De Minister van Veiligheid en Justitie,
Gelet op artikel 26, eerste en tweede lid, van het Besluit bewapening en uitrusting
politie;
Besluit:
ARTIKEL I
De Regeling toetsing geweldsbeheersing politie wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3 vervalt het tweede lid, onder vernummering van het derde lid tot het
tweede lid.
B
Artikel 7a komt te luiden als volgt:
Artikel 7a
Deze regeling vervalt op 1 januari 2018.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2017.
TOELICHTING
Op 1 januari 2016 is de Regeling toetsing geweldsbeheersing politie (hierna: RTGP)
gewijzigd (zie Stcrt. 2015, 45456). Daarbij is onder meer bepaald dat de regeling vervalt op 1 januari 2017. Blijkens
de toelichting houdt die datum verband met de invoering van de Integrale beroepsvaardigheidstraining
(IBT) Nieuwe Stijl. Halverwege 2016 bleek dat de doorontwikkeling van IBT naar IBT
Nieuwe Stijl nog niet zover gevorderd was dat (belangrijke) elementen uit het concept
IBT Nieuwe Stijl kunnen en moeten worden geïntegreerd in de RTGP. Ook de bedrijfsvoering
van de politie is nog onvoldoende voorbereid op een volledige invoering van IBT Nieuwe
Stijl.
IBT Nieuwe Stijl behelst een nieuwe manier van trainen en toetsen, afgestemd op een
praktijkgerichte context waarbij niet zozeer het toetsen maar vooral het trainen en
toerusten centraal staat. Deze nieuwe systematiek, waarvan ook de fysieke vaardigheidstoets
deel zal uitmaken, moet ervoor zorgen dat politiemedewerkers hun taak op een goede
manier en met zelfvertrouwen kunnen uitoefenen.
IBT Nieuwe Stijl vergt een verdere professionalisering van de IBT-docenten en aanpassingen
in de bedrijfsvoering van de politie. Invoering van de IBT Nieuwe Stijl is daarmee
op zich al een complexe operatie die zich bovendien moet voltrekken in een tijdspanne
waarin de met de komst van de nationale politie samenhangende personele reorganisatie
nog geruime tijd gaande zal zijn. Het jaar 2016 was in eerste instantie bestempeld
als overgangsjaar, bedoeld om behalve de bedrijfsvoering ook alle RTGP-plichtige medewerkers
optimaal voor te bereiden op IBT Nieuwe Stijl. In de loop van 2016 is echter, mede
in het licht van de vorenbedoelde reorganisatie-inspanningen, gebleken dat een jaar
hiervoor te kort is en dat per 1 januari 2017 een nieuwe RTGP gebaseerd op IBT Nieuwe
Stijl nog niet mogelijk is. Dit is aanleiding om de RTGP thans nogmaals met in eerste
instantie een jaar te verlengen. Voor de goede orde wordt hierbij opgemerkt dat de
politie voor de volledige doorontwikkeling en invoering van IBT Nieuwe Stijl een tijdpad
heeft uitgezet dat loopt tot 2020. Gaande dit tijdpad zal bezien worden of elementen
daarvan zodanig zijn doorontwikkeld dat zij kunnen en ook moeten worden geïntegreerd
in de huidige RTGP.
Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om artikel 3, tweede lid, te laten vervallen.
De achtergrond hiervan is als volgt. De politie heeft in de jaren 2013–2015, met een
kleine uitloop naar 2016, een nieuw vuurwapen in gebruik genomen. Voor het jaar 2016
was in de RTGP vastgelegd dat, ter gewenning aan dit nieuwe vuurwapen, acht additionele
trainingsuren beschikbaar werden gesteld aan medewerkers die het vuurwapen niet eerder
in gebruik konden nemen. Vanaf 2017 is er geen behoefte meer aan deze additionele
trainingsuren en daarmee geen noodzaak meer om deze bepaling in de RTGP te handhaven.
Eveneens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om ter toelichting nog op het volgende
te wijzen. In de bestaande RTGP wordt RTGP-plichtige medewerkers ten minste 32 uur
aangeboden voor training en toetsing (artikel 3, eerste lid). Ingevolge de politie
CAO 2015-2017 zal (zo spoedig mogelijk) in de periode 2016-2017 het aantal trainingsuren
per RTGP-plichtige medewerker worden verhoogd naar gemiddeld 42 uur per medewerker.
Dit aantal is inclusief de Fysieke Vaardigheidstoets. Gelet op het groeitraject dat
ligt besloten in deze cao afspraak, de afspraak dat het gaat om een gemiddeld aantal
trainingsuren en omdat het huidige artikel 3, eerste lid, spreekt over een minimum
aantal trainingsuren, wordt dat artikellid niet aangepast. Dit neemt niet weg dat
uit de aard der zaak de vorenbedoelde cao afspraak wel tot uitvoering wordt gebracht
in de bedrijfsvoering van de politie.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur