Opsporingsvergunning aardwarmte Drachten, Ministerie van Economische Zaken

11 september 2017

DGETM-EO / 17107031

Procesverloop:

  • DDH Energy B.V. heeft per bief van 26 mei 2016, aangevuld op 21 juni 2016 en 7 november 2016, een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw). Het aangevraagde gebied, genaamd Drachten, ligt in de gemeenten Smallingerland en Opsterland. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 18,8 km2. De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vier jaar;

  • in de Staatscourant van 11 juli 2016 (Staatscourant 2016, nr. 35773) is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen. Binnen de termijn van dertien weken na publicatie van de aanvraag is geen concurrerende aanvraag ontvangen;

  • TNO adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken (hierna: Minister van EZ), op 22 november 2016 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 16-10.103);

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft op verzoek van de Minister van EZ advies uitgebracht. Op 7 maart 2017 is van Sodm advies ontvangen (kenmerk: 17032076);

  • het College van gedeputeerde staten van de provincie Friesland (hierna: GS) is op grond van artikel 16 Mbw om advies gevraagd. Van GS is op 10 februari 2017 advies ontvangen (kenmerk: 01388243);

  • de Mijnraad is, op grond van artikel 105, derde lid, Mbw om advies gevraagd en heeft per brief van 27 juni 2017 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/17104204).

Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, en vierde lid, eerste volzin, 12, 13, tweede lid, 15, 16, 17, eerste lid en 105, derde lid, Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit

Artikel 1

Aan DDH Energy B.V. (hierna: de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied genaamd Drachten.

Artikel 2

De vergunning geldt voor een gebied dat ligt in de gemeenten Smallingerland en Opsterland en wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de volgende punten:

Punt

X

Y

1

200458,000

572129,000

2

202905,000

573000,000

3

206282,000

570047,000

4

206599,000

568129,000

5

202658,000

567952,000

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD) zoals vermeld in Artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling (Stcrt. 19-12-2002, nr. 245).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 18,8 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 26 mei 2016 ingediende en op 21 juni 2016 en 7 november 2016 aangevulde aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarde in acht:

binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning overlegt de vergunninghouder aan de Minister van Economische Zaken een geactualiseerd werkprogramma, dat voorziet in een onvoorwaardelijke boring in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning.

Artikel 5

De vergunninghouder overlegt, tenminste 12 weken voorafgaand aan het zetten van de boring, een document waaruit blijkt dat er een volledig en geïmplementeerd veiligheids- en zorgsysteem is, inclusief risico-inventarisatie van zowel de plannings-, boor-, bouw- en exploitatiefase alsmede de beheersing van deze risico’s. Het document behoeft de goedkeuring van de Minister.

Artikel 6

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 7

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.M.C. Smallenbroek Directeur Energie en Omgeving

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven