Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Zuid-HollandStaatscourant 2017, 74833Instelling gemeenschappelijke regelingen



Wijzigingsbesluit 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken

Logo Zuid-Holland

 

De deelnemers aan Groenalliantie Midden-Holland en omstreken,

gelet op

artikel 1, 9 en 52 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

artikel 34 van de Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken;

overwegende dat in verband met de uittreding van provinciale staten en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland alsmede de raad en het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, het noodzakelijk is de gemeenschappelijke regeling te wijzigen;

gelezen

het voorstel van het algemeen bestuur van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken van 6 juli 2017;

gezien de eensluidende besluiten van

de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op 25 oktober 2017 en burgemeester en wethouder van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op 19 september 2017;

de raad van de gemeente Gouda op 4 november 2015 en burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda op 1 september 2015;

de raad van de gemeente Waddinxveen op 20 september 2017 en burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen op 22 augustus 2017;

de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel op 14 september 2017 en burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel op 15 augustus 2017;

de raad van de gemeente Krimpenerwaard op 26 september 2017 en burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard op 8 augustus 2017;

Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland en Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland middels een schrijven van 9 november 2017 het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor kennisgeving hebben aangenomen;

constateren

dat met de vereiste unanimiteit is besloten de Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken als volgt te wijzigen:

Artikel I

De gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken wordt als volgt gewijzigd:

A.

In de aanhef wordt:

“Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, de raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard.”

vervangen door:

“De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard.”

B.

In de considerans na de kop “ Overwegende dat” worden de tweede, derde en vijfde overweging vervangen door respectievelijk:

“de deelnemende gemeenten afspraken hebben gemaakt omtrent het beheer en de afstemming van de ontwikkeling van groengebieden binnen het grondgebied van de deelnemende gemeenten;”

“de deelnemende gemeenten de intentie hebben uitgesproken deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling inhoudende de oprichting van een openbaar lichaam voor het als Midden-Holland en omstreken aangeduide grondgebied van de deelnemende gemeenten onder gelijktijdige opheffing van de bestaande natuur- en recreatieschappen Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen en omgeving;”

“de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zijn overeengekomen een gemeenschappelijke regeling te treffen voor het vormen van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken.”

C.

In de aanhef onder de kop “Gelet op” wordt:

“de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht”

vervangen door:

“de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht”

D.

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

de definitie “provincie: de provincie Zuid-Holland;” komt te vervallen.

E.

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid aanhef en onder b. komt te luiden:

    b. het vaststellen van een meerjaren investeringsprogramma groen ter zake van de ontwikkeling van groengebieden, waaronder begrepen de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten aan het programma;

  • 2.

    In het tweede lid aanhef en onder g. wordt “artikel 54 van de wet” vervangen door “artikel 30 van de wet”.

    3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3.

    Het in het tweede lid onder b. bedoelde investeringsprogramma behoeft de instemming van elk van de raden van de deelnemende gemeenten.

F.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    1. Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente, die door de raad van de gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders worden aangewezen.

  • 2.

    Het tweede lid komt te luiden:

    2. De raden van de deelnemende gemeenten wijzen voor ieder lid een plaatsvervanger aan die het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt.

  • 3.

    Het derde lid komt te luiden:

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de betreffende deelnemende gemeente te zijn.

  • 4.

    Het vierde lid komt te luiden:

    4. De raad van een deelnemende gemeente wijst in de eerste vergadering nadat het lidmaatschap van een lid of plaatsvervangend lid door ontslag, of van rechtswege, is beëindigd, een nieuw lid of plaatsvervangend lid aan.

G.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

In het zevende lid wordt “Provinciewet” vervangen door: “Gemeentewet”.

H.

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    1. Elk lid van het algemeen bestuur benoemd door een deelnemende gemeente heeft één stem.

  • 2.

    Het derde lid komt te luiden:

  • 3.

    Een lid van de deelnemende gemeente die in de vergadering van het algemeen bestuur aan de stemming deelneemt, kan over de stem beschikken van een lid van dezelfde deelnemende gemeente die niet aan de stemming deelneemt.

I.

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

In het tweede lid wordt “artikel 96 van de Provinciewet” vervangen door “artikel 99 van de Gemeentewet”.

J.

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15 Informatie en verantwoording

1 Het bestuur van de groenalliantie verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer van hun leden gevraagde inlichtingen.

  • 2.

    De raden van de deelnemende gemeenten stellen ieder regels vast omtrent:

    • a.

      de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken;

    • b.

      de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit.

K.

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

Het eerste lid komt te luiden:

1. Het dagelijks bestuur wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen en bestaat uit

één lid per deelnemende gemeente aan te wijzen uit de leden benoemd door de raad van een deelnemende gemeente.

L.

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

Het tweede lid komt te luiden:

2. Het dagelijks bestuur verschaft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd.

M.

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

Het tweede lid komt te luiden:

2. Het algemeen bestuur kan een tweetal commissies van advies instellen ter advisering omtrent aangelegenheden binnen de onderscheidenlijke werkgebieden van:

  • a.

    de gemeenten Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel;

  • b.

    de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen.

N.

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling. De artikelen 139 tot en met 144 van de Gemeentewet en artikel 11 van deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld

    in het eerst lid dan nadat de raden van elk van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

O.

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

Het tweede lid komt te luiden:

2. De secretaris geeft namens het algemeen bestuur en gehoord de in artikel 21, tweede lid onder a. of b. genoemde commissie van advies, voor zover deze commissies zijn ingesteld, opdracht ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden binnen het werkgebied van de commissie van advies.

P.

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

Het derde en vierde lid komen te luiden:

  • 3.

    Voordat een verordening, tevens inhoudende een algemeen verbindend voorschrift, wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Het besluit tot vaststelling van de verordening wordt niet genomen binnen zes weken na de datum van verzending van het ontwerp.

  • 4.

    De verordeningen, tevens inhoudende algemeen verbindende voorschriften, van de groenalliantie worden bekendgemaakt in het gemeenteblad van elk van de deelnemende gemeenten .

Q.

Artikel 27 komt te luiden:

Artikel 27 Onderlinge verhouding van verordeningen

  • 1.

    Voor zover een verordening van de groenalliantie voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemende gemeente, regelt eerstgenoemde verordening de onderlinge verhouding. De verordening van de groenalliantie kan bepalen, dat de verordening van de gemeente voor het hele werkgebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.

  • 2.

    Voor zover een verordening van een deelnemende gemeente in hetzelfde onderwerp voorziet als een eerder in werking getreden verordening van de groenalliantie, geldt eerstbedoelde verordening niet voor het binnen het werkgebied gelegen deel van de gemeente.

R.

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

Het tweede, derde en vierde lid komen te luiden:

  • 2.

    In de begroting wordt de bijdrage van elke deelnemende gemeente vastgelegd.

  • 3.

    Voor de vaststelling van de begroting is een drie vierde meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

S.

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

Het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde komen te luiden:

  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten .

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging wordt openbaar kennis gegeven.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving als in het tweede lid bedoeld.

  • 4.

    De raad van een deelnemende gemeente kan bij het dagelijks bestuur haar zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 5.

    Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

T.

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

Het tweede lid komt te luiden:

2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten , alsmede aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

U.

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

In het derde lid wordt “De artikelen 216 tot en met 219 van de Provinciewet” vervangen door “De artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet”.

V.

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32 Financiële bijdragen

De deelnemende gemeenten betalen uiterlijk 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november, een voorschot van 25 procent volgens de in de begroting voor het lopende kalenderjaar opgenomen voor hen geldende financiële bijdragen.

W.

Artikel 33 komt te luiden:

Artikel 33 Garantstelling

  • 1.

    De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de groenalliantie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen.

  • 2.

    Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo van een vastgestelde jaarrekening komt deze ten laste van de deelnemende gemeenten volgens de volgende verdeelsleutel:

    • a.

      In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling behorende gewaarmerkte kaart als A (Reeuwijkse Plassen e.o.) is aangeduid, komt het nadelige exploitatiesaldo komt voor rekening van de gemeenten , Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen naar rato van het inwonertal, woonachtig in het werkgebied, op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar.

    • b.

      In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling bijbehorende gewaarmerkte kaart als B (Krimpenerwaard) is aangeduid, worden de bijdragen van de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard bepaald op respectievelijk , 49,7% en 50,3% van het nadelig exploitatiesaldo.

    • c.

      Indien het algemeen bestuur bij begroting besluit dat een deel van het nadelig exploitatiesaldo niet ten laste van één van de te onderscheiden deelgebieden wordt gebracht, bepaalt zij tevens de daarbij behorende verdeelsleutel.

X.

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

Het eerste lid komt te luiden:

Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de raad van de deelnemende gemeente .

Y.

De kaart : Gebied A: Reeuwijkse Plassen e.o. als Bijlage A Reeuwijkse Plassen e.o. behorende bij en onderdeel uitmakend van de gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken, wordt vervangen door de bij dit besluit behorende en daarmee onlosmakelijk verbonden kaart d.d. 17 maart, met kenmerk GA_RP_2017_mrt met de naam Gebied A: Reeuwijkse Plassen.

Artikel II

  • 1.

    Dit wijzigingsbesluit wordt aangehaald als: 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken.

  • 2.

    Dit wijzigingsbesluit treedt inwerking op 1 januari 2018.

Bijlage A

Bijlage B