De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op artikel 3 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983;
Besluit:
's-Gravenhage, 20 maart 2017
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam
TOELICHTING
1. Doel en aanleiding
Met deze regeling wordt de Beschikking bestrijding bacterievuur 1984 (verder: beschikking)
gewijzigd. De reden van deze wijziging is dat in een aantal bufferzones, die in deze
beschikking als zodanig zijn aangewezen, de begrenzing van het gebied wordt aangepast.
Tevens zijn binnen diverse bufferzones uitzonderingsgebieden voor meidoorn aangewezen.
Achtergrond van de aanwijzing van buffergebieden en uitzonderingsgebieden
In de Europese Unie zijn gebieden aangewezen die vrij zijn van bacterievuur en beschermd
moeten worden tegen dit schadelijk organisme. In Nederland komt bacterievuur voor.
Ten behoeve van de export van boomkwekerijproducten zijn daarom in Nederland bufferzones
ingesteld waar het verboden is, anders dan in het kader van bedrijfsmatige teelt,
waardplanten van bacterievuur te telen. Bovendien wordt aan de bedrijfsmatige teelt
van waardplanten van bacterievuur bijzondere bescherming gegeven door gerichte opsporing
en bestrijding van de bacterie Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al., die de
veroorzaker is van bacterievuur. Waardplanten van bacterievuur, geteeld in bufferzones
die gedurende minimaal twee jaren als bufferzone zijn aangewezen, mogen, op grond
van Richtlijn 2000/29/EG, worden bestemd voor export naar beschermde gebieden in andere
lidstaten van de Europese Unie indien geen bacterievuur is aangetroffen op het teeltbedrijf
en in de directe omgeving.
De meidoorn is een voor bacterievuur zeer gevoelige waardplant. De meidoorn heeft
echter ook een ecologische en landschappelijke functie in het buitengebied. In gebieden
binnen de bufferzone waar de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt, is
een uitzondering gemaakt van het verbod voor niet-bedrijfsmatige teelt van het opplanten,
bewaren en vervoeren van planten van de meidoorn (Crataegus).
Aanpassing bufferzones
In overleg met belanghebbenden is in deze regeling de nieuwe begrenzing van diverse
bufferzones en uitzonderingsgebieden voor meidoorn vastgesteld.
Het gaat om de bufferzones Opheusden, Lichtenvoorde, Zundert, Udenhout/ Sint Oedenrode,
Uden, Boxmeer /Venray en Nederweert/Tegelen. De bufferzone Udenhout/Sint Oedenrode
is uitgebreid en de bufferzones Uden en Boxmeer/Venray zijn uitgebreid en samengevoegd.
De uitzonderingsgebieden, waar de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt,
zijn zo gekozen dat de meidoorn landschappelijk, ecologisch dan wel cultuurhistorisch
tot zijn recht komt.
De bufferzones Meeden, Noordoostpolder, Flevoland, Boskoop en Bergeijk zijn ongewijzigd.
Wel is in de legenda van de kaarten van deze bufferzones, zoals ook bij de andere
bufferzones het geval is, de toelichting aangepast aan de vigerende wetgeving.
2. Regeldruk
Deze wijzigingsregeling heeft geen effect op de regeldruk.
3. Inwerkingtreding
Deze gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van 1 april 2017. Daarmee wordt
gehandeld in lijn met de uitgangspunten van vaste verandermomenten voor regelgeving
(Kamerstukken II 2007/08, 29 515, nrs. 243 en 309). De publicatietermijn van 2 maanden voor 1 april was niet haalbaar omdat op dat
moment de kaarten niet gereed waren. Spoedige duidelijkheid over de gebieden is echter
wenselijk.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam