Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2018, 67475Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 3 december 2018, nr. IENW/BSK-2018/253210, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij in verband met de actualisering van bijlage 1

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel A 1, diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rijen met Rav-codes A 1.5 tot en met A 1.16 komen te luiden:

A 1.5

loopstal met sleufvloer en mestschuif

BWL 2010.24.V6

 

11,8

A 1.6

ligboxenstal met dichte hellende vloer, met profilering, met snelle gierafvoer met mestschuif

BWL 2009.11.V5

 

11

A 1.7

ligboxenstal met dichte hellende vloer, met rubbertoplaag, met snelle gierafvoer met mestschuif

BWL 2009.22.V5

 

11

A 1.8

ligboxenstal met sleufvloer met noppen en mestschuif

BWL 2010.14.V5

 

11,8

A 1.9

ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtflappen in de roosterspleten, met mestschuif

BWL 2010.30.V5

28

6

A 1.10

ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag, met mestschuif

BWL 2010.31.V5

 

7

A 1.11

ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten en met een mestschuif

BWL 2010.32.V4

28

11,8

A 1.12

ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten en mestschuif

BWL 2010.33.V5

28

12,2

A 1.13

ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif

BWL 2010.34.V7

 

7

A 1.14

ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif

BWL 2010.35.V6

 

7

A 1.15

ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen en met mestschuif

BWL 2010.36.V5

28

10,3

A 1.16

ligboxenstal met V-vormige vloer van gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif

BWL 2012.01.V3

28

11,7

2. De rijen met Rav-codes A 1.18 tot en met A 1.32 komen te luiden:

A 1.18

ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif

BWL 2012.04.V4

 

8

A 1.19

ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd, voorzien van afdichtkleppen in de roosterspleten en met mestschuif

BWL 2012.05.V4

 

11

A 1.20

ligboxenstal met vloer voorzien van perforaties en hellende profilering en mestschuif

BWL 2012.08.V2

19

10,1

A 1.21

ligboxenstal met vlakke vloerplaten met tegelprofiel, hellende sleuven en regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen of -kleppen en mestschuif

BWL 2013.01.V3

 

7

A 1.22

ligboxenstal met sleufvloer en mestschuif en in de doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten

BWL 2013.03.V2

 

11

A 1.23

ligboxenstal met geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langssleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven, aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen, met mestschuif

BWL 2013.04.V4

 

6

A 1.24

ligboxenstal met vloer met sterk hellende langssleuven, de vloerplaten aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif

BWL 2013.05.V3

19

9,1

A 1.25

ligboxenstal met vlakke vloer, voorzien van geprofileerde rubber matten met een hellend profiel naar regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif

BWL 2013.06.V2

19

10,3

A 1.26

ligboxenstal met hellende V-vormige vloer, voorzien van geprofileerde rubber matten, met centrale giergoot en mestschuif

BWL 2013.07.V3

 

8

A 1.27

ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd, voorzien van afdichtkleppen in de roosterspleten, met mestschuif en vernevelsysteem

BWL 2014.02.V3

 

8

A 1.28

ligboxenstal met roostervloer, voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes met kleppen in de roosterspleten en met mestschuif

BWL 2015.05.V1

 

6

A 1.29

ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan de zijkant en met mestschuif

BWL 2015.06.V1

28

9,9

A 1.30

ligboxenstal voorzien van bolle rubberen matten (ca. 7% afschot) op betonnen roosters

BWL 2017.06.V1

19

9,4

A 1.31

ligboxenstal met sleufvloer met dichte hellende vloer met geprofileerde rubber tegels, met mestschuif

BWL 2018.02.V1

19

8,1

A 1.32

ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering

BWL 2018.03.V1

19

9,1

3. Na de rij met Rav-code A 1.32 worden twee rijen ingevoegd, luidende:

A 1.33

ligboxenstal met vlakke vloer, voorzien van rubberen sleufvloer met 3% hellende langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm) met groeven en nopjes tussen de langssleuven, met mestschuif

BWL 2018.06

19

7,1

A 1.34

ligboxenstal met dichte gegroefde vloer met rubber matten met een hellend profiel, aangebrachte composietnokken met een mestschuif met vingers

BWL 2018.07

19

9,0

B

Onderdeel E 5, diercategorie vleeskuikens, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code E 5.9.1.1.6 komt te luiden:

E 5.9.1.1.6

uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen in stal en vervolghuisvesting in E 5.15 (vleeskuikenstal met buizenverwarming)

BWL 2017.09

11; 12

0,012

2. De rij met Rav-code E 5.9.1.2.6 komt te luiden:

E 5.9.1.2.6

uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen in stal en vervolghuisvesting in E 5.15 (vleeskuikenstal met buizenverwarming)

BWL 2017.11

11; 13

0,013

3. De rij met Rav-code E 5.15 komt te luiden:

E 5.15

Stal met buizenverwarming

BWL 2017.01.V2

11

0,012

C

De rijen met Rav-codes E 7.6 en E 7.7 komen te luiden:

E 7.6

warmtewisselaar; 31% emissiereductie fijn stof

BWL 2011.02.V4

22

0

E 7.7

warmtewisselaar; 13% emissiereductie fijn stof

BWL 2012.03.V4

22

0

D

De rijen met Rav-codes F 6.5 en F 6.6 komen te luiden:

F 6.5

warmtewisselaar; 31% emissiereductie fijn stof

BWL 2011.02.V4

22

0

F 6.6

warmtewisselaar; 13% emissiereductie fijn stof

BWL 2012.03.V4

22

0

E

De rijen met Rav-codes G 4.4 en G 4.5 komen te luiden:

G 4.4

warmtewisselaar; 31% emissiereductie fijn stof

BWL 2011.02.V4

22

0

G 4.5

warmtewisselaar; 13% emissiereductie fijn stof

BWL 2012.03.V4

22

0

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

I. Algemeen

1. De wijziging

Deze regeling wijzigt bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij (hierna: Rav). De Rav is een ministeriële regeling die regels bevat voor de uitvoering van de Wet ammoniak en veehouderij (hierna: Wav).

In bijlage 1 bij de Rav zijn emissiefactoren opgenomen voor de berekening van de ammoniakemissie vanuit veehouderijen. De emissiefactoren zijn gekoppeld aan huisvestingssystemen per diercategorie. De emissiefactoren worden gebruikt voor de beoordeling of huisvestingssystemen in dierenverblijven voldoen aan de maximale emissiewaarden voor ammoniak in het Besluit emissiearme huisvesting. Deze beoordeling vindt op grond van de Wav plaats in het kader van de behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: omgevingsvergunning milieu) voor de oprichting of verandering van een veehouderij of in het kader van de naleving van de algemene regels op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor het houden van dieren. De emissiefactoren uit de Rav worden daarnaast gebruikt bij het berekenen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op grond van de Wet natuurbescherming.

Bijlage 1 bij de Rav wordt op een aantal punten gewijzigd naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen. Voor melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar zijn twee nieuwe huisvestingssystemen beschikbaar gekomen en is voor één systeem een definitieve emissiefactor vastgesteld. De definitieve emissiefactor is bepaald op basis van de opgeleverde meetrapporten van de proefstallen. Daarnaast is van één huisvestingssysteem voor melk- en kalfkoeien de voorlopige emissiefactor (eindnoot 19) ingetrokken en vervangen door eindnoot 28. Dit betekent dat dit huisvestingssysteem niet meer kan worden toegepast bij nieuwbouw. Tevens is besloten dat bij de huisvestingssystemen voor melk- en kalfkoeien het vloeroppervlak van de wachtruimte niet meer meegenomen hoeft te worden bij het bepalen van het met mest besmeurd oppervlak per dierplaats, als wordt voldaan aan een aantal aanvullende eisen. Deze eisen zijn opgenomen in de systeembeschrijvingen. Verder is bij een huisvestingssysteem voor vleeskuikens eindnoot 11 toegevoegd. Dit betekent dat dit systeem toe te passen is in combinatie met een overdekte uitloop. Tot slot, is de systeembeschrijving aangepast van twee additionele technieken voor de emissiereductie van fijnstof bij pluimvee. Een nadere uitleg bij deze wijzigingen staat in de artikelsgewijze toelichting.

2. Gevolgen

Administratieve lasten

Deze regeling bevat geen meldings-, registratie- of andere informatieverplichtingen en leidt niet tot een verhoging van administratieve lasten bij bedrijven.

Effecten voor het bedrijfsleven

De wijzigingen in bijlage 1 bij de Rav leiden niet tot extra nalevingskosten voor het bedrijfsleven. Doordat met deze wijziging twee nieuwe huisvestingssystemen in de Rav zijn opgenomen, krijgen veehouders meer mogelijkheden om te kiezen tussen huisvestingssystemen en daarmee te voldoen aan de maximale emissiewaarden voor ammoniak, waarbij de kosten van de verschillende mogelijkheden variëren.

Daarnaast krijgen melkrundveehouderijen met deze wijziging de aanvullende mogelijkheid om bij het bepalen van het emitterend vloeroppervlak per dierplaats de wachtruimte voor het dagelijks melken van de koeien niet meer mee te tellen. In dat geval moet worden voldaan aan een aantal aanvullende voorwaarden om de bijdrage van de wachtruimte aan de stalemissie te beperken. Door deze wijziging wordt het voor de veehouder eenvoudiger te voldoen aan de gestelde eis in de systeembeschrijving van maximaal 5,5 m2emitterend vloeroppervlak per dierplaats. Bijvoorbeeld, bij bedrijven met een externe melkstal met wachtruimte waar koeien vanuit meerdere stallen worden gemolken en waarvan de wachtruimte buiten de melktijden niet beschikbaar is voor de dieren. Deze wachtruimte hoeft de veehouder niet mee te tellen bij het bepalen van het emitterend vloeroppervlak als de wachtruimte is uitgevoerd met een dichte vloer en de vloer na gebruik direct wordt gereinigd. Het emitterend vloeroppervlak per dierplaats van maximaal 5,5 m2omvat dan uitsluitend de loopgangen, de doorsteken en de doorlopen in de stal.

In de systeembeschrijving blijft tevens de mogelijkheid voor de veehouder staan om het vloeroppervlak van de wachtruimte wel mee te nemen bij het bepalen van het emitterend vloeroppervlak per dierplaats. De aanvullende voorwaarden zijn dan niet van toepassing.

Lasten voor de overheid

Er is mogelijk sprake van een beperkte stijging van de bestuurlijke lasten voor gemeenten en provincies die optreden als bevoegd gezag. Vanwege het vaststellen van een definitieve emissiefactor bij huisvestingssysteem voor melkrundvee zal bij lopende procedures voor de aanvraag van een omgevingsvergunning milieu de ammoniakemissie opnieuw berekend moeten worden.

Effecten voor het milieu

Door het opnemen van nieuwe systemen en het verduidelijken van de eisen in de beschrijvingen van bestaande systemen zijn de gevolgen van de wijzigingen voor het milieu neutraal of positief. Voor wat betreft de mogelijkheid voor melkrundveehouderijen om bij het bepalen van het emitterend vloeroppervlak per dierplaats het vloeroppervlak van de wachtruimte niet meer mee nemen zijn de belastende gevolgen voor het milieu beperkt, omdat de veehouder moet voldoen aan aanvullende voorwaarden. Deze emissiebeperkende voorwaarden zijn opgenomen in de systeembeschrijving. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, beperkt de bijdrage van de wachtruimte zich tot enkele procenten van de vloeremissie. Betrokken op de gehele stalemissie is de bijdrage van de wachtruimte dan gering en acceptabel met het oog op de voordelen voor de bedrijfsvoering van de veehouder.

3. Consultatie

De meetrapporten, beschrijvingen van huisvestingssystemen en andere gegevens die de basis vormen voor de wijzigingen in bijlage 1 bij de Rav zijn in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat door deskundigen van de Technische adviespool (TAP) van RVO op volledigheid en juistheid beoordeeld. Zij hebben aan het ministerie advies uitgebracht over de te hanteren emissiefactoren en uitvoeringseisen voor de verschillende huisvestingssystemen en additionele technieken in de Rav. Daarnaast zijn de betrokken fabrikanten van vloeren voor melkrundveestallen geraadpleegd over het aanpassen van de beschrijvingen van deze huisvestingssystemen. Dit heeft niet tot ingrijpende wijzigingen geleid.

De voorgestelde wijziging van deze regeling is op 1 november 2018 voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Op 14 november 2018 heeft het ATR aangegeven geen formeel advies uit te brengen.

4. Inwerkingtreding

Er is afgezien van een minimuminvoeringstermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding van de regeling, op grond van de afwijkingsmogelijkheid die is vermeld in aanwijzing 4.17, vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

II. Artikelsgewijs

Artikel I

In onderdeel A tot en met E wordt Bijlage 1 op verschillende punten geactualiseerd en aangevuld. Hieronder wordt per punt aangegeven wat deze wijzigingen inhouden.

Artikel I, onderdeel A

Met de wijziging onder 1 en 2 zijn de beschrijvingen van de huisvestingssystemen met de Rav-codes A 1.5 tot en met A 1.16 en A 1.18 tot en met A 1.32 binnen de diercategorie A 1, melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, aangepast. In de beschrijvingen is opgenomen dat het vloeroppervlak van de wachtruimte onder bepaalde emissiebeperkende voorwaarden niet meer meegenomen hoeft te worden bij het bepalen van het met mest besmeurd vloeroppervlak per dierplaats. Een belangrijke voorwaarde is dat de gebruiksduur van de wachtruimte zich beperkt tot de melktijden. Daarnaast moet de wachtruimte worden uitgevoerd met een dichte vloer en moet de vloer na gebruik direct worden gereinigd. In de systeembeschrijving blijft tevens de mogelijkheid staan om het vloeroppervlak van de wachtruimte wel mee te nemen bij het bepalen van het met mest besmeurd vloeroppervlak. De aanvullende voorwaarden zijn dan niet van toepassing.

Om misverstanden in de handhaving te voorkomen, wordt deze wijziging ook verwerkt in de beschrijvingen van huisvestingssystemen, die niet meer bij nieuwbouw kunnen worden toegepast. Deze huisvestingssystemen hebben een eindnoot 28. De aangepaste systeembeschrijvingen kunnen worden gebruikt om af te zien van handhaving van bestaande stallen met een wachtruimte die uitsluitend wordt gebruikt tijdens melktijden en die niet aan de eis kunnen voldoen dat het met mest besmeurd oppervlak per dierplaats maximaal 5,5 m2 is.

Verder is voor BWL 2015.05 ‘ligboxenstal met roostervloer, voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes met kleppen in de roosterspleten en met mestschuif’ (Rav-code A 1.28) op basis van de ingediende meetrapporten van de proefstallen een definitieve emissiefactor vastgesteld.

Daarnaast is de voorlopige emissiefactor voor BWL 2015.06 (Rav-code A 1.29) komen te vervallen. Voor dit huisvestingssysteem zullen geen meetrapporten worden opgeleverd op basis waarvan een definitieve emissiefactor kan worden vastgesteld. Aan het systeem is nu een eindnoot 28 toegekend, zodat dit systeem niet meer bij nieuwbouw kan worden toegepast.

Met de wijziging onder 3 zijn twee nieuwe huisvestingssystemen binnen de diercategorie A 1, melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar opgenomen. Voor het huisvestingssysteem BWL 2018.06 ‘ligboxenstal met vlakke vloer, voorzien van rubberen sleufvloer met 3% hellende langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm) met groeven en nopjes tussen de langssleuven, met mestschuif’ (Rav-code A 1.33) is een voorlopige emissiefactor (eindnoot 19) opgenomen van 7,1 kg NH3/dierplaats per jaar. De ammoniakreductie wordt behaald door het frequent verwijderen van mest en urine van de vloer, het verlagen van de zuurgraad van de urine en het beperken van de uitwisseling van kelderlucht en stallucht.

Daarnaast is voor het huisvestingssysteem BWL 2018.07 ‘ligboxenstal met dichte gegroefde vloer met rubber matten met een hellend profiel, aangebrachte composietnokken met een mestschuif met vingers’ (Rav-code A 1.34) een voorlopige emissiefactor opgenomen in de Rav. De ammoniakemissie wordt bij dit systeem beperkt door de versnelde afvoer van urine vanaf de dichte vloer naar regelmatige groeven. Dit systeem is toepasbaar bij de renovatie van bestaande stallen. Door de voorlopige emissiefactor van 9,0 kg NH3/dierplaats per jaar is het niet toepasbaar in nieuwe situaties, omdat niet wordt voldaan aan de maximale emissiewaarde die geldt voor deze diercategorie (te weten diercategorie A 1: melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar).

Artikel I, onderdeel B

Met de wijziging in onderdeel B wordt eindnoot 11 van toepassing op het huisvestingssysteem BWL 2017.01 ‘stal met buizenverwarming’ in de rijen met Rav-codes E 5.9.1.1.6, E 5.9.1.2.6 en E 5.15. Bij de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij van 17 juli 2018 (Staatscourant 2018, Nr. 39679) is deze eindnoot ten onrechte komen te vervallen. Het huisvestingssysteem BWL 2017.01 ‘stal met buizenverwarming’ is toe te passen in combinatie met een overdekte uitloop. Als bij dit huisvestingssysteem een overdekte uitloop aanwezig is, geldt de emissiefactor voor het huisvestingssysteem inclusief de uitloop als de oppervlakte van de uitloop geen deel uitmaakt van het op grond van het Besluit houders van dieren vereiste leefoppervlak. Oftewel, het totaalaantal te houden dieren wordt bepaald op basis van de afmetingen van de stal zonder de overdekte uitloop. Wanneer de oppervlakte van de uitloop wel deel uitmaakt van het leefoppervlak, moeten stal en uitloop samen voldoen aan de eisen die staan beschreven in de stalbeschrijving van het huisvestingssysteem BWL 2017.01.

Artikel I, onderdeel C

De wijziging in onderdeel C betreft het aanpassen van de systeembeschrijvingen van de warmtewisselaars met BWL 2011.02 (Rav code E 7.6) en BWL 2012.03 (Rav-code E 7.7). Aan beide systeembeschrijvingen is een eis toegevoegd over het vervangen van de filters. Om een goed verwijderingsrendement van fijnstof te garanderen moeten de filters na 5 jaar ieder jaar getest worden op het verwijderingsrendement. Een andere optie is om de filters iedere 5 jaar te vervangen.

Artikel I, onderdeel D

Dit betreft dezelfde wijziging van twee warmtewisselaars als in onderdeel C, maar dan binnen hoofdcategorie F: Kalkoenen. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij onderdeel C.

Artikel I, onderdeel E

Dit betreft dezelfde wijziging van twee warmtewisselaars als in onderdeel C, maar dan binnen hoofdcategorie G: Eenden. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij onderdeel C.

Artikel II

De wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. Bij de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding is afgeweken van de minimuminvoeringstermijn van 2 maanden (Aanwijzing voor de regelgeving 4.17, vierde lid). De reden van deze afwijking is dat hiermee, gelet op de doelgroep, aanmerkelijke ongewenste private of publieke voor of nadelen worden voorkomen (Aanwijzing voor de regelgeving 4.17, vijfde lid, onderdeel a).

Zo spoedig mogelijke inwerkingtreding na de bekendmaking van deze regeling is nadrukkelijk de wens van de doelgroep zodat nieuwe inzichten en technische ontwikkelingen hun beslag krijgen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer