Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2017, 70753Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 december 2017, nr. WJZ/17194470, met betrekking tot de tarieven rechtstreekse betalingen 2017

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 25, achtste lid, 26, 30, achtste lid en 43, negende lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L347);

Gelet op de artikelen 2.1, derde lid, 2.21, eerste lid en 2.25, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;

Besluit:

Enig artikel

Vastgesteld worden de navolgende tarieven, waardes, percentages en betalingen:

  • A. Basiswaarde betalingsrechten

    • 1. Het vaste percentage van de waarde van de betalingsrechten, bedoeld in artikel 26, derde lid, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, bedraagt 64,773%.

    • 2. De nationale gemiddelde waarde van de betalingsrechten, bedoeld in artikel 30, achtste lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, bedraagt 284,528 in 2017.

    • 3. De stappen voor de jaarlijkse geleidelijke wijziging van de waarde van de betalingsrechten, bedoeld in artikel 25, achtste lid, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, worden als volgt vastgesteld:

      Voor 2017 is deze 98,458% ten opzichte van 2015

      Voor 2018 is deze 96,851% ten opzichte van 2015

      Voor 2019 is deze 95,243% ten opzichte van 2015

  • B. Vergroeningspercentage

    Het percentage van de totale waarde van de betalingsrechten, bedoeld in artikel 43, negende lid, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, bedraagt 43,149%.

  • C. Tarief betaling jonge landbouwers

    Het bedrag van de betaling, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB bedraagt € 99,351 per hectare.

  • D. Plafondkorting betaling jonge landbouwers

    Voor de betaling voor jonge landbouwers is een plafond beschikbaar van € 14.487.000. Om dit plafond te respecteren wordt een lineaire korting vastgesteld van 51,597% op het bedrag dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 2.21, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

  • E. Netto plafondkorting

    De lineaire verlaging, bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB bedraagt 0,185% voor aanvragen gedaan in 2017.

  • F. Plafondkorting graasdierpremie schapen

    Het percentage, bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, waarmee het aantal gehouden schapen wordt verminderd, bedraagt 24,515%.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 december 2017

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

In 2015 zijn de betalingsrechten toegekend aan de landbouwers. Om de waarde van deze rechten voor elk van de jaren 2016 tot en met 2019 te kunnen berekenen is het nodig dat er parameters worden vastgesteld. Die verplichting vloeit voort uit Verordening (EU) nr. 1307/2013.

Deze parameters zijn in 2015 voor de periode 2015–2019 vastgesteld. In 2015 zijn minder betalingsrechten vastgesteld dan verwacht. Daarom is in 2016 de waarde van alle betalingsrechten verhoogd met 1,874%. Deze verhoging werkt door in de jaren 2017–2019.

Voor de betaling van de aanvragen rechtstreekse betalingen worden er voor 2017 verschillende parameters vastgesteld. Hieronder zal per onderdeel de desbetreffende parameter worden toegelicht.

Daarnaast is het aanpassingspercentage, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, opnieuw vastgesteld in Verordening (EU) nr. 2017/12361. Het aanpassingspercentage vloeit rechtstreeks voort uit voornoemde verordening en is daarom niet opgenomen in dit besluit, maar omdat dit percentage verband houdt met de tarieven licht ik ook deze wijziging volledigheidshalve toe.

Rechtstreekse betalingen van meer dan 2.000 euro die aan landbouwers worden toegekend voor het kalenderjaar 2017 ingediende steunaanvraag in het kader van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 vermelde steunregelingen, worden verminderd met een aanpassingspercentage van 1,3388149%. Reden voor deze verlaging is artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, dat bepaalt dat een reserve dient te worden aangelegd met als doel het beschikbaar stellen van aanvullende steun voor de landbouwsector in geval van ernstige crisissituaties die de landbouwproductie of -distributie treffen, door aan het begin van elk jaar een vermindering op de rechtstreekse betalingen toe te passen door middel van het in artikel 26 van die verordening bedoelde mechanisme voor financiële discipline.

Het besluit van 14 december 2015 met betrekking tot de tarieven rechtstreekse betalingen 2015 en het besluit van 14 december 2016 met betrekking tot de tarieven rechtstreekse betalingen 2016 blijven van toepassing ten aanzien van aanvragen rechtstreekse betalingen die zijn ingediend in de aanvraagjaren 2015 respectievelijk 2016.

Onderdeel A. Basiswaarde betalingsrechten

Aan de hand van de gemiddelde waarde van de rechten in 2015 en de initiële waarde van de rechten is op individueel niveau van de landbouwer vastgesteld wat de waarde van zijn rechten is voor 2015–2019. Met de stappen voor de jaarlijkse geleidelijke wijziging van de waarde wordt de verlaging van het budget van het ene op het andere jaar weergegeven. Deze is tezamen met de initiële waarde en de gemiddelde waarde 2015 gebruikt om de rechtenwaarde voor 2016–2019 te bepalen.

Veranderingen ten opzichte van 2016

  • Op basis van Verordening (EU) nr. 1306/2013 is vastgelegd dat de waarden van de tarieven en kortingen jaarlijks moeten worden berekend op basis van de, in het betreffende kalenderjaar aangevraagde oppervlakte landbouwgrond, dieren en de beschikbare Europese budgetten.

  • In 2016 zijn naar aanleiding van bezwaar en beroepszaken meer basisbetalingsrechten toegekend, waardoor de ruimte van de Nationale Reserve (NR) kleiner is geworden. De ruimte in de NR bedraagt nu 0,43%. Deze ruimte zal na toekenning van de aanvragen NR verder afnemen. Er is in 2017 geen aanleiding om de rechtenwaarde van de basisbetalingsrechten te verlagen ter aanvulling van de NR.

  • De aanvragen directe betalingen met betrekking tot landbouwgrond (basisbetalingsregeling, vergroening en jonge landbouwers) zijn in 2017 niet substantieel veranderd ten opzichte van 2016..De tarieven in 2017 wijken slechts in kleine mate af van de tarieven 2016.

  • In 2017 is het aantal aangevraagde en subsidiabele schapen toegenomen ten opzichte van 2016, hetgeen leidt tot een plafondkorting op de graasdierpremie voor schapen van 24,515%.

Onderdeel B. Vergroeningspercentage

Nederland heeft er, op grond van artikel 43, negende lid, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, voor gekozen om de hoogte van de vergroeningsbetaling te relateren aan de totale waarde van de betalingsrechten. Met het vergroeningspercentage kan aan de hand van de waarde van de geactiveerde betalingsrechten worden berekend wat de hoogte van de betaling voor vergroening is.

Onderdeel C. Tarief betaling voor jonge landbouwers

Jonge landbouwers kunnen in aanmerking komen voor een extra betaling voor maximaal 90 hectare. Het bedrag per hectare is gerelateerd aan de nationaal gemiddelde betaling per hectare.

Onderdeel D. Plafondkorting betaling voor jonge landbouwers

Voor de betaling van de jonge landbouwers geldt dat het budget maximaal 2% van het budget voor rechtstreekse betalingen bedraagt. Wanneer er een overschrijding van het budget plaatsvindt, dienen alle betalingen die in het kader van deze regeling plaatsvinden, te worden gekort met een plafondkorting.

Onderdeel E. Netto plafondkorting

De netto plafondkorting heeft tot doel om alle rechtstreekse betalingen binnen het nationale maximum budget te laten plaats vinden. Een reden waardoor dit nationale budget wordt overschreden is dat het netto maximum van de rechtstreekse betalingen lager is dan het totaal aan budget voor de afzonderlijke regelingen. Dit wordt mede veroorzaakt door de nationale keuze om de basisbetalingsrechten vast te stellen op 103% van het oorspronkelijke budget voor de basisbetalingsrechten. De netto plafondkorting wordt berekend op het uit te betalen bedrag, voor de toepassing van de financiële discipline (een Europees vastgestelde korting) en de randvoorwaardenkorting.

Onderdeel F. Plafondkorting betaling graasdierpremie schapen

Voor de graasdierpremie schapen geldt, evenals voor runderen, een nationaal maximumaantal dieren dat voor de vergoeding in aanmerking komt. Wanneer de aanvragen voor de graasdierregeling het maximaal aantal dieren overschrijdt, dient het dieraantal per aanvraag percentueel worden verlaagd. Voor de graasdierpremie voor schapen wordt het maximaal aantal dieren overschreden, en wordt derhalve het aantal dieren waarvoor de graasdierpremie wordt aangevraagd, percentueel verlaagd.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/1236 van de Commissie van 7 juli 2017 tot vaststelling van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad op de rechtstreekse betalingen toe te passen aanpassingspercentage voor kalenderjaar 2017 (PbEU 2017, L177).