26 september 2017
Nr. 2017-0000012937
Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken/Directie Algemene Fiscale Politiek
De Staatssecretaris van Financiën,
Gelet op het op 19 juni 1951 te Londen tot stand gekomen Verdrag tussen de Staten
die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun
krijgsmachten (Trb. 1951, 114), het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni
1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantische
Verdrag – nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten – nopens de rechtspositie
van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch
Verdrag (Trb. 1953, 11), de op 25 mei 1964 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa
inzake de bijzondere voorwaarden die toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren
van internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europese grondgebied van het
Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1964, 131), het op 6 oktober 1997 te Bergen (Duitsland) tot stand gekomen Verdrag tussen het
Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de stationering van
strijdkrachten van de Bondsrepubliek Duitsland in het Koninkrijk der Nederlanden,
met Protocolnotitie (Trb. 1998, 123), de op 6 oktober 1997 te Bergen (Duitsland) tot stand gekomen Aanvullende Overeenkomst
bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch
Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het
Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten, met Protocol (Trb. 1998, 124), artikel 131 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009
betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen
(PbEU 2009, L 324), artikel 6:1 van de Algemene douanewet, artikel 39 van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, artikel 21 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen
40, 69 en 95 van de Wet op de accijns en de artikelen 14 en 31 van de Wet op de verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken in samenhang met de artikelen 40 respectievelijk 69 van de
Wet op de accijns;
Overwegende dat het Allied Joint Force Command Brunssum heeft aangegeven meer tijd
nodig te hebben om zijn administratieve procedures aan te kunnen passen aan de nieuwe
ministeriële regeling die per 1 oktober 2017 in werking zal treden;
Overwegende dat het om die reden wenselijk is de datum waarop de nieuwe douaneregeling
in werking zal treden met zes maanden op te schorten tot 1 april 2018;
Besluit:
ARTIKEL I
In de regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 15 augustus 2017, nummer
2017-0000012937, tot wijziging van de Algemene douaneregeling, de Uitvoeringsregeling
Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling accijns (Stcrt. 2017, 47567) komt artikel VI te luiden:
ARTIKEL VI
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2018.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 30 september 2017.
TOELICHTING
Deze ministeriële regeling wijzigt het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling
van de Staatssecretaris van Financiën van 15 augustus 2017, nummer 2017-0000012937,
tot wijziging van de Algemene douaneregeling, de Uitvoeringsregeling Algemene wet
inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling accijns (Stcrt. 2017, 47567). In laatstgenoemde regeling wordt bij artikel I het tijdstip van inwerkingtreding
vastgesteld op 1 april 2018.
Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van het Allied Joint Force Command Brunssum
om meer tijd te krijgen voor een zorgvuldige aanpassing van de benodigde administratieve
procedures voor de implementatie van de nieuwe regeling.
De onderhavige regeling treedt in werking met ingang van 30 september 2017 teneinde
de wijziging van artikel VI van de regeling van de Staatssecretaris van Financiën
van 15 augustus 2017, nummer 2017-0000012937, tot wijziging van de Algemene douaneregeling,
de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 en de Uitvoeringsregeling
accijns (Stcrt. 2017, 47567) te bewerkstelligen voordat die regeling in werking treedt.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.D. Wiebes