Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2018, 72290Circulaires

Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van waterschappen, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp: Per 1 januari 2019 geïndexeerde bedragen van de (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van waterschappen

Doelstelling: Informatie over beleid

Juridische grondslag: Waterschapsbesluit

Relaties met andere circulaires: 1 november 2017, nr. 2017-0000522092 en 9 augustus 2018, nr. 2018-0000661682

Ingangsdatum: 1 januari 2019

Geldig tot: Nader order

Van verzending circulaires naar publicatie op internet

Met ingang van 1 januari 2019 zullen circulaires met betrekking tot de rechtspositie van politieke ambtsdragers uitsluitend nog bekend worden gemaakt op de site van de officiële bekendmakingen (Staatscourant) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl . U kunt zich met een RSS-feed abonneren op deze site. Als er een circulaire op deze site wordt gepubliceerd, ontvangt u een attendering. Gedurende het jaar 2018 worden bij wijze van overgangsmaatregel de circulaires ook nog per post verzonden.

Inleiding

Door middel van deze circulaire wordt u, zoals elk jaar gebruikelijk, geïnformeerd over de wijzigingen van de bedragen van de (onkosten)vergoedingen voor leden van het algemeen bestuur, leden van het dagelijks bestuur en de voorzitters per 1 januari 2019.

Omdat het doorvoeren van deze wijzigingen in de regelgeving tijd vergt, wordt u, vooruitlopend op het formeel van kracht worden van die wijzigingen, door middel van deze circulaire geïnformeerd over de aanstaande wijzigingen voor voorzitters, dagelijks bestuurders en algemeen bestuurders. U kunt deze wijzigingen nu al doorvoeren.

Over de wijzigingen van bezoldigingsbedragen die per 1 juli 2018 voor de voorzitters en dagelijks bestuurders van waterschappen zijn doorgevoerd en over de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering voor de algemeen bestuursleden van waterschappen, bent u reeds bij circulaire van 9 augustus 2018, kenmerk 2018-0000661682, geïnformeerd. Deze bedragen zijn omwille van het totaaloverzicht nogmaals in deze circulaire opgenomen.

1. Nieuw rechtspositiebesluit

Nieuw rechtspositiebesluit met ingang van 28 maart 2019

Met ingang van 28 maart 2019 zal er voor voorzitters, dagelijks bestuurders en algemeen bestuurders sprake zijn van een nieuw rechtspositiebesluit. Alle voormalige, voor de verschillende politieke ambten van de decentrale bestuursorganen, geldende rechtspositiebesluiten worden gebundeld in één rechtspositiebesluit. Dit besluit geldt dus ook voor de rechtspositie van de burgemeesters, wethouders en raadsleden en de commissarissen van de Koning, gedeputeerden en statenleden van provincies. Die rechtsposities waren tot op heden uitgewerkt in zeven afzonderlijke besluiten. Over het nieuwe rechtspositiebesluit en de inhoudelijke wijzigingen in de rechtspositionele bepalingen die daarin opgenomen zijn, wordt u door middel van een separate circulaire nader geïnformeerd.

In verband met de verkiezingen van provinciale staten en de algemeen besturen van de waterschappen treedt het besluit voor de politieke ambtsdragers van de provincies en waterschappen – anders dan voor de gemeenten geldt – niet in werking op 1 januari 2019, maar op 28 maart 2019. Het is immers niet wenselijk noch praktisch de rechtspositie van zittende volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders voor een periode van slechts drie maanden te wijzigen. Om deze reden wordt in de onderhavige circulaire volstaan met een verwijzing naar de huidige bepaling die de grondslag vormt voor een geldelijke vergoeding en vooralsnog geen verwijzing opgenomen naar de nieuwe bepaling.

Indexering volgens oude systematiek

Een van de inhoudelijke wijzigingen in het nieuwe rechtspositiebesluit is de aanpassing van de indexeringsbepalingen. Tot op heden werden voor de indexering van de geldbedragen bepaalde indexcijfers1 gebruikt die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren vastgesteld voor de maand september van het voorgaande kalenderjaar. Aangezien dit voorlopige cijfers waren die later nog door het CBS konden worden bijgesteld, is in het nieuwe besluit aansluiting gezocht bij indexcijfers die definitief zijn. Gekozen is voor in beginsel dezelfde indexcijfers, maar dan zoals die één jaar daarvoor golden (met andere woorden van de maand september in het tweede voorafgaande kalenderjaar).

Voor het jaar 2019 worden de vergoedingen nog geïndexeerd op basis van de oude systematiek. De nieuwe indexatiemethode gaat in per 1 januari 2020. Hiervoor is in artikel 5.1 van het nieuwe rechtspositiebesluit een overgangsbepaling opgenomen. In het nieuwe rechtspositiebesluit, zoals dat in het Staatsblad is gepubliceerd (Stb 2018, nr. 386) – en voor de waterschappen dus pas gaat gelden per 28 maart 2019 –, zijn de betreffende bedragen opgenomen die gelden voor 2018. Deze moeten vervolgens bij ministeriële regeling voor 1 januari 2019 worden geïndexeerd. Aangezien voor het jaar 2019 nog indexatie plaatsvindt op basis van de oude systematiek, vertoont de in onderhavige circulaire gehanteerde indexatiemethode nog geen verschil met die van voorgaande jaren.

2. Bezoldiging voorzitters

U bent eerder geïnformeerd over de meerjarige arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het personeel in de sector Rijk en de gevolgen daarvan voor de bezoldiging van de voorzitters van de waterschappen. Voor de volledigheid vermeld ik hier nogmaals de bezoldigingsbedragen per 1 juli 2018, 1 juli 2019 en 1 januari 2020.

Het bezoldigingsbedrag voor de voorzitters van de waterschappen genoemd in artikel 3.24, eerste lid, van het Waterschapsbesluit bedraagt (naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm):

per 1 januari 2017: € 9.287,73

per 1 juli 2018: € 9.566,36

per 1 juli 2019: € 9.757,69

per 1 januari 2020: € 9.952,84

3. Eenmalige uitkering voorzitters

In het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Rijk is afgesproken dat alle medewerkers die op 1 januari 2019 een aanstelling binnen de sector Rijk hebben, in januari 2019 een eenmalige uitkering van € 450,– ontvangen bij een formele gemiddelde arbeidsduur van 36 uur. Medewerkers met een andere formele gemiddelde wekelijkse arbeidsduur ontvangen een uitkering naar rato.

In artikel 3.13, tweede lid, van het Waterschapsbesluit is bepaald dat indien aan het personeel in de sector Rijk een éénmalige uitkering wordt toegekend, de leden van het dagelijks bestuur een uitkering op gelijke voet ontvangen. Voorzitters van waterschappen die op peildatum 1 januari 2019 voorzitter zijn, hebben hiermee aanspraak op een éénmalige bruto uitkering van € 450,–.

4. Ambtstoelage van een voorzitter

Op grond van artikel 3.26, eerste lid, van het Waterschapsbesluit ontvangt de voorzitter per maand een ambtstoelage, naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de ambtstoelage van de voorzitter per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumenten-prijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende.

De consumentenprijsindex voor september 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102,03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van de ambtstoelage per 1 januari 2019 wordt verhoogd met 1,9%.

Het bedrag genoemd in artikel 3.26, eerste lid, van het Waterschapsbesluit wordt per 1 januari 2019 gewijzigd in € 394,09 per maand (was € 386,74), naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm.

5. Eindejaarsuitkering van een voorzitter

Op grond van artikel 3.41 van het Waterschapsbesluit ontvangt de voorzitter van een waterschap een eindejaarsuitkering, zoals omschreven in artikel 3.13 van het Waterschapsbesluit. Dat houdt in dat de voorzitter een eindejaarsuitkering ontvangt overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.

Voor uw informatie meld ik u dat voor een voorzitter van een waterschap sinds 1 december 2009 een eindejaarsuitkering geldt van 8,3%.

6. Bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur

In artikel 3.11 van het Waterschapsbesluit is het bedrag per maand bepaald van de bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap bij een tijdsbestedingsnorm van 20%. U bent eerder geïnformeerd over de meerjarige arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het personeel in de sector Rijk en de gevolgen daarvan voor de bezoldiging.

Het referentiepunt voor de bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap is de bezoldiging van een fulltime wethouder in een gemeente van 60.001 tot 100.000 inwoners. Per 1 juli 2018 bedraagt die bezoldiging € 7.811,85 (was € 7.584,32), per 1 juli 2019 € 7.968,09 en per 1 januari 2020 € 8.127,45. De bezoldigingsbedragen voor lid van het dagelijks bestuur (bij een tijdsbestedingsnorm van 20%) bedraagt derhalve:

per 1 januari 2017: € 1.516,86

per 1 juli 2018: € 1.562,37

per 1 juli 2019: € 1.593,62

per 1 januari 2020: € 1.625,49

7. Eénmalige uitkering lid van het dagelijks bestuur

In het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Rijk is afgesproken dat alle medewerkers die op 1 januari 2019 een aanstelling binnen de sector Rijk hebben, in januari 2019 een eenmalige uitkering van € 450,– ontvangen bij een formele gemiddelde arbeidsduur van 36 uur. Medewerkers met een andere formele gemiddelde wekelijkse arbeidsduur ontvangen een uitkering naar rato.

In artikel 3.13, tweede lid, van het Waterschapsbesluit is bepaald dat indien aan het personeel in de sector Rijk een éénmalige uitkering wordt toegekend, de leden van het dagelijks bestuur een uitkering op gelijke voet ontvangen. Leden van het dagelijks bestuur van een waterschap die op peildatum 1 januari 2019 lid van het dagelijks bestuur zijn, hebben aanspraak op een éénmalige bruto uitkering van € 450,–. De uitkering is naar rato van de door het algemeen bestuur voor het lid van het dagelijks bestuur vastgestelde tijdsbestedingsnorm.

8. Onkostenvergoeding van een lid van het dagelijks bestuur

In artikel 3.11a van het Waterschapsbesluit is bepaald dat een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap per maand een onkostenvergoeding ontvangt, naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de onkostenvergoeding voor een lid van het dagelijks bestuur per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende.

De consumentenprijsindex voor september 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102,03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van de onkostenvergoeding van een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap per 1 januari 2018 wordt verhoogd met 1,9%.

Het bedrag genoemd in artikel 3.11a, eerste lid, van het Waterschapsbesluit wordt per 1 januari 2019 gewijzigd in € 362,56 per maand (was € 355,80), naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm.

9. Eindejaarsuitkering van een lid van het dagelijks bestuur

Gelet op artikel 3.13, eerste lid, van het Waterschapsbesluit ontvangt een lid van het dagelijks bestuur een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.

Voor uw informatie meld ik dat voor leden van het dagelijks bestuur sinds 1 december 2009 een eindejaarsuitkering geldt van 8,3%.

10. Vergoeding van een lid van het algemeen bestuur

Het bedrag van de vergoeding voor een lid van het algemeen bestuur van een waterschap, genoemd in artikel 3.2, eerste lid, van het Waterschapsbesluit wordt op grond van artikel 3.2, tweede lid, van het Waterschapsbesluit per 1 januari van elk jaar herzien door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit gebeurt aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.

Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. In de circulaire van 1 november 2017, nr. 2017-0000522092 is gemeld dat het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september 2017 was bepaald op 108,5 en dat dit indexcijfer voor het jaar 2016 was bepaald op 108,6. Dit betekende in principe een geringe procentuele verlaging van 0,09% per 1 januari 2018. Deze verlaging is echter niet doorberekend in de vergoeding voor de leden van het algemeen bestuur. Het bedrag van deze vergoeding is voor het jaar 2018 hiermee op hetzelfde niveau gebleven als het bedrag voor 2017.

Met deze verlaging moet echter nu wel rekening worden gehouden bij de berekening van de bedragen over 2019. Het indexcijfer CAO lonen overheid voor 2018 is bepaald op 112,1. Voor 2017 was dit indexcijfer 108,5. Procentueel is dat een verhoging van 3,3. De volgende berekeningswijze is thans gehanteerd. De geringe verlaging van 0,09% die per 1 januari 2018 niet is doorgevoerd, is nu bij de berekening van de bedragen over 2019 alsnog meegenomen. Dit is gebeurd door de bedragen van 2018 eerst te verlagen en voor de berekening van de bedragen voor 2019 op die verlaagde bedragen de verhoging van 3,3% toe te passen.

Concreet betekent dit dat het bedrag genoemd in artikel 3.2, eerste lid, van het Waterschapsbesluit voor de vergoeding van een lid van het algemeen bestuur per 1 januari 2019 € 489,34 bedraagt (was € 477,42).

11. Onkostenvergoeding van een lid van het algemeen bestuur

In artikel 3.9, eerste lid, van het Waterschapsbesluit is bepaald dat een lid van het algemeen bestuur per maand een onkostenvergoeding ontvangt. In het vijfde lid van dat artikel is bepaald dat de onkostenvergoeding van een lid van het algemeen bestuur per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende.

De consumentenprijsindex voor 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102,03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van de onkostenvergoeding van een lid van het algemeen bestuur per 1 januari 2019 wordt verhoogd met 1,9%.

Het bedrag genoemd in artikel 3.9, eerste lid, van het Waterschapsbesluit wordt per 1 januari 2019 gewijzigd in € 173,40 (was € 170,17).

12. Tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering voor een lid van het algemeen bestuur

In artikel 3.8, eerste lid, van het Waterschapsbesluit is bepaald dat een lid van het algemeen bestuur ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering ontvangt.

In het tweede lid van artikel 3.8 van het Waterschapsbesluit is bepaald dat het bedrag van deze tegemoetkoming wijzigt overeenkomstig de wijzigingen die de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk ondergaat. U bent eerder geïnformeerd over de meerjarige arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het personeel in de sector Rijk en de gevolgen hiervan voor de tegemoetkoming. Voor de volledigheid meld ik hier nogmaals dat de tegemoetkoming per 1 juli 2018 is vastgesteld op € 107,10 per jaar en met ingang van 1 juli 2019 wordt verhoogd naar € 109,24 per jaar en met ingang van 1 januari 2020 wordt verhoogd naar € 111,42 per jaar.

13. Vragen en informatie op internet

Informatie die betrekking heeft op politieke ambtsdragers kunt u vinden op de volgende internetsite: www.politiekeambtsdragers.nl. Op deze site vindt u alle actuele wet- en regelgeving, circulaires en brochures over politieke ambtsdragers voor het Rijk, de provincie, de gemeente, de waterschappen en ook voor het Koninkrijk en de BES-eilanden voor zover deze afkomstig is van het Ministerie van BZK. U vindt hier dus niet de modelverordeningen van de VNG of de gemeentelijke of provinciale verordeningen.


X Noot
1

Het gaat om enerzijds het consumentenprijsindexcijfer en anderzijds het indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen.