Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2019, 47522Benoemingen en ontslagen

Besluit van 30 augustus 2019, houdende de herbenoeming van de voorzitter en van een ander lid van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 21 augustus 2019, nr. DB 2019/84426M, gedaan mede namens Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 13 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. Tot voorzitter, tevens lid, van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen, bedoeld in artikel 13 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956, wordt met ingang van 5 december 2019 herbenoemd de heer prof. mr. G.J.M. Corstens.

  • 2. Tot lid van de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt op voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met ingang van 31 mei 2019 herbenoemd de heer dr. R.E.O. Ekkart.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel 1, tweede lid, terugwerkt tot en met 31 mei 2019.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 30 augustus 2019

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

NOTA VAN TOELICHTING

De Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen (hierna: de commissie) is bij besluit van 27 april 1999 ingesteld in het kader van de regeling, bedoeld in artikel 67, derde lid, van de Successiewet 1956. Op grond van dat artikel kan verschuldigde erfbelasting worden kwijtgescholden indien kunstvoorwerpen uit de nalatenschap worden overgedragen aan de Staat. De commissie heeft tot taak de Minister van Financiën te adviseren of aangeboden voorwerpen voor de toepassing van de hiervoor bedoelde kwijtscheldingsregeling kunnen worden geaccepteerd.

Op grond van artikel 13, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 worden de leden van de commissie benoemd voor een periode van vier jaar en zijn de leden te allen tijde herbenoembaar. Dit heeft laatstelijk plaatsgevonden bij Besluit van 26 november 2015, houdende de benoeming van de voorzitter, tevens lid, van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen alsmede de herbenoeming van de andere leden van die commissie (Stcrt. 2015, 42896).

Het onderhavige besluit regelt de herbenoeming van de voorzitter, tevens lid, en van een ander lid van de commissie. De heer prof. mr. G.J.M. Corstens wordt met ingang van 5 december 2019 voor een termijn van vier jaar herbenoemd tot voorzitter, tevens lid. Het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgedragen lid van de commissie, de heer dr. R.E.O. Ekkart, wordt met terugwerkende kracht tot en met 31 mei 2019 voor een termijn van vier jaar herbenoemd.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel