Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2019, 43758Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 augustus 2019, nr. 2019-0000390399, tot wijziging van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis in verband met het opnieuw openstellen van de subsidie voor eigenaar-bewoners

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d en f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vijfde lid, onderdeel b, 8, eerste lid, 11, tweede en derde lid, 17 en 20 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling energiebesparing eigen huis wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

bouwbedrijf:

bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid;

b. Het begrip ‘energieprestatiegarantie’ en bijbehorende begripsomschrijving vervallen.

c. De begripsomschrijving van het begrip ‘woning’ komt te luiden:

woning:

bestaande gebouwde onroerende zaak, die een zelfstandige woongelegenheid vormt alvorens renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd, niet zijnde een woonwagen of een woonboot, dan wel een bestaand appartement, dat een zelfstandige woongelegenheid vormt alvorens renovatie plaatsvindt en in voornoemde basisregistratie met een woonfunctie is geregistreerd;

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdelen a, c en d wordt ‘direct na realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie op grond van deze regeling is aangevraagd’ steeds vervangen door ‘direct na renovatie van deze woning, waaronder mede begrepen de realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie op grond van deze regeling is aangevraagd’.

b. In onderdeel b wordt ‘direct na realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie op grond van deze regeling is aangevraagd’ vervangen door ‘direct na renovatie van dat appartement, waaronder mede begrepen de realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie op grond van deze regeling is aangevraagd’.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Voor subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk III geldt tot 1 januari 2021 een subsidieplafond van € 84.000.000.

2. In het tweede en derde lid wordt ‘1 januari 2020’ steeds vervangen door ‘1 januari 2023’.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de begripsomschrijving van ‘hoogrendementsglas’ wordt na ‘HR++ glas’ een komma ingevoegd, na ‘of’ ‘door’ ingevoegd en na ‘triple-glas’ ingevoegd ‘in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K], al dan niet in combinatie met panelen’.

b. In de begripsomschrijving van ‘triple-glas’ wordt ‘0,8 [W/m2K].’ vervangen door ‘0,7 [W/m2K];’.

c. Aan de begrippenlijst wordt toegevoegd:

panelen:

panelen met minimaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd.

2. Het zesde lid wordt als volgt gewijzigd:

In onderdelen c en d wordt telkens voor ‘de oppervlakte’ ingevoegd ‘minimaal 70% van’.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. het vervangen van voor- en achterdeuren in de thermische schil door isolerende deuren met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K].

2. Onderdelen b, e en f vervallen, onder verlettering van onderdelen c, d, g, en h tot onderdelen b, c, d en e.

E

Artikel 6, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. een systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met wtw,

2. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. de overige energiebesparende maatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen, waarvan de elementen voldoen aan de isolatiewaarden, genoemd in het tweede lid en

F

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt na ‘zeer energiezuinig pakket’ de komma vervangen door ‘en’ en vervalt ‘en energieprestatiegarantie’.

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De minister kan aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van zijn woning subsidie verstrekken voor:

    • a. het na 14 augustus 2019 door een bouwbedrijf laten uitvoeren van twee of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van de woning of over ten minste de oppervlakten, genoemd in artikel 4, tweede, derde, vierde of vijfde lid;

    • b. het na 14 augustus 2019 door een bouwbedrijf laten uitvoeren van een of meer aanvullende energiebesparende maatregelen;

    • c. het na 14 augustus 2019 door een bouwbedrijf laten uitvoeren van een zeer energiezuinig pakket, en

    • d. een na 14 augustus 2019 opgeleverd maatwerkadviesrapport.

3. In het tweede lid worden ‘onderdelen b, c, d en e’ vervangen door ‘onderdelen b en d’.

4. In het vijfde lid vervalt ‘of een energieprestatiegarantie’ en wordt ‘onderdelen d onderscheidenlijk e’ vervangen door ‘onderdeel d’.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt na ‘zeer energiezuinig pakket’ de komma vervangen door ‘en’ en vervalt ‘en energieprestatiegarantie’.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel e vervalt, onder verlettering van onderdelen f en g tot onderdelen e en f.

b. In onderdeel f (nieuw) vervalt ‘of een energieprestatiegarantie’.

3. Het derde lid komt als volgt te luiden:

  • 3. Bij de aanvraag wordt meegezonden een door de minister beschikbaar gesteld formulier dat is ingevuld en ondertekend door het bouwbedrijf dat een of meer in hoofdstuk II bedoelde maatregelen heeft uitgevoerd. Het formulier betreft een omschrijving van de op het adres van de subsidieaanvrager uitgevoerde maatregelen onder vermelding, voor zover van belang voor de subsidieverstrekking, van de aantallen en de oppervlakten waarover de onderscheiden maatregelen zijn uitgevoerd alsmede van de energetische kwaliteit van de uitgevoerde maatregelen.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Bij de aanvraag wordt tevens een afschrift van de factuur of facturen, een betalingsbewijs of betalingsbewijzen van de uitgevoerde maatregelen en nader bewijs dat maatregelen zijn uitgevoerd meegezonden.

5. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Indien ook subsidie wordt aangevraagd voor een maatwerkadviesrapport, wordt bij de aanvraag tevens een afschrift van de factuur en een betalingsbewijs meegezonden.

H

In artikel 9, tweede lid, wordt ‘een algemene uitleg over het realiseren van een zeer energiezuinig pakket’ vervangen door ‘een uitleg over de mogelijkheden voor het realiseren van een zeer energiezuinig pakket’.

I

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt na ‘aanvullende energiebesparende maatregelen’ de komma vervangen door ‘en’ en vervalt ‘en energieprestatiegarantie’.

2. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. De minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarvoor de vereniging is opgericht of mede is opgericht subsidie verstrekken voor het na de datum van indiening van de subsidieaanvraag door een bouwbedrijf laten uitvoeren van:

    • a. twee of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over ten minste de oppervlakten, bedoeld in artikel 4, zesde lid;

    • b. een of meer aanvullende energiebesparende maatregelen, en

    • c. een zeer energiezuinig pakket.

3. In het tweede lid wordt ‘onderdelen b, c en d’ vervangen door ‘onderdeel b’.

4. Het vijfde lid vervalt.

J

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt na ‘aanvullende energiebesparende maatregelen,’ de komma vervangen door ‘en’ en vervalt ‘en energieprestatiegarantie’.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel g wordt de puntkomma vervangen door ‘, en’.

b. In onderdeel h wordt ‘het bedrijf’ vervangen door ‘het bouwbedrijf’ en wordt ‘, en’ vervangen door een punt.

c. Onderdeel i vervalt.

3. In het derde lid wordt ‘het bedrijf’ vervangen door ‘het bouwbedrijf’ en ‘de energiebesparende en, indien van toepassing, de aanvullende energiebesparende maatregelen of het zeer energiezuinig pakket’ vervangen door ‘een of meer in hoofdstuk II bedoelde maatregelen’.

4. Het vierde lid vervalt.

K

Artikel 14, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c wordt ‘€ 15 per m2’ vervangen door ‘€ 20 per m2’.

2. In onderdeel e wordt ‘€ 5 per m2’ vervangen door ‘€ 7 per m2’.

3. Onderdeel h komt te luiden:

  • h. triple-glas in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K]: € 100 per m2;

4. Onderdeel i komt te luiden:

  • i. het vervangen van voor- en achterdeuren in de thermische schil overeenkomstig artikel 5, onderdeel a: € 80 per m2;

5. Onderdeel j vervalt, onder verlettering van onderdelen k tot en met o tot j tot en met n.

6. In onderdeel j (nieuw) wordt na ‘per appartement:’ ingevoegd ‘20% van de kosten van het ventilatiesysteem met een maximum van’.

7. Onderdeel k (nieuw) komt te luiden:

  • k. panelen in combinatie met HR++ glas: € 15 per m2;

8. Onderdeel l (nieuw) komt te luiden:

  • l. panelen in combinatie met triple-glas: € 75 per m2;

9. In onderdeel m (nieuw) wordt ‘artikel 5, onderdeel g’ vervangen door ‘artikel 5, onderdeel d’.

10. In onderdeel n (nieuw) wordt ‘artikel 5, onderdeel h’ vervangen door ‘artikel 5, onderdeel e’.

L

Artikel 16 vervalt.

M

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. De totale subsidie voor een eigenaar-bewoner op grond van artikel 7, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 10.000 en op grond van artikel 6 ten hoogste € 15.000.

2. Het tweede lid komt als volgt te luiden:

  • 2. De subsidie voor een vereniging bedraagt per koopwoning gemiddeld ten hoogste € 10.000 op grond van artikel 11, eerste lid, en ten hoogste € 15.000 op grond van artikel 6.

3. In het derde lid wordt ‘aan een vereniging’ vervangen door ‘voor een vereniging’.

N

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van meer dan € 125 000 is artikel 17 van het Kaderbesluit van toepassing.

O

In artikel 19 vervallen het eerste en derde lid onder vernummering van het tweede en het vierde lid tot eerste en tweede lid.

P

Artikel 20 vervalt.

Q

In artikel 21 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid.

ARTIKEL II

Deze regeling is niet van toepassing op subsidies op grond van hoofdstuk III en hoofdstuk IV van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis waarvoor de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze regeling.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 2 september 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

Algemeen

1. Aanleiding en uitgangspunten

Met deze wijziging wordt de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) opnieuw opengesteld voor eigenaar-bewoners. De SEEH regelt een subsidie voor mensen met een bestaande koopwoning (eigenaar-bewoners), en verenigingen van eigenaars (VvE’s), wooncoöperaties en woonverenigingen (hierna gezamenlijk: verenigingen) die minimaal twee grote isolerende maatregelen laten uitvoeren aan hun woning. De SEEH is ingevoerd in september 2016. Voor eigenaar-bewoners was in april 2017 echter het subsidieplafond reeds bereikt, zodat voor deze doelgroep de regeling werd stopgezet.1 Vanaf 2 september 2019 kunnen eigenaar-bewoners weer subsidie aanvragen. Werkzaamheden die verricht zijn vanaf 15 augustus 2019 zijn subsidiabel. Er is voor eigenaar-bewoners een subsidiebudget van 84 miljoen euro beschikbaar tot en met 2020. De subsidie kan door eigenaar-bewoners worden aangevraagd nadat de maatregelen aan de woning zijn getroffen. Voor verenigingen loopt de regeling nog steeds, maar zijn voornamelijk enkele procedurele punten vereenvoudigd.

Het weer beschikbaar stellen van subsidie voor eigenaar-bewoners in de SEEH is een maatregel in het kader van de Urgenda-aanpak van het kabinet: op dinsdag 9 oktober 2018 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in het hoger beroep tussen de Nederlandse Staat en stichting Urgenda. Het Hof oordeelde dat de Staat de nationale uitstoot van broeikasgassen met ten minste 25% moet reduceren per eind 2020 ten opzichte van 1990.2 Het kabinet werkt daarom diverse maatregelen uit die worden ingezet om in 2020 extra CO2-reductie te realiseren. Het kabinet hecht er veel waarde aan om maatregelen te treffen die daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Maatregelen die bijdragen aan emissiereductie in Nederland maar leiden tot het weglekken van CO2-uitstoot naar het buitenland moeten daarbij zoveel als mogelijk worden voorkomen. Het opnieuw openstellen van de SEEH voor eigenaar-bewoners is een maatregel die snel bijdraagt aan het Urgenda-doel en waarbij geen sprake is van weglekeffecten, omdat isolatiemaatregelen het energieverbruik verlagen. Het opnieuw openstellen van de SEEH is in dit kader nodig, omdat uit de evaluatie van de eerdere versie van de regeling en uit ander onderzoek blijkt dat dit mensen aanzet tot het nemen van meer energiebesparende maatregelen.3

Kern van de SEEH is dat eigenaar-bewoners en verenigingen, zoals dus VvE’s, die hun woning met minimaal twee grote maatregelen isoleren, daarvoor ongeveer 20% van de kosten vergoed krijgen. Zij kunnen daarbij twee of meer maatregelen kiezen uit de volgende vijf opties: isolatie van dak, gevel, spouwmuur, ramen of vloer/bodem. Aanvullend kunnen zij daarbij subsidie aanvragen voor kleinere maatregelen zoals waterzijdig inregelen, een energiedisplay of een maatwerkadvies voor energiebesparing. De subsidiegelden worden uitgegeven op basis van het aantal getroffen maatregelen en de vierkante meters isolatie. Per maatregel krijgen subsidieontvangers ongeveer 20% van de kosten gesubsidieerd. De rest dienen zij anderszins te financieren (bijvoorbeeld met spaargeld, een hypothecaire lening of het Nationaal Energiebespaarfonds). Er is subsidie beschikbaar voor eigenaar-bewoners in 2019 en 2020. Daarna zal voor eigenaar-bewoners worden voorzien in een uitbreiding van de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE)4 naar isolatiemaatregelen. Op die manier ontstaat een constante subsidiemogelijkheid voor deze doelgroep tot en met 2030. Dit biedt zekerheid en voorkomt dat mensen massaal gaan wachten met isolatiemaatregelen tot er weer subsidie beschikbaar is (stop-and-go effect).

2. Verhouding met andere regelingen

De SEEH heeft haar eigen plaats binnen de overige (subsidie)regelingen gericht op verduurzaming van woningen door eigenaar-bewoners. Regelingen van de Rijksoverheid voor de verduurzaming van de woning van een eigenaar-bewoner richten zich op 3 soorten maatregelen. Zo zijn er (fiscale) regelingen voor zonnepanelen (btw- teruggave en saldering), een regeling voor warmte-opties (ISDE) en een regeling voor isolatie (SEEH). De regelingen vullen elkaar aan; eigenaar-bewoners die meerdere type maatregelen nemen kunnen van de verschillende regelingen gebruik maken. De regelingen dubbelen niet; ze hebben betrekking op verschillende maatregelen.

De ISDE is een subsidie bij de aankoop van zonneboilers, warmtepompen, biomassaketels en pelletkachels. De regeling is bestemd voor zowel particulieren als zakelijke gebruikers. Uitbreiding van de ISDE naar isolatie is per 1 januari 2021 beoogd. Omdat het integreren van de SEEH en de ISDE zowel juridisch, begrotingstechnisch als uitvoeringstechnisch bewerkelijk is, is enige tijd hiervoor vereist. De regelingen bevatten in deze opzichten namelijk belangrijke verschillen. Zo is de ISDE een regeling voor installaties (subsidie per stuk) binnen de EZK-subsidiewetgeving en de SEEH een regeling voor isolatie (subsidie per m2) binnen de BZK-subsidiewetgeving. Daarnaast is de ISDE een regeling voor alle aanvragers (bedrijven, verhuurders en burgers) en de SEEH alleen voor eigenaren van koopwoningen en verenigingen als VvE’s. De middelen voor de ISDE komen uit de ‘Opslag duurzame energie’ die door burgers en bedrijven wordt betaald. De middelen voor de SEEH staan op de BZK-begroting en komen uit het Urgenda-budget. Verder vergt het integreren tot één aanvraagproces de nodige wijzigingen voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de uitvoering van de regeling.

Er is regelmatig overleg met provincies en gemeenten over de verschillende overheidsregelingen. Deze gesprekken zullen ook in de toekomst worden voortgezet zodat helder is welke regelingen er op Rijksniveau worden aangeboden en medeoverheden op basis daarvan goed kunnen bepalen of zij een aanvullende regeling in hun provincie/gemeente nodig achten. Er bestaat daarnaast een website waarop een overzicht wordt gegeven van de verschillende financieringsmogelijkheden voor de verduurzaming van woningen voor eigenaar-bewoners: www.energiesubsidiewijzer.nl. Op deze website zijn ook alle aanvraagmogelijkheden gebundeld. Daarnaast werkt de Rijksoverheid op dit moment aan een digitaal platform om bewoners te ontzorgen bij advies, uitvoering en financiering van de verduurzaming van hun woning.

3. Uitvoering en handhaving

De SEEH wordt uitgevoerd door de RVO. De SEEH wordt op enkele punten vereenvoudigd op basis van ervaringen in de uitvoeringspraktijk tot nu toe. Dit betreft onder andere het door eigenaar-bewoners achteraf aanvragen van subsidie (in plaats van vooraf) en het schrappen van enkele subsidiemogelijkheden die in de praktijk veel vragen opriepen maar weinig werden gebruikt, zoals voor een energieprestatiegarantie. Bij aanvragen achteraf bestaat geen onzekerheid meer over de uiteindelijk uit te voeren maatregelen. Bij de eerdere openstelling van de regeling kwam het voor dat mensen subsidie aanvroegen voor meer of andere maatregelen dan zij uiteindelijk aan hun woning troffen. Door het aanvragen achteraf worden de uitvoering en de handhaving van de regeling verbeterd. Eigenaar-bewoners hebben op hun beurt zekerheid dat er langjarig subsidiebudget is doordat in de toekomst de ISDE wordt verbreed naar isolatiemaatregelen.

In juni 2018 is het rapport ‘Monitoring Subsidieregeling energiebesparing eigen huis’5 gepubliceerd, waarin verschillende aanbevelingen zijn gedaan. Onder andere naar aanleiding van deze analyse is de RVO bezig met het aanpassen van het aanvraagproces en de website. De RVO zal extra aandacht besteden aan duidelijke publiekscommunicatie. De website zal verbeterd worden met eenvoudige infographics en animaties om de woningeigenaar (en bewoner) optimaal te faciliteren.

4. Financiële gevolgen

Een eigenaar-bewoner kan op grond van het artikel 17, eerste lid, van de SEEH geen hoger bedrag dan 25.000 euro subsidie krijgen. Voor verenigingen gaat het om subsidies voor meerdere woningen en daarom om grote bedragen. Voor bedragen boven de 25.000 euro wordt zoals gebruikelijk een aanvraagprocedure in twee stappen aangehouden: eerst de aanvraag en daarna, na afronding van de maatregelen, de vaststelling van de subsidie. Voor eigenaar-bewoners is in de SEEH in totaal 90 miljoen euro beschikbaar in 2019 en 2020: 84 miljoen euro subsidiebudget en 6 miljoen euro voor de uitvoering. Dit budget wordt in 2019 toegevoegd aan de BZK-begroting voor de jaren 2019 en 2020 vanuit de beschikbare middelen voor de Urgenda-aanpak.

Naar verwachting zal het budget voor 2019 en 2020 voldoende zijn. Dit vermoeden is gebaseerd op het beschikbare budget voor eigenaar-bewoners in de SEEH in 2016 en 2017. Nu eigenaar-bewoners bovendien eerst de betreffende maatregelen moeten uitvoeren en dan pas subsidie kunnen aanvragen, wordt bovendien verwacht dat de uitputting van de regeling langzamer zal gaan. Dit betekent dat het risico dat er geen budget voor isolatiesubsidie resteert als de SEEH al eerder in 2020 op zou zijn, beperkt wordt ingeschat. Bovendien zal bij de vormgeving van de ISDE voor isolatie worden gekeken hoe eventuele overgangsproblematiek op dit punt kan worden voorkomen. Per 2021 zal immers subsidie voor isolatiemaatregelen beschikbaar zijn via de ISDE, waarvoor in totaal tot en met 2030 per jaar 100 miljoen euro beschikbaar is.

5. Administratieve lasten

De administratieve lasten bij de SEEH bestaan uit de kosten van de informatieverplichtingen aan de overheid. Deze kosten doen zich alleen voor als iemand zelf besluit subsidie op basis van de SEEH aan te willen vragen. Er is dus geen sprake van een verplichting en de inspanning levert subsidie op. Desalniettemin is het belangrijk deze lasten beperkt te houden. Bij de SEEH wordt voor eigenaar-bewoners de subsidie in één keer verstrekt. Dit beperkt de administratieve lasten. Door de aanvraag achteraf mogelijk te maken, weet een eigenaar-bewoner ook zeker welke maatregelen hij uiteindelijk uitgevoerd heeft en hoeven er tussentijds geen wijzigingen of meldingen aan de RVO te worden doorgegeven. Verder is deze aanvraagprocedure grotendeels gelijk aan die van de ISDE, waar eigenaar-bewoners eveneens gebruik van kunnen maken. Er komt zo meer eenduidigheid in de regelingen voor burgers. Als gezegd is het de bedoeling om deze twee regelingen voor eigenaar-bewoners vanaf 2021 te integreren.

Van de administratieve lasten kan een inschatting worden gemaakt. Zoals ook weergegeven op RVO.nl, dienen voor de aanvraag in elk geval de volgende inspanningen verricht te worden:

  • a. Voorbereidingstijd in de vorm van het verzamelen van gegevens (uitvoerdersformulier van de uitvoerder, plaatsingsbewijs (foto), factuur en betaalbewijs);

  • b. Inloggen met DigiD en het invullen van de 5 tabbladen in het e-formulier:

    • 1. Algemene ‘kom ik in aanmerking vragen’;

    • 2. Naam-adres-woonplaats en bankrekening;

    • 3. Opgave maatregelen en m2;

    • 4. Bijvoegen/uploaden informatie genoemd onder a;

    • 5. Controleren gegevens, verklaring afvinken en verzenden.

Naar schatting kost dit 40 tot 90 minuten tijd van de aanvrager, afhankelijk van diens behendigheid en de service van de uitvoerder van de maatregelen. Gemiddeld is dit 65 minuten per aanvraag. De gegevens van de RVO over de subsidieaanvragen uit 2016 en 2017 leren dat het gemiddelde subsidiebedrag 2.185 euro is. Dat zal voor de onderhavige herinvoering van de regeling naar verwachting vergelijkbaar zijn. 84 miljoen euro aan subsidiebudget biedt dan ruimte voor 38.443 aanvragen. Dat betekent met gemiddeld 65 minuten voor een aanvraag in totaal 41.647 uur aan totale tijd voor de aanvraag. Wanneer hierbij, zoals voorgeschreven in de Rijksbrede methodiek voor regeldrukeffecten, uitgegaan wordt van 15 euro aan kosten per uur die een burger besteedt aan administratieve lasten, komt dit uit op 624.713 euro in totaal. Zoals aangegeven gelden deze regeldruklasten echter alleen voor burgers die zelf besluiten subsidie aan te vragen. Er is geen sprake van een verplichting hiertoe.

6. Inbreng externe partijen

Bij het opstellen van deze wijzigingsregeling heeft overleg plaatsgevonden met de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). Het aansturen op het nemen van meerdere maatregelen in één keer werd door de NVDE ondersteund. De NVDE vroeg daarbij wel aandacht voor huishoudens voor wie het uitvoeren van meerdere maatregelen in één keer niet haalbaar is en vroeg hier alternatieve mogelijkheden voor te bieden, bijvoorbeeld via de energiebespaarlening. Deze alternatieve route voor mensen die één maatregel nemen, staat inderdaad open: er is financiering beschikbaar bij het Nationaal Energiebespaarfonds voor bedragen vanaf 2.500 euro. De NVDE vroeg tevens de subsidie open te stellen voor mensen die oude spouwmuurisolatie uit de jaren ’60–’70 van de vorige eeuw laten vervangen door nieuwe isolatiematerialen. Deze vervanging telt mee als maatregel in de SEEH (aanbrengen spouwmuurisolatie). De NVDE vroeg voorts of in de regeling kan worden gewerkt met investeringspercentages in plaats van vierkante meters isolatie als basis voor de subsidie. Deze inbreng is niet overgenomen. Het werken met een investeringspercentage betekent dat subsidie vooral ten goede komt aan projecten die duur zijn en niet aan projecten die veel woningisolatie, en daarmee veel energiebesparing, opleveren. Het met een zeer hoge uitvoeringskwaliteit isoleren van één raam of één muur kan voor een eigenaar-bewoner misschien een logische investering zijn, maar levert voor de Urgenda-aanpak weinig energiebesparing op.

7. Advies ATR

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft op 28 juni 2019 advies gegeven op het ontwerp van de onderhavige wijziging. Het ATR heeft getoetst op de gevolgen voor de regeldruk en heeft de volgende adviesopmerkingen gegeven:

  • Het college adviseert in de toelichting nader te onderbouwen waarom de integratie van de onderhavige regeling en de ISDE in 2021 is voorzien en niet al in 2019 of 2020 mogelijk is.

  • Het college adviseert nader toe te lichten op welke wijze de uitkomsten van de tussenevaluatie van de SEEH zijn verwerkt in de onderhavige wijziging en in de toekomstige uitvoering van de subsidieregeling in de praktijk.

  • Het college adviseert voor eigenaar-bewoners die (mogelijk) isolatiemaatregelen willen treffen, duidelijkheid te bieden over het al dan niet kunnen verkrijgen van subsidie, ook nadat het (nieuwe) subsidieplafond is bereikt.

  • Het college adviseert in samenspraak met medeoverheden een eenduidig overzicht en een integrale (aanvraag)modaliteit te creëren voor subsidiebedragen en andere vormen van financiële tegemoetkoming ten behoeve van verduurzamingsmaatregelen bij woningen voor eigenaar-bewoners.

  • Het college adviseert in de toelichting expliciet aandacht te besteden aan hoe de regeling zich verhoudt tot andere (subsidie)regelingen gericht op verduurzamingsmaatregelen bij woningen.

  • Het college adviseert de regeldrukeffecten van de subsidieregeling in beeld te brengen conform de Rijksbrede methodiek voor regeldrukeffecten analyse.

De toelichting is n.a.v. de bovenstaande adviezen op punten aangevuld en verduidelijkt.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Het begrip ‘energieprestatiegarantie’ vervalt, omdat daar in de regeling met het vervallen van artikel 16 niet langer naar wordt verwezen. Zie verder de toelichting bij artikel I, onderdeel L.

Het begrip ‘woning’ is nader geduid, omdat dit regelmatig tot onduidelijkheden leidde. Het moet gaan om een bestaande woning. Het transformeren van een school-, kerk- of utiliteitsgebouw of ander gebouw naar een of meerdere woningen komt niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling. Ook het nieuw aanbouwen of (ver)nieuwbouwen op een bestaand of aangepast fundament valt niet onder deze regeling. Deze gebouwen zijn op grond van de eisen uit het Bouwbesluit namelijk al energiezuinig.

Het begrip ‘bouwbedrijf’ is om taal-economische redenen in de begripsbepalingen opgenomen. Dit bevordert ook de leesbaarheid van de rest van de regeling. Het handelsregister-vereiste is een wijziging ten opzichte van het eerdere op diverse plaatsen in de regeling voorkomende eis van het ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. Dit is met het oog op het vrije dienstenverkeer verbreed. De classificatie ‘bouwnijverheid’ verwijst daarbij naar sectie F in de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (Nederland), de NACE Rev. 2 (Europese Unie) en de ISIC Rev 4 (Verenigde Naties), waardoor ook met dit vereiste het vrije dienstenverkeer niet wordt belemmerd.

Artikel I, onderdeel B

Dit artikel regelt de kern van de wijzigingsregeling: het opnieuw beschikbaar stellen van subsidie voor eigenaar-bewoners. Zie voor een nadere toelichting daarop het algemeen deel van deze toelichting. Voor verenigingen is de SEEH vanaf 2016 door blijven lopen omdat het subsidieplafond voor verenigingen nog niet is uitgeput. In deze wijziging wordt ook het subsidieplafond dat beschikbaar is voor verenigingen verlengd tot en met 2022.

Artikel I, onderdeel C

Met de wijzigingen in het eerste lid zijn allereerst energiezuinige kozijnen en triple-glas samengevoegd, omdat deze maatregelen in de praktijk vrijwel altijd tegelijk worden genomen. Daarnaast zijn isolerende panelen aan de regeling toegevoegd omdat deze voor sommige situaties een betere oplossing zijn dan isolerend glas. Deze maatregel is apart opgenomen omdat er een lager subsidiebedrag voor geldt. Het is immers een goedkopere maatregel dan isolerend glas.

In het zesde lid is het percentage van 70% ingevoegd omdat de norm die hiervoor gold, namelijk het gehele dak of vloer, soms tot praktische problemen leidde. Zo voorkomt de nieuwe norm van 70% bijvoorbeeld dat VvE’s een stuk dak zouden moeten isoleren dat boven een parkeergarage zit waardoor er geen energiebesparing optreedt.

Artikel I, onderdeel D

Het begrip ‘geïsoleerde deur’ leidde in de praktijk tot onduidelijkheid. Zo werd er soms subsidie aangevraagd voor een nieuwe garagedeur bij een onverwarmde garage. Dit levert echter geen energiebesparing op. Ter verduidelijking is nu bepaald dat het moet gaan om voor- en achterdeuren in de thermische schil van de woning. De bestaande thermische schil wordt gevormd door de bouwkundige constructies die niet grenzen aan een verwarmde ruimte. Dit kan dus de buitenlucht, grond of een aangrenzende onverwarmde ruimte zijn. Bij een constructie tussen twee woningen, een woningscheidende wand, of een woning en een gebouw met een andere gebruiksfunctie dient men ervan uit te gaan dat de aangrenzende woning c.q. andere gebruiksfunctie ook verwarmd is. Deze behoren dus niet tot de bestaande thermische schil.

Voorts zijn met deze wijziging enkele aanvullende energiebesparende maatregelen vervallen die voorheen subsidiabel waren. Hier is voor gekozen omdat deze in de praktijk veel vragen opriepen maar weinig werden gebruikt. Daarnaast waren dit relatief kleine maatregelen, waarvoor subsidie mogelijk niet een voldoende efficiënt instrument is.

Artikel I, onderdeel E

Met deze wijziging zijn onderdelen b en c van artikel 6, eerste lid, verwisseld, om te verduidelijken dat ‘de overige energiebesparende maatregelen’ niet tevens het in dit lid genoemde ventilatiesysteem omvat.

Artikel I, onderdeel G

Naast enkele wetstechnische punten regelt deze wijziging, mede ter preventie van misbruik, de aanvraageisen. Onder het element van ‘nader bewijs dat maatregelen zijn uitgevoerd’ kan bijvoorbeeld gedacht worden aan foto’s. Dit vereiste is bewust zo geformuleerd om ook andere vormen van bewijs mogelijk te maken. Bij de wijziging van artikelleden 4 en 5 dient te worden opgemerkt dat alleen het vierde lid inhoudelijk nieuw is; het vijfde lid bevat de inhoud van het oude vierde lid.

Artikel I, onderdeel K

De wijziging betreft voornamelijk het actualiseren van de subsidiebedragen aan de huidige marktprijzen.

Artikel I, onderdeel L

De subsidie voor een energieprestatiegarantie wordt geschrapt, omdat deze in de uitvoeringspraktijk wel veel vragen opleverde, maar nauwelijks werd gebruikt.

Artikel I, onderdeel M

Om te komen tot een wenselijker verdeling van de beschikbare subsidiemiddelen, worden de maximale subsidiebedragen per woning uit de regeling verlaagd.

Artikel I, onderdeel N

Met deze van toepassingsverklaring van artikel 17 van het Kaderbesluit BZK-subsidies worden de regels voor subsidies van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing op subsidies van € 125.000 of meer. Artikel 20 van het Kaderbesluit BZK-subsidies biedt daartoe de mogelijkheid. In de uitvoering van de SEEH is geen wezenlijk verschil ervaren tussen verstrekkingen van € 25.000 tot € 125.000 en die van € 125.000 of meer, ook niet wat betreft risico’s. De redengeving hiervoor is drieledig. In de eerste plaats gaat het om voor de RVO bij de handhaving van de regeling goed controleerbare bouwtechnische maatregelen. In de tweede plaats betreft het hier forfaitaire subsidiebedragen per vierkante meter of per maatregel, waardoor het subsidiebedrag alleen afhankelijk is van de uitvoering van de betreffende maatregelen en niet van andere werkzaamheden die onzekerheid of risico op kunnen leveren. In de derde plaats gaat het bij bedragen boven de 125.000 euro in de praktijk om zogeheten zeer energiezuinige pakketten waarbij na afloop een Qv-10 test moet worden opgeleverd, waarmee de kwaliteit van de maatregelen wordt getest. Dit vormt een extra waarborg dat de maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat artikel 17 van het Kaderbesluit BZK-subsidies uiteraard ook geldt voor subsidies op grond van de SEEH die tussen de € 25.000 en € 125.000 liggen.

Artikel I, onderdeel O

Omdat voor eigenaar-bewoners na inwerkingtreding van deze regeling de aanvraag achteraf plaatsvindt, is een uitvoeringstermijn voor deze groep niet meer nodig.

Artikel I, onderdeel P

Artikel 20 had betrekking op een reeds doorgevoerde wijziging van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector en kan daarom vervallen.

Artikel I, onderdeel Q

Artikel 21, tweede lid, betrof de terugwerkende kracht van bovengenoemde wijziging van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector en kan daarom eveneens vervallen.

Artikel II

Deze overgangsbepaling is wenselijk zodat voor aanvragen die dateren van voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling, en eventueel daaropvolgende bezwaarprocedures, duidelijk is wat het toepasselijk kader is. Dit is des te belangrijker nu de verwachte periode tussen publicatie en inwerkingtreding korter zal zijn dan gebruikelijk, zodat de RVO de publiekscommunicatie op het gewenste niveau kan krijgen. Zou hier niet in worden voorzien dan zouden aspirant-aanvragers bovendien hun conceptaanvraag moeten aanpassen. Met deze bepaling worden dus ook extra administratieve lasten vermeden.

Artikel III

Met de inwerkingtreding wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. Deze uitzondering is wenselijk om ongewenste private en publieke nadelen te voorkomen. Ervaring in de uitvoeringspraktijk van de SEEH leert namelijk dat de publiekscommunicatie helderder kan. Om de publiekscommunicatie (bijvoorbeeld de website en de telefonische helpdesk) op het gewenste niveau te krijgen, is enige tijd benodigd voordat de wijzigingen in werking treden. Tegelijkertijd is uitstellen tot 1 oktober 2019 onwenselijk, omdat de regeling als onderdeel van de maatregelen in het kader van het Klimaatakkoord zo spoedig mogelijk in werking dient te treden. Daarom is voor inwerkingtreding begin september gekozen. Op deze wijze is er voldoende tijd om de publiekscommunicatie op orde te krijgen en wordt bovendien aangesloten bij het einde van de bouwvakanties. De concrete datum voor inwerkingtreding is vastgesteld op maandag 2 september, vanwege het uitgangspunt dat de RVO-regelingen – mede vanwege het bieden van ondersteuning bij de aanvragen – bij voorkeur op werkdagen opengesteld worden en 1 september een zondag is.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
2

Gerechtshof Den Haag 9 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2591, r.o. 76.

X Noot
3

Nibud, Verduurzaming: een heilig huisje in aanbouw? Obstakels van huiseigenaren in beeld, mei 2019.

X Noot
4

Stcrt. 2015, 46527. Zie ook RVO.nl.