Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2017, 50847Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 september 2017, nr. 1219278, tot wijziging van de Regeling financiën hoger onderwijs mede in verband met wijzigingen als gevolg van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het begrotingsjaar 2018

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 7.32, zevende lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de artikelen 4.11, eerste en tweede lid, 4.21, tweede lid, 4.23, eerste en tweede lid, 4.24, eerste lid en 4.27, derde en vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;

Besluit:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE REGELING FINANCIËN HOGER ONDERWIJS PER 2018

De Regeling financiën hoger onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 3a. ‘Historisch bestand hoger onderwijs’ wordt een nieuw artikel 3b. ingevoegd, luidende:

Artikel 3b. Inschrijvingen met terugwerkende kracht

Indien een inschrijving heeft plaatsgevonden in de maand oktober, heeft een instellingsbestuur niet de bevoegdheid die inschrijving met terugwerkende kracht te laten ingaan.

B

Artikel 4, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. De bedragen, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit, zijn € 77.436 voor een promotie en € 64.530 voor een ontwerperscertificaat.

C

Bijlage 1 komt te luiden:

Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling

Bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

   

€ 295.670

€ 295.670

21PB

Universiteit Leiden

 

€ 2.453.490

€ 2.628.989

€ 5.082.479

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

 

€ 2.057.758

€ 946.731

€ 3.004.489

21PD

Universiteit Utrecht

 

€ 5.376.555

€ 2.430.355

€ 7.806.910

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

 

€ 485.479

€ 8.611.612

€ 9.097.091

21PF

Technische Universiteit Delft

   

€ 15.419.976

€ 15.419.976

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

   

€ 493.719

€ 493.719

21PH

Universiteit Twente

   

€ 13.888.213

€ 13.888.213

21PI

Wageningen University

   

€ 185.778

€ 185.778

21PJ

Universiteit Maastricht

 

€ 584.431

€ 2.249.822

€ 2.834.253

21PK

Universiteit van Amsterdam

 

€ 2.760.529

€ 3.534.856

€ 6.295.385

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

 

€ 839.076

€ 2.879.824

€ 3.718.900

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

 

€ 1.506.640

€ 1.889.469

€ 3.396.109

21PN

Tilburg University

 

€ 511.377

€ 148.562

€ 659.939

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

   

€ 4.124

€ 4.124

22NC

Open Universiteit

 

€ 332.917

€ 25.628

€ 358.545

23BF

Universiteit voor Humanistiek

   

€ 3.351

€ 3.351

25AV

Theologische Universiteit Kampen

   

€ 4.091

€ 4.091

 

Totaal

 

€ 16.908.252

€ 55.640.770

€ 72.549.022

Bedragen onderwijsopslag universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

21PI

Wageningen University

     

€ 0

D

Bijlage 2 komt te luiden:

Bijlage 2. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling

Percentages onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

Universiteit

Percentage

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,84962%

21PB

Universiteit Leiden

9,75856%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

9,39033%

21PD

Universiteit Utrecht

12,27533%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

6,84777%

21PF

Technische Universiteit Delft

8,45011%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

5,36008%

21PH

Universiteit Twente

5,65763%

21PI

Wageningen University

0,00000%

21PJ

Universiteit Maastricht

5,47036%

21PK

Universiteit van Amsterdam

12,88038%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,46137%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

8,71533%

21PN

Tilburg University

3,90553%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,11351%

22NC

Open Universiteit

2,53325%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,22710%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,10374%

 

Totaal

100,00000%

Percentage onderwijsopslag universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

Universiteit

Percentage

21PI

Wageningen University

100,00000%

E

Bijlage 3 komt te luiden:

Bijlage 3. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling

Bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

 

€ 250.520

€ 8.616

€ 259.136

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

 

€ 373.689

€ 283.637

€ 657.326

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

 

€ 535.997

€ 314.215

€ 850.212

02BY

Gerrit Rietveld Academie

 

€ 809.732

€ 67.270

€ 877.002

02NR

Hotelschool The Hague

   

€ 335.394

€ 335.394

02NT

Design Academy Eindhoven

 

€ 369.796

€ 47.022

€ 416.818

07GR

Avans Hogeschool

 

€ 450.758

€ 1.330.812

€ 1.781.570

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

 

€ 279.650

€ 6.684

€ 286.334

09OT

Iselinge Hogeschool

 

€ 299.071

€ 3.537

€ 302.608

10IZ

Marnix Academie

 

€ 749.619

€ 16.050

€ 765.669

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

 

€ 642.638

€ 164.596

€ 807.234

15BK

Driestar educatief

   

€ 18.413

€ 18.413

21CW

HAS Hogeschool

   

€ 34.142

€ 34.142

21MI

HZ University of Applied Sciences

 

€ 757.387

€ 2.349.449

€ 3.106.836

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

 

€ 631.408

€ 363.439

€ 994.847

21RI

Hogeschool Leiden

 

€ 787.945

€ 1.125.527

€ 1.913.472

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

 

€ 664.170

€ 9.546

€ 673.716

21UI

NHTV internationale hogeschool Breda

   

€ 1.210.295

€ 1.210.295

21WN

NHL Hogeschool

 

€ 188.375

€ 1.197.868

€ 1.386.243

22EX

Stenden Hogeschool

 

€ 1.411.848

€ 1.268.076

€ 2.679.924

22HH

Viaa-Gereformeerde Hogeschool

 

€ 656.402

€ 114.936

€ 771.338

22OJ

Hogeschool Rotterdam

 

€ 3.867.581

€ 1.415.088

€ 5.282.669

23AH

Saxion Hogeschool

 

€ 1.141.923

€ 2.394.472

€ 3.536.395

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

 

€ 586.142

€ 140.945

€ 727.087

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

 

€ 522.403

€ 672.358

€ 1.194.761

25BE

Hanzehogeschool Groningen

 

€ 1.500.616

€ 2.651.377

€ 4.151.993

25DW

Hogeschool Utrecht

 

€ 2.845.745

€ 1.379.134

€ 4.224.879

25JX

Zuyd Hogeschool

 

€ 1.503.330

€ 2.435.885

€ 3.939.215

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

 

€ 1.155.033

€ 2.551.894

€ 3.706.927

27NF

ArtEZ

 

€ 1.014.271

€ 238.869

€ 1.253.140

27PZ

Hogeschool INHolland

 

€ 3.366.690

€ 270.677

€ 3.637.367

27UM

De Haagse Hogeschool

 

€ 1.670.137

€ 300.694

€ 1.970.831

28DN

Hogeschool van Amsterdam

 

€ 1.330.283

€ 2.580.234

€ 3.910.517

30GB

Fontys Hogescholen

 

€ 3.067.378

€ 1.813.875

€ 4.881.253

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

   

€ 71.682

€ 71.682

30TX

Aeres Hogeschool

   

€ 34.043

€ 34.043

30VP

Hogeschool Thomas More

   

€ 7.200

€ 7.200

 

Totaal

 

€ 33.430.537

€ 29.227.951

€ 62.658.488

Bedragen onderwijsopslag van hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

21CW

HAS Hogeschool

   

€ 700.000

€ 700.000

27PZ

Hogeschool INHolland

       

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

       

30TX

Aeres Hogeschool

 

€ 13.614

€ 261.291

€ 274.905

 

Totaal

 

€ 13.614

€ 961.291

€ 974.905

F

Bijlage 4 komt te luiden:

Bijlage 4. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling

Percentages onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

Hogeschool

Percentage

00IC

Katholieke PABO Zwolle

0,16030%

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

4,70070%

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

1,71927%

02BY

Gerrit Rietveld Academie

1,58316%

02NR

Hotelschool The Hague

0,25015%

02NT

Design Academy Eindhoven

0,67827%

07GR

Avans Hogeschool

2,68837%

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

0,26269%

09OT

Iselinge Hogeschool

0,18602%

10IZ

Marnix Academie

0,39964%

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

4,25175%

15BK

Driestar educatief

0,33128%

21CW

HAS Hogeschool

 

21MI

HZ University of Applied Sciences

0,92263%

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

10,85912%

21RI

Hogeschool Leiden

1,42015%

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

0,42202%

21UI

NHTV internationale hogeschool Breda

0,44967%

21WN

NHL Hogeschool

2,15036%

22EX

Stenden Hogeschool

1,98570%

22HH

Viaa-Gereformeerde Hogeschool

0,21456%

22OJ

Hogeschool Rotterdam

4,88917%

23AH

Saxion Hogeschool

3,25091%

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

5,38523%

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

0,29304%

25BE

Hanzehogeschool Groningen

6,04621%

25DW

Hogeschool Utrecht

4,23139%

25JX

Zuyd Hogeschool

5,78910%

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

4,31835%

27NF

ArtEZ

7,55778%

27PZ

Hogeschool INHolland

6,91040%

27UM

De Haagse Hogeschool

2,59567%

28DN

Hogeschool van Amsterdam

3,66429%

30GB

Fontys Hogescholen

9,32418%

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

 

30TX

Aeres Hogeschool

0,00000%

30VP

Hogeschool Thomas More

0,10847%

 

Totaal

100,00000%

Percentage onderwijsopslag hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

Hogeschool

Percentage

21CW

HAS Hogeschool

20,90739%

27PZ

Hogeschool INHolland

5,21712%

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

49,89022%

30TX

Aeres Hogeschool

23,98527%

 

Totaal

100,00000%

G

Bijlage 5 komt te luiden:

Bijlage 5. bij artikel 4, eerste lid, van de Regeling

Bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Bedrag

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

€ 224.260

21PB

Universiteit Leiden

€ 24.465.672

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 20.145.029

21PD

Universiteit Utrecht

€ 22.621.380

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 12.864.474

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 17.939.152

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 12.846.679

21PH

Universiteit Twente

€ 12.382.002

21PI

Wageningen University

 

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 12.395.438

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 13.006.654

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 11.525.255

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 17.383.197

21PN

Tilburg University

€ 4.410.952

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

–€ 32.932

22NC

Open Universiteit

€ 2.006.152

23BF

Universiteit voor Humanistiek

€ 333.300

25AV

Theologische Universiteit Kampen

€ 141.972

 

Totaal

€ 184.658.636

Bedragen onderzoek universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Bedrag

21PI

Wageningen University

€ 8.987.676

H

Bijlage 6 komt te luiden:

Bijlage 6. bij artikel 4, tweede lid, van de Regeling

Percentages voorziening onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit

Universiteit

Percentage

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,28651%

21PB

Universiteit Leiden

8,48090%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

8,71266%

21PD

Universiteit Utrecht

12,30842%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

5,13622%

21PF

Technische Universiteit Delft

16,25561%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

7,74702%

21PH

Universiteit Twente

6,56583%

21PI

Wageningen University

0,00000%

21PJ

Universiteit Maastricht

4,64460%

21PK

Universiteit van Amsterdam

10,61535%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,78202%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

7,50843%

21PN

Tilburg University

2,69334%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,01663%

22NC

Open Universiteit

1,09805%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,14045%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,00796%

 

Totaal

100,00000%

Percentage voorziening onderzoek universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit

Universiteit

Percentage

21PI

Wageningen University

100,00000%

I

Bijlage 7 komt te luiden:

Bijlage 7. bij artikel 6 van de Regeling

Bedragen en percentages academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, derde lid onder c. respectievelijk artikel 4.27, vierde lid, van het besluit

Universiteit

Bedrag

Percentage

21PB

Universiteit Leiden

 

12,39730%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

 

12,84522%

21PD

Universiteit Utrecht

 

13,69763%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

 

13,35443%

21PJ

Universiteit Maastricht

 

9,11353%

21PK

Universiteit van Amsterdam

 

16,69170%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

 

10,87244%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

 

11,02775%

 

Totaal

 

100,00000%

J

Bijlage 9 komt te luiden:

Bijlage 9. bij artikel 4, derde lid, van de Regeling

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Bedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 53.276

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 23.421

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 252.483

02BY

Gerrit Rietveld Academie

 

02NR

Hotelschool The Hague

 

02NT

Design Academy Eindhoven

 

07GR

Avans Hogeschool

€ 40.751

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

€ 54.821

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 25.823

10IZ

Marnix Academie

€ 97.373

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 11.582

15BK

Driestar educatief

€ 80.043

21CW

HAS Hogeschool

 

21MI

HZ University of Applied Sciences

€ 21.276

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 24.622

21RI

Hogeschool Leiden

€ 104.837

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

€ 60.740

21UI

NHTV internationale hogeschool Breda

 

21WN

NHL Hogeschool

€ 152.966

22EX

Stenden Hogeschool

€ 86.992

22HH

Viaa-Gereformeerde Hogeschool

€ 33.630

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 226.918

23AH

Saxion Hogeschool

€ 72.837

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

€ 4.032

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 45.555

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 100.890

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 331.755

25JX

Zuyd Hogeschool

€ 24.879

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 301.985

27NF

ArtEZ

€ 54.649

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 150.478

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 78.156

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 281.395

30GB

Fontys Hogescholen

€ 495.273

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

 

30TX

Aeres Hogeschool

€ 4.804

30VP

Hogeschool Thomas More

€ 47.871

 

Totaal

€ 3.346.113

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Bedrag

21CW

HAS Hogeschool

 

27PZ

Hogeschool INHolland

 

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

 

30TX

Aeres Hogeschool

€ 66.367

 

Totaal

€ 66.367

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

TOELICHTING

1. Algemeen

Met deze regeling wordt de Regeling financiën hoger onderwijs (hierna: regeling) gewijzigd. De aanpassingen van de regeling hangen onder meer samen met de berekening van de rijksbijdrage 2018 in overeenstemming met de eerste ontwerpbegroting 2018 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Gevoerd overleg

Een concept van de regeling is voor bestuurlijke reactie voorgelegd aan de VSNU, Vereniging Hogescholen en Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). De Vereniging Hogescholen en de NFU hebben aangegeven zich te kunnen vinden in de voorgestelde wijzigingen. Met de VSNU wordt nog overlegd over de methodiek van verdeling. Daarnaast heeft de VSNU enkele technische verzoeken ten aanzien van de vormgeving van het spreadsheet dat ten grondslag ligt aan de wijziging van de regeling. In overleg met de VSNU zal worden bezien in hoeverre het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hieraan invulling kan geven.

3. Uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets

DUO acht de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar.

4. Financiële gevolgen

De wijzigingen in deze regeling hebben geen gevolgen voor de Rijksbegroting. Wijziging mede vanwege de eerste en tweede suppletoire (ontwerp-) begrotingen 2018 kan op grond van artikel 2.5, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek nog leiden tot nadere bepaling van de in deze regeling opgenomen bedragen en percentages.

5. Gevolgen administratieve lasten

De regeling heeft geen gevolgen voor administratieve lasten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I Wijziging van de Regeling financiën hoger onderwijs per 2018

A

Dit onderdeel betreft de beperking van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7.32, zevende lid, eerste volzin, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij de Wet bevordering internationalisering hoger onderwijs (Stb. 2017, nr. 306) is geregeld dat het instellingsbestuur een inschrijving kan laten ingaan met ingang van de eerste dag van de maand waarin de inschrijving heeft plaatsgevonden. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de administratieve processen bij hoger onderwijsinstellingen. Bij ministeriële regeling kan deze bevoegdheid worden beperkt. Bij deze wijzigingsregeling wordt geregeld dat deze bevoegdheid niet geldt voor de maand oktober. Dit in verband met de peildatum van 1 oktober die geldt voor de telling van ingeschreven studenten ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging. Dit om mogelijke inschrijvingsfraude tegen te gaan.

B

Dit onderdeel betreft een aanpassing van de bedragen promoties en ontwerperscertificaten in artikel 4. De bedragen zijn gewijzigd als gevolg van de wijziging van de omvang van het totale onderzoekdeel wo in de rijksbijdrage. Het percentage van promoties en ontwerperscertificaten betreft 20,00000% van het totale onderzoekdeel wo.

C

Dit onderdeel betreft de verhoging vanwege loon- en prijsbijstelling internationale uitgaven 2017 (HGIS) met 0,03433% van alle ‘bedragen onderwijsopslag universiteiten’ in bijlage 1. Daarnaast is er sprake van wijzigingen om de volgende redenen:

  • a. onder de noemer kwetsbare opleidingen zijn de middelen voor het experiment educatieve module voor het jaar 2017 komen te vervallen. De middelen die voor het jaar 2018 bestemd zijn voor het experiment educatieve module worden toegevoegd bij de rijksbijdragebrief die samenhangt met de eerste suppletoire begroting 2018 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Stb. 2016, nr. 145 en brief van 2 juni 2016 met kenmerk 937141).

  • b. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn de volgende incidentele bedragen komen te vervallen: een bedrag van € 293.225 voor de lerarenagenda VSNU, een bedrag van € 629.092 voor de projecten In4all en Chem4all, een bedrag van € 25.551 voor de docent van het jaar, een bedrag van € 160.596 voor het boegbeeldproject Open en Verbonden HO: Open Up Math, een bedrag van € 42.387 voor de schrijver van het Nationaal Plan Open Science, een bedrag van € 255.514 voor de toekenning Comenius Teaching Fellowship 2017, een bedrag van € 131.832 voor de educatieve minor university colleges, een bedrag van € 258.580 voor de doorontwikkeling van het project ‘Eerst de Klas’, een bedrag van € 495.698 voor een toekenning aan de Open Universiteit uit de vrijvallende 2% profileringsmiddelen en een bedrag van € 187.655 voor de financiële compensatie van universiteiten waar studenten een tweede studie zorg/onderwijs volgen in het collegejaar 2016-2017. Deze middelen waren beschikbaar tot en met 2017.

  • c. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn de aflossingen gerealiseerd van het compensatiebedrag invoering bachelor-masterstructuur voor € 7.815.879. Ook zijn de aflossingen van de kaskorting voor € 3.205.145 gerealiseerd en verdeeld over de desbetreffende universiteiten naar rato van de nog af te lossen bedragen.

  • d. aan de onderwijsopslag van Universiteit Leiden is voor indexering een bedrag van € 120.000 voor het jaar 2018, € 100.000 voor het jaar 2019, € 85.000 voor het jaar 2020, € 93.000 voor het jaar 2021 en € 75.000 voor het jaar 2022 toegevoegd ten behoeve van het programma Cosmopolis Advanced. Dit programma levert een bijdrage aan het archiefonderzoek met Nederlands bronnenmateriaal uit de VOC periode dat leidt tot overdracht van benodigde kennis en infrastructuur aan Indonesië. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft voorgangers van dit programma ook geruime tijd gesteund. De bijdrage van € 27.000 voor het jaar 2023 wordt verwerkt bij de rijksbijdragebrief die samenhangt met de begroting van 2019 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (brief van 14 december 2016 met kenmerk 1109547).

  • e. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn in het kader van het programma Holland Scholarship de vanuit OCW beschikbare middelen voor deelnemende universiteiten voor inkomende en uitgaande beurzen herverdeeld op basis van de opgegeven aantallen inkomende en uitgaande beurzen per instelling voor het studiejaar 2017-2018.

  • f. onder de noemer bijzondere voorzieningen worden voor de periode 2018 tot en met 2021 voor alle universiteiten middelen toegevoegd met als doel het versterken van regionale samenwerkingsverbanden tussen onderwijssectoren. De middelen (€ 1.983.000 in 2018, € 2.150.000 in 2019, € 2.633.000 in 2020 en € 3.800.000 in 2021 voor indexering) zijn afkomstig uit de middelen van het studievoorschot. Het bedrag dat een universiteit ontvangt wordt bepaald op basis van het aandeel van een universiteit in de studentgebonden financiering wo en de onderwijsopslag in percentages wo in het jaar 2018 (brief van 8 juni 2017 met kenmerk 1201580 en brief van 10 juli 2017 met kenmerk 1218794).

D

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘percentages onderwijsopslag universiteiten’ in bijlage 2. De percentages zijn gewijzigd als gevolg van een structurele verlaging van het bedrag van de Open Universiteit met € 8.844.504. Tot en met 2017 kwamen inschrijvingen aan de Open Universiteit niet in aanmerking voor variabele inschrijvingsbekostiging. Het UWHW is zodanig gewijzigd dat inschrijvingen aan de Open Universiteit vanaf 2018 ook variabel worden bekostigd via de studentgebonden financiering (Stb 2017, nr. 120). Bij dit wijzigingsbesluit is bepaald dat het benodigde bedrag voor variabele bekostiging van de Open Universiteit in 2018 in mindering zal worden gebracht op de onderwijsopslag die de Open Universiteit ontvangt. Hiermee is dit voorstel budgetneutraal.

E

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen onderwijsopslag hogescholen’ in bijlage 3 om de volgende redenen:

  • a. onder de noemer kwaliteit is voor de hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving een incidenteel bedrag van € 159.292 komen te vervallen. Dit bedrag betrof de resterende middelen voor profilering en zwaartepuntvorming voor het jaar 2017 voor hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving.

  • b. onder de noemer kwetsbare opleidingen is voor het jaar 2018 een bedrag van € 22.676.968 toegevoegd aan de onderwijsopslag van de betreffende hogescholen vanwege een compensatieregeling voor pabo-opleidingen. De middelen zijn afkomstig uit het macrobudget voor hogescholen (brief van 23 mei 2016 met kenmerk 940417 en brieven Vereniging Hogescholen van 15 december 2015 met kenmerk 15-4133 en 14 juli 2016 met kenmerk 16.4263).

  • c. onder de noemer kwetsbare opleidingen zijn middelen toegevoegd vanwege de ophoging van de opleidingscapaciteit voor zorgmasters met inachtneming van het daadwerkelijk aantal bekostigde instellingen bij deze twee opleidingen per peildatum 2016 en 2011, indien sprake is van een toename van het aantal bekostigde inschrijvingen gedurende deze periode (brief van 29 maart 2012 met kenmerk 384276).

  • d. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn de volgende incidentele bedragen komen te vervallen: een bedrag van € 314.656 voor startsubsidies experimenten vraagfinanciering, een bedrag van € 19.559.946 voor (pilot) Centres of Expertise in 2017, een bedrag van € 255.514 voor de toekenning Comenius Teaching Fellowship 2017, een bedrag van € 102.349 voor de kwartiermaker China-consortium, een bedrag van € 16.562 voor de conferentie Bildung lerarenopleidingen, een bedrag van € 131.106 voor het future center beroepsonderwijs, een bedrag van € 759.429 voor professionalisering van (technisch) beroepsonderwijs, een bedrag van € 153.523 voor het boegbeeldproject Open en Verbonden HO: Hbo verpleegkunde en een bedrag van € 1.479.905 voor de financiële compensatie van hogescholen waar studenten een tweede studie zorg/onderwijs volgen in het collegejaar 2016-2017. Deze middelen waren beschikbaar tot en met 2017.

  • e. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn in het kader van het programma Holland Scholarship de vanuit OCW beschikbare middelen voor deelnemende hogescholen voor inkomende en uitgaande beurzen herverdeeld op basis van de opgegeven aantallen inkomende en uitgaande beurzen per instelling voor het studiejaar 2017-2018.

  • f. onder de noemer bijzondere voorzieningen is voor het jaar 2018 voor 14 penvoerende hogescholen een bijdrage opgenomen voor een of meer Centres of Expertise. Er is sprake van een bijdrage voor in totaal 19 Centres of Expertise, waarvan 3 pilot Centres of Expertise. De bijdrage is € 1.030.592 voor een Centre of Expertise en € 1.023.489 voor een pilot Centre of Expertise. De Centres of Expertise werden in de periode 2013 tot en met 2016 gefinancierd via de prestatiebekostiging voor hogescholen en hebben in 2016 een positieve beoordeling ontvangen van de Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek. De pilot Centres of Expertise werden in de periode 2011 tot en met 2016 gefinancierd via het Platform Bèta Techniek en hebben in 2016 eveneens een positieve beoordeling ontvangen van de Commissie Van Staalduinen. De Reviewcommissie en de Commissie Van Staalduinen adviseerden om deze (pilot) Centres of Expertise te blijven ondersteunen. Om die reden werd de bekostiging van de hogescholen ten behoeve van de (pilot) Centres of Expertise in 2017 nog een jaar voortgezet (Kamerbrief van 17 november 2016 met kenmerk 1095515 en brieven van 26 april 2017 met kenmerk 1179467, 1179470 en 1179472). Ook de Vereniging Hogescholen pleitte voor verdere ondersteuning. Voor het jaar 2018 is, in afwachting van een nieuw kabinet, besloten om de financiële ondersteuning nog een jaar voort te zetten (Kamerbrief van 3 juli 2017 met kenmerk 1218614). Hierover is overleg gevoerd met de Vereniging Hogescholen. De 14 penvoerende hogescholen zijn Avans Hogeschool, HZ University of Applied Sciences, Hogeschool Leiden, NHTV internationale hogeschool Breda, NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool, Hogeschool Rotterdam, Saxion Hogeschool, Hanzehogeschool Groningen, Hogeschool Utrecht, Zuyd Hogeschool, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Hogeschool van Amsterdam en Fontys Hogescholen.

  • g. onder de noemer bijzondere voorzieningen worden voor de periode 2018 tot en met 2021 voor alle hogescholen middelen toegevoegd met als doel het versterken van regionale samenwerkingsverbanden tussen onderwijssectoren. De middelen (€ 3.616.000 in 2018, € 3.949.000 in 2019, € 5.661.000 in 2020 en € 8.258.000 in 2021 voor indexering) zijn afkomstig uit de middelen van het studievoorschot. Het bedrag dat een hogeschool ontvangt wordt bepaald op basis van het aandeel van een universiteit in de studentgebonden financiering wo en de onderwijsopslag in percentages wo in het jaar 2018 (brief van 8 juni 2017 met kenmerk 1201580 en brief van 10 juli 2017 met kenmerk 1218794).

F

Dit onderdeel betreft enkel de wijziging van enkele namen van hogescholen. Dit onderdeel bevat verder geen inhoudelijke wijzigingen. De gewijzigde namen van hogescholen zijn ook verwerkt in de andere onderdelen die wel inhoudelijke wijzigingen kennen.

G

Dit onderdeel betreft de verhoging vanwege loon- en prijsbijstelling internationale uitgaven 2017 (HGIS) met 0,01918% van alle ‘bedragen voorziening onderzoek universiteiten’ in bijlage 5. Daarnaast is aan de voorziening onderzoek in bedragen van Universiteit Leiden een structureel bedrag van € 200.000 voor indexering toegevoegd voor de bijdrage aan het Roosevelt Study Center (brief van 12 april 2017 met kenmerk 1178151).

H

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘percentages voorziening onderzoek universiteiten’ in bijlage 6. De percentages zijn gewijzigd als gevolg van het overhevelen van de structurele jaarlijkse bijdrage van € 448.728 voor indexering voor Stichting Nexus Instituut van Tilburg University naar de Vrije Universiteit Amsterdam (brief van 16 mei 2017 met kenmerk 1192021).

I

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen en percentages academische ziekenhuizen’ in bijlage 7. De bedragen en percentages zijn gewijzigd als gevolg van het overhevelen van een structureel bedrag van € 17.311.264 van de bedragen naar de percentages. Deze middelen zijn bestemd voor het creëren van een gelijk speelveld op het terrein van pensioenen tussen universitair medisch centra (aangesloten bij het ABP) en andere zorginstellingen (aangesloten bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn). De ‘bedragen academische ziekenhuizen’ bestaat uit bedragen die vanwege beleidsmatige overwegingen of bestuurlijke afspraken jaarlijks kunnen wijzigen. Zodra het niet langer nodig is dat deze bedragen vanwege diezelfde beleidsmatige overwegingen of bestuurlijke afspraken zichtbaar blijven, worden ze omgezet naar de ‘percentages academische ziekenhuizen’. Dit is sinds 2008 bestendig beleid.

J

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen’ in bijlage 9. De hogescholen die lerarenopleidingen verzorgen ontvangen een bedrag bepaald in de regeling. De verdeling van het bedrag wordt jaarlijks herijkt op basis van het aantal bekostigde inschrijvingen bij lerarenopleidingen.

Artikel II Inwerkingtreding

De regeling heeft betrekking op het begrotingsjaar 2018 en treedt daarom in werking met ingang van 1 januari 2018.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker