1. Inleiding
Op 22 oktober 2018 is van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. ('NAM') een aanvraag
ontvangen, gedateerd 19 oktober, tot wijziging van de opslagvergunning Grijpskerk.
Het gasveld Grijpskerk is gelegen in de winningsvergunningen Groningen en Tietjerksteradeel
III. Dit gasveld wordt binnen het gasgebouw sinds 1996 gebruikt voor de opslag van
gas. NAM en de Staat hebben in 1995 bij overeenkomst in het kader van de opslag onder
andere afspraken gemaakt over een afdracht van de met de opslag behaalde winst. In
2003 is de Mijnbouwwet in werking getreden.
NAM heeft daardoor van rechtswege een opslagvergunning verkregen (artikel 149, eerste
lid, van de Mijnbouwwet). Bij besluit van 31 maart 2003 (Stcrt. 2003, 67) zijn beperkingen en voorschriften opgenomen bij de opslagvergunning Grijpskerk.
Onder meer zijn voorschriften gesteld over de afdracht aan de Staat, die tot dan toe
bij overeenkomst geregeld was. Met het besluit van 31 maart 2003 is de overeenkomst
uit 1995 komen te vervallen (artikel 149, tweede lid, van de Mijnbouwwet).
Artikel 98, tweede lid, van de Mijnbouwwet bepaalt dat de houder van een opslagvergunning
jaarlijks een afdracht aan de Staat verschuldigd is voor zover dit in de aan de vergunning
verbonden voorschriften is bepaald. In dat zelfde lid wordt bepaald dat de afdracht
wordt afgestemd op de omvang van of de voordelen behaald met het opslaan en de daarmee
samenhangende activiteiten.
Op 25 juni 2018 is het Akkoord op Hoofdlijnen gesloten tussen de Staat, Shell en ExxonMobil
over de aanpassing van het gasgebouw. In het akkoord is opgenomen dat de inkomsten,
die NAM voor de gasopslag Grijpskerk ontvangt, neerwaarts worden aangepast. Hierdoor
nemen de voordelen af, die door NAM worden behaald met de opslag. In het akkoord is
daarom opgenomen dat vanaf 1 januari 2018 de afdracht in de zin van artikel 98, tweede
lid, van de Mijnbouwwet komt te vervallen voor Grijpskerk. Hiertoe dient de opslagvergunning
te worden gewijzigd, waarvoor NAM een verzoek heeft ingediend. Met dit besluit komt
afdracht die NAM verschuldigd is aan de Staat te vervallen. Door het vervallen van
de afdracht is NAM over de winst van de gasopslag Grijpskerk uitsluitend nog vennootschapsbelasting
verschuldigd.
2. Besluit
Gelet op de in de inleiding genoemde aanvraag van NAM en gelet op artikel 98, tweede
lid, van de Mijnbouwwet, neem ik het volgende besluit.
Besluit
Artikel 1
De artikelen 1.4 en 1.5 van het besluit inzake de opslagvergunning Grijpskerk van
31 maart 2003, kenmerk ME/EP/UM/3005738 (Stcrt. 2003, 67) vervallen.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die waarop dit besluit is bekendgemaakt
en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
’s-Gravenhage, 27 november 2018
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze:
A.F. Gaastra,
Directeur-Generaal Energie, Telecom en Mededinging
Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks is betrokken, binnen
zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift
indienen bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische
Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef
van dit besluit vermelde datum.