Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 27 juni 2018, nr. 2296729, houdende vaststelling van de hoogte van de vergoeding voor buitengriffiers en waarnemend griffiers (Regeling vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers)

De Minister voor Rechtsbescherming,

Gelet op artikel 3, derde lid, van het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers;

Besluit:

Artikel 1

De vergoeding voor buitengriffiers en waarnemend griffiers bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de in het voorgaande kalenderjaar gerealiseerde contractloonmutatie op jaarbasis in de sector Rechterlijke Macht.

Artikel 2

De in artikel 1 genoemde vergoeding bedraagt in het jaar 2018 € 128,96.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 juni 2018

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

TOELICHTING

Bij wijziging van het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers in 20121 is in artikel 3, derde lid, van genoemd besluit een grondslag opgenomen om bij ministeriële regeling de hoogte van de zittingsvergoeding voor buitengriffiers en waarnemend griffiers te bepalen. Onderhavige regeling regelt de wijze van berekening van deze zittingsvergoeding (artikel 1) en de hoogte van de zittingsvergoeding in 2018 (artikel 2). Tot op heden werd de hoogte van de zittingsvergoeding jaarlijks vastgesteld in een (eindejaars)circulaire waarin de hoogte van vergoedingen en toelagen van rechterlijke ambtenaren zijn opgenomen. In de praktijk wordt derhalve al een geactualiseerde zittingsvergoeding voor 2018 gehanteerd. Met het oog hierop wordt aan deze regeling terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2018 verleend.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Naar boven