Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2018, 6054Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 januari 2018, nr. 2017-0000196149, tot wijziging van de Regeling Wet kinderopvang in verband met het stellen van enkele nadere regels omtrent het personenregister kinderopvang

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 1.48d, zesde lid, en 3.2 van de Wet kinderopvang en artikel 16 van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling Wet kinderopvang wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder a, komt te luiden:

  • a. Besluit registers: Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang;.

B

Het opschrift van paragraaf 3 komt te luiden:

Paragraaf 3. Regels inzake landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.

C

Na artikel 6 wordt in paragraaf 3 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a. Kosten voor inschrijving in het personenregister kinderopvang

  • 1. De door de beoogde ingeschrevene dan wel ingeschrevene te betalen kostenvergoeding voor inschrijving in het personenregister kinderopvang, bedoeld in artikel 16 van het Besluit registers, bedraagt:

    • a. indien de inschrijving door de beoogde ingeschrevene elektronisch in het personenregister kinderopvang wordt gedaan: € 12;

    • b. indien de beoogde ingeschrevene de Dienst Uitvoering Onderwijs schriftelijk verzoekt om inschrijving: € 25.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt bij de beoogde ingeschrevene dan wel ingeschrevene geen kostenvergoeding in rekening gebracht indien de inschrijving voor 1 juli 2018 wordt gedaan dan wel indien het verzoek tot inschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b, voor 1 juli 2018 door de Dienst Uitvoering Onderwijs is ontvangen.

D

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a, wordt ‘het tweede lid, onder a tot en met f’ vervangen door: het tweede lid, onder a tot en met e.

b. In onderdeel b wordt ‘bedoeld in het tweede lid, onder f en g, respectievelijk derde lid, eerste volzin, voor zover betrekking hebbend op onderdeel f, en tweede volzin, onder c, d, e, f of g’ vervangen door: bedoeld in het tweede lid, onder e en f, respectievelijk derde lid, eerste zin, voor zover betrekking hebbend op onderdeel e, en tweede zin, onder b, c, d, e of f.

2. Het tweede lid, onderdeel b, vervalt onder verlettering van de onderdelen c tot en met g tot onderdelen b tot en met f.

3. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste zin van de aanhef wordt ‘Het tweede lid, onder a, b, en d tot en met f’ vervangen door: Het tweede lid, onder a, en c tot en met e.

b. Onderdeel b vervalt onder verlettering van de onderdelen c tot en met h tot onderdelen b tot en met g.

4. In het vierde lid wordt ‘bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met f’ vervangen door: bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e.

E

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. een overzicht van alle personen die op grond van artikel 1.50, derde lid, van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij het kindercentrum werkzame beroepskrachten eveneens de behaalde diploma’s en getuigschriften,.

2. Het derde lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. een overzicht van alle personen die op grond van artikel 1.56b, derde lid, van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij dat gastouderbureau aangesloten gastouders eveneens adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer,.

F

Na artikel 17c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 17d. Overgangsbepaling met betrekking tot de verwerking van gegevens van personen uit continue screening fase 1 in het personenregister kinderopvang

  • 1. De minister verwerkt de gegevens van de personen die op 28 februari 2018 op basis van de artikelen 9a en 9b van het Besluit registers continu gescreend worden in het personenregister kinderopvang in de periode die loopt van 1 maart 2018 tot 1 juli 2018.

  • 2. Artikel 11 zoals dat luidde op 28 februari 2018 blijft ten aanzien van de in het eerste lid genoemde personen en gedurende de in het eerste lid genoemde periode van toepassing tot het tijdstip waarop deze personen, voor zover daartoe verplicht op grond van de artikelen 1.50, derde lid, 1.56, derde lid, en 1.56b, derde lid, van de wet, zijn ingeschreven in het personenregister kinderopvang en op grond van artikel 1.48d, derde lid, van de wet, zijn gekoppeld aan de houder van een kindercentrum of gastouderbureau.

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel I, onderdeel E, in werking met ingang van 1 maart 2018.

  • 2. Artikel I, onderdeel E, van deze regeling, treedt in werking met ingang van 1 juli 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 22 januari 2018

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

TOELICHTING

I. Algemeen

Met de Wet van 21 november 2015 tot wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in verband met de totstandkoming van het personenregister kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de mogelijkheid te komen tot meertalige buitenschoolse opvang (Stb. 2015, 452) (hierna: Wet personenregister) is een nieuw artikel 1.48d aan de Wet kinderopvang (hierna: Wko) toegevoegd. Artikel 1.48d van de Wko bevat de grondslag voor het personenregister kinderopvang (hierna: personenregister) dat tot doel heeft te waarborgen dat alle personen die op grond van de Wko over een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) moeten beschikken continu worden gescreend waardoor wordt bijgedragen aan het vergroten van de veiligheid van de kinderen in de kinderopvang. Onder continue screening wordt verstaan: de voortdurende uitwisseling van gegevens over ingeschrevenen in het personenregister door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Justitie en Veiligheid voor de controle op nieuwe gegevens in de justitiële documentatie van de ingeschrevene op basis waarvan wordt beoordeeld of de ingeschrevene nog steeds voldoet aan de eisen zoals deze gelden bij de afgifte van een VOG.

Aanleiding voor de invoering van continue screening van alle medewerkers in de kinderopvang is het rapport van de onafhankelijke Commissie Onderzoek Zedenzaak Amsterdam.

Op 1 maart 2013 is fase 1 van continue screening in de kinderopvang van start gegaan. Aangezien er geen bestand beschikbaar was van alle personen die werkzaam zijn in de kinderopvang vindt de continue screening in fase 1 plaats op basis van een koppeling van bestaande gegevensbestanden. Daarmee worden de vaste medewerkers in de kinderopvang continu gescreend, maar niet de stagiaires, uitzendkrachten, vrijwilligers en zelfstandigen. Met het personenregister zijn alle personen die op grond van de Wko over een VOG moeten beschikken, verplicht om zich in te schrijven. Met het personenregister worden dus ook de personen die nu nog buiten het systeem vallen, te weten de stagiaires, uitzendkrachten, vrijwilligers en zelfstandigen, onder de reikwijdte van continue screening gebracht. Het personenregister treedt in werking met ingang van 1 maart 2018.

In het Besluit van 25 januari 2018 tot wijziging van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang, het Besluit SUWI en het Besluit kwaliteit kinderopvang in verband met het stellen van regels voor het personenregister kinderopvang (Stb. 2018, 15) zijn ter uitwerking van artikel 1.48d van de Wko regels gesteld omtrent het personenregister, onder andere wat betreft het beheer van en de gegevens in het personenregister. Met deze ministeriële regeling worden nog enkele nadere regels gesteld:

  • Allereerst worden de kosten die een persoon dient te betalen voor de inschrijving in het personenregister bepaald;

  • Tevens wordt een periode vastgesteld waarin de inschrijving in het personenregister kosteloos is;

  • Voorts wordt geregeld dat de plicht voor houders van kindercentra en gastouderbureaus om een afschrift van een VOG te bewaren in de administratie vervalt zodra een persoon staat ingeschreven in het personenregister en is gekoppeld aan de houder. Het personenregister bevat namelijk de VOG-gegevens;

  • Daarnaast wordt geregeld dat de administratie van de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau naast de naam en geboortedatum ook het burgerservicenummer bevat van de bij de houder werkzame beroepskrachten, de bij een gastouderbureau aangesloten gastouders en de overige personen die op grond van de artikelen 1.50, derde lid en 1.56b, derde lid, van de wet, over een VOG moeten beschikken. Op deze manier kan de toezichthouder tijdens een inspectie ter plaatse controleren of iemand ingeschreven staat en gekoppeld is aan de houder;

  • Tot slot wordt de in artikel 3.2, eerste lid, van de Wko bedoelde overgangsperiode vastgesteld waarin de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de gegevens van de personen die op basis van continue screening fase 1 reeds continu gescreend worden in het personenregister verwerkt. Deze personen moeten nadat hun gegevens in het personenregister zijn verwerkt vervolgens zelf het kenmerk van hun VOG opvoeren en de houder moet hen koppelen. De reden voor de overgangsperiode is dat de groep personen uit continue sceening fase 1 vanwege de omvang niet in één keer kan worden opgenomen in het personenregister. Gedurende de overgangsperiode zullen de personen die in het kader van continue screening fase 1 reeds continu worden gescreend, zolang zij hun inschrijving in het personenregister nog niet hebben voltooid, nog op de huidige manier worden gescreend.

De verschillende wijzigingen worden in het hiernavolgende per artikel nader toegelicht.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onder A (artikel 1)

Met het Besluit van 25 januari 2018 tot wijziging van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang, het Besluit SUWI en het Besluit kwaliteit kinderopvang in verband met het stellen van regels voor het personenregister kinderopvang (Stb. 2018, 15) is de citeertitel van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang gewijzigd in ‘Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang’. Om deze reden wordt artikel 1, onder a, van de Regeling Wet kinderopvang gewijzigd.

Artikel I, onder B (paragraaf 3) en C (nieuw artikel 6a)

Een persoon schrijft zich in door in te loggen in het personenregister met zijn Digid. Betaling van de kosten vindt plaats via Ideal. De betaling vindt voorafgaand of na de inschrijving plaats. Naast een digitale inschrijving is het ook mogelijk om de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) schriftelijk te verzoeken om inschrijving. In artikel 16 van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang (hierna: Besluit registers) is opgenomen dat bij ministeriële regeling de hoogte van de vergoeding van de kosten voor de inschrijving die de (beoogde) ingeschrevene dient te betalen, wordt vastgesteld. Artikel 16 bepaalt tevens dat bij het vaststellen van de kostenvergoeding rekening wordt gehouden met de werkelijk gemaakte kosten. In het met artikel I, onderdeel C, van deze regeling in de Regeling Wet kinderopvang opgenomen artikel 6a wordt hier invulling aan gegeven.

Artikel 6a bepaalt dat indien de (beoogde) ingeschrevene de inschrijving rechtstreeks elektronisch in het personenregister doet de kosten voor de inschrijving € 12 bedragen. Indien deze inschrijving op verzoek schriftelijk door DUO wordt gedaan wordt vanwege de hogere administratieve lasten een hoger bedrag gehanteerd, namelijk € 25. Artikel 6a, tweede lid, bepaalt dat de inschrijving kosteloos is indien de inschrijving in het personenregister voor 1 juli 2018 wordt gedaan of, in het geval DUO schriftelijk verzocht wordt om inschrijving, dit verzoek voor 1 juli door DUO is ontvangen.

Aangezien paragraaf 3 wordt uitgebreid met artikel 6a dat betrekking heeft op de kosten voor inschrijving in het personenregister, wordt met artikel I, onderdeel B, geregeld dat het opschrift van de huidige paragraaf 3 ‘Regels inzake landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang’ wordt gewijzigd in ‘Regels inzake landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang’.

Artikel I, onder F (nieuw artikel 17d, eerste lid)

Artikel 3.2, eerste lid, van de Wko bepaalt dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de gegevens van de personen die op basis van de artikelen 9a en 9b van het Besluit registers onder de continue screening vallen vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 1.48d van de wet tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip in het personenregister verwerkt. Deze personen moeten nadat hun gegevens in het personenregister zijn verwerkt vervolgens zelf het kenmerk van hun VOG opvoeren in het personenregister. Zij kunnen daarbij gelet op artikel 3.2, eerste lid, van de Wko gebruik maken van hun bestaande VOG. De reden voor de overgangsperiode is dat de groep personen uit continue sceening fase 1 vanwege de omvang niet in één keer kan worden opgenomen in het personenregister. Artikel I, onder F, van deze regeling, voegt een nieuw artikel 17d toe aan de Regeling Wet kinderopvang. Met artikel 17d, eerste lid, wordt geregeld dat de overgangsperiode loopt van 1 maart 2018 tot 1 juli 2018. Gedurende de overgangsperiode zullen de personen die in het kader van continue screening fase 1 reeds continu worden gescreend, zolang zij hun inschrijving in het personenregister nog niet hebben voltooid, nog op de huidige manier (conform de artikelen 9a en 9b van het Besluit registers) worden gescreend. Laatstgenoemde wordt geregeld met het bij Besluit van 25 januari 2018 tot wijziging van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang, het Besluit SUWI en het Besluit kwaliteit kinderopvang in verband met het stellen van regels voor het personenregister kinderopvang (Stb. 2018, 15) ingevoerde artikel 18a van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.

Artikel I, onder D (artikel 11) en onder F (nieuw artikel 17d, tweede lid)

Het huidige artikel 11, tweede lid, onder b, van de Regeling Wet kinderopvang bepaalt dat de administratie van een kindercentrum de afschriften bevat van alle VOG’s van de bij het kindercentrum werkzame personen. Op grond van artikel 11, derde lid, aanhef en onder b, van de Regeling Wet kinderopvang bevat de administratie van een gastouderbureau alle VOG’s van de bij het gastouderbureau werkzame personen, de bij het gastouderbureau aangesloten gastouders en de andere personen, bedoeld in artikel 1.56b, derde lid, van de wet. Als gevolg van het personenregister is het niet langer nodig dat houders van kindercentra en gastouderbureaus een afschrift van de VOG bewaren in hun administratie. Op grond van artikel 12, onderdeel a, onder 2˚, van het Besluit registers zijn de VOG-gegevens opgenomen in het personenregister. Daarom wordt met artikel I, onderdeel D, van deze regeling artikel 11 zodanig gewijzigd dat de bewaarplicht van de VOG’s met ingang van 1 maart 2018 komt te vervallen. Met artikel I, onderdeel F, wordt in artikel 17d, tweede lid, van de Regeling Wet kinderopvang een overgangsbepaling opgenomen waarmee wordt geregeld dat de bewaarplicht van de VOG’s gedurende de overgangsperiode, bedoeld in artikel 17d, eerste lid, behouden blijft voor de personen uit continue screening fase 1 die nog niet in het personenregister zijn ingeschreven en gekoppeld zijn aan de houder.

Artikel I, onder E (artikel 11)

Het huidige artikel 11, tweede lid, onder a, van de Regeling Wet kinderopvang bepaalt dat de administratie van een kindercentrum onder andere de naam en de geboortedatum van de bij het kindercentrum werkzame beroepskrachten bevat. Op grond van artikel 11, derde lid, aanhef, van de Regeling Wet kinderopvang geldt dit eveneens voor de bij een gastouderbureau werkzame beroepskrachten. Artikel 11, derde lid, onder a, van de Regeling Wet kinderopvang bepaalt dat de administratie van een gastouderbureau ook gegevens van de bij het gastouderbureau aangesloten gastouders bevat. GGD GHOR Nederland heeft aangegeven dat het met het oog op het uit te voeren toezicht op de inschrijving in het personenregister wenselijk is dat naast de naam en geboortedatum ook het burgerservicenummer in de administratie van de houder is opgenomen van de beroepskrachten, gastouders en overige personen die op grond van de artikelen 1.50, derde lid, en 1.56b, derde lid, van de wet over een VOG moeten beschikken. De toezichthouder zal tijdens een inspectie namelijk ter plaatse willen controleren of iemand ingeschreven staat en gekoppeld is aan de houder. Hiervoor heeft de toezichthouder zowel de geboortedatum als het burgerservicenummer nodig. Gelet op het feit dat onderhavige wijzigingen in een laat stadium van de totstandkoming van deze regeling zijn opgenomen en het belang van voldoende voorbereidingstijd voor de implementatie, treedt dit onderdeel conform artikel II van deze regeling na afloop van de overgangsperiode, te weten op 1 juli 2018, in werking.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark