Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 19 juni 2018, nr. 2290868, tot wijziging van de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (verruiming fouilleerbevoegdheden)

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onder a, wordt ‘artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012’ vervangen door ‘artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012’.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘de bevoegdheden als genoemd in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012’ vervangen door ‘de bevoegdheden, genoemd in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012, onderscheidenlijk artikel 6, eerste en derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten’.

2. In het vierde lid wordt ‘artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012’ vervangen door ‘artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012’.

C

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘de Minister van Veiligheid en Justitie’ vervangen door ‘de Minister van Justitie en Veiligheid’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

’s-Gravenhage, 19 juni 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

TOELICHTING

Op 1 juli 2018 treden twee wijzigingen van artikel 7 van de Politiewet 2012 in werking.1 Die wijzigingen leiden tot een verruiming van de fouilleerbevoegdheden van de politie in de dagelijkse praktijk. Enkele van de nieuwe bevoegdheden kunnen ook worden toegekend aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, namelijk voor zover het gaat om de verruiming van de zogeheten veiligheidsfouillering (artikel 7, derde lid, Politiewet 2012), en om de nieuwe bevoegdheid tot vervoersfouillering en insluitingsfouillering (artikel 7, vierde lid, Politiewet 2012). Naar dat artikel 7 wordt verwezen in de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten. Deze wijzigingsregeling brengt die verwijzingen in overeenstemming met de nieuwe tekst van artikel 7. Voor de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten geldt niet het (gewijzigde) artikel 7 van de Politiewet 2012 maar het (ongewijzigde) artikel 6 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. Dat is tot uitdrukking gebracht in het eerste lid van artikel 2.

Voorts wordt deze wijziging benut om de naamswijziging van de Minister van Justitie en Veiligheid door te voeren.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Naar boven