Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2018, 68768Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 november 2018, 2018-0000171118, tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de vervanging van bijlage XIIIa en XIIIe door een certificatieschema alsmede enkele technische wijzigingen

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 1.5b, vierde lid, 1.5d, vijfde lid, en 1.5f, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

De Arbeidsomstandighedenregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1a wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt 'bedoeld in artikel 1.5e' vervangen door 'bedoeld in artikel 1.5eb'.

2. Onderdeel f komt te luiden:

  • f. uitbesteding van werkzaamheden aan onderaannemers of uitvoering door dochterondernemingen;.

B

In de artikelen 1.9aa, 1.9a, eerste lid, aanhef, en onderdeel f, tweede lid, derde lid, 1.9b, eerste lid, aanhef en derde lid, 1.9c, eerste lid, tweede lid, aanhef, derde lid, vierde lid, vijfde lid, en 1.9d, eerste en tweede lid, wordt 'artikel 1.5a van het besluit' vervangen door 'artikel 1.5b van het besluit'.

C

Artikel 4.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. in geval van het certificaat, bedoeld in artikel 4.54a, vierde lid, van het besluit, de aanvrager voldoet aan de eisen, geldend voor asbestinventarisatiebedrijven en vastgelegd in paragraaf 2 en 3 van het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering, dat is vastgesteld door de Stichting Ascert op 15 november 2018 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, 68771);

2. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. in geval van het certificaat, bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, van het besluit, de aanvrager voldoet aan de eisen, geldend voor asbestverwijderingsbedrijven en vastgelegd in paragraaf 2 en 4 van het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering, dat is vastgesteld door de Stichting Ascert op 15 november 2018 en door de minister is gepubliceerd in de Staatscourant van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, 68771).

D

Artikel 4.28, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. in geval van een certificerende instelling als bedoeld in artikel 4.54a, vierde lid, of artikel 4.54d, eerste lid, van het besluit, de instelling voldoet aan de toepasselijke criteria, vastgelegd in paragraaf 5 van het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering, dat is vastgesteld door de Stichting Ascert op 15 november 2018 en door de minister gepubliceerd in de Staatscourant van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, 68771).

E

In artikel 4.29 wordt 'artikel 1.5 e, derde lid,' vervangen door 'artikel 1.5eb, tweede lid,'.

F

Artikel 9.2c, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede 'als bedoeld in artikel 1.5b, vijfde lid,' wordt vervangen door 'als bedoeld in artikel 1.5b, vijfde lid, zoals dat artikel luidde op 31 december 2017'.

2. De zinsnede 'als bedoeld in artikel 1.5b, tweede lid,' wordt vervangen door 'als bedoeld in artikel 1.5b, vijfde lid, zoals dat artikel luidde op 31 december 2017'.

3. De zinssnede 'criteria, genoemd in artikel 1.5a van het besluit' wordt vervangen door 'criteria, genoemd in artikel 1.5a van het besluit, zoals dat artikel luidde op 31 december 2017'.

G

Bijlage XIIIa, behorend bij artikel 4.27, vervalt.

H

Bijlage 1 bij bijlage XIIIC, behorend bij artikel 4.27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste rij, vierde kolom wordt 'Artikel uit bijlage XIIIa' vervangen door 'Artikel uit het Certificatieschema voor Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering';

2. In de vierde rij in de vierde, vijfde en zesde kolom wordt '34.1.a', 'I of II*' en 'I' vervangen door '34.1.a-b', 'I of II1' en 'I of II1';

3. In de vijfde rij in de vijfde en zesde kolom wordt 'II' en 'NVT' vervangen door 'II2' en 'II2';

4. In de zesde rij vervalt in de vierde, vijfde en zesde kolom '41.1.d', 'II' en 'NVT';

5. In de zevende rij vervalt in de vierde, vijfde en zesde kolom '41.1.e', 'II**' en 'II';

6. In de achtste rij worden in de vijfde en zesde kolom 'I of II*' en 'I' vervangen door 'I of II3' en 'I of II3';

7. In de tiende rij wordt in de vierde kolom '43.1a-b' vervangen door '43.1a-c';

8. In de twaalfde rij wordt in de vierde kolom '43.3.a-g' vervangen door '43.3.a-i';

9. In de dertiende rij wordt in de vierde en vijfde kolom '43.4.a-c' en 'I of II*' vervangen door '43.4.a-b' en 'I of II4';

10. In de zeventiende rij wordt in de vierde kolom '44.1.d' vervangen door '44.1.e';

11. Onder de tabel wordt de zinsnede

'* categorie I indien de afwijking wordt geconstateerd bij de DTA, categorie II indien de afwijking wordt geconstateerd bij de DAV

** categorie II indien de afwijking ook wordt geconstateerd bij de DTA' vervangen door:

'1 Betreft de persoon waar de afwijking geconstateerd wordt: Categorie I indien geen adembescherming wordt gedragen, categorie II indien de persoon geen goede maat of onjuist model draagt of hier niet over beschikt.

2 Betreft de persoon waar de afwijking geconstateerd wordt.

3 Betreft de persoon waar de afwijking geconstateerd wordt: Categorie I indien de persoon geheel niet decontamineert, categorie II indien de persoon niet adequaat conform de Sci’s decontamineert.

4 Betreft de persoon waar de afwijking geconstateerd wordt: Categorie I indien de persoon geen bronmaatregelen neemt bij niet hechtgebonden toepassingen, categorie II indien de persoon geen bronmaatregelen neemt bij hechtgebonden toepassingen of onvoldoende bronmaatregelen neemt bij niet-hechtgebonden toepassingen.'

I

Bijlage XIIIe, behorend bij artikel 4.28, vervalt.

ARTIKEL II

De regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 29 november 2018

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

TOELICHTING

Deze wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling (hierna: Arboregeling) regelt dat asbestinventarisatiebedrijven respectievelijk asbestverwijderingsbedrijven voor het verkrijgen van een wettelijk verplicht certificaat niet meer moeten voldoen aan eisen uit bijlage XIIIa bij de Arboregeling (Werkveldspecifiek certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering), maar aan de eisen in het door de Stichting Ascert op 15 november 2018 vastgestelde Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering dat is gepubliceerd in de Staatscourant van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, 68771). De Stichting Ascert is op het werkveld van de asbestinventarisatie en -verwijdering de schemabeheerder, zoals bedoeld in artikel 1.5b, tweede lid, onder m, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit).

Daarnaast regelt deze wijziging van de Arboregeling dat aan te wijzen certificerende instellingen niet meer moeten voldoen aan de eisen uit bijlage XIIIe bij de Arboregeling (Werkveldspecifiek document voor Aanwijzing van en Toezicht op certificerende instellingen die Procescertificaten Asbestinventarisatie en Procescertificaten Asbestverwijdering), maar aan de eisen, in het hierboven bedoelde door de Stichting Ascert op 15 november 2018 vastgestelde certificatieschema dat is gepubliceerd in de Staatscourant van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, 68771).

De bijlagen XIIIa en XIIIe bij de Arboregeling worden ingetrokken.

Per 1 januari 2018 zijn nieuwe artikelen van kracht van paragraaf 1 van Afdeling 1A Certificatie van hoofdstuk 1 van het Arbobesluit met betrekking tot de aanwijzing van certificerende instellingen op hun verzoek (Stb. 2017, 487). In de nota van toelichting bij deze nieuwe artikelen is aangegeven dat zij mede bedoeld zijn om de verantwoordelijkheden van enerzijds de minister en anderzijds de schemabeheerders helder te scheiden. De minister is primair verantwoordelijk voor de generieke aanwijzingseisen aan certificerende instellingen (paragraaf 1 van Afdeling 1A van hoofdstuk 1 van het Arbobesluit) en de schemabeheerders zijn primair verantwoordelijk voor de inhoud van hun certificatieschema’s, waaronder de daarin opgenomen of op te nemen werkveldspecifieke (aanwijzings-)eisen aan certificerende instellingen.

In lijn met het bovenstaande is een nieuw certificatieschema opgesteld door de Stichting Ascert, de schemabeheerder op het gebied van asbestcertificatie. Dit certificatieschema bevat enerzijds de certificatie-eisen aan asbestinventarisatiebedrijven respectievelijk asbestverwijderingsbedrijven en anderzijds werkveldspecifieke eisen aan de certificerende instellingen die certificaten verstrekken aan asbestinventarisatiebedrijven respectievelijk asbestverwijderingsbedrijven. Daarmee vormt dit certificatieschema de integratie van de voormalige bijlagen XIIIa en XIIIe van de Arboregeling.

Bij de opstelling van het certificatieschema is door de Stichting Ascert rekening gehouden met opmerkingen ter zake van de Raad voor Accreditatie (RvA). Voor certificerende instellingen die een accreditatie zullen aanvragen bij de RvA voor het certificeren aan de hand van dit certificatieschema is het immers van belang dat het certificatieschema voldoet aan eisen uit hoofde van accreditatie. De RvA heeft kenbaar gemaakt dat dit certificatieschema aan die eisen voldoet.

Deze wijzigingen van de Arboregeling zijn tevens ter afstemming voorgelegd aan de Inspectie SZW.

Voor een nadere toelichting op de inhoudelijke wijzigingen in het certificatieschema wordt verwezen naar de toelichting daarop die is gevoegd bij het certificatieschema.

Om de verantwoordelijkheid van schemabeheerder voor het nieuwe certificatieschema te onderstrepen is ervoor gekozen om het certificatieschema niet langer integraal op te nemen als bijlage bij de Arboregeling. Er wordt in de Arboregeling alleen geregeld dat de asbestinventarisatiebedrijven en asbestverwijderingsbedrijven dienen te beschikken over een certificaat dat dient te worden afgegeven op basis van de eisen uit het nieuwe certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering dat is vastgesteld door de Stichting Ascert en dat een certificerende instelling die deze certificaten afgeeft moet voldoen aan de eisen in paragraaf 5 en volgende van dat certificatieschema. Het gaat om een statische verwijzing naar het certificatieschema (verwijzing naar een specifieke versie van het certificatieschema). Omdat duidelijk moet zijn wat de geldende tekst is van het certificatieschema en deze versie van het certificatieschema moet kunnen worden geraadpleegd wanneer nieuwe versies van kracht zijn geworden, wordt het in de Staatscourant gepubliceerd. De publicatie van het certificatieschema geschiedt door middel van een bekendmaking in de Staatscourant op dezelfde dag als de onderhavige regelingswijziging.

Het certificatieschema voorziet zelf in een overgangsregeling voor de asbestinventarisatiebedrijven en asbestverwijderingsbedrijven die ten tijde van de inwerkingtreding van het nieuwe certificatieschema werkzaam zijn op basis van een geldig certificaat.

Tevens is in verband met de vaststelling van het certificatieschema bijlage 1 van bijlage XIIIc bij de Arboregeling aangepast. Dit is nader toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.

Naast de wijzigingen van de Arboregeling die verband houden met het nieuwe certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering worden nog enkele artikelen van de Arboregeling technisch aangepast in verband met de wijziging of vernummering van enkele artikelen van het Arbobesluit per 1 januari 2018. Deze bepalingen zien niet alleen op asbestprocescertificaten. Dit is nader toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.

Al met al leiden de wijzigingen in de Arboregeling niet tot een toename van de (administratieve) lasten voor bedrijven.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A, B en E (artikelen 1.1a, 1.9aa, 1.9a, 1.9b, 1.9c, 1.9d en 4.29)

Met de wijziging van het Arbobesluit die per 1 januari 2018 heeft plaatsgevonden zijn enkele artikelen toegevoegd in paragraaf 1 van afdeling 1A van hoofdstuk 1 van het Arbobesluit. Daardoor zijn enkele artikelen gewijzigd of vernummerd. Deze wijzingen worden alsnog verwerkt in bepalingen van de Arboregeling die naar deze bepalingen van het Arbobesluit verwijzen.

Tevens is de formulering van artikel 1.1a, onderdeel f, aangepast zodat deze aansluit bij de tekst van artikel 1.5c van het Arbobesluit. In het eerste lid van artikel 1.5c staat de verplichting om de minister te informeren over uitbesteding aan een onderaannemer of uitvoering door een dochteronderneming. Het is daarom ook nuttig dat deze informatie in het jaarverslag wordt vermeld.

Artikel I, onderdeel C en D (artikelen 4.27 en 4.28)

De wijzigingen van de artikelen 4.27 en 4.28 regelen dat asbestinventarisatiebedrijven respectievelijk asbestverwijderingsbedrijven voor het verkrijgen van een wettelijk verplicht certificaat moeten voldoen aan eisen uit het op 15 november 2018 door de Stichting Ascert vastgestelde Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering en dat aan te wijzen certificerende instellingen moeten voldoen aan de werkveldspecifieke eisen uit dat certificatieschema. Dit is al toegelicht in het algemeen deel van de toelichting.

Artikel I, onderdeel F (artikel 9.2c)

Artikel 9.2c betreft een tijdelijke regeling die betrekking heeft op de aanwijzing van certificerende instellingen op het terrein van arbodiensten. Daarin wordt enkele malen naar artikel 1.5a van het Arbobesluit wordt verwezen. Dit behoort de tekst van het artikel te zijn zoals dat luidde tot 31 december 2017.

Artikel I, onderdeel G en I (bijlage XIIIa en XIIIe)

Het vervallen van bijlage XIIIa (Werkveldspecifiek certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering) en bijlage XIIIe (Werkveldspecifiek document voor Aanwijzing van en Toezicht op certificerende instellingen die Procescertificaten Asbestinventarisatie en Procescertificaten Asbestverwijdering afgeven) is al toegelicht in het algemeen deel van deze toelichting.

Artikel I, onderdeel H (bijlage 1 bij bijlage XIIIc)

De vervanging van bijlage XIIIa door het (apart gepubliceerde) certificatieschema maakt ook een aanpassing van bijlage 1 bij bijlage XIIIc (het Certificatieschema voor de Persoonscertificaten Deskundig Asbest Verwijderaar niveau 1 en niveau 2 (DAV-1 en DAV-2) en Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA)) noodzakelijk omdat in die bijlage wordt verwezen naar (artikelen van) bijlage XIIIa en in die artikelen enkele wijzigingen worden doorgevoerd (zie bijvoorbeeld de artikelen 43, derde lid, 44, eerste lid,) of is om andere redenen een wijziging doorgevoerd (zie de artikelen 34, eerste lid, 43, vierde lid). Voor meer informatie over de achtergronden van de betreffende artikelwijzigingen wordt verwezen naar de toelichting bij het schema.

Met onderdeel 2 is in de vierde kolom aan artikel 34, eerste lid, onderdeel b, toegevoegd omdat dit bij nader inzien toch wenselijk is. De asterisk in de vijfde kolom is vervangen door een verwijzing naar voetnoot 1. Dat leidt ertoe dat de categorie niet meer bepaald wordt door de functie, DAV of DTA, maar afhangt van de verplichting die niet wordt nageleefd, namelijk het niet dragen van adembescherming (categorie I) dan wel het niet dragen van de juiste maat of het juiste model of het niet beschikken over adembescherming (categorie II). Ook de vermelding in de zesde kolom is daarom aangepast. Op basis van de huidige regeling werd de DTA verantwoordelijk gehouden voor het niet naleven van eisen op het gebied van persoonlijke beschermingsmiddelen door de DAV. De DTA had daarvoor echter geen directe verantwoordelijkheid en daar niet altijd invloed op.

Met onderdeel 3 wordt geregeld dat ook voor een DAV sprake kan zijn een categorie II afwijking. Daarvoor was dit alleen voor de DTA geregeld, terwijl de verplichting van artikel 34, eerste lid, onderdeel f, ook al voor de DAV gold.

Met onderdeel 4 is de vermelding van artikel 41, eerste lid, onderdeel d, en de daarbij genoemde categorie geschrapt omdat de verantwoordelijkheid bij het bedrijf moet liggen en niet bij de DTA.

Met onderdeel 5 is de vermelding van artikel 41, eerste lid, onderdeel e, geschrapt omdat de verantwoordelijkheid bij het bedrijf moet liggen.

Met onderdeel 6 is ten aanzien van artikel 41, eerste lid, onderdeel g, met het opnemen van een verwijzing naar voetnoot 3 nu bij de categorie-indeling een verschil gemaakt tussen het helemaal niet decontamineren en het niet adequaat decontamineren.

Met onderdeel 7 is de vermelding artikel 43, eerste lid, onderdeel c, toegevoegd omdat deze abusievelijk niet was opgenomen.

Onderdeel 8 is opgenomen in verband met de wijziging van artikel 43, derde lid, waaraan een nieuw onderdeel f en een nieuw onderdeel i zijn toegevoegd in het certificatieschema.

Onderdeel 9 is opgenomen omdat per abuis verwezen werd naar het (niet bestaande) onderdeel c van artikel 43, vierde lid, en omdat de vermelding van een asterisk vervangen moet worden door een cijfer om onderscheid te kunnen maken.

Onderdeel 10 is opgenomen omdat artikel 44, eerste lid, onderdeel a is gesplitst in twee onderdelen waardoor de onderdelen b tot en met e zijn verletterd tot c tot en met f.

Met onderdeel 11 wordt de toevoeging van één of twee asterisken in de vijfde en zesde kolom vervangen door toevoeging van de cijfers 1 tot en met 4 waardoor het mogelijk is de toepasselijke categorie nader te specificeren.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark