Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2019, 43481Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Taxivervoer 2019/2020

Verbindendverklaring gewijzigde CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 augustus 2019 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Taxivervoer

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij ter ener zijde: Taxivervoer Nederland;

Partijen ter andere zijde: FNV Taxi en CNV Vakmensen.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Taxivervoer1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 2.1.4 komt te luiden:

‘Artikel 2.1.4 Procedure wijzigen van de standplaats, zijnde het vestigingsadres

  • a. Indien de conform artikel 2.1.2 lid b, c en e bepaalde standplaats, zijnde vestigingsadres, nadien wordt gewijzigd dient dit door de werkgever schriftelijk aan de werknemer medegedeeld te worden. Tussen het mededelen van de gewijzigde standplaats aan werknemer en het daadwerkelijk in kunnen gaan van de gewijzigde standplaats zit een periode van tenminste 5 werkdagen.

  • b. Indien van de gewijzigde standplaats als bedoeld in lid a van dit artikel, daadwerkelijk gebruik gemaakt wordt, waardoor de enkele reisafstand 50 kilometer of meer extra wordt – vastgesteld op basis van de routeplanner van de ANWB (conform de optie kortste route), in vergelijking met de reisafstand die vóór die standplaatswijziging aan de orde was – geldt een compensatie regeling. Deze compensatie regeling houdt in dat de werknemer gedurende de eerste zes maanden, gerekend vanaf het moment dat van de gewijzigde standplaats als bedoeld in lid a van dit artikel daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt, ter zake de extra reistijd – vastgesteld op basis van de routeplanner van de ANWB (conform de optie snelste route), die een gevolg is van die standplaatswijziging – gecompenseerd wordt middels uitbetaling van functieloon aangaande die extra reistijd. De eventuele extra reiskosten zijn voor rekening van werknemer.

  • c. De in lid b van dit artikel bedoelde compensatie vindt niet plaats indien de enkele reisafstand als gevolg van de standplaatswijziging minder dan 50 kilometer extra wordt in vergelijking met de reisafstand die voor die standplaatswijziging aan de orde was.

  • d. Wijziging van de in artikel 2.1.2 lid d bedoelde derde standplaats kan enkel met wederzijds goedvinden gerealiseerd worden.

  • e. De in lid b van dit artikel bedoelde compensatie vindt niet plaats bij het wijzigen van de derde standplaats conform het vorige lid van dit artikel.’

Artikel 2.1.7 komt te luiden:

‘Artikel 2.1.7 Definitie verloonde tijd

  • a. De verloonde tijd is de tijd tussen het tijdstip waarop de dienst daadwerkelijk aanvangt en het tijdstip waarop de dienst daadwerkelijk eindigt, na aftrek van onderbrekingen (met inachtneming van de artikelen 2.1.11 en 2.1.12.

  • b. De dienst vangt daadwerkelijk aan op één van de door werkgever bepaalde standplaatsen en eindigt daadwerkelijk op één van de door werkgever bepaalde standplaatsen.

  • c. Een onderbreking op standplaats is geen verloonde tijd.

  • d. Het aantal onderbrekingen op standplaats is niet gemaximeerd. De duur van een onderbreking op standplaats is niet gemaximeerd.

  • e. De tijd benodigd met het reizen van het woonadres naar het vestigingsadres, zijnde standplaats, van werkgever en vice versa is geen verloonde tijd. Indien werkgever vraagt om het voertuig naar het vestigingsadres te brengen, staat het de werknemer vrij om daar geen gehoor aan te geven. Indien werknemer door werkgever aantoonbaar verplicht wordt het voertuig terug te komen brengen naar het vestigingsadres, dan is de werknemer gehouden daar gehoor aan te geven en is de reistijd benodigd om van het woonadres naar het vestigingsadres te komen verloonde tijd.

  • f. Indien, in afwijking van lid b, werkgever aangeeft dat de werkzaamheden van werknemer eindigen op een locatie welke geen standplaats is en werknemer de volgende dienst daar ook weer aanvangt (enkel overnachtingen) dan eindigt de verloonde tijd op die locatie op het moment dat de dienst daar eindigt en vangt deze aan wanneer de dienst op die locatie ook weer aanvangt. Indien van voorgaande sprake is wordt dit schriftelijk vastgelegd, voorzien van een handtekening van werkgever en werknemer.

  • g. De werkgever zal het volgende bij een CAO controle door SFT aan moeten kunnen tonen:

    • de vastlegging van de standplaats(-en)

    • de wijziging van de standplaats

    • het tijdstip van de daadwerkelijke aanvang en einde van de dienst

    • de verplichting indien werknemer het voertuig terug moet komen brengen naar het vestigingsadres’

Artikel 3.4 komt te luiden:

‘Artikel 3.4 Loonbetaling

Hoofdregel:

De werkgever zorgt ervoor dat de werknemer uiterlijk op de eerste dag na afloop van de betalingsperiode over zijn loon kan beschikken. Onder loon wordt in dit geval verstaan, het aantal uren dat in de arbeidsovereenkomst is opgenomen vermenigvuldigd met het van toepassing zijnde uurloon waar werknemer, conform deze CAO, recht op heeft.

Voor M.U.P.-krachten geldt dat zij gedurende de eerste 6 maanden van hun contract uiterlijk op de laatste dag van de volgende betalingsperiode kunnen beschikken over hun loon. Na deze 6 maanden worden de contractueel overeengekomen uren aan het eind van de betreffende betalingsperiode betaald.

Variabele loonbestanddelen, waaronder eventuele extra uren, worden uiterlijk in de maand na de betreffende betalingsperiode vergoed, tenzij overeenkomstig het gestelde in de artikelen 3.12.2 en 3.12.3 meer- en overuren, afhankelijk van de in genoemde artikelen opgenomen keuzes, op een ander moment worden vergoed.

Indien een werkgever een voertuig en werknemer om niet ter beschikking stelt in geval van sponsoring, waarbij er een verklaring wordt getekend door zowel werkgever als de betrokken werknemer dat het hierbij inderdaad gaat om een belangeloze inzet van de werknemer, dan hoeft werkgever voor deze inzet geen loon uit te betalen.’

Artikel 3.10 komt te luiden:

‘Artikel 3.10 Lonen niet-rijdend personeel

De lonen gelden voor een arbeidstijd van 40 uren per week, verdeeld over gemiddeld 5 dagen per week.

Onder niet-rijdend personeel wordt in ieder geval de centralist/planner, telefonist en administratieve kracht verstaan, zoals omschreven in artikel 3.9. Voor zover de functie van niet-rijdend personeel niet onder één van de beschrijvingen uit artikel 3.9 valt, kan de werkgever deze in de loonschaal ‘overige’ plaatsen.

Loontabel per 1 juli 2019 niet-rijdend personeel
   

Overige

Telefonist(e)

Administr. Medew.

Centralist/planner

Leeftijd

Loontrede

maandloon

uurloon

maandloon

uurloon

maandloon

uurloon

maandloon

uurloon

15 jaar

 

€ 565,52

€ 3,26

€ 565,52

€ 3,26

€ 581,73

€ 3,36

€ 618,08

€ 3,57

16 jaar

 

€ 650,35

€ 3,75

€ 650,35

€ 3,75

€ 668,93

€ 3,86

€ 710,82

€ 4,10

17 jaar

 

€ 744,57

€ 4,30

€ 744,57

€ 4,30

€ 765,92

€ 4,42

€ 813,81

€ 4,70

18 jaar

 

€ 857,68

€ 4,95

€ 857,68

€ 4,95

€ 882,26

€ 5,09

€ 937,42

€ 5,41

19 jaar

 

€ 989,62

€ 5,71

€ 989,62

€ 5,71

€ 1.017,98

€ 5,87

€ 1.081,65

€ 6,24

20 jaar

 

€ 1.308,50

€ 7,55

€ 1.308,50

€ 7,55

€ 1.308,50

€ 7,55

€ 1.308,50

€ 7,55

                   

0/3 mnd

0

€ 1.827,48

€ 10,54

€ 1.827,48

€ 10,54

€ 1.879,73

€ 10,84

€ 1.997,24

€ 11,52

4/12 mnd

0

€ 1.885,03

€ 10,88

€ 1.885,03

€ 10,88

€ 1.939,04

€ 11,19

€ 2.060,27

€ 11,89

 

1

€ 1.904,22

€ 10,99

€ 1.925,60

€ 11,11

€ 1.979,46

€ 11,42

€ 2.114,18

€ 12,20

 

2

€ 1.941,89

€ 11,20

€ 1.965,99

€ 11,34

€ 2.019,89

€ 11,65

€ 2.168,05

€ 12,51

 

3

€ 1.999,42

€ 11,54

€ 2.003,73

€ 11,56

€ 2.060,27

€ 11,89

€ 2.221,93

€ 12,82

 

4

€ 2.043,95

€ 11,79

€ 2.046,82

€ 11,81

€ 2.100,70

€ 12,12

€ 2.275,80

€ 13,13

 

5

€ 2.085,74

€ 12,03

€ 2.087,23

€ 12,04

€ 2.141,14

€ 12,35

€ 2.329,69

€ 13,44

 

6

   

€ 2.127,66

€ 12,28

€ 2.181,54

€ 12,59

€ 2.383,57

€ 13,75

 

7

   

€ 2.168,05

€ 12,51

€ 2.221,93

€ 12,82

€ 2.437,44

€ 14,06

 

8

   

€ 2.208,48

€ 12,74

€ 2.262,35

€ 13,05

€ 2.491,33

€ 14,37

 

9

   

€ 2.248,88

€ 12,97

€ 2.302,76

€ 13,29

€ 2.545,24

€ 14,68

 

10

   

€ 2.289,28

€ 13,21

€ 2.343,15

€ 13,52

€ 2.599,09

€ 15,00

 

11

       

€ 2.383,57

€ 13,75

€ 2.652,98

€ 15,31

 

12

           

€ 2.706,84

€ 15,62

Loontabel per 1 januari 2020 niet-rijdend personeel (incl. 2% loonsverhoging)
   

Overige

Telefonist(e)

Administr. Medew.

Centralist/planner

Leeftijd

Loontrede

maandloon

uurloon

maandloon

uurloon

maandloon

uurloon

maandloon

uurloon

15 jaar

 

€ 576,83

€ 3,33

€ 576,83

€ 3,33

€ 593,36

€ 3,42

€ 630,44

€ 3,64

16 jaar

 

€ 663,36

€ 3,83

€ 663,36

€ 3,83

€ 682,31

€ 3,94

€ 725,04

€ 4,18

17 jaar

 

€ 759,46

€ 4,38

€ 759,46

€ 4,38

€ 781,24

€ 4,51

€ 830,09

€ 4,79

18 jaar

 

€ 874,83

€ 5,05

€ 874,83

€ 5,05

€ 899,91

€ 5,19

€ 956,17

€ 5,52

19 jaar

 

€ 1.009,41

€ 5,82

€ 1.009,41

€ 5,82

€ 1.038,34

€ 5,99

€ 1.103,28

€ 6,37

20 jaar1

 

€ 1.308,50

€ 7,55

€ 1.308,50

€ 7,55

€ 1.308,50

€ 7,55

€ 1.308,50

€ 7,55

                   

0/3 mnd

0

€ 1.864,03

€ 10,75

€ 1.864,03

€ 10,75

€ 1.917,32

€ 11,06

€ 2.037,18

€ 11,75

4/12 mnd

0

€ 1.922,73

€ 11,09

€ 1.922,73

€ 11,09

€ 1.977,82

€ 11,41

€ 2.101,48

€ 12,12

 

1

€ 1.942,30

€ 11,21

€ 1.964,11

€ 11,33

€ 2.019,05

€ 11,65

€ 2.156,46

€ 12,44

 

2

€ 1.980,73

€ 11,43

€ 2.005,31

€ 11,57

€ 2.060,29

€ 11,89

€ 2.211,41

€ 12,76

 

3

€ 2.039,41

€ 11,77

€ 2.043,80

€ 11,79

€ 2.101,48

€ 12,12

€ 2.266,37

€ 13,08

 

4

€ 2.084,83

€ 12,03

€ 2.087,76

€ 12,05

€ 2.142,71

€ 12,36

€ 2.321,32

€ 13,39

 

5

€ 2.127,45

€ 12,27

€ 2.128,97

€ 12,28

€ 2.183,96

€ 12,60

€ 2.376,28

€ 13,71

 

6

   

€ 2.170,21

€ 12,52

€ 2.225,17

€ 12,84

€ 2.431,24

€ 14,03

 

7

   

€ 2.211,41

€ 12,76

€ 2.266,37

€ 13,08

€ 2.486,19

€ 14,34

 

8

   

€ 2.252,65

€ 13,00

€ 2.307,60

€ 13,31

€ 2.541,16

€ 14,66

 

9

   

€ 2.293,86

€ 13,23

€ 2.348,82

€ 13,55

€ 2.596,14

€ 14,98

 

10

   

€ 2.335,07

€ 13,47

€ 2.390,01

€ 13,79

€ 2.651,07

€ 15,29

 

11

       

€ 2.431,24

€ 14,03

€ 2.706,04

€ 15,61

 

12

           

€ 2.760,98

€ 15,93’

X Noot
1

Voor de loontrede behorend bij de werknemers van 20 jaar is geen +2% loonsverhoging van toepassing.

Artikel 3.12.2 komt te luiden:

‘Artikel 3.12.2 Berekenen meer/overuren en overurenvergoeding

  • A. Meeruren zijn de uren die de contracturen, niet zijnde overuren, berekend over een periode van één kalenderkwartaal te boven gaan. Ziekte-uren, wachtdagen en betaald verlof tellen mee bij voorgaande berekening.

    De navolgende bepalingen gelden:

    • 1. In elke betalingsperiode dient minimaal het aantal contracturen verloond te worden.

    • 2. Rekening houdend met het gestelde onder 1) dient binnen een kalenderkwartaal per betalingsperiode minimaal 75% van het aantal arbeidsuren in de opvolgende betalingsperiode verloond te worden. Voor zover deze verloonde arbeidsuren de contracturen te boven gaan, wordt dit gezien als een voorschot.

    • 3. Indien het aantal arbeidsuren in een kalenderkwartaal minder is dan het aantal verloonde uren, kan het daarmee corresponderende deel van het voorschot als bedoeld onder 2) worden verrekend met het over de betalingsperiode na het kalenderkwartaal door werkgever verschuldigde loon. Deze verrekening is alleen toegestaan in de betalingsperiode na afloop van het kalenderkwartaal tot maximaal 25% van het aantal contracturen per betalingsperiode.

    • 4. Indien het aantal arbeidsuren in een kalenderkwartaal meer is dan het aantal verloonde uren, krijgt werknemer deze, voor zover nog geen verloning daarvan heeft plaatsgevonden, vergoed in de betalingsperiode na afloop van het kalenderkwartaal.

    • 5. Opbouw van verlof vindt plaats over het aantal verloonde uren per betalingsperiode. Indien het aantal verloonde uren per betalingsperiode hoger is dan het aantal contracturen, dan mag het opgebouwde verlof over het verschil in tijd of in geld vergoed worden. Indien na afloop van het kalenderkwartaal sprake is van een aantal te verrekenen uren, dan mag het opgebouwde verlof over deze te verrekenen uren, afhankelijk van de wijze waarop vergoed werd, in tijd of in geld verrekend worden.

    • 6. Opbouw van vakantietoeslag vindt plaats over het aantal verloonde uren per betalingsperiode. Indien het aantal verloonde uren per betalingsperiode hoger is dan het aantal contracturen, dan mag de opgebouwde vakantietoeslag over het verschil in geld vergoed worden. Indien na afloop van het kalenderkwartaal sprake is van een aantal te verrekenen uren, dan mag de opgebouwde vakantietoeslag over deze te verrekenen uren in geld verrekend worden.

    • 7. Indien een werknemer gedurende een kalenderkwartaal uit dienst treedt, kan voorgaande berekening plaatsvinden per het moment dat de werknemer uit dienst treedt. De in dit artikel genoemde wijze van berekenen vindt dan dus plaats over een kortere periode dan een volledig kalenderkwartaal.

  • B. Overuren zijn de uren die de gemiddelde arbeidstijd van 40 uur per week berekend over een periode van één kalenderkwartaal te boven gaan. Ziekte-uren, wachtdagen en betaald verlof tellen mee bij de berekening of er sprake is van betreffende overuren.

  • C. Bij gebruik van een zogenaamd cyclisch rooster is er pas sprake van meeruren en/of overuren als deze de met het rooster corresponderende aantal uren te boven gaan.

Vergoeding van overuren in tijd en/of geld

De werknemer bepaalt hoe hij de overurenvergoeding ontvangt: in geld, in tijd of in combinaties daarvan.

In alle gevallen krijgt hij een toeslag van 20%:

  • tijd + toeslag van 20% in tijd; dan wel

  • tijd + toeslag van 20% in geld; dan wel

  • uurloon + toeslag van 20% in geld.

Bij berekening van de vergoeding wordt de duur van het overwerk afgerond volgens onderstaand schema:

  • 00–14 minuten = 0 minuten overwerk

  • 15–44 minuten = 30 minuten overwerk

  • 45–60 minuten = 60 minuten overwerk

De overwerkregeling wordt niet toegepast op:

  • overuren voor leidinggevenden, die zelf bevoegd zijn tot het laten verrichten van overwerk;

  • overuren die zijn ontstaan door eigen schuld of toedoen van de werknemer;

  • overuren door werknemers met een zelfstandige functie, voor wie geen diensttijden zijn vastgesteld;

De laatste bullet is alleen van toepassing op niet-operationele functies (kantoorfuncties), waarbij het niet altijd mogelijk is om met vaste arbeidstijden te werken.’

Artikel 4.6 komt te luiden:

‘Artikel 4.6 Betaald verlof

Afwezigheid mét behoud van loon wordt toegestaan:

  • Bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend tot het gezin behorend kind, pleegkind of stiefkind: te rekenen vanaf de dag van overlijden 4 dagen.

  • Bij het huwelijk van de werknemer en bij het overlijden van één van zijn ouders of schoonouders of niet-inwonende kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen, schoonzoons of schoondochters: mits de plechtigheid wordt bijgewoond 2 dagen;

  • Bij de bevalling van zijn echtgenote en de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont of degene van wie hij het kind erkent eenmaal de arbeidsduur per week; werknemer kan dit verlof naar eigen inzicht opnemen; maar wel binnen 4 weken na de geboorte van het kind.

  • Bij het huwelijk van een kind, pleegkind of stiefkind, broer of zuster, zwager of schoonzuster van de werknemer: mits het huwelijk wordt bijgewoond 1 dag.

  • Bij het overlijden van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, één der wederzijdse grootouders of een kleinkind van de werknemer: mits de uitvaart wordt bijgewoond 1 dag.

  • Bij het 25- of 40-jarige huwelijk van de werknemer: 1 dag.

Voor zover het binnen arbeidstijd noodzakelijk is, wordt afwezigheid mét behoud van loon toegestaan:

  • Bij het 25-, 40-, 50- of 60-jarige huwelijk van de ouders of schoonouders: 1 dag.

  • Bij het 25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum: 1 dag.

  • Bij verhuizing in geval van overplaatsing: 1 dag.

  • Na opzegging van het dienstverband door werkgever voor het zoeken van een nieuwe baan: indien de werknemer ten minste 6 weken onafgebroken in dienst is geweest ten hoogste 5 uur, al of niet ineens.

  • Bij vervulling van een van overheidswege, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde persoonlijke verplichting: de werkelijk benodigde tijd, maar maximaal 12 uur.

  • Bij ondertrouw van de werknemer: 1 dag;

  • Voor het afleggen van een vakexamen (wettelijk verplicht examen en/of examen doelgroepenvervoer CCV en/of examen sociale vaardigheden CCV en die vakexamens die als zodanig door de werkgever zijn aangemerkt) en wettelijk verplichte examen(s): de daarvoor benodigde tijd met een minimum van 1 dag.

  • Voor bezoek aan arts, tandarts of specialist: als de werknemer aannemelijk maakt dat deze afspraken niet buiten werktijd mogelijk zijn, de tijd die daarvoor nodig is.’

Artikel 6.1 komt te luiden:

‘Artikel 6.1 Uurloon bij dienst Openbaar Vervoer

Aan de chauffeur die met een personenauto openbaar vervoer verricht (als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000) wordt in plaats van het uurloon voor taxivervoer een ander uurloon toegekend, zijnde € 14,34, per 1 augustus 2019 € 14,63 en per 1 januari 2020 € 14,85.

Het openbaar vervoeruurloon wordt vergoed over arbeidsuren besteed aan:

  • het daadwerkelijk verrichten van openbaar vervoer;

  • de aan- en afrijtijd voorafgaand aan en volgend op het verrichten van openbaar vervoer als de werknemer gedurende de gehele dienst exclusief beschikbaar is voor het openbaar vervoer;

  • de aan- of afrijtijd voorafgaand aan of volgend op het verrichten van openbaar vervoer als de werknemer gedurende een deel van de dienst exclusief beschikbaar is voor het openbaar vervoer en voor het andere dienstdeel beschikbaar is voor regulier taxivervoer.

Het OV uurloon moet ook bij bepaling van de hoogte van de vakantietoeslag en de loondoorbetaling in geval ziekte meegenomen worden.’

Artikel 6.2 komt te luiden:

‘Artikel 6.2 Onregelmatigheidstoeslag bij dienst in Openbaar vervoer

Aan de werknemer die openbaar vervoer verricht, wordt voor gewerkte uren op werkdagen tussen 19.00 en 07.30 uur en op zaterdagen, zon- en feestdagen een onregelmatigheidstoeslag toegekend van € 4,70, € 4,79 per 1 augustus 2019 en € 4,86 per 1 januari 2020.

Indien aan de werknemer voornoemde onregelmatigheidstoeslag wordt toegekend is artikel 2.4 van deze CAO niet van toepassing.’

Artikel 6.4 komt te luiden:

‘Artikel 6.4 CAO Openbaar Vervoer of CAO Taxivervoer?

Deze CAO Taxivervoer geldt alléén voor ondernemingen waarvan het pakket openbaar vervoer niet meer omvat dan 30.000 arbeidsuren per jaar.

Wordt dit aantal overschreden, dan dient de onderneming de CAO Openbaar Vervoer toe te passen op het aantal arbeidsuren dat de 30.000 per jaar overschrijdt.

Ondernemingen waarvan het personeel openbaar vervoer verricht met een personenauto – maar in totaal minder dan 30.000 arbeidsuren per jaar – vallen wel onder deze CAO Taxivervoer. Met uitzondering van de bepalingen over uurloon en de onregelmatigheidstoeslag.’

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 22 augustus 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes


X Noot
1

Stcrt. 2018, nr. 52827; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 maart 2019 (Stcrt. 2019, nr. 11204)