Besluit van de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie van 18 november 2016, nummer WBV 2016/19, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/8 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

8 Het asielbeleid ten aanzien van China

8.1 Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

8.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.

8.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
8.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

Geen bijzonderheden.

8.3.2 Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc

Geen bijzonderheden.

8.3.3 Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie

Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:

  • a. als advocaat, politiek activist of blogger actief zijn geweest;

  • b. verdacht worden van separatistische sympathieën;

  • c. steun hebben betuigd aan de dalai lama in China, of daarvan verdacht worden;

  • d. te maken hebben gehad met religieuze activiteiten die door de overheid worden gezien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid; of

  • e. om andere redenen de negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten hebben getrokken dan wel zullen trekken en de overheid deze zien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid.

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.

8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China

Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.

8.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
8.4.1 Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

8.4.2 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

8.4.3 Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

8.4.4 Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.

8.5 Bescherming
8.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

Geen bijzonderheden.

8.5.2 Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

Geen bijzonderheden.

8.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.

8.7 Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

8.8 Bijzonderheden

De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 november 2016

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze, J.C. Goet Directeur-Generaal Vreemdelingenzaken

TOELICHTING

Algemeen

Op 3 maart 2016 is het thematisch ambtsbericht over Oeigoeren in China verschenen. Dit ambtsbericht is stelliger over de risico’s die Oeigoeren lopen bij terugkeer naar China, tevens blijkt dat er sprake is van verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren. Naar aanleiding hiervan is de Tweede Kamer per brief (kst-19637-2235) geïnformeerd over het asielbeleid ten aanzien van Oeigoeren uit China.

Een Oeigoer die in het buitenland asiel heeft aangevraagd wekt bij terugkeer argwaan op. Amnesty International geeft aan dat het aanvragen van asiel in het buitenland (of een vermoeden daarvan) door de Chinese autoriteiten wordt beschouwd als verraad aan het moederland. Volgens Amnesty International zijn teruggekeerde asielzoekers in de ogen van de Chinese autoriteiten een politiek risico. Hun naam komt op een lijst met mensen die speciaal in de gaten worden gehouden, zoals ook gevangenen die zijn vrijgelaten. Onduidelijk is hoe lang mensen op die lijst blijven staan en hoe vaak en hoe lang ze thuis of op politiebureaus worden ondervraagd.

Net als in eerdere ambtsberichten wordt gewezen op berichten dat de Chinese veiligheidsdienst in staat en doende is Chinezen in het buitenland te volgen. Daardoor zijn de Chinese autoriteiten over het algemeen op de hoogte van wie asiel heeft aangevraagd en of Chinezen in het buitenland betrokken zijn bij ‘China onwelgevallige’ praktijken.

Op basis van het vorenstaande moet rekening worden gehouden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. Dit is tot uiting gebracht in paragraaf 8.3.4.

Ten aanzien van de tekst aangaande Tibetanen is de term ‘vreemdeling uit Tibet’ vervangen door de term ‘Tibetaan afkomstig uit China’. Deze aanpassing betreft geen wijziging van het beleid.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voor deze, J.C. Goet Directeur-Generaal Vreemdelingenzaken

Naar boven