste locatie kan wel een herinspectie plaatsvinden om te zien of een vergelijkbare overtreding zich weer voordoet. Inspecties op vervoermiddelen kunnen op basis van eerdere constateringen ook risicogebaseerd ingezet worden. In beide gevallen gaat het echter om nieuwe inspecties. Herinspecties kunnen in rekening worden gebracht bij het bedrijf.

Stapeling

Tijdens een inspectie kunnen overtredingen van verschillende wettelijke voorschriften en van verschillende overtredingsklassen worden vastgesteld. Voor het handelen in dergelijke situaties zie 2.3 van het Algemene Interventiebeleid, NVWA-IB02. Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt, bij het opleggen van de bestuurlijke boete, dat er wordt uitgegaan van een maximum van 5 overtredingen per overtreder, per transportmiddel en per controlelocatie/ controlemoment.

Verscherpt toezicht

Als bij meerdere opeenvolgende (her)inspecties blijkt dat overtredingen zich blijven voordoen, kan de NVWA besluiten verscherpt toezicht in te stellen. Dit wordt ook aan de overtreder medegedeeld. Verscherpt toezicht houdt in dat de NVWA vaker inspecteert en, indien zij overtredingen constateert, naast een sanctionerende interventie ook corrigerende interventies kan opleggen die passend zijn om de geconstateerde overtreding(en) te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Per overtreder wordt een maatwerkaanpak opgesteld. Na afloop van een van tevoren vastgestelde periode wordt geëvalueerd of voortzetting van het verscherpt toezicht wenselijk is. Ook dit wordt gecommuniceerd met de overtreder.

3.4 Internettoezicht

Op internet worden op handelssites (digitale platforms) geregeld advertenties geplaatst met verboden content. De NVWA kan in die gevallen gegevens bij zowel de aanbieder als de beheerder van de handelssite vorderen op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Beheerders van handelssites kunnen de NVWA alternatieven bieden om te interveniëren, zoals het verwijderen van advertenties. In dergelijke gevallen kan de NVWA volstaan met nalevingshulp aan de aanbieder bijvoorbeeld vlak nadat de advertentie is verwijderd. Is er sprake van herhaling dan kunnen alsnog gegevens worden gevorderd en kan worden opgeschaald in de handhaving.

4. Arbo, milieu en veiligheid

Niet van toepassing.

5. Divers

Vervanging

Deze beleidsregel vervangt het op 4 oktober 2012 vastgestelde Specifieke interventiebeleid diertransport VWA (IB01-SPEC 15, versie 03).

Deze beleidsregel is herzien naar aanleiding van de aanpassing van het Algemeen Interventiebeleid NVWA met ingang van 1 juli 2016. Ten opzichte van versie 03 is de lay-out van de bijlage gewijzigd. De Minister heeft in haar beleidsbrief3 van 4 oktober 2018 aangegeven dat zij het interventiebeleid van de NVWA in 2019 wil aanscherpen. Deze aanscherping heeft met name consequenties voor de klassenindeling van een aantal overtredingen, waardoor minder waarschuwingen worden gegeven en eerder wordt overgegaan tot sancties.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA dierenwelzijn tijdens transport (IB02-SPEC 17, versie 04)’.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 december 2019.

Bijlage

Bijlage bij IB02-SPEC17, versie 04: Specifiek interventiebeleid dierenwelzijn tijdens transport.

Deze beleidsregel zal worden geplaatst in de Staatscourant en op www.officielebekendmakingen.nl.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Namens deze: De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, R.J.T. van Lint

BIJLAGE BIJ IB02-SPEC17 VERSIE 04: SPECIFIEK INTERVENTIEBELEID DIERENWELZIJN TIJDENS TRANSPORT

Identificatie

Norm

Grondslag

Interventie

Doormelding

ID regel

Normadressaat

Normbeschrijving

Wet- en regelgeving

Afwijking van de norm

Overtredingsklasse

Motivering overtredingsklasse

Interventie bij eerste overtreding

Interventie bij herhaalde overtreding

doormelding cross compliance (in het kader van gemeenschappelijk landbouwbeleid)

17R0001000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Het is verboden dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent.

artikel 3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0002000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: vooraf zijn alle nodige voorzieningen getroffen om de duur van het transport tot een minimum te beperken.

artikel 3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0003000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: vooraf zijn alle nodige voorzieningen getroffen om tijdens het transport in de behoeften van de dieren te voorzien.

artikel 3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0004000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: de dieren zijn geschikt voor het voorgenomen transport.

artikel 3, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0005000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: het vervoermiddel is zodanig ontworpen en geconstrueerd dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft en dat hun veiligheid is gegarandeerd.

artikel 3, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0006000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: het vervoermiddel wordt op zodanige wijze onderhouden en gebruikt dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft en dat hun veiligheid is gegarandeerd.

artikel 3, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0007000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: de laad- en losvoorzieningen zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd, dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft en dat hun veiligheid is gegarandeerd.

artikel 3, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0008000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: de laad- en losvoorzieningen worden op zodanige wijze onderhouden en gebruikt dat de dieren letsel en lijden bespaard blijft en dat hun veiligheid is gegarandeerd.

artikel 3, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0009000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: het personeel dat met de dieren omgaat, heeft daarvoor de nodige opleiding of bekwaamheid, naar gelang van het geval.

artikel 3, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0010000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: het personeel dat met de dieren omgaat, voert zijn werkzaamheden uit zonder gebruikmaking van geweld of een methode die de dieren onnodig angstig maakt of onnodig letsel of leed toebrengt.

artikel 3, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0011000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Het transport wordt zonder oponthoud tot de plaats van bestemming uitgevoerd

artikel 3, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0012000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

De omstandigheden voor het welzijn van de dieren worden regelmatig gecontroleerd en naar behoren in stand gehouden tijdens het transport.

artikel 3, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0013000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarden voor transport: de dieren beschikken, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak en stahoogte.

artikel 3, sub g, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

onvoldoende vloeroppervlak en/of stahoogte met aantasting dierenwelzijn

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0014000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarden voor transport: de dieren beschikken, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak en stahoogte.

artikel 3, sub g, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

onvoldoende vloeroppervlak en/of stahoogte zonder aantasting dierenwelzijn

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0015000

Eenieder die bij het vervoer betrokken is

Voorwaarde voor transport: de dieren krijgen op gezette tijden water, voeder en rust, in kwaliteit en in kwantiteit afgestemd op hun soort en grootte.

artikel 3, sub h, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0016000

organisatoren, vervoerders, houders, verzamelcentra

Dieren mogen alleen worden vervoerd wanneer in het voertuig documenten met de volgende gegevens aanwezig zijn:

a) de herkomst en de eigenaar;

b) de plaats van vertrek;

c) datum en uur van vertrek;

d) de plaats van bestemming;

e) de verwachte duur van het voorgenomen transport.

artikel 4, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

geen vervoersdocumenten

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn/ ernstige ondermijning van het systeem

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0017000

organisatoren, vervoerders, houders, verzamelcentra

Dieren mogen alleen worden vervoerd wanneer in het voertuig documenten met de volgende gegevens aanwezig zijn:

a) de herkomst en de eigenaar;

b) de plaats van vertrek;

c) datum en uur van vertrek;

d) de plaats van bestemming;

e) de verwachte duur van het voorgenomen transport.

artikel 4, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

onvolledige vervoersdocumenten

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn/ ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0018000

organisatoren, vervoerders, houders, verzamelcentra

Dieren mogen alleen worden vervoerd wanneer in het voertuig documenten met de volgende gegevens aanwezig zijn:

a) de herkomst en de eigenaar;

b) de plaats van vertrek;

c) datum en uur van vertrek;

d) de plaats van bestemming;

e) de verwachte duur van het voorgenomen transport.

artikel 4, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

bijna volledige vervoersdocumenten

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn/ geringe ondermijning van het systeem

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0019000

organisatoren, vervoerders, houders, verzamelcentra

De vervoerder stelt de in artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde documenten desgevraagd ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

artikel 4, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn / ernstige ondermijning van het systeem

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0020000

organisatoren

De organisatoren zorgen er voor elk transport voor, dat het welzijn van de dieren niet in het gedrang komt door onvoldoende coördinatie van de verschillende onderdelen van het transport.

artikel 5, derde lid sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0021000

organisatoren

De organisatoren zorgen er voor elk transport voor, dat het welzijn van de dieren niet in het gedrang komt door onvoldoende rekening te houden met de weersomstandigheden.

artikel 5, derde lid sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0022000

organisatoren

De organisatoren zorgen er voor elk transport voor dat een natuurlijke persoon belast wordt met het op elk gewenst moment verstrekken van informatie aan de bevoegde autoriteit over de planning, uitvoering en voltooiing van het transport.

artikel 5, derde lid sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn / ernstige ondermijning van het systeem

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0023000

organisatoren

Het vervoer van dieren mag uitsluitend in opdracht gegeven of uitbesteed worden aan vervoerders met een vergunning volgens artikel 10, lid 1, of artikel 11, lid 1 van Verordening (EG) nr. 1/2005.

artikel 5, eerste lid, in samenhang metartikel 10, eerste lid of artikel 11, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0024000

vervoerders

De vervoerder moet een natuurlijke persoon aanwijzen die voor het vervoer verantwoordelijk is.

artikel 5, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0025000

vervoerders

De vervoerder moet ervoor zorgen dat te allen tijde informatie kan worden verkregen over de planning, uitvoering en voltooiing van het gedeelte van het transport waarover hij de leiding heeft.

artikel 5, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0026000

organisatoren, vervoerders

Voor lange transporten tussen de lidstaten en met derde landen van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens moeten de vervoerders en organisatoren voldoen aan de in bijlage II opgenomen voorschriften inzake het journaal.

artikel 5, vierde lid, Bijlage II, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Geen bijgehouden journaal aanwezig

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn / ernstige ondermijning van het systeem

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0027000

organisatoren, vervoerders

Voor lange transporten tussen de lidstaten en met derde landen van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens moeten de vervoerders en organisatoren voldoen aan de in bijlage II opgenomen voorschriften inzake het journaal.

artikel 5, vierde lid, Bijlage II, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Onvolledig bijgehouden journaal aanwezig

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0028000

organisatoren, vervoerders, houders, verzamelcentra

Voor lange transporten tussen de lidstaten en met derde landen van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens moeten de vervoerders en organisatoren voldoen aan de in bijlage II opgenomen voorschriften inzake het journaal.

artikel 5, vierde lid, Bijlage II, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Bijna volledig bijgehouden journaal aanwezig

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn/ geringe ondermijning van het systeem

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0029000

vervoerders

Vanaf 65km gereden afstand, gerekend vanaf de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming, komen alleen personen als vervoerder in aanmerking die in het bezit zijn van een door een bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 10, lid 1, of, voor lange transporten, overeenkomstig artikel 11, lid 1, afgegeven vergunning.

artikel 6, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0030000

vervoerders

Wanneer de dieren vanaf 65km gereden afstand, gerekend vanaf de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming, worden vervoerd, moet van de vergunning een kopie aan de bevoegde autoriteit worden afgegeven.

artikel 6, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0032000

vervoerders

Vanaf 65km gereden afstand, gerekend vanaf de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming, stellen de vervoerders de bevoegde autoriteit in kennis van alle wijzigingen met betrekking tot de in artikel 10, lid 1, of, voor lange transporten, de in artikel 11, lid 1, bedoelde informatie en documenten, en wel uiterlijk 15 werkdagen na de datum waarop die zich hebben voorgedaan.

artikel 6, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0033000

vervoerders

Alleen dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport mogen worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0034000

vervoerders

De vervoersomstandigheden moeten van dien aard zijn dat de dieren geen letsel of onnodig lijden kan worden berokkend.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0035000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0036000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer de dieren niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0037000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer zij ernstige open wonden of een prolaps vertonen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0038000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het drachtige dieren betreft waarvan de draagtijd reeds voor 90% of meer gevorderd is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0039000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het dieren betreft die in de week ervoor geworpen hebben.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0040000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het pasgeboren zoogdieren betreft waarvan de navel nog niet volledig geheeld is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0041000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd over meer dan 100km, wanneer het varkens van minder dan drie weken of lammeren van minder dan een week of kalveren van minder dan tien dagen betreft.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0042000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd zonder moeder, wanneer het honden en katten van minder dan acht weken betreft.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0043000

vervoerders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het herten met een bastgewei betreft.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub g, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0044000

vervoerders

Wanneer dieren tijdens het vervoer ziek worden of gewond raken, moeten zij van de andere dieren worden gescheiden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0045000

vervoerders

Wanneer dieren tijdens het vervoer ziek worden of gewond raken, moeten zij zo spoedig mogelijk eerste hulp krijgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0046000

vervoerders

Wanneer dieren tijdens het vervoer ziek worden of gewond raken, moeten zij een passende diergeneeskundige behandeling

krijgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0047000

vervoerders

Wanneer dieren tijdens het vervoer ziek worden of gewond raken, moeten zij zo nodig een noodslachting ondergaan of gedood worden op een wijze die geen onnodig lijden veroorzaakt.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0048000

vervoerders

Aan te vervoeren dieren mogen alleen kalmerende middelen worden verstrekt als dat voor het welzijn van de dieren strikt noodzakelijk is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0049000

vervoerders

Door te vervoeren dieren mogen alleen kalmerende middelen worden gebruikt onder toezicht van een dierenarts.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0050000

vervoerders

Zogende koeien, ooien en geiten die niet vergezeld worden door hun jongen, moeten minimaal om de twaalf uur gemolken worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0052000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat letsel en onnodig lijden van de dieren voorkomen wordt en hun veiligheid gegarandeerd is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig (risico op) letsel en/of onnodig lijden, en/of aantasting veiligheid

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0053000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat letsel en onnodig lijden van de dieren voorkomen wordt en hun veiligheid gegarandeerd is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

(risico op) letsel en/of onodig lijden en/of aantasting veiligheid

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0054000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij de dieren bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden, extreme temperaturen en klimaatveranderingen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ER wordt slechte bescherming geboden tegen weersomstandigheden, extreme temperaturen en klimaatveranderingen.

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0055000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij de dieren bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden, extreme temperaturen en klimaatveranderingen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ER wordt geringe bescherming geboden tegen weersomstandigheden, extreme temperaturen en klimaatveranderingen.

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0057000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij gemakkelijk gereinigd en ontsmet kunnen worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0058000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat de dieren niet kunnen ontsnappen of eruit kunnen vallen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op ontsnappen of eruit vallen

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0059000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat de dieren niet kunnen ontsnappen of eruit kunnen vallen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op ontsnappen of eruit vallen

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0060000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat de dieren de bewegingsbelasting kunnen weerstaan.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op dat bewegingsbelasting niet kan worden weerstaan

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0061000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat de dieren de bewegingsbelasting kunnen weerstaan.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op dat bewegingsbelasting niet kan worden weerstaan

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0062000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat steeds een aan de vervoerde diersoort aangepaste luchtkwaliteit en -hoeveelheid gewaarborgd is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op geen passende luchtkwaliteit en -hoeveelheid

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0063000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat steeds een aan de vervoerde diersoort aangepaste luchtkwaliteit en -hoeveelheid gewaarborgd is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op geen passende luchtkwaliteit en -hoeveelheid

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0064000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat de dieren toegankelijk zijn zodat ze gecontroleerd en verzorgd kunnen worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Structureel niet toegankelijke compartimenten / containers

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0065000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat de dieren toegankelijk zijn zodat ze gecontroleerd en verzorgd kunnen worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Incidenteel niet toegankelijke compartimenten / containers

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0067000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij voorzien zijn van een antislipvloer.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub g, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0068000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat het weglekken van urine en uitwerpselen tot een minimum beperkt is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub h, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

weglekken van urine en/of uitwerpselen is niet beperkt

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0069000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat het weglekken van urine en uitwerpselen tot een minimum beperkt is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub h, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

weglekken van urine en/of uitwerpselen gedeeltelijk beperkt

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0071000

vervoerders

De vervoermiddelen, containers en toebehoren moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat voldoende verlichting aanwezig is om te dieren tijdens het vervoer te kunnen controleren en verzorgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.1, sub i, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0072000

vervoerders

In het dierencompartiment en op de verschillende laadvloeren dient voldoende ruimte te zijn om voor adequate ventilatie boven de dieren te zorgen wanneer deze in hun natuurlijke houding rechtop staan, zonder dat zij gehinderd worden in hun natuurlijke bewegingen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0073000

vervoerders

Bij wilde dieren en, waar nodig, bij andere diersoorten dan als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens, vergezelt het volgende document de dieren: een waarschuwing dat het om wilde, schuwe of gevaarlijke dieren gaat.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0074000

vervoerders

Bij wilde dieren en, waar nodig, bij andere diersoorten dan als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens, ergezelt het volgende document de dieren: schriftelijke instructies betreffende het voederen, drenken en eventueel vereiste speciale verzorging.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0075000

vervoerders

Tussenschotten moeten sterk genoeg zijn om het gewicht van de dieren te weerstaan.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0076000

vervoerders

De uitrusting moet zo ontworpen zijn dat zij snel en gemakkelijk kan worden bediend.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0077000

vervoerders

Biggen lichter dan 10 kg, lammeren lichter dan 20 kg, kalveren jonger dan zes maanden en veulens jonger dan vier maanden moeten de beschikking hebben over passend strooisel of gelijkwaardig materiaal dat comfortabel is, en is afgestemd op de vervoerde diersoorten, het aantal vervoerde dieren, de transporttijd en de weersomstandigheden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0078000

vervoerders

Biggen lichter dan 10 kg, lammeren lichter dan 20 kg, kalveren jonger dan zes maanden en veulens jonger dan vier maanden moeten de beschikking hebben over passend materiaal welke een adequate absorptie van de urine en de uitwerpselen garandeert.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0079000

vervoerders

Wanneer het vervoer per schip, vliegtuig of trein naar verwachting meer dan drie uur zal duren, moet de verzorger of een persoon aan boord die de vereiste vaardigheid heeft om deze taak humaan en doeltreffend te verrichten, de beschikking hebben over een voor de diersoort geschikt middel om het te doden, zulks onverminderd de communautaire en nationale wetgevingen betreffende de veiligheid van bemanningen en passagiers.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 1.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0080000

vervoerders

Voertuigen voor weg- en spoorvervoer, waarin dieren worden vervoerd, moeten op duidelijk zichtbare wijze voorzien zijn van een merkteken waaruit de aanwezigheid van levende dieren blijkt.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0081000

vervoerders

Wegvoertuigen moeten voorzien zijn van geschikte uitrusting voor het laden en lossen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 2.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0082000

vervoerders

Wegvoertuigen en spoorwagons moeten voorzien zijn van een toereikend aantal adequaat ontworpen, goed geplaatste en goed onderhouden bevestigingspunten waarmee ze stevig aan het schip kunnen worden vastgesjord.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Structureel bevestigingspunten niet conform

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0083000

vervoerders

Wegvoertuigen en spoorwagons moeten voorzien zijn van een toereikend aantal adequaat ontworpen, goed geplaatste en goed onderhouden bevestigingspunten waarmee ze stevig aan het schip kunnen worden vastgesjord.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Incidenteel bevestigingspunten niet conform

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0084000

vervoerders

Wegvoertuigen en spoorwagons moeten voor de afvaart aan het schip worden vastgesjord zodat zij niet de door beweging van het schip kunnen gaan schuiven.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op schuiven

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0085000

vervoerders

Wegvoertuigen en spoorwagons moeten voor de afvaart aan het schip worden vastgesjord zodat zij niet de door beweging van het schip kunnen gaan schuiven.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op schuiven

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0086000

vervoerders

De dieren moeten tijdens luchtvervoer worden vervoerd in voor de soort geschikte containers, hokken of standen, die in overeenstemming zijn met de voorschriften voor levende dieren van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) in de in bijlage VI van van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde versie.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 4.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0087000

vervoerders

De dieren mogen tijdens luchtvervoer slechts worden vervoerd onder omstandigheden waarin de luchtkwaliteit, -temperatuur en -druk tijdens het hele transport binnen voor de diersoort passende waarden kunnen worden gehouden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 4.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0088000

vervoerders

Containers waarin dieren worden vervoerd, moeten op duidelijk zichtbare wijze voorzien zijn van een merkteken waaruit de aanwezigheid van levende dieren blijkt.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0089000

vervoerders

Containers waarin dieren worden vervoerd, moeten op duidelijk zichtbare wijze voorzien zijn van een teken ter aanduiding van de bovenkant van de container.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0090000

vervoerders

Tijdens het vervoer en de hantering moeten de containers steeds rechtop blijven, en moeten schokken en heftige stoten zo veel mogelijk worden vermeden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0091000

vervoerders

Tijdens het vervoer en de hantering moeten de containers worden vastgezet om te voorkomen dat ze door de bewegingen van het vervoermiddel gaan schuiven.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0092000

vervoerders

Containers van meer dan 50 kg moeten voorzien zijn van een toereikend aantal adequaat ontworpen, goed geplaatste en goed onderhouden bevestigingspunten waarmee zij stevig aan het vervoermiddel waarop zij zullen worden geladen, kunnen worden vastgesjord.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Incidenteel bevestigingspunten niet conform

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0093000

vervoerders

Containers van meer dan 50 kg moeten voorzien zijn van een toereikend aantal adequaat ontworpen, goed geplaatste en goed onderhouden bevestigingspunten waarmee zij stevig aan het vervoermiddel waarop zij zullen worden geladen, kunnen worden vastgesjord.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Structureel bevestigingspunten niet conform

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0094000

vervoerders

Containers van meer dan 50 kg moeten voor de aanvang van het transport aan het vervoermiddel worden vastgesjord zodat zij niet door de bewegingen van het vervoermiddel kunnen gaan schuiven.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op schuiven

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0095000

vervoerders

Containers van meer dan 50 kg moeten voor de aanvang van het transport aan het vervoermiddel worden vastgesjord zodat zij niet door de bewegingen van het vervoermiddel kunnen gaan schuiven.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk II, punt 5.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op schuiven

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0096000

vervoerders

Bij het laden, lossen en behandeling van de dieren moet er passende aandacht worden besteed aan de behoeften van bepaalde categorieën dieren, zoals wilde dieren, zodat zij vóór het voorgenomen transport aan de wijze van vervoer kunnen wennen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0097000

vervoerders

Indien het laden of lossen meer dan vier uur duurt, behalve in het geval van pluimvee, moeten er passende voorzieningen aanwezig zijn waar de dieren zich, niet aangebonden, buiten het vervoermiddel kunnen ophouden, en kunnen eten en drinken

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.2, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0098000

vervoerders

Indien het laden of lossen meer dan vier uur duurt, behalve in het geval van pluimvee, moeten de verrichtingen onder toezicht staan van een bevoegde dierenarts en moeten er bijzondere voorzorgen genomen worden om ervoor te zorgen dat het welzijn van de dieren tijdens deze verrichtingen op de juiste wijze wordt gehandhaafd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.2, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0099000

vervoerders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren letsel en lijden worden voorkomen en opwinding en stress tot een minimum worden beperkt, en dat de veiligheid van de dieren wordt gewaarborgd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0100000

vervoerders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren de vloeren niet glad zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0101000

vervoerders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren er beschuttende zijkanten aanwezig zijn om ontsnappen van de dieren te voorkomen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0102000

vervoerders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij gemakkelijk gereinigd en ontsmet kunnen worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0103000

vervoerders

Laadbruggen mogen voor varkens, kalveren en paarden niet steiler zijn dan 20 graden, oftewel 36,4%.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0104000

vervoerders

Laadbruggen mogen voor schapen en runderen, kalveren uitgezonderd, niet steiler dan 26 graden 34 minuten, oftewel 50%.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0105000

vervoerders

Wanneer de hellingsgraad meer dan 10 graden is, oftewel 17,6%, moet de laadbrug voorzien zijn van een systeem, bijv. dwarslatten, waardoor de dieren gemakkelijk en zonder risico of problemen het voertuig in en uit kunnen lopen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0106000

vervoerders

Hefplatforms en verdiepingen moeten voorzien zijn van veiligheidshekken die voorkomen dat dieren er tijdens het laden of lossen af vallen of ontsnappen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0107000

vervoerders

Goederen die in hetzelfde vervoermiddel als de dieren worden vervoerd, moeten op zodanige wijze worden verstuwd dat zij de dieren geen letsel, lijden of andere ongemakken berokkenen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0108000

vervoerders

Tijdens het laden en lossen moet passende verlichting aanwezig zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0110000

vervoerders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om in het geval van pluimvee, konijnen en pelsdieren, zoveel mogelijk te verhinderen, dat urine en uitwerpselen op de dieren eronder vallen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0112000

vervoerders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om te voorkomen dat urine en uitwerpselen op de dieren eronder vallen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0113000

vervoerders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om de stabiliteit van de containers te waarborgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0114000

vervoerders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om de ventilatie niet te belemmeren.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0115000

vervoerders

Het is verboden de dieren te slaan of te schoppen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0116000

vervoerders

Het is verboden op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen dat het de dieren onnodige pijn of onnodig lijden berokkent.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0117000

vervoerders

Het is verboden de dieren met mechanische middelen in een hangende positie te houden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0118000

vervoerders

Het is verboden de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0119000

vervoerders

Het is verboden de dieren zodanig te behandelen dat het hun onnodige pijn of onnodig lijden berokkent.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0120000

vervoerders

Het is verboden prikstokken of andere puntige voorwerpen te gebruiken.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0121000

vervoerders

Het is verboden opzettelijk dieren te hinderen die gedreven of geleid worden door een gedeelte waar doorstroming nodig is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0122000

vervoerders

Apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, mogen in elk geval alleen worden gebruikt voor volwassen runderen en volwassen varkens die weigeren zich te verplaatsen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0123000

vervoerders

Apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, mogen in elk geval alleen worden gebruikt uitsluitend op voorwaarde dat de dieren vóór zich ruimte hebben om zich voort te bewegen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0124000

vervoerders

Het gebruik van apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, moet zoveel mogelijk worden vermeden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0125000

vervoerders

De electrische schokken mogen niet langer duren dan één seconde.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0126000

vervoerders

De electrische schokken moeten voldoende worden gespreid over de spieren van de achterpoten.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0127000

vervoerders

De electrische schokken mogen mogen uitsluitend op de spieren van de achterpoten worden toegediend.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0128000

vervoerders

Wanneer de dieren niet reageren, mogen de electrische schokken niet herhaaldelijk worden toegediend.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0129000

vervoerders, verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van de dieren.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0130000

vervoerders, verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van de dieren maar dieren die dit niet gewend zijn, mogen niet worden aangebonden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0131000

vervoerders, verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen voorzieningen te verstrekken zodat de dieren toegang tot water hebben.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0132000

vervoerders

Dieren mogen in geen geval aan horens, gewei, neusringen of met samengebonden poten worden aangebonden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0133000

vervoerders

Kalveren mogen niet worden gemuilkorfd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0134000

vervoerders

Als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen ouder dan acht maanden moeten tijdens het vervoer een halster dragen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0135000

vervoerders

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt die zo sterk zijn dat ze onder normale vervoersomstandigheden niet breken.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub a, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0136000

vervoerders

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt waarmee de dieren eventueel kunnen gaan liggen, eten en drinken.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub b, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0137000

vervoerders

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt die zo ontworpen zijn dat ieder risico van wurging of verwonding is uitgesloten, en de dieren snel kunnen worden losgemaakt.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub c, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0138000

vervoerders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren van verschillende soorten gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub a, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0139000

vervoerders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren van beduidend verschillende grootte of leeftijd gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub b, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0140000

vervoerders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, worden volwassen fokberen en fokhengsten gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub c, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0141000

vervoerders

Geslachtsrijpe mannelijke en vrouwelijke dieren worden gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub d, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0142000

vervoerders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren met en dieren zonder horens gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub e, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0143000

vervoerders

Dieren die elkaar vijandig gezind zijn worden gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub f, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0144000

vervoerders

Aangebonden en niet-aangebonden dieren worden gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub g, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0145000

vervoerders

Tijdens het vervoer dient de beschikbare ruimte ten minste overeen te stemmen met de in hoofdstuk VII van van Verordening (EG) nr. 1/2005 voor de desbetreffende dieren en vervoermiddelen vermelde waarden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstige overbelading

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0146000

vervoerders

Tijdens het vervoer dient de beschikbare ruimte ten minste overeen te stemmen met de in hoofdstuk VII van van Verordening (EG) nr. 1/2005 voor de desbetreffende dieren en vervoermiddelen vermelde waarden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

overbelading

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0147000

vervoerders

Tijdens het vervoer dient de beschikbare ruimte ten minste overeen te stemmen met de in hoofdstuk VII van van Verordening (EG) nr. 1/2005 voor de desbetreffende dieren en vervoermiddelen vermelde waarden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

geringe overbelading

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0148000

vervoerders

Eenhoevigen mogen niet in voertuigen met meerdere laadvloeren vervoerd worden, tenzij de dieren op de onderste laadvloer geladen worden terwijl de hogere laadvloeren leeg blijven.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0149000

vervoerders

Eenhoevigen mogen niet in voertuigen met meerdere laadvloeren vervoerd worden en de inwendige hoogte van het compartiment dient ten minste 75 cm hoger te zijn dan de schofthoogte van het grootste dier.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

minder dan 50 cm hoogte boven de schofthoogte van het grootste dier

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0150000

vervoerders

Eenhoevigen mogen niet in voertuigen met meerdere laadvloeren vervoerd worden en de inwendige hoogte van het compartiment dient ten minste 75 cm hoger te zijn dan de schofthoogte van het grootste dier.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

tussen de 50 cm en 75 cm hoogte boven de schofthoogte van het grootste dier

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0151000

vervoerders

Niet-afgerichte eenhoevigen mogen niet in groepen van meer dan vier dieren worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0152000

vervoerders

Er moet voor voldoende ventilatie gezorgd worden zodat volledig aan de behoeften van de dieren wordt voldaan, met name rekening houdend met het aantal en het soort van de te vervoeren dieren tijdens het transport.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0153000

vervoerders

Er moet voor voldoende ventilatie gezorgd worden zodat volledig aan de behoeften van de dieren wordt voldaan, met name rekening houdend met de verwachte weersomstandigheden tijdens het transport.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0154000

vervoerders

Containers moeten zodanig worden gestuwd dat de ventilatie niet wordt belemmerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0155000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten, tenzij anders bepaald, zoogdieren en vogels ten minste om de 24 uur gevoederd en ten minste om de 12 uur gedrenkt worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur over maximale reistijd

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0156000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten, tenzij anders bepaald, zoogdieren en vogels ten minste om de 24 uur gevoederd en ten minste om de 12 uur gedrenkt worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Tot 2 uur over de maximale reistijd

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0158000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten water en voeder van goede kwaliteit zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Slechte kwaliteit water en voer

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0159000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten water en voeder van goede kwaliteit zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Redelijke kwaliteit water en voer

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0160000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten water en voeder de dieren op zodanige wijze worden aangeboden dat het risico van besmetting tot een minimum beperkt is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op besmetting

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0161000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten water en voeder de dieren op zodanige wijze worden aangeboden dat het risico van besmetting tot een minimum beperkt is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op besmetting

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0163000

vervoerders

De nodige aandacht moet worden besteed aan het feit dat dieren aan de voeder- en drenkmethoden moeten wennen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Gering tot geen aandacht besteed

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0164000

vervoerders

De nodige aandacht moet worden besteed aan het feit dat dieren aan de voeder- en drenkmethoden moeten wennen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Redelijke aandacht besteed

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0165000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten de dieren met passende tussenpozen, en met name met inachtneming van de voorschriften in hoofdstuk V van van Verordening (EG) nr. 1/2005, gedrenkt en gevoederd worden, op een wijze die bij hun soort en leeftijd past.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op aantasting dierenwelzijn door niet passend drenken en voederen

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0166000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten de dieren met passende tussenpozen, en met name met inachtneming van de voorschriften in hoofdstuk V van van Verordening (EG) nr. 1/2005, gedrenkt en gevoederd worden, op een wijze die bij hun soort en leeftijd past.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op aantasting dierenwelzijn door niet passend drenken en voederen

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0167000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten de dieren met passende tussenpozen, en met name met inachtneming van de voorschriften in hoofdstuk V van van Verordening (EG) nr. 1/2005, de gelegenheid krijgen om te rusten, op een wijze die bij hun soort en leeftijd past.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

ernstig risico op aantasting dierenwelzijn door niet de gelegenheid te bieden te rusten

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0168000

vervoerders

Tijdens het vervoer moeten de dieren met passende tussenpozen, en met name met inachtneming van de voorschriften in hoofdstuk V van van Verordening (EG) nr. 1/2005, de gelegenheid krijgen om te rusten, op een wijze die bij hun soort en leeftijd past.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 2.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

risico op aantasting dierenwelzijn door niet de gelegenheid te bieden te rusten

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0169000

vervoerders

De transporttijd van dieren als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, mag niet langer zijn dan 8 uur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur over maximale reistijd

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0170000

vervoerders

De transporttijd van dieren als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, mag niet langer zijn dan 8 uur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 1 uur en minder dan 2 uur over de maximale reistijd

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0171000

vervoerders

De transporttijd van dieren als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, mag niet langer zijn dan 8 uur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Minder dan 1 uur over de maximale reistijd

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0172000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor kalveren, lammeren, jonge geiten en niet gespeende veulens op melkvoeding alsmede niet gespeende biggen moeten na een transporttijd van 9 uur een voldoende rusttijd van ten minste 1 uur krijgen, waarin zij met name gedrenkt en zo nodig gevoederd worden. Na deze rusttijd kunnen zij opnieuw gedurende 9 uur worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur over maximale reistijd en/of geen rustperiode en/of niet voederen/drenken

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0173000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor kalveren, lammeren, jonge geiten en niet gespeende veulens op melkvoeding alsmede niet gespeende biggen moeten na een transporttijd van 9 uur een voldoende rusttijd van ten minste 1 uur krijgen, waarin zij met name gedrenkt en zo nodig gevoederd worden. Na deze rusttijd kunnen zij opnieuw gedurende 9 uur worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 1 uur en minder dan 2 uur over de maximale reistijd en/of te korte rustperioden en/of niet tijdig voederen/drenken

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0174000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor kalveren, lammeren, jonge geiten en niet gespeende veulens op melkvoeding alsmede niet gespeende biggen moeten na een transporttijd van 9 uur een voldoende rusttijd van ten minste 1 uur krijgen, waarin zij met name gedrenkt en zo nodig gevoederd worden. Na deze rusttijd kunnen zij opnieuw gedurende 9 uur worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Minder dan 1 uur over de maximale reistijd

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0175000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor varkens bedraagt de maximale transporttijd 24 uur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur over de maximale reistijd

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0176000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor varkens bedraagt de maximale transporttijd 24 uur

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 1 uur en minder dan 2 uur over de maximale reistijd

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0177000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor varkens bedraagt de maximale transporttijd 24 uur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Minder dan 1 uur over de maximale reistijd

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0178000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt voor het vervoeren van varkens over max 24 uur, moeten de dieren voortdurend toegang hebben tot water.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

geen functioneel drinkwatersysteem aanwezig

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0179000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt voor het vervoeren van varkens over max 24 uur, moeten de dieren voortdurend toegang hebben tot water.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

wel functioneel drinkwatersysteem aanwezig, maar staat niet aan.

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0180000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen bedraagt de maximale transporttijd 24 uur. Tijdens het transport moeten zij om de 8 uur worden gedrenkt en zo nodig gevoederd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur over maximale reistijd en/of niet voederen/drenken

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0181000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen bedraagt de maximale transporttijd 24 uur. Tijdens het transport moeten zij om de 8 uur worden gedrenkt en zo nodig gevoederd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 1 uur en minder dan 2 uur over de maximale reistijd en/of niet tijdig voederen/ drenken

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0182000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen bedraagt de maximale transporttijd 24 uur. Tijdens het transport moeten zij om de 8 uur worden gedrenkt en zo nodig gevoederd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Minder dan 1 uur over de maximale reistijd

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0183000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor alle andere dieren van de in punt 1.1 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde soorten moeten na een transporttijd van 14 uur een voldoende rusttijd van ten minste 1 uur krijgen, waarin zij worden gedrenkt en zo nodig gevoederd. Na deze rusttijd kunnen zij opnieuw gedurende 14 uur worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur over de maximale reistijd en/of te korte rustperioden en/of niet voederen/drenken

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0184000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor alle andere dieren van de in punt 1.1 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde soorten moeten na een transporttijd van 14 uur een voldoende rusttijd van ten minste 1 uur krijgen, waarin zij worden gedrenkt en zo nodig gevoederd. Na deze rusttijd kunnen zij opnieuw gedurende 14 uur worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 1 uur en minder dan 2 uur over de maximale reistijd en/of te korte rustperioden en/of niet tijdig voederen/drenken

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0185000

vervoerders

Wanneer wegvoertuigen worden gebruikt die voldoen aan de voorschriften van punt 1.3 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005, gelden de volgende tussenpozen voor het voederen en drenken, alsmede de volgende transport- en rusttijden voor alle andere dieren van de in punt 1.1 van Bijlage I, Hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde soorten moeten na een transporttijd van 14 uur een voldoende rusttijd van ten minste 1 uur krijgen, waarin zij worden gedrenkt en zo nodig gevoederd. Na deze rusttijd kunnen zij opnieuw gedurende 14 uur worden vervoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.4, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Minder dan 1 uur over de maximale reistijd

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0186000

vervoerders

Na de vastgestelde transporttijd moeten de dieren worden uitgeladen, gevoederd en gedrenkt, op een controlepost zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid van Vo EG 1/2005 en moeten zij aldaar een rusttijd van ten minste 24 uur krijgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 2 uur te korte rustperiode en/of niet uitgeladen en/of niet gevoederd en gedrenkt en/of niet aandoen van een controlepost

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0187000

vervoerders

Na de vastgestelde transporttijd moeten de dieren worden uitgeladen, gevoederd en gedrenkt, op een controlepost zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid van Vo EG 1/2005 en moeten zij aldaar een rusttijd van ten minste 24 uur krijgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Meer dan 1 uur en minder dan 2 uur te korte rustperiode en/of niet uitgeladen en/of niet gevoederd en gedrenkt en/of niet aandoen van een controlepost

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0188000

vervoerders

Na de vastgestelde transporttijd moeten de dieren worden uitgeladen, gevoederd en gedrenkt, op een controlepost zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid van Vo EG 1/2005 en moeten zij aldaar een rusttijd van ten minste 24 uur krijgen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Minder dan 1 uur te korte rustperioden

D

(Risico op) geringe aantasting van het dierenwelzijn

Mededeling ter plaatse en eventueel nalevingshulp

Beoordelen wel/niet opheffen geringe overtreding en/of nalevingshulp en/of waarschuwing

nvt

17R0189000

vervoerders

De dieren mogen niet per trein worden vervoerd indien de maximale transporttijd langer is dan voorgeschreven in punt 1.2. Bijlage I, Hoofdstuk V van van Verordening (EG) nr. 1/2005.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 1.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0190000

vervoerders

Wanneer transport langer duurt dan 12 uur, geldt voor pluimvee en als landbouwhuisdier gehouden vogels en konijnen, dat er passend voeder en water in voldoende hoeveelheden voorhanden dient te zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0191000

vervoerders

Wanneer het transport van kuikens, die binnen 72 uur na uitkomen worden getransporteerd, langer dan 24 uur duurt, dient er passend voeder en water in voldoende hoeveelheden voorhanden te zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0192000

vervoerders

Honden en katten moeten tijdens het vervoer met tussenpozen van niet langer dan 24 uur gevoederd, en met tussenpozen van niet langer dan 8 uur gedrenkt worden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 2.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0193000

vervoerders

Er dienen duidelijke schriftelijke instructies aanwezig te zijn betreffende het voederen en drenken tijdens het vervoer van honden en katten.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 2.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0194000

vervoerders

Andere dan de in de punten 2.1 en 2.2, Bijlage I, Hoofdstuk V van van Verordening (EG) nr. 1/2005 genoemde diersoorten moeten vervoerd worden overeenkomstig de schriftelijke instructies omtrent voederen en drenken, en rekening houdend met de eventueel vereiste speciale verzorging.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk V, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0195000

vervoerders

Voor alle lange transporten geldt, dat het vervoermiddel uitgerust moet zijn met een dak in een lichte kleur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0196000

vervoerders

Voor alle lange transporten geldt, dat het vervoermiddel uitgerust moet zijn met een goed geïsoleerd dak.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0197000

vervoerders

De dieren moeten beschikken over passend strooisel of gelijkwaardig materiaal dat comfortabel is, en is afgestemd op de vervoerde diersoorten, het aantal vervoerde dieren, de transporttijd en de weersomstandigheden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0198000

vervoerders

De dieren moeten beschikken over passend strooisel of gelijkwaardig materiaal dat een adequate absorptie van de urine en de uitwerpselen garandeert.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0199000

vervoerders

Het vervoermiddel moet een hoeveelheid voeder aan boord hebben die toereikend is om aan de behoeften van de dieren in kwestie tijdens het transport te voldoen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0200000

vervoerders

Het vervoermiddel moet een voeder aan boord hebben dat tegen weersinvloeden en verontreinigingen als stof, brandstof, uitlaatgassen, urine en mest beschermd is.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0201000

vervoerders

Als voor het voederen van de dieren speciale apparatuur wordt gebruikt, moet die in het vervoermiddel worden meegevoerd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0202000

vervoerders

Indien in punt 1.4 Bijlage I, Hoofdstuk VI van van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde voederapparatuur wordt gebruikt, moet die op zodanige wijze ontworpen zijn dat zij, zo nodig, aan het vervoermiddel kan worden bevestigd om het omstoten of omvallen ervan te voorkomen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Structureel niet conform

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0203000

vervoerders

Indien in punt 1.4 Bijlage I, Hoofdstuk VI van van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde voederapparatuur wordt gebruikt, moet die op zodanige wijze ontworpen zijn dat zij, zo nodig, aan het vervoermiddel kan worden bevestigd om het omstoten of omvallen ervan te voorkomen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Incidenteel niet conform

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0204000

vervoerders

Als het vervoermiddel in beweging is en de voederapparatuur zoals bedoeld in punt 1.4 Bijlage I, Hoofdstuk VI van van Verordening (EG) nr. 1/2005, niet in gebruik is, moet deze op een van de dieren gescheiden plaats worden ondergebracht.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Incidenteel niet gescheiden van de dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0205000

vervoerders

Als het vervoermiddel in beweging is en de voederapparatuur zoals bedoeld in punt 1.4 Bijlage I, Hoofdstuk VI van van Verordening (EG) nr. 1/2005, niet in gebruik is, moet deze op een van de dieren gescheiden plaats worden ondergebracht.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Structureel niet gescheiden van de dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0206000

vervoerders

Eenhoevigen moeten in individuele standen met de juiste tussenschotten worden vervoerd, met uitzondering van merries met hun veulen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0207000

vervoerders

Het vervoermiddel moet van tussenschotten voorzien zijn zodat er gescheiden compartimenten kunnen worden gecreëerd waarbij alle dieren toch vrije toegang tot water hebben.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

structureel ontbreken van tussenschotten

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0208000

vervoerders

Het vervoermiddel moet van tussenschotten voorzien zijn zodat er gescheiden compartimenten kunnen worden gecreëerd waarbij alle dieren toch vrije toegang tot water hebben.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.7, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

incidenteel ontbreken van tussenschotten

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0209000

vervoerders

De tussenschotten moeten zodanig zijn geconstrueerd dat zij zo geplaatst kunnen worden dat de afmetingen van het compartiment op de specifieke eisen en op de soort, de grootte en het aantal van de dieren zijn afgestemd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.8, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

voldoet structureel niet aan de eisen

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0210000

vervoerders

De tussenschotten moeten zodanig zijn geconstrueerd dat zij zo geplaatst kunnen worden dat de afmetingen van het compartiment op de specifieke eisen en op de soort, de grootte en het aantal van de dieren zijn afgestemd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.8, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

voldoet incidenteel niet aan de eisen

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0211000

vervoerders

Lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen en varkens zijn, tenzij de dieren van hun moeder vergezeld gaan, uitsluitend toegestaan wanneer de als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen meer dan vier maanden oud zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0212000

vervoerders

Lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen en varkens zijn, tenzij de dieren van hun moeder vergezeld gaan, uitsluitend toegestaan wanneer kalveren meer dan veertien dagen oud zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0213000

vervoerders

Lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen en varkens zijn, tenzij de dieren van hun moeder vergezeld gaan, uitsluitend toegestaan wanneer biggen meer dan 10 kg zwaar zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0214000

vervoerders

Niet-afgerichte paarden mogen geen lange transporten ondergaan.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0215000

vervoerders

Het vervoermiddel en de zeecontainer moeten voorzien zijn van een watervoorzieningssysteem dat de verzorger tijdens het transport te allen tijde onmiddellijk kan navullen zodat elk dier toegang heeft tot water.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Niet voorzien van een functioneel watervoorzieningssysteem

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0216000

vervoerders

Het vervoermiddel en de zeecontainer moeten voorzien zijn van een watervoorzieningssysteem dat de verzorger tijdens het transport te allen tijde onmiddellijk kan navullen zodat elk dier toegang heeft tot water.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Wel voorzien van een functioneel watervoorzieningssysteem, echter kan niet te allen tijde onmiddellijk worden nagevuld.

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0217000

vervoerders

De drinkautomaten bij vervoer over de weg, per spoor of van containers over zee, moeten in goede staat verkeren.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0218000

vervoerders

De drinkautomaten bij vervoer over de weg, per spoor of van containers over zee, moeten zodanig ontworpen en geplaatst zijn dat ze voor de aan boord van het voertuig te drenken dieren toegankelijk zijn.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0219000

vervoerders

De totale capaciteit van de watertanks op elk vervoermiddel moet ten minste gelijk zijn aan 1,5% van het netto laadvermogen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

10% of een grotere afwijking van de norm

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0220000

vervoerders

De totale capaciteit van de watertanks op elk vervoermiddel moet ten minste gelijk zijn aan 1,5% van het netto laadvermogen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

< 10% afwijking van de norm

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0221000

vervoerders

De watertanks moeten zodanig ontworpen zijn dat zij na elk transport kunnen worden geleegd en gereinigd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0222000

vervoerders

De watertanks moeten zodanig ontworpen zijn dat zij voorzien zijn van een systeem voor de controle van het waterpeil.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0223000

vervoerders

De watertanks moeten aangesloten zijn op de drinkautomaten in de compartimenten.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0224000

vervoerders

De watertanks moeten in goede staat worden gehouden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 2.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0225000

vervoerders

De ventilatiesystemen op wegvervoermiddelen moeten zodanig zijn ontworpen, geconstrueerd en onderhouden dat zij op elk moment tijdens het transport, ongeacht of het vervoermiddel stilstaat of in beweging is, volstaan om de temperatuur in het vervoermiddel voor alle dieren tussen 5 °C en 30 °C te handhaven met een tolerantie van plus of min 5 °C, afhankelijk van de buitentemperatuur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0226000

vervoerders

De ventilatiesystemen moeten een gelijkmatige verdeling van de lucht over het gehele voertuig kunnen garanderen, bij een minimumluchtstroom van nominaal 60 m3/uur/KN laadvermogen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

geen gelijkmatig verdeelde luchtstroom

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0227000

vervoerders

De ventilatiesystemen moeten een gelijkmatige verdeling van de lucht over het gehele voertuig kunnen garanderen, bij een minimumluchtstroom van nominaal 60 m3/uur/KN laadvermogen.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

onvoldoende verdeelde luchtstroom

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0228000

vervoerders

De ventilatiesystemen moeten gedurende ten minste 4 uur onafhankelijk van de van de motor van het voertuig kunnen werken.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

minder dan 3 uur onafhankelijk functioneren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0229000

vervoerders

De ventilatiesystemen moeten gedurende ten minste 4 uur onafhankelijk van de van de motor van het voertuig kunnen werken.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

tussen de 3 en 4 uur onafhankelijk functioneren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0230000

vervoerders

De vervoermiddelen moeten voorzien zijn van een systeem voor de bewaking van de temperatuur.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0231000

vervoerders

De vervoermiddelen moeten voorzien zijn van een systeem voor de registratie van de temperatuur-gegevens.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0232000

vervoerders

In de vervoermiddelen moeten sensoren aangebracht zijn in de delen van de vrachtwagen die, naargelang van het ontwerp, het meest onderhevig zijn aan slechte weersomstandigheden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Sensoren niet geplaatst

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0233000

vervoerders

In de vervoermiddelen moeten sensoren aangebracht zijn in de delen van de vrachtwagen die, naargelang van het ontwerp, het meest onderhevig zijn aan slechte weersomstandigheden.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

sensoren onjuist geplaatst

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0234000

vervoerders

De geregistreerde temperaturen in de vervoermiddelen worden gedagtekend en desgevraagd aan de bevoegde autoriteit voorgelegd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Niet verstrekken gegevens aan bevoegde autoriteit

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0235000

vervoerders

De geregistreerde temperaturen in de vervoermiddelen worden gedagtekend en desgevraagd aan de bevoegde autoriteit voorgelegd.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.3, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

het niet dagtekenen van de gegevens

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0236000

vervoerders

De wegvervoermiddelen moeten voorzien zijn van een alarmsysteem dat de bestuurder waarschuwt wanneer de temperatuur in de compartimenten waarin zich dieren bevinden, de minimum- of de maximumgrens bereikt.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

geen functionerend alarmsysteem aanwezig

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0237000

vervoerders

De wegvervoermiddelen moeten voorzien zijn van een alarmsysteem dat de bestuurder waarschuwt wanneer de temperatuur in de compartimenten waarin zich dieren bevinden, de minimum- of de maximumgrens bereikt.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.4, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

niet goed functionerend alarmsysteem aanwezig

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0238000

vervoerders

Wegvervoermiddelen die voor de eerste keer in gebruik worden genomen, moeten met ingang van 1 januari 2007, en alle vervoermiddelen moeten met ingang van 1 januari 2009 voorzien zijn van een passend navigatiesysteem waarmee informatie kan worden geregistreerd en verschaft die gelijkwaardig is aan de informatie in het journaal zoals bedoeld in bijlage II, afdeling 4, alsmede informatie over het openen en sluiten van de laadklep.

artikel 6, derde lid, bijlage I, hoofdstuk VI, punt 4.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0239000

vervoerders

De vervoerders laten alleen personeel met dieren omgaan dat een opleiding heeft ontvangen met betrekking tot de voorschriften van de bijlagen I en II van Verordening (EG) nr. 1/2005.

artikel 6, vierde lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0240000

vervoerders

Vanaf 65km gereden afstand, gerekend vanaf de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming, mag een wegvoertuig waarmee als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten of varkens, dan wel pluimvee vervoerd worden, alleen bestuurd of indien het een verzorger betreft, begeleid worden door een persoon die in het bezit is van een getuigschrift van vakbekwaamheid overeenkomstig artikel 17, lid 2 van van Verordening (EG) nr. 1/2005 wat aan de bevoegde autoriteit moet worden voorgelegd wanneer de dieren worden vervoerd.

artikel 6, vijfde lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0241000

vervoerders

De vervoerders zorgen ervoor dat iedere partij dieren vergezeld wordt door een verzorger.

artikel 6, zesde lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Geen verzorger aanwezig, dierenwelzijn is hierdoor wel geschaad

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0242000

vervoerders

De vervoerders zorgen ervoor dat iedere partij dieren vergezeld wordt door een verzorger.

artikel 6, zesde lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

Geen verzorger aanwezig, dierenwelzijn is hierdoor niet geschaad

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0243000

vervoerders

Vervoerders dienen het in artikel 18, lid 2, of artikel 19, lid 2, bedoelde certificaat van goedkeuring aan de bevoegde autoriteit over te leggen wanneer er dieren worden vervoerd.

artikel 6, achtste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0244000

vervoerders

Vervoerders van lange wegtransporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, maken met ingang van 1 januari 2007 voor wegvervoermiddelen die voor de eerste keer in gebruik worden genomen en met ingang van 1 januari 2009 voor alle wegvervoermiddelen, gebruik van een navigatiesysteem zoals bedoeld in Bijlage I, hoofdstuk VI, punt 4, 2.

artikel 6, negende lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0245000

vervoerders

Vervoerders van lange wegtransporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, bewaren met ingang van 1 januari 2007 voor wegvervoermiddelen die voor de eerste keer in gebruik worden genomen en met ingang van 1 januari 2009 voor alle wegvervoermiddelen, via navigatiesystemen verkregen gegevens ten minste 3 jaar.

artikel 6, negende lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0246000

vervoerders

Vervoerders van lange wegtransporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen, geiten en varkens, stellen met ingang van 1 januari 2007 voor wegvervoermiddelen die voor de eerste keer in gebruik worden genomen en met ingang van 1 januari 2009 voor alle wegvervoermiddelen, de via navigatiesystemen verkregen gegevens op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit, in het bijzonder wanneer de in lid 4 van artikel 15 bedoelde controles worden uitgevoerd.

artikel 6, negende lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn / ondermijning van het systeem

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0247000

organisatoren, vervoerders, houders, verzamelcentra

Het wegvervoer van dieren tijdens lange transporten is verboden, tenzij het vervoermiddel overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2005 is geïnspecteerd en goedgekeurd.

artikel 7, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0248000

houders

Alleen dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport mogen worden vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0249000

houders

De vervoersomstandigheden moeten van dien aard zijn dat de dieren geen letsel of onnodig lijden kan worden berokkend.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0250000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0251000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer de dieren niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0252000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer zij ernstige open wonden of een prolaps vertonen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0253000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het drachtige dieren betreft waarvan de draagtijd reeds voor 90% of meer gevorderd is.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0254000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het dieren betreft die in de week ervoor geworpen hebben.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0255000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het pasgeboren zoogdieren betreft waarvan de navel nog niet volledig geheeld is.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0256000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd over meer dan 100km, wanneer het varkens van minder dan drie weken of lammeren van minder dan een week of kalveren van minder dan tien dagen betreft.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0257000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd zonder moeder, wanneer het honden en katten van minder dan acht weken betreft.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0258000

houders

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het herten met een bastgewei betreft.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub g, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0259000

houders

Bij het laden, lossen en behandeling van de dieren moet er passende aandacht worden besteed aan de behoeften van bepaalde categorieën dieren, zoals wilde dieren, zodat zij vóór het voorgenomen transport aan de wijze van vervoer kunnen wennen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0260000

houders

Indien het laden of lossen meer dan vier uur duurt, behalve in het geval van pluimvee, moeten er passende voorzieningen aanwezig zijn waar de dieren zich, niet aangebonden, buiten het vervoermiddel kunnen ophouden, en kunnen eten en drinken

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.2, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0261000

houders

Indien het laden of lossen meer dan vier uur duurt, behalve in het geval van pluimvee, moeten de verrichtingen onder toezicht staan van een bevoegde dierenarts en moeten er bijzondere voorzorgen genomen worden om ervoor te zorgen dat het welzijn van de dieren tijdens deze verrichtingen op de juiste wijze wordt gehandhaafd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.2, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0262000

houders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren letsel en lijden worden voorkomen en opwinding en stress tot een minimum worden beperkt, en dat de veiligheid van de dieren wordt gewaarborgd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0263000

houders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren de vloeren niet glad zijn.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0264000

houders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren er beschuttende zijkanten aanwezig zijn om ontsnappen van de dieren te voorkomen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0265000

houders

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij gemakkelijk gereinigd en ontsmet kunnen worden.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0266000

houders

Laadbruggen mogen voor varkens, kalveren en paarden niet steiler zijn dan 20 graden, oftewel 36,4%.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0267000

houders

Laadbruggen mogen voor schapen en runderen, kalveren uitgezonderd, niet steiler dan 26 graden 34 minuten, oftewel 50%.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0268000

houders

Wanneer de hellingsgraad meer dan 10 graden is, oftewel 17,6%, moet de laadbrug voorzien zijn van een systeem, bijv. dwarslatten, waardoor de dieren gemakkelijk en zonder risico of problemen het voertuig in en uit kunnen lopen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0269000

houders

Hefplatforms en verdiepingen moeten voorzien zijn van veiligheidshekken die voorkomen dat dieren er tijdens het laden of lossen af vallen of ontsnappen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0270000

houders

Goederen die in hetzelfde vervoermiddel als de dieren worden vervoerd, moeten op zodanige wijze worden verstuwd dat zij de dieren geen letsel, lijden of andere ongemakken berokkenen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0271000

houders

Tijdens het laden en lossen moet passende verlichting aanwezig zijn.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0272000

houders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om in het geval van pluimvee, konijnen en pelsdieren, zoveel mogelijk te verhinderen, dat urine en uitwerpselen op de dieren eronder vallen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0275000

houders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om te voorkomen dat urine en uitwerpselen op de dieren eronder vallen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0276000

houders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om de stabiliteit van de containers te waarborgen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0277000

houders

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om de ventilatie niet te belemmeren.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0278000

houders

Het is verboden de dieren te slaan of te schoppen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0279000

houders

Het is verboden op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen dat het de dieren onnodige pijn of onnodig lijden berokkent.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0280000

houders

Het is verboden de dieren met mechanische middelen in een hangende positie te houden.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0281000

houders

Het is verboden de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0282000

houders

Het is verboden de dieren zodanig te behandelen dat het hun onnodige pijn of onnodig lijden berokkent.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0283000

houders

Het is verboden prikstokken of andere puntige voorwerpen te gebruiken.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0284000

houders

Het is verboden opzettelijk dieren te hinderen die gedreven of geleid worden door een gedeelte waar doorstroming nodig is.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0285000

houders

Apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, mogen in elk geval alleen worden gebruikt voor volwassen runderen en volwassen varkens die weigeren zich te verplaatsen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0286000

houders

Apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, mogen in elk geval alleen worden gebruikt uitsluitend op voorwaarde dat de dieren vóór zich ruimte hebben om zich voort te bewegen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0287000

houders

Het gebruik van apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, moet zoveel mogelijk worden vermeden.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0288000

houders

De electrische schokken mogen niet langer duren dan één seconde.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0289000

houders

De electrische schokken moeten voldoende worden gespreid over de spieren van de achterpoten.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0290000

houders

De electrische schokken mogen mogen uitsluitend op de spieren van de achterpoten worden toegediend.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0291000

houders

Wanneer de dieren niet reageren, mogen de electrische schokken niet herhaaldelijk worden toegediend.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0292000

houders, verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van de dieren.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0293000

houders, verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van de dieren maar dieren die dit niet gewend zijn, mogen niet worden aangebonden.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0294000

houders, verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen voorzieningen te verstrekken zodat de dieren toegang tot water hebben.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0295000

houders

Dieren mogen in geen geval aan horens, gewei, neusringen of met samengebonden poten worden aangebonden.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0296000

houders

Kalveren mogen niet worden gemuilkorfd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0297000

houders

Als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen ouder dan acht maanden moeten tijdens het vervoer een halster dragen.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0298000

houders

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt die zo sterk zijn dat ze onder normale vervoersomstandigheden niet breken.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub a, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0299000

houders

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt waarmee de dieren eventueel kunnen gaan liggen, eten en drinken.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub b, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0300000

houders

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruik die zo ontworpen zijn dat ieder risico van wurging of verwonding is uitgesloten, en de dieren snel kunnen worden losgemaakt.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub c, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0301000

houders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren van verschillende soorten gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub a, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0302000

houders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren van beduidend verschillende grootte of leeftijd gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub b, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0303000

houders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, worden volwassen fokberen en fokhengsten gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub c, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0304000

houders

Geslachtsrijpe mannelijke en vrouwelijke dieren worden gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub d, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0305000

houders

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren met en dieren zonder horens gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub e, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0306000

houders

Dieren die elkaar vijandig gezind zijn worden gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub f, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0307000

houders

Aangebonden en niet-aangebonden dieren worden gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 8, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub g, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0308000

houders

De houders controleren alle dieren bij aankomst op de plaats van doorvoer of op de plaats van bestemming, en gaan na of zij een lang transport tussen de lidstaten of met derde landen ondergaan, dan wel ondergaan hebben. In het geval van lange transporten van als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen, runderen, schapen geiten en varkens moeten de houders voldoen aan de bepalingen inzake het journaal van bijlage II.

artikel 8, tweede lid, Bijlage II punt 4 en/ of 5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0309000

verzamelcentra

Alleen dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport mogen worden vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0310000

verzamelcentra

De vervoersomstandigheden moeten van dien aard zijn dat de dieren geen letsel of onnodig lijden kan worden berokkend.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0311000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0312000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer de dieren niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0313000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer zij ernstige open wonden of een prolaps vertonen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0314000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het drachtige dieren betreft waarvan de draagtijd reeds voor 90% of meer gevorderd is.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0315000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het dieren betreft die in de week ervoor geworpen hebben.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0316000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het pasgeboren zoogdieren betreft waarvan de navel nog niet volledig geheeld is.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0317000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd over meer dan 100km, wanneer het varkens van minder dan drie weken of lammeren van minder dan een week of kalveren van minder dan tien dagen betreft.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0318000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd zonder moeder, wanneer het honden en katten van minder dan acht weken betreft.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0319000

verzamelcentra

Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, wanneer het herten met een bastgewei betreft.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk I, punt 2, sub g, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0320000

verzamelcentra

Bij het laden, lossen en behandeling van de dieren moet er passende aandacht worden besteed aan de behoeften van bepaalde categorieën dieren, zoals wilde dieren, zodat zij vóór het voorgenomen transport aan de wijze van vervoer kunnen wennen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.1, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0321000

verzamelcentra

Indien het laden of lossen meer dan vier uur duurt moeten er passende voorzieningen aanwezig zijn waar de dieren zich, niet aangebonden, buiten het vervoermiddel kunnen ophouden, en kunnen eten en drinken

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.2, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0322000

verzamelcentra

Indien het laden of lossen meer dan vier uur duurt moeten de verrichtingen onder toezicht staan van een bevoegde dierenarts en moeten er bijzondere voorzorgen genomen worden om ervoor te zorgen dat het welzijn van de dieren tijdens deze verrichtingen op de juiste wijze wordt gehandhaafd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.2, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0323000

verzamelcentra

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren letsel en lijden worden voorkomen en opwinding en stress tot een minimum worden beperkt, en dat de veiligheid van de dieren wordt gewaarborgd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0324000

verzamelcentra

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren de vloeren niet glad zijn.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0325000

verzamelcentra

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat tijdens de verplaatsing van de dieren er beschuttende zijkanten aanwezig zijn om ontsnappen van de dieren te voorkomen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0326000

verzamelcentra

De voorzieningen voor het laden en lossen, met inbegrip van de vloeren, moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze worden onderhouden en gebruikt dat zij gemakkelijk gereinigd en ontsmet kunnen worden.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.3, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0327000

verzamelcentra

Laadbruggen mogen voor varkens, kalveren en paarden niet steiler zijn dan 20 graden, oftewel 36,4%.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0328000

verzamelcentra

Laadbruggen mogen voor schapen en runderen, kalveren uitgezonderd, niet steiler dan 26 graden 34 minuten, oftewel 50%.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0329000

verzamelcentra

Wanneer de hellingsgraad meer dan 10 graden is, oftewel 17,6%, moet de laadbrug voorzien zijn van een systeem, bijv. dwarslatten, waardoor de dieren gemakkelijk en zonder risico of problemen het voertuig in en uit kunnen lopen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0330000

verzamelcentra

Hefplatforms en verdiepingen moeten voorzien zijn van veiligheidshekken die voorkomen dat dieren er tijdens het laden of lossen af vallen of ontsnappen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.4, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0331000

verzamelcentra

Goederen die in hetzelfde vervoermiddel als de dieren worden vervoerd, moeten op zodanige wijze worden verstuwd dat zij de dieren geen letsel, lijden of andere ongemakken berokkenen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0332000

verzamelcentra

Tijdens het laden en lossen moet passende verlichting aanwezig zijn.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.6, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0333000

verzamelcentra

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om in het geval van pluimvee, konijnen en pelsdieren, zoveel mogelijk te verhinderen, dat urine en uitwerpselen op de dieren eronder vallen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0335000

verzamelcentra

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om te voorkomen dat urine en uitwerpselen op de dieren eronder vallen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0337000

verzamelcentra

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om de stabiliteit van de containers te waarborgen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0338000

verzamelcentra

Wanneer containers met dieren op het vervoermiddel op elkaar worden gestapeld, moeten de nodige voorzorgen worden genomen om de ventilatie niet te belemmeren.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.7, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0339000

verzamelcentra

Het is verboden de dieren te slaan of te schoppen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0340000

verzamelcentra

Het is verboden op een bijzonder gevoelig deel van het lichaam op zodanige wijze druk uit te oefenen dat het de dieren onnodige pijn of onnodig lijden berokkent.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0341000

verzamelcentra

Het is verboden de dieren met mechanische middelen in een hangende positie te houden.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0342000

verzamelcentra

Het is verboden de dieren bij kop, oren, horens, poten, staart of vacht op te tillen of voort te trekken.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0343000

verzamelcentra

Het is verboden de dieren zodanig te behandelen dat het hun onnodige pijn of onnodig lijden berokkent.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub d, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0344000

verzamelcentra

Het is verboden prikstokken of andere puntige voorwerpen te gebruiken.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub e, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0345000

verzamelcentra

Het is verboden opzettelijk dieren te hinderen die gedreven of geleid worden door een gedeelte waar doorstroming nodig is.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.8, sub f, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0346000

verzamelcentra

Apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, mogen in elk geval alleen worden gebruikt voor volwassen runderen en volwassen varkens die weigeren zich te verplaatsen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0347000

verzamelcentra

Apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, mogen in elk geval alleen worden gebruikt uitsluitend op voorwaarde dat de dieren vóór zich ruimte hebben om zich voort te bewegen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0348000

verzamelcentra

Het gebruik van apparaten waarmee elektrische schokken worden toegediend, moet zoveel mogelijk worden vermeden.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0349000

verzamelcentra

De electrische schokken mogen niet langer duren dan één seconde.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0350000

verzamelcentra

De electrische schokken moeten voldoende worden gespreid over de spieren van de achterpoten.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0351000

verzamelcentra

De electrische schokken mogen mogen uitsluitend op de spieren van de achterpoten worden toegediend.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0352000

verzamelcentra

Wanneer de dieren niet reageren, mogen de electrische schokken niet herhaaldelijk worden toegediend.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.9, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0353000

verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van de dieren.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0354000

verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen, zo nodig, voorzieningen te verstrekken voor het aanbinden van de dieren maar dieren die dit niet gewend zijn, mogen niet worden aangebonden.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0355000

verzamelcentra, markt

Markten of verzamelcentra dienen voorzieningen te verstrekken zodat de dieren toegang tot water hebben.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.10, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0356000

verzamelcentra

Dieren mogen in geen geval aan horens, gewei, neusringen of met samengebonden poten worden aangebonden.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0357000

verzamelcentra

Kalveren mogen niet worden gemuilkorfd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0358000

verzamelcentra

Als landbouwhuisdier gehouden eenhoevigen ouder dan acht maanden moeten tijdens het vervoer een halster dragen.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0359000

verzamelcentra

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt die zo sterk zijn dat ze onder normale vervoersomstandigheden niet breken.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub a, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0360000

verzamelcentra

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt waarmee de dieren eventueel kunnen gaan liggen, eten en drinken.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub b, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0361000

verzamelcentra

Wanneer de dieren moeten worden aangebonden, moeten de gebruikte touwen, tuiers of andere middelen worden gebruikt die zo ontworpen zijn dat ieder risico van wurging of verwonding is uitgesloten, en de dieren snel kunnen worden losgemaakt.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.11, sub c, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

B

(Risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak

nvt

17R0362000

verzamelcentra

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren van verschillende soorten gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub a, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0363000

verzamelcentra

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren van beduidend verschillende grootte of leeftijd gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub b, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0364000

verzamelcentra

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, worden volwassen fokberen en fokhengsten gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub c, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0365000

verzamelcentra

Geslachtsrijpe mannelijke en vrouwelijke dieren worden gescheiden behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub d, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0366000

verzamelcentra

Wanneer de dieren niet in bij elkaar passende groepen zijn gefokt, of wanneer de dieren niet aan elkaar gewend zijn, of wanneer de scheiding geen leed veroorzaakt, of wanneer de vrouwelijke dieren niet vergezeld gaan van jongen die van hen afhankelijk zijn, worden dieren met en dieren zonder horens gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub e, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0367000

verzamelcentra

Dieren die elkaar vijandig gezind zijn worden gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub f, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0368000

verzamelcentra

Aangebonden en niet-aangebonden dieren worden gescheiden van elkaar behandeld en vervoerd.

artikel 9, eerste lid, bijlage I, hoofdstuk III, punt 1.12, sub g, in samenhang met punt 2.5, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0369000

verzamelcentra

De exploitanten van verzamelcentra die overeenkomstig de communautaire veterinaire wetgeving zijn erkend mogen alleen personeel dat een opleiding met betrekking tot de desbetreffende technische voorschriften van bijlage I heeft gevolgd, met de dieren laten omgaan.

artikel 9, tweede lid, sub a, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0370000

verzamelcentra

De exploitanten van verzamelcentra die overeenkomstig de communautaire veterinaire wetgeving zijn erkend zij moeten personen die toegang tot het verzamelcentrum hebben, regelmatig informeren over de krachtens deze verordening op hen rustende verplichtingen en over de straffen die op overtreding staan.

artikel 9, tweede lid, sub b, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C

(Risico op) aantasting van het dierenwelzijn

Schriftelijke waarschuwing en eventueel corrigerende interventie en/of eventueel nalevingshulp

Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie en/of gerichte aanpak en/of nalevingshulp

nvt

17R0371000

verzamelcentra

De exploitanten van verzamelcentra die overeenkomstig de communautaire veterinaire wetgeving zijn erkend moeten de gegevens van de bevoegde autoriteit waaraan eventuele overtredingen op de voorschriften van deze verordening moeten worden gemeld, permanent ter beschikking houden van de personen die toegang tot het verzamelcentrum hebben.

artikel 9, tweede lid, sub c, Verordening (EG) nr. 1/2005, artikel 4.8, Regeling houders van dieren, artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren

C