De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op artikel 48, vierde lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
Besluit:
ARTIKEL I
Aan artikel 1a van de Regeling financiering en verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-
4. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten,
bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2017 bepaald
op 77,0%.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.
Den Haag, 1 december 2016
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
TOELICHTING
Met ingang van het jaar 2013 zijn de baten bijstand bedrijfskapitaal genormeerd op
basis van een landelijk gemiddelde (Stct. 2012 nr. 21795, 25 oktober 2012). Dit landelijke gemiddelde, de macronorm, is vastgesteld aan de
hand van de som van de baten in verband met de bijstand ter voorziening in de behoefte
aan bedrijfskapitaal van alle gemeenten over vijf jaren gedeeld door de som van de
lasten in verband met verleende bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal
van alle gemeenten over dezelfde vijf jaren.
Bij de invoering van de genormeerde baten is met de VNG afgesproken dat de effecten
van de wijzigingen zullen worden gevolgd, zoveel mogelijk op basis van bestaande informatie
zoals gemeenten die vastleggen in SiSa. Onderstaande grafiek geeft een overzicht van
de ontwikkeling van de omvang van de lasten bedrijfskapitaal Bbz, alsmede van de ontwikkeling
van de omvang van de baten bedrijfskapitaal Bbz, in de jaren 2007 tot en met 2015.
De gegevens zijn ontleend aan de gemeentelijke verantwoordingen aan het Rijk via de
SiSa-bijlagen over de jaren 2007 tot en met 2015.
Ontwikkeling van de lasten en baten bedrijfskapitaal Bbz in de jaren 2007 tot en met
2015 (Bron: gemeentelijke opgaven via de jaarlijkse SiSa-bijlage)
Uit de cijfers blijkt dat gemeenten relatief meer geld terugvorderen uit de verstrekte
leningen. Van iedere verstrekte euro kwam vroeger slechts gemiddeld 54,9 cent aan
rente en aflossing terug (baten over de jaren 2007 t/m 2011 als aandeel van de lasten
over de jaren 2007 t/m 2011). Van iedere verstrekte euro komt nu 90,8 cent aan rente
en aflossing terug (baten over de jaren 2011 t/m 2015 als aandeel van de lasten over
de jaren 2011 t/m 2015). De invoering van de genormeerde baten lijkt daarmee een bijdrage
te leveren aan de gestelde doelen: een beter kredietbeheer door gemeenten en meer
selectiviteit bij het verstrekken van leningen.
Door toepassing van de in artikel 1a, eerste lid, van de Regeling financiering en
verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004 regeling opgenomen systematiek zou de macronorm
voor het jaar 2017 op grond van de realisaties van lasten en baten over de jaren 2011
tot en met 2015 moeten worden vastgesteld op 90,8%. De VNG heeft aandacht gevraagd
voor de gevolgen van deze relatief sterke verhoging van het normpercentage voor de
kredietverstrekking bedrijfskapitaal Bbz. Op het ogenblik wordt nader onderzoek gedaan
naar het effect van de ingevoerde normbaten en de verschillen tussen gemeenten, zodat
de lasten en baten kwalitatief en kwantitatief kunnen worden geduid. De onderzoeksresultaten
kunnen worden betrokken bij de vaststelling van de macronorm vanaf 2018. Omdat er
begrip is voor de zorgen van de VNG, is in afwachting van de onderzoeksresultaten
besloten de macronorm voor het jaar 2017 vast te stellen op 77,0%. Dit percentage
is afgerond het middelste getal tussen het percentage van 90,8% en het huidige percentage
van 63,3%.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma