Instellingsbesluit Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid

13 september 2018

Nr. BS2018014803

De Minister van Defensie,

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de Minister:

de Minister van Defensie;

b. de commissie:

de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid.

§ 2. Taak en samenstelling van de commissie

Artikel 2

Er is een Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak jaarlijks op onafhankelijke wijze de voortgang en de doelbereiking van het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ voor de periode 2018–2020 te toetsen.

Artikel 4

  • 1. De commissie bestaat uit vier leden, de voorzitter daaronder begrepen.

  • 2. De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 5

  • 1. Tot lid van de commissie worden benoemd:

    • a. mevrouw G.A. Verbeet tevens voorzitter;

    • b. Generaal-majoor der mariniers (bd) P. Cammaert;

    • c. mevrouw ir. J.P.M. van Doorn-Spronken;

    • d. de heer prof. dr. I. Helsloot.

  • 2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

  • 3. Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door, of door tussenkomst van, het ministerie van Defensie. De secretaris van de commissie is voor de inhoudelijke uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van de commissie.

§ 3. Werkwijze van de commissie

Artikel 6

  • 1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. Gedurende de visitatieperiode hanteren de commissieleden verschillende visitatiemethoden, zoals overleg met medewerkers van Defensie, beoordeling van op schrift gestelde informatie en werkbezoek aan Defensieonderdelen.

  • 3. De commissie heeft in het kader van haar taak onbelemmerd toegang tot locaties in beheer bij het Ministerie van Defensie. De commissie is in het kader van haar taak bevoegd zakelijke inlichtingen en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden te vorderen.

  • 4. Medewerkers van het Ministerie van Defensie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.

Artikel 7

De informatie die de leden van de commissie en de secretaris ontvangen in het kader van hun werkzaamheden voor de commissie is vertrouwelijk. Zij hanteren daarom strikte geheimhouding.

Artikel 8

Na afloop van haar jaarlijkse werkzaamheden biedt de voorzitter van de commissie uiterlijk 15 juni van 2019, 2020 en 2021 haar visitatiebevindingen in rapportvorm aan de Minister aan.

Artikel 9

  • 1. De voorzitter en de andere leden alsmede personen als bedoeld in artikel 5 die de commissie bijstaan, ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.

  • 2. De vergoeding per vergadering van de leden, alsmede personen zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

  • 3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 120% van de in het tweede lid genoemde vergoeding.

Artikel 10

  • 1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen, en

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek.

  • 2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

§ 4 Overige bepalingen

Artikel 11

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Defensie.

Artikel 12

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 juli 2021.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid.

Artikel 14

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de leden van de commissie.

’s-Gravenhage, 13 september 2018

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

TOELICHTING

Algemeen

Defensie heeft eind maart 2018 het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk II, 2017–2018, 34 919 nr. 4). Dit plan van aanpak is gericht op het concreet invulling geven aan het structureel verbeteren van de sociale en fysieke veiligheid binnen Defensie. Het plan is opgesteld naar aanleiding van het recente rapport van de commissie-Van der Veer ‘Het moet en kan veiliger!’ over het veiligheidsmanagement bij Defensie. De commissie-Van der Veer was in opdracht van Defensie ingesteld naar aanleiding van de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) inzake het mortierongeval in Mali op 6 juli 2016 waarbij twee militairen omkwamen en een derde ernstig gewond raakte. De commissie-Van der Veer heeft aanbevelingen opgesteld om de veiligheid van de taakuitvoering en het lerend vermogen van Defensie te verbeteren. De commissie-Giebels doet momenteel in opdracht van Defensie onafhankelijk onderzoek naar het verbeteren van de sociale veiligheid en heeft haar eerste bevindingen in maart jl. gerapporteerd. In het meerjarig verbetertraject, het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’, zijn de aanbevelingen van beide commissies verwerkt.

Naar aanleiding van het algemeen overleg van 25 april 2018 in de Tweede Kamer is de motie Bruins-Slot cs aangenomen over het instellen van een onafhankelijke visitatiecommissie (Kamerstuk II, 2017–2018, 34 775 X, nr. 113) ten behoeve van de uitvoering van het plan van aanpak bij Defensie. Met de instelling van de visitatiecommissie – en aan de hand van jaarlijkse voortgangsrapportages – krijgt Defensie inzicht in de voortgang van de invoering van de noodzakelijke verbeteringen teneinde het vertrouwen van de samenleving en het parlement in het veilig functioneren van Defensie te herstellen. De visitatiecommissie krijgt als taak om jaarlijks onafhankelijk de voortgang en de doelbereiking van het plan van aanpak van Defensie te toetsen. De visitatiecommissie maakt daarbij gebruik van het planningsoverzicht met de maatregelen uit de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 5 juli 2018 (Kamerstuk 2017–2018, 34 919, nr. 24). Daarnaast bepaalt de commissie op basis van welke indicatoren zij jaarlijks de voortgang van het verbetertraject meet. Hierbij wordt rekening gehouden met een effectieve taakverdeling tussen de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) en de visitatiecommissie. Op het moment dat de visitatiecommissie begint, is ook de Inspectie Veiligheid Defensie actief. Eind 2017, vóór het verschijnen van het plan van aanpak, heeft de minister reeds besloten tot de instelling van deze onafhankelijk toezichthouder. Op enig moment zal er een afzonderlijke evaluatie plaatsvinden van de Inspectie Veiligheid Defensie.

De visitatiecommissie rapporteert aan de minister. De visitatiecommissie levert uiterlijk 15 juni 2019 haar eerste rapport met visitatiebevindingen over het jaar 2018 op. De minister stuurt de Tweede Kamer halfjaarlijks een overzicht van de stand van zaken van de voortgang van het verbetertraject.

Artikelsgewijs

Artikel 6 De commissie voert haar taak onafhankelijk uit en stelt haar eigen werkwijze vast. De daadwerkelijke visitatie beslaat jaarlijks een aantal dagdelen. Het benodigd aantal dagdelen kan per jaar variëren. Het aantal dagdelen, maar ook de vergaderfrequentie van de visitatiecommissie ter voorbereiding op de visitatie, is naar behoefte en mogelijkheden. De visitatiecommissie heeft een grote vrijheid bij de bepaling van de te visiteren onderwerpen en de te hanteren visitatiemethoden. De visitatiecommissie stelt zelf reële visitatiekaders vast, zowel in eindtermen als in tussentijds te behalen doelen.

Artikel 9 Onder vergaderingen worden ook andere activiteiten zoals werkbezoeken verstaan.

Artikel 12 De commissie is ingesteld voor een periode van bijna vier jaar. Deze termijn loopt parallel aan het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’. De eerste visitatie is in 2019, over het jaar 2018. De laatste visitatie vindt plaats in 2021, over het jaar 2020.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Naar boven