Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 augustus 2017, nr. VO 1223373, houdende vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs voor de kalenderjaren 2017 en 2018 (Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2017 en 2018)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 85, derde lid, 85a, eerste lid en 85b1, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;

BESLUIT:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Wet op het voortgezet onderwijs;

b. directie:

rectoren, directeuren, conrectoren en adjunct-directeuren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder a, van de wet;

c. leraren:

leraren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder b, van de wet;

d. onderwijsondersteunend personeel:

onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder c, van de wet;

e. schoolsoortgroep 1:

scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

f. schoolsoortgroep 2:

scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen;

g. schoolsoortgroep 3:

scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; en

h. schoolsoortgroep 4:

scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs.

§ 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2017

Artikel 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2017

  • 1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2017 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 85.701,59 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 102.285,53 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 101.193,72 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 98.296,11 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2017 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 78.844,20 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 89.420,05 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 85.051,56 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 80.942,09 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2017 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 47.261,74, ongeacht de schoolsoortgroep.

  • 4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wet bedraagt per 1 januari 2017 € 4.214,06 per leerling.

  • 5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wet wordt per 1 januari 2017 vastgesteld op € 79.

Artikel 3. Aanvullende personele bekostiging vanaf 1 januari 2017

  • 1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2017, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 2. Voor de directieformatie van de school gelden de in artikel 2, eerste lid, genoemde bedragen.

  • 3. Voor de lerarenformatie gelden de voor de school in artikel 2, tweede lid, genoemde bedragen.

  • 4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt het in artikel 2, derde lid, genoemde bedrag.

§ 3. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2018

Artikel 4. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2018

  • 1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2018 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 85.701,59 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 102.285,53 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 101.193,72 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 98.296,11 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2018 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 79.043,95 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 89.646,59 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 85.267,03 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 81.147,15 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2018 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 47.261,74, ongeacht de schoolsoortgroep.

  • 4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wet bedraagt per 1 januari 2018 € 4.214,06 per leerling.

  • 5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wet wordt per 1 januari 2018 vastgesteld op € 79.

Artikel 5. Aanvullende personele bekostiging vanaf 1 januari 2018

  • 1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2018, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 2. Voor de directieformatie van de school gelden de in artikel 4, eerste lid, genoemde bedragen.

  • 3. Voor de lerarenformatie gelden de voor de school in artikel 4, tweede lid, genoemde bedragen.

  • 4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt het in artikel 4, derde lid, genoemde bedrag.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 6. Intrekking regeling

De Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2017 en 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

ALGEMENE TOELICHTING

In de voorliggende regeling worden de gemiddelde personeelslast (gpl)-bedragen van de Regeling vaststelling bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017 (Stcrt. 2016, 53413) per 1 januari 2017 verhoogd. Dat heeft te maken met de toevoeging van de kabinetsbijdrage voor de contractloon- en premiekostenontwikkeling 2017. Daarnaast zijn in deze regeling per 1 januari 2018 nieuwe gpl-bedragen vastgesteld. Dit is het gevolg van de volgende maatregelen: de doorwerking van de kabinetsbijdrage 2017, en de jaarlijkse toevoeging van de extra middelen ten behoeve van de invoering van de functiemix in het kader van het Convenant Leerkracht van Nederland.

De betreffende maatregelen zijn hieronder nader toegelicht.

Maatregelen per 1 januari 2017

Voor alle personeelscategorieën zijn de volgende maatregelen van invloed op de gpl- en ondersteuningsbedragen per 1 januari 2017:

  • Kabinetsbijdrage van 2,63% bestaande uit compensatie voor contractloonontwikkeling voor primaire arbeidsvoorwaarden en de premiekostenontwikkeling en overige sociale werkgeverslasten.

Maatregelen per 1 januari 2018

Voor alle personeelscategorieën zijn verder de volgende maatregelen van invloed op de gpl- en ondersteuningsbedragen per 1 januari 2018:

  • Meerjarige doorwerking van de kabinetsbijdrage voor de contractloon- en premieontwikkelingen. Hierdoor wijzigen deze bedragen niet ten opzichte van de nieuwe bedragen voor 2017.

Specifiek voor de personeelscategorie leraren (OP) is daarnaast de volgende maatregel van invloed op de gpl per 1 januari 2018:

  • In het kader van het Convenant Leerkracht van Nederland sectoren primair- en voortgezet onderwijs worden ook voor 2018 extra middelen voor de landelijke functiemix via de reguliere bekostiging verstrekt. Met ingang van 1 januari 2018 worden de gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren dan ook verhoogd. Deze extra middelen (€ 11,8 mln.) kunnen worden aangewend voor de financiering van de afspraken die ten aanzien van de landelijke functiemix in het hiervoor vermelde convenant zijn gemaakt. Deze middelen komen bovenop de middelen die al in de jaren 2009 tot en met 2017 in de gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren zijn verwerkt. Naast deze middelen is via een afzonderlijke regeling in de jaren 2009 tot en met 2017 aanvullende bekostiging beschikbaar gesteld ter versterking van de functiemix in de Randstadregio’s. Ook voor het kalenderjaar 2018 zal hiervoor een aparte regeling worden gepubliceerd.

Uitbetaling

Zo spoedig mogelijk wordt in het overzicht financiële beschikkingen door DUO de berekening van de bijstelling voor het kalenderjaar 2017 gespecificeerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de (gpl)-bedragen zoals die nu in deze regeling vanaf 1 januari 2017 zijn vastgesteld.

Met het overzicht financiële beschikkingen van december 2017 wordt de personele bekostiging voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld. Dat geschiedt op basis van de in deze regeling voor 2018 vastgestelde bedragen. Afhankelijk van besluitvorming van het kabinet in 2018 kunnen deze bedragen na 1 januari 2018 nog wijzigen. In het voorjaar van 2018 wordt hierover meer duidelijkheid verstrekt.

In onderstaande tabel zijn de verschillende (gpl)-bedragen opgenomen:

Soort bedrag

Bedrag per 1 januari 2017 (oud)

Bedrag per 1 januari 2017

(nieuw)

Bedrag per 1 januari 2018

Schoolsoortgroep 1

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 83.505,40

€ 76.823,74

€ 85.701,59

€ 78.844,20

€ 85.701,59

€ 79.043,95

Schoolsoortgroep 2

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 99.664,36

€ 87.128,57

€ 102.285,53

€ 89.420,05

€ 102.285,53

€ 89.646,59

Schoolsoortgroep 3

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 98.600,53

€ 82.872,03

€ 101.193,72

€ 85.051,56

€ 101.193,72

€ 85.267,03

Schoolsoortgroep 4

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 95.777,17

€ 78.867,87

€ 98.296,11

€ 80.942,09

€ 98.296,11

€ 81.147,15

OOP alle groepen:

€ 46.050,61

€ 47.261,74

€ 47.261,74

Ondersteuningsbedrag lwoo/pro alle groepen

€ 4.106,07

€ 4.214,06

€ 4.214,06

OP= Onderwijzend Personeel

OOP=Onderwijs Ondersteunend Personeel

Administratieve lasten

Bij deze regeling wordt de gemiddelde personeelslast, die per schoolsoort kan verschillen en van belang is voor het berekenen van de personele bekostiging, van scholen voor voortgezet onderwijs opnieuw vastgesteld. Ook het daaraan gekoppelde ondersteuningsbedrag per leerling lwoo/pro wordt gewijzigd. Deze regeling veroorzaakt geen administratieve lasten voor de scholen omdat de informatieverplichtingen niet wijzigen. De bekostiging wordt ambtshalve verstrekt.

Vaste verandermomenten

Deze regeling voorziet in het opnieuw vaststellen van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2017. Eerdere publicatie was echter niet mogelijk omdat de bijstellingen pas in de loop van het kalenderjaar bekend zijn geworden. De definitieve kabinetsbijdrage is bij Voorjaarsnota 2017 vastgesteld. In verband hiermee treedt deze regeling zo spoedig mogelijk na publicatie in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2017. Dit is een voorziene afwijking van de procedure rond de vaste verandermomenten. Reden hiervoor is, zoals eerder genoemd, dat het onderwijsveld is gebaat bij een snelle inwerkingtreding.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

De gpl-bedragen voor alle categorieën worden per 1 januari 2017 opnieuw vastgesteld.

Deze stijgen met 2,63% ten opzichte van de eerder gepubliceerde (oude) gpl-bedragen per 1 januari 2017. Deze wijziging is het gevolg van de onder de kop Algemene toelichting per 1 januari 2017 vermelde aanpassing. Hetzelfde geldt voor de aanvullende personele bekostiging (artikel 3). In deze regeling wordt ook het personele deel van de ondersteuningsbekostiging per leerling en de regionale ondersteuning per leerling voor het samenwerkingsverband voorgezet onderwijs vastgesteld. Dit laatste bedrag is ongewijzigd omdat er geen significante wijziging is in het leerlingaantal. Het materiële deel van deze onderdelen wordt in de regeling bekostiging exploitatiekosten vo gepubliceerd.

Artikel 4

Per 1 januari 2018 wijzigen de bedragen voor directie en het onderwijsondersteunend personeel niet ten opzichte van de nieuwe gpl-bedragen 2017. Voor het onderwijzend personeel is er sprake van een extra stijging met 0,26% omdat voor deze personeelscategorie, naast de hiervoor vermelde maatregelen, extra middelen zijn toegevoegd voor de functiemix. Hetzelfde geldt voor de aanvullende personele bekostiging van de lerarenformatie (artikel 5).

Effecten voor andere regeling

In artikel 7a, tweede lid van de Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, startbekostiging nieuwe school VO en samenvoeging wordt rekening gehouden met deze ontwikkelingen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Naar boven