Overwegende:
dat de President Steijnstraat gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de President Steijnstraat in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de President Steijnstraat een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze weg;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat de Steijnstraat in de SOR is gecategoriseerd als erftoegangsweg en daardoor deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat als gevolg van Europese wet- en regelgeving Nederland dient te voldoen aan luchtkwaliteitsdoelstellingen, te weten het verminderen van de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide;
dat naar aanleiding van bovengenoemde regelgeving landelijk en lokaal maatregelen zijn genomen om te voldoen aan de luchtkwaliteitsdoelstellingen;
dat de gemeente Haarlem als een van de maatregelen het bevorderen van het gebruik van elektrische voertuigen heeft vastgelegd;
dat bovengenoemde wordt gedaan door het realiseren van openbare oplaadpunten in de gemeente Haarlem;
dat een toenemende vraag is ontstaan naar de realisatie van openbare oplaadpunten;
dat op basis van de ingekomen aanvragen en de locaties van de reeds bestaande openbare oplaadpunten de oplaadpunten zo optimaal mogelijk verdeeld worden over Haarlem;
dat de gemeente Haarlem een verzoek heeft ontvangen om een openbaar oplaadpunt te realiseren in de Transvaalbuurt;
dat een geschikte locatie is gevonden voor een laadvoorziening op de President Steijnstraat ter hoogte van perceelnummer 93, op de eerste twee parkeervakken in de straat ter hoogte van het speelplein;
dat een oplaadpunt zoals die in de gemeente Haarlem worden geplaatst twee aansluitingen voor elektrische voertuigen kent;
dat gezien de vraag naar elektrische oplaadpunten in de gemeente Haarlem het wenselijk is om openbare oplaadpunten optimaal te benutten en daarom een tweetal parkeerplaatsen te reserveren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen;
dat dit gerealiseerd kan worden door middel van het plaatsen van het verkeersbord E4 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met de tekst ‘opladen elektrische voertuigen’ en een onderbord dat aanduidt dat het verkeersbord van toepassing is op twee parkeerplaatsen;
dat naast het plaatsen van het hiervoor beschreven verkeersbord tevens parkeervakmarkering en een oplaadsymbool op de betreffende parkeervakken wordt aangebracht;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van verkeersborden E4 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer met de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen in het geding komt;
dat gelet op de voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde maatregelen.