Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2017, 57583Convenanten

Intentieverklaring open informatievoorziening OV-informatie

Het opzetten van een open informatievoorziening met betrekking tot OV-informatie

Partijen,

1. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, handelend als bestuursorgaan, namens dezen de directeur Openbaar Vervoer en Spoor, mevrouw H.A.M. van Dongen;

2. Gedeputeerde staten van de provincie Groningen, en;

3. Gedeputeerde staten van de provincie Fryslân, en;

4. Gedeputeerde staten van de provincie Drenthe, en;

5. Gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, en;

6. Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, en;

7. Gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, en;

8. Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, en;

9. Gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland, en;

10. Gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, en;

11. Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, en;

12. Gedeputeerde staten van de provincie Limburg, en;

13. Gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, allen handelend als bestuursorgaan, namens dezen de gedeputeerde Mobiliteit van de provincie Utrecht, mevrouw J. Verbeek-Nijhof;

14. Algemeen bestuur van de Vervoerautoriteit van de metropoolregio Rotterdam Den Haag, en;

15. Algemeen bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, allen handelend als bestuursorgaan, namens dezen portefeuillehouder Verkeer&Vervoer van de gemeente Amsterdam, de heer P. Litjens;

partijen genoemd onder 2 tot en met 15 hierna samen te noemen: decentrale overheden;

16. N.V. Nederlandse Spoorwegen (NS), statutair gevestigd te Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door de directeur Commercie & Ontwikkeling, de heer T. Smit, hierna te noemen: NS;

17. RET N.V., statutair gevestigd te Rotterdam, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, de heer M.B. Unck, hierna te noemen: RET;

18. GVB Holding N.V., statutair gevestigd te Amsterdam, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, mevrouw A.C. van Huffelen, hierna te noemen: GVB;

19. HTM Personenvervoer N.V., statutair gevestigd te ’s Gravenhage, te dezen vertegenwoordigd door de financieel directeur, G. Boot, hierna te noemen: HTM;

20. Transdev Nederland Holding N.V. statutair gevestigd te Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur van Connexxion, de heer B. Schmeink, hierna te noemen: Transdev;

21. Arriva Personenvervoer Nederland B.V., statutair gevestigd te Heerenveen, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, de heer A.B. Hettinga, hierna te noemen: Arriva;

22. Syntus B.V. statutair gevestigd te Doetinchem, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, de heer C. Anker, hierna te noemen: Syntus

23. Qbuzz B.V., statutair gevestigd te Amersfoort, te dezen vertegenwoordigd door de financieel directeur, de heer G. Spijksma, hierna te noemen: Qbuzz;

24. EBS Public Transportation B.V., statutair gevestigd te Purmerend, te dezen vertegenwoordigd door de algemeen directeur, de heer W.R. Kurver, hierna te noemen: EBS;

partijen genoemd onder 16 tot en met 25 hierna samen te noemen: vervoerders;

Hierna gezamenlijk te noemen: partijen.

Overwegen het volgende,

  • Partijen zetten zich in voor de totstandkoming van een (aanbodgerichte) open informatievoorziening met betrekking tot OV-informatie.

  • De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft naar aanleiding van de motie nr. 630 (23 645) De Boer/Van Veldhoven op 7 juli 2016 aan de Tweede Kamer aangegeven dat zij ernaar streeft om de open informatievoorziening per 1-1-2018 beschikbaar te hebben (Handelingen TK 2015-2016, 106-43 van 7 juli 2016);

  • Partijen willen ‘open informatie’ als doelstelling;

  • Partijen willen ‘open informatie, tenzij…’, waarbij het ‘tenzij’ in de loop van de praktijk nader wordt omlijnd in onderlinge afstemming;

  • Partijen stemmen in dat er ook niet ‘open’ informatie (onder voorwaarden) gedeeld kan worden tussen partijen;

  • Overheden het van belang vinden om eenvoudig en laagdrempelig toegang te krijgen tot OV-informatie uit OV-chipkaart en andere (toekomstige) dragers, opdat zij hun publieke taken met betrekking tot bereikbaarheid en het (openbaar) vervoer beter kunnen invullen;

  • Commerciële organisaties geïnteresseerd zijn in het gebruik van data en OV-informatie;

  • Vervoerders bereid zijn om informatie beschikbaar te stellen;

  • De opbouw van het verlenen van de informatie gaat plaatsvinden via een groeimodel aan de hand van de informatieverzoeken van de overheden;

  • Partijen de noodzaak onderkennen om informatie beschikbaar te stellen aan externe organisaties die toegevoegde waarde kunnen leveren met diensten gebaseerd op de informatie;

  • Partijen zich baseren op de geldende privacywet- en regelgeving;

  • Partijen onderkennen dat een open informatievoorziening leidt tot gelijk speelveld bij aanbestedingen op een hoger niveau;

  • Partijen de toegevoegde waarde van Trans Link Systems B.V. zien en, zo veel als mogelijk is, gebruik willen maken van de reeds aanwezige opzet van de informatiehuishouding binnen Trans Link Systems B.V.;

  • Vervoerders toezeggen dat informatie wordt geleverd en hiervoor Trans Link Systems B.V. aanwijzen als de organisatie die de informatie (van de vervoerders) verstrekt, om de continuïteit te waarborgen;

  • Partijen erkennen dat met de opzet van informatievoorziening kosten gemoeid zijn. De opzet kent geen winstoogmerk en partijen zullen afspraken maken over het financieringsmodel en het businessmodel;

  • De intentieverklaring aanvullend is op geldende concessieovereenkomsten.

Komen het volgende overeen,

Artikel 1 Definities

In deze intentieverklaring en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder (in alfabetische volgorde):

Aanbodgericht

Aanbodgericht betekent dat organisaties informatie van een website af kunnen halen zonder dat organisaties hiertoe een informatieverzoek hoeven in te dienen

Bewerkersovereenkomst

Een bewerkersovereenkomst is een overeenkomst tussen de verantwoordelijke voor de data en de verwerker van de data, waarin is vastgelegd hoe de verwerker met de data om moet gaan.

Businessmodel

Model waarin kosten en opbrengsten van alle betrokkenen in beeld zijn gebracht.

Brondata

Brondata zijn de in- en uitcheckdata van ritten van individuele reizigers en informatie over het gebruikte reisproduct.

Financieringsmodel

Model waarin is aangegeven welke partijen welke kosten dragen en hoe eventuele opbrengsten worden verdeeld.

Governance

De organisatie en aansturing van de open informatievoorziening.

Informatieproduct

Een informatieproduct is een specifieke hoeveelheid informatie.

Informatiesjabloon

Een informatiesjabloon is een sjabloon voor informatieverzoeken die vaker zullen worden gesteld

Informatieverzoek

Een verzoek van een informatievrager aan een producent van OV-informatie.

Lexicon voor OV-data

Een door alle partijen gehanteerde set van definities en rekenregels om informatie over het gebruik van het openbaar vervoer eenduidig vast te leggen.

MIPOV

MIPOV staat voor Model Informatievoorziening Openbaar Vervoer uit 2001. In 2008 is het MIPOV geheel herzien en in 2011 en 2014 zijn addenda toegevoegd.

NOVB

Het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad is een samenwerkingsverband van overheden, vervoerders en reizigersorganisaties.

Open Informatievoorziening

Onder open informatievoorziening wordt verstaan dat de informatie zonder voorwaarden laagdrempelig beschikbaar is voor iedereen die over de informatie wil beschikken.

OV-Informatie

Informatie uit het OV bestaat uit (geaggregeerde) rit- en reisdata en informatie over het gebruik van reisproducten.

Open informatievoorziening 1.0

Het op 1 januari 2018 beschikbare systeem voor de open informatievoorziening.

PIA

Een PIA is een privacy impact assessment. Dit is een onderzoek dat zich richt op de mogelijke impact op de privacy in gevallen waarin bewerkingen van persoonsgegevens aan de orde zijn.

Toetsingsmodel

In het toetsingsmodel worden vooraf criteria opgenomen waaraan informatieverzoeken worden getoetst.

Artikel 2 Doel

  • 2.1 Partijen willen een open informatievoorziening opzetten om de dienstverlening voor de reiziger te verbeteren.

  • 2.2 De partijen willen op 1 januari 2018 een open informatievoorziening 1.0 tot stand hebben gebracht met ten minste;

    • Een ingerichte governance

    • Overeenstemming over het financieringsmodel en het businessmodel

    • Ten minste één succesvol opgeleverd informatieproduct

    • Een positief afgeronde Privacy Impact Analyse (PIA) op opzet en bestaan van de open informatievoorziening 1.0

  • 2.3 De open informatiehuishouding kan verder vorm krijgen door het proces van aanvraag tot het leveren van informatieproducten een aantal keren te doorlopen.

  • 2.4 De doelstelling is om gezamenlijk te komen tot een open aanbodgerichte informatievoorziening. Partijen blijven daarnaar streven en starten door vraaggestuurd te werken met hergebruik van informatie en processen waardoor er steeds meer aanbodgerichte informatie beschikbaar komt.

Artikel 3 Uitgangspunten voor de open informatievoorziening

Partijen hebben de intentie om op basis van de volgende uitgangspunten afspraken te maken voor de realisatie van de open informatievoorziening:

  • 3.1 Het streven is een totaalbeeld op basis van papieren gegevens, OV-Chipkaartdata en gegevens uit andere (toekomstige) dragers op basis van het document opgenomen in bijlage 1.

  • 3.2 Partijen streven naar een open (aanbodgerichte) informatievoorziening met gegarandeerd anonieme informatie.

  • 3.3 Als aan een informatieverzoek niet voldaan kan worden, wordt dit beargumenteerd door de vervoerder tot wie het desbetreffende informatieverzoek gericht is.

  • 3.4 Een eventueel meningsverschil kan aan het NOVB bestuurlijk worden voorgelegd. Het meningsverschil wordt zover nodig voorzien van een expertoordeel.

  • 3.5 Het MIPOV 2001 en haar opvolgers (incl. addenda) en de afspraken op het HRN (hoofdrailnet) gelden als belangrijke uitgangspunten voor het gebruik van definities en rekenregels.

  • 3.6 Het streven is om binnen twee jaar een gemeenschappelijk lexicon voor OV-data te hanteren met de definities, normen en rekenregels, die in het OV worden gebruikt.

  • 3.7 Partijen spreken af dat de databeheerder binnen 4 tot 6 weken een reactie op het informatieverzoek van de producent geeft, in termen van behandeltijd en voorwaarden voor behandeling van het verzoek.

Artikel 4 Rollen binnen de open Informatievoorziening

Figuur 1: Overzicht rollen binnen de open Informatievoorziening

Figuur 1: Overzicht rollen binnen de open Informatievoorziening

  • 4.1 Partijen richten een open informatievoorziening in waarin de rollen en bijbehorende activiteiten zoals beschreven in figuur 1 vervuld worden.

    Informatieaanvrager

    • start het proces met een informatieverzoek richting een producent (Trans Link Systems BV of een marktpartij). In het informatieverzoek wordt het doel en de gevraagde informatie omschreven.

    Dataverantwoordelijke stelt de brondata ter beschikking en levert de brondata;

    • is juridisch verantwoordelijk voor de beschikbaar gestelde brondata in het kader van privacy;

    • heeft te allen tijde zeggenschap over het gebruik van de brondata binnen de privacyverantwoordelijkheid van de dataverantwoordelijke;

    • reageert binnen een afgesproken tijd reageren op een verzoek om brondata te leveren aan de dataleverancier.

    De gecombineerde rol van Dataleverancier, Pseudonimiseerder en Databeheer

    • verrijkt ruwe brondata vanuit alle modaliteiten tot analyseerbare data-elementen, zoals ritten, reizen, overstappen en opbrengsten (van productcategorieën);

    • beheert de verrijkte data;

    • ontwikkelt en past definities en rekenregels toe met het MIPOV 2001 en haar opvolgers en haar addenda en de afspraken zoals gemaakt op het HoofdRailNet als uitgangspunt, en het beheert het lexicon;

    • voorkomt directe herleidbaarheid tot een individu;

    • toont functiescheiding aan tussen de informatieleveringsfunctie en bestaande functies van Trans Link Systems B.V;

    • verwijdert brondata na verlopen van bewaartermijn;

    • controleert authenticiteit informatieverzoek;

    • doorloopt het toetsingsproces op basis van door partijen vastgestelde criteria;

    • aggregeert data tot anonieme informatie;

    • levert informatie aan de producent;

    • automatiseert informatieproducten;

    • levert geautomatiseerde informatieproducten;

    • is compliant naar de stand van de techniek;

    • handelt in overeenstemming met de bewerkersovereenkomst gesloten met de dataverantwoordelijke;

    • stelt de informatiebank (bibliotheek) beschikbaar waarin zichtbaar is welke informatiesjablonen zijn gebruikt en welke informatieproducten er reeds zijn ontwikkeld.

    Producent

    • produceert informatieproducten op verzoek van een informatieaanvrager;

    • dient informatieverzoek in bij databeheerder;

    • ontvangt informatie/geanonimiseerde data;

    • ontwikkelt informatieproducten;

    • handelt in overeenstemming met de bewerkersovereenkomst gesloten met de dataverantwoordelijke;

    • kan worden verplicht door de informatieaanvrager om het geleverde informatieproduct in de informatiebank/bibliotheek te plaatsen.

  • 4.2 Partijen hebben de inzet om de rollen van dataleverancier, pseudonimiseren en databeheer door Trans Link Systems BV te laten vervullen, binnen de daarvoor bestaande wet- en regelgeving. Deze rollen zullen indien mogelijk uitgevoerd worden door Trans Link Systems B.V., waarbij de rol van Pseudonimiseerder bij een externe organisatie neergelegd kan worden, als dit nodig blijkt vanuit de privacy regelgeving.

  • 4.3 Verschillende organisaties kunnen de rol van producent vervullen, op verzoek van de informatieaanvrager. Trans Link Systems B.V. is een van de organisaties die deze rol kan vervullen. Daarbij moet voor een gelijk speelveld gezorgd worden tussen Trans Link Systems B.V. en andere organisaties die de rol van producent vervullen.

Artikel 5 Governance

  • 5.1 De Partijen beschrijven de governance en richten die in, waarbij de organisatie, taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en soortgelijke onderwerpen worden beschreven en ingericht.

  • 5.2 De governance waarborgt enerzijds de privacyverantwoordelijkheid en bedrijfsvertrouwelijkheid van de dataverantwoordelijke en anderzijds het publiek belang om zo veel mogelijk informatie zo gedetailleerd mogelijk beschikbaar te stellen voor een efficiënter en effectiever openbaar vervoer. Een afwijzing van een informatieverzoek wordt beargumenteerd en een eventueel verschil van inzicht over privacyaspecten en/of bedrijfsvertrouwelijkheid wordt voorgelegd aan het bestuurlijk NOVB

  • 5.3 Partijen krijgen zeggenschap in de open informatievoorziening door de oprichting van een Voorwaardenscheppende commissie, die uit hun midden gevormd wordt.

  • 5.4 De (tijdelijke) Voorwaardenscheppende commissie is belast met:

    • het ontwikkelen van een financieringsmodel en een businessmodel;

    • het ontwikkelen en vaststellen van de criteria voor het toetsingsproces van een informatieaanvraag;

    • het toezicht op de rollen die binnen de informatievoorziening middels certificering en audits compliance aan moeten tonen.

  • 5.5 De Voorwaardenscheppende commissie is compact en bestaat ten minste uit:

    • een of meerdere afgevaardigde(n) vanuit vervoerders als vertegenwoordiging van de dataverantwoordelijken;

    • een of meerdere afgevaardigde(n) van de overheden, en

    • eventueel een onafhankelijk voorzitter.

Artikel 6 Financieringsmodel

  • 6.1 De Voorwaardenscheppende commissie ontwikkelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op 25 oktober 2017 een financieringsmodel.

  • 6.2 Het financieringsmodel wordt in het NOVB vastgesteld.

  • 6.3 Partijen maken nadere afspraken over de kostenverdeling en zullen gezamenlijk bijdragen.

Artikel 7 Businessmodel

  • 7.1 De Voorwaardenscheppende commissie ontwikkelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op 25 oktober 2017 een businessmodel.

  • 7.2 De voorwaardenscheppende Commissie neemt de volgende aandachtpunten bij het ontwikkelen van het businessmodel in overweging:

    • de informatieaanvrager betaalt per informatieverzoek;

    • het opzetten van de open informatievoorziening kent investeringen;

    • het in stand houden van de open informatievoorziening kent vaste kosten.

  • 7.3 Het businessmodel wordt in het NOVB vastgesteld.

Artikel 8 Bevoegdheden decentrale overheid, inwerkingtreding en looptijd

  • 8.1 Voor zover van toepassing zorgen de decentrale overheden ervoor dat de voor het overeenkomen en ondertekenen van deze intentieverklaring vereiste machtiging zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden, na ondertekening van deze intentieverklaring alsnog wordt verleend door het daartoe bevoegde bestuursorgaan van de desbetreffende decentrale overheid.

  • 8.2 De desbetreffende decentrale overheden stellen de andere partijen schriftelijk in kennis van de alsnog verleende machtiging.

  • 8.3 Deze intentieverklaring treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door de partijen.

  • 8.4 Deze intentieverklaring vervalt op het moment dat de open informatievoorziening 1.0 operationeel is. Dit wordt vastgesteld in het NOVB.

  • 8.5 Het doel: “open aanbodgericht informatievoorziening” is op dat moment nog niet gerealiseerd, maar een vorm van ‘open informatie, tenzij…’ wel.

Artikel 9 Wijziging

  • 9.1 Elke partij kan de andere partijen schriftelijk verzoeken de intentieverklaring te wijzigen. De wijziging behoeft schriftelijke instemming van alle partijen.

  • 9.2 Partijen treden in overleg binnen twee maanden nadat een partij de wens daartoe aan de andere partijen schriftelijk heeft meegedeeld.

  • 9.3 De wijziging en de verklaringen tot instemming worden als bijlage aan de intentieverklaring gehecht.

Artikel 10 Opzegging

  • 10.1 Elke partij kan de intentieverklaring met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deze intentieverklaring billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.

  • 10.2 Wanneer een partij de intentieverklaring opzegt, blijft de intentieverklaring voor de overige partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten.

  • 10.3 Ingeval van beëindiging van de intentieverklaring krachtens opzegging is geen van de partijen jegens een andere partij schadeplichtig.

Artikel 11 Toepasselijk recht

Op deze intentieverklaring is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel 12 Publicatie in Staatscourant

  • 12.1 Binnen 1 maand na ondertekening van deze intentieverklaring wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 12.2 Bij wijzigingen van de intentieverklaring vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.

  • 12.3 Van toetreden, uittreden, opzeggen of ontbinden wordt melding gemaakt in de Staatscourant

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens dezen H.A.M. van Dongen

7 september 2017

Gedeputeerde staten van de provincie Groningen, en; Gedeputeerde staten van de provincie Fryslân, en; Gedeputeerde staten van de provincie Drenthe, en; Gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, en; Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, en; Gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, en; Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, en; Gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland, en; Gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, en; Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, en; Gedeputeerde staten van de provincie Limburg, en; Gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, J. Verbeek-Nijhof;

7 september 2017

Dagelijks bestuur van de Vervoerautoriteit van de metropoolregio Rotterdam Den Haag, en; Dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, P. Litjens

7 september 2017

N.V. Nederlandse spoorwegen, T. Smit

7 september 2017

RET N.V. M.B. Unck

5 september 2017

GVB Holding N.V. A.C. van Huffelen

7 september 2017

HTM Personenvervoer N.V. G. Boot

4 september 2017

Transdev Nederland Holding N.V. B. Schmeink

7 september 2017

Arriva Personenvervoer Nederland B.V. A.B. Hettinga

6 september 2017

Syntus B.V. C. Anker

5 september 2017

EBS Public Transportation B.V. W.R. Kurver

31 augustus 2017

Qbuzz B.V. G. Spijksma CFO

6 september 2017

BIJLAGE 1:

Waarom wil het NOVB over reisinformatie uit OV-chipkaartdata beschikken?

Beschikbaarheid informatie over OV-reizen optimaliseert de deur tot deur reis van de klant

Betrouwbare informatie uit OV-chipkaartdata over reizen van OV-reizigers geeft gedetailleerd inzicht in de reispatronen. Om OV reizen te kunnen maken moeten de verschillende ritten van een reis gecombineerd worden. Met het inzicht in deze reispatronen kan de deur tot deurreis sterk verbeterd worden.

Verbeteringen van de deur tot deurreis zijn mogelijk omdat: OV-beleid en ontwerp lijnennet:

  • 1. Bij het ontwerpen van trein- en buslijnen rekening wordt gehouden met de reispatronen. Op basis van de reispatronen worden de doorkoppelingen van de verschillende vervoermiddelen (trein, bus, tram metro) gemaakt;

  • 2. De aansluitingen in de dienstregeling hierop kunnen worden gestuurd;

  • 3. Op deze manier optimale knooppunteninrichting en perrontoewijzing wordt gerealiseerd;

  • 4. Zo ook passender concessiegebieden kunnen worden ingericht;

  • 5. De mogelijkheid van realistische scenariostudies voor overheden en kennisinstellingen ontstaat;

Financiering

  • 6. Financieringsvraagstukken bij bezuinigingen, inzet van middelen en investeringen beter afgewogen en onderbouwd kunnen worden;

Buitendienststellingen:

  • 7. Bij buitendienststellingen (op het spoor, van de tram, metro of bus) a. reizigers passender vervangend vervoer wordt geboden;

    • b. reizigers betere reisinformatie wordt geboden; zowel bij geplande buitendienststellingen als bij verstoringen, bijvoorbeeld over de snelste alternatieve reismogelijkheid;

Efficiëntie en effectiviteit

  • 8. Er een optimale en efficiënte voertuigeninzet wordt gerealiseerd;

  • 9. Gemakkelijker additionele diensten zoals fietsvoorzieningen, apps etc. worden gerealiseerd;

  • 10. De reisinformatie sturend kan zijn bij prioriteringen in infrabeslissingen, bv samenhangend met doorstroming en aansluitgaranties.

OV producten

  • 11. Het aanbod van reisproducten (tarieven en tariefproducten) verbeterd wordt door het af te stemmen op de werkelijke vraag en mogelijkheden voor tariefintegratie in het OV onderzocht kunnen worden.

Met alléén betrouwbare ritgegevens (en dus zonder de beschikbaarheid van reisgegevens), zoals we die nu kennen, zijn al deze zaken veel minder nauwkeurig of niet mogelijk.

Het effect voor de reiziger is dat hij de kortste en snelste reis kan maken en geen onnodige kilometers maakt en tijd verspilt. Ook bij verstoringen wordt de reiziger adequaat geïnformeerd over de beste alternatieve reisroute. Dit levert tevreden reizigers en een betere concurrentiepositie ten opzichte van de auto.

Vervoersautoriteiten en vervoerders kunnen beter onderbouwde tariefproducten ontwikkelen en inzetten. Het effect voor de vervoersautoriteiten is dat er minder kosten hoeven te worden gemaakt, en geld elders in werkelijke verbeteringen van het OV kan worden gestopt. Ook kunnen landelijke (MIRT), regionale (OV-autoriteiten) en lokale (gemeente) investeringen in infrastructuur gerichter worden ingezet op het grootste positieve effect voor de reiziger en de connectiviteit van gebieden.

Uitdaging: voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens

Het tot stand brengen van reispatronen uit OV-chipkaartdata is niet eenvoudig. Vervoerders en overheden staan samen voor de uitdaging om aan de Wet bescherming persoonsgegevens en de nieuwe Europese richtlijn te voldoen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ziet toe op de correcte naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens. Zij heeft een boetebevoegdheid, die bij een overtreding in de zwaarste categorie kan oplopen tot € 810.000 of zelfs onder bepaalde omstandigheden tot 10% van de jaaromzet over het voorgaande boekjaar van de onderneming. Het is duidelijk dat vervoerders, die de primaire verantwoordelijke zijn voor de bescherming van de persoonsgegevens, en overheden dit risico willen vermijden en voorkomen. Dit is ook de aanleiding geweest om een aanvraag voor een zienswijze van de Autoriteit Persoonsgegevens in te dienen. Met het voorgestelde ontwerp van een systeem om informatievragen te beantwoorden, met een ingebouwd stelsel van waarborgen en controles daarop, lijkt voldoende tegemoet gekomen te worden aan de wet.