Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2017, 9471Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 22 februari 2017, nr. IENM/BSK-2017/38343, tot wijziging van de Subsidieregeling verkeerslawaai

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 3, eerste lid, onder b, van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 14, 20, eerste lid, 23, vijfde lid, en 24, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling sanering verkeerslawaai wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘1 januari 2016 tot en met 31 december 2016’ vervangen door: 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Het subsidieplafond voor het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op € 17.833.000,00.

B

In artikel 21, eerste lid, wordt ‘vóór 15 maart van een kalenderjaar’ vervangen door: vóór 1 februari van een kalenderjaar.

C

In artikel 22, eerste lid, wordt ‘vóór 1 juni’ vervangen door: binnen dertien weken na afloop van de in artikel 21, eerste lid, bedoelde termijn.

D

In artikel 25 wordt het tweede zesde lid vernummerd tot zevende lid.

E

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het totale bedrag van de voorschotten bedraagt maximaal 95% van het verleende subsidiebedrag.

F

In artikel 33, tweede lid, wordt ‘artikel 13 van het Besluit milieusubsidies’ vervangen door: artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies IenM.

G

In artikel 36, eerste lid, wordt ‘bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder d, van het Besluit milieusubsidies’ vervangen door: bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies IenM.

H

In Bijlage A, onderdeel 6, wordt de tabel in deel A vervangen door de volgende tabel:

Vast bedrag

1.100,–

Bedrag per woning

30,–

I

In Bijlage B wordt in het formulier UK/S, onderdeel 3 ‘beheerder:’ gewijzigd in: weg- of spoorbeheerder:.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag dat deze in de Staatscourant wordt geplaatst en werkt met betrekking tot artikel I terug tot en met 1 januari 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze wijzigingsregeling heeft als doel enkele kleine onvolkomenheden te verbeteren en de laatste verwijzingen naar het per 1 juli 2015 vervallen Besluit milieusubsidies te vervangen. Als laatste wordt met de onderhavige regeling een nieuw subsidieplafond vastgesteld voor het kalenderjaar 2017.

2. Wijziging van de Subsidieregeling

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste wijzigingen toegelicht.

2.1 Nieuwe wijze van bepalen van het subsidiebedrag VBT voor gevelmaatregelen

Sinds de inwerkingtreding van de Regeling vernieuwen procedures sanering verkeerslawaai wordt het subsidiebedrag van VBT-subsidies (voorbereiding, begeleiding en toezicht) voor gevelmaatregelen bepaald met gebruikmaking van Bijlage A, onderdeel 6, bij de Subsidieregeling. Er wordt sindsdien een vast bedrag berekend voor een akoestisch onderzoek (deel A), een vast bedrag per woning, afhankelijk van de resultaten van het onderzoek (deel B) en een vast bedrag ten aanzien van de uitvoering van maatregelen en de afhandeling daarvan (deel C).

Het doel van deze werkwijze was om op een subsidiebedrag uit te komen dat goed past bij de werkelijk gemaakte kosten. Uit de ervaringen blijkt dat deze doelstelling is behaald voor kleine en middelgrote aanvragen. Voor grotere aanvragen (≥ 41 woningen) blijkt echter dat het subsidiebedrag dat nu is opgenomen in bijlage A, onderdeel 6, deel A, soms aan de krappe kant is. De reden hiervoor is dat het vaste bedrag voor een akoestisch onderzoek in de drie categorieën niet substantieel van elkaar verschilt terwijl daar in de derde categorie (≥ 41 woningen) meestal wel extra kosten aan verbonden zijn. Daarom wordt bijlage A, onderdeel 6, deel A, dusdanig aangepast dat het vaste bedrag deel A meer afhankelijk is van het aantal woningen dat in een project is opgenomen. Uit berekeningen is gebleken dat deze wijziging voor aanvragen tot 55 woningen minimale gevolgen heeft. Bij aanvragen met meer dan 55 woningen loopt het bedrag dat is bestemd voor akoestische onderzoeken (deel A) op ten opzichte van de oude regeling.

2.2 Wijzigingen in het kader van het Kaderbesluit subsidies I en M

Op 1 juli 2015 is het Kaderbesluit subsidies IenM (verder: Kaderbesluit) in werking getreden en is het Besluit milieusubsidies komen te vervallen. Bij de vorige wijziging is de Subsidieregeling gedeeltelijk in overeenstemming gebracht met het Kaderbesluit en in de onderhavige wijziging wordt nog een aantal onderdelen daarmee in overeenstemming gebracht.

In artikel 14 van het Kaderbesluit is bepaald dat een beslistermijn op een subsidieaanvraag binnen 13 weken ligt. De beslistermijn in de huidige Subsidieregeling bedraagt 11 weken (15 maart – 1 juli) en voldoet dus aan deze voorwaarde. Echter, deze termijn is in 2015 (Staatscourant 2015/2775) als tijdelijke maatregel in de Subsidieregeling gezet, om aanvragers meer tijd te geven een aanvraag voor te bereiden in verband met de verlate inwerkingtreding van de Regeling vernieuwen procedures sanering verkeerslawaai. Het is altijd de bedoeling geweest om de originele uiterste indieningsdatum (1 februari) ná 2015 weer in de Subsidieregeling te zetten, dit wordt met deze wijziging dan ook gedaan.

Gelet op de in artikel 22, eerste lid, van de Subsidieregeling genoemde uiterste beslisdatum van 1 juni, zou dit leiden tot een beslistermijn van 17 weken. Daarom is ervoor gekozen om in artikel 22, eerste lid een beslistermijn op te nemen van 13 weken.

In het Besluit milieusubsidies was in het vervallen artikel 12, zesde lid, onderdeel b, geregeld dat een subsidie tot maximaal 95% kon worden bevoorschot. Dit is ook het standaard percentage tot waarop uitvoeringssubsidies voor maatregelen ten behoeve van verkeerslawaai worden bevoorschot. In artikel 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit is bepaald dat juist in een subsidieregeling het percentage van het voorschot kan worden bepaald. Daarom wordt de maximale bevoorschotting nu vastgelegd in het nieuwe tweede lid van artikel 32 van de Subsidieregeling. Dit voorschot wordt niet in één keer uitgekeerd, maar op grond van het bestaande eerste lid van artikel 32 in maximaal vier delen.

In artikel 33, tweede lid, en artikel 36, eerste lid, van de Subsidieregeling worden de verwijzingen naar het Besluit milieusubsidies gewijzigd in overeenkomstige artikelen van het Kaderbesluit, respectievelijk artikel 24, vierde lid, en artikel 20, eerste lid.

2.3 Herstel van een onjuistheid en een verduidelijking

Na de vorige wijzing van de Subsidieregeling bevatte artikel 25 per abuis twee keer een zesde lid. In het formulier UK/S, onderdeel 3 wordt gevraagd naar de “beheerder”. Verduidelijkt wordt dat het hier gaat om de weg- of spoorbeheerder.

2.4 Nieuw subsidieplafond

Met deze wijziging wordt tevens een nieuw subsidieplafond vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.

3. Gevolgen van de wijziging van de Subsidieregeling

3.1 Financiële gevolgen, administratieve lasten en nalevingskosten voor burgers, bedrijven en andere overheden

De Subsidieregeling wordt vooral gebruikt door gemeenten en in een enkel geval door een provincie. De wijziging van de Subsidieregeling heeft geen gevolgen voor de bestuurlijke lasten van gemeenten en provincies. De wijziging van de Subsidieregeling heeft naar haar aard ook geen gevolgen voor de administratieve lasten voor burgers.

3.2 Financiële gevolgen voor de rijksoverheid

De onderhavige wijziging van de Subsidieregeling heeft geen financiële gevolgen voor de rijksoverheid. Er wordt jaarlijks een subsidieplafond vastgesteld voor de sanering van verkeerslawaai.

4. Inwerkingtreding en minimum invoeringstermijn

De nieuwe regelgeving treedt met terugwerkende kracht in werking. Hiervoor is gekozen om alle aanvragen in het lopende jaar gelijk te behandelen.

In dit geval stuit het niet in acht nemen van de minimale invoeringstermijn van twee maanden en van de vaste verandermomenten niet op bezwaren, omdat de direct betrokkenen, de gemeenten, al geruime tijd op de hoogte zijn van deze wijziging en een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding wensen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma