Mandaatbesluit Area Development Twente (militair luchtvaartterrein Twenthe)

7 november 2016

Nr: BS2016027580

De Minister van Defensie

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Er is een regionaal Openbaar Lichaam, gevestigd te Enschede, zijnde een gemeenschappelijke regeling Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o., hierna aan te duiden als ‘Area Development Twente’.

  • 2. Aan de Directeur van Area Development Twente wordt de bevoegdheid verleend om in naam van de Minister van Defensie nadere aanwijzingen te geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe, in het kader van het dagelijkse toezicht aldaar en in het bijzonder het toezicht op de orde en veiligheid in het luchtvaartgebied, met betrekking tot activiteiten die worden ontplooid op grond van ontheffingen strekkende tot burgermedegebruik overeenkomstig artikel 34 van de Luchtvaartwet.

  • 3. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheid van de Directeur van de Militaire Luchtvaart Autoriteit om zijn bevoegdheden ten aanzien van het militaire luchtvaartterrein Twenthe uit te oefenen.

Artikel 2

De Directeur van Area Development Twente kan zijn bevoegdheden doormandateren aan een door hem aan te wijzen havenmeester die wordt belast met het dagelijkse toezicht op het luchtvaartterrein en in het bijzonder met het toezicht op de orde en veiligheid in het luchtvaartgebied, waaronder in ieder geval begrepen:

  • a. de VFR en andere (vlieg)procedures om de veiligheid van het luchthavenverkeer te garanderen;

  • b. de toegang tot en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein om de veiligheid binnen het luchthavengebied te garanderen;

  • c. de adequate afhandeling van calamiteiten; en

  • d. de adequate toepassing van het veiligheidsmanagementsysteem.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 november 2018 of zoveel eerder als de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein Twenthe is ingetrokken.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst; het besluit wordt tevens geplaatst op het Intranet publicatieportaal van het Ministerie van Defensie.

´s-Gravenhage, 7 november 2016

De Minister van Defensie J.A. Hennis-Plasschaert

TOELICHTING

Inleiding

Ingevolge de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime is voorzien per 1 november 2018 of zoveel eerder als de aanwijzing van een militair luchtvaartterrein wordt ingetrokken. Deze overgangsregeling is eveneens van toepassing op de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein Twenthe.

Sinds het Commando Luchtstrijdkrachten de vliegbasis Twenthe niet meer gebruikt als operationele basis voor de jachtvliegtuigen en plannen werden gemaakt voor een doorstart als civiele luchthaven heeft Defensie geen maatregelen genomen die de continuïteit van de luchthaven kunnen doorkruisen. Daarom is de aanwijzing militair luchtvaartterrein tot nu toe niet ingetrokken.

Bij Koninklijk besluit van 6 juli 2015 (Stb. 2015, 297) is de wettelijke bepaling dat de luchthaven Twente na beëindiging van het militaire gebruik niet de status van luchthaven van nationale betekenis krijgt, maar die van luchthaven van regionale betekenis in de zin van artikel 8.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart, in werking getreden op 1 augustus 2015. Een gevolg hiervan is dat Provinciale Staten van Overijssel het bevoegd gezag zijn geworden voor het vaststellen van een luchthavenbesluit in plaats van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Inmiddels hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel de wettelijke procedure voor het vaststellen van een luchthavenbesluit voor de nieuwe civiele luchthaven opgestart. De besluitvorming over het luchthavenbesluit en de intrekking van de aanwijzing militair luchtvaartterrein zullen naar verwachting in het vroege voorjaar van 2017 (februari – april) plaatsvinden. Uit oogpunt van continuïteit van de luchthaven zal de aanwijzing militair luchtvaartterrein tot dat moment van kracht blijven.

(Mede)gebruik

Area Development Twente (ADT) is de gebiedsregisseur voor de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en omgeving. Het betreft een gemeenschappelijke regeling van de provincie Overijssel en de gemeente Enschede. Vooruitlopend op het luchthavenbesluit en de instelling van een luchthavenexploitatiemaatschappij heeft ADT bedrijven geïnteresseerd om van de (toekomstige) luchthaven gebruik te maken. Bij brief van 27 mei 2015 van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2014/15, 31 936, nr. 267) is aangegeven: “het Rijk is bereid om een procedure te starten om [dit] beperkt extra gebruik mogelijk te maken op de luchthaven Twente, voordat een luchthavenbesluit door de provincie is vastgesteld. Dit vanwege de economische kansen van dit extra verkeer voor de regio (werkgelegenheid)”. Met ingang van 15 april 2016 zijn dienovereenkomstig, naast de reeds sinds oudsher bestaande ontheffingen voor recreatief en klein gemotoriseerd medegebruik, door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en de Minister van Defensie ontheffingen verleend voor het verrichten van activiteiten op het gebied van End of Life (EOL) en Business Aviation (BA) (commercieel civiel medegebruik) op het militaire luchtvaartterrein Twenthe op basis van artikel 34 van de Luchtvaartwet.

Bevoegd gezag

Alhoewel sinds 2007 van het militaire luchtvaartterrein Twenthe slechts nog civiel (mede)gebruik wordt gemaakt, is de Minister van Defensie, handelende in overeenstemming of tezamen met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, voor de duur van de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein ter zake het bevoegde gezag. Overeenkomstig het Algemeen organisatiebesluit Defensie 2013 (AOD 2013) en het Subtaakbesluit Dienstonderdeel SG 2008 is binnen het Ministerie van Defensie de Directeur van de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA) belast met het nemen van besluiten namens de Minister van Defensie en het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de luchtvaart-wetgeving. Naast deze taken, is de Directeur van de MLA belast met het houden van toezicht op de naleving van de geldende wet- en regelgeving binnen het domein van de MLA. Als voorbeeld kan worden genoemd het houden van toezicht op het in acht nemen van de geluidsruimte van een militair luchtvaartterrein.

Het onderhavige besluit doet niet af aan de bevoegdheden van de Directeur van de MLA ten aanzien van het militaire luchtvaartterrein Twenthe en de Directeur van de MLA kan deze bevoegdheden te allen tijde uitoefenen.

Veiligheid op het luchtvaartterrein

Voor burgerluchthavens met een luchthavenbesluit is certificering verplicht zodra het luchthavenbesluit wordt vastgesteld conform de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT). Deze certificering is noodzakelijk om te borgen dat de veiligheid op en rond de luchthaven op een acceptabel niveau ligt. Bij deze beoordeling worden werkwijze en processen getoetst, evenals de kwaliteit van producten en diensten die de luchthaven levert. De exploitant dient bij deze beoordeling aan te tonen dat hij beschikt over een veiligheidsmanagementsysteem, dat hij de vliegveiligheidsrisico's op het terrein beheerst en dat hij streeft naar continue verbetering van de veiligheid. De RVGLT geldt echter niet voor het militaire luchtvaartterrein Twenthe waarop nog het stelsel van de Luchtvaartwet van toepassing is. Om desalniettemin de veiligheid op de luchthaven op een verantwoorde manier te kunnen borgen is een aantal voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden zijn afgeleid van de voorwaarden (regelgeving) die gelden ten aanzien van civiele luchthavens met gelijkwaardige luchtvaartactiviteiten.

Door de MLA is daartoe overeenkomstig de RVGLT een veiligheidsanalyse uitgevoerd in verband met de beperkte uitbreiding van de activiteiten met EOL en BA op het militair luchtvaartterrein Twenthe door toedoen van ADT. Deze analyse heeft geresulteerd in de constatering dat de Directeur van ADT, in de plaats tredend voor de Directeur van de MLA, heeft voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld om de veiligheid te borgen.

Gelet op het voorgaande en uit het oogpunt van de (vlieg)veiligheid en een efficiënte bedrijfsvoering is het noodzakelijk dat de Directeur van ADT, in de plaats tredend voor de Directeur van de MLA, nadere aanwijzingen kan geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe. Het betreft aanwijzingen die voortvloeien uit de publiekrechtelijke taken die ingevolge het AOD 2013 en het Subtaakbesluit Dienstonderdeel SG 2008 tot het werkterrein van de Directeur van de MLA behoren.

De bevoegdheid van de Directeur van ADT om, gelijk de Directeur van de MLA, namens de Minister van Defensie aanwijzingen te kunnen geven wordt met het onderhavige besluit, gelet op de uitgestelde besluitvorming aangaande de luchthaven, geformaliseerd.

De Directeur van ADT heeft overeenkomstig artikel 10:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ingestemd met de onderhavige mandaatverlening. Volledigheidshalve is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vooraf over het onderhavige besluit geïnformeerd.

De Minister van Defensie J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven